MD6140 BLUSCENTRALE HANDLEIDING

Vergelijkbare documenten
Gebruikershandleiding. Bluscentrale MD ELVA Security Puurs

Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale MD 640

Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale MD 400

MD741 GASDETECTIECENTRALE MET 1 ZONE

Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale MD 400. ELVA Security Puurs

MD2000 HERHAALBORD GEBRUIKERSHANDLEIDING

HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER

GEBRUIKERSHANDLEIDING

MD744 GASDETECTIECENTRALE MET 4 ZONES GEBRUIKERSHANDLEIDING

HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER

Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale MD 644

BEDIENINGSINSTRUCTIE BLUSCENTRALE TYPE 8010

MD751 CO-detectiecentrale Gebruikershandleiding

MD 100. Modulaire klassieke Brandmeldcentrale. Beknopte beschrijving

Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale MD ELVA Security Puurs

Gebruikershandleiding

BLUSCENTRALE TYPE BMC 8010


Gebruikershandleiding

FP400-serie. Klassieke microprocessorgestuurde brandmeld- en detectiepanelen. Gebruikershandleiding

BEDIENINGSINSTRUCTIES

Brandmeldpaneel FP800 Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale MD 100

Wandbehuizing artikelnummer behuizing artikelnummer Algemene omschrijving... blz 2. Blokschema... blz 2. De groepen...

ELVA Security

NP GEBRUIKERS HANDLEIDING BRANDMELDCENTRALE BMC-708

Gebruikershandleiding

HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER

BRANDCENTRALE GMC+ ARGINA TECHNICS

Gebruikershandleiding

CENTRALE CONVENTIONELE GASDETECTIE G8

Bedieningshandleiding FC 1008 E

LASTENBOEKBESCHRIJVING

BRANDCENTRALE GMC+ ARGINA TECHNICS

Bedieningshandleiding FC10 FC10-02 A FC10-04 A FC10-08 A FC10-12 A. Fire & Security Products. Siemens Building Technologies

MD780 Gas- & CO-detectie Lastenboekbeschrijving

MD770 Analoog, adresseerbare gas- & CO-detectiecentrale Gebruikershandleiding

Bedieningshandleiding FC 10/4 1zone

Beknopte handleiding NF3000 INHOUDSOPGAVE

Nederlandstalige handleiding Autoalarm AS5

Brandmeldcentrale BMC-V

Bedieningshandleiding FC 1004 E

Montagevoorschriften

GEBRUIKERSHANDLEIDING

LASTENBOEKBESCHRIJVING *

HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER

BRANDMELDCENTRALE TYPE 8000X

MD644 Conventionele brandmeldcentrale Lastenboekbeschrijving

Gebruikershandleiding Brandmeldcentrale MD Beknopte bediening. ELVA Security Puurs

AC ZONE ALARMCONTROLLER MET DEURBEL HANDLEIDING

GfS Day Alarm. Algemene omschrijving...p. 2. Montage handleiding en functies...p. 3. Instellingen van magneet contacten...p. 4

Gebruikershandleiding

Conventionele Brandmeldcentrale ALPHA 4/8/12

HANDLEIDING VOOR DE GEBRUIKER

MD770 Analoog, adresseerbare gas- & CO-detectiecentrale Lastenboekbeschrijving

MICROPROCESSORGESTUURDE BRANDMELDCENTRALE TYPE AR/CMn

NPS-16 Burenalarmeringssysteem

BDS-001, besturing voor handbediende schuifdeuren

BEDIENINGSINSTRUCTIE. BRANDMELDCENTRALE TYPE IQ8Control C/M. Inhoudsopgave: Onderwerp. 2 Aanzicht bedieningsgedeelte

Syncro AS. Analoge Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding. Man V1.0NL

GEBRUIKERSHANDLEIDING

HAM841K ALARMCONTROLEPANEEL VOOR COMMERCIËLE EN RESIDENTIËLE TOEPASSINGEN

Syncro. Multi-loop Analoog adresseerbaar Brandmeldpaneel. Gebruikershandleiding. Issue 27 Feb fnv1.1. Product Manuals/Man-1057 Syncro User

MICROPROCESSORGESTUURDE BRANDMELDCENTRALE TYPE AR/CMN

Brandmeldcentrale BSL8C

2006 Ajax Brandbeveiliging B.V.

Pompensturing 2 pompen

Bedieningshandleiding FC 1008 E

Gebruikershandleiding - MD2000 zonder link. H Pag.1/30 Rev. D

GfS Nooduitgang beveiliging

BEDIENINGSINSTRUCTIE. BRANDMELDCENTRALE TYPE FlexES control. Inhoudsopgave: Hfst Onderwerp Blz. 1 Inleiding 2

HANDLEIDING - LEVEL INDICATOR M A N U A L

Relaismodule CP24. Aansluitklemmen. Toepassingsgebieden

Draadloze signaal overdracht. De communicatie tussen melders en centrale wordt radiografisch geregeld.

Concept 420 sm (productinformatie) Blad 1 04/2008

Verkorte Gebruiker Handleiding

Gebruikershandleiding

InteGra Gebruikershandleiding 1

Brandmeldcentrale BMC M12

GT-912/GT-913/GT-914 Gebruikers handleiding

Gebruikershandleiding Penta Extinguo

TECHNISCHE HANDLEIDING

INSTALLATIE HANDLEIDING MKR 41

RFI 1000 / RFI Magnetische sleutellezer INSTRUCTIEHANDLEIDING

GEBRUIKERSHANDLEIDING. BSX40E / 80E / 160E Centrale & BSX-E Nevenbediendeel

GOEDGEKEURDE LUSGEVOEDE ALARMGEVERKAART MET ISOLATIE-EENHEDEN EN BEWAAKTE EVACUATIE-INGANG

GEBRUIKERSHANDLEIDING. BSX20E / 40E / 80E / 160E Brandmeldcentrale & BSX-E Nevenbediendeel

GfS Day Alarm. Montage handleiding. Art.-Nr.: / Art.-Nr.: Art.-Nr.: Art.-Nr.: Art.-Nr.: Art.-Nr.:

GE Security. FEP/FER700-serie brandmeldpanelen en herhaalpanelen Gebruikershandleiding

GSM500 PROGRAMMATIE HANDLEIDING

Gebruikershandleiding

Bedieningshandleiding FC10 FC1002 A FC1004 A FC1008 A FC1012 A

MC 885 HL CMP Hoog/Laag Brander Thermostaat

PRODUKTINFORMATIE. BRANDMELDCENTRALE essertronic 8000C esserbus-plus

Integratie van Net2 met een inbraakalarmsysteem

GT909NL. Gebruikershandleiding

GEBRUIKERSHANDLEIDING

Handleiding. Pompsturing 1 pomp

VDH doc Versie: v1.0 Datum: Software: ALFA75-MTT File: Do WPD Bereik: 0,0/+80,0 C per 0,1 C

1 Kenmerken: 2 Installatie: MontageGIDS. inteo SOLIRIS IB

Transcriptie:

HG6140N01G Pag. 1/34 MD6140 BLUSCENTRALE HANDLEIDING Bosstraat 21 8570 Vichte Tel: +32 (0)56 650 660 Fax: +32 (0)56 70 44 96 E-mail : sales@limotec.be www.limotec.be

INHOUDSTAFEL : HG6140N01G Pag. 2/34 1. BESCHRIJVING VAN DE MD6140 BLUSCENTRALE... 3 1.1. TERMINOLOGIE... 3 1.2. BESCHRIJVING VAN DE MD6140 BLUSCENTRALE... 5 1.3. TWEE BEDIENINGSNIVEAUS... 6 1.4. TWEE ALARMNIVEAUS... 6 1.5. STILTE RESET... 7 1.6. VOEDING & NOODVOEDING... 7 1.6.1. Aansluiting op het net algemeen... 8 1.6.2. Aansluiting in het electrisch verdeelbord... 8 1.6.3. Aansluiting netspanning in de centrale... 8 2. BEDIENINGEN VAN DE BLUSCENTRALE... 9 2.1. SLEUTELSCHAKELAAR AUTO/MAN (KEY1)... 9 2.2. SLEUTELSCHAKELAAR SELECTIE BEDIENINGSNIVEAU (KEY2)... 10 2.3. ORANJE DRUKTOETS RESET (S1)... 10 2.4. GROENE DRUKTOETS TEST LED (S2)... 10 2.5. GROENE DRUKTOETS STILTE (S3)... 10 2.6. ORANJE DRUKTOETS BLUSDRUKKNOP UIT DIENST (S4)... 11 2.7. ORANJE DRUKTOETS SIR.BLUSSING/ACTIVATOR UIT (S5)... 11 2.8. COMBINATIE DRUKTOETSEN STILTE (S3) & SIR.BLUSSING/ ACTIVATOR UIT (S5) : ALARMINGANGEN UIT DIENST... 12 2.9. COMBINATIE DRUKTOETSEN STILTE (S3) & BLUSDRUKKNOP UIT DIENST (S4) : ALARMINGANGEN IN DIENST... 12 3. VISUELE AANDUIDINGEN VAN DE BLUSCENTRALE... 13 3.1. VISUELE AANDUIDINGEN VAN DE 8 INGANGEN (L1-L14, L20)... 13 3.2. ALGEMENE VISUELE AANDUIDINGEN (L15-L19, L21-L35)... 14 4. WERKING VAN DE BLUSCENTRALE... 17 4.1. ALARMVERWERKING... 17 4.1.1. Rustpositie of waaktoestand... 17 4.1.2. Alarmniveau 1... 17 4.1.3. Alarmniveau 2... 18 4.1.4. Werking ingeval van manuele werkingsmode (L33)... 20 4.1.5. De bediening van een gele blusdrukknop... 21 4.2. FLOW-SWITCH... 22 4.3. ONDERBREKINGSKNOP... 23 4.4. DRUKVERLIES... 26 4.5. FOUTVERWERKING... 26 4.5.1. Bewaakte ingangen... 26 4.5.2. Bewaakte uitgangen... 27 4.5.3. Voedingsstoring... 27 4.6. UIT DIENST... 27 4.7. SYSTEEMFOUTEN... 28 5. UITRUSTING VAN DE BLUSCENTRALE... 30 5.1. INGANGEN... 30 5.2. UITGANGEN... 30 5.2.1. Lusaansluitprint T610002... 30 5.2.2. Centralisatie-eenheid T610006... 31 5.2.3. Extra uitgang... 31 5.3. INSTELBARE VERTRAGINGSTIJD VAN DE BLUSPROCEDURE... 32 6. CE MARKERING... 33

