FACULTEITSREGLEMENT FACULTEIT BEDRIJFSKUNDE



Vergelijkbare documenten
Faculteitsreglement. van de. Faculteit Construerende Technische Wetenschappen Faculty of Engineering Technology

FACULTEITSREGLEMENT Faculteit Geschiedenis, Cultuur en Communicatie. zich noemende: Erasmus School of History, Culture and Communication

Hoofdstuk 1. Algemeen

REGLEMENT STUDENTENRAAD

REGLEMENT VAN ORDE FACULTEITSRAAD RSM ERASMUS UNIVERSITY

Opleidingsstatuut Bacheloropleiding Automotive Studiejaar Reglement opleidingscommissie

REGLEMENT GEZAMENLIJKE VERGADERING VAN DE ONDERNEMINGSRAAD EN DE STUDENTENRAAD VAN DE TECHNISCHE UNIVERSITEIT DELFT

HOOFDSTUK 2: RAAD VAN BESTUUR LUMC EN ORGANISATIE

6. Medezeggenschap van studenten

Wetsartikelen ter toelichting van de OER

Toelichting op het model Faculteitsreglement

BESTUURSREGLEMENT AMSTERDAMSE HOGESCHOOL VOOR DE KUNSTEN

UR Reglement Universiteitsraad

Wetsartikelen ter toelichting van de OER

reglement opleidingscommissies HZ Stichting HZ Het college van bestuur van de Stichting HZ University of Applied Sciences;

Reglement van het Verantwoordingsorgaan

Reglement ICLON. Artikel 1. Begripsomschrijvingen

MEDEZEGGENSCHAPSREGLEMENT

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN

Reglement van orde van het College van Beroep voor de examens

De besturen van de faculteiten Technische Natuurkunde, Scheikundige Technologie en Wiskunde en Informatica:

HET COLLEGE VAN BESTUUR VAN DE UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM;

MEDEZEGGENSCHAPSREGLEMENT ONDERSTEUNINGSPLANRAAD (PO)

Dit hoofdstuk heeft betrekking op de in de bijlage van deze wet opgenomen hogescholen.

Reglement van Orde voor de Dienstraden. van de Beheerseenheden. van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Erasmus Universiteit Rotterdam

Artikel 9.34 Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek

64-1 GEMEENSCHAPPELIJK REGELING REGIONAAL ONDERWIJSBELEID WALCHEREN

Reglement ondernemingsraad Hogeschool Leiden

Faculteitsreglement Faculteit der Geesteswetenschappen

Reglement Ondersteuningsplanraad Plein 013

Versie: 2.0. Update mei 2014 Vastgesteld door: MT Documenteigenaar: Steffie Velthuis Functie: Functie: Jurist Toepassingsgebied: Geheel BJZ

Medezeggenschapsreglement Ondersteuningsplanraad. Samenwerkingsverband Nieuwe Waterweg Noord

Faculteitsreglement Tilburg School of Social and Behavioral Sciences

MEDEZEGGENSCHAPSREGLEMENT van samenwerkingsverband passend primair onderwijs Oosterschelderegio te Goes ( het samenwerkingsverband ).

KLACHTENREGELING CEDERGROEP

De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Drimmelen, ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft;

Regeling Beroep tegen Examenbeslissingen. MBO Utrecht. Colofon

Medezeggenschapsreglement van Stichting Samenwerkingsverband Passend Onderwijs VO te Groningen ( het samenwerkingsverband ).

HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN OPLEIDINGSCOMMISSIE BINNEN DE Faculteit XXX (NAAM INVULLEN) OC XXX (naam OC invullen)

Klachtenregeling Voor het primair en voortgezet onderwijs van de Stichting Het Rijnlands Lyceum

REGLEMENT COMMISSIE VAN BEROEP VOOR DE EXAMENS

Klachtenregeling studenten

Reglement Opleidingscommissies. NHL Stenden Hogeschool

Verordening Bezwarenprocedure Personele Aangelegenheden

REGELING MELDING ONREGELMATIGHEDEN UNIVERSITEIT LEIDEN

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN

Reglement van de faculteit der geneeskunde van de Universiteit Leiden. Inleiding Artikel 1... pag. 2

Regeling Geschillen- en Bezwarencommissie Orionis Walcheren WSW

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Sliedrecht; Regeling behandeling rechtspositionele bezwaren regio Drechtsteden

Faculteitsreglement. Tilburg School of Social and Behavioral Sciences

Transcriptie:

