Beslissing op bezwaar

Vergelijkbare documenten
Beslissing op bezwaar

Beslissing op bezwaar

gezien het daartegen op 24 september 2012 ingediende pro forma bezwaarschrift, aangevuld bij brief van 11 september 2013,

Beslissing op bezwaar

Beslissing op bezwaar

Beslissing op bezwaar

Kenmerk: 29580/ Betreft: toestemming voor het verzorgen van een commerciële televisieomroepdienst

Kenmerk: / Betreft: afwijzing aanvraag nevenactiviteit Het exploiteren van twee digitale reclameschermen langs de Rijksweg.

Besluit tot intrekking toestemming

Beschikking op handhavingsverzoek

Besluit. A. Verloop van de procedure. B. Juridisch kader. C. Status van de activiteit

Kenmerk: / Betreft: verzoek om ontheffing op grond van artikel 3.20, tweede lid, en 3.24, tweede lid, van de Mediawet 2008

Beslissing op bezwaar

Besluit. A. Verloop van de procedure. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking

REGLEMENT BEZWAARSCHRIFTEN PUBLIEKE OMROEP

Besluit toestemming nevenactiviteiten

Besluit. A. Verloop van de procedure. B. Zienswijze. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking

Besluit toestemming nevenactiviteit

Afwijzing verzoek om handhaving

Besluit toestemming nevenactiviteit

Kenmerk: / Betreft: Verkoop van boeken in afwijking van de vaste prijs

Besluit. A. Verloop van de procedure. B. Relevante bepalingen. C. Status van de activiteit

Besluit. A. Verzoek om openbaarmaking. B. Relevante bepalingen. C. Overwegingen. Kenmerk: / Betreft: verzoek om openbaarmaking

Uw kenmerk Ons kenmerk Contactpersoon Doorkiesnummer DGP/IG/ b /614669

vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Transcriptie:

Beslissing op bezwaar Kenmerk: 641581/644645 Betreft: Beslissing op bezwaar inzake Radio Unique en Jazz Radio Het Commissariaat voor de Media, gezien de volgende besluiten: het besluit van 20 januari 2015, verzonden op 27 januari 2015, kenmerk 634741/639636, waarbij het Commissariaat voor de Media (hierna: het Commissariaat) heeft besloten tot intrekking van de bij besluiten van 26 april en 14 juni 2011 verleende toestemmingen aan Emons Media Holding B.V. (hierna: Emons) voor het verzorgen van radio-omroep met de naam Radio Unique respectievelijk Jazz Radio (hierna: de intrekking) en tot publicatie van dit besluit (hierna: de publicatie); het besluit van 23 januari 2015, verzonden op diezelfde dag, kenmerk 636162/640991, waarbij het Commissariaat de toezichtskosten voor Radio Unique en Jazz Radio gezamenlijk voor de jaren 2012 en 2013 definitief heeft vastgesteld op 25.040,- (hierna: de vaststelling toezichtskosten) en tot publicatie van dit besluit (hierna eveneens: de publicatie)), gezien het daartegen op 6 februari 2015 door Emons per e-mail ingediende bezwaar, gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), overweegt als volgt, a. Verloop van de procedure 1. Op 20 januari 2015 heeft het Commissariaat besloten tot intrekking van de bij besluiten van 26 april en 14 juni 2011 verleende toestemmingen aan Emons voor het verzorgen van radio-omroep met de naam Radio Unique respectievelijk Jazz Radio. Aanleiding voor dit besluit was dat Emons in gebreke bleef de verschuldigde toezichtskosten over 2011 te betalen voor de genoemde radio-omroepen. 2. Het Commissariaat heeft in het besluit van 20 januari 2015 eveneens besloten tot openbaarmaking van de volledige tekst van datzelfde besluit, met uitzondering van de daarin vermelde persoonsgegevens en vertrouwelijke bedrijfsgegevens, door publicatie op zijn website. 3. Op 23 januari 2015 heeft het Commissariaat de toezichtskosten die Emons moest betalen voor Radio Unique en Jazz Radio over de jaren 2012 en 2013 vastgesteld op 25.040,-. Dit besluit is per brief en per e-mail van 23 januari 2015 aan Emons bekend gemaakt. 4. Bij e-mail van 29 januari 2015 heeft Emons het Commissariaat laten weten de stukken (het Commissariaat gaat ervan uit dat hier gedoeld wordt op de vaststelling van de toezichtskosten) bij zijn advocaat te hebben neergelegd. 1

