Installatiehandleiding Functiemodule Voor de vakman xm10 Zorgvuldig lezen vóór de installatie. 6 720 642 975 (01/2010) NL/BE
Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen....................... 4 1.1 Uitleg van de symbolen....................................................4 1.2 Veiligheidsaanwijzingen....................................................5 2 Gegevens betreffende het toestel........................................... 6 2.1 Voorgeschreven toepassing................................................ 6 2.2 EG-conformiteitverklaring..................................................6 2.3 Leveringsomvang......................................................... 6 2.4 Productbeschrijving....................................................... 7 3 Wandketels.............................................................. 8 4 Vloerketel............................................................... 11 5 Wandmontage........................................................... 16 6 Milieubescherming/afval................................................. 21 2 Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Over deze handleiding Over deze handleiding In dit voorschrift vindt u een opsomming van de montagevarianten van de functiemodule van de serie xm10: Wandketels Vloerketels Wandmontage De modulemontage voor ketels in afwijkende inbouwsituaties volgt in de daarbij behorende documentatie. Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 3
1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen 1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen 1.1 Uitleg van de symbolen Waarschuwingssymbolen Veiligheidsinstructies worden omkaderd en aangegeven met een uitroepteken in een gevarendriehoek met grijze achtergrond. Bij gevaar door elektriciteit wordt het uitroepteken in de gevarendriehoek vervangen door een bliksemsymbool. Signaalwoorden geven de soort en de mate van de gevolgen aan indien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet worden nageleefd. OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan. VOORZICHTIG betekent dat licht tot middelzwaar lichamelijk letsel kan ontstaan. WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan ontstaan. GEVAAR betekent dat levensgevaar kan ontstaan. Informatiesymbool Belangrijke informatie zonder gevaar voor personen en materialen, wordt tussen twee lijnen geplaatst en aangegeven met een i-symbool in een vierkant. Aanvullende symbolen Symbool B Betekenis Handeling Verwijzing naar andere plaatsen in het document of naar andere documenten Opsomming Tab. 1 Opsomming (subniveau) 4 Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen 1 1.2 Veiligheidsaanwijzingen Installatie en inbedrijfstelling B Om een optimaal functioneren te waarborgen, moet de technische documentatie van de functiemodule en de ketel worden gerespecteerd. B Toestel alleen door een erkende installateur laten monteren en in bedrijf laten nemen. Levensgevaar door elektrische stroom B Waarborg dat alleen een erkende installateur de elektrotechnische werkzaamheden uitvoert. B Voer de werkzaamheden aan de elektrische installaties conform de geldende wettelijke bepalingen uit. B Schakel de CV-installatie over alle polen via een netschakelaar uit voordat het regeltoestel wordt geopend. Tegen onopzettelijk herinschakelen beveiligen. B Niet gebruikte kabelinvoeren van de functiemodule met de meegeleverde rubberen pluggen afsluiten. Schade door bedieningsfouten Bedieningsfouten kunnen persoonlijk letsel en/of materiële schade tot gevolg hebben. B Waarborg dat kinderen dit toestel niet zonder toezicht kunnen bedienen of ermee kunnen spelen. B Waarborg, dat alleen personen toegang hebben, die in staat zijn dit toestel deskundig te bedienen. Reserveonderdelen B Gebruik alleen originele reserve-onderdelen! Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 5
2 Gegevens betreffende het toestel 2 Gegevens betreffende het toestel 2.1 Voorgeschreven toepassing De functiemodules xm10 zijn regeltechnisch een uitbreiding op het Energie-Management-Systeem (EMS) van Buderus en mogen alleen in combinatie met de EMS en de componenten daarvan worden gebruikt. B Toestel alleen conform de bedoeling gebruiken. B Bij de installatie en het gebruik moeten de specifieke nationale voorschriften en normen in acht worden genomen. Bij de wandmontage is de beschermingsklasse van de functiemodule IP X0D (wanneer alle kabeldoorvoeren zijn gesloten), d.w.z. de montage mag alleen in droge ruimten worden uitgevoerd. De totale lengte van de buskabel mag maximaal 100 m bedragen (uitzetting van het EMS). Bij wand- en vloerketels wordt de beschermingsklasse van de functiemodule bepaald door het CV-toestel of door het regeltoestel. 