Concept (2,0) FACULTEITSREGLEMENT FACULTEIT BEDRIJFSKUNDE INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk I. Algemeen Artikel 1. Begripsbepalingen Hoofdstuk II. De inrichting van de faculteit Paragraaf II A. Het bestuur van de faculteit Artikel 2. Algemene leiding van de faculteit Artikel 3. De taken en bevoegdheden van de decaan Artikel 4. Verantwoordingsplicht en inlichtingenplicht van de decaan Artikel 5. Het managementteam van de faculteit Paragraaf II B. De instemmings- en adviesorganen van de faculteit Artikel 6. De faculteitsraad Artikel 7. De faculteitsraad; samenstelling/verkiezing/ zittingstermijn van de leden Artikel 8. De algemene bevoegdheden van de faculteitsraad; het adviesrecht Artikel 9. Bijzondere bevoegdheden van de faculteitsraad; het instemmingsrecht Artikel 10. Bijzondere bevoegdheden personeelsgeleding faculteitsraad Artikel 11. Het reglement van orde van de faculteitsraad Artikel 12. De opleidingscommissie; samenstelling; zittingsduur Artikel 13. De taken van de opleidingscommissie Artikel 14. Overleg met de opleidingscommissie Artikel 15. De overige adviesorganen binnen de faculteit

Paragraaf II C. Het bestuur van de opleiding(en) van de faculteit Artikel 16. De opleidingsdirecteur Artikel 17. De taken van de opleidingsdirecteur Artikel 18. De examencommissie(s) Paragraaf II D. De onderzoekinstituten/-scholen Artikel 19. De onderzoekinstituten/-scholen Artikel 20. Het bestuur van het onderzoekinstituut Artikel 21. Taken onderzoekdirecteur van het onderzoekinstituut Artikel 22. De onderzoekadviesraad Paragraaf II E. De vakgroepen Artikel 23. De vakgroepen Artikel 24. De voorzitter van de vakgroep Artikel 25. De taken van de voorzitter van de vakgroep Hoofdstuk III. Het collectief recht van beklag van de studenten Artikel 26. Het collectief klachtrecht; de wijze van uitoefening; de klagers Hoofdstuk IV. Het studieadvies aan het eind van het eerste jaar van inschrijving Artikel 27. Het studieadvies Hoofdstuk V. Slotbepalingen Artikel 28. Verschil van mening over het faculteitsreglement Artikel 29. Inwerkingtreding Artikel 30. Naamgeving Hoofdstuk I. Algemeen. Artikel 1. Begripsbepalingen. In dit reglement wordt verstaan onder de wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (kortweg: WHW; laatstelijk gewijzigd door de wet van 27 februari, Stb., no. 117, de wet Modernisering universitaire bestuursorganisatie, kortweg: MUB). De in dit reglement voorkomende begrippen hebben dezelfde betekenis als die, welke in de wet worden gehanteerd. Het begrip opleidingen kan, ter nadere bepaling van de 2

decaan, mede op andere facultaire opleidingen dan alleen op de initiële bedrijfskundige opleiding betrekking hebben. Onder initiële opleiding worden verstaan de opleidingen die op grond van hoofdstuk 6, titel 3 W.H.W. geregistreerd zijn in het centraal register opleidingen hoger onderwijs. Hoofdstuk II. De inrichting van de faculteit. Pargagraaf II A. Het bestuur van de faculteit Artikel 2. Algemene leiding van de faculteit. (artt.9. 12/9.13 WHW) 1. Het bestuur en het beheer van de faculteit berust bij de decaan van de faculteit. 2. De decaan wordt (her)benoemd, geschorst en ontslagen door het College van Bestuur. De decaan kan om gewichtige redenen - bij met redenen omkleed besluit - tussentijds worden geschorst en ontslagen. Het college hoort vertrouwelijk de faculteitsraad, alvorens te besluiten tot benoeming, (tussentijdse) schorsing of (tussentijds) ontslag van de decaan. 3. De decaan wordt benoemd voor een termijn van 4 jaar. 4. De decaan bezit de hoedanigheid van hoogleraar. Artikel 3. De taken en bevoegdheden van de decaan. (artt.9.12; 9.13; 9.14; 9.15; 9.17 WHW) 1. De decaan is belast met de algemene leiding van de faculteit. 2. De decaan is voorts belast met het bestuur en de inrichting van de faculteit voor wat betreft het onderwijs en de wetenschapsbeoefening. 3. De decaan stelt ter nadere regeling van het bestuur en de inrichting van de faculteit het faculteitsreglement vast. De vaststelling c.q. wijziging van dit reglement behoeft de instemming van de faculteitsraad en de goedkeuring van het college van bestuur. 4. De decaan stelt ter nadere regeling van het beheer van de faculteit de beheersinstructie vast als bedoeld in het bestuurs- en beheersreglement van de faculteit. De vaststelling c.q. wijziging van dit reglement behoeft de goedkeuring van het college van bestuur. 5. De decaan benoemt een opleidingsdirecteur voor elke opleiding van de faculteit en ontslaat deze. 6. De decaan stelt facultaire onderzoekinstituten/-scholen in en heft deze op. 7. De decaan stelt vakgroepen in en heft deze op. De decaan benoemt een voorzitter voor elke vakgroep en ontslaat deze. 8. De decaan is voorts belast met: a. het vaststellen en wijzigen van de onderwijs- en examenregeling (o.e.r.) en de regelmatige beoordeling hiervan, met inachtneming van de richtlijnen van het college 3

