Gebruikershandleiding Voor de regelaar op de warmtepompen van het model CXA met de set voor lage omgevingstemperaturen (-10 C) Juni 2015 CG-SVU008A-NL Originele instructies
Inhoudsopgave Geavanceerde elektronica... 3 Technische specificaties... 4 Beschrijving display... 5 Knopbeschrijvingen en bijbehorende functies... 7 Aan/Uit van de unit... 9 Weergave instelpunt... 9 Instelpunt wijzigen... 9 Energiebesparing en Auto Aan/Uit... 10 Dynamisch instelpunt... 11 Weergave alarmmeldingen... 12 Alarmmeldingen opnieuw instellen... 12 D-logboekbestanden beheren... 13 Online gegevenslogboek... 13 De unit op afstand bedienen... 15 De unit op afstand bedienen met losse contactpunten... 15 De unit op afstand bedienen met Bus-protocol... 17 Configuratie parameters... 18 Tabel parameters... 19 Alarmmeldingen... 23 Display op afstand... 24 Beschrijving display... 24 Submenu... 26 Operationele variabelen... 27 De unit opstarten... 28 Instelpunt... 29 Energiebesparing, Auto Aan/Uit, Dynamisch instelpunt... 30 Weergave alarmmeldingen... 31
WAARSCHUWING Sluit de unit minstens 24 uur vóór inbedrijfstelling aan op stroom om de compressorolie op te warmen. Bij lage watertemperaturen kunnen de pompen gestart worden om bevriezing te voorkomen. Houd de waterkleppen open om schade aan de warmtewisselaars door waterslag te voorkomen. De garantie komt te vervallen als deze instructies niet worden opgevolgd. Geavanceerde elektronica Bovenste deel van display Onderste deel van display De bedieningslogica kan lucht/water- en water/water-koelmachines, koelmachines met volledige terugwinning en koelmachines met warmtepompen aansturen. Deze bedieningslogica kan, afhankelijk van het type unit, units met meerdere scroll- en schroefcompressoren aansturen met proportionele trapsgewijze regeling op basis van de inlaatwatertemperatuur, of proportionele + integrale regeling op basis van de temperatuur van het uitstromende water..
Technische specificaties Voeding: 24 V AC/DC Digitale ingangen: 11, opto-geïsoleerd bij 24 Volt AC-spanning op de aansluiting Analoge ingangen: 6, configureerbaar: 0 5V, 4 20 ma, NTC, PTC, digitale invoer Analoge uitgangen opto-geïsoleerd: 4, configureerbaar: 0 10 V signaal, externe relaisaandrijving Relaisuitgangen: 8 x 5(2) A bij 250 V SPST Aansluiting op afstand N 1 uitvoer voor aansluiting van maximaal twee aansluitingen op afstand (100M) RTC GEÏNTEGREERD LED-DISPLAY (IPG108E) Seriële uitgangen 1 USB; Bacnet TCP/IP via USB/Ethernet adapter 1 RS485-master met Mod_BUS-communicatieprotocol of 1 LAN voor het aansluiten van I/Ouitbreidingsmodules 1 RS485-slave met Mod_BUS- of Bacnet MSTP-communicatieprotocol Display op afstand Ser. poort display
Beschrijving display Via het LCD-display kunt u de status van de unit controleren en wijzigingen doorvoeren met behulp van de 6 knoppen op het onderste gedeelte van het toetsenpaneel. Beschikbare informatie op het display: Startscherm Druk in het startscherm op de knoppen OMHOOG en OMLAAG om de volgende waarden weer te geven: 'LP1': Weergave van druk in lagedrukleiding; 'EIn': Geeft de temperatuur van het instromende water bij de warmtewisselaar van de airconditioning weer; 'Eout': Geeft de temperatuur van het uitstromende water bij de warmtewisselaar van de airconditioning weer; 'Et': Geeft de temperatuur van de buitenlucht weer (alleen bij lucht/water-units); 'Pcond': Weergave van druk in hogedrukleiding; 'COut': Geeft de temperatuur van het water aan dat de wisselaar aan de bronzijde verlaat (alleen bij water/water-units). Naast de hieronder genoemde invoerknoppen en menu's, vindt u in het startscherm ook de knoppen en, waarmee u de machine in respectievelijk zomer- en wintermodus kunt zetten. Op het display wordt OnC weergegeven als de machine aan staat in koelmachinemodus, OnH als de machine aan staat in warmtepompmodus en Stby als de machine staat uitgeschakeld.
