Reduceerventiel voor stoom type 39-2

Vergelijkbare documenten
Veiligheidsafsluitventiel met drukreduceer Type Fig. 1 Type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB NL

Drukreduceer Type Fig. 1 Type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB NL

Model 42 Verschildrukregelaar (sluitend) Type type Type A type A Type B type B

Verschildrukregelaar Type 45-1 Type 45-2 Type 45-3 Type Fig. 1 Type Fig. 2 Type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 3124 NL

Overstortventiel type 2114/2418

Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 2183 NL. Veiligheidstemperatuurbewaking (STW) met veiligheidsthermostaat type 2403 K

Model 42 Volumehoeveelheidsregelaar Type 42-36

Model 240 Pneumatisch open-/dicht-regelventiel Type 3351

Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 3017 NL. Hoeveelheids- en verschildrukregelaar Type Hoeveelheid- en verschildrukof drukregelaar Type 42-39

Drukregelaar zonder hulpenergie. Drukreduceer Type 2422/2424. Drukreduceer type 2422/2424. Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 2547 NL

Drukregelaar zonder hulpenergie. Drukreduceer type Drukreduceer type Inbouw- en bedieningshandleiding EB 2520 NL

Drukregelaar zonder hulpenergie Universele drukreduceer type 41-23

Temperatuurregelaar zonder hulpenergie Model 43 Temperatuurregelaar type 43-1 type 43-2

Pneumatisch regelventiel type 3335/3278 Pneumatisch regelventiel type

Drukregelaar type voor verhoogde luchtcapaciteit. Afb. 1 Drukregelaar type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB NL

AK 45 Gebruiksaanwijzing

Uitvoeringen. Bijbehorende overzichtsblad T 5800 Bijbehorende typebladen aandrijvingen T 8340, T 8331 T , T 5857, T 5824, T 5840

Inbouw- en bedieningshandleiding EB Pneumatisch regelventiel Type en type Type Type

Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8048 NL. Pneumatisch regelventiel Type en type

Pneumatische stoomomvormer Type en type Type en type Fig. 1 Type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8251 NL

Drukregelaar zonder hulpenergie. Universele drukreduceer Type Drukreduceer, type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 2512 NL

Pneumatische draaiaandrijving Type 3278

Model 250 Pneumatisch regelventiel Type en

BK 45 BK 45U. Gebruikershandleiding Condenspot BK 45, BK 45U

BK 46 Gebruikershandleiding

Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8546 NL. Drukregelaar type Type op klepstandsteller Type met filterhuis

GESTRA. GESTRA Steam Systems BK 212. Inbouwhandleiding Condenspot BK 212

Drukregelaar type 4708

DA 50. Drukverschilregelaars Drukverschilregelaar met instelbaar setpoint DN 32-50

GESTRA MK 36/51. Installatie instructies Condenspot MK 36/51

DRV4 Stalen Drukreduceerventiel

GESTRA. GESTRA Steam Systems VK 14 VK 16. Gebruikershandleiding Kijkglazen Vaposkop VK 14, VK 16

DRV4 Stalen Drukreduceerventiel

Pneumatisch regelventiel Type en type

DAL 516. Drukverschilregelaars Met instelbaar setpoint en debietregeling

Handleiding rookgascondensor INHOUDSOPGAVE: WERKING. 1.1 Algemeen 1.2 Werking INSTALLATIE

Magneetventielen type 3963

TECHNISCHE HANDLEIDING

PM 512. Bypassventiel Veiligheidsventiel

Model 240 Pneumatisch regelventiel type en type Doorgangsventiel type 3241

Handleiding aansluiten en in gebruik nemen zelfaanzuigende SHE pompen

Onderhoudsvrije zachtdichtende tussenklem afsluiter in DN-bouwlengte PN 6/10/16 DN (200)

Toepassing Identificatie Montage Instelling Onderhoud Reserveonderdelen... 50

DRV7 Nodulair gietijzeren drukreduceerventiel

Pneumatische aandrijvingen 1000, 1400, 2800 en 2 x 2800 cm² Type 3271

Reduceertoestel ARI fig. 960 direct werkende uitvoering. : water en stoom. Materiaal Huis

