IP Catsop
Document: IP Catsop Project: IP Catsop (09300) Status: Definitief Datum: Oktober 2010 Opdrachtgever: Gemeente Stein Stadhouderslaan 200 6171 KP Stein Tel: 046-4398987 E-mail: Info@gemeentestein.nl Web: www.gemeentestein.nl In samenwerking met: Gemeente Beek Raadhuisstraat 9 6190 AA Beek Tel: 046-4398987 E-mail: Info@gemeentebeek.nl Web: www.gemeentebeek.nl Gebiedsbureau Westelijke Mijnstreek Daniken 1 6174 RA Schinnen Tel: 046-4398987 E-mail: info@gebiedsbureau.nl Web: www.gebiedsbureau.nl Opdrachtnemer: Heusschen Copier Rijksweg 12 6271 AE Gulpen Tel: 043 4583437 E-mail: info@hclt.nl Web: www.hclt.nl Met steun van: Dit project wordt gedeeltelijk gerealiseerd met financiële steun van de provincie Limburg 2
Inhoud 1 INLEIDING 5 1.1 INTEGRAAL PROJECT? 5 1.2 AANLEIDING 5 1.3 DOELSTELLING 5 1.4 AANPAK 6 1.5 ORGANISATIE- EN OVERLEGSTRUCTUUR 7 1.6 STUDIE- EN PLANGEBIED 8 1.7 PROCEDURE/STATUS 8 1.8 LEESWIJZER 9 2 INTEGRAAL PROJECT CATSOP 11 2.1 OPDRACHT 12 2.1.1 UITGANGSPUNTEN/RANDVOORWAARDEN 12 2.2 SAMENHANG 13 3 INVENTARISATIE/ANALYSE 15 3.1 BELEID/VISIES/PLANNEN 15 3.1.1 POL 15 3.1.2 VISIE GROENE WAARDEN 16 3.1.3 LANDSCHAPSVISIE ZUID LIMBURG 16 3.1.4 OVERIG BELEID/VISIES/ PLANNEN 17 3.2 OPBOUW VAN HET LANDSCHAP 17 3.3 ESSENTIE VAN HET LANDSCHAP RONDOM CATSOP 21 3.4 SWOT 23 4 VISIE 27 4.1 VISIE OP DE ECOLOGISCHE VERBINDINGSZONE 27 4.1.1 ECOPASSAGES 30 4.1.2 CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE 31 4.1.3 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING 31 3
5 LANDSCHAPSPLAN 33 5.1 HOOFDDOELSTELLING 33 5.1.1 REE 34 5.1.2 DAS 36 5.1.3 INPASSING 38 5.2 SUBDOELSTELLINGEN 39 5.2.1 LANDSCHAPPELIJKE KWALITEIT 40 5.2.2 ARCHEOLOGISCHE/CULTUURHISTORISCHE KWALITEIT 42 5.2.3 HEMELWATERPROBLEMATIEK EN EROSIEBESTRIJDING 43 5.2.4 RECREATIESTRUCTUUR 44 5.2.5 TOEGANKELIJKHEID 45 5.3 LANDSCHAPSPLAN COMPLEET 46 5.3.1 UITLEG LEGENDA EENHEDEN: 47 6 HOE GAAN WE VERDER 55 BIJLAGEN 57 BIJLAGE 1 VERBINDING 5 59 BIJLAGE 2 LANDSCHAPSPLAN 61 4
1 Inleiding 1.1 Integraal Project? Een Integraal Project (IP) is een complex plan voor een groot gebied waarbij meerdere partijen betrokken zijn. Het is de bedoeling om verschillende doelen zoals natuur, landschap, recreatie, archeologie/cultuurhistorie, hemelwater- en erosieproblematiek en de landbouw in samenhang te realiseren. Hierbij wordt zo veel mogelijk gezocht naar een win-win situaties. Gezien de complexe en enorme omvang van de Integrale Projecten heeft de Provincie Limburg een handreiking gemaakt; Handreiking Integrale Gebiedsuitwerking (HIGU). Deze goed doordachte aanpak is bedoeld als hulpmiddel voor partners die te maken krijgen met Integrale gebiedsuitwerkingen. Middels een afwijkende alternatieve strategie wordt gestreefd om in een relatief kort tijdsbestek maatwerk te leveren en zo een hoogwaardig, duurzaam en multifunctioneel landschap te creëren. 1.2 Aanleiding In het najaar van 2006 is de Integrale Gebiedsuitwerking voor het buitengebied van Beek en omstreken gestart. Vanwege belangrijke relaties tussen Beek en Catsop heeft de regio Westelijke Mijnstreek in de startfase voorgesteld om het gebied Catsop in de integrale gebiedsontwikkeling Beek op te nemen. In het voorjaar van 2007 is besloten om IP Beek en IP Catsop afzonderlijk uit te voeren. De Gebiedscommisie Westelijke Mijnstreek hecht groot belang aan de verdere ontwikkeling en opwaardering van het gebied Catsop en heeft het project voorgedragen voor de derde tranche integrale gebiedsuitwerkingen. 1.3 Doelstelling IP Catsop wordt ingezet om een deel van de droge ecologische verbindingszone tussen Grensmaas en de Geleenbeek te realiseren. Concreet voor IP Catsop betekent dit dat er onderzocht wordt hoe de ecologische verbinding tussen het Bunder-/Elsloërbos en de autosnelweg A2 gerealiseerd kan/moet worden. Deze verbinding moet naadloos aansluiten op de nog te realiseren faunapassage en het IP Beek. 5
Naast deze hoofddoelstelling zijn er een aantal subdoelstellingen onderverdeeld in de volgende vijf thema s: Landschappelijke kwaliteit; Archeologische/cultuurhistorische kwaliteit; Hemelwater- en erosieproblematiek; Recreatiestructuur; Toegankelijkheid. Alle hoofd- en subdoelstellingen gaan ervan uit dat de continuïteit van de landbouw gewaarborgd blijft en kansen gegrepen moeten worden om knelpunten op te lossen. 1.4 Aanpak Het planproces kenmerkt zich door een complex samenspel van verschillende factoren. Deze factoren zijn vooraf kenbaar gemaakt of worden inzichtelijk gedurende het ontwikkelingstraject van het plan. Draagvlak en het stellen van de juiste prioriteiten zijn essentieel om het uiteindelijke doel te bereiken. In ieder geval zijn communicatie en overleg met de gemeenten Stein en Beek, Provincie Limburg, Gebiedscommisie Westelijke Mijnstreek, landbouwsector en overige betrokkenen onmisbare factoren in dit planproces. Om te komen tot een succesvol resultaat is een pragmatische aanpak voorgesteld. Via een gebiedsinventarisatie/-analyse, visievorming, landschapsplan met bijbehorende maatregelen hopen we op voldoende draagvlak om te komen tot een gedragen uitvoeringsplan. 6
