Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 vrijdag 19 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Vergelijkbare documenten
biologie CSE BB herziene versie

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 23 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Correctievoorschrift VMBO-BB 2017

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 25 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Organen, Cellen en Ordening

Examenopgaven VMBO-BB 2003

Examen VMBO-BB 2005 BIOLOGIE CSE BB. tijdvak 12. Naam kandidaat Kandidaatnummer. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 donderdag 23 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 maandag 23 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 23 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 20 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 2 dinsdag 19 juni uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 donderdag 24 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Deze bijlage bevat informatie. KB-0191-a-14-2-b

Examen VMBO-BB 2005 BIOLOGIE CSE BB. tijdvak 1 donderdag 2 juni uur. Naam kandidaat Kandidaatnummer

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 21 juni uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 21 mei uur. Naam kandidaat. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 woensdag 28 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Voortplanting. Examen VMBO-GL en TL. biologie CSE GL en TL. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 donderdag 15 mei uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

van een muskiet weer? Leg je antwoord uit.

Toelatingsexamens en Ondersteunend Onderwijs

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 18 juni uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

6.9. Werkstuk door E woorden 25 juni keer beoordeeld. Biologie voor jou. Inhoudsopgave

Bijlage VMBO-GL en TL

Correctievoorschrift VMBO-KB

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2 donderdag 18 juni uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1. Deze bijlage bevat informatie. KB-0191-a-11-1-b

THEMA 8 Opslag, uitscheiding en bescherming EXAMENTRAINER OEFENVRAGEN 4 VMBO-bk. talgklier haarspier. borstelhaar

Examenopgaven VMBO-BB 2004

drs. E.J. van der Schoot

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 22 juni uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Oefen Repetitie KGT thema Bloedsomloop

Examenopgaven VMBO-BB 2003

Cellen aan de basis.

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak uur. Bij dit examen horen een bijlage en een uitwerkbijlage.

Correctievoorschrift VMBO-KB

Examen VMBO-BB 2006 BIOLOGIE CSE BB. tijdvak 1 dinsdag 30 mei uur. Naam kandidaat Kandidaatnummer

BASISSTOF 1 HET BLOED OM TE ONTHOUDEN

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Bijlage met informatie b

Correctievoorschrift examen VMBO-BB 2003

UNIFORM EINDEXAMEN MULO 2012

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. WEEFSELS EN ORGANEN. Bij de plant komen verschillende typen weefsels voor.

Bijlage VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 2. Deze bijlage bevat informatie.

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 donderdag 17 mei uur

Correctievoorschrift VMBO-KB

halvemaanvormige kleppen) Doordat de hartkamers het bloed met kracht wegpompen.

VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 3VMBO- BK Deel 1 en 2 KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week

PULO / MULO staatsexamen lesmateriaal Vak: Biologie Les 6

Lees eerst informatie 1 tot en met 7 en beantwoord dan vraag 34 tot en met 51. Bij het beantwoorden van die vragen kun je de informatie gebruiken.

Ademhalingsoefeningen bij een longaandoening. Afdeling fysiotherapie IJsselland Ziekenhuis

Samenvatting Biologie Thema 4:

Biologie ( havo vwo )

keer beoordeeld 4 maart 2018

basisstof 1 gaswisseling bij dieren om te onthouden

2009 I GT Biologie verzameld NVON-commentaar

Examen VMBO-BB. biologie CSE BB. tijdvak 1 vrijdag 29 mei uur. Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje.

Correctievoorschrift VMBO-KB

VAK: BIOLOGIE METHODE: Biologie voor jou 3VMBO- BK Deel 1 en 2 KLAS: 3 CONTACTUREN PER WEEK: 3 x 50 minuten per week

Naam: BLOEDSOMLOOP. Vraag 1. Waaruit bestaat bloed?

biologie CSE GL en TL COMPEX

DEZE TAAK BESTAAT UIT 40 ITEMS. WEEFSELS EN ORGANEN. De tekening geeft een gewricht met de verschillende delen schematisch weer.

Bijlage VMBO-GL en TL

A. de hersenen en het ruggenmerg B. het hersenvlies en de hersenstam C. het cerebrospinaal vocht en de gevoelszenuwen D. de klieren en de lymfevaten

Correctievoorschrift VMBO-BB

Eet smakelijk René de Groot

1) Wat is het verschil tussen de grote en kleine bloedsomloop? 2) Tot welke bloedsomloop behoren je hersenen?