van bestuur; de vaststelling c.q. wijziging behoeft een advies van de desbetreffende opleidingscommissie en examencommissie, alsmede de instemming van de faculteitsraad echter met uitzondering van de onderdelen van de o.e.r., als bedoeld in art.7. 13, lid 2 sub a t/m g, en art. 17 lid 3, W.H.W.; b. het vaststellen van de algemene richtlijnen voor de wetenschapsbeoefening, de onderzoekdirecteur gehoord; c. het vaststellen van het jaarlijks onderzoekprogramma van de faculteit, de onderzoekdirecteur gehoord; d. het houden van toezicht op de uitvoering van de o.e.r. en op het jaarlijks onderzoekprogramma, alsmede het uitbrengen van regelmatig verslag hieromtrent aan het college van bestuur; e. het instellen van examencommissies en van de commissie colloquium-doctum en de benoeming van de leden van deze commissies; f. de uitvoering van het gestelde in art. 7. 8, sub b en art. 7.9 van de wet, m.u.v. het aanwijzen van de opleidingen bedoeld in art. 7. 8, sub b, derde lid en in art. 7.9, eerste lid van de wet; g. het vaststellen van nadere regels omtrent de wijze waarop de in de wet geregelde vrijstellingen kunnen worden verkregen; h. het sluiten van een gemeenschappelijke regeling ten behoeve van een of meer opleidingen met een of meer decanen van andere faculteiten, met inachtneming van het hieromtrent gestelde in het bestuurs- en beheersreglement; i. het treffen van voorzieningen ter zake van het in de wet bedoelde collectief klachtrecht van een groep studenten; j. het doen van voorstellen aan het college van bestuur over de benoeming van hoogleraren; k. de organisatie van de vergaderingen van de faculteitsraad; l. het vaststellen van de werkrelaties tussen de personeelsleden van de faculteit, in het bijzonder wat betreft de uitvoering van de onderwijs- en/of onderwijstaken. 9. De decaan legt de bevoegdheden van een opleidingdirecteur of een onderzoekdirecteur vast in een afzonderlijke mandaatregeling, voor zover althans deze bevoegdheden niet blijken uit dit reglement. 10. De decaan werkt mee aan het bestuur van de universiteit door onder meer het plegen van overleg met het college van bestuur ter zake van de voorbereiding van het instellingsplan en de begroting. 11. De decaan oefent het recht van voordracht uit met betrekking tot het verlenen van een doctoraat honoris causa. Artikel 4. Verantwoordingsplicht en inlichtingenplicht van de decaan 1. De decaan is verantwoording verschuldigd aan het college van bestuur. 2. Hij verstrekt aan het college van bestuur de gevraagde inlichtingen omtrent de faculteit. 4