1.5 Organisatie- en overlegstructuur Het samenstellen van een breed gedragen plan binnen een beperkte doorlooptijd vergt veel aandacht voor communicatie en overleg. Het proces kent een aantal overlegmomenten, te weten: Kernteam Het kernteam is een kleine pragmatisch ingestelde werkgroep bemand door de gemeentelijke projectleider van de gemeente Stein, de gebiedscoördinator(s) Westelijke Mijnstreek, de voorzitter van de gebiedscommissie Westelijke Mijnstreek, ambtelijke vertegenwoordiger van de gemeente Beek, gebiedsmanager van de Provincie Limburg en de projectleden van Heusschen Copier. Het kernteam is de gesprekspartner van de opdrachtnemer, bespreekt inhoudelijke documenten, strategische keuzes en heeft een adviserende rol aan het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Stein en Beek. De opdrachtgever heeft in samenspraak met de Gebiedscommissie Westelijke Mijnstreek en de Provincie Limburg beslissingsrecht. Klankbordgroep Naast overlegmomenten met het kernteam heeft regelmatig overleg plaatsgevonden met een klankbordgroep. Deze groep belangenbehartigers met verschillende disciplines en/of belangen hebben een adviserende rol aan het kernteam en kunnen/mogen reageren en meedenken over de verschillende onderwerpen die aan bod komen. De klankbordgroep bestaat uit vertegenwoordigers van Waterschap Roer & Overmaas (WRO), Provincie Limburg, De Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB), Stichting Instandhouding Kleine landschapselementen in Limburg (IKL), IVN Natuur- en milieueducatie en Aelserloog Guus Peters. Eigenaren/gebruikers Naast overleg met vakspecialisten en belangenbehartigers wordt gestreefd naar tijdige communicatie met de betrokken grondeigenaren. Deze zijn al vroeg in het proces benaderd middels de zogenaamde keukentafelgesprekken en overlegmomenten met de agrarische sector. De bewoners/gebruikers van het plangebied worden geïnformeerd via informatiebijeenkomsten en diverse websites van bijvoorbeeld de gemeenten Stein en Beek en de website van Heusschen Copier. 7
1.6 Studie- en plangebied In deze rapportage wordt onderscheid gemaakt in een studie- en plangebied. Het studiegebied is de grotere context waarin het plangebied is gelegen. Het plangebied bevat de exacte begrenzing van het project IP Catsop. In de onderstaande afbeelding is het studiegebied met hierin het plangebied van circa 270 ha. (rood omkaderd) weergegeven. Circa 85 % van de gronden ligt in de gemeente Stein en 15% in de gemeente Beek. Plangebied IP Catsop (onderverdeling gemeente Stein en Beek) 1.7 Procedure/status IP Catsop is een strategisch project en vormt een programma met alle componenten van een Integraal Project. Door samenwerking worden de gezamenlijke doelen opgepakt. Het product hiervan, het landschapsplan, schetst het streefbeeld voor het buitengebied van Catsop. Het project is ingebed in de regiovisie Groene Waarden opgesteld door de Gebiedscommissie Westelijke Mijnstreek. De gemeenten Stein en Beek alsmede de projectpartners van de Provincie Limburg, Gebiedscommisie Westelijke Mijnstreek, De Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB), Stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg (IKL), Waterschap Roer en Overmaas, IVN Natuur- en milieueducatie hebben vanaf het begin bijgedragen aan de totstandkoming van het voorliggend document. 8
1.8 Leeswijzer Voordat inhoudelijk op het landschapsplan wordt ingegaan wordt in hoofdstuk twee uitleg gegeven wat een integraal project is, hoe het tot stand is gekomen en welke eisen de opdrachtgever aan het project IP Catsop heeft gesteld. Hoofdstuk drie geeft de inventarisatie op gebied van beleid/visies/plannen weer in de vorm van een SWOT analyse. De opbouw van het landschap en de essentie worden hier ook beschreven. Hoofdstuk vier beschrijft de visie op de ecologische verbindingszone, cultuurhistorie & archeologie en landschappelijke inpassing. De visie vormt de input voor het landschapsplan (hoofdstuk 5). De hoofddoelstelling en de subdoelstellingen worden verder toegelicht met de bijbehorende sterktes, zwaktes en knelpunten. Vanuit deze worden de kansen omschreven en geprojecteerd op het plangebied. Een visualisatie van het landschapsplan geeft vervolgens het wensbeeld weer. De legenda eenheden van deze afbeelding worden beschreven en geven telkens een voorbeeld uit het plangebied. Ten slotte schetst hoofdstuk 6 de te nemen vervolgstappen. 9
