HANDLEIDING NEDERLANDS

Vergelijkbare documenten
HANDLEIDING NEDERLANDS

VULMACHINE IN-2C (SI-78) HANDLEIDING

Inhoudsopgave Uitpakinstructies...1 Voordat u begint...5 Installatie...6 De fles met verzegelingsvloeistof vullen...9

Gids bij de installatie (verkort)

Inhoudsopgave Uitpakinstructies...1 Voordat u begint...3 Installatie...4 Het reservoir met verzegelingsvloeistof vullen...9

FPi 4500 Couverteersysteem. De nieuwe professionele enveloppen-vulmachine voor middelgrote post hoeveelheden.

INLEIDING VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN SYMBOLEN. De symbolen in deze gebruiksaanwijzing. Symbolen op het apparaat

FPi Aantrekkelijk, makkelijk hanteerbaar, snel en betrouwbaar! FPi FPi 2025

FPi 5500: De ideale enveloppen-vulmachine voor grote postvolumes!

s gui user Deutsch nederlands

HANDLEIDING! " # $ %! & ' ' ' % $ %! & ( % ) * +, -. +/ ". +/

MERLIN C002. Gebruikershandleiding

MUNTTELMACHINE CC-601

Handleiding microfiche- en microfilmapparaat

Switch. Handleiding

Gebruikershandleiding

Lader rol reiniging FS 2000 / FS 3000 series

Inhoudsopgave Lees dit eerst...1 Leer uw documentsysteem kennen...5 Opties...22

Berichten op het voorpaneel

InteGra Gebruikershandleiding 1

Head Pilot v Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

A = display B = 4-tal bedieningstoetsen A B. Functie toets. Instelmenu activeren; naar volgende stap in het submenu; waardeverandering bevestigen

Plaatsen waar papierstoringen kunnen optreden

Gebruikers handleiding. JupiterPro. P2000 alarmontvanger

GALAXY 16 & 16+ GEBRUIKERSHANDLEIDING MK 6. versie 4 oktober

Gebruiksaanwijzing WTW PC-software

Gebruikersinstructie Roth Touchline thermostaat

Kopiëren > Instellingen > Pagina's per zijde. Voor printermodellen zonder touchscreen drukt u op om door de instellingen te navigeren.

MS Semen Storage Pro

Handleiding digitale klokken SGS competitie

Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT. Modelnr.: *

Een 'Inktsysteemfout' en een '0x...' Foutmelding wordt weergegeven op het bedieningspaneel Afdrukken Delen Feedback

Montage instructie Mechanisch codeslot. Montage instructie Mechanisch codeslot met krukbediening Type KNSV 5150 SCP

Galaxy Dimension TOUCHCENTER Handleiding gebruiker

Bedieningen Dutch - 1


Installatie handleiding

H A N D L E I D I N G D A Z A T O O L S - O N T V A N G E R

CCV Mobile. Quick Start Guide. WiFi & 4G (V400M)

Afdrukmateriaal plaatsen in de standaardlade voor 250 vel

Fluid Ergometer Computer V.8012

Portier afstandsbediening

DF Digitale fotolijst Handleiding

INHOUD. 1. Waarschuwing Technische specificatie Benaming componenten Uitleg display-symbolen Gebruik per kopje of glas 5

MOTOPLAT VC-09ST. Handleiding Versie

HANDLEIDING SCOREBORDEN OPTIE 7 Versie 2.0 / augustus 2011

FLEXERIA AFSTANDSBEDIENING GEBRUIKERSHANDLEIDING TC-GTA100 GTA t f

HANDLEIDING BEDIENINGSPANEEL

G E V A A R. Opstarten. U kunt nu de TigerStop bewegen en gebruik maken van zijn vele functies! Bij het startscherm druk op [D] om \H Klaar

Handleiding Pétanque Competitie Beheer. (versie 1.1) April 2014

TREX 2G Handleiding Pagina 2

HANDLEIDING MOTOR CONNECTOR SET. Gebruikershandleiding voor in hoogte verstelbare bureau s cm

Handleiding ARRAS met elektronische afstelling

HANDLEIDING Q1600 Fashion

IDPF-700 HANDLEIDING

Art-No NL Handleiding

HANDLEIDING INFOGRAPHIC SOFTWARE Versie 2.3 / jan 2014

Byzoo Sous Vide Hippo

INHOUDS OPGAVE. GEBRUIKERSHANDLEIDING (voor dagelijks gebruik) OPERATORHANDLEIDING

toets kiezen uit 3 verschillende menu s nl.: Met de R-toets kan elk gekozen menu worden verlaten en komt men terug in de bedrijfssituatie.

GEBRUIKERSHANDLEIDING. DI-KB Gekoelde bak statisch 3/1-4/1 GN Handl. Gekoelde bak (statisch) Pagina 1-13

Handleiding Digitale Thermostaat elektrische Handdoekradiatoren

Gebruiksaanwijzing HEETWATERAPPARAAT HEETWATERAPPARAAT HWA 20

Montage-instructie. Rolpoort RV55 - RV77

Gebruiksaanwijzing HEETWATERAPPARAAT

BEKNOPTE HANDLEIDING FRESHMARX 9417

Afdrukproblemen. Afdrukkwaliteit

Montage-instructie. Rolpoort. RV55 - RV77 - Vision Door

HANDLEIDING SHEETPRESS R30

V400m Quick Start Guide

DF-705 Handleiding Voor informatie en ondersteuning,

Speciale afdrukmethoden en - materialen

Focus LCD PRO Electronic (PPVE) ELEKTRISCHE DOORSTROMER VOOR TAPWATER

PROGRAMMEERBARE TEMPERATUUR DETECTOR TD-1_NL 07/11

aanvullende gebruikers handleiding AQUA Plus Versie

Elektrische muurbeugel

Hanwell temperatuur / vocht logger handleiding

Waarschuwingen. Het onderstaande symbool geeft belangrijke of nuttige informatie aan die u in gedachte dient te houden.