Montage- en onderhoudsinstruc ties Watts 909 terugstroombeveiliging Aansluitmaten DN 20 (3/4 ) t/m DN 250 (10 )

GESTRA. GESTRA Steam Systems BK 15. Gebruikershandleiding Condenspot BK 15, DN 40-50

GESTRA Steam Systems BK 15. Gebruikershandleiding Condenspot BK 15, DN 40-50

GESTRA Steam Systems BK 45 BK 45U BK 46. Gebruiksaanwijzing Condenspot BK 45, BK 45U, BK 46

STAG. Inregelafsluiters DN met gegroefde einden

Bedrijfsvoorschriften

DuoControl CS. NL Inbouwhandleiding Pagina 2

DP163 / DP163G Drukreduceertoestel

GESTRA Steam Systems AK 45. Gebruiksaanwijzing Opstart-aflaatklep AK 45

VIESMANN. Montagehandleiding VITOPLEX 200. Voor meer informatie: voor de vakman

Condenspot BK BK 212- ASME

Alwa-Kombi-4 (IN)REGELVENTIEL VOOR WARM TAPWATER CIRCULATIESYSTEMEN MET ONDERSTEUNING VOOR THERMISCH DESINFECTEREN TOEPASSING KENMERKEN CONSTRUCTIE

VTB 200 Vlinderkleppen

FT44 Koolstofstaal Gesloten vlotterkondenspot (DN15 tot DN50)

Reparatievoorschriften Demonteren van het CF500 besturingsventiel

Handleiding Zelfaanzuigende e-she pomp

Montagehandleiding Knikarmschermen Onlinezonneschermen.nl

Handleiding Kunststof afsluiters serie 100 & 200

DP143 / DP143H / DP143G / DP143Y Drukreduceertoestel - servogestuurd

Type 240 Pneumatische regelventielen type PSA, -7 PSA, -9 PSA Globe valve type 3241 PSA

37D / 37DE Temperatuurregelaar

Viesmann. Montage- en servicehandleiding. Blusinrichting. Veiligheidsinstructies. voor de vakman. voor Vitoligno 300-H

INSTALLATIE INSTRUCTIES VOOR VLINDERKLEPPEN

FT44 Gesloten vlotterkondenspot (DN15 tot DN50)

Vloerverwarmingsverdeler I.6.2. Vloerverwarmingsverdeler

Elektrische of pneumatische eindschakelaar type Fig. 1 Eindschakelaar type Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 8365 NL

ProMinent Multifunctieventiel

JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding

Driewegafsluiters met flens, PN40

UBK 46. Gebruiksaanwijzing Thermische condensaatafvoerregelaar UBK 46

Handboek reduceertoestel G4 Telefoon Telefax E mail ubel@ubel.nl Internet

KEYSTONE. CompoSeal-vlinderafsluiters, ringtype Handleiding voor installatie & onderhoud. Lees deze instructies zorgvuldig

DAF 516. Drukverschilregelaars Met instelbaar setpoint Voor installatie in de aanvoerleiding

Toebehoren sanitaire installaties

Montage handleiding Meskantafsluiters

DP27 / DP27E / DP27G / DP27GY / DP27R / DP27Y Drukreduceertoestel - Servogestuurd

Multiplex Trio F. Modell /2013 D E F / B GB I NL / B PL RUS

Gascat Brise Puls Gascat Brise Plus gasdrukregelaar Gebruiksaanwijzing

TA-COMPACT-P. Gecombineerde regel- en inregelafsluiters voor eindunits Drukgecompenseerde regel- en inregelafsluiter (PIBCV)

Flamco. Automaat voor drukverzorging Ontluchten Bijvullen D1/D2. Installatie- en bedieningsvoorschrift. 2002, Flamco

VIESMANN. Montagehandleiding VITOPLEX 200. Voor meer informatie: voor de vakman. Vitoplex 200 type SX2A, 90 tot 560 kw Olie-/gasketel

AIRFIX EXPANSIEVATEN. Voordelen toepassing Airfix vaten 2/3. Optimale doorstroming dankzij Airfix techniek 4/5. Tabellen 6/7