10
2 Integraal Project Catsop Het buitengebied van Catsop vormt een belangrijke schakel in de ecologische verbinding die het Rivierenpark Grensmaas moet gaan verbinden met de robuuste ecologische verbindingszone Schinveld- Mook. Deze visie is nader uitgewerkt binnen de visie Groene Waarden (augustus 2008) en draagt de naam droge verbinding Centraal Plateau (nr. 5). Visie Groene waarden (Gebiedscommisie Westelijke Mijnstreek) (studiegebied IP Catsop rood omcirkeld). De verbinding heeft de volgende beschrijving meegekregen: Een verbinding tussen de Rode Beek via de Kollenberg, Geleenbeekdal en Centraal Plateau naar het Maasdal. Het streefbeeld is een kleinschalig agrarisch cultuurlandschap dat bestaat uit akkers, weilanden, bosjes, hagen, graften, houtwallen, boomgaarden, holle wegen en poelen. Integraal Project Catsop (IP Catsop) is een project waarbij wordt ingezet op het realiseren van een deel van de bovengenoemde verbinding. 11
Het project IP Catsop is gericht op de realisatie en het functioneren van de ecologische verbindingzone voor diverse doelsoorten zoals het ree en de das. Andere doelsoorten zijn gedefinieerd in de visie Groene Waarden, zie bijlage 1. Het gebied ten zuiden van Catsop vormt één van de weinige plekken in de sterk verstedelijkte Westelijke Mijnstreek waar een toekomstige ecologische verbinding voldoende fysieke ruimte heeft. Er moeten natuurlijk wel enkele infrastructurele barrières overwonnen worden. De gemeente Stein zet in op een proactieve aanpak die overeenkomt met een integrale gebiedsuitwerking. Deze aanpak is specifiek gericht op de realisatie van de ecologische verbinding. 2.1 Opdracht De gemeente Stein heeft aan Heusschen Copier de opdracht verleend om op basis van de voorgestelde alternatieve strategie nader onderzoek te doen en invulling te geven aan de ecologische verbindingszone (EVZ) tussen het Bunder-/Elsloërbos en de toekomstige ecopassage A2 (hoofddoelstelling). Ook wordt er gekeken naar andere knelpunten en/of wensen die in het gebied voorkomen om het project zo integraal mogelijk op te pakken. Deze worden subdoelstellingen genoemd. 2.1.1 Uitgangspunten/randvoorwaarden De gemeente Stein heeft de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden geformuleerd: Geen ruilverkaveling; Minimale ingrepen en ruimtebeslag; Planvorming gericht op het maken van een functionerende ecologische verbindingszone; Realiseren van de ecologische verbinding door middel van maatwerk; Uitvoering op basis van vrijwilligheid; De landbouw blijft de hoofdgebruiker-/beheerder; Integrale benadering op andere doelstellingen te bereiken; Kansen grijpen om knelpunten op te lossen; Streven naar een win-win situatie. 12
2.2 Samenhang IP Catsop heeft een directe relatie met: Project 21 IP Beek Project 43 A2 ecopassage Beek Bunderbos-/Elsloërbos Natura 2000 In de onderstaande afbeelding is de projectenkaart van de Gebiedscommissie Westelijke Mijnstreek afgebeeld met hierop de projecten die een directe relatie hebben met IP Catsop (rood omcirkeld) en een indirecte relatie (gestippeld rood omcirkeld). Deze projecten staan in het teken om de ecologische verbindingzone Rivierenpark Grensmaas met de robuuste verbinding Schinveld-Mook te verbinden Projecten overzicht Gebiedscommisie Westelijke Mijnstreek 13
14
3 Inventarisatie/analyse Aan de basis van een duurzame visie staat een grondige inventarisatie/analyse. Heusschen Copier heeft in het najaar van 2009 een (interne) quickscan opgesteld die het vigerend beleid, visies en plannen inzichtelijk maakt en inzicht geeft in de gebiedsverkenning. Door middel van de lagenbenadering wordt de ontstaansgeschiedenis en het huidige functioneren van het landschap verklaard. De vigerende beleidsstukken/visies/plannen, de essentie van het landschap en de SWOT met de daaruit gekomen subdoelstellingen worden in dit hoofdstuk als conclusie van de quickscan behandeld. 3.1 Beleid/visies/plannen De quickscan beschrijft vrijwel alle vigerende beleidsstukken/visies en plannen die van toepassing zijn in het studiegebied van IP Catsop. In deze paragraaf worden de belangrijkste kort aangehaald. 