Beschrijving van de pictogrammen in het display: Aan wanneer het scherm temperatuur of druk weergeeft. Aan in programmeren wanneer het scherm instelpunten/differentialen van temperatuur of druk weergeeft. Aan tijdens programmeren wanneer het lage scherm de werktijden van de ladingen of de tijd weergeeft. Knippert in het functiesmenu als de overgebleven tijd tot de start van het ontdooien wordt weergegeven. Knippert wanneer alarmmeldingen die niet door specifieke pictogrammen worden geïdentificeerd aanwezig zijn. Aan wanneer een automatische functie Instelpuntverandering actief is (Dynamisch instelpunt, Energiebesparing) Aan tijdens navigatie door menu. Aan wanneer de verwarming (vorstbescherming/ondersteuning) is ingeschakeld. Knippert als de digitale invoer van de stroom actief is wanneer de pomp is ingeschakeld; als de pomp uit staat geeft het weer dat het stroomcontactpunt is afgesloten. Aan wanneer minstens één van de waterpompen is ingeschakeld. Aan wanneer minstens één ventilator is ingeschakeld. Aan wanneer de relatieve compressor is ingeschakeld; knippert wanneer de compressor is geschakeld met een timer. Aan wanneer de hulpuitvoer actief is. Aan wanneer is ingeschakeld en geeft de in bedrijf Warmte- of Koelmodus weer gebaseerd op de logische instelling in de CF31-parameter. Cir1 aan wanneer deze in waardes weergeven voor circuit 1 staat. Het pictogram knippert wanneer de interval tussen ontdooisessies wordt geteld; het pictogram blijft opgelicht tijdens de ontdooifase.
Knopbeschrijvingen en bijbehorende functies De regelaar bevat zes knoppen om met de gebruikers- en installateurparameters te communiceren. Hieronder staat de beschrijving van de activiteiten waartoe de knoppen toegang bieden. Indrukken en loslaten in het hoofddisplay: Hiermee kunt u het instelpunt van de koelmachine (label SETC) of de warmtepomp (label SetH) weergeven. Twee keer indrukken en loslaten in het hoofddisplay: Als energiebesparing of het dynamische instelpunt is ingeschakeld voor units zonder opslag, licht het pictogram Vset op en toont het display het werkelijke instelpunt. 3 seconden indrukken en vervolgens loslaten in het hoofddisplay: Hiermee kunt u het instelpunt van de koelmachine/warmtepomp wijzigen. Indrukken en loslaten in het menu ALrM: Hiermee kunt u de alarmmelding opnieuw instellen (als deze alarmmelding opnieuw kan worden ingesteld) vanuit het menu AlrM. Indrukken en loslaten: Hiermee kunt u vanuit het hoofddisplay de waarden van de geconfigureerde sensoren (temperatuur/druk) weergeven bovenaan in het display, en het bijbehorende label onderaan in het display. Indrukken en loslaten in het menu PrG: Hiermee kunt u in de parametermappen (ST, CT, enz.) en in de parameterslijst schuiven. Het verhoogt de waarde in de wijzigingsfase van de parameter. Indrukken en loslaten: Hiermee kunt u vanuit het hoofddisplay de waarden van de geconfigureerde sensoren (temperatuur/druk) weergeven bovenaan in het display, en het bijbehorende label onderaan in het display. Indrukken en loslaten in het menu PrG: Hiermee kunt u in de parametermappen (ST, CT, enz.) en de parameterslijst schuiven. In de wijzigingsfase van de parameter verlaagt dit de waarde. Indrukken en loslaten: Dit verleent toegang tot de menufuncties. 3 seconden indrukken en vervolgens loslaten: Hiermee kunt u de klok in de geleverde modellen aanpassen.
Indrukken en loslaten in het menu PrG: Hiermee verlaat u de parameterverandering. Indrukken en loslaten: Hiermee kunt u de unit inschakelen in warmtepompmodus of stand-bymodus selecteren. Indrukken en loslaten: Hiermee kunt u de unit inschakelen in koelmachinemodus of stand-bymodus selecteren. Sommige regelaarfuncties zijn beschikbaar door op meerdere toetsen tegelijkertijd te drukken De volgende combinaties worden geaccepteerd door de regelaar. + + 3 seconden tegelijkertijd indrukken: Hiermee kan toegang tot de programmering van de parameters worden verkregen. Druk tegelijkertijd: 1. Hiermee kan de programmering van de parameters worden verlaten. 2. Handmatig ontdooien wordt geactiveerd door het voor langere tijd tegelijkertijd indrukken van de knoppen.
