Houtstookinstallaties

Vergelijkbare documenten
SCIOS-INFORMATIEBLAD 18. Werkdocument voor het inspecteren van houtstookinstallaties

SCIOS Certificatie stappenplan. Versie 4a:

Ruud van Empel. Inspecties & Onderhoud van stookinstallaties en brandstofsystemen. Van Empel Inspecties & Advisering bv

Keuring en Onderhoud van Stookinstallaties in relatie met de Regelgeving en SCIOS

Periodiek Onderhoud Akkoord

Verklaring van onderhoud

SCIOS. Certificatieregeling. Stookinstallaties Elektrisch Materieel Explosieveilige installaties

Service & Support. Informatie. Bosch Thermotechniek

Onderhoud Akkoord. Toestel : 1. Onderhoud. Naam : Demo locatie 2 Adres : Marineblauw 1

Ontwerpen, installeren en beheren van Biomassaverbrandingsinstallaties

Handleiding rookgascondensor INHOUDSOPGAVE: WERKING. 1.1 Algemeen 1.2 Werking INSTALLATIE

Fabrikanten en Importeurs van Gas en Oliebranders

SCIOS Scope 4, 6 en 7c: Inspecties voor Noodstroomaggregaat en Brandstofsysteem Inspectie

Emissieregelgeving voor stookinstallaties

NOx reductie. Oscar Moers en Max Breedijk

Installatievoorschriften. Bel-Ro-combi CLV systeem

BIJLAGE V. Technische bepalingen inzake stookinstallaties. Deel 1. Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties

Studiegroep Bio-energie Energy Matters

Wet- en regelgeving door Jasper Smelt

aanvullende gebruikers handleiding AQUA Plus Versie

Vitotherm Technische informatie.


SCIOS-INFORMATIEBLAD Deel 16

AFDELING VOORWAARDEN MET BETREKKING TOT GASTURBINES EN STOOM- EN GASTURBINE- INSTALLATIES

Voorschriften CV- onderhoud

MAGASRO HOUTGESTOOKTE CV KETELS

TTDB/MKT1 Fassung 04/2013 Bosch Thermotechnik GmbH Alle Rechte vorbehalten, auch bzgl. jeder Verfügung, Verwertung, Reproduktion, Bearbeitung,

SCIOS-INFORMATIEBLAD Deel 17

Bedieningsvoorschrift

Meer wooncomfort. en minder energieverbruik door optimaal onderhoud. voltalimburg.nl/onderhoud

Handreiking voor het toepassen van Europese Richtlijnen en normen bij het inspecteren.

Onderhoud en renovatie. Onderhoud en renovatie

Heteluchtkanon HP18 / HP 30 / HP 45 RVS BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN

SCIOS certificatieregeling

Wellstraler WL01 WL02

De zekerheid van Zantingh

mcir beweging Heyendallaan 55b, Kerkrade Postbus 12, 6460 AA Kerkrade

<LOGO GEMEENTE> VOORBEELD Handboek bedrijfsvoering van elektrische installaties NEN 3140+A1:2015. Gemeente VOORBEELD Straatnaam AB Voorbeeld

AANBRENGEN VAN MEETOPENINGEN

Prijslijst houtkachels 8/2014 Introductie prijzen geldig tot 30/11/2014

Inspectie en onderhoud van stookinstallaties

Infoblad. Onderhoud, nazicht en meetverplichtingen van stooktoestellen en andere branders

WATERWERKBLAD. WARMTAPWATERINSTALLATIES Beveiligingen

Augustus 2013 Pagina 1

Het cascadesysteem. in één compact toestel

CV-KETEL, WANDTOESTEL, HR, ELEKTRONISCHE BEVEILIGING, 28 KW

Oorspronkelijk document.