Tussen de trofoblast en de kiemschijf wordt de navelstreng gevormd.

Bijlage VMBO-GL en TL

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL

Correctievoorschrift VMBO-KB 2014

Samenvatting Biologie Thema 1: Organen en cellen

Examen VMBO-KB 2006 BIOLOGIE CSE KB. tijdvak 2 dinsdag 20 juni uur. Bij dit examen horen een uitwerkbijlage en een bijlage.

Eindexamen biologie compex vmbo gl/tl I

SO Biologie T3: De bloedsomloop

Correctievoorschrift VMBO-KB

Herhalingsles Het lichaam. Ademhaling. Benoem de aangeduide delen op onderstaande tekeningen aan.

Correctievoorschrift VMBO-BB

Correctievoorschrift VMBO-KB

6.5. Opdracht 1. Opdracht 2. Opdracht 4. Boekverslag door K woorden 10 mei keer beoordeeld. Basisstof 1

Eindexamen biologie vmbo gl/tl I

Bijlage VMBO-GL en TL

Examen VMBO-KB. biologie CSE KB. tijdvak 1 donderdag 9 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Basisberoepsgerichte leerweg: Wat moet je kennen voor het Centraal Eindexamen (CE) Biologie VMBO BI/K/3 Leervaardigheden in het vak biologie

Van cel tot organisme vmbo-b12. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Examen VMBO-GL en TL-COMPEX

Van cel tot organisme hv12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Correctievoorschrift VBO-MAVO-D. Biologie

Ik wil anticonceptie gaan gebruiken. Poli Gynaecologie

Paragraaf 6.1 en Osmotische waarde, ph weefselvloeistof, glucosegehalte

Examen VMBO-GL en TL-COMPEX

Werkstuk Biologie Lichaamstelsels

Correctievoorschrift VMBO-GL en TL-COMPEX 2005

Eindexamen biologie vmbo gl/tl II. De kip en het ei. Informatie 1 Uiterlijk

Correctievoorschrift VMBO-BB

Bijlage VMBO-GL en TL

Correctievoorschrift VMBO-KB

Bijlage VMBO-GL en TL 2004

GEZONDHEIDSKUNDE. Het menselijk lichaam

Transcriptie:

Examen VMBO-BB 2017 tijdvak 1 vrijdag 19 mei 13.30-15.00 uur biologie CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 35 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 43 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een goed antwoord behaald kunnen worden. BB-0191-a-17-1-o

Meerkeuzevragen Omcirkel het goede antwoord (voorbeeld 1). Geef verbeteringen aan volgens voorbeeld 2 of 3. (1) A A A B B B (2) X (3) B X C C X C D D D Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen. Zwangerschap Om zwanger te kunnen worden is Sofie een half jaar geleden gestopt met het slikken van de anticonceptiepil. De anticonceptiepil beschermt niet tegen een seksueel overdraagbare aandoening (SOA). 1p 1 Welk voorbehoedmiddel beschermt wel tegen een SOA? A een condoom B een pessarium C een spiraaltje 1p 2 Wat is de functie van de anticonceptiepil? A Die voorkomt het innestelen van een bevruchte eicel. B Die voorkomt het vrijkomen van de eicel. C Die zorgt voor de afbraak van de zaadcellen. D Die zorgt voor het aangroeien van het baarmoederslijmvlies. BB-0191-a-17-1-o 2 / 17 lees verder

1p 3 In het diagram is schematisch de dikte van het baarmoederslijmvlies tijdens de menstruatiecyclus van Sofie te zien. Sofie heeft een regelmatige menstruatiecyclus van 28 dagen. dikte baarmoederslijmvlies 0 2 4 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 26 28 tijd in dagen Op welke dag is de kans op een bevruchting het grootst? A op dag 0 B op dag 4 C op dag 14 D op dag 24 E op dag 28 1p 4 Om zwanger te worden, moet een eicel bevrucht worden. Waar vindt de bevruchting plaats? A in de baarmoeder B in de vagina C in een eierstok D in een eileider 1p 5 Zaadcellen zijn lichaamsvreemde stoffen voor vrouwen. Tegen lichaamsvreemde stoffen worden antistoffen gemaakt. Deze antistoffen kunnen zaadcellen beschadigen. Welke bloeddeeltjes maken antistoffen? A bloedplaatjes B rode bloedcellen C witte bloedcellen 1p 6 Sophie raakt zwanger. In de 14e week van haar zwangerschap wordt een echo gemaakt. Een echo is een prenataal onderzoek. Schrijf een ander prenataal onderzoek op. BB-0191-a-17-1-o 3 / 17 lees verder

