Bestemmingen: De wereld

Vergelijkbare documenten
Bron De wereld Inleiding Activiteit

Backoffice reisbranche

Het ondernemingsplan. Werkboek. Serienummer: Licentie: Voor het activeren van deze licentie kijk je op de volgende pagina.

Het ondernemingsplan. Theorieboek. Serienummer: Licentie. Voor het activeren van deze licentie kijk je op de volgende pagina.

Commercieel management

Leidinggeven. Werkboek. Serienummer: Licentie: Voor het activeren van deze licentie kijk je op de volgende pagina.

Transfer Reisbestemmingen gebaseerd op SEPR Natascha van Dalen

Promoten en verkopen verblijfsrecreatie

Commerciële dienstverlening

LAND WERELDDEEL VIDEOREPORTAGES VLAANDEREN VAKANTIELAND

Verbeteren en vernieuwen van de dienstverlening in de keuken

Elementaire kennis Bedrijfseconomie

3. Een opleidingsdomein kiezen

Partie Kleine kaart. Werkboek

4. Een vervolgopleiding kiezen

Promoten en verkopen hotel

Financieel en administratief beheer 1

Werken in een sportcentrum

Ondernemen en het ondernemingsplan 2

Werken aan natuur en milieu

Algemene beroepsvaardigheden. Werkboek

Training. Mobiliteit, slapen en waken

JAAROVERZICHT 2010 gedetailleerd per Categorie, Regio en Land Bron: CBS

Nederlands. Woordenschat Dienstverlening en zorg

Werken als gastheer-vrouw in de catering

Werken als specialistisch banketbakker

Elementaire kennis bedrijfsadministratie deel 2

Grafieken en tabellen

Ik en de maatschappij. Vrije tijd

Voorbereiden op stage en bijbaan

Partie Menukoken. Werkboek


Werken als officemanager

Financieel en administratief beheer 2

Werken in een ziekenhuis

Oriëntatie op facilitair leidinggeven

Nederlands. Woordenschat Basis

Werken als metselaar

Cursus. Bijhouden van ontwikkeling van de leerling en differentiatie

Elementaire kennis Bedrijfseconomie

Mastiek en mise-en-place. Werkboek

Communiceren in de beroepspraktijk

REKENEN VERHOUDINGEN Verhoudingen voor1f

Keuzevak Robotica. Werken met robotica. Serienummer: Licentie: Voor het activeren van de licentie kijk op pagina 5 van dit werkboek.

Project. Kinderen begeleiden

Klimaatgrafieken hv123

HANDLEIDING SIM KAART CANADA

Cursus. Verdieping kinderen met specifieke begeleidingsvragen Deel 1

Voorbereidende interne stage

PERIODESCHRIFT AARDRIJKSKUNDE EUROPA EN DE WERELD

Een podiumvoorstelling bedenken en uitvoeren

Mastiek en mise-en-place

Werken in de dagbesteding

Werken als kok in een sterrenrestaurant

Training. Groepsklimaat

Werken in de distributie

Cursus. Leerlingen met specifieke begeleidingsvragen

Werken op het secretariaat

Weer en klimaat. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Werken aan zelfredzaamheid in huis

Colofon. Uitgeverij: Edu Actief b.v Auteur(s): Lily Benjamin - Merens

Training. Observeren en rapporteren

Loopbaanoriëntatie -begeleiding

Werken in de geüniformeerde dienstverlening en veiligheid

Ik en de maatschappij. Klussen in huis

Cursus. Groepsdynamica en leiderschapsstijlen

Cursus. Oriëntatie op de dienstverlening in de GHZ

Training. BMC-vaardigheden gericht op dagbesteding deel 2 (sport en spel)

Cursus. Schuldhulpverlening (budgetteren)