Keystone Figuur 85/86 Terugslagkleppen Handleiding voor installatie en onderhoud

Aanwijzingen bij het technisch gegevensblad, veiligheidsaanwijzingen, gekwalificeerd geschoold personeel pagina 2

Gebruiksaanwijzing bierinstallatie

Transcriptie:

Reduceerventiel voor stoom type 39-2 figuur 1 type 39-2 1. Constructie en werking Het reduceerventiel bestaat in wezen uit het ventielhuis met zitting, klepstang met klep en balg en de aandrijving met het membraan. Het reduceerventiel is bedoeld om de druk achter het ventiel op het ingestelde setpoint constant te houden. Het ventiel sluit wanneer de druk achter het ventiel stijgt. Uitgave September 1995 Inbouw- en bedieningsvoorschrift EB 2506 NL

Het te regelen medium stroomt in de richting van de pijl tussen de zitting (2) en de klep (3) door het ventiel. De stand van de klep bepaalt de doorstroming en zo de drukverhouding over het ventiel. De nadruk wordt via het expansievat (20) en de stuurleiding (25) overgedragen op het membraan (13) en omgevormd in een stelkracht. Deze stelkracht dient voor het verstellen van de klep, afhankelijk van de kracht van de stelveren (7). Deze kan op de setpoint-insteller worden ingesteld. Dit stoomreduceerventiel is aan de voor- en nadrukzijde volledig ontlast. De voordruk werkt op het onderste vlak van de klep en op het ongeveer even grote oppervlak van de balg (4.1), die tegelijkertijd als afdichting dient. De nadruk werkt op het bovenste oppervlak van de kegel en op het membraan, waarbij een deel van het membraan (ter grote van het klepoppervlak) als ontlastingsoppervlak functioneert. Daardoor worden krachten gecompenseerd, die door de voor- en de nadruk op de klep inwerken. 1 21 20 2 3 8 5 6 4.1 4 7 9 11 13 12 10 16 15 17 25 14 1 ventielhuis 2 zitting 3 klep 4 balgbehuizing 4.1 balg 5 klepstang 6 setpoint-insteller 7 stelveren 8 flens 9 traverse 10 aandrijving 11 membraanstang 12 ontluchtingsbout alleen bij 640 cm 2 13 membraan 14 bouten, moeren 15 membraanschotel 16 moer 17 stuurleiding-aansluiting evt. smoorkoppeling 20 expansievat 21 vulplug 25 stuurleiding Figuur 2 2

2 Inbouw 2.1 Inbouwpositie Het reduceerventiel moet in een horizontale leiding worden gemonteerd met de aandrijving naar beneden gericht. De doorstroomrichting moet overeenkomen met de pijl op de behuizing. Let erop bij de keuze van de inbouwplaats, dat het instrument ook na montage goed toegankelijk blijft. Het instrument moet spanningsvrij worden gemonteerd. Eventueel de leidingen in de buurt van de aansluitingen ondersteunen. Breng nooit ondersteuningen aan op het ventiel of de aandrijving. Om het ventiel vrij te houden van condensaat, moet de leiding naar beide zijden licht aflopen. Wanneer de leiding voor of achter het ventiel loodrecht naar boven loopt, dan moet een automatisch ontwatering worden gemonteerd (SAMSON condensaat-aftap type 13 E). Tussen het reduceerventiel en het aftappunt voor de nadruk, mag in geen geval een apparaat worden geplaatst dat invloed heeft op de diameter van de leiding (bijv. temperatuurregelaar, afsluiter, enz.). Wanneer een by-pass leiding aanwezig is, dan moet deze zodanig worden gelegd dat deze achter het aftappunt voor de nadruk in de leiding uitmondt. In de by-pass leiding moet een ventiel worden gemonteerd. Spoel de leiding zorgvuldig door voordat het reduceerventiel wordt ingebouwd, zodat door het medium meegevoerde vaste deeltjes en andere verontreinigingen het, betrouwbaar functioneren en vooral de dichte afsluiting niet nadelig kunnen beïnvloeden. Er moet voor het reduceerventiel een filter (SAMSON type 2N) worden ingebouwd (zie par. 2.3). 2. Stuurleidingen en expansievat De stuurleiding moet ter plekke uit 3/8" leiding worden gemaakt. Wanneer de leiding in koper moet worden uitgevoerd dan verdient het aanbeveling leiding 12 x 1 te gebruiken. Een expansievat is noodzakelijk voor condensaatvorming en zo voor bescherming van het membraan tegen te hoge temperaturen. 1 2 3 5 4 6 7 min. 1/2" figuur 3.1 aansluiting stuurleiding figuur 3.3 aansluiting onder midden van de flens 6 1 2 3 5 figuur 3.2 aansluiting stuurleiding verdeler 8 figuur 3.4 aansluiting boven midden van de flens extra condensaatzuil figuur 3 inbouwvoorbeelden 1 afsluiter 2 manometer voordruk 3 filter 4 expansievat 5 reduceerventiel 6 manometer nadruk 7 afsluiter 8 condensaat-snelaftap 3