Aan/Uit van de unit Door ongeveer 3 seconden op of te drukken schakelt u de unit in in koelmachine- of warmtepompmodus Tijdens deze 3 seconden, knippert de led voor de geselecteerde modus. Om de bedrijfsmodus te veranderen (bijv. om te schakelen van koelmachine- naar warmtepompmodus) moet u eerst naar stand-bymodus gaan. Als de regelaar aan staat, kunt u de unit geforceerd in stand-by zetten door de knop van de huidige modus (koelmachine of warmtepomp) ingedrukt te houden. In de stand-bymodus kunt u nog steeds toegang krijgen tot het menu om parameters te wijzigen. Alarmbeheer is ook ingeschakeld in stand-bymodus; alarmmeldingen die voorkomen worden eveneens getoond. Weergave instelpunt Door de knop in te drukken en los te laten, ziet u de waarde van het instelpunt, SetC (ingesteld op koelmachine) als de unit zich in de koelmachinemodus bevindt, of SetH (ingesteld op warmtepomp) als de unit is ingesteld op warmtepompmodus. Door de knop in te drukken en los te laten wanneer de unit zich in stand-bymodus bevindt, is het mogelijk om beide instelpunten weer te geven. Instelpunt wijzigen 1. Druk voor minstens 3 seconden op de toets ; 2. Het instelpunt knippert nu; 3. Druk om instelpuntwaarde te veranderen op en ; 4. Druk op de toets, of wacht op de tijdslimiet om de nieuwe waarde op te slaan en de programmering te verlaten;
Energiebesparing en Auto Aan/Uit Bij het inschakelen van Energiebesparing, het instellen van de juiste tijdschema's binnen de parameters in de ES-tabel in hoofdstuk 18 en het instellen van de waardes voor het verhogen of verlagen van het instelpunt, maakt de unit een nieuwe waarde aan genaamd 'Real Set (Werkelijk instelpunt). Deze waarde wordt berekend aan de hand van de ingestelde parameters voor de gewenste temperatuurcurve op de door u aangegeven tijdstippen. Met deze functie kunt u unit minder laten draaien tijdens periodes waarin minder behoefte aan koeling en verwarming is, en de werking van de unit vergroten tijdens uren met lagere elektriciteitskosten. Het inschakelen van Auto Aan/Uit binnen de ES-parameters, zorg ervoor dat de unit op gezette tijden wordt uitgeschakeld. De 3 tijdsperioden zijn uniek en in gevallen waarin beide functies gelijktijdig zijn ingeschakeld, voert de regelaar automatische uitschakeling uit. Hieronder wordt een voorbeeld weergegeven voor een winkelcentrum in de zomer. Start periode Einde periode Periode 1 00.00 05.00 Periode 2 05.00 21.00 Band 3 21.00 00.00 Energiebesparing Auto AAN/UIT Maandag Periode 2 en 3 Periode 1 Dinsdag Periode 2 en 3 Periode 1 Woensdag Periode 2 en 3 Periode 1 Donderdag Periode 2 en 3 Periode 1 Vrijdag Periode 2 en 3 Periode 1 Zaterdag Periode 2 en 3 Periode 1 Zondag Periode 2 en 3 Periode 1 Aangepast instelpunt met ES AAN en een toename van 5 C Vast instelpunt Tijd Unit uit ES AAN Unit AAN met ES UIT ES AAN
COP Verwarmingscapaciteit [kw] Dynamisch instelpunt Schakel het Dynamisch instelpunt in en stel de juiste parameters in om het instelpunt en het bereik van de buitentemperaturen waarin deze functie actief moet zijn te vergroten of te verkleinen. Raadpleeg de tabel Parameters ('SD'-parameters) voor de instelpunten die continu door de regelaar zullen worden gewijzigd volgens een proportionele regel. U kunt met deze functie het instelpunt wijzigen om, met veranderlijke externe omstandigheden, zeker te zijn van verhoogd comfort of een hoger rendement van de unit. Een voorbeeld van de toename in rendement door deze functie in te schakelen: Trend temperatuur uitstromend water met standaard instelpunt en dynamisch instelpunt Tbiv Tbuiten Dynamisch Standaard COP 30% hoger Tbiv Externe luchttemperatuur [ C] Het Dynamische instelpunt is alleen beschikbaar voor lucht-naar-water-uitvoeringen die zijn uitgevoerd met een externe luchtsensor.
Weergave alarmmeldingen Om in het functiemenu binnen te komen: 1. Selecteer de functie 'ALrM' door of te gebruiken; 2. Druk en laat los ; 3. Door het drukken op of kunnen actieve alarmmeldingen worden weergegeven. Druk op de toets Menu of wacht op de tijdslimiet om deze weergave te verlaten Alarmmelding opnieuw instellen 1. Om in het functiemenu binnen te komen; 2. Selecteer de functie 'ALrM'; 3. Druk op ; het onderste deel van het display toont de alarmmelding terwijl het bovenste deel van het display het label rst toont als de alarmmelding opnieuw ingesteld kan worden, of NO als dit niet mogelijk is. Met en kunt u schuiven en alle actieve alarmmeldingen weergeven; 4. Druk op op het label rst om de alarmmelding opnieuw in te stellen en door te gaan naar de volgende; 5. Druk op de toets Menu of wacht op de tijdslimiet om deze weergave te verlaten.
D-logboekbestanden beheren De regelaars slaat ongeveer de laatste vier werkdagen op in stabiel geheugen. U kunt deze logboekbestanden direct naar een USB-stick downloaden of naar uw computer door deze aan te sluiten op de regelaar. Voor het downloaden van de D-logboekbestanden is een bedieningspaneel op afstand vereist. Om deze bestanden naar een USB-stick te downloaden, steekt u de stick in een USB-poort en navigeert u door de menufuncties totdat u ziet. In dit menu selecteert u 'files log management' (Logboekbestanden beheren), vervolgens 'Send all logs to a USB' (Alle logboekbestanden verzenden naar USB) en drukt u op enter Nadat het verzenden is voltooid, vindt u op de USB-stick een map met de naam 'ipro', met daarin drie alarmbestanden: 'alarm_a': hierin staan alle alarmmeldingen en sondefoutmeldingen aan de waterzijde; alarm_b': hierin staan alle alarmmeldingen voor circuits, zoals die voor hoge en lage druk; alarm_c': hierin staan alle ernstige alarmmeldingen, zoals alarmmeldingen voor overbelasting van de compressoren. In het bestand 'Unit' zijn de werkingsgegevens voor de afgelopen 4 dagen opgeslagen; hierin staan de status- en hoofdvariabelen. Alle bestanden zijn '.txt'-bestanden en de datums die erin zijn opgenomen hebben de indeling JJ/MM/DD/uu/mm/ss. Deze bewerking dient op beide kaarten te worden uitgevoerd. N.B.: Zorg er voordat u deze stappen uitvoert voor dat er geen bestaande map met de naam 'ipro' aanwezig is op de USB-stick. Online gegevenslogboek Het apparaat is uitgerust met een website waar u alle operationele gegevens kunt bekijken en opslaan met intervallen tussen de 3 en 60 seconden. Om gebruik te maken van deze functie moet u de pc aansluiten op de kaart met een LAN-kabel en een USB/ETHERNET-omzetstuk.