Artikel 5. Advisering decaan. 1. De decaan laat zich bij de uitoefening van zijn taken bijstaan door het bestuursteam en het managementoverleg. 2. Het bestuursteam van de faculteit bestaat in ieder geval uit de pro-decaan, de secretaris van de faculteit, een lid van het wetenschappelijk personeel en een student. De decaan zit het bestuursteam voor. 3. De pro-decaan wordt verkozen door en uit de hoogleraren van de faculteit door de voorzitters van de vakgroepen. Hij vervangt de decaan bij diens afwezigheid. 4. De student wordt gekozen door de vertegenwoordiging van de studenten in de faculteitsraad uit de voor de studie Bedrijfskunde EUR ingeschreven studenten. 5. Het lid van het wetenschappelijk personeel wordt voorgedragen door de leden van de faculteitsraad uit de vastbenoemde leden van het vastbenoemde wetenschappelijk personeel, niet zijnde hoogleraar. Een lid van het wetenschappelijk personeel van de personeelsgeleding in de faculteitsraad kan niet worden voorgedragen. 6. Het managementoverleg bestaat in ieder geval uit de voorzitters van de vakgroepen, de onderzoek- en onderwijsdirecteur(en), de directeur van de onderzoekschool, de diensthoofden en de leden van het bestuursteam. De decaan zit het managementoverleg voor. 7. Het managementoverleg vergadert in beginsel elke maand. De vergaderingen van het managementoverleg worden voorbereidt door het bestuursteam. Paragraaf II B. De instemmings- en adviesorganen van de faculteit. Artikel 6. De faculteitsraad. (artt. 9.30 e.v. WHW) 1. De faculteitsraad vervult de functie van het medezeggenschapsorgaan jegens de decaan. Artikel 7. De faculteitsraad: samenstelling/verkiezing/zittingstermijn van de leden (artt. 9.31; 9.37 WHW) 1. De faculteitsraad bestaat uit tien leden. De helft van deze leden wordt gekozen door en uit het personeel van de faculteit, waarvan drie leden door en uit het wetenschappelijk personeel, een lid door en uit de assistenten in opleiding en een lid door en uit het ondersteunend en beheerspersoneel. De andere helft van deze leden wordt gekozen door en uit de studenten van de faculteit. 2. De zittingstermijn van de door het personeel gekozen leden bedraagt twee jaar, die van de door de studenten gekozen leden één jaar. 5

Wie wordt gekozen ter vervulling van een tussentijds opengevallen plaats treedt af op het moment, waarop zijn voorganger zou hebben moeten aftreden. 3. De zittingstermijn van de leden van de faculteitsraad vangt aan op 1 september en eindigt op 31 augustus. 4. De leden waarvan de termijn is afgelopen zijn terstond herkiesbaar voor nog één termijn. 5. De verkiezing van de leden van de faculteitsraad vindt plaats overeenkomstig nader bij of krachtens dit reglement vast te stellen regels. 6. De vergaderingen van de faculteitsraad zijn openbaar, tenzij de raad met inachtneming van het gestelde in het reglement van orde anders heeft beslist. 7. Het lidmaatschap van de faculteitsraad eindigt door: a. aftreden; b. overlijden; c. schriftelijke opzegging door het gekozen lid; d. het verlaten van de faculteitsgemeenschap; e. overgang naar een andere geleding. 8. De faculteitsraad kiest al dan niet uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 9. Een voorzitter en/of een plaatsvervangend voorzitter die niet tevens lid zijn van de faculteitsraad, hebben slechts een raadgevende stem. Artikel 8. De algemene bevoegdheden van de faculteitsraad;het adviesrecht (artt.9.32; 9.37; 9.38a WHW) 1. De decaan stelt de faculteitsraad ten minste tweemaal per jaar in de gelegenheid de algemene gang van zaken in de faculteit met hem te bespreken. 2. De decaan stelt de raad ten minste eenmaal per jaar schriftelijk in kennis van het door hem in het afgelopen jaar gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens voor het komende jaar ten aanzien van de faculteit ten minste op financieel en organisatorisch terrein en op het terrein van het onderwijs en het onderzoek. 3. De decaan verstrekt aan de faculteitsraad aan het begin van het studiejaar schriftelijk de basisgegevens met betrekking tot de samenstelling van het facultaire managementteam en de organisatie van de faculteit. Voorts verschaft de decaan de raad desgevraagd of uit eigener beweging tijdig alle inlichtingen die de raad voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. 4. De faculteitsraad is bevoegd over alle aangelegenheden de faculteit betreffende aan de decaan voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. 6