2.2 EG-conformiteitverklaring Dit product voldoet qua constructie en werking aan de Europese richtlijnen evenals aan de bijkomende nationale vereisten. De conformiteit wordt aangetoond door het CE-kenmerk. U kunt de conformiteitverklaring van het product vinden op het internet bij www.buderus.de/konfo of deze opvragen bij uw filiaal van Buderus. 2.3 Leveringsomvang Functiemodule Technische documenten Wandhouder, bevestigingsmateriaal Toebehoren (optie) 6 Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Gegevens betreffende het toestel 2 2.4 Productbeschrijving Afb. 1 Functiemodule (hier: wandmontage) 1 Afdekkapje van de klemmen 2 Toegang tot de toestelzekering 3 Functiemodule 4 Typeplaatje en toegang tot de zekering en de draaicodeerschakelaar (enkel bij MM10) 5 LED indicatie van werking / storingen 6 Wandhouder Wanneer de functiemodule MM10 wordt gemonteerd moet de draaicodeerschakelaar achter de typeplaat [4] op pos. 2 staan. Deze pos. komt overeen met CV-groep 2. Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 7
3 Wandketels 3 Wandketels Dit hoofdstuk beschrijft de inbouw van de functiemodule xm10 in een wandketel. B Documentatie van de wandketel respecteren. U kunt maximaal twee functiemodules xm10 in een wandketel integreren. B Mantel van de ketel afnemen (zie montage- en onderhoudsvoorschrift van het CV-toestel). B Plaats de haakjes van de functiemodule [1] in de uitsparingen en klik ze vast met de sluiting. 1 2 Afb. 2 Functiemodule inhangen en laten borgen. 1 Functiemodule 2 Insteekplaats Overeenkomstig de voorschiften in de documentatie en de aansluitschema's van de betreffende wandketel, de netvoeding en de EMS-buskabel voor de functiemodule van het toestel afnemen en correct in de functiemodule steken. 8 Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Wandketels 3 Elektrische aansluitingen tot stand brengen GEVAAR: Levensgevaar door elektrische stroom! B Waarborg dat alleen een erkende installateur de elektrotechnische werkzaamheden uitvoert. B Voer de werkzaamheden aan de elektrische installaties conform de geldende wettelijke bepalingen uit. B Schakel de CV-installatie over alle polen via een netschakelaar uit voordat het regeltoestel wordt geopend. Tegen onopzettelijk herinschakelen beveiligen. Sluit de aansluitleiding voor het net, de buskabel en andere componenten (b.v. pompen, temperatuurvoelers, enz.) conform de toepassing aan op de functiemodule via de meegeleverde klemmen. De preciese positionering (componenten aansluitklemmen) is beschreven op de aansluitschema s, die meegeleverd worden. B Sluit overige componenten, conform het aansluitschema van de functiemodule correct aan. Als u nog een tweede functiemodule xm10 plaatst, moet u de aansluiting voor de netvoeding en de buskabel van de eerste naar de tweede functiemodule xm10 doorverbinden met de aansluitkabels die deel uitmaken van de levering. GEVAAR: Levensgevaar door elektrische stroom! Het gevaar van een spanningsoverdracht tussen 230 V en laagspanning door het onopzettelijke losmaken van een ader aan de klemmen moet absoluut verhinderd worden! B Aders van iedere aangesloten kabel fixeren. Dit kan door kort afstrippen van de isolatiemantel of met behulp van kabelbinders in de buurt van de aansluitklemmen ( afb. 3, pagina 9). Afb. 3 Aders fixeren 1 Kabelbinder Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 9
3 Wandketels Let erop dat u de fasen van de netaansluiting correct installeert. Een netspanningsaansluiting via een contactdoos met randaarde is niet toegestaan. Overeenkomstig de voorschiften in de documentatie van de betreffende wandketel, de afdekkapje van de functiemodule sluiten en het CV-toestel in bedrijf nemen. OPMERKING: Schade aan de installatie! Na het inschakelen kunnen onder bepaalde omstandigheden aangesloten pompen direct starten, zolang de regeling de functiemodule niet heeft herkend. B De CV-installatie moet gevuld zijn, zodat de pompen niet droog lopen. Een storingsvrije werking van de functiemodule xm10 is enkel mogelijk met een master regeleenheid. B Voer bij de inbedrijfstelling alle noodzakelijke instellingen uit met behulp van het bijgeleverde servicevoorschrift. B Controleer ook steeds, of de installatiekarakteristieken correct zijn ingesteld in de regeleenheid. 10 Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Vloerketel 4 4 Vloerketel In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u de functiemodule xm10 bij vloerketels in het regeltoestel Logamatic MC10 moet monteren. Per vloerketel kunnen er maximum twee functiemodules xm10 geïntegreerd worden. B Draai 2 schroeven aan de bovenzijde van de afdekkap los ( afb. 4). B Neem de afdekkap, in de richting van de pijl, langs boven weg. Afb. 4 Afdekkap wegnemen Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 11