Stel het IP-adres van de pc voor de LAN-verbindingen met Internet Protocol Version 4 (TCP/IPv4) als volgt in: IP-adres : 192.168.0.252 Subnetmasker : 255.255.255.0 Open een browservenster en geef de IP-adressen van de apparaten op: 192.168.0.250 is het standaardadres Er wordt nu een internetpagina geladen waar u de volgende aanmeldgegevens invoert: User (Gebruiker) = admin Password (Wachtwoord) = Dixell Hieronder ziet u een voorbeeld van deze internetpagina.
De unit op afstand bedienen Het is mogelijk om de unit op afstand te bedienen met drie verschillende methoden: Losse contactpunten op de gebruikersaansluiting (X). ModBus-protocol. Toetsenpaneel op afstand. De unit op afstand bedienen met losse contactpunten Op de gebruikersaansluiting X bevinden zich vier losse contactpunten waar u elk type temperatuurbedieningsapparaat kunt aansluiten dat in staat is om een stroomimpuls te leveren om de relais voor de activering van de unit te sluiten. Het zijn de aansluitingen met de nummers 6, 20, 22B, 23 en 29 op de gebruikersaansluiting X. Raadpleeg altijd het bijgevoegde bedradingsschema. Dit contactpunt is over het algemeen een normaal open contactpunt. Met deze contactpunten kunt u het op afstand schakelen tussen Aan/Uit en S/W. Om op het op afstand schakelen tussen S/W in te schakelen moet u CF9 aanpassen. Op hetzelfde aansluitpunt zijn ook vrije contactpunten beschikbaar voor het extern melden van een algemene alarmmelding.
= QG X Aansluitingenblok klant NumM NumI Utenza 1 F Op afstand bedienen ON/OFF 2 17 Op afstand bedienen ON/OFF 3 12 Stromingsschakelaar verdamper FLE 4 13 Stromingsschakelaar verdamper FLE 5 20 Alarmmelding algemeen relais vrije voltage: circuit 1 INOI 6 21 Alarmmelding algemeen relais vrije voltage: circuit 1 INOI 7 22 Alarmmelding algemeen relais vrije voltage: circuit 2 ICOMI 8 23 Alarmmelding algemeen relais vrije voltage: circuit 2 INOI 9 25 Alarmmelding fout bij starten van de relais van de waterpompen van de verdamper, vrij voltage 10 27 Alarmmelding fout bij starten van de relais van de waterpompen van de verdamper, vrij voltage 11 28 Alarmmelding fout bij starten van de relais van de waterpompen bij de terugwinning, vrij voltage 12 30 Alarmmelding fout bij starten van de relais van de waterpompen bij de terugwinning, vrij voltage 13 81 Vrij voltage contactpunt voor ext. verdamper 1 van waterpomp, status INOI 14 82 Vrij voltage contactpunt voor ext. verdamper 1 van waterpomp, status INOI 15 83 Vrij voltage contactpunt voor ext. terugwinning 1 van waterpomp, status INOI 16 84 Vrij voltage contactpunt voor ext. terugwinning 1 van waterpomp, status INOI 17 85 Vrij voltage contactpunt voor ext. verdamper 2 van waterpomp, statusinoi 18 86 Vrij voltage contactpunt voor ext. verdamper 2 van waterpomp, statusinoi 19 87 Vrij voltage contactpunt voor ext. terugwinning 2 van waterpomp, status INOI 20 88 Vrij voltage contactpunt voor ext. terugwinning 2 van waterpomp, status INOI 21 89 Aanvraag verdampingspomp 1 22 90 Aanvraag verdampingspomp 1 23 91 Aanvraag terugwinningspomp 1 24 92 Aanvraag terugwinningspomp 1 25 93 Aanvraag verdampingspomp 2 26 94 Aanvraag verdampingspomp 2 27 95 Aanvraag terugwinningspomp 2 28 96 Aanvraag terugwinningspomp 2 30 207 Extern activeringsinstelpunt Ianaloog signaali 29 210 Extern activeringsinstelpunt Ianaloog signaali
De unit op afstand bedienen met Bus-protocol Op het regelingsapparaat van de unit is een seriële poort RS485 aanwezig met MODBUS- of Bacnet MSTP-protocol. Raadpleeg om gebruik te maken van deze soort aansluiting het onderstaande bedradingsschema en houd rekening met het busaansluitingstype en voorkom sterverbindingen. U kunt de poort RS485 voor master en slave gebruiken, afhankelijk van de locatie van het instrument in het netwerk. Om met de apparaten die bediend moeten worden te verbinden kunt u twee minimale doorsnedes van 0,5 mm 2 met scherm gebruiken. Gebruik de GND-invoer voor communicatieproblemen. Op de regelaarunit van het apparaat is ook het Bacnet TCP/IP-protocol beschikbaar, via het USB/ethernetomzetstuk.