5. Op 6 februari 2015 heeft het Commissariaat telefonisch contact opgenomen met de heer Emons. Daarbij is Emons meegedeeld dat hij - indien hij het niet eens is met de genomen besluiten -schriftelijk en onderbouwd bezwaar dient te maken. Emons is erop gewezen dat het Commissariaat voor het maken van bezwaar de elektronische weg immers niet heeft opengesteld. Ten aanzien van de publicatie is Emons geadviseerd om, nu de termijn van twee weken tot publicatie bijna verstreken was, direct per e-mail aan het Commissariaat onderbouwd uiteen te zetten waarom hij zich niet kan vinden in publicatie van de besluiten en vervolgens zo spoedig mogelijk deze bezwaren eveneens per post aan het Commissariaat te sturen. 6. Bij e-mails van 6 februari 2015 heeft Emons vervolgens bezwaar gemaakt tegen de voorlopige vaststelling van de toezichtskosten (het Commissariaat gaat ervan uit dat bedoeld wordt de definitieve vaststelling van de toezichtskosten), de intrekking en de publicatie van die besluiten. Ten aanzien van de publicatie merkt Emons op dat een publicatie de thans lopende omvangrijke bodemprocedure inzake Radio Decibel en Radio Unique enorm kan schaden. Tevens verzoekt hij wegens gezondheidsredenen om extra tijd voor het indienen van het bezwaar. 7. Het Commissariaat heeft Emons bij brief van 18 februari 2015 verzocht zijn bezwaar schriftelijk in te dienen en aan te vullen met het volgende: Een handtekening; Een duiding van het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt; Gronden van bezwaar. 8. Het Commissariaat heeft Emons er in de brief van 18 februari 2015 op gewezen dat indien de gevraagde aanvulling niet tijdig door het Commissariaat zou worden ontvangen, het bezwaar niet-ontvankelijk zou worden verklaard. Tevens heeft het Commissariaat aan Emons meegedeeld dat het verzochte uitstel voor het indienen van een bezwaarschrift niet verleend werd, nu Emons zelf heeft aangegeven dat een gemachtigde zijn belangen behartigt. 9. Het Commissariaat heeft geen reactie van Emons of zijn gemachtigde ontvangen op de brief van 18 februari 2015. b. Juridisch kader 10. Voor de relevante juridische bepalingen wordt verwezen naar bijlage 1. c. Ontvankelijkheid 11. Op grond van artikel 2:15, eerste lid, van de Awb kan een elektronisch bericht naar een bestuursorgaan worden verzonden voor zover het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. 2

12. Door het Commissariaat is de elektronische weg voor het maken van bezwaar nadrukkelijk niet opengesteld. Dit is Emons meegedeeld per telefoon, e-mail en brief. Desondanks is door Emons uitsluitend per e-mail bezwaar gemaakt. Tevens is het per e- mail ingediende bezwaar niet ondertekend en is het bezwaar ten aanzien van de intrekking niet onderbouwd. Het Commissariaat ziet zich daarom voor de vraag gesteld of Emons ontvankelijk is in zijn bezwaar tegen de voornoemde besluiten. Per e-mail ingediend bezwaarschrift 13. Op 6 februari 2015 is telefonisch en per e-mail aan Emons meegedeeld dat hij niet via e- mail bezwaar kon maken. Bij brief van 18 februari 2015 is hem dit wederom meegedeeld en is hem tot 4 maart 2015 de mogelijkheid gegeven dit verzuim te herstellen. Het Commissariaat stelt vast dat Emons de geboden termijn ongebruikt heeft laten verstrijken en stelt daarmee vast dat Emons geen bezwaarschrift als bedoeld in artikel 6:4 van de Awb heeft ingediend 14. Hieraan doet niet af dat Emons per e-mail van 29 januari 2015 heeft laten weten dat hij niet in staat was tot het schrijven van een bezwaarschrift. Emons verklaart immers in die e-mail dat zijn zaken worden behartigd door zijn advocaat, mr. Marcel Bunders. Nu het Commissariaat van Emons noch van zijn gemachtigde een toelichting heeft gekregen waarom het niet mogelijk zou zijn tijdig bezwaar te maken, heeft het Commissariaat in zijn brief van 18 februari 2015 aan Emons laten weten hem niet langer dan tot 4 maart 2015 de tijd te geven voor het schriftelijk indienen en het aanvullen van zijn bezwaar. 15. Gelet op het voorgaande is het bezwaar reeds kennelijk niet-ontvankelijk. Overwegingen ten overvloede 16. Ten overvloede overweegt het Commissariaat nog dat ook door het ontbreken van een handtekening, waartoe ook in de brief van 18 februari 2015 een mogelijkheid tot herstel is geboden, het ingediende bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is. 17. Eveneens ten overvloede merkt het Commissariaat op dat Emons zijn bezwaar ten aanzien van de intrekking van de toestemming niet heeft onderbouwd. Het ingediende bezwaarschrift is daarom ook om die reden niet-ontvankelijk. d. Openbaarmaking 18. Het Commissariaat zal de volledige tekst van het besluit openbaar maken door publicatie op zijn website. De publicatie vindt plaats veertien dagen nadat het besluit op de in artikel 3:41 van de Awb voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Het Commissariaat ziet daartoe geen belemmering op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. 3