TIPS EN HINTS VOOR BEGINNERS. Klik nu in de Menu balk op het menu item ELEMENT. Onder het woord Element gaat er nu vervolgens nu een sub menu open

Handleiding Oxan Radio met obstakeldetectie

Gebruikershandleiding

Focus LCD Electronic (PPE2) ELEKTRISCHE DOORSTROMER VOOR TAPWATER

HANDLEIDING Q1400 Horeca Tafelregistratie

Klep van systeemkaart verwijderen

Packard Bell Easy Repair

Packard Bell Easy Repair

Handleiding Nederlands. Biljettelmachine Pro-mix value

Hier beginnen. Inktcartridges uitlijnen zonder een computer

Programma Eco stand 8-SYMBOOL DISPLAY

AT Multifunctioneel luchtbehandelingsapparaat

Transcriptie:

HANDLEIDING 1 NEDERLANDS

2

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk Pagina Hoofdstuk Pagina 1 Voorzorgsmaatregelen 5 8.1 Algemeen 25 1.1 Specifieke nationale voorwaarden 5 8.2 Algemene reiniging 25 2 Algemeen 6 8.3 De borstels schoonmaken 25 2.1 Algemene kennis van het systeem 6 8.4 Het bevochtigingsdoek 2.2 Bedieningsorganen 7 schoonmaken 25 2.3 Display 8 8.5 De sensoren schoonmaken 25 3 Bediening van het systeem 8 9 Opties 25 3.1 Aan- en uitschakelen 8 10 Specificaties 25 3.2 Het hoofdmenu 8 3.3 Hoofdmenu (1) 8 3.4 Job info 8 3.5 Andere job 9 3.6 Het hoofdmenu (2) 9 3.7 Reset teller 9 3.8 Afstellingen voor de document toevoer 9 3.9 Afstellingen voor de enveloppentoevoer 12 3.10 Stoppositie 12 3.11 Load N Go 13 4 Job programmeren 13 4.1 Job menu 13 4.2 Job menu (1) 13 4.3 Nieuwe job 14 4.4 Job wijzigen 14 4.5 Job menu (2) 14 4.6 Job kopiëren 14 4.7 Job verwijderen 14 5 Job instellingen 14 5.1 Envelop instellingen 15 5.2 Document instellingen 15 5.3 Vouw instellingen 15 5.4 Dubbelblad controle instellingen 16 5.5 OMR instellingen (Optioneel) 16 5.6 Job naam 16 6 Optical Mark Reading 16 6.1 Afstellingen 16 6.2 Inleggen documenten 18 6.3 OMR code 18 7 Foutendetectie 19 7.1 Algemeen 19 7.2 Geblokkeerde documenten verwijderen 20 7.3 Problemen oplossen 21 7.4 OMR fout codes 24 8 Onderhoud 25 3 NEDERLANDS

4

1. VOORZORGSMAATREGELEN Bestudeer deze handleiding grondig alvorens het systeem in gebruik te nemen. In de Europese Unie behoort het systeem te worden geleverd samen met een handleiding in de taal van het betreffende land. Als dit niet is gebeurd, neem dan contact op met de leverancier. Waarschuwingen Controleer of de machine geschikt is voor de plaatselijke netspanning; zie hiervoor het typeplaatje. Veiligheidsmaatregelen Deze machine mag alleen door voldoend opgeleid personeel worden bediend. De producent aanvaardt geen aansprakelijkheid voor letsel en schade als gevolg van ongeautoriseerd gebruik. Afschermkappen mogen alleen worden geopend door een daartoe bevoegd vakman die van de daarmee samenhangende risico s op de hoogte is. De machine werkt niet met een geopende kap. Pas op dat lang haar, vingers, sieraden en dergelijke niet in de buurt van draaiende delen van de machine komen. De wandcontactdoos moet dichtbij de apparatuur zijn geïnstalleerd en goed toegankelijk zijn. De stekker voor de netvoeding mag alleen op een geaarde wandcontactdoos worden aangesloten. Overstroombeveiliging van het apparaat is mede afhankelijk van de gebouwenbeveiliging (max 20 A). Het volgende onderdeel/de volgende onderdelen moet(en) worden beschouwd als het onderdeel/de onderdelen die de (elektrische) verbinding verbreekt/verbreken: - stekker van het netsnoer. Gebruikte symbolen Waarschuwing. Dit symbool duidt op een verkeerde handeling die de gezondheid kan schaden of de machine kan beschadigen. Dit symbool betekent daarnaast: Lees de instructies in de handleiding. Noot: Waarschuwing. Dit symbool duidt op gevaar voor hoogspanning. Aanvullende informatie 1.1 Specifieke nationale voorwaarden Denemarken: In Denemarken kunnen bepaalde typen van Klasse 1 produkten uitgevoerd zijn met een stekker waarbij randaarding niet gewaarborgd is, wanneer het produkt aangesloten wordt op Deense wandcontactdozen. Overtuig uzelf dat het produkt contact maakt met de randaarde van de wandcontactdoos. (Stekker en wandcontactdoos moeten bijelkaar passen!) Japan: Maak een randaarde verbinding alvorens de stekker aan te sluiten op de netspanning. Bij het verbreken van de randaarde verbinding eerst de stekker uit de wandcontactdoos halen. 5 NEDERLANDS

2. ALGEMEEN 2.1 Algemene kennis van het systeem Met dit compacte vouw- en vulsysteem kunnen grote hoeveelheden post snel en eenvoudig verwerkt worden. De instellingen van het systeem worden vastgelegd in zogenaamde jobs. Deze jobs kunnen worden geprogrammeerd door daartoe bevoegde gebruikers. Het systeem is uitgevoerd met een speciale functie, de zogenaamde Load N Go functie. Met deze functie zijn uitgebreide instellingen overbodig. Het systeem is opgebouwd uit de volgende delen: 1 FlexFeed 2 Verzameltafel 3 PowerFold 4 Enveloppenvuleenheid 6