Configuratie parameters Regelaarparameters zijn gegroepeerd in functionele mappen (CF = configuratie, CO = compressor ) met elk een specifiek label. De generieke groep ALL bevat alle controllerparameters. Er zijn drie verschillende niveaus: een gebruikersniveau zonder wachtwoord en de andere twee, die alleen voor een geautoriseerde technicus toegankelijk zijn met een wachtwoord. Hoe 'Pr1in te voeren: 1. Druk een paar seconden op en ; 2. Pictogrammen knipperen en het bovenste display toont 'ALL' (generieke parametersgroep); 3. Schuif de parametersgroep door middel van en ; 4. Selecteer de groep met de parameters die moeten worden gewijzigd. Door op de knop set te drukken, kunt u naar de lijst met parameters van die groep gaan. Het onderste deel van het display toont het label van de parameter en het bovenste deel de waarde. 5. Selecteer parameter; 6. Druk op toets om wijzigingen maken in te schakelen; 7. U kunt de waarde wijzigen met of ; 8. Druk op de knop om de nieuwe waarde op te slaan en naar de volgende door te gaan; 9. Druk om te verlaten op de toets, wanneer u zich in de weergave parameters bevindt (niet tijdens de aanpassing met de knipperende waarde), of wacht op de tijdslimiet. OPMERKING: Deze nieuwe waarde wordt ook opgeslagen wanneer u moet stoppen vanwege de tijdslimiet zonder op de knop te drukken.
Tabel parameters De parameters staan als volgt gegroepeerd naar macrogroepen: ST SD ES IP Parameters thermoregulatie Parameters dynamisch instelpunt Parameters energiebesparing S/W op afstand en automatische omschakelaar Parameters thermoregulatie Parameters Beschrijving min max m.e. Uitkomst ST1 Instelpunt zomer ST02 ST03 C/ F Dec/int ST4 Instelpunt winter ST04 ST05 C/ F Dec/int Dynamisch instelpunt Parameters Beschrijving min max m.e. Uitkomst Sd1 Sd2 Sd3 Sd4 Sd5 Sd6 Maximale bereik dynamisch instelpunt zomer Maximale bereik dynamisch instelpunt winter Instelpunt temperatuur buitenlucht zomer Instelpunt temperatuur buitenlucht winter Differentieel temperatuur buitenlucht zomer Differentieel temperatuur buitenlucht winter -50,0 110,0 C Dec -50,0 110,0 C Dec -50,0 110,0 C Dec -50,0 110,0 C Dec -50,0 110,0 C Dec -50,0 110,0 C Dec Energiebesparing Parameters Beschrijving min max m.e. Uitkomst ES1 Begin tijdsperiode 1 0 23,50 Min. 10 Min. ES2 Einde tijdsperiode 1 0 23,50 Min. 10 Min. ES3 Begin tijdsperiode 2 ES2 23,50 Min. 10 Min. ES4 Einde tijdsperiode 2 0 23,50 Min. 10 Min. ES5 Begin tijdsperiode 3 ES4 23,50 Min. 10 Min. ES6 Einde tijdsperiode 3 0 23,50 Min. 10 Min.
ES7 ES8 ES9 ES10 ES11 ES12 Maandag 0 = Geen tijdsperiode 1 = Tijdsperiode 1 2 = Tijdsperiode 2 3 = Tijdsperiode 1 en 2 4 = Tijdsperiode 3 5 = Tijdsperiode 1 en 3 6 = Tijdsperiode 2 en 3 7 = Alle tijdsperioden Dinsdag 0 = Geen tijdsperiode 1 = Tijdsperiode 1 2 = Tijdsperiode 2 3 = Tijdsperiode 1 en 2 4 = Tijdsperiode 3 5 = Tijdsperiode 1 en 3 6 = Tijdsperiode 2 en 3 7 = Alle tijdsperioden Woensdag 0 = Geen tijdsperiode 1 = Tijdsperiode 1 2 = Tijdsperiode 2 3 = Tijdsperiode 1 en 2 4 = Tijdsperiode 3 5 = Tijdsperiode 1 en 3 6 = Tijdsperiode 2 en 3 7 = Alle tijdsperioden Donderdag 0 = Geen tijdsperiode 1 = Tijdsperiode 1 2 = Tijdsperiode 2 3 = Tijdsperiode 1 en 2 4 = Tijdsperiode 3 5 = Tijdsperiode 1 en 3 6 = Tijdsperiode 2 en 3 7 = Alle tijdsperioden Vrijdag 0 = Geen tijdsperiode 1 = Tijdsperiode 1 2 = Tijdsperiode 2 3 = Tijdsperiode 1 en 2 4 = Tijdsperiode 3 5 = Tijdsperiode 1 en 3 6 = Tijdsperiode 2 en 3 7 = Alle tijdsperioden Zaterdag 0 = Geen tijdsperiode 1 = Tijdsperiode 1 2 = Tijdsperiode 2 3 = Tijdsperiode 1 en 2 4 = Tijdsperiode 3 5 = Tijdsperiode 1 en 3 6 = Tijdsperiode 2 en 3 7 = Alle tijdsperioden 0 7 0 7 0 7 0 7 0 7 0 7