1. BESCHRIJVING VAN DE MD6140 BLUSCENTRALE 1.1. TERMINOLOGIE HG6140N01G Pag. 3/34 Activator : het activeringsmechanisme van de vaste blusinstallatie dat na bekrachtiging door de bluscentrale, instaat voor de start van de blussing. Alarmniveau 1 : de toestand van de bluscentrale na een alarmmelding van één detectorgroep. Alarmniveau 1 stuurt het acoustisch waarschuwingssignaal in het lokaal en kan nooit aanleiding geven tot het automatisch starten van de blussing. Op het bedieningsfront van de centrale wordt de alarmniveau 1 status aangeduid met de LED branddetectie (L18). Alarmniveau 2 : de toestand van de bluscentrale na een bevestiging van een eerste alarmmelding (alarmniveau 1) door een alarmmelding van de andere detectorgroep. Alarmniveau 2 stuurt het acoustisch waarschuwingssignaal in het lokaal en start de blusprocedure. Op het bedieningsfront van de centrale wordt de alarmniveau 2 status aangeduid met de LED blusprocedure gestart (L19). Automatische werkingsmode : de normale bedrijfsstand van de bluscentrale, waarbij de activering van de blussing kan plaatsvinden door het in alarm treden van minstens één detector van beide detectorgroepen of door het bedienen van een blusdrukknop. Manuele werkingsmode : de bedrijfsstand van de bluscentrale waarbij de activering van de blussing enkel kan plaatsvinden door het bedienen van een blusdrukknop. Blusprocedure : de blusprocedure treedt in werking van zodra alarmniveau 2 bereikt wordt. Een instelbare vertragingstijd van 0 tot 60 seconden wordt gestart. In de automatische werkingsmode (L32) wordt, zonder bijkomende handelingen, de blussing gestart na het verstrijken van de vertragingstijd. Eenmaal de vertragingstijd is gestart kan deze niet meer worden stopgezet! Het automatisch starten van de blussing kan enkel nog vermeden worden door het bedienen van een onderbrekingsknop (optioneel), door het buiten werking plaatsen van de activator met behulp van de druktoets sir.blussing/activator uit (S5-L17-L25-L27) of door het herwapenen van de bluscentrale (S1). Het buiten werking plaatsen van de activator en het herwapenen van de centrale kan enkel uitgevoerd worden met het systeem in bedieningsniveau 2 (KEY2-L35). Drukoverwaking : om een goede werking ingeval van blussing te garanderen wordt het blusmiddel in de cilinder onder druk opgeslagen. Het drukniveau in de cilinders wordt permanent gecontroleerd door een drukschakelaar, die schakelt van zodra de druk in de cilinders onder het toegelaten niveau daalt. Deze

HG6140N01G Pag. 4/34 drukschakelaar wordt door de bluscentrale ingelezen en resulteert in de melding drukverlies (L9). Dubbele detectie : het werkingsprincipe, waarbij de automatische start van de blussing enkel kan plaatsvinden na de bevestiging van een eerste alarmmelding door een alarmmelding afkomstig van een tweede detectorgroep. Flow switch : na het aansturen van de activator start de blussing. De aanwezigheid van het blusmiddel in het buizenstel tussen de cilinders met het blusmiddel en het lokaal wordt gedetecteerd door een schakelmechanisme, met name de flow-switch. Deze flow-switch wordt door de bluscentrale ingelezen en resulteert in de melding uitstroming blusmiddel (L11). Onderbrekingsknop (optioneel) : één of meerdere in het lokaal opgestelde onderbrekingsknoppen (kleur : blauw) die de aansturing van de activator (relais 3) kunnen blokkeren. Opgelet, het manueel starten van de blussing met behulp van een blusdrukknop wordt eveneens door de onderbrekingsknop geblokkeerd. Het bedienen van de onderbrekingsknop heeft geen invloed op de vertragingstijd van de blusprocedure. De onderbrekingsknop is steeds bedienbaar ongeacht de status van de centrale (automatisch/manueel of bedieningsniveau 2). Het activeren van de onderbrekingsknop met de bluscentrale in waaktoestand resulteert in een storingsmelding op de lusingang van de onderbrekingsknop (L8 knippert), het aansturen van de interne waarschuwingszoemer, de algemene foutrelais en de LED algemene storing (L24 knippert). Deze foutmelding wordt automatisch herwapend indien een alarmstatus op de bluscentrale wordt gemeld of indien de onderbrekingsknop gedesactiveerd wordt zonder dat een alarmstatus op de centrale aanwezig is. Waarschuwingslicht : dit opschrift verbiedt de toegang tot het lokaal ingeval van blussing. De start van de blussing wordt bevestigd door het inlezen van de flow-switch en de melding uitstroming blusmiddel (L11) op het bedieningsfront van de centrale. Deze bevestiging stuurt relais 4 lichtpaneel, waarop een lichtpaneel met de vermelding verboden toegang blussing in uitvoering wordt aangesloten. Het waarschuwingslicht wordt gemonteerd aan de buitenzijde van het lokaal, boven de deur die toegang geeft tot dit lokaal. Handmatige blokkering : de activator kan optioneel met een manueel te bedienen vergrendeling uitgerust worden. Deze handmatige blokkering heeft als doel het uitstromen van het blusmiddel bij een aansturing van de activator door de bluscentrale te verhinderen. De bedieningshendel van de handmatige blokkering bevindt zich in de bediende of in de niet-bediende stand, maar mag nooit in een tussenstand geplaatst worden. Een tussenstand van deze hendel kan bij het aansturen van de bluscontainer tot een onvolledige

HG6140N01G Pag. 5/34 lozing van het blusmiddel leiden en is derhalve niet toegestaan. De bediende stand van de handmatige blokkering wordt gemeld met behulp van de gele LED handmatige blokkering (L20 continu). Een intermitterend aangestuurde LED handmatige blokkering meldt de tussenstand van de hendel voor de handmatige blokkering. 1.2. BESCHRIJVING VAN DE MD6140 BLUSCENTRALE De LIMOTEC MD6140 bluscentrale is een autonoom controlepaneel voor het detecteren van een brandhaard in een lokaal en voor het aansturen van vast opgestelde blusinstallaties. De LIMOTEC MD6140 bluscentrale is ontworpen conform de Europese Norm EN12094-1 en functioneert in combinatie met de Apollo Serie 65 automatische branddetectors. Het systeem werkt op het principe van de dubbele detectie, waarbij de in het lokaal opgestelde branddetectors in 2 groepen ingedeeld worden. Voor de aansluiting van beide detectorgroepen is de bluscentrale uitgerust met 2 onafhankelijke bewaakte ingangen, aangeduid op het bedieningsfront van de centrale met de teksten alarm ingang 1 (L1) en alarm ingang 2 (L3). Eventuele brandalarmmeldingen worden door de centrale volgens een specifieke routine verwerkt. Een bevestiging van een eerste alarmmelding door een melding van de andere detectorgroep zal, in bepaalde situaties, tot een automatische aansturing van de blusinstallatie leiden. Het systeem beschikt over één bewaakte ingang voor het inlezen van handbrandmelders voor de manuele aansturing van de blussing. Het systeem is verder uitgerust met de nodige bewaakte ingangen voor onder andere het inlezen van een contact voor de melding van drukverlies in de blusmiddelcilinders, voor het blokkeren van het stuursignaal naar de activator, voor het detecteren van de uitstroming van het blusmiddel en voor het detecteren van de bediende stand van de manuele blokkering op de blusmiddelcilinders. De nodige uitgangen voor het aansturen van de waarschuwing- en blussignalisatie, voor de activering van de automatische blussing en voor het aansturen van de waarschuwingslichten zijn eveneens standaard voorzien.

HG6140N01G Pag. 6/34 1.3. TWEE BEDIENINGSNIVEAUS De LIMOTEC MD6140 bluscentrale is uitgerust met 2 bedieningsniveaus. Beide niveaus worden ingesteld met behulp van de sleutelschakelaar selectie bedieningsniveau (KEY2). In het eerste bedieningsniveau kunnen enkel de groene bedieningsdruktoetsen stilte (S3) en test LED (S2) bediend worden. De groene LED selectie bedieningsniveau (L34) licht op en de bediening van de in het lokaal opgestelde onderbrekingsknop (blauw) en blusdrukknop (geel) wordt vrijgegeven. De bluscentrale kan met behulp van de sleutelschakelaar auto/man (KEY1) in de manuele mode geplaatst worden. In het tweede bedieningsniveau kunnen naast de groene, eveneens de oranje bedieningsdruktoetsen reset (S1), blusdrukknop uit dienst (S4) en sir.blussing/activator uit (S5) bediend worden. De gele LED selectie bedieningsniveau (L35) licht op en de bediening van de in het lokaal opgestelde onderbrekingsknop (blauw) en blusdrukknop (geel) wordt vrijgegeven. De bluscentrale kan met behulp van de sleutelschakelaar auto/man (KEY1) in de manuele mode geplaatst worden. 1.4. TWEE ALARMNIVEAUS De LIMOTEC MD6140 bluscentrale werkt op het principe van de dubbele detectie. De alarmverwerking gebeurt volgens een specifieke routine, waarbij een brandalarmmelding op één detectorgroep (ingang L1 of L3) een alarmniveau 1 melding op de centrale veroorzaakt door middel van een rode LED branddetectie (L18). Een bevestiging van deze eerste melding door een brandalarmmelding van de tweede detectorgroep, veroorzaakt een alarmniveau 2 melding op het bedieningsfront van de centrale door middel van de rode LED blusprocedure gestart (L19). Indien binnen de periode van de instelbare vertragingstijd van 0 tot 60 seconden, na het bereiken van alarmniveau 2, geen bijkomende handelingen worden verricht, wordt de blussing gestart (opmerking: enkel met de centrale in de automatische werkingsmode (L32)). Gedurende de instelbare vertragingstijd van 0 tot 60 seconden wordt de LED blusprocedure gestart (L19) intermitterend aangestuurd. Na het verstrijken van de alarmvertraging licht de LED blusprocedure gestart (L19) continu op. Het starten van de blussing wordt bevestigd door middel van de rode LED activator gestuurd (L21).