Lengte, omtrek en oppervlakte

Cursus. Oriëntatie op het werkveld voor SMD en SCW

Project. Interculturele communicatie

Training. Talentherkenning

Rekenen verhoudingen. Procenten voor 1F

1 Kun je aan planten zien wat je aan moet?

Klimaatgrafieken hv123

nr. 272 van ORTWIN DEPOORTERE datum: 23 januari 2018 aan JO VANDEURZEN Kinderbijslag - Kinderen in het buitenland

Cursus. Begeleiden en zorgen in kleinschalig wonen

Training. Werken in een team: vergaderen en evalueren voor SMD en SCW

Cursus. Begeleiden van adolescenten

Partie Warme voorgerechten. Werkboek

Training. Enquêteren

Lijst van verdragen op alfabetische volgorde: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

nr. 726 van ORTWIN DEPOORTERE datum: 27 juni 2017 aan JO VANDEURZEN Kinderbijslag - Kinderen in het buitenland

Een digispel ontwerpen en maken

JAAROVERZICHT 2010 gedetailleerd per Categorie, Regio en Land Bron: CBS

Cursus. De wijk in beeld

Training. Begeleiden

Edu4all LOB. 1. Leren Kiezen. Licentie: Voor het activeren van de licentie kijk op pagina 5 van dit werkboek.

Transcriptie:

Bestemmingen: De wereld Theorieboek Serienummer: Licentie: Voor het activeren van deze licentie kijk je op de volgende pagina. Te activeren tot:

Inloggen op de methodesite Voor in dit boek vind je de licentie voor de methodesite van Tendens Toerisme & Recreatie: www.tendens-tr.nl. Op deze methodesite vind je video s en aanvullende bronnen ter ondersteuning van de theorie. Beschrijving inlogproces Als je voor het eerst wilt inloggen op de methodesite, moet je eerst de licentie activeren. Deze licentie vind je voor in het boek. De licentie is 24 maanden geldig vanaf het moment waarop je deze hebt geactiveerd. Hoe moet je de licentie activeren? Open je browser en ga naar licentie.edu-actief.nl. Op deze pagina staan vier lege vakken. Vul hier de licentiecode in. De licentie bestaat uit 4 maal 6 tekens en is niet hoofdlettergevoelig. Klik op de knop Activeren en volg de verdere instructies op de website. Met behulp van je gebruikersnaam en wachtwoord kun je inloggen op de methodesite www.tendens-tr.nl. Werken met www.tendens-tr.nl Wanneer je wordt verwezen naar een video of andere soort bron op de methodesite, doe je het volgende: Ga naar www.tendens-tr.nl. Klik op Studentenmateriaal. Kies voor Toerisme en Theorieboeken. Klik vervolgens op het omslag van Bestemmingen: de wereld om alleen de materialen bij dit theorieboek te zien. Wil je de selectie verder verfijnen, dan kun je dit doen door te filteren op hoofdstuk of bronsoort.

Colofon Uitgeverij: Edu Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl Auteur: Ilse Janneman Inhoudelijke redactie: Robin Oosterman Eindredactie: Tineke Ras-Marees Omslagfoto: Erik Karst Fotografie Foto s: Shutterstock: Anandoart, Angyalosi Beata, Anton_Ivanov, Artesia Wells, Chatchawat Prasertsom, Damian Pankowiec, Ecuadorpostales, foto-select, G-Valeriy, Ilolab, Ilona Ignatova, marchello74, Mihai-Bogdan Lazar, Peter Fuchs, Tooykrub, Vladimir Sazonov Titel: Theorieboek Bestemmingen: de wereld ISBN: 978 90 3722 860 1 Edu Actief b.v. 2017 Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in compilatiewerken op grond van artikel 16 Auteurswet kan men zich wenden tot de Stichting PRO (www.stichting-pro.nl). De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Door het gebruik van deze uitgave verklaart u kennis te hebben genomen van en akkoord te gaan met de specifieke productvoorwaarden en algemene voorwaarden van Edu Actief, te vinden op www.edu-actief.nl.

Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9 2.10 2.11 2.12 2.13 2.14 2.15 2.16 2.17 2.18 2.19 2.20 2.21 2.22 2.23 2.24 2.25 2.26 2.27 3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 4. Over dit boek Algemene informatie De wereld in delen Klimaat en reisseizoenen Tijdzones Landschappen Samenwerkingen Trends en ontwikkelingen Europa Andorra België Bulgarije Cyprus Denemarken Duitsland Finland Frankrijk Griekenland Hongarije Ierland Italië Kroatië Luxemburg Malta Nederland Noorwegen Oostenrijk Portugal Rusland Spanje Tsjechië Turkije Verenigd Koninkrijk IJsland Zweden Zwitserland Midden-Oosten en Noord-Afrika Egypte Israël Jordanië Marokko Verenigde Arabische Emiraten (VAE) Afrika 6 8 8 10 14 16 16 17 18 19 20 23 25 27 29 32 34 39 43 45 47 51 53 55 57 61 63 66 69 71 78 80 83 87 89 92 95 96 98 101 103 105 107

108 Gambia 4.1 110 Kaapverdië 4.2 112 Kenia 4.3 114 Tanzania 4.4 116 Zuid-Afrika 4.5 119 Noord-Amerika 5. 120 Canada 5.1 123 Verenigde Staten 5.2 128 Midden-Amerika en Caribisch gebied 6. 129 ABC-eilanden 6.1 132 Bovenwindse eilanden 6.2 134 Costa Rica 6.3 136 Cuba 6.4 138 Dominicaanse Republiek 6.5 140 Jamaica 6.6 142 Mexico 6.7 145 Zuid-Amerika 7. 146 Argentinië 7.1 148 Bolivia 7.2 150 Brazilië 7.3 152 Ecuador 7.4 154 Peru 7.5 157 Suriname 7.6 159 Azië 8. 160 China 8.1 163 India 8.2 167 Indonesië 8.3 171 Japan 8.4 173 Malediven 8.5 175 Maleisië 8.6 178 Nepal 8.7 180 Singapore 8.8 182 Sri Lanka 8.9 184 Thailand 8.10 187 Vietnam 8.11 190 Oceanië 9. 191 Australië 9.1 195 Nieuw-Zeeland 9.2

Over dit boek Methode Tendens Toerisme & Recreatie Wie in de reisbranche werkzaam is of wil zijn, heeft veel basiskennis nodig. Het mag niet voorkomen dat een klant jou naar een bestemming vraagt en dat je geen idee hebt waar deze het over heeft. Het gaat om topografie (weten waar een toeristische bestemming ligt), maar ook om inhoudelijke kennis van die bestemming. Het is aan de reisspecialist om te achterhalen of de bestemming bij het klanttype past. Dat kan alleen als je informatie over diverse bestemmingen paraat hebt. Een bestemming is een land, een gebied of een stad/plaats. Klanten oriënteren zich steeds beter en bereiden zich goed voor op de reis die ze willen maken. Zij komen dan ook vaak met gerichte vragen naar de balie, aan de telefoon, via chat, sociale media of e-mail. Het is aan de reisspecialist, dus aan jou, om de informatie waar de klant om vraagt efficiënt en correct te verstrekken. Deze lesstof helpt je bij het verkrijgen van die informatie. Het boek Bestemmingen: de wereld is onderdeel van de methode Tendens Toerisme & Recreatie. Tendens Toerisme en Recreatie is een mbo-lesmethode gebaseerd op het Kwalificatiedossier Travel, Leisure & Hospitality. Opdrachten worden gepresenteerd in contextspecifieke werkboeken en de bijbehorende theorie wordt behandeld in algemene theorieboeken. Binnen Tendens Toerisme & Recreatie staan vijf contexten centraal: reisbranche, hotel, verblijfsrecreatie, dagrecreatie en toeristisch informatiebedrijf. Indeling van de lesstof In Bestemmingen - de wereld, staat de kennis van bestemmingen centraal. De lesstof bestaat uit deze hoofdstukken: Algemene informatie Europa Midden-Oosten en Noord-Afrika Afrika Noord-Amerika Midden-Amerika Zuid-Amerika Azië Oceanië. Toeristisch belangrijkste landen In het boek is een selectie gemaakt van de - toeristisch gezien - belangrijkste landen. Van die landen staan de belangrijkste gegevens in het boek. Op de methodesite vind je over die landen nog meer informatie. Bovendien staat daar een uitgebreider aanbod aan landen die alleen digitaal beschikbaar zijn. Algemene informatie Het eerste hoofdstuk is een inleidend hoofdstuk, met algemene informatie over onderwerpen als klimaatindeling, reisseizoen, tijdsverschillen, landschappen en samenwerkingen. De informatie in dit hoofdstuk zie je alleen als afkortingen terug bij de landenbeschrijvingen. 6