2.2 Bedieningsorganen A : envelopopvang B : uitvoerrekje C: display D : bovenunit E : vergrendeling bovenunit F : documenttoevoertafel G : verzamelarm H : verzameltafel I : aansluiting spanning, aan-/uitschakelaar en zekering J : sensors K : blaasbalg L : knoppen waarmee (geblokkeerde) documenten of enveloppen handmatig kunnen worden getransporteerd M : hendel waarmee geblokkeerde enveloppen kunnen worden verwijderd N : waterreservoir O : zijkap (geopend) P : zijgeleider enveloppen magazijn Q : instelknop voor separatie R : enveloppensteun S : streelwiel waarmee de zijgeleiders kunnen worden ingesteld 7 NEDERLANDS

Het bevochtigen van de borstels Het waterreservoir moet altijd met speciale lijmvloeistof of water gevuld zijn. Tevens moeten de borstels altijd vochtig zijn. Er is een extra set borstels bij de machine geleverd. Er kan zo altijd één set in water blijven staan. Hier is een speciale ruimte voor gemaakt in het waterreservoir. Zie het hoofdstuk "Onderhoud". 2.3 Display Het display toont de bedienings- schermen en knoppen (zie het onderstaande figuur). Onder het display staan de start/stop (combinatie) en escape toets. De toetsen naast de display komen overeen met de functies die op het scherm worden getoond. Toets 1 2 3 4 3. BEDIENING VAN HET SYSTEEM 3.1 Aan- en uitschakelen Het systeem kan worden aangeschakeld met de aan-/uitschakelaar op de achterkant van het systeem. Zie ook de paragraaf "Bedieningsorganen". Nadat het systeem is ingeschakeld, verschijnt het hoofdmenu (1) in het scherm. 3.2 Het hoofdmenu Het hoofdmenu bestaat uit twee schermen hoofdmenu (1) en hoofdmenu (2). Na het indrukken van toets 4 in hoofdmenu (1) verschijnt hoofdmenu (2). Druk toets 4 nogmaals in om terug te keren naar het hoofdmenu (1)". 3.3 Hoofdmenu (1) In het hoofdmenu (1) worden de volgende functies getoond (zie bovenstaand figuur): job info ( ), andere job, Load N Go. 3.4 Job info Wanneer toets 1 wordt ingedrukt in "hoofdmenu (1)", dan wordt het "job info" scherm getoond (zie onderstaand figuur). Druk op de escape toets om terug te keren naar "hoofdmenu (1)". start/stop esc Druk de start/stop toets in om de machine te starten. Als de start/stop toets opnieuw wordt ingedrukt, stopt het systeem met toevoeren nadat de set compleet is gemaakt. Indien er nog documenten aanwezig zijn in de documenttoevoereenheid dan moeten deze worden verwijderd. Er kunnen ook enveloppen in het enveloppenmagazijn blijven liggen. Deze enveloppen moeten worden verwijderd als een ander type envelop wordt gebruikt in een job. Met de escape toets kan een menu worden verlaten zonder wijzigingen op te slaan. Het job info scherm toont de volgende informatie: enveloppen met de klep dicht ( ) of geen enveloppen toevoeren ( ), vouw type ( ), de dubbelblad controle is ingeschakeld ( ), toevoerstations geselecteerd (zwart betekent geselecteerd ( ), toevoerstations gekoppeld ( ), 8

het aantal te verwerken documenten per toevoerstation ( ), de lengte van het document ( ), dagpost ( ) "aan" of "uit", OMR (Optical Mark Reading) ( ) "aan" of "uit". til de toevoertafel omhoog en haak de toevoertafel vervolgens uit de machine, 3.5 Andere job Selecteer de gewenste job in het "Andere job" menu. Bevestig de job selectie met "OK" waarmee u terugkeert naar het "hoofdmenu (1)". 3.6 Het hoofdmenu (2) Hoofdmenu (2) toont de volgende functies (zie het onderstaande figuur): reset de teller, enveloppositie, job menu. 3.7 Reset teller Als toets 1 in hoofdmenu (2) wordt ingedrukt, wordt de teller naar 0 teruggezet. A draai knop B (zie onderstaand figuur) een halve slag tegen de klok in, pak de beide zijgeleiders C met beide handen in het midden vast en trek de zijgeleiders zover mogelijk uitelkaar, leg een stapeltje documenten op de toevoertafel, pak de zijgeleiders met beide handen in het midden vast en druk nu de zijgeleiders tegen de documenten aan, stel de zijgeleiders zo af dat de documenten nog vrij heen en weer kunnen bewegen, draai knop B weer vast (met de klok mee), haal de documenten van de toevoertafel. 3.8 Afstellingen voor de document toevoer Documentseparatie De separatie van de toevoerstations wordt automatisch ingesteld. De zijgeleiders Om de zijgeleiders in te stellen, is het handig om de documenttoevoertafel te verwijderen (zie onderstaand figuur): druk hendel A naar beneden, C B Installeer de toevoertafel als volgt (zie onderstaand figuur): plaats de toevoertafel onder beugel A, C 9 NEDERLANDS

til de toevoertafel omhoog de machine in en haak de tafel vervolgens in de juiste positie in. A 10

Het inleggen van de documenten Het inleggen van documenten is in het onderstaand figuur schematisch weergegeven. Dagpost Met de dagpostfunctie kunnen documenten worden gebruikt die niet automatisch kunnen worden verwerkt. Het bovenste toevoerstation is uitgerust met een dagpost hendel. Schakel dagpost als volgt "in" of "uit": selecteer een job waar de dagpost functie is ingeschakeld, draai de linker zijgeleider naar beneden, de dagpost hendel wordt zichtbaar. Druk de hendel naar ( ) om the dagpost functie in te schakelen. Druk de hendel naar ( ) om de automatische functie in te schakelen, draai de linker zijgeleider terug omhoog. Het vullen van de toevoertafel Draai de linker zijgeleider naar beneden (of de hendel van de kleine toevoertafel). De toevoerrollen worden hierdoor automatisch omhoog getild. Leg een stapel documenten op de toevoertafel. Draai de linker zijgeleider terug omhoog (of de hendel van de kleine toevoertafel). 11 NEDERLANDS