HG6140N01G Pag. 7/34 1.5. STILTE RESET De groene bedieningsdruktoets stilte (S3) op de bluscentrale is slechts gedeeltelijk beschikbaar ingeval van een alarmmelding en volledig beschikbaar ingeval van een storingsmelding. Na elke alarmmelding (niveau 1 of niveau 2) kan de interne waarschuwingszoemer in de bluscentrale met behulp van de druktoets stilte (S3) worden stopgezet. De auditieve melding in het lokaal (waarschuwingssirenes) wordt stopgezet enkel na het bedienen van de druktoets stilte (S3) met de bluscentrale in bedieningsniveau 2. Na een alarmniveau 2 en na het verstrijken van de blusvertraging en de hieraan verbonden aansturing van de activator worden de sirenes blussing (evacuatie) aangestuurd. In dit stadium stopt het bedienen van de druktoets stilte (S3), ongeacht het ingestelde bedieningsniveau, enkel de interne waarschuwingszoemer van de bluscentrale. De auditieve signalisatie in het lokaal (sirenes blussing) blijft actief. De bediening van de druktoets stilte wordt gemeld met de gele LED stilte (L15). Het herwapenen van de bluscentrale gebeurt met behulp van de oranje druktoets reset (S1). De druktoets reset is enkel beschikbaar indien de bluscentrale in bedieningsniveau 2 (L35) is geschakeld. Het afschakelen van de sirenes blussing kan enkel via het herwapenen van de bluscentrale. Opgelet, de druktoets reset wordt gedurende 30 minuten na het aansturen van de activator geblokkeerd. 1.6. VOEDING & NOODVOEDING De LIMOTEC MD6140 bluscentrale wordt aangesloten op het lichtnet (230V). Het geheel functioneert op een secundaire spanning van 27V. Een noodstroombron bestaat uit een set onderhoudsvrije loodbatterijen met een capaciteit van 7Ah (in dezelfde behuizing). De aanwezigheid van zowel de primaire (netvoeding) als de secundaire (batterijen) voeding wordt constant gecontroleerd. Het falen van één van beide voedingen wordt onmiddellijk op het bedieningsfront van de centrale als een storing gemeld door middel van respectievelijk een knipperende gele LED netvoeding (L31) en noodvoeding (L30). De voeding is volledig kortsluitvast.

HG6140N01G Pag. 8/34 1.6.1. Aansluiting op het net algemeen Het geheel van de aansluiting op het lichtnet, bestaande uit de netspanningkabel en zijn aansluiting op een automaat in het electrisch verdeelbord enerzijds en de aansluiting in de bluscentrale anderzijds, moet conform zijn aan de in het A.R.E.I. voorgeschreven normen betreffende de aansluiting van vaste installaties. Het type kabel is een standaard XVB 3G 1,5 (2 x 1,5mm² + PE). 1.6.2. Aansluiting in het electrisch verdeelbord De netspanningkabel is aangesloten op een automaat van 6A in het electrisch verdeelbord. De automaat en de netspanningkabel worden uitsluitend gereserveerd voor het voeden van de bluscentrale. Voor het aanvatten van een herstelling of van een onderhoudsbeurt wordt deze automaat uitgeschakeld. 1.6.3. Aansluiting netspanning in de centrale De netspanningkabel wordt in de kast geleid via een wartel M20. Ten behoeve van een goede verankering wordt aan de binnenzijde van de kast, onmiddellijk na het binnenkomen in de kast, een kabelbundelband rond de netspanningkabel aangebracht. De netspanningkabel wordt via de kortst mogelijke weg naar de klemmen van de 230V-aansluiting gebracht. De netspanningkabel wordt zo kort mogelijk bij de aansluitklemmen van de 230V-aansluiting ontmanteld. Op deze wijze wordt de aanraking van laagspanningsgeleiders (24Vdc) met enkel geïsoleerde sterkstroomgeleiders (230Vac) vermeden. Onder geen enkel beding wordt de netspanningkabel in de kabelgoot aangebracht!

HG6140N01G Pag. 9/34 2. BEDIENINGEN VAN DE BLUSCENTRALE 2.1. SLEUTELSCHAKELAAR AUTO/MAN (KEY1) Met behulp van de sleutelschakelaar auto/man kan de bluscentrale in de automatische of in de manuele werkingsmode geplaatst worden. In de automatische werkingsmode (L32) wordt de blussing gestart na het verstrijken van de instelbare vertragingstijd van 0 tot 60 seconden. De blus-vertragingstijd start van zodra de bluscentrale het tweede alarmniveau bereikt heeft. De cyclus van de vertragingstijd na het bereiken van het tweede alarmniveau wordt algemeen blusprocedure genoemd. De activatie van de blusinstallatie kan enkel worden verhinderd door de bediening van de in het lokaal opgestelde onderbrekingsknop (optioneel), door het uit dienst plaatsen van de activator (S5) of door het herwapenen van het systeem (S1). Het buiten werking plaatsen van de activator en het herwapenen van de bluscentrale kan enkel uitgevoerd worden met het systeem in bedieningsniveau 2 (KEY2-L35). De automatische werkingsmode is de normale bedrijfsstand van het systeem! In de manuele werkingsmode (L33) wordt de blussing niet automatisch gestart (zie eveneens opmerking). De activering van de blusinstallatie is enkel mogelijk door het bedienen van een gele blusdrukknop. De gele LED algemeen uit dienst (L25) en de gele LED detectielussen uit dienst (L22) lichten op. Het systeem wordt in de manuele werkingsmode geplaatst gedurende werkzaamheden in het beveiligde lokaal of voor het uitvoeren van functionele testen op de aangesloten rookmelders. Aangezien de manuele werkingsmode enkel bij uitzondering en onder supervisie van de verantwoordelijke van het systeem mag ingesteld worden, verdient het aanbeveling om deze werkingsmode via transmissie op afstand te melden. De nodige contacten hiervoor zijn standaard in het systeem voorzien. Het in alarm komen van beide detectielussen resulteert in een alarmmelding niveau 1. Belangrijke opmerking : het omschakelen van de bluscentrale van de automatische naar de manule werkingsmode zal, na de start van de blusprocedure de vertragingstijd NIET stoppen en dus het uitvoeren van de blussing niet meer kunnen verhinderen.

HG6140N01G Pag. 10/34 2.2. SLEUTELSCHAKELAAR SELECTIE BEDIENINGSNIVEAU (KEY2) Sleutelschakelaar voor de selectie van het gewenste bedieningsniveau. Niveau 1 geeft enkel de groene bedieningsdruktoetsen, de onderbrekingsknop (blauw) en de blusdrukknop (geel) vrij. De bluscentrale kan met behulp van de sleutelschakelaar auto/man (KEY1) in de manuele werkingsmode (L33) geplaatst worden. De sleutelschakelaar selectie bedieningsniveau (KEY2) staat in de linkse positie en de groene LED selectie bedieningsniveau (L34) licht op. Niveau 2 geeft alle bedieningsdruktoetsen vrij (groen en oranje). Daarnaast worden de onderbrekingsknop (blauw) en de blusdrukknop (geel) eveneens vrijgegeven. De bluscentrale kan met behulp van de sleutelschakelaar auto/man (KEY1) in de manuele werkingsmode (L33) geplaatst worden. De sleutelschakelaar selectie bedieningsniveau (KEY2) staat in de rechtse positie en de gele LED selectie bedieningsniveau (L35) licht op. 2.3. ORANJE DRUKTOETS RESET (S1) Deze druktoets is enkel beschikbaar in bedieningsniveau 2. Na het bedienen van de druktoets reset worden alle meldingen en sturingen op de MD6140 bluscentrale gewist. De centrale keert terug in de rustpositie. Het bedienen van de druktoets reset geeft geen invloed op de buiten dienst status of de werkingsmode (automatisch of manueel) van de bluscentrale. De werking van de druktoets reset wordt na het starten van de blussing gedurende 30 minuten geblokkeerd. Op deze wijze kunnen de cilinders met het blusmiddel volledig worden geledigd. 2.4. GROENE DRUKTOETS TEST LED (S2) Deze druktoets is steeds beschikbaar. Controlefunctie voor de LED s op het bedieningsfront van de bluscentrale. 2.5. GROENE DRUKTOETS STILTE (S3) Deze druktoets is gedeeltelijk beschikbaar met de bluscentrale in bedieningsniveau 1 en 2. Er is tevens een verschil in de functionaliteit van de druktoets stilte met de bluscentrale in alarmniveau 1 of 2 en activator gestuurd.