Over dit boek Index In de theorie vind je informatie over talloze plaatsen, staten, nationale parken en bezienswaardigheden. Op de methodesite vind je een uitgebreide index van deze bestemmingen met per bestemming het paginanummer waarop je deze in het boek kunt vinden. Ga hiervoor naar het naslagwerk 'Index Bestemmingen: de wereld'. Combinatie met werkboeken Dit theorieboek kan worden gebruikt in combinatie met deze werkboeken: Werkboek Promoten en verkopen reisbranche pakketreizen Werkboek Promoten en verkopen reisbranche maatwerkreizen Werkboek Promoten en verkopen hotel Werkboek Promoten en verkopen verblijfsrecreatie. In de werkboeken vind je vragen en opdrachten. Relatie met andere theorieboeken Dit theorieboek heeft een relatie met deze theorieboeken: Bestemmingen: Nederland en de buurlanden Producten en diensten voor de reisbranche Commerciële dienstverlening. Wanneer je een ander theorieboek of een ander hoofdstuk in dit theorieboek kunt raadplegen voor verdiepende of aanvullende informatie, staat er een pictogram in het theorieboek. Bij dit pictogram lees je waar je meer informatie kunt opzoeken: Titel van het theorieboek dat je kunt raadplegen Hier lees je in welke paragraaf je de benodigde informatie kunt vinden. Methodesite Tendens Toerisme & Recreatie Wanneer je www.tendens-tr.nl kunt raadplegen, staat er een pictogram in het theorieboek. Bij dit pictogram lees je welke bron je kunt opzoeken. Je komt in dit boek twee verschillende pictogrammen tegen: Bron op www.tendens-tr.nl Hier lees je wat voor soort bron je kunt opzoeken en welke dit is. Video op www.tendens-tr.nl Hier lees je welke video je kunt bekijken. 7

1. Algemene informatie Bij de beschrijving van een land krijg je te maken met een aantal algemene omschrijvingen. De ligging van het land bepaalt het klimaat en de tijdzone. Het klimaat bepaalt mede het beste reisseizoen en heeft grote invloed op de landschappen die een land te bieden heeft. Het is informatie die je helpt om basiskennis te krijgen over dit land. Landen kunnen onderling samenwerken op het gebied van bijvoorbeeld vrij verkeer van personen of bescherming van grensoverschrijdende gebieden. Je leert meer over deze onderwerpen: 1. De wereld in delen 2. Klimaat en reisseizoenen 3. Tijdzones 4. Landschappen 5. Samenwerkingen 6. Trends en ontwikkelingen. 1.1 De wereld in delen De eerste vraag die je jezelf stelt als een klant naar een bestemming vraagt, is: In welk deel van de wereld ligt die bestemming? Die ligging is basisinformatie die je nodig hebt. 8