3.1.1 POL Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg is beleid vormgegeven als een plan op hoofdlijnen en bevat de provinciale visie op ruimtelijke ontwikkelingen. Van belang zijn de perspectieven 1, Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en perspectief 2 Provinciale ontwikkelingszone Groen (POG). Beiden worden hieronder kort toegelicht: P1- Ecologische hoofdstructuur. bestaand bos en natuur (EHS) EHS wordt in heel Nederland gerealiseerd en vormt een groene snelweg die de flora en fauna de gelegenheid geeft zich te kunnen verplaatsen door de robuuste natuur. De EHS binnen het studiegebied van IP Catsop bestaat uit bestaand bos en natuurgebied. Er ligt geen opgave om nieuwe natuur (EHS) te realiseren. P2-Provinciale Ontwikkelingszone Groen (POG) De Provinciale ontwikkelingszone groen (POG, P2) vormt samen met de EHS de ecologische structuur in Limburg. Anders dan de EHS omvat de POG vooral landbouwgebieden. Binnen de POG geldt een ontwikkelingsgerichte basisbescherming. Behoud en ontwikkeling van natuur en landschapswaarden zijn richtinggevend voor ontwikkelingen in de POG. Ook van belang zijn het instandhouden van een goede toeristisch-recreatieve structuur en een op het landschap georiënteerde landbouw. 15
3.1.2 Visie Groene Waarden De visie Groene dwarsverbindingen, Waarden beoogd door verbinding te leggen middel tussen van groene Rivierenpark Grensmaas en de robuuste ecologische verbinding Schinveld-Mook. Relatie POL met de visie Groene Waarden 3.1.3 Landschapsvisie Zuid Limburg De landschapsvisie Zuid-Limburg dient als inspiratiebron voor landschapsontwikkeling in het landelijke gebied van Zuid-Limburg. Deze visie geeft aan dat rondom Catsop dorpsbeplanting zoals hoogstamboomgaarden en heggen gewenst zijn. Daarnaast wordt er geadviseerd om nat struweel toe te passen in de droogdalen. Deze 20 meter brede stroken met wandelpaden en eventueel een veedrift bestaat uit overwegend struweelbeplanting op relatief natte gronden. Aangrenzende regenwaterbuffers moeten het afstromend water vertragen om zo een positieve bijdrage te leveren aan het oplossen van de regenwaterproblematiek (o.a. erosie). 16
3.1.4 Overig beleid/visies/ plannen In de onderstaande opsomming staan enkele beleidsstukken, visies en plannen die input leveren aan het landschapsplan maar niet in deze rapportage zijn opgenomen. Natura 2000 (Bunder-/Elsloërbos); Rijksbufferzone Maastricht Sittard; Nationaal Landschap Zuid-Limburg; Provinciaal Natuurbeheerplan; Structuurschets Stein op weg naar 2015; Groenstructuurvisie Gemeente Stein; Kansen voor groen in Stein. 3.2 Opbouw van het landschap De huidige landschapsstructuur vormt de basis voor het landschapsplan. De onderstaande afbeeldingen geven de opbouw visueel weer. Referentie spoorweg Maastricht-Sittard en A2 + Hoogtelijnen 17
+ bebouwing + water 18
+ opgaande beplanting + grasland 19
+ hoogstam fruitweide, fruitplantage en boomkwekerij + akkerbouw 20
= Huidige landschapsstructuur 3.3 Essentie van het landschap rondom Catsop De omgeving van Catsop heeft haar schitterende reliëf te danken aan het ontstaan van de Maasterrassen. De overgangen tussen hoog- en middenterras en hoog- en laagterras (stijlrand) zijn duidelijk herkenbaar in het gebied. De ingesneden droogdalen met de hierin liggende holle wegen wijzen naar de kern van Catsop. Andere landschapselementen die voorkomen zijn graften, hoogstamfruitweides en landschappelijke hagen. De landschapselementen vormen samen met het reliëf intieme besloten plekken en vergezichten. Vanuit Catsop is het zelfs mogelijk de puinbergen in België te zien. Uniek is het Bunder-/Elsloërbos vanwege haar grote areaal bronbos. In de bodem treffen we op de steile plekken voornamelijk radebrikgronden (löss) aan en in de droogdalen (ooi)vaaggronden. Wanneer we dieper in de bodem graven bestaat de kans dat vuurstenen (350.000-2.000 v. Chr.), scherven van de Bandkeramiekers (circa 5.000 v. Chr.) of restanten van een Romeinse grafplaats (12 v. Chr 450 n. Chr. gevonden worden. Het is duidelijk dat de omgeving van Catsop een rijke geschiedenis heeft. 21
Het Catsop zoals we het nu kennen is van oudsher een gehucht van Elsloo en vertoont typische kenmerken van een middeleeuwse ontginningsnederzetting. De oude wegen en structuren zijn nog goed te zien. De nieuwe generaties mensen hebben rondom Catsop infrastructurele voorzieningen gebouwd zoals de autosnelweg A2 en spoorweg Maastricht-Sittard. Deze voorzieningen hebben als negatief effect de verminderde toegankelijkheid en ontsnippering van het gebied tot gevolg. Ook de stedelijke ontwikkeling van het dorp heeft geleid dat de oorspronkelijke kern minder contact maakt met het omliggende landschap. De ruilverkaveling van 1983 heeft geleid tot realisatie van regenwaterbuffers, verbeterde ontsluiting/verkaveling en verbetering van de landbouwkundige structuur ten koste van de kleinschaligheid. Schematische visualisatie van de essentie van het landschap rondom Catsop 22
