December 2012
INLEIDING Het beleidsplan Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) 2008-2011 heeft een wettelijk bepaalde werkingsduur van vier jaren. In 2012 is besloten dit beleidsplan met één jaar te verlengen, tot en met 2012. Met deze nota ligt er een nieuw beleidsplan Wmo 2013. Bij het opstellen van het eerste beleidsplan Wmo was er sprake van een geheel nieuwe taak voor de gemeente: het verstrekken van huishoudelijke hulp (onderdeel van prestatieveld 6). Verder werd het krijgen van een voorziening niet langer als een recht gezien, maar kreeg de gemeente de plicht aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem, voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, de zogenaamde compensatieplicht. Hiermee kan de gemeente mensen in staat stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan (met als doeleinden de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie van deze personen). Tot slot werd gevraagd samenhang aan te brengen tussen de verschillende onderdelen die eerst als losse delen in de Welzijnswet waren opgenomen. De eerste jaren van het beleidsplanperiode zijn geïnvesteerd om de nieuwe taak huishoudelijke hulp goed op de rit te zetten. Daarna is de energie gericht op het inbedden van de compensatieplicht en het in samenhang brengen van de prestatievelden. Vanuit die samenhang in het welzijnsbeleid is verder ingezoomd op verdere beleidsontwikkeling op de prestatievelden en de integrale aanpak daarin. Sinds het opstellen van het Beleidsplan Wmo 2008-2011 is inmiddels door de gemeenteraad een groot aantal beleidsplannen vastgesteld, die elk hun eigen doelen en ambities kennen. Op sommige terreinen is een beleidsnota in ontwikkeling. In dit nieuwe Wmo beleidsplan wordt niet inhoudelijk ingegaan op de prestatievelden, omdat dit uitgebreid in de beleidsnota s is gebeurd. In de bijlage is samenvattend aangegeven welke nota s dit zijn en wat de doelen en ambities hierin zijn en welke acties hieruit voortvloeien. Het nieuwe Wmo beleidsplan is dan ook niet meer dan een kapstok die alle onderliggende en vastgestelde kaders verbindt. Deze onderliggende beleidsplannen worden vernieuwd of aangepast op de momenten dat dit aan de orde is of als er binnen de prestatievelden grote wijzigingen optreden (bijvoorbeeld door gewijzigd rijksbeleid). De kapstok, dit Wmo beleidsplan blijft het (ongewijzigde) uitgangspunt voor de verdere beleidsontwikkeling en beleidsuitvoering. 2
De negen prestatievelden uit de Wet Maatschappelijke ondersteuning zijn: 1. het bevorderen van de sociale samenhang in en leefbaarheid van dorpen, wijken en buurten; 2. op preventie gerichte ondersteuning van jeugdigen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden; 3. het geven van informatie, advies en cliëntondersteuning; 4. het ondersteunen van mantelzorgers daar onder begrepen steun bij het vinden van adequate oplossingen indien zij hun taken tijdelijk niet kunnen waarnemen, alsmede het ondersteunen van vrijwilligers; 5. het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijke verkeer en van het zelfstandig functioneren van mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en van mensen met een psychosociaal probleem; 6. het verlenen van voorzieningen aan mensen met een beperking of een chronisch psychisch probleem en aan mensen met een psychosociaal probleem ten behoeve van het behouden en het bevorderen van hun zelfstandig functioneren of hun deelname aan het maatschappelijke verkeer; 7. het bieden van maatschappelijke opvang, waaronder vrouwenopvang en het voeren van beleid ter bestrijding van geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer is gepleegd; 8. het bevorderen van openbare geestelijke gezondheidszorg, met uitzondering van het bieden van psychosociale hulp bij rampen; 9. het bevorderen van verslavingsbeleid. 3