ES13 ES14 ES15 ES16 ES17 Zondag 0 = Geen tijdsperiode 1 = Tijdsperiode 1 2 = Tijdsperiode 2 3 = Tijdsperiode 1 en 2 4 = Tijdsperiode 3 5 = Tijdsperiode 1 en 3 6 = Tijdsperiode 2 en 3 7 = Alle tijdsperioden Verhoging instelpunt energiebesparing zomer Differentieel energiebesparing zomer Verhoging instelpunt energiebesparing winter Differentieel energiebesparing winter 0 7-50,0 110,0 C Dec 0,1 25,0 C Dec -50,0 110,0 C Dec 0,1 25,0 C Dec ES18 ES19 ES20 Maandag 0 = Geen tijdsperiode 1 = Tijdsperiode 1 2 = Tijdsperiode 2 3 = Tijdsperiode 1 en 2 4 = Tijdsperiode 3 5 = Tijdsperiode 1 en 3 6 = Tijdsperiode 2 en 3 7 = Alle tijdsperioden Dinsdag 0 = Geen tijdsperiode 1 = Tijdsperiode 1 2 = Tijdsperiode 2 3 = Tijdsperiode 1 en 2 4 = Tijdsperiode 3 5 = Tijdsperiode 1 en 3 6 = Tijdsperiode 2 en 3 7 = Alle tijdsperioden Woensdag 0 = Geen tijdsperiode 1 = Tijdsperiode 1 2 = Tijdsperiode 2 3 = Tijdsperiode 1 en 2 4 = Tijdsperiode 3 5 = Tijdsperiode 1 en 3 6 = Tijdsperiode 2 en 3 7 = Alle tijdsperioden Automatisch Aan/Uit volgens tijdschema 0 7 0 7 0 7
ES21 ES22 ES23 ES24 Donderdag 0 = Geen tijdsperiode 1 = Tijdsperiode 1 2 = Tijdsperiode 2 3 = Tijdsperiode 1 en 2 4 = Tijdsperiode 3 5 = Tijdsperiode 1 en 3 6 = Tijdsperiode 2 en 3 7 = Alle tijdsperioden 0 7 Vrijdag 0 7 0 = Geen tijdsperiode 1 = Tijdsperiode 1 2 = Tijdsperiode 2 3 = Tijdsperiode 1 en 2 4 = Tijdsperiode 3 5 = Tijdsperiode 1 en 3 6 = Tijdsperiode 2 en 3 7 = Alle tijdsperioden Zaterdag 0 7 0 = Geen tijdsperiode 1 = Tijdsperiode 1 2 = Tijdsperiode 2 3 = Tijdsperiode 1 en 2 4 = Tijdsperiode 3 5 = Tijdsperiode 1 en 3 6 = Tijdsperiode 2 en 3 7 = Alle tijdsperioden Zondag 0 7 0 = Geen tijdsperiode 1 = Tijdsperiode 1 2 = Tijdsperiode 2 3 = Tijdsperiode 1 en 2 4 = Tijdsperiode 3 5 = Tijdsperiode 1 en 3 6 = Tijdsperiode 2 en 3 7 = Alle tijdsperioden S/W op afstand en automatische omschakelaar Parameters Beschrijving min max m.e. Uitkomst SP9 SP10 SP11 Wijziging S/W 0 = Met toetsenpaneel 1 = Met digitale invoer 2 = Met analoge invoer Stel automatische omschakelaar in Differentieel automatische omschakelaar 0 2-50,0 110,0 C Dec 0,1 25,0 C Dec
Alarmmeldingen De regelaar is in staat om alle alarmmeldingen te identificeren die het normale gebruik van de unit kunnen beschadigen. Voor elke alarmcode voert de regelaar een bijpassende actie uit. Hieronder wordt een tabel met alarmcodes weergegeven. Alarmcode Beschrijving AP'x' Defect bij sensor 'x' b1hp Alarmmelding hogedrukschakelaar b1lp Alarmmelding lagedrukschakelaar b1hp Alarmmelding hoge druk van omvormer b1ip Alarmmelding lage druk van omvormer AFFC Alarmmelding vorstbescherming AEFL Alarmmelding stroming installatiezijde AHFL Alarmmelding sanitaire waterstroom APFL Alarmmelding stroming zonnepaneel ACFL Alarmmelding stroming bronzijde C1tr Overbelasting compressor 1 b1tf Overbelasting condensorventilator AtE1 Overbelasting verdamperpomp AtC1 Overbelasting condensatiepomp b1df Alarmmelding ontdooien C1Mn Onderhoudsverzoek compressor 1 AEP1 Onderhoudsverzoek verdamperpomp ACP1 Onderhoudsverzoek condensatiepomp C1dt Hoge uittredetemperatuur compressor 1 OPC1 Oliedrukschakelaar compressor 1 AEht Hoge temperatuur waterinlaat verdamper ACF'x' Configuratie alarmmelding 'x' APS Alarmmelding fasevolgorde ALc1 Algemene alarmmelding 1