De Nederlandse Haarden- en Kachelbranche

XIII. XIII. Service & After Sales

Bedieningsvoorschriften


ZEUS PYRO. Werking volgens onderdruk principe. Rendement 82-90% Geringe afmetingen. Ingebouwde veiligheidskoelspiraal

CONCEPT KETENREGISSEUR VERSIE 1.0 d.d

CERTIFICATIE EN EPB-VERWARMING

datum: 3 oktober 2016 auteur: Afdeling Milieuvergunningen Dienst Beste Beschikbare Technieken en Erkenningen

ATEX expert groep. Zeeuwse Innovatie Starter ATEX donderdag 12 oktober E. de Brouwer (DOW) / A. Platteeuw (Yara)

Warmtepomp. Meer wooncomfort. en minder energieverbruik door optimaal onderhoud. voltalimburg.nl/onderhoud

Inspectieplan elektrische installaties en -arbeidsmiddelen

VR DOC.0045/11

Milieuaspecten D Alessandro Termomeccanica BENEKOV

Onderhoud contract. Warmond, Onze referentie: De ondergetekenden: GAP INSTALLATIETECHNIEK Kerdam GK Warmond

Pelletketels. De toekomst van ecologisch verwarmen

Installatievoorschriften. CRB systeem

Vitotherm Gas- en oliebranders.

Alles Over Verbranding. KARA heeft de techniek, de kennis en ervaring

Technische handleiding Versie 01/11 SERVER-CONTROL

Veiligheid meer dan norm!

InfoMil > LUCHT. Inspectie en Onderhoud van Stookinstallaties. In opdracht van

GEBRUIKERSHANDLEIDING

Datum Oktober 2017 GASTEC QA ALGEMENE EISEN

Voorwaarden Service en Onderhoudscontracten Hartman Installatie:

STORINGSHANDLEIDING GASGESTOOKTE LUCHTVERWARMERS

Brancherichtlijn. Pellethaarden en -kachels, de uitmonding van rookgasafvoeren

Installatie en gebruikshandleiding

Seminar Functiebehoud 2018 Page Copyright protected Seminar Functiebehoud Wie ben ik Hans de Jong Vestigingsleider VdS Schadenverhütung GmbH

Introductie HoSt B.V.

Gemeenschappelijke schoorstenen in bestaande appartementsgebouwen

EXPLOSIEVEILIGHEIDSDOCUMENT Beoordeling van explosiegevaren door gas en damp van binnen arbeidsplaatsen

VvE Koning Karel 12 e

VIESMANN. Montagehandleiding. Uitbreiding EA1. Veiligheidsvoorschriften. voor de vakman. Bestelnr

Presentatie Zuijdgeest Wie

Inhoud. Regelgeving voor stookinstallaties sterk in beweging

ComfoFan S Handleiding voor de installateur

Erik van der Heijden VTI (vereniging van tankinstallateurs)/ van der Heijden M&I Overgang BRL 903 naar BRL 7800

Antwoord: Ja, onder bepaalde weersomstandigheden zal de pluim zichtbaar zijn als gevolg van waterdamp in de rook.

HR WKK met CO 2 winning

Van CO naar kwaliteit. Roermond, 23 november 2017

MACHINEVEILIGHEID ALGEMEEN

Technische Handleiding Versie 08/06. CompTrol Signal 3. Signaalkabel

Waterstof als brandstof?

Voorbeeld. Preview. Maattoleranties voor de bouw. Begripsomschrijvingen en algemene regels

Evolutie der houtkachels.

KVBG aanbeveling in verband met de collectoraansluiting voor verbrandingsgassen van meerdere op aardgas gestookte warmtegeneratoren

Gebruikershandleiding Woonhuisventilator MVS type: MVS-10P

MACHINEVEILIGHEID ALGEMEEN

Transcriptie:

Informatieblad 18 Houtstookinstallaties Versie 2: 2013-03

Pagina 2 2013 Stichting Certificatie Inspectie en Onderhoud Stookinstallaties SCIOS Auteursrecht voorbehouden. Behoudens uitzondering door de wet gesteld mag zonder schriftelijke toestemming van de Stichting Certificatie, Inspectie en Onderhoud Stookinstallaties (SCIOS) niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm, opslag in computerbestanden of anderszins, hetgeen ook van toepassing is op gehele of gedeeltelijke bewerking. Hoewel bij deze uitgave de uiterste zorg is nagestreefd, kunnen fouten en onvolledigheden niet geheel worden uitgesloten. SCIOS, de leden van colleges en commissies en auteurs aanvaarden derhalve geen enkele aansprakelijkheid, ook niet voor directe of indirecte schade, ontstaan door of verband houdend met toepassing van door de SCIOS gepubliceerde uitgaven.