3.4 SWOT De SWOT (Strengths-Weaknesses-Opportunities-Threats) kan worden gezien als conclusie voor de quickscan op gebied van gebiedsverkenning. In de volgende tabellen is een onderverdeling gemaakt en zijn afbeeldingen toegevoegd. Sterktes Reliëf Droogdalen Besloten ruimtes en vergezichten Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg (landschapselementen) Aanwezigheid van diverse doelsoorten Cultuurhistorische dorpskern met karakteristieke eigenschappen Rijke geschiedenis van Catsop Historische wegen zijn herkenbaar IJsboerderij Intensieve veehouder Roosen is gesaneerd Vergezichten, reliëf en landschapselementen 23
Zwaktes Uitzicht op A2, tankstation, bedrijventerreinen en DSM Regenwaterbuffers niet landschappelijk ingepast Landschapselementen liggen versnipperd van elkaar Archeologie niet zichtbaar en/of beleefbaar De oude dorpskern van Catsop maakt niet tot nauwelijks contact met het omliggende landschap Storende/niet gebiedseigen bebouwing in buitengebied A2 en spoorweg sluit Catsop in Grote druk op recreatiepaden Weinig mogelijkheden om een ommetje te maken in het buitengebied Ontsluiting en toegankelijkheid van wegen Doodlopende recreatiepaden De dassentunnel is bewoond Spoor omringd door hekwerk waardoor overgang van dieren onmogelijk is Sickendaelweg/Siekendaalstraat gevaarlijk voor dassen (gemotoriseerd verkeer) Coniferen opstanden in gebied Geen mooie entree vanuit Sickendaelweg Relatie kern droogdal is verdwenen Achterstallig onderhoud aan holle wegen Geen aaneengesloten ecologische verbindingszone Incidenteel modderoverlast Uitzicht op storende objecten (Businesspark Stein en DSM) 24
Kansen Storende en niet passende bebouwing (bedrijventerreinen, tankstation, agrarische bebouwing inpassen met groen) Landschapselementen met elkaar verbinden door laanbomen, bermen, hagen of hoogstamfruitweiden Regenwaterbuffers landschappelijk inpassen Optimaal functionerende ecologische verbindingszone Faunapassage realiseren voor de das en het ree Hekwerk deels wegnemen ter hoogte van het spoor Herstellen van en ruimte bieden aan landschapelementen Sickendaelweg/Siekendaalstraat aanpassen Regenwaterbuffers aanpassen aan de nieuwe normen Maatregelen t.b.v. erosie toepassen Informatiebord bij tankstation Catsop als visitekaartje voor begin heuvellandschap Zuid-Limburg Kwekerijen verplaatsen naar achterkant Schuttersstraat Informatievoorziening 25
Bedreigingen Ver- thema s (vermesting, verdroging, verstoring, verspilling, verzuring, verspreiding, verwijdering en verandering van het klimaat) Erosie- problematiek Het verdwijnen van landschapselementen Toenemende schaalvergroting Landbouw Teeltondersteunende voorzieningen voor bedrijfsvoering Bebouwing in het buitengebied Toenemende infrastructurele voorzieningen Eventuele uitbreidingen Beek Maastricht Aachen Airport en/of bedrijventerreinen BMAA en Schuttersstraat Verdwijnen van oude toponiemen Korten op beheersbudget gemeente Stein Brede landbouwmachines op veldwegen Hagelnetten 26
4 Visie 4.1 Visie op de ecologische verbindingszone Het plangebied wordt gekenmerkt door een grote mate aan openheid en weidsheid, de aanwezigheid van reliëf, een groen karakter, bijzondere flora en fauna en een grote mate aan streekeigenheid. Dit zijn allemaal eigenschappen die passen bij het Nationaal Landschap Heuvelland. De invulling van de ecologische verbindingszone (EVZ) wordt benaderd als leidend ontwerpprincipe en dient recht te doen aan alle bovenstaande omgevingskenmerken en moet deze waar mogelijk versterken. Het hoofddoel is uiteraard dat de EVZ optimaal dient te functioneren voor de diverse doelsoorten (onder andere de das en het ree) volgens de visie Groene Waarden, zie ook bijlage 1. In het POL 2006 is de ecologische verbindingszone opgenomen als POGzone. Op onderstaande kaartuitsnede is de ligging aangegeven. Opvallend is dat de ecologische verbindingszone juist door het open agrarische gebied loopt, dat bestaat uit licht glooiende terreinen en slechts door enkele markante holle wegen wordt doorsneden. Het conform provinciaal beleid realiseren van een ecologische verbindingszone voor de gedefinieerde doelsoorten leidt tot een afbreuk van de aanwezige grote openheid en landbouwkundige waarden. Om de landschappelijke kwaliteiten zo veel mogelijk te behouden/versterken (openheid, reliëf, agrarisch gebruik) en omdat de eisen die de verschillende doelsoorten aan hun leefomgeving stellen sterk uiteenlopen, stellen wij voor om de ecologische verbindingszone in twee delen op te splitsen: een noordelijke en een zuidelijke zone. EHS (donkergroen) POG (lichtgroen) 27
