INFORMATIE OVER BORSTVOEDING FRANCISCUS VLIETLAND
Inleiding U gaat naar huis, samen met uw baby naar uw eigen vertrouwde omgeving. In deze folder kunt u meer lezen over het geven van borstvoeding. U kunt deze informatie dan (eventueel samen met uw kraamverzorgende) thuis nog eens rustig doorlezen. Hebt u na het lezen van deze informatie nog behoefte aan steun of zijn er vragen, kijk dan naar de telefoonnummers en internetadressen achter in deze folder. Wij wensen u samen met uw baby een fijne tijd toe. Tien vuistregels voor het geven van borstvoeding De Wereld-GezondheidsOrganisatie (WHO) en Unicef ontwikkelden tien vuistregels voor het welslagen van de borstvoeding. Alle instellingen voor moeder- en kindzorg dienen ervoor zorg te dragen dat: 1. Zij een protocol over borstvoeding hebben; 2. Alle medewerkers vaardigheden aanleren, die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van dit protocol; 3. alle zwangeren voorgelicht worden over de voordelen van borstvoeding; 4. Moeders binnen een uur na de geboorte van hun kind geholpen worden met het geven van borstvoeding; 5. (aanstaande) Moeders vaardigheden aanleren voor het aanleggen en het in stand houden van de borstvoeding; 6. Zij de pasgeborene geen bijvoeding geven, tenzij op medisch voorschrift; 7. Moeder en kind dag en nacht bij elkaar op een kamer mogen blijven (rooming-in); 8. Borstvoeding op verzoek wordt nagestreefd; 9. aan een pasgeborene die borstvoeding krijgt, geen speen of fopspeen gegeven wordt; 10. Zij moeders inlichten over moedergroepen en borstvoedingsbegeleidingsgroepen. Elke vrouw kan in principe borstvoeding geven, tot de leeftijd van zes maanden wordt door de WHO geadviseerd uitsluitend moedermelk aan een baby te geven.
Voordelen borstvoeding Het geven van borstvoeding biedt voordelen aan moeder en kind. Het is goedkoop en praktisch. U hoeft s nachts geen flessen te warmen. De colostrum, de eerste borstvoeding, is vol met antistoffen en het beschermd uw baby tegen infecties. Het verstevigt de band tussen moeder en kind. Ook op lange termijn biedt het geven van borstvoeding voordeel. De baby heeft onder andere minder kans op allergische klachten, hoge bloeddruk en obesitas. Het geven van borstvoeding is ook gunstig voor de moeder. Na de bevalling herstelt de baarmoeder zich sneller door het geven van borstvoeding. U bent sneller terug op uw oude gewicht en als u langere tijd voedt wordt het risico op bepaalde vormen van kanker kleiner. De botten blijven steviger op latere leeftijd. Een goede start is belangrijk bij borstvoeding. Daarom laten wij de baby bloot bij u liggen tot de eerst voeding. Na de eerste voeding wordt uw baby gewogen en aangekleed. U kunt voor een nog betere start ook een cursus volgen over het geven van borstvoeding. Cursussen worden gegeven door lactatiekundigen, kraamzorg of borstvoedingvereniging bij u in de buurt. Zorgvuldig aanleggen Om de borstvoeding goed op gang te krijgen, is het belangrijk dat u de baby 8 tot 12 keer per dag uit beide borsten laat drinken. Eerst legt u de baby aan de ene borst en laat deze leeg drinken. Vervolgens drinkt de baby uit de andere borst wat hij of zij nog nodig heeft. U begint de volgende voeding met de borst waarmee u geëindigd bent. Het is bij het aanleggen van uw baby erg belangrijk dat u zelf prettig zit of ligt. Draai de baby naar u toe met het buikje van uw kindje tegen uw buik. Houd het neusje bij de tepel. Door met de tepel over de onderlip te gaan zal het mondje wijd opengaan. Breng nu de tepel in het mondje van de baby.