Goedgekeurd door het SCIOS CvD d.d. 8 maart 2013 Bekrachtigd door het SCIOS bestuur d.d. 22 maart 2013 Pagina 3

Inhoud Voorwoord...5 Pagina 4 Scope...5 Voorbereiding inspectie...5 Installatievoorschrift...6 Procesbeschrijving en proces-instrumentatieschema...6 Risico-inventarisatie en -evaluatie...7 Controles bij de eerste inspectie (EBI)...7 Aandachtspunten uitvoering inspectie & rapportage...8 Algemeen...8 Inspectie brandstoftoevoer...8 Inspectie ketel...9 Inspectie rookgas reinigingsinstallatie...11 Inspectie rookgasafvoersysteem...11 Rapportages...11 Overige installatie-aspecten...11

Voorwoord Dit informatieblad is bedoeld voor inspectiebedrijven en Certificerende instellingen. Fabrikanten, leveranciers en installateurs kunnen hieruit afleiden hoe en welke aspecten tijdens een inspectie EBI en PI beoordeeld worden. In dit informatieblad zijn de meest voorkomende beveiligingen opgenomen. Met betrekking tot houtstookinstallaties zijn er de volgende nieuwe ontwikkelingen: Pagina 5 Ontwikkeling van de markt en verscheidenheid aan installaties ( 20 kw 50 MW ) Activiteitenbesluit 2013 waarin het Besluit Emissie Eisen Middelgrote Stookinstallaties is opgenomen ( BEMS ter vervanging BEES-B ) Opname in NEN 3028 (2004) (per 1 januari 2011 is er een nieuwe versie van de NEN 3028 het infoblad 6 wordt hierop aangepast) zal opgenomen worden in een aparte sectie over opstelling van industriële installaties Wijziging in de Machinerichtlijn m.b.t. industriële installaties. Scope Het voorbereiden, uitvoeren en opstellen rapport (EBI-rapport op maat) aan een houtstookinstallatie door een scope 5 erkende EBI-inspecteurs (hierna te noemen inspecteur(s)) die werkzaam zijn bij een SCIOS gecertificeerd bedrijf. Een inspectie bestaat uit de voorbereiding van de inspectie, de inspectie en de eindrapportage. Voorbereiding inspectie De voorbereiding wordt uitgevoerd op grond van dit informatieblad, het gestelde in de milieuvoorschriften en het Activiteitenbesluit en het Bems. De inspecteur zal voor het voorbereiden en het uitvoeren van de inspectie zowel zijn/haar algemene kennis van en inzichten in de risico s van industriële installaties (scope 5) als nationale en Europese normen en richtlijnen met betrekking tot houtstookinstallaties moeten toepassen. In de voorbereiding van een eerste inspectie moet worden vastgesteld volgens normen/richtlijnen etc. de installatie is ontworpen en welke wet- en regelgeving van toepassing is op de betreffende installatie. Vervolgens wordt aan de hand van onderstaande documentatie bepaald welke onderdelen worden geïnspecteerd: Gebruiks- en installatievoorschriften van de installatie (waaronder het toestel) Procesbeschrijving en een proces instrumentatieschema Risico-inventarisatie en -evaluatie (indien de Machinerichtlijn van toepassing is ) Certificaten en verklaringen van overeenstemming (in geval van PED en/of Machinerichtlijn). Voor toepassing van de Machinerichtlijn en PED: zie informatieblad 14 De risico-inventarisatie vormt hierbij een belangrijk onderdeel. Hierin worden zowel de specifieke risico s als de maatregelen om de risico s te beheersen inzichtelijk gemaakt. De uiteindelijke inspectie

heeft tot doel vast te stellen of de maatregelen effectief zijn in zowel normale- als bijzondere omstandigheden. Pagina 6 Installatievoorschrift De inspecteur controleert of het installatie- en bedieningsvoorschrift dat bij de installatie is meegeleverd, in de Nederlandse taal is opgesteld en betrekking heeft op de betreffende installatie. De handleiding dient aanwijzingen te bevatten voor het installeren, onderhouden en veilig gebruiken van de installatie. Indien nodig kunnen de aanwijzingen afwijken van geldende nationale regelgeving of normen. Het is de taak van de inspecteur om na te gaan of hier nog steeds aan de veiligheidseisen wordt voldaan. Procesbeschrijving en proces-instrumentatieschema De inspecteur controleert of de procesbeschrijving en het proces instrumentatiediagram (PI&D) overeenkomen met de installatie. Hierbij is met name van belang te controleren op aanwezigheid, plaats en volgorde van regel- en beveiligingscomponenten. Voorbeeld algemeen processchema niveau&overdruk beveiliging temp/druk beveiliging P1 T1 P2 T2 V V Rendement verbranding emissies: NOx SO2 fijnstof CO Brandstofsluis T6 DPF T5 B B RV M T3 vuurhaardkoeling M A B HB T4 V V