3.9 Afstellingen voor de enveloppentoevoer Envelopseparatie Stel de envelopseparatie af door knop A (zie het onderstaand figuur) tegen de klok in te draaien totdat er twee enveloppen tussen de toevoerrollen (op elkaar) kunnen worden geschoven. Draai vervolgens knop A met de klok mee totdat één envelop tussen de rollen kan worden geschoven. De enveloppentoevoer vullen Waaier de stapel enveloppen een beetje uitelkaar en plaats de onderste envelop tussen de separatie rollen (met de klep naar beneden). Soms worden enveloppen scheef toegevoerd. Door de enveloppensteun iets te draaien kan dit worden voorkomen. Stel de enveloppensteun B zo af dat de kant met de klep van de envelop ruim 2 cm omhoog is getild. Draai de enveloppensteun B zo dat het gewicht van de enveloppen gelijkmatig is verdeeld over beide kanten. Envelop dichtplakken Enveloppen kunnen worden dicht geplakt of niet. Om dichtplakken "in" of "uit" te schakelen eerst de vergrendeling en daarna de bovenkap omhoog trekken (zie paragraaf bedieningsorganen). Schuif de blauwe hendel naar om dichtplakken uit te schakelen. Schuif de blauwe hendel naar om het dichtplakken in te schakelen. 3.10 Stoppositie Druk toets 2 in hoofdmenu (2). Het Stoppositie menu verschijnt (zie onderstaand figuur). Druk toets 1 van het Stoppositie menu in om een envelop op te voeren. De zijgeleiders De onderste envelop moet als eerste de machine worden ingetrokken. Stel de zijgeleiders C (zie bovenstaand figuur) met behulp van streelwiel D zo af dat de enveloppen vrij naar voren kunnen bewegen. Teveel ruimte kan scheef toevoeren veroorzaken. Open de bovenkap. De vouwlijn van de envelop moet recht onder de groene indicator B (zie onderstaand figuur) zijn gepositioneerd. Verschuif indien nodig de vouwlijn door op toets 2 of 3 te drukken in het proefvullen menu. Iedere keer dat één van deze toetsen wordt ingedrukt, stopt de eerstvolgende envelop 0,5 mm meer naar rechts (eerder) of naar links (later). Controleer de stoppositie door een nieuwe envelop op te voeren met toets 1. 12

Sla de instellingen op met "OK". Daarna wordt het hoofdmenu (2) weer getoond. De vulvingers Stel de vulvingers A af (zie bovenstaand figuur) door eerst de moer C op elke vinger los te draaien. Stel de vulvingers zo af dat de vingers ongeveer 5 mm in de geopende envelop worden geschoven. Draai de moeren weer vast. De vingers kunnen zijdelings worden verschoven. Plaats de buitenste vingers D, 5 tot 10 mm van de zijden van de envelop. Controleer de positie van de vulvingers wanneer een ander type envelop wordt gebruikt. Proefcyclus Druk op toets 2 om een proefcyclus te starten. De instelling van de proefcyclus worden opgeslagen. Alleen correct toevoerende toevoerstations worden automatisch geselecteerd. Pas indien nodig de adrespositie aan. In een Load 'N Go job kunnen de volgende opties niet worden gebruikt: het koppelen van toevoerstations (het systeem schakelt automatisch over naar het bovenste toevoerstation als het onderste toevoerstation leeg is en andersom), multifeed (meerdere documenten worden vanaf hetzelfde toevoerstation toegevoerd in dezelfde envelop), het gebruik van de Load N Go functie is niet mogelijk wanneer "geen enveloppen" geselecteerd is. 4. JOB PROGRAMMEREN 4.1 Job menu Door op toets 3 in "hoofdmenu (2)" te drukken, verschijnt het "job toegang" scherm. De juiste pincode moet worden ingetoetst (2324) (zie onderstaand figuur). 3.11 Load N Go. Voor het starten van de Load N Go functie (zie onderstaand figuur) moeten de zijgeleiders en de separatie van de enveloppentoevoer worden afgesteld. 4.2 Job menu (1) Het job menu (1) toont de volgende functies (zie onderstaand figuur): Het adresdragende document moet in het bovenste toevoerstation worden geplaatst. Alleen de vulpositie en de adrespositie kan worden ingesteld indien nodig. Druk toets 1 in en hou de toets vast om de job info te bekijken. 13 NEDERLANDS

Druk op de "esc." toets om terug te keren naar het hoofdmenu (1). 4.3 Nieuwe job Alleen vrije jobs worden getoond. Het "nieuwe job" menu toont de volgende functies: job informatie ( ), kies een hoger jobnummer, kies een lager jobnummer, selecteer en bevestig de gekozen job met "OK" en ga terug naar job menu (1). Indien alle jobs zijn gebruikt, dan verschijnt de melding Geen jobs beschikbaar. Om dan een job te kunnen maken, moet eerst een bestaande job worden verwijderd. Een nieuwe job start met standaard instellingen. 4.4 Job wijzigen Alleen geprogrammeerde jobs worden getoond. Het job wijzigen menu toont de volgende functies: job informatie ( ), kies een hoger jobnummer, kies een lager jobnummer, selecteer en bevestig de gekozen job met "OK" en ga terug naar job menu (1). 4.5 Job menu (2) Het job menu (2) toont de volgende functies (zie onderstaand figuur): kies een hoger jobnummer om naar te kopieren, kopieer de job met "OK" en keer terug naar job menu (2). In het "job kopiëren" menu is het mogelijk een job op te slaan die uitgevoerd is met de Load 'N Go functie. 4.7 Job verwijderen Het job verwijderen menu toont de volgende functies: job info ( ), een hoger jobnummer selecteren om te verwijderen, een lager jobnummer selecteren om te verwijderen, verwijder de job met "OK" en ga terug naar het job menu (2). 5. JOB INSTELLINGEN Gebruik de volgende volgorde om een job te programmeren (zie onderstaand figuur): 1. envelop instellingen menu ( ), 2. document instellingen menu ( ), 3. vouw instellingen menu ( ), 4. dubbelblad kontrole instellingen menu ( ), 5. OMR menu (optioneel) ( ), 6. job naam ( ). Gebruik toets 1 en 2 om een menu te selecteren en toets 3 om instellingen te wijzigen. Gebruik toets 4 om de job op te slaan. Druk op de "esc." toets om terug te keren naar het hoofdmenu (1). 4.6 Job kopiëren Het job kopiëren menu toont de volgende functies: job info ( ), kies een hoger jobnummer om te kopieren, 14