Algemene informatie De ligging van een bestemming op de wereld zegt veel over bijvoorbeeld de natuur, de cultuur, het klimaat en de beste reistijd van en naar die bestemming. Wil je zien waar de verschillende werelddelen en wereldzeeën liggen? Bekijk dan de video Werelddelen en wereldzeeën. Wil je je topografische kennis van de werelddelen en wereldzeeën oefenen? Ga dan naar de weblink Topografie werelddelen en wereldzeeën. Werelddelen Als je het hebt over de landverdeling op aarde, spreek je van continenten of werelddelen. Dit zijn verschillende begrippen. Een continent is een aaneengesloten landmassa, daar horen eilanden dus niet bij. Een voorbeeld is Eurazië: het aaneengesloten land van Europa en Azië. Een continent is dus een geografische indeling. Een werelddeel is een politieke verdeling van het landoppervlak waar zowel het vasteland als de eilanden bij horen. Er zijn zeven werelddelen. In volgorde van grootte zijn dat: Azië Afrika Noord-Amerika Zuid-Amerika Antarctica Europa Oceanië. Soms wordt Antarctica niet als werelddeel meegerekend, dan wordt er dus over zes werelddelen gesproken. Twee bijzondere voorbeelden IJsland behoort tot het werelddeel Europa, maar niet tot een continent, omdat het een oceaanbodem is (die boven het water uitsteekt). Groenland behoort ook tot het werelddeel Europa, maar ook tot het continent Noord-Amerika, omdat deze landmassa onder het water een geheel vormt met Noord-Amerika. 9

Wereldzeeën Het oppervlak van de aarde bestaat voor ongeveer 29% uit land, de overige 71% is water, gevormd door de oceanen en zeeën. Een oceaan is een opzichzelfstaande wereldzee die een eigen watercirculatie heeft en door de continenten wordt begrensd. Een oceaan kan ook zeeën bevatten. Een zee heeft een bodem die bij een continent hoort. Er zijn vijf oceanen: Stille of Grote Oceaan Atlantische Oceaan Indische Oceaan Noordelijke IJszee Zuidelijke IJszee. Al deze oceanen zijn met elkaar verbonden en vormen zo één grote watermassa. Verdeling per streek In deze lesstof zijn de landen niet per werelddeel verdeeld, maar per streek: Europa, het Midden-Oosten en Noord-Afrika, Afrika, Noord-Amerika, Midden-Amerika en het Caribisch gebied, Zuid-Amerika, Azië en Oceanië. Deze indeling is gekozen omdat landen die culturele overeenkomsten vertonen op deze manier bij elkaar staan. In je werk is het belangrijk dat je weet waar werelddelen, landen en wereldzeeën liggen, en waaraan zij grenzen. Dit kun je opzoeken op de kaarten. 1.2 Klimaat en reisseizoenen Het klimaat van een bestemming heeft uiteraard invloed op de beste tijd om naar dat land te reizen, het beste reisseizoen. 1.2.1 Klimaat Als je het hebt over een klimaat, dan gaat het over een weerssituatie over een periode van dertig jaar. Een weerssituatie is een samenspel van de elementen van het weer: neerslag, wind en temperatuur. De zon heeft een grote invloed op het klimaat. Weergemiddelden en uitersten van bepaalde streken worden over een periode van minimaal dertig jaar bijgehouden. In de gebieden waar de gegevens overeenkomen, heerst eenzelfde klimaat. Er zijn verschillende modellen om de klimaten in te delen. De meest gebruikte is de klimaatclassificatie van Vladimir Köppen. Deze Russisch-Duitse bioloog heeft dit systeem al in 1918 ontwikkeld, en het is verfijnd door de Duitse Rudolf Geiger. Vandaar dat de indeling ook wel de indeling van Köppen-Geiger wordt genoemd. Het verschil tussen de klimaten wordt door allerlei factoren bepaald: de hoogte van de zon Als deze recht boven het aardoppervlak staat, kan ze dit beter verwarmen. de hoogte van een gebied of plek Dichter bij het aardoppervlak is de lucht warmer. Hoe hoger een gebied of plek dus ligt, hoe kouder het daar zal zijn. ligging op/aan water of op land Water warmt langzamer op dan land, maar koelt ook langzamer weer af. Midden op het vasteland zijn er dus grotere temperatuurverschillen dan aan het water. de zeestromen Deze voeren warm of koud water mee, wat de temperatuur op het land beïnvloedt. Langs 10