4 Vloerketel B Voer de achterste haakjes aan de buitenzijde van de functiemodule in de uitsparingen van het regeltoestel in. B Druk de voorzijde van de module naar onder. Afb. 5 Functiemodule plaatsen en vastklikken 1 Functiemodule in insteekplaats 1 2 Functiemodule in insteekplaats 2 (indien nodig) 12 Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Vloerketel 4 Elektrische aansluitingen tot stand brengen GEVAAR: Levensgevaar door elektrische stroom! B Waarborg dat alleen een erkende installateur de elektrotechnische werkzaamheden uitvoert. B Voer de werkzaamheden aan de elektrische installaties conform de geldende wettelijke bepalingen uit. B Schakel de CV-installatie over alle polen via een netschakelaar uit voordat het regeltoestel wordt geopend. Tegen onopzettelijk herinschakelen beveiligen. Sluit de aansluitleiding voor het net, de buskabel en andere componenten (b.v. pompen, temperatuurvoelers, enz.) conform de toepassing aan op de functiemodule via de meegeleverde klemmen. De preciese positionering (componenten aansluitklemmen) is beschreven op de aansluitschema s, die meegeleverd worden. B Netaansluitkabel [1] en buskabel [2] van het regeltoestel van het CV-toestel in de klemmen [3 en 4] van de functiemodule correct plaatsen. B Sluit overige componenten met de klemmen [3 en 4] van de functiemodule aan conform het aansluitschema. Afb. 6 Elektrische aansluiting voor eerste functiemodule uitvoeren 1 Aansluitleiding voor de netvoeding 2 Buskabel 3 Klemmen voor 230 Volt in- of uitgangen (b.v. voor netaansluiting of pompen) 4 Laagspanningsklemmen (b.v. voor bussystemen of temperatuurvoeler) Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 13
4 Vloerketel Let erop dat u de fasen van de netaansluiting correct installeert. Een netspanningsaansluiting via een contactdoos met randaarde is niet toegestaan. GEVAAR: Levensgevaar door elektrische stroom! Het gevaar van een spanningsoverdracht tussen 230 V en laagspanning door het onopzettelijke losmaken van een ader aan de klemmen moet absoluut verhinderd worden! B Aders van iedere aangesloten kabel fixeren. Dit kan door kort afstrippen van de isolatiemantel of met behulp van kabelbinders in de buurt van de aansluitklemmen ( afb. 3, pagina 9). Als u nog een tweede functiemodule xm10 plaatst, moet u de aansluiting voor de netvoeding en de buskabel van de eerste naar de tweede functiemodule xm10 doorverbinden met de aansluitkabels die deel uitmaken van de levering. Sluit de netkabel, de buskabel en andere componenten (b.v. pompen, temperatuurvoelers, enz.) conform de toepassing aan op de functiemodule xm10 via de meegeleverde klemmen. De preciese positionering (componenten aansluitklemmen) is beschreven op de aansluitschema s, die meegeleverd worden. B Netkabel ( afb. 7 [1], pagina 15) en buskabel ( afb. 7 [2], pagina 15) van de eerste functiemodule xm10 in de klemmen van de tweede functiemodule plaatsen. B Sluit overige componenten, conform het aansluitschema van de functiemodule xm10 correct aan. B Stel het CV-toestel en de regeling in werking. 14 Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Vloerketel 4 Afb. 7 Elektrische aansluiting voor tweede functiemodule xm10 uitvoeren 1 Aansluitleiding voor de netvoeding 2 Buskabel OPMERKING: Schade aan de installatie! Na het inschakelen kunnen onder bepaalde omstandigheden aangesloten pompen direct starten, zolang de regeling de functiemodule niet heeft herkend. B De CV-installatie moet gevuld zijn, zodat de pompen niet droog lopen. Een storingsvrije werking van de functiemodule xm10 is enkel mogelijk met een master regeleenheid. B Voer bij de inbedrijfstelling alle noodzakelijke instellingen uit met behulp van het bijgeleverde servicevoorschrift. B Controleer ook steeds, of de installatiekarakteristieken correct zijn ingesteld in de regeleenheid. Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 15
5 Wandmontage 5 Wandmontage In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de functiemodule xm10 aan de wand gemonteerd moet worden. Wanneer de netspanning bij wandmontage van de functiemodule xm10 niet via het regeltoestel MC10 wordt verzorgd, moet lokaal voor onderbreking van de netspanning een genormeerde scheidingsinrichting over alle polen (conform EN 60335-1) aanwezig zijn. B Duid de pos. van de boorgaten voor de wandhouder [1] aan. B Boor de gaten conform de markeringen [1] (Ø 6 mm). B Plaats de pluggen in de boorgaten en draai de bijgeleverde schroeven [2] er tot een wandafstand van 5mm in. B Hang de wandhouder [1] op en draai de schroeven aan. Fixeer de wandhouder [1] indien nodig, met een bijkomende boring [3] aan de wand. Afb. 8 Wandhouder monteren 1 Wandhouder 2 Schroeven (4 x 45 mm) 3 Boorgat voor extra bevestiging 16 Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Wandmontage 5 B Plaats de functiemodule [1] eerst in de onderzijde van de wandhouder en klik ze vast met de sluiting [2]. Afb. 9 Functiemodule plaatsen en vastklikken 1 Functiemodule 2 Sluiting Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 17