DE VISIE EN DE SAMENHANG Mensen worden met de Wet maatschappelijke ondersteuning gestimuleerd om mee te doen in en aan de samenleving. Iedereen moet zichzelf kunnen redden en/of in staat gesteld worden zichzelf te redden, zelfstandig of met behulp van zijn/haar eigen netwerk. Degenen die hun beperkingen niet zelf of in hun eigen netwerk kunnen oplossen, krijgen ondersteuning van de gemeente. Gemeenten bieden mensen voorzieningen ter compensatie van hun beperkingen om zo in staat te zijn zichzelf te redden en te participeren. De Wmo schrijft niet voor hoe gemeenten daar uitwerking aan moeten geven. Onder druk van de veranderende visie van de overheid op de eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid van burgers en de financiële kaders is de gemeente Leeuwarden gaan nadenken over een andere, efficiëntere aanpak binnen de maatschappelijke ondersteuning, of beter, binnen het sociale domein. Daarmee is gestart in het Collegeprogramma 2010-2014: Doorpakken in nieuwe tijden. In dit collegeprogramma is onder meer als visie neergelegd dat de gemeente staat voor de mensen die dat echt nodig hebben, die (nog) niet zelf mee kunnen doen. Voor die mensen is er een vangnet gericht op activeren en zoveel mogelijk vergroten van zelfredzaamheid. Welzijn nieuwe stijl De visie uit het Collegeprogramma 2010-2014 is doorvertaald in de nieuwe aanpak Welzijn nieuwe stijl. Welzijn nieuwe stijl gaat er van uit dat mensen een eigen verantwoordelijkheid hebben. Een eigen verantwoordelijkheid wil zeggen: niet de overheid, niet anderen, maar de individuele burger is primair verantwoordelijk voor zijn eigen leven en zijn levenswandel. Zo nodig met behulp van zorg of ondersteuning. De overheid neemt niet over, maar ondersteunt. Wie hulp nodig heeft, organiseert dat in principe zelf. Welzijn nieuwe stijl gaat er van uit dat het merendeel (circa 80%) van de mensen zich kan redden, in zijn eigen onderhoud kan voorzien, weet waar hij terecht kan met (hulp)vragen en mee doet (naar vermogen) aan de samenleving. Welzijn nieuwe stijl gaat er van uit dat 15 tot 20% van de mensen hulp en ondersteuning nodig heeft, maar dit zelf (nog) niet kan organiseren. Een verdere visie en uitgangspunten gebaseerd op dit principe zijn neergelegd in de nota Visie en uitgangspunten drie decentralisaties (AWBZ-begeleiding, Zorg voor Jeugd en Wet Werken naar Vermogen). Preventie In eerste instantie moet worden voorkomen dat men ondersteuning nodig heeft. Wie sport en gezond leeft, heeft minder overgewicht, loopt minder risico op een ziekte en zal op latere leeftijd minder snel een scootmobiel of hulp bij het huishouden nodig hebben. Preventie begint bij mensen zelf. 4
Actief meedoen aan het sociale leven is ook een vorm van preventie waarmee bijvoorbeeld wordt voorkomen dat mensen sociaal geïsoleerd raken. Maar ook het tijdig anticiperen op het ouder worden door maatregelen te nemen in en om het huis, waarmee wordt voorkomen dat er een zwaar beroep op de ondersteuning moet worden gedaan. Kinderen krijgen voldoende kansen aangeboden om zich te kunnen ontwikkelen tot zelfredzame burgers die meedoen in de huidige complexe maatschappij. Ouders zijn daar primair verantwoordelijk voor, maar ook het onderwijs, sport, cultuur, wijkorganisaties etc. helpen daar aan mee. Mensen nemen eerder de eigen verantwoordelijkheid en maken eerder gebruik van de eigen kracht als men zich goed voelt in zijn eigen omgeving, dat men een huishouden kan voeren, zich kan verplaatsen in en om het huis, zich lokaal kan verplaatsen per vervoermiddel, medemensen kan ontmoeten en op basis hiervan sociale verbanden kan aangaan. Sociale netwerken waar men op terug kan vallen, als dat nodig is. De eigen kracht Daar waar mensen (meerdere) problemen ondervinden en ondersteuning nodig hebben, wordt er vanuit het principe één huishouding, één plan, één hulpverlener gekeken naar welke oplossing het beste past bij de individuele situatie van een burger, uitgaande van de eigen kracht van de burger. Die eigen kracht van mensen willen we versterken zodat ze in staat zijn, met ondersteuning op maat, zelf hun problemen aan te pakken. Met als uiteindelijk doel dat mensen weer in staat zijn de eigen verantwoordelijk te nemen. Bijvoorbeeld om aan werk te komen, om arbeidsvaardigheden te verwerven, om de armoede te doorbreken, hulp te krijgen bij het opvoeden van kinderen, woningaanpassing, etc. Er wordt in de ondersteuning op maat daarom niet ingezoomd op één probleem, maar alle aspecten kunnen aan de orde komen, zoals inkomen, werk, onderwijs, opvoeden, wonen, zorg