Algemene informatie Nederland loopt bijvoorbeeld een warme golfstroom die ervoor zorgt dat de lucht wordt opgewarmd. de aanwezigheid van gebergten Daar waar de wind inkomt (loefzijde) worden wolken opgestuwd en valt regen. De andere kant van het gebergte (lijzijde) is dan veel droger. de aanwezigheid van bossen In uitgestrekte bossen ligt de temperatuur vaak lager en is de luchtvochtigheid hoger. Klimaatclassificatie van Köppen Köppen lette bij zijn indeling op de plantengroei. Het verspreidingsgebied van plantensoorten is namelijk afhankelijk van temperatuur en neerslag. In dit systeem zijn klimaatgroepen op verschillende niveaus ingedeeld en aangegeven met letters. Op het eerste niveau krijgt een klimaat een hoofdletter, A, B, C, D of E: A: tropisch klimaat Hier komt de gemiddelde temperatuur in de koudste maand niet onder de 18 C. B: droog of aride klimaat Hier is te weinig neerslag voor bomen om te groeien, of voor permanente rivieren om hun oorsprong te hebben. Deze indeling heeft niet met temperatuur te maken. C: gematigd of zeeklimaat In de koudste maand is het gemiddeld niet kouder dan -3 C, in de warmste maand is het gemiddeld tussen de 10 en 18 C. D: landklimaat In de koudste maand is het gemiddeld kouder van -3 C; in de warmste maand is de temperatuur gemiddeld hoger dan 10 C. E: poolklimaat In de koudste maand is het gemiddeld kouder dan -3 C, in de warmste maand is de temperatuur gemiddeld lager dan 10 C. De klimaatzones op het eerste niveau. Als je het B-klimaat buiten beschouwing laat, kun je het eerste niveau van een klimaat dus bepalen aan de hand van de gemiddelde temperatuur in de koudste of warmste maand. Met de gemiddelde temperatuur in de koudste maand bepaal je eerst of een gebied in klimaatgroep A, C of D/E valt. Voor indeling D of E kijk je vervolgens naar de gemiddelde temperatuur in de warmste maand. 11

De indeling van de klimaatgroepen bepaal je aan de hand van de gemiddelde temperatuur in de warmste en in de koudste maand. Verder heeft de classificatie van Köppen te maken met de hoeveelheid neerslag die ergens valt, of wanneer het neerslagseizoen begint. Klimaatclassificatie van Köppen Klimaat A: tropisch klimaat B: droog klimaat C: zeeklimaat Gemiddelde temperatuur Koudste maand niet lager dan 18 C N.v.t. Koudste maand niet lager dan -3 C, warmste maand tussen 10 en 18 C Onderverdeling Af tropisch regenwoud Am moessonklimaat Aw savanneklimaat BW woestijnklimaat BS steppeklimaat Cf zeeklimaat Cs mediterraan klimaat Neerslag Gemiddeld minimaal 60 mm per maand, verspreid over het jaar Gemiddeld minder dan 60 mm in de droogste maand, met een uitgebreid droog seizoen Minstens 1 maand met minder dan 60 mm, met een uitgebreid droog seizoen Minder dan 200 mm per jaar 200-400 mm per jaar, voornamelijk in de zomer Minstens 30 mm in de droogste maand, verspreid over het jaar Minder dan 30 mm in de zomer, natste maand in de winter minimaal driemaal zo veel als de droogste maand in de zomer 12