Risico-inventarisatie en -evaluatie De risico-inventarisatie en evaluatie moet duidelijkheid geven m.b.t. de specifieke risico s van de installatie en de maatregelen om deze risico s te beheersen. Als voorbeeld drie specifieke risico s van houtstookinstallaties met automatische brandstoftoevoer: Voorbeeld 1: branddoorslag. Pagina 7 Branddoorslag kan optreden bij de brandstofinvoer, het vuur uit de vuurhaard kan via de brandstofinvoer naar buiten doorslaan. Om dit risico te beperken wordt een brandstofsluis toegepast in combinatie met een temperatuurbewaking en sproei-installatie. Voorbeeld 2: roetbrand in de rookgasafvoer Daarnaast bestaat het gevaar van roetbrand in de rookgasvoerende delen. Te controleren bij inspectie: 1. Is reinigingsinterval/max. laagdikte voorgeschreven in handleiding 2. Wordt gereinigd conform interval (registratie en controle laagdikte) Voorbeeld 3: oververhitting. Oververhitting van het te verwarmen medium kan o.a. plaatsvinden bij uitval van circulatiepompen. In tegenstelling tot gas- en oliebranders is de verbranding bij hout stook niet in enkele seconden uit te schakelen. Ingreep van o.a. de maximaal thermostaat moet leiden tot onderbreken van zowel de brandstofinvoer als de geforceerde verbrandingsluchttoevoer. De combinatie van het warmte accumulerend vermogen van de ketel en het temperatuurverschil tussen de ingreep en het kookpunt moet dan voldoende groot zijn om de restwarmte op te nemen voordat er stoomvorming plaatsvindt. De risico-inventarisatie moet duidelijkheid geven over de in te stellen schakelpunten van de regel- en beveiligingsapparatuur (o.a. minimale mediumdruk) om dit te bereiken. Controles bij de eerste inspectie (EBI) De bij de eerste, of afname-inspectie uit te voeren controles zijn mede afhankelijk van de verkregen CE-markeringen. Onderdelen waarvan certificaten of verklaringen van bevoegde instanties beschikbaar zijn, worden niet opnieuw beoordeeld. De certificaten c.q. verklaringen worden herleidbaar geregistreerd in of toegevoegd aan het basisverslag. Bij de eerste inspectie worden de volgende controles en testen uitgevoerd: Aan de hand van de opschriftplaat controleren of het toestel geschikt is voor de brandstofsoort en de beveiligde mediumdruk Controleren of de aanwijzingen in het installatievoorschrift zijn opgevolgd Controleren of alles op de juiste wijze is aangesloten Controle op dichtheid van de rookgasvoerende delen ( uittreden van rookgas ) De afstellingen en ingreep van de regelingen en beveiligingen controleren op basis van de relevante normen en maatregelen uit de risico-inventarisatie. Functionele tests uitvoeren op basis van de procesbeschrijving en maatregelen risicoinventarisatie. (Ondermeer mag uitval van netspanning niet leiden tot ongewenste situaties.)