Display op afstand De aansluiting op afstand is direct verbonden met de aansluitingen van de regelaar die zijn ontworpen voor een toetsenpaneel op afstand, waarbij speciale aandacht is gegeven aan de polariteit van de verbindingen. Onjuiste bedrading kan ernstige schade aan het toetsenbord en de regelaar veroorzaken. Beschrijving display Via het LCD-display met toetsenpaneel kunt u de status van de unit controleren en wijzigingen doorvoeren met behulp van de 8 knoppen op het onderste gedeelte van het toetsenpaneel. Bij het opstarten van de unit wordt het volgende weergegeven in het hoofdscherm: Als de unit op afstand wordt aangestuurd, of als deze op een vast tijdstip wordt uitgeschakeld, wordt op het hoofdscherm het volgende weergegeven:
Met de keuzetoetsen kunt u naar de submenu's van het hoofdscherm gaan. Hier kunt u respectievelijk het volgende bekijken: 'PROBES' (SONDES): geeft de metingen weer van alle op de machine aangesloten sensoren; 'SET' (INSTELPUNTEN): geeft de instelpunten weer van de verschillende functies; 'ALARM' (ALARMEN): geeft de actieve alarmmeldingen weer; 'SERVICE' (ONDERHOUD): hiermee krijgt u toegang tot het menu van het apparaat; 'CIRC' (CIRCUITS): geeft een overzicht van de statussen van de verschillende circuits en geeft de staat van ieder onderdeel weer. Naast de hierboven besproken invoertoetsen voor de submenu's, bevindt zich in het hoofdscherm ook een toets in de vorm van een zon-pictogram voor het activeren van de zomermodus van de machine, en een toets in de vorm van een sneeuw-pictogram verwarmingsmodus van de unit. voor het activeren van de
Submenu Het LCD-display maakt eenvoudige en onmiddellijke bediening van de unit mogelijk. Met de knop 'SERVICE' (ONDERHOUD) krijgt u toegang tot de menu's voor de weergave en configuratie van de onderdelen en gebruikersparameters van de unit. Met de pijltoetsen kunt u de onderstaande gebieden selecteren die gereserveerd zijn voor de weergave van de functies van ieder onderdeel. De gebieden die worden gebruikt voor deze toepassing zijn: Programmeren van parameters Programmeren van tijdschema's Weergave van de huidige parameters van de compressoren Weergave van de huidige parameters van de ventilatoren en pompen Weergave alarmmeldingen Weergave geschiedenis alarmmeldingen Weergave ontdooiingsstatus Weergave status ingangen en uitgangen Weergave status overige uitgangen Weergave parameters terugwinning (alleen voor koelmachine met warmteterugwinning) Weergave-instellingen en beheer van D-logboekbestanden Om toegang te krijgen tot de bovenstaande koppelingen drukt u, nadat u het gewenste pictogram hebt geselecteerd met de knoppen en, op de toets 'ENTER'. U kunt op ieder moment terugkeren naar het hoofdscherm door op de knop 'ESC' te drukken.
Operationele variabelen Door op de knop 'Circ' (circuits) te drukken, kunt u een overzicht krijgen van alle onderdelen van de unit en gemeten waarden door de drukomvormers. Zo kunt u in één oogopslag zien hoe de unit functioneert. Op deze schermen worden de statussen van alle compressoren, het capaciteitsbeheer, het percentage van het 0-10 V-signaal dat het apparaat levert aan de continue modulatie (inclusief frequentie) en eventuele actieve preventieve functies die 'unloading' (ontladen), weergegeven. Met behulp van de pijltoetsen kunt u navigeren naar het scherm met de drukstatus van de unit en zo de status van de unit en de koudemiddelvulling controleren in vergelijking met het koudemiddelgas en de externe omstandigheden: de lucht- en watertemperatuur. In de volgende twee schermen worden respectievelijk de activeringsstatus van de pompen en ventilatoren weergegeven. Als de unit is uitgerust met EC-ventilatoren of AC-ventilatoren die worden gereguleerd middels een continu signaal, dan wordt het percentage van de waarde van het 0-10 V-signaal weergegeven dat door de regelaar wordt gebruikt voor de modulatie van de ventilatoren.