Algemene informatie Cw Chinaklimaat Natste maand in de zomer minimaal tienmaal zo veel als de droogste maand in de winter D: landklimaat Koudste maand lager dan -3 C, warmste maand hoger dan 10 C Df landklimaat Dw landklimaat Ds landklimaat Gehele jaar Droge winters Droge zomers E: poolklimaat Koudste maand lager dan -3 C, warmste maand lager dan 10 C ET toendraklimaat EF sneeuwklimaat EH hooggebergteklimaat Naast deze letters kan nog een derde of vierde letter aan de code worden toegevoegd. Hiermee wordt nog meer uitgelegd over de temperatuur en de droge en natte seizoenen. Deze letter komt niet in dit boek voor. In de introductie van elk land wordt verwezen naar de klimaatclassificatie van Köppen. Je kunt de codes dus in dit schema opzoeken. Bij de bestemmingskennis wordt daarnaast uitleg gegeven over het klimaat en het beste reisseizoen. 1.2.2 Reisseizoenen Er zijn vier seizoenen of jaargetijden: lente, zomer, herfst en winter. Elk seizoen heeft eigen kenmerken op het gebied van weer en natuur. De seizoenen hebben te maken met de ligging van een land ten opzichte van de evenaar, en met de denkbeeldige as waar de aarde omheen draait. Deze as staat schuin, waardoor er met het draaien van de aardbol rond de zon steeds een ander gebied is waar de zon recht boven staat. De evenaar is een denkbeeldige lijn die horizontaal over de aardbol loopt, precies tussen de Noorden Zuidpool. Hij doorsnijdt Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Alles wat ten noorden van de evenaar ligt, heet het noordelijk halfrond. Alles wat ten zuiden van de evenaar ligt, heet het zuidelijk halfrond. Beste reisperiode Voor het bepalen van de beste reisperiode voor een bestemming, kun je rekening houden met de temperatuur en de hoeveelheid neerslag (soms is een warme periode ook de natste periode). Daarnaast zijn voor sommige bestemmingen nog andere factoren relevant. Als er bijvoorbeeld een safari in Afrika op het programma staat, is de locatie van de dieren van belang. Het verschilt per seizoen waar de dieren zich ophouden. Er zijn ook landen waar de natuur in het voorjaar groen en bloemrijk is, maar in het najaar droog en kaal; ook dat bepaalt mede de beste reistijd. Begin en eind van de seizoenen Op ongeveer 23,5 noorderbreedte (ten noorden van de evenaar) loopt de Kreeftskeerkring. Op ongeveer 23,5 zuiderbreedte loopt de Steenbokskeerkring. Tussen deze 2 eveneens denkbeeldige lijnen kan de zon recht boven het aardoppervlak staan: het zenit. Wanneer de zon recht boven een keerkring staat, noem je dit de zonnewende. De zonnewende rond 21 juni op de Kreeftskeerkring markeert het begin van de zomer op het noordelijk halfrond en het begin van de winter op het zuidelijk halfrond. De zonnewende rond 21 december op de Steenbokskeerkring luidt de winter in op het noordelijk halfrond en de zomer op het zuidelijk halfrond. De seizoenen op het noordelijk en zuidelijk halfrond zijn dus precies tegengesteld, afhankelijk van wanneer de 13

zon dat deel van de wereld het meest kan verwarmen (er het langst en rechtst boven staat). Staat de zon precies boven de evenaar, dan begint de herfst of de lente, namelijk rond 21 maart en 21 september. Onderscheid van de seizoenen Ten noorden van de Kreeftskeerkring en ten zuiden van de Steenbokskeerkring, kun je de vier seizoenen heel goed onderscheiden doordat de zon, afhankelijk van het moment, goed of juist nauwelijks op het aardoppervlak kan schijnen en dit kan verwarmen. Doordat de zon tussen de keerkringen recht of bijna recht boven het aardoppervlak staat, is het hier in de meeste gebieden het gehele jaar warm. Je kunt de seizoenen hier dus moeilijk onderscheiden: het lijkt er het hele jaar zomer, of seizoenen uiten zich op een andere manier, bijvoorbeeld met een regentijd of moesson. 1.3 Tijdzones De aarde is steeds met één helft naar de zon toegekeerd, waar het dan licht is. Op de andere helft is het donker. Doordat de aardbol om een denkbeeldige as draait, komt steeds een ander deel in het licht, aan de andere kant schuift weer een deel het donker in. Om deze verschillen in moment van de dag op te vangen, zijn er tijdzones ingesteld. Daarvoor is de wereld nog verder verdeeld met denkbeeldige lijnen, de meridianen of lengtegraden. Meridianen zijn denkbeeldige lijnen tussen de Noord- en Zuidpool. De nulmeridiaan van Greenwich (Groot-Brittannië) vormt het centrum van de standaardtijd. De standaardtijd wordt weergegeven in de letters UTC. Tijdzones worden ten opzichte van deze UTC weergegeven, bijvoorbeeld UTC+1 of UTC-8. De verdeling van de tijdzones ten opzichte van de UTC: de standaardtijd. 14