5 Wandmontage Elektrische aansluitingen tot stand brengen GEVAAR: Levensgevaar door elektrische stroom! B Waarborg dat alleen een erkende installateur de elektrotechnische werkzaamheden uitvoert. B Voer de werkzaamheden aan de elektrische installaties conform de geldende wettelijke bepalingen uit. B Schakel de CV-installatie over alle polen via een netschakelaar uit voordat het regeltoestel wordt geopend. Tegen onopzettelijk herinschakelen beveiligen. Sluit de netkabel, de buskabel en andere componenten (b.v. pompen, temperatuurvoelers, enz.) conform de toepassing aan op de functiemodule xm10 via de meegeleverde klemmen. De preciese positionering (componenten aansluitklemmen) is beschreven op de aansluitschema s, die meegeleverd worden. B Eerst de kabels door de rubberen tules leiden [2]. B Netspanning [1] en buskabel [6] en overige componenten met de klemmen [4 en 5] van de functiemodule aansluiten conform het aansluitschema. B Schroef de trekontlastingen [3] vast met de meegeleverde klemmen. Afb. 10 Elektrische aansluiting tot stand brengen 1 Aansluitleiding voor de netvoeding 2 Rubber tule (b.v. voor netaansluiting) 3 Trekontlasting (b.v. voor netaansluiting) 4 Klemmen voor 230 Volt in- of uitgangen (b.v. voor netaansluiting of pompen) 5 Laagspanningsklemmen (b.v. voor bussystemen of temperatuurvoeler) 6 Buskabel 18 Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Wandmontage 5 GEVAAR: Levensgevaar door elektrische stroom! Het gevaar van een spanningsoverdracht tussen 230 V en laagspanning door het onopzettelijke losmaken van een ader aan de klemmen moet absoluut verhinderd worden! B Aders van iedere aangesloten kabel fixeren. Dit kan door kort afstrippen van de isolatiemantel of met behulp van kabelbinders in de buurt van de aansluitklemmen ( afb. 3, pagina 9). GEVAAR: Levensgevaar door elektrische stroom! Om de noodzakelijke aanraakbescherming te waarborgen, open kabelinvoeren afsluiten. B Kabels door de rubberen tules leiden (meegeleverd) B Open kabelinvoeren met rubberen tules afsluiten. Let erop dat u de fasen van de netaansluiting correct installeert. Een netspanningsaansluiting via een contactdoos met randaarde is niet toegestaan. Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 19
5 Wandmontage B Plaats de afdekkapje van de klemmen van de functiemodule [3] terug. B Draai de kruiskopschroeven [2] aan met een kruiskkopschroevendraaier of met een ontluchtingssleutel [1]. B Stel het CV-toestel en de regeling in werking. Afb. 11 Afdekkapje voor de klemmen monteren 1 Ontluchtingssleutel of schroevendraaier 2 Kruiskopschroef met buitenvierkant 3 Klemmenafdekkapje van de functiemodule OPMERKING: Schade aan de installatie! Na het inschakelen kunnen onder bepaalde omstandigheden aangesloten pompen direct starten, zolang de regeling de functiemodule niet heeft herkend. B De CV-installatie moet gevuld zijn, zodat de pompen niet droog lopen. Een storingsvrije werking van de functiemodule xm10 is enkel mogelijk met een master regeleenheid. B Voer bij de inbedrijfstelling alle noodzakelijke instellingen uit met behulp van het bijgeleverde servicevoorschrift. B Controleer ook steeds, of de installatiekarakteristieken correct zijn ingesteld in de regeleenheid. 20 Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Milieubescherming/afval 6 6 Milieubescherming/afval Milieubescherming is een belangrijk beginsel van Bosch. Kwaliteit van de producten, spaarzaamheid en milieubescherming zijn voor ons doelen die even belangrijk zijn. Wetten en voorschriften ten aanzien van de milieubescherming worden strikt in acht genomen. Ter bescherming van het milieu passen wij met inachtneming van economische gezichtspunten de best mogelijke techniek en materialen toe. Verpakking Wat betreft de verpakking nemen wij deel aan de recyclingssystemen in de verschillende landen, die een optimale recyclage waarborgen. Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen worden gerecycled. Oud toestel Oude toestellen bevatten waardevolle stoffen die moeten worden gerecycleerd. De componenten kunnen gemakkelijk worden gescheiden en de kunststoffen zijn gekenmerkt. Daardoor kunnen de verschillende componenten worden gesorteerd en gerecycleerd resp. afgevoerd. Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 21
6 Notities 22 Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
6 Notities Functiemodule xm10 - Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden! 23