2p 7 Je ziet een afbeelding van een echo. De letter P geeft het ruggenmerg van de foetus aan. Het ruggenmerg behoort tot het centraal zenuwstelsel. Schrijf twee andere delen van het centraal zenuwstelsel op. deel 1: deel 2: Het oog In de afbeelding zie je een doorsnede van het oog. P 1p 8 Licht valt op vlies P. Hoe heet dit vlies? A hoornvlies B netvlies C regenboogvlies D vaatvlies BB-0191-a-17-1-o 4 / 17 lees verder

Voetballende robots In de afbeelding zie je voetballende robots. Op hun rug dragen ze batterijen. In de batterijen worden stoffen omgezet in elektrische energie. Deze energie wordt gebruikt voor de bewegingen. Zo n robot beslist zelf wanneer hij op het doel schiet. Als een robotkeeper een bal waarneemt, maakt hij zich groot en breed. Hij reageert dus net als een echte keeper. Je zou kunnen zeggen dat de robots levenskenmerken vertonen: ze kunnen waarnemen, ze reageren op prikkels, ze hebben stofwisseling en ze kunnen bewegen. Andere levenskenmerken ontbreken bij deze robots. 1p 9 Schrijf een levenskenmerk op dat ontbreekt bij deze robots. 1p 10 Als een robotkeeper een bal waarneemt, worden elektrische signalen door metalen draden naar computers verstuurd. Deze computers zijn de hersenen van robot. Bij mensen worden elektrische signalen via zenuwen naar de hersenen verstuurd. Hoe worden deze elektrische signalen bij mensen genoemd? A impulsen B prikkels C zintuigen 1p 11 In de afbeelding zie je de voeten van de robots. De voeten van de robots zijn ontwikkeld om te lijken op de voeten van viervoeters zoals beren. Zijn deze robots volgens de informatie hoefgangers, teengangers of zoolgangers? A hoefgangers B teengangers C zoolgangers BB-0191-a-17-1-o 5 / 17 lees verder

De citroenmelisse De citroenmelisse is een plant met een sterke citroengeur. De plant heeft van juli tot en met september witte bloemen. Deze bloemen worden vaak bezocht door honingbijen. Door de uitlopers van de wortels kan de plant zich na de winter snel verspreiden. 1p 12 Hoe plant de citroenmelisse zich voort? A alleen geslachtelijk B alleen ongeslachtelijk C geslachtelijk en ongeslachtelijk 1p 13 Je ziet een schematische tekening van een plantencel. Deel P bevat bij de citroenmelisse geurstoffen. P Hoe heet dit deel van de cel? 2p 14 Kenmerken van bijen zijn: De beharing op het achterlijf kan kort of lang zijn. De banden op het achterlijf kunnen smal of breed zijn. De ogen kunnen behaard of kaal zijn. Het achterlijfspunt kan licht of donker behaard zijn. De kleur van het gezicht kan geel of zwart zijn. Omcirkel de juiste kenmerken van de honingbij. Gebruik hiervoor de afbeelding op de volgende bladzijde. de beharing op het achterlijf is kort lang onbekend de banden op het achterlijf zijn smal breed onbekend de ogen zijn behaard kaal onbekend de beharing op het achterlijfspunt is licht donker onbekend de kleur van het gezicht is geel zwart onbekend BB-0191-a-17-1-o 6 / 17 lees verder

Achterlijfspunt licht behaard Borststuk zwart met gele dwarsband Achterzijde borststuk geel behaard Achterlijf lang behaard Achterlijfspunt donker behaard Poten overwegend zwart behaard Gezicht geheel zwart Tuinhommel Vosje Achterzijde borststuk zwart behaard Gezicht geel getekend Aardhommel Gewone sachembij Achterlijf met smalle lichte bandjes Borststuk bruin behaard, tong kort Lichte viltplekken op gezicht langs de ogen Achterlijf kort behaard Achterlijf met brede banden Rugplaten alleen aan de basis bevilt Ogen behaard, zijkant achterschenen glad Witbaardzandbij Honingbij Achterlijfspunt met kaal lengtegroefje Ogen kaal, achterlijfspunt met lengtegroefje Roodpotige groefbij Gewone geurgroefbij BB-0191-a-17-1-o 7 / 17 lees verder