Algemene informatie Tijdsverschil ten opzichte van Nederland In dit boek staat bij de introductie van een land niet het tijdsverschil ten opzichte van de UTC vermeld, maar het tijdsverschil ten opzichte van Nederland. Nederland valt onder de Midden-Europese tijdzone (UTC +1). Verdeling van tijdzones De aarde heeft 24 uur nodig om om haar eigen as te draaien. De aardbol vormt een cirkel van 360. Als je die 360 door 24 uur deelt, krijg je stukjes van elk 15 breed. In theorie vormt elk stukje een tijdzone. Zo lijken er dus 24 tijdzones te zijn, met een verschil van +12 tot -12 ten opzichte van de UTC, het nulpunt. In de praktijk zijn er echter veertig tijdzones. Dit komt door een grillig verloop van de internationale datumgrens, waardoor in sommige landen de tijd meer dan 12 uur verschilt, ten opzichte van de UTC. Bovendien worden in sommige gebieden de tijdsverschillen met halve uren of zelfs een kwartier aangegeven. Zo vind je in Australië een gebied met UTC+8.45 en valt het midden van het land onder UTC+9.30, hanteert India de tijdzone UTC+5.30 en Nepal UTC+5.45. Tijdzones volgen vaak de landsgrenzen, maar vooral in grote landen kunnen er verschillende tijdzones voorkomen binnen de landsgrenzen. Zomer- en wintertijd Binnen de tijdzones heb je ook nog te maken met de zomer- en wintertijd. Deze is in ongeveer zeventig landen ingesteld om efficiënt om te gaan met het daglicht. Lang niet alle landen of staten binnen een land doen hieraan mee. Wanneer op het noordelijk halfrond de klok een uur wordt teruggezet en de wintertijd ingaat, wordt deze op het zuidelijk halfrond vooruitgezet en gaat de zomertijd in en andersom. De zomer- en wintertijd gaan niet overal tegelijk in, er kunnen enkele weken tussen zitten. Binnen de Europese Unie loopt de zomertijd van de laatste zondag van maart tot de laatste zondag van oktober. Reizen in de tijd De tijdzones zorgen ervoor dat je rekening moet houden met het reizen in de tijd. Reserveer je bijvoorbeeld een vliegreis voor een klant, dan zijn de vertrek- en aankomsttijden in de lokale tijd weergegeven. Houd rekening met het tijdsverschil tussen vertrek- en aankomstplaats, om erachter te komen hoelang de vliegduur daadwerkelijk is. De tijdzones zijn ook de oorzaak van een jetlag. Wanneer je naar het oosten reist, dan reis je vooruit in de tijd. Het is dan eerder avond dan je lichaam gewend is. Op het moment dat je normaal naar bed gaat, ben je waarschijnlijk nog niet moe. Reis je naar het westen, dan reis je terug in de tijd. Op de tijd waarop je normaal naar bed gaat, is het dan nog vroeger op de dag. Je bent dan moe, terwijl het niet het moment lijkt om te gaan slapen. Dit heeft uiteraard ook gevolgen voor het tijdstip waarop je wakker wordt, waarop je eet, enzovoort. Als je lichaam hierdoor in de war raakt, heb je een jetlag. Je hebt het meest last van een jetlag als je naar het oosten reist. Af en toe bewegen in het vliegtuig en goed water drinken, helpt de jetlag te verminderen. 15