De stuurleiding moet tenminste op 1 m afstand van de ventieluitlaat worden aangesloten op de nadrukleiding (figuur 3.1). Wanneer een verdeler aanwezig is na het reduceerventiel (figuur 3.3) dan volgt aansluiting op de verdeler, ook wanneer de afstand meerdere meters is. Wanneer de nadrukleiding achter het ventiel door een conisch verloopstuk groter in diameter wordt, dan moet de aansluiting worden gemaakt in het vergrootte deel van de leiding. De stuurleiding wordt aan de zijkant in het midden van de leiding of de verdeler aangesloten en met een licht afschot naar boven (ca. 1:10) naar het expansievat gelegd. De inbouwpositie van het expansievat is gemarkeerd door middel van een sticker met een pijl en het woord "oben", is aan de bovenzijde ingeslagen. Het vat moet in deze positie worden ingebouwd anders kan de juiste werking van het reduceerventiel niet worden gewaarborgd. De leiding vanuit het aftappunt wordt op de 3/8"-sok op het vat gelast. Het expansievat moet altijd op het hoogste punt van de stuurleiding worden geïnstalleerd, d.w.z. dat ook de stuurleiding tussen het expansievat en de aandrijving onder afschot moeten worden gelegd (leiding 3/8" met schroefdraadkoppelingen). Wanneer de stuurleidingaansluiting onder het midden van de ventieluitlaat ligt dan moet het expansievat op dezelfde hoogte als de uitlaatflens worden gemonteerd (zie figuur 3.2). De stuurleiding van het aftappunt naar het expansievat moet in dit geval tenminste een diameter 1/2" hebben. Bij een stuurleidingaansluiting boven het midden van het ventieluitlaat moet het expansievat op dezelfde hoogte als het aftappunt worden gemonteerd (figuur 3.4). De extra druk van de condensaatkolom kan door het hoger instellen van het setpoint worden weggeregeld. 2.3 Filter Het filter wordt voor het reduceerventiel ingebouwd. De doorstroomrichting moet overeenkomen met de ingegoten pijl. De zeefkorf moet naar onderen zijn gericht. Er moet op worden gelet dat er voldoende ruimte is om de zeefkorf uit te bouwen. 2.4 Afsluiter Het verdient aanbeveling om voor het filter en na het reduceerventiel een handafsluiter in te bouwen zodat de installatie bij reinigings- en onderhoudswerkzaamheden en tijdens langere bedrijfspauzes kan worden afgesloten. 2.5 Manometer Ter controle van de in de installatie heersende druk, moet er voor en achter de regelaar een manometer worden ingebouwd, waarbij de manometer bedoeld voor de nadruk in geen geval mag worden ingebouwd voor het aftappunt van de nadruk 3 Bediening 3.1 Inbedrijfname De vulplug (21) op het expansievat wordt losgedraaid en met behulp van de meegeleverde kunststof trechter of een kan water, wordt het expansievat gevuld totdat deze via de vulplug overstroomt. Nu de ontluchtingsschroef vastdraaien en het systeem navullen totdat de vulplug weer overstroomt. Bij een 640 cm 2 aandrijving moet bovendien de been ontluchtingsstop worden afgedraaid (12). Vulplug weer inschroeven en vastdraaien; Het reduceerventiel is nu gereed voor bedrijf. Open de handbediende afsluiters langzaam om waterslag te voorkomen. 4