Ecozone noord Onze visie daarbij is dat de das (grootste marterachtige en cultuurvolger) voor haar verbindingen bij voorkeur een landschap met kleinschalige (lijnvormige) landschapselementen (bijv. hoogstamfruitboomgaarden, hagen, graften, poelen) heeft. Voor het foerageren maakt de das ook gebruik van de omliggende agrarische gronden. Door de verbindingszone langs de Sickendaelweg/Siekendaalstraat aan te brengen wordt juist een landschappelijke versterking van het dal gerealiseerd, waardoor de openheid van de hellingen en plateau behouden blijft. De verbindingszone draait zich vervolgens om Catsop heen tot aan de oostelijke rand van het Bunder-/Elsloërbos en draagt bij aan een nog betere landschappelijke inpassing van de kern. Daarnaast wordt er een natuurlijke overgang gerealiseerd vanuit het landbouwgebied naar het Bunder-/Elsloërbos door de realisatie van een brede mantel en zoom (o.a. maatregel voortvloeiend uit Natura 2000). De overgang naar- en verankering van Catsop in het landschap verbetert: Catsop wordt nog nadrukkelijker een dorp in het groen! De EVZ fungeert hier tevens als uitloopgebied voor het dorp en als inpassingsinstrument voor te grootschalige bebouwing nabij de kern. Cultuurhistorische waarden worden versterkt, er ontstaat een nog prettigere woon- en leefomgeving voor inwoners en een optimaal leef- en migratiegebied voor vele soorten dieren. Deze zone bedient de doelsoorten van kleinschalige cultuurlandschappen. Karakteristieke soorten in de omgeving van Catsop zijn onder andere: das (foerageergebied), Steenuil (broed- en foerageergebied), Alpenwatersalamander (leefgebied), Hazelworm (leefgebied) en Geelsprietdikkopje (waard- en nectarplanten). Ruimtelijk concept 28
Ecozone zuid Een ander belangrijke doelsoort is het ree. Het ree heeft juist behoefte aan rust en beschutting en kan vanwege een grotere mobiliteit prima gebruik maken van zogenaamde stepping stones (ecologische stapstenen). Het ree is het best gebaat bij bos/bossages in een open of kleinschalig cultuurlandschap. Wij stellen voor om juist langs de zuidzijde van de huidige geprojecteerde ecologische verbinding, in aansluiting op een aantal bestaande groene plekken (bosjes, holle wegen, erfbeplantingen), groene versterking aan te brengen. Deze nieuwe groene elementen vormen samen met de begroeide holle wegen, de noodzakelijke ecologische stapstenen tussen het Bunder-/Elsloërbos en het Kelmonderbos. Hierdoor blijven de openheid, het agrarisch gebruik en de vergezichten behouden. De stapstenen gaan functioneren voor onder andere de doelsoort het ree. De zone aan de zuidzijde grenst aan open cultuurlandschappen waarin andere doelsoorten voorkomen, die ook afhankelijk zijn van aangrenzende ruigtes en bosjes. Voorbeelden hiervan zijn onder andere Veldleeuwerik en Patrijs (ontwikkelen broedgelegenheid) en Kleine parelmoervlinder (nectarplanten). Schetsontwerp visie IP Catsop 29
4.1.1 Ecopassages De sterkte van de ecologische verbinding wordt bepaald door de zwakste schakel. Kruisingen met infrastructuur zorgen vaak voor migrerende knelpunten. In het IP Catsop stellen wij de volgende aanpak voor: Aan de zuidkant van het Bunder-/Elsloërbos ter hoogte van Kruisberg staat ecoduct Kruisberg op de planning. De A2 is daar gesplitst in een oostelijke en een westelijke rijbaan, met daartussen een groen heuvelachtig gebied. Over ieder deel van de splitsing en het onderliggende wegennet wordt een ecoduct gebouwd. Deze verbinding is zeer robuust en geschikt voor vrijwel alle doelsoorten die in Zuid- Limburg voorkomen. Door ook aan de noordkant een in ecologisch opzicht goed functionerende verbinding te maken wordt ook de noordkant van het Bunder-/Elsloërbos ontsloten. De betekenis van het Natura 2000 gebied Bunder-/Elsloërbos wordt hierdoor vergroot en het netwerk tussen natuurgebieden wordt sterker. Daarnaast stellen wij voor aansluitend aan het bestaande kunstwerk onder de A2 (Sieckendaalstraat) een ecologische passage voor het ree te maken. De das zal hiervan ook gebruik kunnen maken. Als terugvaloptie zou gekozen kunnen worden voor aanpassingen aan het bestaande kunstwerk. De ecopassage van de A2 en de invulling van de EVZ ter plaatse draagt tevens bij aan een opwaardering van de zuidelijke entree van Beek en Stein. Aan de zuidzijde van Beek is één dassentunnel onder de Rijksweg (Maastrichterlaan) en A2 aanwezig. 30