De decaan brengt op de voorstellen, bedoeld in de eerste volzin, binnen drie maanden een schriftelijke, met redenen omklede reactie uit aan de raad in de vorm van een voorstel. Alvorens over te gaan tot het uitbrengen van de in de vorige volzin bedoelde reactie stelt de decaan de faculteitsraad tenminste eenmaal in de gelegenheid om met hem over zijn voorstel overleg te plegen. 5. De decaan en de faculteitsraad komen bijeen, indien daarom onder opgave van redenen wordt verzocht door de decaan, de faculteitsraad, het deel van de raad dat uit en door het personeel, dan wel het deel van de raad dat uit en door de studenten is gekozen. De vergadering vindt plaats binnen drie weken nadat een schriftelijk verzoek daartoe is ingediend. 6. Indien bij een bepaalde vergadering of een onderdeel daarvan een bij uitstek persoonlijk belang van een van de leden van de raad in het geding is, kan de raad besluiten dat het betrokken lid aan die vergadering of dat onderdeel daarvan niet deelneemt. De raad besluit dan tevens dat de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in een besloten vergadering plaats heeft. 7. De raad doet jaarlijks schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden en draagt er zorg voor dat alle bij de faculteit betrokkenen van het verslag kennis kunnen nemen. De raad draagt er zorg voor dat de agenda's en verslagen van de vergaderingen van de raad worden toegezonden aan de decaan en ter inzage zijn op een algemeen toegankelijke plaats op de faculteit ten behoeve van belangstellenden. Artikel 9. Bijzondere bevoegdheden van de faculteitsraad: het instemmingsrecht. (artt.7.13; 9.14; 9.37; 9.38 WHW) De decaan behoeft de voorafgaande instemming van de faculteitsraad voor elk door hem te nemen besluit met betrekking tot de vaststelling of wijziging van: a. het faculteitsreglement; b. de onderwijs- en examenregeling, met uitzondering van de onderwerpen, genoemd in art.7. 13 de onderdelen a t/m g en art. 17, lid 3, WHW. Artikel 10. Bijzondere bevoegdheden personeelsgeleding faculteitsraad. (artt.9.37; 9.50 WHW) 1. De decaan voorziet erin, dat de personeelsgeleding van de faculteitsraad tijdig in de gelegenheid wordt gesteld advies aan hem uit te brengen en overleg te voeren over de voorgenomen maatregelen met betrekking tot: a. de wijze waarop de arbeidsvoorwaarden bij de faculteit worden toegepast; b. de wijze waarop het algemeen personeelsbeleid bij de faculteit wordt gevoerd; c. aangelegenheden op het gebied van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid in de faculteit; d. de organisatie en werkwijze binnen de faculteit; e. de technische en economische dienstuitvoering bij de faculteit. 7

De in dit lid bedoelde rechten kunnen door de personeelsgeleding van de faculteitsraad worden uitgeoefend in de mate waarin de decaan door middel van mandaat van het college van bestuur over de desbetreffende bevoegdheden beschikt. 2. De personeelsgeleding is bevoegd aan de decaan voorstellen te doen met betrekking tot de in het eerste lid genoemde aangelegenheden. 3. De decaan behoeft de voorafgaande instemming van de personeelsgeleding van de faculteitsraad voor elke maatregel die hij bevoegd is te nemen en waarover de personeelsgeleding op grond van het eerste lid heeft geadviseerd. 4. De decaan stelt - in overeenstemming met de personeelsgeleding - een regeling vast in verband met de uitoefening van de rechten, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid. Artikel 11. Het reglement van orde van de faculteitsraad. De faculteitsraad stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. Daarin worden ten minste regels gesteld met betrekking tot: a. het bijeenroepen van de vergaderingen; b. de termijnen voor de toezending van vergaderstukken; c. de wijze van beraadslaging en besluitvorming, zowel met betrekking tot aangelegenheden waarover de raad voorstellen wil doen of standpunten kenbaar wenst te maken als ook met betrekking tot aangelegenheden ten aanzien waarvan de raad het instemmings- of adviesrecht uitoefent; d. de vaststelling van het aantal raadsleden dat voor de geldige beraadslaging en besluitvorming als bedoeld onder c aanwezig dient te zijn; e. de wijze waarop de faculteitsraad gebruik maakt van de door het college van bestuur geboden gelegenheid te worden gehoord over benoeming en ontslag van de decaan; f. de verslaglegging en de ondertekening van de besluiten; g. de openbaarheid van de vergaderingen; Artikel 12. De opleidingscommissie; samenstelling; zittingsduur. (art. 9.18 WHW) 1. Voor elke opleiding binnen de faculteit wordt door de decaan een opleidingscommissie ingesteld. 2. De opleidingscommissie bestaat uit maximaal acht leden en is voor de helft samengesteld uit personeelsleden en voor de helft uit de voor de desbetreffende opleiding ingeschreven studenten. 3. De leden van de opleidingscommissie worden benoemd door de decaan. De personeelsleden worden benoemd na overleg hiertoe tussen de decaan en de voorzitters van de vakgroepen. De studenten worden benoemd op voordracht van de Studentenvertegenwoordiging, overeenkomstig een door de decaan in overeenstemming met de studenten schriftelijk vastgestelde procedure. 8