HG6140N01G Pag. 11/34 Een overzicht van de aan stilte gebonden acties bevindt zich in de onderstaande tabel. ALARM NIVEAU 1 EN 2 ACTIVATOR GESTUURD BEDIENINGSNIVEAU 1 BEDIENINGSNIVEAU 2 Interne waarschuwingszoemezoemer interne waarschuwings- signaal niveau 1 Interne waarschuwingszoemer Interne waarschuwingszoemer BESLUIT : van zodra de melding activator gestuurd op de bluscentrale aanwezig is, wordt de druktoets stilte gedeeltelijk geblokkeerd en zullen de sirens blussing (evacuatie) enkel door het herwapenen van de bluscentrale afgeschakeld kunnen worden. BELANGRIJK : de druktoets reset (S1) wordt gedurende 30 minuten na het in werking treden van de blussing vergrendeld. Deze vergrendeling wordt de blokkeringstijd genoemd en is noodzakelijk voor het doeltreffend doven van de brandhaard. De gele LED stilte (L15) licht op van zodra de druktoets stilte bediend wordt en dooft terug na een nieuwe melding op het systeem of na het herwapenen van de bluscentrale. 2.6. ORANJE DRUKTOETS BLUSDRUKKNOP UIT DIENST (S4) Deze druktoets is enkel beschikbaar in bedieningsniveau 2. De activering van de blusinstallatie kan steeds met behulp van een gele blusdrukknop gestart worden. Door het inschakelen van de druktoets blusdrukknop uit dienst (S4) gedurende 3 seconden wordt de aansturing van de blusinstallatie met de blusdrukknop geblokkeerd. De gele LED algemeen uit dienst (L25) en de gele LED blusdrukknop uit dienst (L16) lichten op. De werking van de druktoets blusdrukknop uit dienst wordt na het starten van de blussing gedurende 30 minuten geblokkeerd. 2.7. ORANJE DRUKTOETS SIR.BLUSSING/ACTIVATOR UIT (S5) Deze druktoets is enkel beschikbaar in bedieningsniveau 2. De activator is het geheel van de blusinstallatie, dat na bekrachtiging door de MD6140 bluscentrale, de effectieve blussing in werking stelt.

HG6140N01G Pag. 12/34 Door het indrukken van de druktoets sir.blussing/activator uit (S5) gedurende 3 seconden kan het uitgangssignaal van de MD6140 bluscentrale voor het activeren van de blusinstallatie geblokkeerd worden. De geluidsmiddelen blussing worden eveneens buiten dienst geplaatst. De gele LED algemeen uit dienst (L25), de gele LED sir.blussing/activator uit (L17) en de gele LED acoustisch signaal blussing (L27) lichten op. De werking van de druktoets sir.blussing/activator uit wordt na het starten van de blussing gedurende 30 minuten geblokkeerd. Het in dienst plaatsen van de activator met behulp van de druktoets sir.blussing/activator uit (S5) kan in geen enkel geval aanleiding geven tot het onmiddellijk aansturen van de blusinstallatie. Het in dienst plaatsen van de activator met de bluscentrale in de status alarmniveau 2, zal het starten van de instelbare blusvertragingstijd (0 tot 60 seconden) tot gevolg hebben. Indien geen verdere handelingen worden uitgevoerd, zal de activator na het verstrijken van de instelbare vertragingstijd aangestuurd worden. 2.8. COMBINATIE DRUKTOETSEN STILTE (S3) & SIR.BLUSSING/ ACTIVATOR UIT (S5) : ALARMINGANGEN UIT DIENST Deze toetsencombinatie is enkel beschikbaar in bedieningsniveau 2. Door het gelijktijdig indrukken van de druktoetsen stilte (S3) en sir.blussing/activator uit (S5) worden de alarmingangen 1 en 2 uit dienst geplaatst. De gele LED algemeen uit dienst (L25), de gele LED alarm ingang 1 (L2) en de gele LED alarm ingang 2 (L4) lichten op. De werking van de toetsencombinatie stilte (S3) en sir.blussing/ activator uit (S5) wordt na het starten van de blussing gedurende 30 minuten geblokkeerd. 2.9. COMBINATIE DRUKTOETSEN STILTE (S3) & BLUSDRUKKNOP UIT DIENST (S4) : ALARMINGANGEN IN DIENST Deze toetsencombinatie is enkel beschikbaar in bedieningsniveau 2. Door het gelijktijdig indrukken van de druktoetsen stilte (S3) en blusdrukknop uit dienst (S4) worden de alarmingangen 1 en 2 in dienst geplaatst. De werking van de toetsencombinatie stilte (S3) en blusdrukknop uit dienst (S4) wordt na het starten van de blussing gedurende 30 minuten geblokkeerd.

HG6140N01G Pag. 13/34 3. VISUELE AANDUIDINGEN VAN DE BLUSCENTRALE 3.1. VISUELE AANDUIDINGEN VAN DE 8 INGANGEN (L1-L14, L20) Rode LED alarm ingang 1 (L1) : licht op bij een alarmmelding in de eerste detectorgroep. Gele LED alarm ingang 1 (L2) : Knippert van zodra er een storing (openkring of kortsluiting) gedetecteerd wordt in de bekabeling van de eerste detectorgroep. Licht continu op van zodra de eerste detectorgroep, door het indrukken van de toetsencombinatie stilte (S3) en sir.blussing/ activator uit (S5), buiten dienst geplaatst wordt. Rode LED alarm ingang 2 (L3) : licht op bij een alarmmelding in de tweede detectorgroep. Gele LED alarm ingang 2 (L4) : Knippert van zodra er een storing (openkring of kortsluiting) gedetecteerd wordt in de bekabeling van de tweede detectorgroep. Licht continu op van zodra de tweede detectorgroep, door het indrukken van de toetsencombinatie stilte (S3) en sir.blussing/ activator uit (S5), buiten dienst geplaatst wordt. Rode LED blusdrukknop (L5) : licht op na activering van een extern aangesloten blusdrukknop. Gele LED blusdrukknop (L6) : knippert van zodra er een storing (openkring of kortsluiting) gedetecteerd wordt in de bekabeling van de blusdrukknop. Gele LED onderbrekingsknop (L7) : licht op na activering van de onderbrekingsknop. Gele LED onderbrekingsknop (L8) : knippert zodra er een storing (openkring of kortsluiting) gedetecteerd wordt in de bekabeling van de onderbrekingsknoppen en van zodra de onderbrekingsknop geactiveerd wordt met de bluscentrale in de waaktoestand (waaktoestand = geen van beide detectorgroepen meldt een alarm). Gele LED drukverlies (L9) : licht op van zodra het contact voor de drukoverwaking van de blusmiddelcilinders schakelt. Gele LED drukverlies (L10) : knippert van zodra er een storing (openkring of kortsluiting) gedetecteerd wordt in de bekabeling van de drukschakelaar. Rode LED uitstroming blusmiddel (L11) : licht op van zodra de flow-switch schakelt. Gele LED uitstroming blusmiddel (L12) : knippert van zodra er een storing (openkring of kortsluiting) gedetecteerd wordt in de bekabeling van de flow-switch.

HG6140N01G Pag. 14/34 Rode LED standmelding manueel (L13) : licht op van zodra de bluscentrale in de manuele werkingsmode geschakeld wordt. Gele LED standmelding manueel (L14) : knippert van zodra er een storing (openkring of kortsluiting) gedetecteerd wordt in de bekabeling van de sleutelschakelaar auto/man (KEY1). Gele LED handmatige blokkering (L20) : licht op van zodra de hendel voor het vergrendelen van de activator in de bediende stand wordt geplaatst. Gele LED handmatige blokkering (L20) : knippert van zodra er een storing (openkring of kortsluiting) in de bekabeling van het contact handmatige blokkering gedetecteerd wordt of wanneer de hendel van de handmatige blokkering van de activator in een niet toegestane stand wordt geplaatst. 3.2. ALGEMENE VISUELE AANDUIDINGEN (L15-L19, L21-L35) Gele LED stilte (L15) : licht op bij de bediening van de druktoets stilte (S3). Gele LED blusdrukknop uit dienst (L16) : licht op van zodra de blusdrukknop, met behulp van de druktoets blusdrukknop uit dienst (S4), buiten dienst geplaatst wordt. Gele LED sir.blussing/activator uit (L17) : licht op van zodra het uitgangssignaal voor de aansturing van de activator, met behulp van de druktoets sir.blussing/activator uit (S5), buiten dienst geplaatst wordt. Rode LED branddetectie (L18) : licht op van zodra één van beide detectorgroepen een brandalarmmelding genereert en de bluscentrale naar het eerste alarmniveau schakelt. De rode LED branddetectie (L18) licht eveneens op van zodra beide detectorgroepen een brandalarmmelding genereren met de bluscentrale in de manuele werkingsmode (KEY1 L33). Rode LED blusprocedure gestart (L19) : licht op van zodra beide detectorgroepen een brandalarmmelding genereren en de bluscentrale bijgevolg naar het tweede alarmniveau schakelt (enkel geldig met de bluscentrale in de automatische werkingsmode). Opgepast, deze situatie start de blusprocedure, wat betekent dat zonder bijkomende handelingen de blussing na de instelbare vertragingstijd van 0 tot 60 seconden gestart zal worden (enkel geldig met de activator in dienst (L17) gedoofd). De rode LED blusprocedure gestart (L19) knippert gedurende de instelbare vertragingstijd van 0 tot 60 seconden en licht continu op na het verstrijken van deze tijd. Met andere woorden bij de aanvang van de automatische blussing. Deze LED licht eveneens op bij het bedienen van een gele blusdrukknop, voor zover deze niet uit dienst geplaatst is (S4).