Opstarten van de Unit Houd om de unit te activeren ten minste twee seconden de knop met het zonsymbool of sneeuwsymbool ingedrukt, totdat het label 'Unit Stand-by' wordt weergegeven. Na het activeren wordt in het hoofdscherm, afhankelijk van de geselecteerde modus, het label 'Unit ON: Cooling' (Unit AAN: Koelmodus) weergegeven als u de zomermodus hebt geselecteerd, of 'Unit ON: Heating' (Unit AAN: Verwarmingsmodus), als u de wintermodus hebt geselecteerd. De knop voor de andere modus wordt niet meer weergegeven. Om de unit uit te schakelen houd u eenvoudigweg dezelfde knop die u hebt gebruikt om de unit in te schakelen ten minste twee seconden ingedrukt. Na het uitschakelen van de unit worden in het hoofdscherm het label 'Unit Stand-by' en de knop voor de andere modus weergegeven. Als de unit op afstand wordt aangestuurd of bij uitschakeling volgens een tijdschema, worden in het hoofdscherm respectievelijk de meldingen 'Unit Remote Off' (Unit op afstand uitgeschakeld) en 'Unit Off by Clock' (Unit uitgeschakeld door tijdschema). Bij het opstarten zullen eerste de pompen beginnen te draaien en begint gelijktijdig het compressorpictogram 'compressor enable' (compressor ingeschakeld) te knipperen. Nadat de compressor is ingeschakeld wordt dit pictogram constant weergegeven. De cycli zijn eenvoudig te herkennen aan de pictogrammen van de actieve onderdelen die worden weergegeven in het hoofdscherm. Voor lucht-wateruitvoeringen zijn dit: Koelmachine Warmtepomp Ontdooien Voor een water-waterunit zijn dit: Koelmachine Warmtepomp
Instelpunt Door in het op het hoofdscherm op de knop 'SET' (INSTELPUNT) te drukken, gaat u naar het hieronder getoonde scherm. In dit menu kunt u het koude instelpunt 'Chiller' (Koelmachine) en het warme instelpunt 'Recovery' (Terugwinning) instellen. Om de waarde aan te passen, selecteert met de pijltoetsen het instelpunt dat u wilt wijzigen en drukt u op de knop Set (Instelpunt) om wijzigingen mogelijk te maken. Vervolgens selecteert u met behulp van de knoppen UP (Omhoog) en Down (Omlaag) de gewenste waarde en drukt u nogmaals op Set (Instelpunt) om deze te bevestigen. In dit scherm wordt ook aangegeven of de functies Energiebesparing en Dynamisch instelpunt zijn ingeschakeld. Tijdens deze bewerking wordt het label 'Real set' (Werkelijk instelpunt) weergegeven. Als de functie Energiebesparing of het Dynamische instelpunt zijn ingeschakeld is de waarde voor 'Real set' de instelpuntwaarde inclusief de variatie als gevolg van Energiebeheer of het dynamische instelpunt. Als Energiebesparing en Dynamisch instelpunt zijn uitgeschakeld, is het instelpunt het werkelijke instelpunt. Hieronder wordt een voorbeeld weergegeven.
Energiebesparing, Auto Aan/Uit, Dynamisch instelpunt Om met het toetsenpaneel op afstand Energiebesparing in te schakelen en de juiste tijdsperioden te selecteren, gaat u naar het submenu 'Time bands' (Tijdschema's) dat is gemarkeerd met het pictogram. Bij het instellen van de parameters uit de ES-tabel in hoofdstuk 18 voor het verhogen of verlagen van het instelpunt maakt de unit een nieuwe waarde aan genaamd 'Real Set (Werkelijk instelpunt). Deze waarde wordt berekend aan de hand van de ingestelde parameters voor de gewenste temperatuurcurve op de door u aangegeven tijdstippen, zoals uitgelegd in hoofdstuk 8. In het hoofdscherm wordt met het symbool Energiebesparing. aangegeven dat de machine momenteel draait met Het inschakelen van Auto Aan/Uit in het submenu met het pictogram, zorgt ervoor dat de unit op gezette tijden wordt uitgeschakeld. De 3 tijdsperioden zijn uniek en in gevallen waarin beide functies gelijktijdig zijn ingeschakeld, voert de regelaar automatische uitschakeling uit. Hieronder wordt een voorbeeld weergegeven. Raadpleeg voor het instellen van het Dynamisch instelpunt de stappen in hoofdstuk 9. In het hoofdscherm wordt is ingeschakeld. weergegeven voor Energiebesparing als het Dynamisch instelpunt
Weergave alarmmeldingen Het systeem is in staat om alle alarmmeldingen te identificeren die de unit kunnen beschadigen. Als er storing of fout optreedt in de unit, begint het alarmsymbool te knipperen en klinkt het alarmsignaal. Druk op een willekeurige toets om alarmsignaal uit te schakelen. Druk op de knop 'Alarm' voor een korte beschrijving van de alarmmelding. Nadat het probleem verholpen is, worden op hetzelfde scherm de stappen voor het opnieuw instellen en opstarten van de unit weergegeven. De stappen voor het opnieuw instellen van alarmmeldingen verschillen afhankelijk van de ernst van de alarmmelding, en zijn in volgorde van oplopende ernst: Alarmmeldingen die opnieuw kunnen worden ingesteld: lage prioriteit, kunnen opnieuw worden ingesteld met de knop; Alarmmeldingen die opnieuw kunnen worden ingesteld met een wachtwoord: hoge prioriteit, kunnen opnieuw worden ingesteld door het servicecenter. U kunt een alarmmelding opnieuw instellen met de knop 'RESET'. Met deze knop stelt u de geselecteerde alarmmelding opnieuw in. Als u alle alarmmeldingen met een lage prioriteit opnieuw wilt instellen, drukt u op de knop 'RST ALL' (Alles opnieuw instellen).
Trane verbetert de prestaties van woningen en gebouwen over de hele wereld. Trane, een onderdeel van Ingersoll Rand, de marktleider op het gebied van de ontwikkeling en handhaving van veilige, comfortabele en energiebesparende omgevingen, levert een breed aanbod van geavanceerde regelingen en HVAC-systemen, totaaloplossingen voor gebouwen, diensten en onderdelen. Kijk voor meer informatie op www.trane.com. Het beleid van Trane richt zich op een continue product- en productgegevensverbetering en Trane behoudt zich het recht voor om het product en specificaties te allen tijde zonder voorafgaande kennisgeving te wijzigen. 2015 Trane. Alle rechten voorbehouden CG-SVU009A-NL juni 2015