5.1 Envelop instellingen Wanneer het envelop instellingen menu is geselecteerd kunnen de volgende keuzes worden gemaakt (zie onderstaand figuur): 1. envelop hoogte ( ). De envelophoogte kan worden ingesteld tussen 90 en 162 mm, 2. geen enveloppen ( ). Voor verwerken van documenten waarbij niet gevuld hoeft te worden (alleen vouwen). 5.2 Document instellingen Wanneer het "document instellingen" menu is geselecteerd zijn de volgende functies beschikbaar (zie onderstaand figuur): het selecteren van de toevoerstations die dienen te worden gekoppeld, het koppelen in- of uitschakelen voor twee toevoerstations, bevestig met "OK" en keer terug naar het job instellingen menu. Indien toevoerstations zijn gekoppeld, dan worden alleen de instellingen van het onderste toevoerstation getoond. 4. schakel dagpost "aan" of "uit" ( ). Indien dagpost is geselecteerd, dan zijn de volgende keuzes mogelijk: dagpost in- of uitschakelen, bevestig met "OK" en ga terug naar het job instellingen menu. Wanneer er tegenstrijdige parameters geprogrammeerd zijn verschijnt er een waarschuwing in het scherm. 5.3 Vouw instellingen Wanneer het vouw instellingen menu is geselecteerd kunnen de volgende keuzes worden gemaakt (zie onderstaand figuur): 1. het aantal documenten per toevoerstation ( ). Het aantal documenten per toevoerstation kan ingesteld worden tussen 0 en 3. Een toevoerstation wordt uitgeschakeld als het aantal op 0 wordt gezet. Als een toevoerstation wordt gebruikt voor de dagpost functie, dan is het aantal documenten per toevoerstation altijd 1. 2. stel de document lengte in ( ). De documentlengte kan worden ingesteld van 90 t/m 356 mm in stapjes van 1 mm. Voor het bovenste station van een 2,5 station systeem moet een document minimaal 115 mm zijn. 3. stel toevoerstations koppelen in ( ). Indien toevoerstations koppelen is geselecteerd, zijn de volgende keuzes mogelijk: 1. geen vouw ( ). Bij "Geen vouw" is zijn geen instellingen nodig. 2. enkel vouw ( ). Indien enkele vouw is geselecteerd en de wijzig toets is ingedrukt, dan zijn de volgende keuzes mogelijk: de vouwlijn naar rechts verschuiven, de vouwlijn naar links verschuiven, bevestig met "OK" en ga terug naar het job instellingen menu. De vouwlijn kan worden ingesteld op minimaal 75 en maximaal 25 mm minder dan de lengte van het langste document dat in de betreffende job wordt gebruikt. 3. brief vouw ( ). Indien briefvouw is geselecteerd en de wijzig toets is ingedrukt, dan zijn de volgende keuzes mogelijk: selecteer het vouwnummer, 15 NEDERLANDS

de vouwlijn naar rechts verschuiven, de vouwlijn naar links verschuiven, bevestig de instellingen met "OK" en ga terug naar het job instellingen menu. De vouwlijn van de eerste vouw kan worden ingesteld op minimaal 75 en maximaal 50 mm minder dan de lengte van het langste document dat in de betreffende job wordt gebruikt. De vouwlijn van de tweede vouw kan worden ingesteld op minimaal de positie van de eerste vouwlijn plus 25 mm en maximaal 25 mm minder dan de lengte van het langste document dat in de betreffende job wordt gebruikt. 4. dubbel parallel vouw ( ). Indien dubbel parallel vouw is geselecteerd en de wijzig toets is ingedrukt, dan zijn de volgende keuzes mogelijk: selecteer het vouwnummer, de vouwlijn naar rechts verschuiven, de vouwlijn naar links verschuiven, bevestig de instellingen met "OK" en ga terug naar het job instellingen menu. De vouwlijn van de eerste vouw kan worden ingesteld op minimaal 75 en maximaal 50 mm minder dan de lengte van het langste document dat in de betreffende job wordt gebruikt. De vouwlijn van de tweede vouw kan worden ingesteld op minimaal de positie van de eerste vouwlijn plus 25 mm en maximaal 25 mm minder dan de lengte van het langste document dat in de betreffende job wordt gebruikt. 5. zig-zag vouw ( ). Indien zig-zag vouw is geselecteerd en de wijzig toets is ingedrukt, dan zijn de volgende keuzes mogelijk: selecteer het vouwnummer, de vouwlijn naar rechts verschuiven, de vouwlijn naar links verschuiven, bevestig de instellingen met "OK" en ga terug naar het job instellingen menu. De vouwlijn van de eerste vouw kan worden ingesteld op minimaal 75 en maximaal 100 mm minder dan de lengte van het langste document dat in de betreffende job wordt gebruikt. De vouwlijn van de tweede vouw kan worden ingesteld op minimaal de positie van de eerste vouwlijn plus 25 mm en maximaal 75 mm minder dan de lengte van het langste document dat in de betreffende job wordt gebruikt. 5.4 Dubbelblad controle instellingen Wanneer het Dubbelblad controle instellingen menu is geselecteerd zijn de volgende keuzes beschikbaar (zie onderstaand figuur): 5.5 OMR instellingen (Optioneel) Zie het hoofdstuk "Optical Mark Reading". 5.6 Job naam Nadat job naam is geselecteerd zijn de volgende keuzes mogelijk (zie onderstaand figuur): 6. OPTICAL MARK READING De vouw- en vulmachine kan worden uitgerust met OMR (Optical Mark Reading). Met deze optie kunnen documenten worden verwerkt aan de hand van de codes die op de documenten zijn geprint. De code bevat informatie over hoe de documenten moeten worden verwerkt. Een set kan uit een variërend aantal vellen bestaan. De documenten met de code dienen in het bovenste toevoerstation worden gelegd. 6.1 Afstellingen Leeskop positie De leeskop moet worden afgesteld aan de hand van de (horizontale) positie van de op het document geprinte leestekens. Stel de leeskop als volgt af: neem een document met daarop de code, 16

