Versiedatum augustus 2016 - objectid 234962 vzw Jessa Ziekenhuis Salvatorstraat 20, 3500 Hasselt, www.jessazh.be
COPD Persoonlijke notities Welkom Het team van de afdeling Pneumologie heet u van harte welkom. Wij hopen dat uw verblijf op onze afdeling aangenaam en voorspoedig verloopt. In deze brochure vindt u informatie over COPD, en over hoe u er best mee kan omgaan. Indien u na het lezen van deze brochure nog vragen heeft of bijkomende informatie wenst, kan u steeds terecht bij de behandelende arts, de verpleegkundigen of andere medewerkers van het team. We wensen u alvast een vlot herstel. 12 1
Bronnen Astmafonds http://www.astmafonds.nl/astmafonds/content.jsp?objectid=2620 Vivio: omgaan met COPD http://www.vivio.com/guides.asp Global Initiative for Chronic Obstructive Lung Disease (GOLD). (2015). Global strategy for the diagnosis, management, and prevention of Chronic Obstructive Pulnomary Deseas. Beschikbaar via http://www. goldcopd.org/uploads/users/files/gold_report_2015_apr2.pdf 2 11
5. Contactgegevens Artsen dr. Joseph Aumann dr. Koen Demuynck dr. Karin Pat dr. Luc Spaas dr. Karolien Weytjens dr. Jokke Wynants Dr. Kristof Cuppens Inhoud 1. Wat is COPD? p. 4 1.1. Definitie p. 4 1.2. Oorzaken p. 4 Verpleegafdeling Pneumologie Tel: 011 30 93 10 1.3. Symptomen/klachten p. 5 2. Diagnose p. 6 3. Behandeling p. 6 4. Omgaan met COPD en kortademigheid p. 8 5. Contactgegevens p. 10 10 3
1. Wat is COPD? 1.1. Definitie COPD is een verzamelnaam voor verschillende chronische aandoeningen aan de longen zoals longemfyseem en chronische bronchitis. Bij COPD kunnen de longen niet meer 100% werken, doordat ze constant ontstoken zijn (chronische bronchitis) of omdat er longblaasjes verloren gaan (longemfyseem). U krijgt hierdoor minder zuurstof binnen, wat zorgt voor een benauwd gevoel, zelfs als u zich bijna niet inspant. Hierdoor heeft u dan ook vaak adem tekort. COPD is vaak in mensen aanwezig zonder dat men het beseft. Het ontstaat meestal pas op oudere leeftijd. 1.2. Oorzaken COPD in de westerse wereld wordt voor 90% veroorzaakt door blootstelling aan sigarettenrook. Er is een duidelijke relatie tussen roken en het risico op het ontwikkelen van COPD. Hoe langer en hoe meer u rookt hoe groter de kans is dat u COPD krijgt. Van alle rokers kan15-20% COPD ontwikkelen tijdens hun leven. Toch is het niet altijd zo dat als men rookt dat men deze ziekte zal krijgen, en andersom, mensen die nooit gerookt hebben kunnen wel COPD ontwikkelen. Zes kleine maaltijden spreiden over de dag is beter dan drie uitgebreide maaltijden. Uitgebreide maaltijden vragen een serieuze inspanning en verhogen het energie- en zuurstofverbruik. Daarnaast zorgt een gevulde maag ervoor dat de longen minder goed kunnen uitzetten. Probeer uw gewicht op peil te houden. Bij ondergewicht is het moeilijk om voldoende energie op te brengen om te ademen. Hierbij is het aan te raden de calorie-inname te verhogen door energierijke voeding. Bij overgewicht kost elke inspanning meer energie. Tijdens één van de eerste dagen van uw opname komt er een diëtiste bij u langs. Zij kan u advies geven over energierijke voeding of dieetvoeding. Met een goede conditie hebt u minder last van kortademigheid. Geoefende spieren gaan zuiniger om met zuurstof dan ongeoefende (denk hierbij aan het revalidatieprogramma). Bewegen blijft belangrijk dus probeer zoveel mogelijk zelf actief te blijven, ook al kost het moeite en gaat het langzaam. Behalve roken en passief roken zijn er andere factoren die meespelen in de verhoogde kans op het ontstaan van de ziekte. In sommige beroepen zijn blootstelling aan bepaalde stoffen (cementstof, katoenstof, oliedampen) de belangrijkste risicofactoren (bijvoorbeeld stof in de koolmijnen bij de mijnwerkers, graanstof in de bakkerijen,...). De luchtvervuiling door fijn stof, de uitlaatgassen van auto s (vooral de vrachtwagen) en luchtweginfecties zijn ook risicofactoren. 4 9
Zuurstoftherapie Zuurstof is levensnoodzakelijk voor de werking van ons lichaam. Door de aandoening kunnen de longen soms onvoldoende zuurstof opnemen. Er zijn verschillende mogelijkheden van zuurstoftherapie: tijdelijk ter ondersteuning tijdens opstoten bij zuurstofnood, en in een later stadium van de ziekte wanneer de zuurstofnood blijvend is. Wanneer u kortademig bent, wil dit niet automatisch zeggen dat u een zuurstoftekort heeft. Dit kan enkel vastgesteld worden door een bloedafname. 4. Omgaan met COPD en kortademigheid Enkele tips om uw dagelijkse activiteiten te vergemakkelijken: Een goede planning van uw activiteiten: spreid de activiteiten doorheen de dag. Neem voldoende tijd en las zo nodig rustpauzes in. Neem een douche in plaats van een bad. Douchen kost minder energie dan in en uit het bad stappen. Zorg voor een vaste volgorde bij het wassen en aankleden. Een zekere routine geeft meer rust en vraagt minder energie. Ondersteuning in de thuiszorg kan uw dagelijkse activiteiten in belangrijke mate verlichten. Er bestaan verschillende diensten en middelen waarvoor ook een financiële tegemoetkoming is voorzien. Denk hierbij aan thuisverpleging, kinesitherapie, huishoudelijke ondersteuning, maaltijden aan huis, hulpmiddelen (looprek, rolstoel, ziekenhuisbed), aanpassingen in en rond het huis: onder andere traplift, aanpassingen aan wc en douche. Spreek een verpleegkundige aan zo u hierovermeer informatie wenst. 