HG6140N01G Pag. 15/34 Rode LED activator gestuurd (L21) : licht op ofwel na het verstrijken van de vertragingstijd van de blusprocedure (enkel geldig met de activator in dienst (L17 gedoofd) ofwel bij de bediening van een gele blusdrukknop. Gele LED detectielussen uit dienst (L22) : licht op van zodra de bluscentrale in de manuele werkingsmode geschakeld wordt (KEY1 L33). Groene LED in bedrijf (L23) : licht op van zodra de bluscentrale onder spanning geplaatst wordt. De LED in bedrijf dooft wanneer de hoofdprocessor gedurende 15 seconden geen datastroom van de subprocessor ontvangt. Het doven van de LED in bedrijf in combinatie met het oplichten van de gele LED algemene storing (L24) en de activatie van de interne waarschuwingszoemer wijst op een fatale fout van de subprocessor en dient onmiddellijk door een bevoegd technicus te worden nagezien. De bluscentrale bevindt zicht als gevolg van deze fatale fout niet meer in een goede staat van werking. Gele LED algemene storing (L24) : knippert ingeval van een technische storing en licht continu op ingeval van een fatale fout van de subprocessor. Gele LED algemeen uit dienst (L25) : licht op ingeval van eender welke buitendienststelling (detectielussen manuele bediening activator). Gele LED acoustisch signaal niveau 1 (L26) : knippert van zodra er een storing (openkring of kortsluiting) gedetecteerd wordt in de bekabeling tussen de bluscentrale en de geluidsmiddelen van het eerste alarmniveau. Gele LED acoustisch signaal blussing (L27) : knippert van zodra er een storing (openkring of kortsluiting) gedetecteerd wordt in de bekabeling tussen de bluscentrale en de geluidsmiddelen blussing. Licht continu op van zodra de geluidsmiddelen blussing met behulp van de druktoets sir.blussing/activator uit (S5) buiten werking worden geplaatst. Gele LED activator (L28) : knippert van zodra er een storing (openkring of kortsluiting) gedetecteerd wordt in de bekabeling tussen de bluscentrale en de activator. Gele LED lichtpaneel (L29) : knippert van zodra er een storing (openkring of kortsluiting) gedetecteerd wordt in de bekabeling tussen de bluscentrale en het waarschuwingslicht. Gele LED noodvoeding (L30) : knippert ingeval van een storing in de noodvoeding. Gele LED netvoeding (L31) : knippert ingeval van een storing in de netvoeding.

HG6140N01G Pag. 16/34 Rode LED auto/man (L32) : licht op van zodra de bluscentrale in de automatische werkingsmode geschakeld wordt. Gele LED auto/man (L33) : licht op van zodra de bluscentrale in de manuele werkingsmode geschakeld wordt. Groene LED selectie bedieningsniveau (L34) : licht op van zodra de bluscentrale in het eerste bedieningsniveau geschakeld wordt. Gele LED selectie bedieningsniveau (L35) : licht op van zodra de bluscentrale in het tweede bedieningsniveau geschakeld wordt. Gele LED fout hoofdprocessor (L36) : licht op van zodra de subprocessor gedurende 60 seconden geen datastroom ontvangt van de hoofdprocessor. Het oplichten van de LED storing hoofdprocessor samen met de activatie van de interne waarschuwingszoemer wijst op een fatale fout van de hoofdprocessor en dient onmiddellijk door een bevoegd technicus nagezien te worden. De bluscentrale bevindt zich als gevolg van deze fatale fout niet meer in een goede staat van werking.

HG6140N01G Pag. 17/34 4. WERKING VAN DE BLUSCENTRALE 4.1. ALARMVERWERKING De MD6140 bluscentrale heeft twee werkingsmodi voor de afhandeling van een brandalarm, namelijk de manuele en de automatische werkingsmode. De keuze van de werkingsmode wordt bepaald door middel van de sleutelschakelaar KEY1. 4.1.1. Rustpositie of waaktoestand De bluscentrale bevindt zich in de rustpositie voor zover er geen enkele fout- en/of alarmingang aangestuurd is en voor zover de sleutelschakelaar auto/man (KEY1) op automatisch is ingesteld. Enkel de groene LED in bedrijf (L23), de rode LED auto/man (L32) en de groene LED selectie bedieningsniveau (L34) lichten op. 4.1.2. Alarmniveau 1 Één van beide alarmingangen (detectorgroepen) meldt een brandalarm. De rode LED alarm ingang 1 (L1) OF alarm ingang 2 (L3) licht op afhankelijk van de ingang (of detectorgroep) waarop het alarm wordt gemeld. De rode LED branddetectie (L18) licht op. De waarschuwingszoemer in de bluscentrale wordt aangestuurd. De geluidsmiddelen van alarmniveau 1, opgesteld in het lokaal, worden aangestuurd. De optische signalen van alarmniveau 1(flitslichten optioneel), opgesteld in het lokaal, worden aangestuurd. De blussing treedt NIET automatisch in werking. De waarschuwingszoemer wordt, ongeacht het ingeschakelde bedieningsniveau, afgeschakeld met de druktoets stilte (S3). De geluidsmiddelen van alarmniveau 1 kunnen enkel afgeschakeld worden door middel van de druktoets stilte (S3) en de bluscentrale in bedieningsniveau 2. De auditieve signalen van niveau 1 worden automatisch afgeschakeld indien de activator wordt aangestuurd en de geluidsmiddelen blussing in werking treden. De optische signalen van alarmniveau 1 (flitslichten optioneel) blijven na het bedienen van de druktoets stilte (S3) aangestuurd. Deze signalen worden enkel stopgezet na de bediening van de druktoets reset (S1) met de bluscentrale in bedieningsniveau 2 (KEY2-L35).

HG6140N01G Pag. 18/34 4.1.3. Alarmniveau 2 Beide alarmingangen (detectorgroepen) melden een brandalarm. Beide rode LED alarm ingang 1 (L1) EN alarm ingang 2 (L3) lichten op. De rode LED branddetectie (L18) dooft en de rode LED blusprocedure gestart (L19) knippert. De waarschuwingszoemer in de bluscentrale wordt aangestuurd. De geluidsmiddelen van alarmniveau 1 worden opnieuw in werking gesteld voor zover deze waren stopgezet met de druktoets stilte (S3 en bedieningsniveau 2). De optische signalen van alarmniveau 2 (flitslichten) worden aangestuurd. De optische signalen van alarmniveau 1 (flitslichten optioneel) blijven actief. De bluscentrale bevindt zich in alarmniveau 2, bijgevolg wordt de instelbare vertragingstijd van de blusprocedure (0 tot 60 seconden) gestart. Deze vertragingstijd kan enkel stopgezet worden na het bedienen van de druktoets reset (S1) met de bluscentrale in bedieningsniveau 2 (KEY2-L35). De activering van het blussysteem kan ook worden vermeden door de bediening van een blauwe onderbrekingsknop of door het uit dienst plaatsen van de activator (S5 L17, enkel met de bluscentrale in bedieningsniveau 2). Belangrijke opmerking : de omschakeling van de bluscentrale van de automatische naar de manuele werkingsmode zal, na de start van de blusprocedure, de vertragingstijd NIET stoppen en bijgevolg het uitvoeren van de blussing niet meer kunnen verhinderen! De waarschuwingszoemer wordt, ongeacht het ingeschakelde bedieningsniveau, afgeschakeld met de druktoets stilte (S3). De geluidsmiddelen van alarmniveau 1 kunnen enkel afgeschakeld worden door middel van de druktoets stilte (S3) en de bluscentrale in bedieningsniveau 2. De optische signalen van alarmniveau 1 (flitslichten optioneel) blijven na het bedienen van de druktoets stilte (S3) aangestuurd. Deze signalen worden enkel stopgezet na de bediening van de druktoets reset (S1) met de bluscentrale in bedieningsniveau 2 (KEY2-L35). Het automatisch in werking treden van de blussing kan verhinderd worden door tijdens de vertragingstijd van de blusprocedure een blauwe onderbrekingsknop te bedienen of door middel van de druktoets sir.blussing/activator uit (S4 enkel beschikbaar met de bluscentrale in bedieningsniveau 2) het uitgangsrelais voor de bekrachtiging van de activator buiten werking te plaatsen. Opgelet, de blauwe onderbrekingsknop verhindert de automatische start van de blusprocedure, maar stopt de vertragingstijd van de blusprocedure niet!

HG6140N01G Pag. 19/34 Het uitschakelen van de blauwe onderbrekingsknop zal, indien de vertragingstijd van de blusprocedure verstreken is, onmiddellijk leiden tot het in werking treden van de blussing. Indien de vertragingstijd nog niet verstreken is, wordt de blussing gestart na het verstrijken van de resterende tijd. Ingeval van het verstrijken van de instelbare vertragingstijd met de bluscentrale in de automatische werkingsmode (L32). De automatische werkingsmode van de bluscentrale wordt gemeld met de rode LED auto/man (L32). Na het verstrijken van de instelbare vertragingstijd van 0 tot 60 seconden wordt de activator van de blusinstallatie door de bluscentrale bekrachtigd zodanig dat de blussing in werking treedt. De rode LED blusprocedure gestart (L19) licht continu op. De rode LED activator gestuurd (L21) licht op. De geluidsmiddelen van alarmniveau 1, opgesteld in het lokaal, worden afgeschakeld en de geluidsmiddelen blussing worden aangestuurd. Het optisch signaal blussing actief wordt geactiveerd. De bediening van de druktoets stilte (S3) heeft in dit stadium van de procedure, behalve voor het uitschakelen van de interne waarschuwingszoemer, geen enkele invloed op de werking van de bluscentrale. De bediening van de druktoetsen reset (S1), blusdrukkop uit dienst (S4), sir.blussing/activator uit dienst (S5), van de toetsencombinatie voor het uit dienst plaatsen van de alarmingangen en van de sleutelschakelaars auto/man (KEY1) en selectie bedieningsniveau (KEY2) heeft in dit stadium van de procedure geen enkele invloed op het verloop van de aan de gang zijnde blussing en kan bijgevolg de blussing niet meer stopzetten. De werking van de druktoets reset wordt na het starten van de blussing gedurende 30 minuten geblokkeerd. De werking van alle druktoetsen en van de toetsencombinatie uit dienst wordt na het starten van de blussing gedurende 30 minuten geblokkeerd. Als bevestiging van de goede werking van de automatische blussing wordt de uitstroming van het blusmiddel met behulp van de rode LED uitstroming blusmiddel (L11) gemeld op het bedieningsfront van de bluscentrale. Als gevolg hiervan wordt aan de buitenzijde van het lokaal een lichtpaneel of verlicht opschrift, met de vermelding verboden toegang blussing in uitvoering aangestuurd.