Uit de personeelsleden wijst de decaan de voorzitter aan. 4. De opleidingsdirecteur woont de vergaderingen van de opleidingscommissie met raadgevende stem bij. 5. De zittingstermijn van de leden van de opleidingscommissie bedraagt voor wat betreft de personeelsleden twee jaar en voor wat betreft de studenten één jaar. Zij zijn opnieuw benoembaar. Artikel 13. De taken van de opleidingscommissie. (art. 9.18 WHW) 1. De opleidingscommissie heeft tot taak: a. het geven van advies over de o.e.r.; b. het jaarlijks beoordelen van de wijze van uitvoeren van de o.e.r.; c. het desgevraagd of eigener beweging geven van advies aan de opleidingsdirecteur en aan de decaan over alle aangelegenheden met betrekking tot het onderwijs in de desbetreffende opleiding. 2. De opleidingscommissie wordt in de gelegenheid gesteld met de opleidingsdirecteur overleg te plegen voordat door de opleidingscommissie advies wordt uitgebracht. 3. De opleidingscommissie wordt door de opleidingsdirecteur zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis gesteld van de wijze waarop door deze aan het uitgebrachte advies gevolg is gegeven. Artikel 14. Overleg met de opleidingscommissie Een opleidingsdirecteur pleegt ten minste tweemaal per jaar overleg met de desbetreffende opleidingscommissie over de uitvoering van de o.e.r. Artikel 15. De overige adviesorganen binnen de faculteit 1. De decaan kan een externe adviesraad in stellen. 2. De samenstelling, omvang, zittingstermijn en werkwijze van de adviesraad worden door de decaan bepaald. 3. De adviesraad adviseert de decaan, gevraagd of ongevraagd, ter zake van het algemene onderwijs- en onderzoeksbeleid van de faculteit. Elk advies van de adviesraad wordt tevens ter kennis gebracht van het bestuursteam. 9

Paragraaf II C. Het bestuur van de opleiding(en) van de faculteit. Artikel 16. De opleidingsdirecteur. (art. 9.17 WHW) 1. De opleidingsdirecteur is, onder verantwoordelijkheid van de decaan, belast met de algemene leiding van een opleiding. 2. De decaan kan voor elke opleiding afzonderlijk een opleidingsdirecteur benoemen, of voor meerdere opleidingen één opleidingsdirecteur. 3. De decaan benoemt de opleidingsdirecteur voor een periode van twee jaar. 4. De opleidingsdirecteur dient bij voorkeur de hoedanigheid van hoogleraar te bezitten. Artikel 17. De taken van de opleidingsdirecteur. (art. 9.17 WHW) 1. De opleidingsdirecteur is, onder verantwoordelijkheid van de decaan, belast met de organisatie van een opleiding, zoals beschreven in de onderwijs- en examenregeling (o.e.r.). 2. De opleidingsdirecteur adviseert de decaan met betrekking tot de vaststelling of wijziging van de o.e.r. en het systeem van interne kwaliteitszorg en de te nemen maatregelen naar aanleiding van de interne- en externe kwaliteitstoetsing. 3. De opleidingsdirecteur regelt de verzorging van de programmaonderdelen van de o.e.r. of van de cursussen, leergangen e.d. Hij stelt daartoe de docententeams samen, in overleg met de voorzitter van de vakgroep, waartoe het personeelslid of de personeelsleden, die hij evenbedoelde verzorging wil overlaten, behoort/behoren. 4. De opleidingsdirecteur kan aan bij de faculteit werkzame personen zo nodig aanwijzingen geven in het kader van de organisatie en verzorging van het onderwijs. Artikel 18. De examencommissie(s). (art.7.12 WHW) 1. De decaan stelt voor elke opleiding van de faculteit een examencommissie in. 2. De examencommissie bestaat uit maximaal zeven leden. De decaan benoemt de leden van de examencommissie uit de personeelsleden, die met het verzorgen van het onderwijs in die opleiding zijn belast. Uit de leden van de commissie wijst de decaan een voorzitter aan. Vooraleer de decaan tot de benoeming van een lid of tot de aanwijzing van een voorzitter overgaat, hoort hij de commissie over zijn voorgenomen benoeming of aanwijzing. 3. Ten behoeve van het afnemen van de tentamens wijst de examencommissie examinatoren aan. Als examinator kunnen slechts worden aangewezen 10