Een stookproef uitvoeren Controleren of de schakelpunten correct zijn ingesteld en de instellingen het beoogde resultaat leveren. Pagina 8 Van belang is dat bij maximale brandstof- en luchttoevoer de vuurhaardtemperatuur en het rendement binnen de door de fabrikant gestelde grenzen blijft en de emissies voldoen aan de gestelde milieueisen. Wordt bij de inspectie vastgesteld dat de installatie niet veilig is, dan zal dit moeten leiden tot aanpassing van de installatie en/of beveiligingssystemen. Aandachtspunten uitvoering inspectie & rapportage Het is een aanbeveling de eerste inspectie in samenwerking met de eigenaar van de installatie en de leverancier van het toestel uit te voeren. De inspectie is in vier onderdelen te splitsen: Inspectie brandstoftoevoer Inspectie ketel Inspectie rookgas reinigingsinstallatie (indien aanwezig) Inspectie rookgasafvoersysteem Algemeen In het inspectierapport dienen de algemene gegevens van de installatie opgenomen te worden alsmede de soort en de vorm van het hout dat in de installatie gestookt kan worden. Dit gegeven kan variëren van boomstammen van een bepaalde lengte tot pellets. Bij de installatie zal een milieulogboek aanwezig zijn waarin is terug te vinden welk hout (biomassa) het laatst geleverd is. In de algemene gegevens wordt eveneens vermeld of het elektrisch werkingsschema beoordeeld en akkoord bevonden is. Inspectie brandstoftoevoer Hand navulbare installaties dienen een goed afsluitbare vulopening te hebben. Het mag niet mogelijk zijn dat hieruit rookgassen komen. De brandwerendheid dient eveneens voldoende te zijn. Automatische vulinstallaties zijn installaties waar meestal pellets en houtsnippers met een transportband, een transportworm of een transportvijzel naar de installatie worden gevoerd. Het gehele transportsysteem dient op functioneren en bedrijfszekerheid te worden gecontroleerd en wordt omschreven (zo nodig aangevuld met documentatie van de leverancier) in het EBI-rapport. De transportworm c.q. de transportvijzel dient tegen overbelasting te zijn beveiligd. Bij verstopping van het transportkanaal zal de worm c.q. de vijzel kortstondig terugdraaien. Bij het te hoog oplopen van de motorspanning gaat de ketel in storing. De inspecteur dient na te gaan op welke wijze overbelasting van de transportworm/vijzel is beveiligd. Een automatische vulinstallatie is normaliter voorzien van een gesloten doseerinrichting. De inspecteur dient na te gaan of een blusbeveiliging op de toevoeropening van de ketel noodzakelijk is, hetgeen over het algemeen het geval is.

Deze blusbeveiliging kan op basis van temperatuur werken: bij overschrijding van de ingestelde temperatuur zal de blusinstallatie in werking treden. De inspecteur dient het functioneren van de blusinstallatie te beoordelen. Een blusbeveiliging bestaat meestal uit een mechanische temperatuurbeveiliging. Het voordeel hiervan is dat de bewaking ook bij stroomuitval effectief blijft. De blusinstallatie dient aangesloten te zijn op de waterleiding. De toevoerleiding dient aan de eisen met betrekking tot legionellapreventie te voldoen. De inspecteur dient dit na te gaan. Een blusinstallatie voorzien van een watervoorraadvat op de installatie (ketel) wordt niet gezien als voldoende veilig, tenzij het vat is voorzien van een niveaubeveiliging. Pagina 9 De omschreven inspectie-items dienen in het EBI rapport te worden omschreven. Inspectie ketel Beveiligingen die getest moeten worden zijn: Beveiliging automatische aansteekinrichting Maximum temperatuur beveiliging Oververhittingbeveiliging (doorbranden bij stroomuitval) Rooster reinigingsbeveiliging Overbevullingsbeveiliging O 2 -regeling Laagwaterbeveiliging Veiligheidsklep voldoende capaciteit Niet genoemde beveiligingen Stookproef Pompschakeling Niet nader genoemde beveiligingen Automatische aansteekinrichting Van de automatische aansteekinrichting dient de aansteekprocedure omschreven te worden. De inspecteur dient de hierbij behorende startcyclus vast te leggen en duidelijk te omschrijven wat voor ingreep er plaatsvindt. (tijdsduur ontsteken, ontsteektemperatuur, herstarts, ingreep, etc.). Van belang is dat het geheel op verantwoorde en veilige manier plaatsvindt. Dit is geheel de verantwoording van de inspecteur. Maximumtemperatuurbeveiliging De maximum temperatuur beveiliging dient daadwerkelijk getest te worden. Bij houtstookinstallaties staat deze vaak afgesteld op 95 ºC. Deze is buiten de ketel te testen door middel van het aan de kook brengen van water. Oververhittingsbeveiliging Afhankelijk van de uitvoering van de houtstookketel kan een oververhittingbeveiliging verplicht zijn. Het installatievoorschrift van de leverancier/fabrikant is hierin leidend. De oververhittingbeveiliging is bijvoorbeeld een tweede wisselaar in de ketel, die is aangesloten op de waterleiding. Door middel van een mechanische thermostaat wordt de watertoevoer vanuit de waterleiding bij een bepaalde