vouw het document op het eerste leesteken (zie volgende figuur), De OMR instellingen Via de job instellingen kan het OMR 1 instellingen menu worden geselecteerd. De OMR functie kan worden aan of uitgeschakeld met "Lezen aan" of "Lezen uit". Het bovenste toevoerstation wordt automatisch voor het lezen geselecteerd. Wanneer "OK" is ingedrukt als "Lezen uit" is geselecteerd, dan wordt het "job instellingen" menu opnieuw getoond. plaats het document bij de liniaal (zie volgende figuur), stel de leeskop A af op het midden van de leestekens, verdeel de documentgeleiders B over de breedte van het document. Bij het afstellen van de leeskop is het mogelijk dat sommige documentgeleiders B naar de andere kant van de leeskop moeten worden verplaatst. Indien "OK" is ingedrukt als "Lezen aan" is geselecteerd, dan wordt het OMR 2 menu getoond (zie het onderstaand figuur). In het OMR 2 menu kan de afstand vanaf de bovenkant van het document tot het eerste leesteken worden ingesteld. Daarnaast kan het maximale aantal documenten per set worden ingesteld. Bevestig de instellingen met "OK" waarmee u terugkeert naar het job instellingen menu. De documentgeleiders kunnen in omgekeerde volgorde worden teruggeplaatst. Wanneer het systeem is uitgerust met OMR dan toont het job info scherm het OMR symbool. Er kunnen niet meer dan 5 vellen in een set worden gebruikt. 17 NEDERLANDS

6.2 Inleggen documenten Het inleggen van documenten is in onderstaand figuur schematisch weergegeven. 6.3 OMR code Functie Om documenten volledig automatisch te verwerken kunnen er codes met tekens op een document worden geprint. Bij de eerste vier vouwtypes (zie de paragraaf "Het inleggen van documenten") bevat het eerste vel van het document altijd het adres. Bij zigzag vouwen moet het adres op het laatste vel van de set worden geprint. Op elk vel van de set wordt een volledige code geprint. De code op het laatste vel van de set geeft aan wat er met de set moet gebeuren. Op de andere vellen is het verzamelteken geprint. De machine controleert elk vel of er gebruik is gemaakt van een pariteit's" teken. Wanneer het document uit één vel bestaat is dit tevens het laatste vel. De code moet op elk vel op dezelfde positie verschijnen ongeacht de lengte van de code. Print kwaliteit Criteria: tekens dienen in het zwart te worden geprint, tekens op hetzelfde vel moeten dezelfde intensiteit hebben, wanneer matrix printers worden gebruikt moeten near letter quality (NLQ) karakters worden gebruikt om de maximale zwartintensiteit te bereiken, let op dat er geen achtergrond kleuren de leescode verstoren of langs de leeskop worden geleid. Daardoor kunnen fouten onstaan, het lint of de toner kwaliteit dient te worden gecontroleerd, de code moet op dezelfde positie op elk vel worden geprint. 18

Minimale code/basis commando s De minimale code bestaat uit één teken op één regel (vullen). Om de betrouwbaarheid te verhogen wordt geadviseerd om minimaal twee tekens te gebruiken. Het eerste teken is het startteken. Wanneer er een teken op de tweede regel is geprint betekent dit dat de envelop moet worden gevuld. Als er geen teken is geprint wordt het document verzameld (dit kan worden omgedraaid op verzoek). Vrijgelaten ruimte bij het printen van de code De code moet minimaal 15 mm van de bovenkant en 30 mm van de onderkant van het vel worden geprint.standaard is het eerste leesteken ingesteld op 100 mm van de bovenkant. Aan de linker en rechterkant van de code moet 7 mm worden vrijgehouden. De code moet altijd in dezelfde positie worden geprint met een gelijk aantal tekens op elk vel. Lengte Boven het eerste teken en onder het laatste teken van de code moet 8,5 mm worden vrijgelaten. Dit betekent dat een code minimaal bestaat uit 6 regels, 2 regels voor het printen van (basis) code en 4 regels vrije ruimte. De regelafstand mag variëren tussen 2,54 mm en 6,35 mm. De breedte van de code, karakter afstand en lettergrootte De minimale breedte van de code ruimte is 7 karakter afstanden. Van links naar rechts: eerst 2 niet geprint (5 mm), dan de code van 3 karakter afstanden (6,3 mm) en tot slot 2 karakters niet geprint.de lettergrootten 10 of 12 punts zijn goed te gebruiken. De code kan worden gemaakt met het onderstreep symbool (_), de dikte moet minimaal 0,2 mm zijn. Pariteit's leesteken Door een extra leesteken aan de leescode toe te voegen kan een code even worden gemaakt. Bij het gebruiken van de OMR-2 (geïnstalleerde software) code is het nodig dat de leescode uit een even aantal tekens bestaat. Veiligheidsleesteken Het veiligheidsteken wordt gebruikt om een extra veiligheid in de code te plaatsen. Wanneer een document (met een leescode) scheef wordt getrokken zal een deel van de leescode (waaronder het veiligheidsteken) niet worden gelezen. Het systeem stopt dan en geeft een leesfout aan. Het veiligheidsteken geeft tevens het einde van de code aan. Het veiligheidsteken moet op alle documenten van de set worden geprint. Criteria: de gekozen tekens als reeks zijn geplaatst, als een leesteken (functie) wordt weg gelaten worden de andere leestekens een regel naar boven verplaatst, de gekozen code is gebruikt op alle; documenten welke worden verwerkt met OMR, de lengte van de code (en de eraan gekoppelde functie, is een service instelling). 7. FOUTENDETECTIE 7.1 Algemeen De volgende foutmeldingen kunnen worden getoond: storingen in de papier stroom, leesfouten (indien het systeem is uitgevoerd met Optical Mark Reading, technische storingen. Indien een storing optreedt, wordt er een scherm getoond met een beschrijving van de storing en een eventuele oplossing. Indien er een storing in de papierstroom optreedt zijn de volgende keuzes beschikbaar: meer informatie tonen, het systeem resetten nadat de storing is opgelost (het storingsscherm zal daarna verdwijnen). De zwarte pijl of een zwart gearceerd toevoerstation geeft de plaats van storing aan. 19 NEDERLANDS