3.2 Instellen setpoint De gewenste nadruk kan worden ingesteld door de setpoint-insteller (6) te verdraaien. Door het rechtsom verdraaien (met de klok mee) wordt de nadruk verhoogd, naar links draaien vermindert de nadruk. De manometer aan de nadrukzijde maakt controle van het setpoint mogelijk. 3.3 Storingen Wanneer de nadruk (manometer aan de nadrukzijde) sterk afwijkt van het ingestelde setpoint, dan moet eerst de doorlaat van de stuurleiding en de dichtheid van het membraan worden gecontroleerd. Bij andere oorzaken zoals beschadigde zitting en klep verdient het aanbeveling onze service-dienst te informeren, of om het ventiel ter reparatie op te sturen. Ga als volgt te werk bij een defect membraan 3.3.1 Vervangen membraan Installatie buiten bedrijf nemen door de afsluiters langzaam te sluiten. Maak het betreffende deel van de installatie drukloos en laat deze indien nodig leeglopen. Stuurleiding (25) afschroeven en reinigen. Bouten en moeren (14) op de aandrijving losdraaien en de afdekplaat wegnemen. Moer (16) afschroeven en membraanschotel (15) wegtillen. Membraan (13) vervangen. Ga voor de montage in omgekeerde volgorde te werk. Zie voor inbedrijfname par. 3.1. 5

4 Maten in mm en gewicht doorlaat DN 15 20 25 32 40 50 65 80 100 lengte L 130 150 160 180 200 230 290 310 350 lengte L1 PN 16 PN 25 setpoint-bereik bar 220 256 278 314 337 380 464 471 510 556 570 L L1 0,02 0,25 0,1 0,6 hoogte H 425 480 610 625 aandrijving Ø D = 38 A = 640 cm 2 1750 N hoogte H 425 480 610 625 aandrijving Ø D = 38 A = 640 cm 2 4400 N H conische uitloop 0,2 1,2 hoogte H 410 460 590 605 aandrijving Ø D = 28 A = 640 cm 2 4400 N ØD 0,8 2,5 hoogte H 410 465 595 610 aandrijving Ø D = 22 A = 160 cm 2 4400 N 2 5 hoogte H 390 445 595 610 aandrijving Ø D = 170 A = 80 cm 2 D=225, A=160 4400 N 8000N 4,5 10 hoogte H 390 445 575 590 aandrijving D=170, A=40 Ø D = 17 A = 80 cm 2 4400 8000 7000 8 16 hoogte H 390 445 575 590 aandrijving Ø D = 17 A = 40 cm 2 D=170, A=80 8000 N 0,02...0,6 gewicht 21 22 22 28 30 34 50 57 66 0,1...1,2 gietstaal PN 16 16 17 17 22 24 28 45 52 61 0,8...2,5 ca. kg 14 15 15 21 22 26 42 49 58 2...16 12 13 13 18 21 24 40 47 56 5. Informatie bij de leverancier Vermeld s.v.p. bij informatie bij uw leverancier: 1. type en nom. diameter 2. opdracht- en fabricagenummer (op typeplaatje) 3. voordruk en nadruk 4. doorstroming in kg/h 5. is een filter ingebouwd. 6. inbouwtekening SAMSON REGELTECHNIEK B.V. Postbus 290 (Signaalrood 10) NL - 2700 AG ZOETERMEER Tel. 079 - (3)610 501* Fax 079 - (3)615 930 EB 2506 NL Va.

Omzetten van verchromen naar iriserend passiveren Omzetten van verchromen naar iriserend passiveren De productie van SAMSON is bezig met het wijzigen van de oppervlaktebehandeling van gepassiveerd stalen onderdelen. Als gevolg hiervan kunt u een apparaat ont vangen wat is samengesteld uit delen die zijn onderworpen aan verschillende oppervlaktebehandelingsmethoden. Dit betekent dat het oppervlak van sommige onderdelen verschillende reflecties kan laten zien. Bepaalde onderdelen kunnen een zwak gele glans of zilverachtige reflectie hebben. Dit heeft geen effect op de bescherming tegen corrosie. Voor meer informatie, ga naar u www.samson.de/chrome-en.html