en veiligheid. Immers, als niet alle aspecten tegelijkertijd bij de kop worden gepakt, verzandt de hulpvrager in een wirwar van hulpverleningsinstanties, van het steeds weer moeten voeren van intakegesprekken en van een overlap in ondersteuning. Wat we met Welzijn nieuwe stijl juist willen ondervangen. De ondersteuning Ondersteuning op maat is er in vele vormen. Soms kan iemand geholpen zijn met begeleiding in het oplossen van schulden, soms heeft iemand hulp nodig bij het opvoeden van kinderen. Soms beide. Jongeren kunnen hulp nodig hebben om (alsnog) een startkwalificatie te bemachtigen om zo aansluiting te krijgen met de arbeidsmarkt. Door tijdig gerichte ondersteuning aan te bieden kan worden voorkomen dat zwaardere hulp nodig is. De vraag voor ondersteuning kan worden neergelegd bij de algemene voorzieningen, zoals bij de huisarts, de sociale teams, de centra voor jeugd en gezin, op school, bij de verschillende welzijnsinstellingen, maar kan ook via digitale hulp, zoals de EigenKrachtWijzer worden beantwoord. De ondersteuning wordt eerst gezocht in het eigen netwerk. Door het inzetten van Wmo-hulpmiddelen (bijvooorbeeld van huishoudelijke hulp), vervoer tot je beschikking te hebben, het hebben van voorzieningen als winkels en medische zorg in de buurt, zorgt er voor dat mensen langer zelfstandig kunnen wonen en zich zelf beter kunnen redden. Mantelzorgers dragen in belangrijke mate bij aan de zelfredzaamheid van degene voor wie zij zorgen. Mantelzorgers zijn het eigen netwerk van 5
zorgvragers en omdat zij zorg aan iemand in hun directe familie of omgeving bieden, zijn zij vaak de belangrijkste ondersteuners. Sommige mensen zijn te weinig krachtig om de eigen verantwoordelijkheid volledig te dragen en zo zelfredzaam te zijn. Dan gaat het bijvoorbeeld om mensen in wiens levens op de een of andere manier zoveel tegenslag is opgetreden dat ze er juist niet op eigen kracht lijken uit te komen. De problemen zijn dan vaak meer complex en zwaarder, zoals het omgaan met kinderen met gezondheidsproblemen en/of (sociaal-) psychiatrische problematiek (Zorg voor de Jeugd), zelf pychiatrische hulp nodig hebben of in een opvangvoorziening voor kwetsbare vrouwen of (verslaafde) dak- en thuislozen zitten. Dan kunnen specialistische instanties ondersteuning bieden. De hulpvraag Onafhankelijk van de inhoud van de hulpvraag wordt bij elke hulpvraag gekeken of men de vraag om hulp ook in het eigen netwerk kan oplossen (informatie en advies: 0 e lijn), er wordt gekeken of en hoe gebruik kan worden gemaakt van de algemene voorzieningen (hulp: 1 ste lijn) en er wordt gekeken hoe voorkomen kan worden dat men gebruik moet maken van zwaardere ondersteuning (preventie). Door de inzet op preventie en een versterking van de ondersteuning door het eigen sociale netwerk en de ondersteuning in de eerste lijn willen we de inzet op de zwaardere specialistische hulp (zorg: 2 e lijns voorzieningen) terugdringen. Financiën In de diverse onderliggende beleidsplannen zijn de financiële kaders aangegeven voor dat onderdeel. Voor dit beleidsplan zijn de in de begroting van de gemeente gereserveerde middelen voor de Wmo het financiële uitgangspunt. Communicatie Dit Wmo Beleidsplan 2013 is toegezonden aan de verschillende cliëntenorganisaties om hun reactie te geven. De cliëntenorganisaties hebben ingestemd met dit Wmo-beleidsplan. De reacties zijn in een reactienota opgenomen. Samenvattend De basis van dit Wmo Beleidsplan 2013 zijn de door de raad vastgestelde beleidsnota s op de negen prestatievelden en de aanpalende beleidsterreinen (zoals sport, gezondheidsbeleid, veiligheid), elk met hun eigen looptijd. De overkoepelende kaders voor de beleidsnota s zijn Welzijn nieuwe stijl en de kaders voor de drie decentralisaties. Het uitgangspunt in dit Wmo beleidsplan 2013 is dat mensen in staat zijn zichzelf te redden en deel te nemen aan de maatschappij en daarbij gebruik maken van hun eigen kracht en hun eigen netwerk. Heeft men hulp nodig, omdat men zich (nog) niet (helemaal) kan redden, dan zorgt de gemeente er voor dat zij ondersteuning op maat ontvangen op basis van het principe: één huishouding, één plan, één hulpverlener. 6