temperatuur geopend. Deze beveiliging dient daadwerkelijk getest te worden. Deze temperatuur is meestal net onder de 100 ºC en is met het aan de kook brengen van water te testen. Rooster reinigingsbeveiliging Pagina 10 Een rooster reinigingsbeveiliging bewaakt het ophopen van as in de verbrandingskamer (het rooster tegen verstopping c.q. het vastlopen). De manier van beveiligen dient omschreven te worden en aantoonbaar geaccepteerd te worden door de EBI-er. Overbevullingsbeveiliging De overbevullingsbeveiliging kan verwezenlijkt zijn door een overbrengingsmechanisme die een eindschakelaar bediend. Het functioneren van de eindschakelaar dient vastgelegd en beoordeeld te worden. Deze eindschakelaar dient tijdens het gehele verbrandingsproces inclusief de start paraat te zijn. O 2 -regeling Een installatie kan voorzien zijn van een automatische,digitale O 2 -regeling. De EBI-er dient na te gaan wat de functie van de digitale regeling is. De gegevens van de regeling dienen inclusief de instellingen in het rapport te zijn opgenomen. De EBI-er controleert de ingestelde waarde van O 2 sensor. Het is van belang om na te gaan wat de installatie doet bij een defecte O 2- sensor. Het is mogelijk dat de O 2 -sensor zodanig is ingesteld dat bij het defect zijn van de sensor de brandstoftoevoer stopt en de installatie veilig zijn rest hoeveelheid brandstof uitbrandt en daarna dooft. Laagwaterbeveiliging en overstortventiel Deze inspectietechniek is bekend. Voor meer informatie zie de infobladen 1 & 3. De geïnspecteerde onderdelen dienen nauwkeurig in het rapport te worden omschreven. Hierbij dient de actie na een ingreep van een beveiliging niet te worden vergeten. Stookproef In de stookproef dienen minimaal de volgende gegevens te worden vastgelegd: Houtverbruik in kg/uur Calorische onderwaarde in MJ/kg Branderbelasting in % Berekende branderbelasting in kw Onderdruk vuurhaard in Pascal Mediumdruk in bar Mediumtemperatuur in ºC Temperatuur verbrandingslucht in ºC Temperatuur verbrandingsgassen ºC CO 2 /O 2- gehalte in % CO-gehalte in ppm

CO-luchtvrij in % Luchtovermaat Schoorsteenverlies in % t.o.v. onderwaarde Stookrendement in % t.o.v. onderwaarde Vermogen in kw (schoorsteenzijdig bepaald) Opgegeven vermogen toestel in kw Pagina 11 Het meetpunt waar de monstername heeft plaatsgevonden dient omschreven te zijn in het rapport. Pompschakeling Het kan van belang zijn dat de ketel van een pompschakeling is voorzien. Deze pompschakeling dient er voor te zorgen dat de ketel niet condenseert en geen warmte kan onttrekken aan de eventuele aanwezige buffervaten. (In principe is dit een constructieaspect en geen inspectie item.) Hierbij dient de EBI-inspecteur na te gaan of de pompschakeling bij het defect zijn de ketel installatie direct of indirect veilig uit bedrijf neemt. Inspectie rookgas reinigingsinstallatie De inspecteur dient het type en de wijze van rookgasreiniging te omschrijven in het rapport. Het is van belang dat er wordt nagegaan of de rookgasreiniger beveiligd dient te worden. Er zijn rookgasreinigers die een rookgasventilator hebben. De inspecteur dient na te gaan of deze wel of niet beveiligd dient te worden. In het rapport dient de beslissing gemotiveerd vastgelegd te zijn. Inspectie rookgasafvoersysteem Het rookgasafvoersysteem dient van inspectieluik(en) te zijn voorzien. In de stookruimte/opstellingsruimte mogen geen rookgassen naar buiten kunnen treden. Indien in het rookgasafvoersysteem een trekregelaar is op genomen dient deze enkelwerkend te zijn en op goed functioneren gecontroleerd te worden. Rapportages De inspecteur dient een rapport op maat te maken. In dit rapport dienen de grenswaarden duidelijk te worden vermeld. Het is van belang dat in het rapport wordt toegelicht waarom een extra beveiliging wel en/of niet noodzakelijk is. Overige installatie-aspecten Stookruimte voorschriften Ten aanzien van de ventilatie, opstelling-/stookruimte controleert de inspecteur of er in het installatievoorschrift specifieke aanvullende eisen staan vermeld. Hij moet ter plaatse vaststellen en registreren of ook aan deze eisen wordt voldaan. Bij installaties groter dan 130 kw bovenwaarde geld de NEN 3028 zie ook SCIOS Infoblad 6.