HG6140N01G Pag. 20/34 Het automatisch in werking treden van de blussing kan verhinderd worden door tijdens de vertragingstijd van de blusprocedure een blauwe onderbrekingsknop te bedienen of door middel van de druktoets sir.blussing/activator uit (S4 enkel beschikbaar met de bluscentrale in bedieningsniveau 2) het uitgangsrelais voor de bekrachtiging van de activator buiten werking te plaatsen. Opgelet, de blauwe onderbrekingsknop verhindert de automatische start van de blusprocedure, maar stopt de vertragingstijd van de blusprocedure niet! Het uitschakelen van de blauwe onderbrekingsknop zal, indien de vertragingstijd van de blusprocedure verstreken is, onmiddellijk leiden tot het in werking treden van de blussing. Indien de vertragingstijd nog niet verstreken is, wordt de blussing gestart na het verstrijken van de resterende tijd. Belangrijke opmerking : de omschakeling van de bluscentrale van de automatische naar de manuele werkingsmode zal, na de start van de blusprocedure de vertragingstijd NIET stoppen en bijgevolg het uitvoeren van de blussing niet meer kunnen verhinderen! 4.1.4. Werking ingeval van manuele werkingsmode (L33) Alarmniveau 1 : Ingeval van een alarmniveau 1 met de bluscentrale in de manuele werkingsmode, worden alle acties uitgevoerd zoals hierboven beschreven voor alarmniveau 1 in de stand automatisch. Alarmniveau 2 : Beide rode LED alarm ingang 1 (L1) EN alarm ingang 2 (L3) lichten op. De rode LED branddetectie (L18) licht op. De waarschuwingszoemer in de bluscentrale wordt aangestuurd. De geluidsmiddelen van alarmniveau 1, opgesteld in het lokaal, worden aangestuurd. De optische signalen van alarmniveau 1 (flitslichten optioneel), opgesteld in het lokaal, blijven aangestuurd. De blussing treedt NIET automatisch in werking. De waarschuwingszoemer wordt, ongeacht het ingeschakelde bedieningsniveau, afgeschakeld met de druktoets stilte (S3). De geluidsmiddelen van alarmniveau 1 kunnen enkel afgeschakeld worden door middel van de druktoets stilte (S3) en de bluscentrale in bedieningsniveau 2.

HG6140N01G Pag. 21/34 De optische signalen van alarmniveau 1 (flitslichten optioneel) blijven na het bedienen van de druktoets stilte (S3) aangestuurd. Deze signalen worden enkel stopgezet na de bediening van de druktoets reset (S1) met de bluscentrale in bedieningsniveau 2 (KEY2-L35). Met de bluscentrale in de manuele bedieningsmode (L33) kan de blussing enkel via een gele blusdrukkop in werking gesteld worden. De manuele werkingsmode van de bluscentrale wordt gemeld door de gele LED auto/man (L33), de gele LED detectielussen uit dienst (L22) en de gele LED algemeen uit dienst (L25). Indien de bluscentrale in de automatische werkingsmode naar alarmniveau 2 schakelt, wordt de vertragingstijd na het omschakelen naar de manuele werkingsmode NIET gestopt. De manuele werkingsmode zal het starten van de blussing niet kunnen verhinderen. Indien beide alarmingangen actief zijn met de bluscentrale in de manuele werkingsmode, wordt de vertragingstijd van de blusprocedure NIET gestart. De vertragingstijd wordt in dit geval gestart bij de eerste omschakeling naar de automatische werkingsmode. Vanaf dan verloopt de procedure zoals in de hierboven beschreven routine. 4.1.5. De bediening van een gele blusdrukknop Het activeren van een gele blusdrukknop wordt met de rode LED blusdrukkop (L5) op het bedieningsfront van de bluscentrale bevestigd. Dit resulteert in de onmiddellijke aansturing van de activator van de blusinstallatie, met de start van de blussing als gevolg. De rode LED blusprocedure gestart (L19) licht op. De rode LED activator gestart (L21) licht op. De waarschuwingszoemer in de bluscentrale wordt aangestuurd. De geluidsmiddelen blussing, opgesteld in het lokaal, worden aangestuurd. De optische signalen van alarmniveau 1 (flitslichten optioneel) en van alarmniveau 2 (flitslichten) worden aangestuurd. Het optisch signaal blussing actief wordt geactiveerd. De bediening van de druktoets stilte (S3) heeft in dit stadium van de blusprocedure, behalve voor het afschakelen van de interne waarschuwingszoemer, geen enkele invloed op de werking van de bluscentrale.

HG6140N01G Pag. 22/34 De optische signalen van alarmniveau 1 (flitslichten optioneel) en van alarmniveau 2 (flitslichten) blijven na het bedienen van de druktoets stilte (S3) aangestuurd. Deze signalen worden enkel stopgezet na de bediening van de druktoets reset (S1) met de bluscentrale in bedieningsniveau 2 (KEY2-L35). De bediening van de druktoetsen reset (S1), blusdrukkop uit dienst (S4), sir.blussing/activator uit (S5) en van de toetsencombinatie voor het uit dienst plaatsen van de alarmingangen heeft in dit stadium van de procedure geen enkele invloed op het verloop van de aan de gang zijnde blussing en kan bijgevolg de blussing niet meer stopzetten. De werking van de druktoets reset wordt na het starten van de blussing gedurende 30 minuten geblokkeerd. De werking van alle druktoetsen en van de toetsencombinatie uit dienst wordt na het starten van de blussing gedurende 30 minuten geblokkeerd. Als bevestiging van de goede werking van de automatische blussing wordt de uitstroming van het blusmiddel met behulp van de rode LED uitstroming blusmiddel (L11) gemeld op het bedieningsfront van de bluscentrale. Als gevolg hiervan wordt aan de buitenzijde van het lokaal een lichtpaneel of verlicht opschrift, met de vermelding verboden toegang blussing in uitvoering, aangestuurd. Een gele blusdrukknop is prioritair ten opzichte van elke andere instelling of status van de bluscentrale, met uitzondering van de blauwe onderbrekingsknop en de druktoets blusdrukknop uit dienst (S4 beschikbaar in bedieningsniveau 2). 4.2. FLOW-SWITCH De flow-switch is een schakelaar, gemonteerd in de blusleiding, die schakelt van zodra het blusmiddel in de leidingen aanwezig is. De positie van deze flow-switch wordt door de bluscentrale ingelezen en op het bedieningsfront van de centrale gemeld met de rode LED uitstroming blusmiddel (L11). De lichtpanelen met opschrift verboden toegang blussing in uitvoering worden aangestuurd. Indien de flow-switch schakelt zonder een alarmmelding op de bluscentrale, bijvoorbeeld door een rechtstreekse bediening van de activator op de blusinstallatie, wordt onmiddellijk alarmniveau 2 op de centrale actief. Als gevolg hiervan worden volgende acties uitgevoerd :

HG6140N01G Pag. 23/34 De activering van de flow-switch wordt met de rode LED uitstroming blusmiddel (L11) op het bedieningsfront van de bluscentrale gemeld. De lichtpanelen met opschrift verboden toegang blussing in uitvoering worden aangestuurd. De activator van de blusinstallatie wordt door de bluscentrale bekrachtigd. De rode LED blusprocedure gestart (L19) licht op. De rode LED activator gestuurd (L21) licht op. De waarschuwingszoemer in de bluscentrale wordt aangestuurd. De geluidsmiddelen blussing, opgesteld in het lokaal, worden aangestuurd. De optische signalen van alarmniveau 1 (flitslichten optioneel) en van alarmniveau 2 (flitslichten) worden aangestuurd. Het optisch signaal blussing actief wordt geactiveerd. De bediening van de druktoets stilte (S3) heeft in dit stadium van de blusprocedure, behalve voor het afschakelen van de interne waarschuwingszoemer, geen enkele invloed op de werking van de bluscentrale. De optische signalen van alarmniveau 1 (flitslichten optioneel) en van alarmniveau 2 (flitslichten) blijven na het bedienen van de druktoets stilte (S3) aangestuurd. Deze signalen worden enkel stopgezet na de bediening van de druktoets reset (S1) met de bluscentrale in bedieningsniveau 2 (KEY2-L35). De bediening van de druktoetsen reset (S1), blusdrukkop uit dienst (S4), sir.blussing/activator uit (S5) en van de toetsencombinatie voor het uit dienst plaatsen van de alarmingangen heeft in dit stadium van de procedure geen enkele invloed op het verloop van de aan de gang zijnde blussing en kan bijgevolg de blussing niet meer stopzetten. De werking van de druktoets reset wordt na het starten van de blussing gedurende 30 minuten geblokkeerd. De werking van alle druktoetsen en van de toetsencombinatie uit dienst wordt na het starten van de blussing gedurende 30 minuten geblokkeerd. 4.3. ONDERBREKINGSKNOP De bediening van de onderbrekingsknop schakelt onmiddellijk de relais onderbrekingsknop (relais 8). De relais onderbrekingsknop schakelt automatisch terug naar de rusttoestand van zodra de onderbrekingsknop zich niet meer in de bediende stand bevindt.