Organen In de afbeelding zie je enkele organen in het lichaam. De letter P geeft een stukje huid aan. De huid bevat veel zweetklieren, waarmee de temperatuur van het lichaam kan worden geregeld. Als de temperatuur van je lichaam te hoog wordt, ga je zweten. P 1p 15 Hoe heet de huidlaag waarin zich deze zweetklieren bevinden? 2p 16 In de afbeelding zie je verschillende organen. Enkele daarvan behoren tot het uitscheidingsstelsel. Schrijf de naam van twee van deze organen op. orgaan 1:.. orgaan 2:.. BB-0191-a-17-1-o 8 / 17 lees verder

Termieten Termieten zijn hout-etende insecten die vooral leven in de tropen en in de subtropen. In de darmen van termieten komen eencellige organismen voor. Deze organismen zetten de houtvezels om in glucose. 1p 17 Waarmee halen termieten adem? A met kieuwen B met longen C met tracheeën 1p 18 De organismen in de darmen van termieten hebben een celwand, maar geen celkern. Welke organismen zijn dit? A bacteriën B planten C schimmels Termieten eten graag het hout van eucalyptusbomen. Termieten bouwen termietenheuvels. Deze heuvels bestaan uit zand, gemengd met speeksel van de termieten. Aardvarkens kunnen deze heuvels kapotmaken om de termieten op te eten. 2p 19 In de informatie worden drie organismen genoemd. Maak een voedselketen met deze drie organismen. 1p 20 Het hout dat termieten eten, wordt door de bomen van glucose gemaakt. Hoe heet het proces waarbij bomen onder invloed van licht glucose maken? BB-0191-a-17-1-o 9 / 17 lees verder

Middelen tegen tandbederf Er wordt veel onderzoek gedaan naar middelen tegen tandbederf. Een nieuw middel is EC40. Dit middel bevat een bacteriedodende stof. In de tabel staan resultaten uit een onderzoek naar de werking van deze stof. Aantal schadelijke bacteriën na behandeling met EC40 direct na de behandeling 0 na 6 weken 100 na 10 weken 3200 na 12 weken 4000 na 14 weken 1800 2p 21 Maak met behulp van de gegevens uit de tabel een staafdiagram met het aantal schadelijke bacteriën na 6, 10, 12 en 14 weken.... 10 000... BB-0191-a-17-1-o 10 / 17 lees verder

1p 22 EC40 kan gecombineerd worden met fluoride. Fluoride versterkt de buitenste laag van tanden en kiezen. Hoe heet deze buitenste laag? 1p 23 Speeksel bevat ook stoffen die bacteriën in de mond bestrijden. Daarnaast houdt speeksel de mond vochtig. Welke functie heeft speeksel nog meer? 1p 24 Door het eten van koolhydraatrijk voedsel neemt het aantal bacteriën in de mond weer toe na de behandeling met EC40. Veel voedingsmiddelen uit de schijf van vijf bevatten koolhydraten. Van welk vak bevatten de voedingsmiddelen gemiddeld per 100 gram de meeste koolhydraten? A van het vak aardappelen, brood, rijst en pasta B van het vak groente en fruit C van het vak halvarine, margarine en oliën D van het vak zuivel, vlees en vis BB-0191-a-17-1-o 11 / 17 lees verder

Sporten met je hart Sporten kun je doen om af te vallen, maar ook om je conditie te verbeteren. De maximale hartslag is het maximaal aantal slagen dat je hart per minuut kan doen. Deze verschilt per leeftijd. Je kunt het berekenen met de volgende formule: maximale hartslag = 220 - leeftijd Een sportclub gebruikt een schaal van één tot en met vijf om de zwaarte van de trainingen aan te geven. Deze trainingen zijn gebaseerd op een percentage van de maximale hartslag. Deze percentages zijn in de figuur te zien. 5 4 3 2 1 MAXIMAAL 100% ZWAAR 90% GEMIDDELD 80% LICHT 70% ZEER LICHT 60% training voor topsporters training voor het verbeteren van je snelheid training voor het verbeteren van je conditie training voor vetverbranding training voor herstel na een blessure 2p 25 Faisal heeft een hartslagmeter gekocht. Hij weet dat bij een training van schaal 5 zijn maximale hartslag 190 is. Hij berekent voor elke training in de sportclub zijn maximale hartslag. Vul de tabel verder in met deze waarden. schaal maximale hartslag 5 190 4 3 2 1 BB-0191-a-17-1-o 12 / 17 lees verder