Indien er een leesfout of dubbele toevoerfout optreedt, dan blijft het document in de verzamelomgeving liggen. De operator dient de document(en) uit de verzamelomgeving te verwijderen en de set handmatig compleet te maken! Indien een technische storing optreedt, dan toont het scherm een waarschuwing. Deze storing kan waarschijnlijk niet worden opgelost zonder assistentie van een servicemonteur. Indien een technische storing optreedt, noteer dan de foutcode en schakel het systeem eerst uit en weer aan. Neem contact op met uw dealer indien de storing blijft optreden. 7.2 Geblokkeerde documenten verwijderen Om geblokkeerde documenten te verwijderen kunnen de drie secties van het systeem worden geopend (A, B en C). sluit de zijkap. Reset de machine na het verhelpen van de storing met (toets 4). Indien nodig kunnen enveloppen en documenten handmatig worden getransporteerd. Draai knop C met de klok mee. Draai knop D met de klok mee om de enveloppen handmatig te transporteren naar de vultafel of onderste enveloptransportbaan. PowerFold Onderste enveloptransportbaan Verwijder de op de enveloptransportbaan vastgelopen documenten als volgt: open de zijkap A, druk de hendel B naar links en hou deze vast en verwijder de enveloppen van de onderste transportbaan, laat de hendel B los, Verwijder de in de PowerFold eenheid vastgelopen documenten als volgt: trek de handgreep omhoog en trek de bovenkap in de verticale positie, verwijder de documenten uit de PowerFold eenheid, sluit de bovenkap tot deze vastklikt. Reset de machine na het verhelpen van de storing met (toets 4). 20

7.3 Problemen oplossen Symtoom Mogelijke oorzaak Oplossing Hoofdstuk De machine kan niet worden gestart na inschakelen. De machine is niet op netvoeding aangesloten. De zekering is doorgebrand. Sluit de machine correct aan op het net. Vervang de zekering onder de aan-/ uitschakelaar. Er is een kap geopend. Sluit alle kappen. - - - Machine stopt met een envelop op de vulplaats (klep niet open). Enveloppen zijn onjuist in het enveloppenmagazijn geplaatst. De envelopklep blijft plakken. De envelop voldoet niet aan de specificaties. Controleer of de enveloppen juist zijn geplaatst. Afstellingen voor enveloppen toevoer Materiaal opslaan Specificaties volgens de specificaties. Gebruik enveloppen die aan de specificaties voldoen. Specificaties Enveloppen worden dubbel toegevoerd. De separatie is niet correct afgesteld. Controleer of de separatie correct is afgesteld. Afstellingen voor enveloppen toevoer Enveloppen zijn onjuist in het enveloppenmagazijn geplaatst. Controleer of de enveloppen juist zijn geplaatst. Afstellingen voor enveloppen toevoer Envelop komt scheef op de vulplaats aan. De zijgeleiders van de envelophopper zijn te wijd afgesteld. Controleer de afstelling en stel eventueel opnieuw af. Afstellingen voor enveloppen toevoer Enveloppen worden onregelmatig toegevoerd. Het enveloppenmagazijn is bijna leeg. Vul het enveloppenmagazijn bij. Afstellingen voor enveloppen toevoer De envelopseperatie is te nauw afgesteld. Stel de separatie correct af. Afstellingen voor enveloppen toevoer De zijgeleiders zijn te nauw afgesteld. Stel de zijgeleiders opnieuw in. Afstellingen voor enveloppen toevoer De enveloppensteun is niet correct afgesteld. Stel de enveloppensteun opnieuw in. Afstellingen voor enveloppen toevoer 21 NEDERLANDS

Symtoom Mogelijke oorzaak Oplossing Hoofdstuk De klep is gekreukeld en soms niet geopend. De envelope voldoet niet aan specificaties. De envelopklep blijft plakken. De envelopklep is gekreukeld. De envelopseparatie is te nauw afgesteld. Gebruik enveloppen die aan de specificaties voldoen. Specifications Materiaal opslaan Specifications volgens de specificaties. Opslag/fabricage van de enveloppen niet correct. Stel de separatie correct af. Specifications Afstellingen voor enveloppen toevoer De vulvingers liggen bovenop de envelop. De vulvingers zijn te diep in de envelop geschoven. Controleer de afstelling van de vulvingers. De vulvingers. De envelop stopt te vroeg. Controleer de envelopstoppositie. De vulvingers. Het systeem stopt tijdens het vullen (storing op de vultafel). De vulvingers zijn niet goed afgesteld. Controleer de afstelling van de vulvingers. De vulvingers. Het document past niet in de envelop. Controleer de vouwinstellingen. Vouw instellingen menu Envelop-opening voldoet niet aan de specificaties. Controleer de envelopspecificaties. Specificaties De envelop is van binnen dichtgeplakt. Verwijder ongeschikte enveloppen. Specificaties Het envelopvenster is niet goed vastgeplakt. Verwijder ongeschikte enveloppen. - De klep is niet voldoende vochtig en plakt slecht of niet. Waterreservoir is leeg (niveau te laag). Controleer het waterniveau. Het bevochtigen van de borstels. De plakborstels zijn uitgedroogd. Controleer de borstels, gebruik eventueel de andere set. Het bevochtigen van de borstels of Onderhoud. De plakborstels zijn vervuild. Controleer de borstels, gebruik eventueel de andere set. Onderhoud. Het bevochtingsdoek is uitgedroogd. Controleer het doek, vul eventueel het reservoir bij. Het bevochtigen van de borstels. 22