HG6140N01G Pag. 24/34 De bediening van de onderbrekingsknop met de bluscentrale in rustpositie of waaktoestand : De gele LED storing onderbrekingsknop (L8) licht op. De relais onderbrekingsknop (relais 8) schakelt. De waarschuwingszoemer in de bluscentrale wordt aangestuurd. De gele LED algemene storing (L24) licht op. De relais algemene storing (relais 7) schakelt terug naar de rustpositie (fail-safe relais). De waarschuwingszoemer wordt, ongeacht het ingeschakelde bedieningsniveau, afgeschakeld met de druktoets stilte (S3). Indien de bluscentrale met een reeds actieve onderbrekingsknop in de alarmniveau 1 of 2 status schakelt, dan wordt de hierboven beschreven toestand opgegeven en gelden de onderstaande procedures. De bediening van de onderbrekingsknop met de bluscentrale in alarmniveau 1 : De bluscentrale meldt de status van alarmniveau 1, zijnde : Afhankelijk van de alarmingang of detectorgroep waarop het alarm wordt gemeld, licht de rode LED alarm ingang 1 (L1) OF alarm ingang 2 (L3) op. De rode LED branddetectie (L18) licht op. De waarschuwingszoemer in de bluscentrale wordt aangestuurd. De geluidsmiddelen van alarmniveau 1, opgesteld in het lokaal, worden aangestuurd. De optische signalen van alarmniveau 1 (flitslichten optioneel), opgesteld in het lokaal, worden aangestuurd. De blussing treedt NIET automatisch in werking. De waarschuwingszoemer wordt, ongeacht het ingeschakelde bedieningsniveau, afgeschakeld met de druktoets stilte (S3). Na de bediening van de blauwe onderbrekingsknop licht de rode LED onderbrekingsknop (L7) op. De relais onderbrekingsknop (relais 8) schakelt. De waarschuwingszoemer in de bluscentrale wordt aangestuurd. De waarschuwingszoemer wordt, ongeacht het ingeschakelde bedieningsniveau, afgeschakeld met de druktoets stilte (S3). De geluidsmiddelen van alarmniveau 1 kunnen enkel afgeschakeld worden door middel van de druktoets stilte (S3) en de bluscentrale in bedieningsniveau 2. De auditieve signalen van alarmniveau 1 worden automatisch afgeschakeld zodra de bluscentrale alarmniveau 2 bereikt.

HG6140N01G Pag. 25/34 De optische signalen van alarmniveau 1 (flitslichten optioneel) blijven na het bedienen van de druktoets stilte (S3) aangestuurd. Deze signalen worden enkel stopgezet na de bediening van de druktoets reset (S1) met de bluscentrale in bedieningsniveau 2 (KEY2-L35). De bediening van de onderbrekingsknop met de bluscentrale in alarmniveau 2 : De bluscentrale meldt de status van alarmniveau 2, zijnde : Beide rode LED alarm ingang 1 (L1) EN alarm ingang 2 (L3) lichten op. De rode LED branddetectie (L18) dooft en de rode LED blusprocedure gestart (L19) knippert. De waarschuwingszoemer in de bluscentrale wordt aangestuurd. De geluidsmiddelen van alarmniveau 1 worden opnieuw in werking gesteld voor zover deze stopgezet waren met de druktoets stilte (S3 en bedieningsniveau 2). De waarschuwingszoemer wordt, ongeacht het ingeschakelde bedieningsniveau, afgeschakeld met de druktoets stilte (S3). De geluidsmiddelen van alarmniveau 1 kunnen enkel afgeschakeld worden door middel van de druktoets stilte (S3) en de bluscentrale in bedieningsniveau 2. De optische signalen van alarmniveau 2 (flitslichten) worden aangestuurd. De optische signalen van alarmniveau 1 (flitslichten optioneel) blijven actief. De bluscentrale bevindt zich in alarmniveau 2, bijgevolg wordt de instelbare vertragingstijd van de blusprocedure (0 tot 60 seconden) gestart. Na de bediening van de blauwe onderbrekingsknop licht de rode LED onderbrekingsknop (L7) op. De relais onderbrekingsknop (relais 8) schakelt. De waarschuwingszoemer in de bluscentrale wordt aangestuurd. Na het verstrijken van de instelbare vertragingstijd wordt de relais voor de bekrachtigen van de activator NIET actief en zal bijgevolg de blussing NIET automatisch starten. De waarschuwingszoemer wordt, ongeacht het ingeschakelde bedieningsniveau, afgeschakeld met de druktoets stilte (S3). De optische signalen van alarmniveau 2 worden samen met de optische signalen van alarmniveau 1 gehandhaafd na de bediening van de druktoets stilte (S3). Deze signalen kunnen enkel stopgezet worden na de bediening van de druktoets reset (S1) met de bluscentrale in bedieningsniveau 2 (KEY2-L35).

HG6140N01G Pag. 26/34 Belangrijke opmerking : Indien de blauwe onderbrekingsknop VOOR het verstrijken van de vertragingstijd (L19 blusprocedure gestart knippert) terug in de niet bediende stand wordt geplaatst, wordt de procedure zoals beschreven onder 4.1.3. alarmniveau 2 afgehandeld. Indien de bluscentrale zich in de automatische mode bevindt, wordt na het verstrijken van de resterende vertragingstijd de blussing gestart. Indien de blauwe onderbrekingsknop NA het verstrijken van de vertragingstijd (L19 blusprocedure gestart licht continu op) terug in de niet bediende stand wordt geplaatst, wordt de procedure zoals beschreven onder 4.1.3. alarmniveau 2 na het verstrijken van de vertragingstijd afgehandeld. Indien de bluscentrale zicht in de automatische mode bevindt, wordt de blussing onmiddellijk gestart. 4.4. DRUKVERLIES Ingeval van een ontoelaatbaar drukverlies in één van de cilinders met het blusmiddel wordt een contact geschakeld. Dit contact wordt op de bluscentrale gemeld met de gele LED drukverlies (L9) en algemene storing (L24). De interne waarschuwingszoemer en de algemene foutrelais worden eveneens aangestuurd. De auditieve signalen worden afgeschakeld met de druktoets stilte (S3). 4.5. FOUTVERWERKING Algemene opmerking : de foutmeldingen afkomstig van de bewaakte ingangen en de overwaakte uitgangen worden, met uitzondering van de onderbrekingsknop, met een vertragingstijd van 60 seconden op het bedieningsfront van de bluscentrale gemeld. Een foutmelding van de onderbrekingsknop wordt met een vertragingstijd van 2 seconden gemeld. 4.5.1. Bewaakte ingangen De bluscentrale is uitgerust met een aantal bewaakte ingangen : alarmingang 1, alarmingang 2, blusdrukknop, onderbrekingsknop, drukverlies, uitstroming blusmiddel, standmelding manueel en manuele blokkering. Het betreft telkens het inlezen van ofwel brandmelders ofwel contacten waarvan de bekabeling continu gecontroleerd wordt op kortsluiting of openkring. Een kortsluiting of openkring in de bekabeling wordt gemeld door het knipperen van de overeenkomstige LED (L2/L4/L6/L8/L10/L12/L14/L20) samen met het knipperen van de gele LED algemene storing (L24). De waarschuwingszoemer in de bluscentrale en de algemene foutrelais worden eveneens aangestuurd.

HG6140N01G Pag. 27/34 De auditieve signalen worden met de druktoets stilte (S3) afgeschakeld. De diverse foutmeldingen gebeuren enkel indien de fout gedurende 1 minuut behouden blijft. Een uitzondering is de onderbrekingsknop. Deze foutmelding wordt met een vertragingstijd van 2 seconden gemeld. Opmerking : de aansturing van de activator wordt geblokkeerd bij de melding van een storing van de bewaakte ingang van de onderbrekingsknop. 4.5.2. Bewaakte uitgangen De bluscentrale is tevens uitgerust met 4 bewaakte uitgangen : acoustisch signaal alarmniveau 1 (waarschuwingssignalisatie in het lokaal), acoustisch signaal blussing (sirenes blussing in het lokaal), activator (bekrachtiging van de magneetspoel op de blusinstallatie) en lichtpaneel (tekstbord met het opschrift verboden toegang blussing in uitvoering, opgesteld buiten het lokaal boven de toegangsdeur(en) tot het lokaal). Een kortsluiting of openkring in deze bekabeling wordt gemeld met de overeenkomstige gele LED (L26, L27, L28, L29) samen met de gele LED algemene storing (L24) en de waarschuwingszoemer in de bluscentrale. De algemene foutrelais wordt eveneens aangestuurd. De auditieve signalen worden afgeschakeld met de druktoets stilte (S3). 4.5.3. Voedingsstoring De bluscentrale is uitgerust met 2 voedingsbronnen : de 230Vac netvoeding en een stel noodstroom batterijen. De status van beide voedingsbronnen wordt permanent gecontroleerd en de eventuele storingen worden gemeld met de gele LED noodvoeding (L30) en de gele LED netvoeding (L31), samen met de gele LED algemene storing (L24). De waarschuwingszoemer in de bluscentrale en de algemene storingsrelais worden eveneens aangestuurd. De auditieve signalen worden afgeschakeld met de druktoets stilte (S3). 4.6. UIT DIENST De bediening van een gele blusdrukkop en het aansturen van de activator kunnen respectievelijk met de toetsen (S4) en (S5) uit dienst geplaatst worden. (enkel mogelijk met de bluscentrale in bedieningsniveau 2). De buitendienststelling wordt met de gele LED blusdrukkop uit dienst (L16) en sir.blussing/ activator uit (L17) gemeld, samen met de gele LED algemeen uit dienst (L25). De uit dienst status blijft behouden na het herwapenen van de centrale.