De baby is goed aangelegd als: Het mondje wijd open is. Het hoofdje iets naar achteren gebogen is. De lipjes naar buiten zijn gekruld. De tong onder de tepelhof ligt. Een groot gedeelte van de tepelhof in het mondje is. De baby dicht tegen u aan ligt, als het ware met het lijfje om u heen gekruld. U kunt in het begin een stekende pijn voelen. Als u na het eerste aanzuigen pijn blijft houden of als de baby toch niet goed is aangelegd, haal het er dan voorzichtig vanaf door uw pink in de mondhoek van uw baby te brengen en het vacuüm te onderbreken. Probeer het daarna nog eens. Uw baby drinkt genoeg In de eerste minuut maakt de baby korte, snelle zuigbewegingen om de toeschietreflex op gang te brengen. Daarna verandert het zuigpatroon en worden het diepe, regelmatige teugen. Dit is ook het bewijs dat de baby echt melk drinkt, u hoort uw baby ook duidelijk slikken. De baby heeft minimaal 5 tot 6 wegwerpluiers met urine of minimaal 6 tot 7 katoenen plasluiers per dag. De baby heeft de eerste weken elke dag ontlasting. Na verloop van tijd verandert het ontlastingspatroon, waarbij het heel normaal kan zijn als het maar 1 keer in de 2 weken is. De baby is alert en tevreden. De baby komt in de eerste maanden 90 tot 200 gram per week aan. Rooming-in Pasgeboren baby s kennen afwisselend periodes van diepe en lichte slaap en momenten van wakker zijn. Een baby die trek heeft, gaat sabbelgeluidjes maken en op de handjes zuigen. Het reageert op prikkels rond het mondje, gaat zoeken én begint als laatste te huilen. De lichte slaap is te herkennen aan het bewegen van de ogen of oogleden en van het gezichtje. Omdat het voor de borstvoeding goed is de baby heel vaak aan te leggen, is het nodig goed op te letten, wanneer de baby in
zo n lichte slaap verkeert. Dit kan het beste als de baby in de eerste borstvoedende periode bij u op de kamer slaapt. Voorkomen van borstontsteking Een dreigende borstontsteking kan beginnen met een pijnlijke, harde rode plek op de borst die niet verdwijnt na een voeding. Meestal komt dit door te volle borsten die niet goed leeg gedronken zijn. Tips ter voorkoming van een borstontsteking zijn: Laat de borsten goed leegdrinken, blijf minstens 10 minuten na de toeschietreflex voeden. Laat de baby eerst aan de pijnlijk, rode borst drinken. Voed in verschillende houdingen: liggend, zittend, rugbyhouding (de beentjes van de baby onder je arm of naast je). De afwisseling in houding zorgt voor een goede doorstroming in de borst. Masseer de harde plekken in uw borsten, richting de tepel, tijdens het voeden. Pas warmte toe op de borsten vóór een voeding met warme kompressen of warm water. Zorg voor een goede hygiëne (handen wassen). Vermijd druk op de borsten, draag geen knellende kleding of bh s met een beugel. Neem voldoende rust! Ga slapen wanneer uw baby ook slaapt. Bijvoeding Bijvoeding is het voedsel dat naast borstvoeding wordt gegeven. Het is uit voedingsdeskundig oogpunt niet nodig een zuigeling die borstvoeding krijgt en die goed groeit, vóór de 6e maand bijvoeding te geven. Alles, dus ook water, wat aan het kind wordt aangeboden naast borstvoeding, is bijvoeding. Vuistregel 6 (zie hierboven) luidt, dat pasgeborenen geen andere voeding dan borstvoeding krijgen, noch extra vocht, tenzij op medisch voorschrift. In dit geval wordt de bijvoeding gegeven met behulp van een lepeltje of cupje. Wanneer de baby uit een flesje wordt bijgevoed kan het zijn dat de baby de borst minder goed accepteert. De drinktechniek met behulp van