4.1.2 Cultuurhistorie en archeologie De oude historische elementen, lijnen en verbindingen in het landschap worden aangezet met begeleidende beplanting om de structuur van het landschap beter zichtbaar te maken. Gebied de Knup blijft een solitair hooggelegen beeldbepalend bosgebiedje. Door het te vergroten of versterken zou deze waardevolle plek aan beeldkracht verliezen. De noordelijke EVZ loopt aan de voet van deze heuvel. In de omgeving van Catsop is een Romeins grafveld evenals een kampement uit de tijd van Karel de Stoute ontdekt. Onderzocht zal worden of deze gegevens in het veld zichtbaar gemaakt kunnen worden. De duurzaam in de bodem vastgelegde historie van het gebied wordt zo beleefbaar en geeft de plek identiteit. Door de plek verder aan te vullen met een passende informatievoorziening wordt uitleg over diezelfde plek gegeven. Deze aanpak creëert mogelijkheden voor een nieuwe gethematiseerde recreatieve route worden ontworpen. 4.1.3 Landschappelijke inpassing Zoals reeds beschreven zal de noordelijke ecologische zone een bijdrage leveren aan een betere landschappelijke inpassing van Catsop. Vanaf de A2 is er een geweldig mooi uitzicht over het plangebied en op het Maasdal aanwezig, dit dient behouden te blijven. Bij gunstige weersomstandigheden kan men tot in België kijken. Op een aantal andere hooggelegen plekken wordt eveneens gezorgd voor plekken met een fraai uitzicht over het gebied rondom Catsop. Er wordt verder voorgesteld om het bedrijventerrein Beek Maastricht Aachen Airport te voorzien van een transparante groene omlijsting met als redenen deze bebouwing minder dominant in het landschap aanwezig te laten zijn. Hiervoor wordt op grondgebied van de gemeente Beek voor de gebouwen een bomenrij geplaatst. Het talud aan de westzijde van tankstation Vosdal langs de A2 zal worden voorzien van opgaande beplanting, waardoor vanuit het buitengebied van Catsop het tankstation vrijwel niet meer zichtbaar is. Het vergezicht dat vanaf de parkeerplaats mogelijk is, zal blijven bestaan maar zal iets minder worden. Beplanting rondom het tankstation heeft ook een gunstige invloed op de ecologische verbindingen en nabij gelegen faunavoorziening. 31
32
5 Het landschapsplan vormt een verdere uitwerking van de visie en heeft het detailniveau van een structuurplan. Dit hoofdstuk beschrijft op welke wijze het landschapsplan invulling geeft aan de hoofd en- /subdoelstellingen. 5.1 Hoofddoelstelling Versnippering wordt als één van de belangrijkste oorzaken gezien waardoor de aantallen soorten in ons land afnemen (Natuurplanbureau 1997). Versnippering heeft een duidelijk negatief effect op de leefgebieden van dieren en planten door het uiteenvallen van leefgebieden van soorten in ruimtelijk gescheiden, kleinere eenheden. Door versnippering is er minder ruimte, en bovendien is de beschikbare ruimte slechter bereikbaar en wordt daardoor slechter benut. Het negatieve effect van versnippering wordt nog eens versterkt door de andere ver -thema s, zoals verzuring, vermesting en verdroging omdat hierdoor de kwaliteit van het resterend leefgebied verder afneemt. Door het opheffen van de versnippering kan de duurzaamheid van populaties beter worden geborgd. Ecologische verbindingswegen worden gekenmerkt door een grote mate van rust, ruimte en variatie (gradiënten). Hierdoor is er plaats voor een groot aantal soorten, die verschillende eisen stellen aan hun omgeving. Een goed ontwikkelde zone doet dienst als migratiegebied voor dieren die zich makkelijk verspreiden en als leefgebied voor soorten die zich in hun leven over een korte afstand kunnen verplaatsen. Om een functionerende ecologische verbindingszone te maken voor het ree en de das is gebruikt gemaakt van de zogenaamde ecoprofielen, ontwikkeld door Alterra (Universiteit Wageningen). De randvoorwaarden zijn gebaseerd op gegevens uit het computerprogramma TOVER en van het ministerie van LNV. Iedere doelsoort stelt specifieke eisen aan haar habitat dat opgebouwd is uit (van groot naar klein en van leefgebied tot foerageergebied) sleutelgebieden, stapstenen en corridors. De habitat eisen kunnen verbeeld worden door middel van een ecoprofiel. De ecoprofielen zijn ontwikkeld om de zwakke plekken van een verbinding in beeld te krijgen, geconfronteerd met de autonome ontwikkeling binnen het gebied. 33
De twee meest ruimtebehoevende soorten in het plangebied zijn de das en het ree. In deze paragraaf wordt, na een korte beschrijving van de doelsoorten, de ecoprofiel benadering op het plangebied geprojecteerd. Hierdoor worden knelpunten inzichtelijk. Ten slotte wordt de oplossing gegeven die doorwerking heeft in het landschapsplan. 5.1.1 Ree Reeën leven in bosachtige streken met open plekken en aangrenzende velden, maar komen ook in heidevelden, rietvelden, duinen en akkerbouwgebieden voor. Het ree is een cultuurvolger en kan zich gemakkelijk aanpassen aan het cultuurlandschap. Voorwaarde is dat er voldoende voedsel, dekking en rust aanwezig is. De voorkeur gaat uit naar het overgangsgebied van loofbos naar open terrein. Reeën gebruiken overgangszones tussen bos en open gebied om dekking te zoeken. Daar kunnen ze rusten en herkauwen. Ecosysteemtypen volgens TOVER Voedselrijk loofbos Struweel en zoomvegetatie De sleutelgebieden hebben een omvang van 1.000-2.000 hectare. De onderlinge afstand tussen de sleutelgebieden bedraagt maximaal 20 kilometer. Deze worden met elkaar verbonden door stapstenen van 2 tot 5 hectare, met elkaar verbonden door een dispersiecorridor van 20 tot 30 meter breedte. 34