HG6140N01G Pag. 28/34 Opmerking : het in dienst plaatsen van de activator kan in geen enkel geval aanleiding geven tot het onmiddellijk aansturen van de activator. Indien de activator in dienst geplaatst wordt met een melding alarmniveau 2 op de bluscentrale (afkomstig van de alarmingangen of van een gele blusdrukkop), dan wordt de instelbare vertragingstijd gestart. Pas na het verstrijken van de instelbare vertragingstijd wordt de activator gestuurd. De manuele werkingsmode van de bluscentrale (KEY1-L33) wordt door de bluscentrale als een buitendienststelling van de detectielussen alarm ingang 1 en alarm ingang 2 beschouwd. Bijgevolg worden in de manuele werkingsmode de LED detectielussen uit dienst (L22) en algemeen uit dienst (L25) aangestuurd. Door het samen indrukken van de druktoetsen stilte (S3) en sir.blussing/ activator uit (S5) worden de alarm ingangen 1 en 2 uit dienst geplaatst. Deze uit dienst functie wordt met de gele LED algemeen uit dienst (L25), de gele LED alarm ingang 1 (L2) en de gele LED alarm ingang 2 (L4) gemeld. Door het samen indrukken van de druktoetsen stilte (S3) en blusdrukknop uit dienst (S4) worden de alarm ingangen 1 en 2 terug in dienst geplaatst. 4.7. SYSTEEMFOUTEN De bluscentrale is uitgerust met 2 microprocessoren die de goede werking van het systeem garanderen. De hoofdprocessor bevindt zich op de centralisatie-eenheid (T610006) en zorgt voor de verwerking van de alarm- en storings-meldingen, de aansturing van de LED op het bedieningsfront, de aansturing van de auxiliaire relais (relais 5 tot 10) en voor de inlezing van de bedienings-toetsen. De subprocessor bevindt zich op de lusaansluitprint (T610002) en zorgt voor het inlezen van de 8 ingangen en voor het aansturen van de bewaakte uitgangen (relais 1 tot 4). Tijdens de normale werking van de bluscentrale treden beide processors continu met elkaar in verbinding. Op deze wijze kunnen beide processors de goede staat van werking van de ander controleren en indien nodig een foutmelding genereren. Melding van de slecte werking van de hoofdprocessor door de subprocessor : Indien de subprocessor gedurende 1 minuut geen verbinding met de hoofdprocessor tot stand kan brengen, wordt de gele LED fout hoofdprocessor (L36) aangestuurd en wordt een interne zoemer fout hoofdprocessor aangestuurd.

HG6140N01G Pag. 29/34 Deze foutmelding kan enkel met de drukknop reset fout hoofdprocessor herwapend worden. Deze drukknop bevindt zich in de kast van de MD6140 bluscentrale (zie aansluitschema TA6140N22). Melding van de slechte werking van de subprocessor door de hoofdprocessor : Indien de hoofdprocessor gedurende 15 seconden geen verbinding met de subprocessor tot stand kan brengen, licht de gele LED algemene storing (L24) op, dooft de LED in bedrijf (L23) en wordt de waarschuwingszoemer van de bluscentrale aangestuurd. De waarschuwingszoemer kan met de druktoets stilte (S3) afgeschakeld worden. Wanneer de communicatie zich automatisch hersteld, wordt de LED algemene storing (L24) alternerend aangestuurd. De foutmelding wordt hersteld na de bediening van de druktoets reset (S1).

HG6140N01G Pag. 30/34 5. UITRUSTING VAN DE BLUSCENTRALE 5.1. INGANGEN De LIMOTEC MD6140 bluscentrale is standaard uitgerust met 8 ingangen, die in de besturingssoftware van het systeem aan de hiernavolgende functies zijn toegekend. Ingang 1 : aansluitpunt van de S65-brandmelders van de eerste groep. Ingang 2 : aansluitpunt van de S65-brandmelders van de tweede groep. Ingang 3 : aansluitpunt van de gele blusdrukknop(pen). Op deze ingang kunnen één of meerdere externe blusdrukknoppen aangesloten worden. De MD6140 bluscentrale is hiervoor uitgerust met de nodige aansluitklemmen (zie aansluitschema Fig. 7 : MD6140 klemmen ). Ingang 4 : aansluitpunt van de blauwe onderbrekingsknop(pen). De onderbrekingsknop wordt in het lokaal opgesteld en biedt de mogelijkheid om ingeval van een ontijdige brandalarmmelding de blusprocedure alsnog stop te zetten. Ingang 5 : aansluitpunt voor het contact drukoverwaking. Ingang 6 : aansluitpunt voor het contact uitstroming blusmiddel. Ingang 7 : aansluitpunt voor de sleutelschakelaar auto/man (KEY1). Het aansluiten van extern opgestelde sleutelbedieningen auto/man wordt niet toegestaan. Ingang 8 : aansluitpunt voor het inlezen van het contact handmatige blokkering. Dit contact bevindt zich op de blusmiddelcilinder en wordt actief van zodra de hendel voor het manueel blokkeren van de activator wordt bediend. 5.2. UITGANGEN 5.2.1. Lusaansluitprint T610002 Relais 1 : aansturing acoustisch signaal alarmniveau 1. Relaisuitgang met bewaking op openkring en kortsluiting van de aangesloten bekabeling. Dit relais valt af na bediening van de druktoets stilte (S3 enkel met de bluscentrale in bedieningsniveau 2) of na het bereiken van alarmniveau 2. Relais 2 : aansturing acoustisch signaal blussing. Dit relais wordt aangestuurd wanneer de blussing door relais 3 wordt gestart. Relaisuitgang met bewaking op openkring en kortsluiting van de aangesloten bekabeling. Dit relais valt af na bediening van de druktoets reset (S1).

HG6140N01G Pag. 31/34 Relais 3 : aansturing activator. Dit relais wordt actief bij het verstrijken van de instelbare vertragingstijd na het bereiken van alarmniveau 2, na de bediening van een gele blusdrukknop of na het inlezen van het contact uistroming blusmiddel (ingang 6) en stuurt het activeringsmechanisme op de blusinstallatie. Relaisuitgang met bewaking op openkring en kortsluiting van de aangesloten bekabeling. Deze relais valt af na bediening van de druktoets reset (S1). Relais 4 : aansturing lichtpaneel. Dit relais wordt actief bij het inlezen van het contact uitstroming blusmiddel (ingang 6) en stuurt het lichtpaneel met opschrift verboden toegang blussing in uitvoering opgesteld boven de toegangsdeur aan de buitenzijde van het lokaal. Relaisuitgang met bewaking op openkring en kortsluiting van de aangesloten bekabeling. Deze relais valt af na bediening van de druktoets reset (S1). 5.2.2. Centralisatie-eenheid T610006 Relais 5 : stroomloos omschakelcontact alarmniveau 1 (30Vdc/1A). Valt af na de bediening van de druktoets reset (S1). Relais 6 : stroomloos omschakelcontact alarmniveau 2 (30Vdc/1A). Valt af na bediening van de druktoets reset (S1). Relais 7 : fail-safe stroomloos omschakelcontact algemene storing (30Vdc/1A). Schakelt terug naar de rusttoestand (= contact geschakeld) na bediening van de druktoets reset (S1). Opmerking : de bediening van de blauwe onderbrekingsknop met de bluscentrale in de waaktoestand (waaktoestand = geen van beide detectorgroepen meldt een alarm), schakelt eveneens de foutrelais af. De foutrelais wordt automatisch hersteld als de onderbrekingsknop gedesactiveerd wordt of als de centrale een alarmniveau 1 bereikt. Relais 8 : stroomloos omschakelcontact onderbrekingsknop (30Vdc/1A). Schakelt bij elke bediening van de onderbrekingsknop en valt af na het terugschakelen van de onderbrekingsknop. Relais 9 : stroomloos omschakelcontact handmatige blokkering (30Vdc/1A). Schakelt bij elke bediening van de handmatige blokkering envalt af na het terugschakelen van de handmatige blokkering. Relais 10 : stroomloos omschakelcontact activator gestuurd (30Vdc/1A). Dit relais volgt de functionaliteit van relais 3. 5.2.3. Extra uitgang Stroomloos omschakelcontact manueel/automatisch (30Vdc/0,5A). Dit omschakelcontact volgt de stand van de sleutelschakelaar auto/man (KEY1) en wordt aangewend om de manuele status van de bluscentrale op afstand te melden.

HG6140N01G Pag. 32/34 5.3. INSTELBARE VERTRAGINGSTIJD VAN DE BLUSPROCEDURE De instelbare vertragingstijd is de tijd tussen het bereiken van een alarmniveau 2 en het werkelijk aansturen van de activator. Deze blusvertragingstijd kan in stappen van 5 seconden op een waarde tussen 0 en 60 seconden ingesteld worden. De instelling gebeurt met de dipswitch op de lusaansluitprint T61002 (zie onderstaande figuur).

HG6140N01G Pag. 33/34 6. CE MARKERING 1134 LIMOTEC Bosstraat 21 8570 Vichte 07 DOP-MD6140-2013-rev b - EN12094-1: 2003 - EN54-4 / A1: 2002 MD6140 MD6140: Automatisch bluscentrale Ontworpen voor gebruik in automatisch gas blus installaties binnen en rond gebouwen Essentiële kenmerken Prestaties Algemeen Milieuklasse (Klasse A) Signaalverwerking en indicatie (1 overstroming zone) Ontvangst en verwerking van de input triggering signalen Transmissie van de blusmiddelen signaal Activering de alarm toestellen Indicatie van de voorziening van stroom Geactiveerde toestand Indicatie van de geactiveerde toestand Uitgebracht toestand Indicatie van de uitgebracht toestand Resetten van de geactiveerde toestand en de uitgebracht toestand Storing toestand Indicatie van de storing toestand Buiten dienst toestand Indicatie van de buiten dienst toestand Vertraging van het blusmiddel Signaal van de stroming van de blusmiddel Overwaking van de status van de onderdelen Noodstop toestel Manuel stand Triggersignalen voor apparatuur buiten het systeem Activeren van het alarm toestellen met de verschillende signalen Algemene ontwerpeisen Mechanisch ontwerp Manuele bedieningen Visuele indicators Hoorbare indicators Elektrisch ontwerp van de onderdelen Circuit ontwerp Aanvullende eisen voor software bestuurd Markering

HG6140N01G Pag. 34/34 Algemene eisen van de stroomvoorziening Functionele test van de stroomvoorziening Voeding en lader test Test van de bestandheid tegen temperaturen 'Koud' operationeel Test van de bestandheid tegen temperaturen 'Vochtige warmte operationeel Test van de bestandheid tegen temperaturen 'Vochtige warmte Test van de schokbestendigheid Weerstandsproef operationele trillingen Weerstandsproef uithoudingsvermogen trillingen Test van de bestandheid tegen elektrische en elektromagnetische interferentie