een speen is echt anders dan aan de borst (tepel-speen verwarring). Nadelen van (fop)spenen Vuistregel 9: aan de pasgeborenen die borstvoeding krijgen géén speen of fopspeen geven (de tepel-speen verwarring). Het geven van een fopspeen kan het aantal voedingen per dag verminderen wat invloed heeft op het op gang komen van de borstvoeding. Regeldagen Soms lijkt het alsof de baby de hele dag aan de borst wil, dit kan komen, doordat de voedingsbehoefte groter wordt, wij spreken nu van regeldagen. Om aan dit verzoek te voldoen is het noodzakelijk de baby aan te leggen als hij/zij hier om vraagt. Regeldagen komen in het algemeen voor rond de 10-14 dagen, rond de 5-6 weken en rond de 3 maanden. Afkolven van moedermelk Wanneer uw baby om wat voor reden dan ook niet bij u kan zijn, is het afkolven van moedermelk noodzakelijk. Dit dient om de melkproductie op peil te houden en natuurlijk om uw baby voeding te kunnen geven. Afkolven is niet moeilijk, maar moet wel aangeleerd worden. Folders over het afkolven van moedermelk kunt u bij de borstvoedingsorganisaties aanvragen. Begin op tijd met het oefenen met kolven. Na ongeveer vijf weken kan een baby goed uit de borst drinken en leert het ook uit de fles drinken. Door af en toe te kolven, kan het kindje ook leren moedermelk uit de fles te drinken. Bewaren van moedermelk Moedermelk mag 24 uur tot 5 dagen in de koelkast bewaard worden (niet in de deur i.v.m. temperatuurwisselingen). Is uw baby opgenomen op de couveuseafdeling, dan mag de moedermelk 24 uur bewaard worden. Voor een gezonde baby mag de moedermelk tot 5 dagen achterin de koelkast bewaard worden.
Moedermelk kan ingevroren worden mits de volgende regels in acht genomen worden: 2 weken in diepvriesvakje in de koelkast; 3 maanden in koel/vriescombinatie; 6 maanden in vrieskist/kast Ingevroren melk moet in de koelkast ontdooid worden en daarna binnen 24 uur gebruiken. Moedermelk warm je veilig en makkelijk op door au bain Marie tot max. 350 C of met een flessenwarmer. Opwarmen in de magnetron wordt afgeraden vanwege behoud van de beschermende stoffen in de moedermelk. Voor meer informatie over veilig bewaren en opwarmen van moedermelk zie: www.borstvoeding.com. Vitamines In borstvoeding zit alles wat uw baby nodig heeft. Als enige uitzondering wordt geadviseerd vitamine D en vitamine K naast de borstvoeding te geven. Vraag aan de verloskundige of wijkverpleegkundige van het consultatiebureau welke hoeveelheden er geadviseerd worden. Telefoonnummers & websites Borstvoedingsorganisaties Borstvoedingsorganisaties kunnen ondersteunend zijn door het geven van informatie, via folders, het helpen oplossen van mogelijke problemen en het tot stand brengen van onderling contact met andere voedende moeders. Vereniging Borstvoeding Natuurlijk Telefoon 0343-576626 La Leche League Nederland Telefoon 0111-43 189 Lactatiekundige IBCLC Een lactatiekundige is een borstvoedingsspecialist, zij mag zich zo noemen na het behalen van het internationale examen IBCLC. Het werk van een lactatiekundige bestaat uit begeleiding én advisering van (aanstaande) ouders in situaties die speciale aandacht nodig hebben. Zowel hulpverlener als ouders kunnen een lactatiekundige consulteren. Daar zijn kosten aan verbonden die door steeds meer ziektekostenverzekeraars worden vergoed.
Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen, telefoon 0900-5228284. Kijk voor een lactatiekundige bij u in de buurt op www.nvl.borstvoeding.nl. Internet www.borstvoeding.nl www.borstvoeding.com November 2010 6050185