Symtoom Mogelijke oorzaak Oplossing Hoofdstuk het bevochtingsdoek is vervuild. De bevochtiging is uitgeschakeld. Controleer het doek, maak eventueel het doek schoon. Schakel de bevochtiging in. Onderhoud. Enveloppen dichtplakken Het document is niet correct gevuld of de klep van de envelop is niet correct dichtgeplakt. Het document is te groot voor de envelop. Het document wordt niet ver genoeg de envelop in geschoven. Controleer de vouwinstellingen. Controleer de afstelling van de envelopstoppositie en de vulvingers. Vouw instellingen menu Envelop vulpositie Er wordt geen document Toevoerstation leeg. toegevoerd. De zijgeleiders zijn niet goed afgesteld. Vul het toevoerstation bij. Stel de zijgeleiders opnieuw af. Het vulllen van de toevoertafel. De zijgeleiders. Documenten worden scheef toegevoerd. De zijgeleiders staan te wijd afgesteld Stel de zijgeleiders opnieuw af. De Zijgeleiders. 23 NEDERLANDS

7.4 OMR fout codes fout omschrijving Leesfout. Leesfout. Leesfout. Leesfout. Leesfout. Leesfout. Leesfout. Leesfout. Te veel vellen. Laatste deel van de set. voorgestelde oplossing informatie foutcode Verwijder de documenten en Leesvenster niet juist. 3 : 112 stel het 1ste teken van boven correct in. Verwijder de huidige set en controleer de volgende set. Verwijder de documenten en stel de leeskop af. Stel het eerste teken van boven correct in. Neem contact op met uw dealer wanneer er zich leesfouten blijven voordoen. Verwijder de documenten en controleer de gebruikte OMR code (flex-dongle). Verwijder de documenten en controleer de gebruikte OMR code. Stel de leeskop af. Verwijder de documenten en controleer de gebruikte OMR code (flex-dongle). Verwijder de documenten en controleer de gebruikte OMR code s (leesteken regel afstand). Verwijder de documenten en controleer de gebruikte OMR code (flex-dongle). Verwijder de documenten en maak de set handmatig compleet. Verwijder de documenten en maak de set handmatig compleet. Een verdachte set na een leesfout. 3 : 114 Geen tekens op papier. 3 : 120 Geen basiscommando. 3 : 122 Foute pariteit in code. 3 : 126 Aantal tekens onjuist. 3 : 127 Foute teken afstand. 3 : 128 Teveel tekens. 3 : 129 Set grootte overschreden. 3 : 134 Deel set bij vorige set. 3 : 135 Waarschijnlijk is ondersteuning van uw dealer nodig indien er een foutcode verschijnt met de melding technische fout. Noteer dan de foutcode en schakel vervolgens het systeem eerst uit en weer aan. Indien de storing zich blijft voordoen neem dan contact op met uw dealer. 24

8. ONDERHOUD 8.1 Algemeen Haal de stekker uit het stopcontact voordat onderhoudshandelingen worden verricht. De gebruiker mag niet meer onderhoud aan de machine verrichten dan in deze manual is aangegeven. Al het overige onderhoud moet door bevoegd onderhoudspersoneel worden uitgevoerd. Neem voor periodiek onderhoud contact op met de leverancier. 8.2 Algemene reiniging Houdt de machine in goede conditie door regelmatig stof, papierresten, e.d. te verwijderen. Maak de vultafel en rubber rollen schoon indien deze vuil zijn. Dit kan met een enigszins vochtige doek (gebruik warm water). Maak het display niet schoon met water of een schoonmaakvloeistof. 8.3 De borstels schoonmaken Maak de borstels schoon indien ze vervuild zijn (lijmresten). Er is een extra set borstels bij de machine geleverd. Het beste is om één set te gebruiken en de andere set continu in water te laten staan. Op die manier is er altijd een schone set borstels beschikbaar. De borstels kunnen van de borstelhouder worden getrokken. Bij het terugplaatsen moeten de nokjes op de borstels in de gaten in de borstelhouder worden geplaatst. Duw vervolgens de borstel in de houder. De borstels moeten minimaal éénmaal per week worden schoongemaakt. 8.4 Het bevochtigingsdoek schoonmaken Het bevochtigingsdoek moet worden schoongemaakt als het vervuild is of vol zit met lijmresten. 8.5 De sensoren schoonmaken Indien een melding als "Sensor verstoft" in het display verschijnt, dan moeten de sensoren in de envelop- en documenttransportbaan worden schoongemaakt. In het display wordt aangegeven welke sensoren moeten worden schoongemaakt. De sensoren kunnen worden schoongemaakt met behulp van het blaasbalgje dat achter de zijkap zit. Plaats de blaasbalg in een opening (zie hoofdstuk "Bedieningsorganen"). Knijp het balgje enkele keren in om het stof weg te blazen. Herhaal dit voor de verschillende opening. 9. OPTIES Optical Mark Reading Het systeem kan met Optical Mark Reading (OMR) worden uitgerust. Met OMR kunnen documenten worden verwerkt aan de hand van de codes die op de documenten zijn geprint. Zij-uitvoer Aan de achteruitvoer kan, in plaats van de standaard opvangbak, een zij-uitvoer worden geïnstalleerd. Met behulp van de zij-uitvoer kan een frankeermachine worden gekoppeld aan het systeem. Bij de levering van een zij-uitvoer wordt standaard ook een daarbij bijbehorende opvangbak geleverd. De zij-uitvoer kan als linkse of als rechtse zij-uitvoer worden geïnstalleerd. 10. SPECIFICATIES Deze handleiding is van toepassing voor machines met serienummer 04 DO-5001 of hoger. 25 NEDERLANDS

26