personeelsleden, die met het verzorgen van het onderwijs in de desbetreffende programmaonderdeel zijn belast, alsmede deskundigen van buiten de universiteit. De examinatoren verstrekken de examencommissie de gevraagde inlichtingen. 4. De examencommissie stelt regels vast met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens de tentamens en met betrekking tot de in dat verband te nemen maatregelen. Zij kan de examinatoren richtlijnen en aanwijzingen geven met betrekking tot de beoordeling van degene, die het tentamen aflegt en met betrekking tot de vaststelling van de uitslag van het tentamen. Paragraaf II D. De onderzoekinstituten/-scholen Artikel 19. De onderzoekinstituten/-scholen (artt. 9.20 t/m 9.23 WHW) 1. De faculteit neemt deel aan de volgende interfacultaire resp. interuniversitaire onderzoekscholen: a. Research Institute of Management (ERIM); b. Onderzoekschool voor TRAnsport, Infrastructuur en Logistiek (TRAIL) 2. Binnen de faculteit is door de decaan het volgende facultaire onderzoekinstituut ingesteld: a. Erasmus Institute for Advanced Studies in Management (ERASM). Artikel 20. Het bestuur van het onderzoekinstituut 1. De onderzoekdirecteur is, onder verantwoordelijkheid van de decaan, belast met de algemene leiding van het onderzoekinstituut. 2. De decaan benoemt de onderzoekdirecteur voor een periode van twee jaar. 3. De onderzoekdirecteur dient hoogleraar te zijn. Artikel 21. Taken onderzoekdirecteur van een onderzoekinstituut. 1. De onderzoekdirecteur van een onderzoekinstituut is belast met het besturen van het instituut. 2. De onderzoekdirecteur stelt eenmaal per vier jaar een meerjarenonderzoekprogramma voor het instituut vast, met inachtneming van de algemene richtlijnen voor de wetenschapsbeoefening van de decaan en gehoord de onderzoekadviesraad. In ieder geval jaarlijks gaat hij na of, op grond van de resultaten, het programma bijstelling behoeft. Zo nodig past hij op basis van zijn bevindigen het programma aan. Dit onderzoekprogramma en elke wijziging daarop behoeft de goedkeuring van de decaan 3. De onderzoekdirecteur is belast met de zorg voor en het toezicht op het uitvoeren van het onderzoekprogramma. 11

4. De onderzoekdirecteur is verantwoordelijk voor het systeem van interne kwaliteitszorg en het nemen van maatregelen naar aanleiding van interne en externe kwaliteitstoetsing van het onderzoek dat binnen het instituut wordt uitgevoerd. 5. De onderzoekdirecteur adviseert de decaan gevraagd en ongevraagd; hij is aan de decaan verantwoording verschuldigd en verstrekt aan de decaan de gevraagde inlichtingen. Artikel 22. De onderzoekadviesraad 1. Ten aanzien van het onderzoekinstituut kan een onderzoekadviesraad ingesteld worden. 2. Behalve het in artikel 22, lid 2, eerste zin, van dit reglement bedoelde advies, geeft de onderzoekadviesraad aan de onderzoekdirecteur desgevraagd of uit eigen beweging advies over alle aangelegenheden betreffende het beleid en de uitvoering van het onderzoek. 3. De onderzoekadviesraad bestaat in ieder geval uit de onderzoekprogrammaleiders. De decaan benoemt uit de leden van de onderzoekadviesraad een voorzitter. 4. De voorzitter van de onderzoekadviesraad dient bij voorkeur een hoogleraar te zijn. 5. De wetenschappelijk directeur woont de vergaderingen van de onderzoekadviesraad met raadgevende stem bij. Paragraaf II E. De vakgroepen Artikel 23. De vakgroepen 1. De faculteit kent vakgroepen. De vakgroepen worden door de decaan ingesteld, met inachtneming van artikel 10, lid d, van dit reglement. 2. De vakgroepen hebben de opdracht het vakgebied waarop de leden van hun wetenschappelijk personeel werkzaam zijn verder te ontwikkelen, de synergie van de onderwijs- en/of onderzoektaken van deze leden te bevorderen, alsmede zorg te dragen voor de coördinatie van de werkzaamheden van de leden bij de uitvoering van de onderwijsprogramma s. De decaan kan nadere regels geven voor de uitvoering van deze opdracht. 3. De decaan wijst de leden van de vakgroepen aan. 4. De decaan kan afzien bij een indeling bij een vakgroep. Artikel 24. De voorzitter van de vakgroep 1. Elke vakgroep heeft een voorzitter. Deze voorzitter wordt aangewezen door de decaan. De decaan kan de vakgroep verzoeken een voordracht te doen uit de zittende voltijdse hoogleraren van de vakgroep. 12