EMC Pagina 12 Elektromagnetische verschijnselen (bijvoorbeeld vervuiling op de netvoeding) kunnen het elektronisch regel- en beveiligingssysteem beïnvloeden. De inspecteur moet aan de hand van de documentatie en verklaringen verifiëren of bepaalde onderdelen (zoals bv. de O2 regeling) in de installatie voldoet aan de EMC-eisen. Indien niet aantoonbaar is dat de installatie hieraan voldoet, wordt geen verklaring van ingebruikname afgegeven. Bij de SCIOS-keuring wordt primair aandacht besteed aan aspecten op het gebied van veiligheid, milieu en emissie conform het Activiteitenbesluit. Daarnaast wordt gelet op meer algemene aspecten die niet onder BEMS vallen maar onder bijvoorbeeld milieuwetgeving of bouwkundige regelgeving. Er kan daarbij enkel worden uitgegaan van de een aantal (niet alle) vastgelegde, algemene eisen. Bij hout stookinstallaties is het mogelijk dat overlast ontstaat terwijl de installatie wel voldoet aan de milieueisen. In dat geval kan het bevoegd gezag aanvullende eisen stellen zoals het verhogen van het rookgasafvoerkanaal. Normen en voorschriften De normen en voorschriften die van toepassing kunnen zijn op de te inspecteren installatie, dienen terug te vinden te zijn in de installatie voorschriften en verklaringen van een fabrikant. Indien er bij een houtstookketel (machine) een aanvullende veiligheidscomponent moet worden toegevoegd, dan moet voor deze component een verklaring aanwezig zijn zoals beschreven in Bijlage II A van de MD 2006/42/EG Machine Richtlijn. Dit geldt onder andere voor elektronische beveiligingssystemen. CE-markering Door de fabrikant of de verantwoordelijke samenbouwer, moet op de installatie een CE-markering worden aangebracht. Op de verklaring moet zijn vermeld welke normen door de fabrikant zijn toegepast. (Europese) Richtlijnen en normen De volgende normen kunnen toegepast worden voor installaties uit de periode dat er nog geen normen voor houtstookinstallaties aanwezig waren (tot en met 1996): NEN 3028 VISA voorschriften Algemene veiligheidseisen de delen 1 & 2 KE 28 De EBI-er heeft de taak de bij hem bekende beveiligingsfilosofie toe te passen op houtstookinstallatiues. Voor installaties die na 1996 in gebruik zijn genomen, kunnen de volgende normen gehanteerd worden: Activiteitenbesluit milieubeheer 31 oktober 2012 3.2.1 Activiteitenregeling milieubeheer 24 oktober 2012 3.2.1

NEN-EN 303-5 Centrale verwarmingsketels voor vaste brandstoffen, met de hand of automatisch gestookt, nominale belasting tot 500kW. September 2010 NEN-EN 12809 Met vaste brandstoffen gestookte ketels tot 50 kw. Maart 2011 NEN-EN 746-2 Industriële installaties voor warmtebehandelingsprocessen-deel 2: Veiligheidseisen voor verbrandings- en brandstofsystemen. Juni 2010. De EBI-er dient hierbij na te gaan of deze normen op de installatie van na 1996 toepasbaar kunnen zijn. Pagina 13 De genoemde normen zijn van de laatste jaren. Het kan dus voorkomen dat de EBI-inspecteur de bij hem bekende beveiligingsfilosofie moet toepassen op installaties die na 1996 in gebruik zijn genomen.