1.3. Symptomen/klachten De symptomen van de ziekte ontstaan geleidelijk rond het veertigste levensjaar. Het begint vaak met de zogenaamde rokershoest en het ophoesten van slijm in de ochtend. Men voelt zich kort van adem na de inspanning en/of tijdens het sporten. Met evolutie van de ziekte nemen de symptomen toe, en dan vooral de klachten van kortademigheid en hoesten gepaard met moeilijk ophoestbare slijmen. Bij COPD komen de volgende verschijnselen voor: Kortademigheid (zelfs bij de minste inspanning) Hoesten Verhoogde slijmproductie Ademhaling met getuite lippen Piepende ademhaling Pijn op de borst Gewichtsverlies Aanvallen en opstoten van COPD Aanvallen van kortademigheid of opstoten van COPD worden dikwijls exacerbaties genoemd. Deze opstoten gaan gepaard met plotse toename van kortademigheid, hoesten en het opgeven van slijmen. Het zijn klachten die langer aanhouden dan 2 dagen. Ze ontstaan meestal door infecties met virussen of bacteriën. Een korte episode van kortademigheid is geen opstoot, maar geeft de dagdagelijkse variatie weer. Sommige patiënten doen meerdere opstoten per jaar, anderen krijgen bijna nooit een opstoot. Opstoten worden best zo snel mogelijk herkend en hebben een specifieke behandeling nodig die door uw huisarts kan worden opgestart. In sommige gevallen zijn de klachten zo ernstig dat tijdelijk extra zuurstoftoediening en opname via spoedgevallen noodzakelijk is. 8 5
2. Diagnose Kortademig zijn, een hoest die maar niet overgaat en last hebben van benauwdheid: vaak zijn dit de redenen om eens naar de huisarts te gaan. Op basis van uw klachten en risicoprofiel (leeftijd, roker, ) moet de huisarts overwegen om een onderzoek te laten uitvoeren: Longfunctietest: blaastest waarmee de longinhoud en doorgankelijkheid van de luchtwegen worden gemeten. Rx thorax (longfoto): geeft een beeld van hoe de longen er nu uit zien. Andere onderzoeken: ct-scan, bloedafname, bloedgas,. 3. Behandeling De behandeling van COPD bestaat uit verschillende componenten. De aandoening is niet te genezen, vandaar dat de meeste aandacht gaat naar het voorkomen van een verdere achteruitgang. Stop met roken Blijven roken leidt tot achteruitgang van de longfunctie en tot meer opstoten. Een volledige rookstop is dus van groot belang. Stoppen met roken heeft directe voordelen. Symptomen zoals de rokershoest verminderen vaak al na een paar dagen tot weken. Blijf in beweging Met een goede conditie heeft u minder last van kortademigheid. Geoefende spieren gaan immers zuiniger om met zuurstof dan ongeoefende. Respiratoire revalidatie De longarts zal met u het belang van het revalidatieprogramma bespreken. Longrevalidatie biedt aan patiënten met COPD mogelijkheden om de levenskwaliteit te verbeteren. Een sociaal verpleegkundige komt langs om met u een afspraak te maken om in te stappen in het revalidatieprogramma. Op deze manier wordt een opvolging van de patiënt gestart van bij de opname tot op de ambulante revalidatie. Door dit revalidatiedossier geniet de patiënt ook van een verhoogde terugbetaling voor 60 revalidatiesessies. Een revalidatieprogramma omvat inspanningstraining, spiertraining (onder andere van de ademhalingsspieren), psychosociale begeleiding, ergotherapie, dieetondersteuning en uitleg over o.a. inhalatie- en zuurstoftherapie. U wordt begeleid door een longarts, kinesist, verpleegkundige, ergotherapeut, psycholoog en sociaal assistent. U kan eventueel kinesitherapie thuis doen. Blijf zoveel mogelijk doen binnen en buiten het huis zoals wandelen, fietsen (hometrainer), om een zo de lichamelijke conditie te verbeteren en te behouden. Jaarlijkse griepprik Laat jaarlijks de griepprik zetten en om de vijf jaar de prik tegen longonsteking (Pneumococcen vaccin = PPV 23). De vaccins bieden bescherming tegen griep en longontsteking. Op deze manier is er minder kans dat u het krijgt. Zo u het toch krijgt, zal het ziek zijn minder ernstig zijn. De griep en een longontsteking verslechteren de toestand van uw longen. Door deze vaccins kan u bijkomende schade aan de luchtwegen vermijden/verminderen. Medicatie Therapietrouw en het correct innemen van medicatie is van groot belang, ook al voelt u zich lichamelijk goed. Inhalatietherapie (puffs) zal naast het verbeteren van de symptomen en levenskwaliteit ook zorgen voor minder opstoten. Ontstekingsremmende medicatie tijdens opstoten (cortisonen Medrol ). Bij infecties is behandeling met antibiotica mogelijk. 6 7