2. De voorzitter van een vakgroep bezit bij voorkeur de hoedanigheid van gewoon hoogleraar. 3. De voorzitter van een vakgroep wordt door de decaan benoemd voor een termijn van twee jaar. Artikel 25. De taken van de voorzitter van de vakgroep 1. De voorzitter is, onder verantwoordelijkheid van de decaan, belast met het personeel- en financiëel beheer van de vakgroep. De voorzitter draagt tevens zorg voor het overleg met de programma-directeuren en de onderzoekdirecteur over de uitvoering van de programma s. 2. De voorzitter laat zich bij de uitvoering van zijn taken laten bijstaan door het vakgroepbestuur. De samenstelling, de taak en het vergaderschema van het vakgroepbestuur is vastgelegd in het Reglement van de vakgroepen van de Faculteit Bedrijfskunde. 3. De voorzitter van de vakgroep doet mededeling van de samenstelling van het vakgroepbestuur aan de decaan. Hoofdstuk III. Het collectief recht van beklag van de studenten. Artikel 26. Het collectief klachtrecht: de wijze van uitoefening: de klager. (art. 9.28 WHW) 1. Het collectief recht van beklag kan worden uitgeoefend ter zake van het niet of niet volledig dan wel in onvoldoende mate nakomen van de verplichtingen van de universiteit, zoals aangegeven in het studentenstatuut. 2. Het in het eerste lid bedoelde recht kan worden uitgeoefend door een groep studenten die voor dezelfde opleiding bij de universiteit zijn ingeschreven. 3. Het beklag wordt schriftelijk gedaan, dient op duidelijke en controleerbare wijze aan te geven wie de klagers zijn, dient gemotiveerd te zijn en wordt ingediend bij de decaan. Het klaagschrift bevat een duidelijke omschrijving van de bezwaren en van hetgeen volgens de indieners moet gebeuren om deze bezwaren weg te nemen. 4. Door of namens de decaan wordt binnen tien dagen de ontvangst van het klaagschrift bevestigd en worden de indieners hiervan in de gelegenheid gesteld om binnen een redelijke termijn hierop een toelichting te geven. 5. Binnen zes weken na ontvangst van het klaagschrift deelt de decaan aan de indieners daarvan schriftelijk en onder opgaaf van redenen mee of het beklag voor hem aanleiding is geweest tot het treffen van maatregelen en - indien dat het geval is - welke maatregelen hij heeft getroffen of nog zal treffen. 13

6. lndien het beklag een aangelegenheid betreft welke niet tot de bevoegdheid van de decaan behoort, zendt de decaan het beklag onverwijld door aan het ter zake bevoegde orgaan of de bevoegde functionaris. Hij deelt dit tevens aan de indieners van het klaagschrift mee. Het gestelde in het vierde en vijfde lid is van overeenkomstige toepassing op het bevoegde orgaan of de bevoegde functionaris. Hoofdstuk IV. Het studieadvies aan het eind van het eerste jaar van inschrijving. Artikel 27. Het studieadvies. (art.7.9 WHW) Aan het eind van het eerste jaar van inschrijving voor de propedeuse-fase van een initiële opleiding van de faculteit wordt door de voorzitter van de desbetreffende examencommissie krachtens mandaat van het college van bestuur aan iedere student schriftelijk advies uitgebracht over de voortzetting van de desbetreffende studie. Het advies is gebaseerd op de door de student gedurende dat studiejaar behaalde studieresultaten. Hoofdstuk V. Slot- en overgangsbepalingen Artikel 28. Verschil van mening over het faculteitsreglement. Bij verschil van mening over de interpretatie van een of meer artikelen uit dit reglement beslist de decaan. Artikel 29. Inwerkingtreding Dit reglement of een wijziging hiervan treedt in werking door publikatie of ter inzagelegging op een voor ieder toegankelijk plaats, ter bepaling door de decaan, nadat de goedkeuring van het college van bestuur aan de decaan ter kennis is gebracht. Artikel 30. Naamgeving. Dit reglement kan worden aangehaald als: het reglement van de Faculteit Bedrijfskunde. Aldus vastgesteld door de decaan van de Faculteit Bedrijfskunde, op en goedgekeurd door het College van Bestuur op. 14

Bijlagen: Beheersinstructie Facultair kiesreglement Reglement van Orde Faculteitsraad - 15