1p 26 Faisal gebruikt een hartslagmeter om zijn pols. De hartslagmeter meet de bloedstroom door zijn bloedvaten. In één van zijn bloedvaten in de pols is de hartslag ook te voelen. Hoe heet dit bloedvat? A polsader B polshaarvat C polsslagader 1p 27 Faisal gaat trainen. Tijdens deze training neemt het aantal hartslagen per minuut toe. Daardoor wordt voldoende zuurstofrijk bloed naar de organen gepompt. Het bloed in de aorta, de longader en de longslagader bevat verschillende hoeveelheden zuurstof. Welk van deze bloedvaten bevat de minste hoeveelheid zuurstof per milliliter (ml) bloed? A de aorta B de longader C de longslagader 2p 28 Door de trainingen neemt het overgewicht van Faisal af. Overgewicht is een risicofactor voor het krijgen van een hartinfarct. Noteer twee andere risicofactoren voor het krijgen van een hartinfarct. risicofactor 1:.. risicofactor 2:.. BB-0191-a-17-1-o 13 / 17 lees verder

1p 29 Je ziet een hart met bloedvaten. Eén van deze bloedvaten is aangegeven met de letter P. Hoe heet dit bloedvat? A aorta B holle ader C kransslagader D longader E longslagader Het gehoororgaan In de afbeelding zie je het gehoororgaan. Deel P kan verstopt zijn met oorsmeer. Je kunt dan minder goed horen. 1p 30 Hoe heet deel P? BB-0191-a-17-1-o 14 / 17 lees verder

Urineweginfectie Een infectie in de urinewegen ontstaat meestal door bacteriën die rondom de urinebuis leven. P K L Q M R 1p 31 Waar leven volgens de informatie bacteriën die deze infectie veroorzaken? A rondom deel P B rondom deel Q C rondom deel R D rondom de delen P en Q E rondom de delen P en R F rondom de delen Q en R 2p 32 Urine wordt gemaakt in de nieren. Drie delen van de nieren zijn: nierbekken, niermerg en nierschors. In de informatie zijn deze drie delen met een letter aangegeven. Welke letter hoort bij welk deel? deel nierbekken niermerg nierschors letter BB-0191-a-17-1-o 15 / 17 lees verder

Ademhalingsoefeningen Op internet zijn verschillende webpagina s te vinden met ademhalingsoefeningen. Vooral voor mensen met COPD zijn deze ademhalingsoefeningen belangrijk. Bij COPD zijn soms de bronchiën ontstoken. Een ademhalingstechniek die beschreven is op een webpagina is huffen. Huffen gaat als volgt: 1 Adem diep in door je neus. 2 Open je mond en houd deze - tijdens de krachtige uitademing - wijd open. Adem uit door je mond alsof je een spiegel wilt bewasemen. Als tijdens het huffen slijm voelbaar is, herhaal je de oefening en hoest je aansluitend om die slijm naar je mond te brengen. 3 Het slijm dat je ophoest, kun je uitspugen of doorslikken. 1p 33 Welk deel in de afbeelding is volgens de informatie bij COPD soms ontstoken? A deel P B deel Q C deel R BB-0191-a-17-1-o 16 / 17 lees verder

Oorzaken van COPD kunnen zijn: astma, longontsteking en andere longziekten erfelijke ziekten schadelijke stoffen, zoals houtstof, lijm en verfdampen luchtvervuiling, bijvoorbeeld door fijnstof 1p 34 Bij huffen wordt aangeraden om in te ademen via je neus. Waardoor helpt de neusademhaling bij COPD volgens de informatie? A De lucht wordt daardoor gekeurd. B De lucht wordt daardoor gezuiverd. C De lucht wordt daardoor warmer. 1p 35 Als je slijm doorslikt, komt het in het darmkanaal terecht. Hoe heet het deel waarin het slijm dan als eerste terechtkomt? einde BB-0191-a-17-1-o 17 / 17 lees verder