e. Besluit 19. Het Commissariaat: I. verklaart Emons kennelijk niet-ontvankelijk in zijn bezwaar tegen besluit van 20 januari 2015 (kenmerk 634741/639636) en van 23 januari 2015 (kenmerk 636162/640991); II. handhaaft zijn besluiten van 20 januari 2015 en 23 januari 2015; III. maakt de volledige tekst van dit besluit, veertien dagen na de voorgeschreven bekendmaking daarvan, met uitzondering van de daarin vermelde persoonsgegevens en vertrouwelijke bedrijfsgegevens, openbaar door publicatie op zijn website. Hilversum, 14 april 2015 COMMISSARIAAT VOOR DE MEDIA, prof. mr. dr. Madeleine de Cock Buning voorzitter drs. Eric Eljon commissaris Belanghebbenden die zich met dit besluit niet kunnen verenigen, kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt bezwaar maken bij het Commissariaat voor de Media, postbus 1426, 1200 BK te Hilversum. 4

Bijlage 1: Juridisch kader Artikel 2:13 Awb 1. In het verkeer tussen burgers en bestuursorganen kan een bericht elektronisch worden verzonden, mits de bepalingen van deze afdeling in acht worden genomen. 2. Het eerste lid geldt niet, indien: a. dit bij of krachtens wettelijk voorschrift is bepaald, of b. een vormvoorschrift zich tegen elektronische verzending verzet. Artikel 2:15 Awb 1. Een bericht kan elektronisch naar een bestuursorgaan worden verzonden voor zover het bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. Het bestuursorgaan kan nadere eisen stellen aan het gebruik van de elektronische weg. 2. Een bestuursorgaan kan elektronisch verschafte gegevens en bescheiden weigeren voor zover de aanvaarding daarvan tot een onevenredige belasting voor het bestuursorgaan zou leiden. 3. Een bestuursorgaan kan een elektronisch verzonden bericht weigeren voor zover de betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid van dit bericht onvoldoende is gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt. 4. Het bestuursorgaan deelt een weigering op grond van dit artikel zo spoedig mogelijk aan de afzender mede. Artikel 6:4 Awb 1. Het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. 2. Het instellen van administratief beroep geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij het beroepsorgaan. 3. Het instellen van beroep bij een bestuursrechter geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij die rechter. Artikel 6:5 Awb 1. Het bezwaar- of beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: a. de naam en het adres van de indiener; b. de dagtekening; c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht; d. de gronden van het bezwaar of beroep. 2. Bij het beroepschrift wordt zo mogelijk een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd. 3. Indien het bezwaar- of beroepschrift in een vreemde taal is gesteld en een vertaling voor een goede behandeling van het bezwaar of beroep noodzakelijk is, dient de indiener zorg te dragen voor een vertaling. Artikel 6:6 Awb Het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien: a. niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep, of b. het bezwaar- of beroepschrift geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel 2:15, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. 5