Knelpunten voor het ree in IP Catsop Knelpunt: Stapstenen A2 Corridor ten oosten van A2 Hekwerk langs spoor in Bunder- /Elsloërbos Oplossing: Aanleg Faunapassage Opwaarderen Verwijderen Biotoopeisen: Voedselrijk loofbos Struweel zoomvegetaties van kleigronden 35
5.1.2 Das De das is een zoogdier welke voorkomt in halfopen landschap. Het dier heeft dekking en droge grond nodig voor de burchten en een gevarieerd grondgebruik voor zijn voedsel. Bereikt de hoogste dichtheden in agrarisch landschap met kleine stukken bos, veel hagen (of graften in Zuid-Limburg) en voldoende wormenrijk grasland. Lage dichtheden in puur natuurgebied, uitgestrekte bossen en intensief landbouw- (akkerbouw-)gebied. Voedsel heel gevarieerd, zowel dierlijk als plantaardig. In veel streken van Nederland zijn maïs en regenwormen de belangrijkste voedselcomponenten. Verder (afgevallen) fruit, bosvruchten, eikels, graan, muizen(nesten), egels, nesten jonge konijnen, engerlingen, kevers en andere insecten, vogeleieren en aas. Ecosysteemtypen volgens TOVER Struweel en zoomvegetatie zandgrond Struweel en zoomvegetatie zandgrond met klein water De sleutelgebieden mogen maximaal 30 kilometer uit elkaar liggen. Met daar tussen in om de 7,5 kilometer een stapsteen. Deze worden met elkaar verbonden door een dispersie corridor van 100 meter breed. 36
Knelpunten das in IP Catsop Knelpunt: Corridor langs dorpsrand Corridor Sickendaalweg A2 Spoorweg Oplossing: Opwaarderen/aanleg Opwaarderen Faunapassage Hekken verwijderen Biotoopeisen: Bos en struweel (verblijfplaatsen) Houtwal, graslanden en akkers, (foerageergebied) Lijnvormige landschapselementen 37
5.1.3 Inpassing In paragraaf 5.1.1 en 5.1.2. is de ecoprofielenbenadering toegelicht en zijn de knelpunten en oplossingen inzichtelijk gemaakt. Wanneer aan de huidige landschapsstructuur deze oplossingen worden toegevoegd komen we tot het wensbeeld op het gebied van ecologische verbindingszones (zie tweede afbeelding hieronder). Huidige Landschapsstructuur Uitwerking ecoprofiel in landschapsplan (Noord das, zuid ree) 38
5.2 Subdoelstellingen De SWOT- analyse heeft inzicht heeft gegeven in de sterktes (Strengths), zwaktes (Weaknesses), kansen (Opportunities) en bedreigingen (Threats). Op basis van deze informatie zijn de volgende vijf subdoelstellingen geformuleerd: 1. Landschappelijke kwaliteit; 2. Archeologische/cultuurhistorische kwaliteit; 3. Hemelwaterproblematiek en erosiebestrijding; 4. Recreatiestructuur; 5. Toegankelijkheid; Sterktes In deze paragraaf worden per subdoelstelling de sterktes, zwaktes en bedreigingen beschreven en wordt inzicht gegeven op de wijze waarop hieruit de kansen/maatregelen zijn ontstaan. Vervolgens geeft een afbeelding de doorwerking in het landschapsplan weer. 39
5.2.1 Landschappelijke kwaliteit Sterktes Zwaktes Bedreigingen Kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid-Limburg (landschapselementen) Aanwezigheid diverse doelsoorten Regenwaterbuffers niet landschappelijk ingepast Landschapselementen liggen versnipperd van elkaar Kwekerijen in gebied Geen duidelijke entree vanuit Sickendaelweg Geen aaneengesloten ecologische verbindingszone Relatie droogdal/kern is deels verdwenen Storende bebouwing in het buitengebied Achterstallig onderhoud aan landschapselementen Het verdwijnen van landschapselementen Bebouwing in het buitengebied Teeltondersteunende voorzieningen in buitengebied Korten op beheersbudget Kansen/maatregelen Storende en niet passende bebouwing (bedrijventerreinen, tankstation en agrarische bebouwing landschappelijk inpassen met groen Landschapselementen met elkaar verbinden voor een aaneengesloten ecologische verbindingszone Regenwaterbuffers landschappelijk inpassen Landschapselementen herstellen en duurzaam beschermen Landschappelijke structuren zichtbaar maken in het landschap Kwekerijen verplaatsen naar achterzijde schuttersstraat Onderhoud aan landschapselementen 40
Inpassing landschappelijke kwaliteit in landschapsplan Maatregelen subdoelstelling 1: Landschappelijke kwaliteit 41
5.2.2 Archeologische/cultuurhistorische kwaliteit Sterktes Zwaktes Bedreigingen Cultuurhistorische dorpskern met karakteristieke eigenschappen Rijke geschiedenis van Catsop Historische wegen zijn herkenbaar Archeologie niet zichtbaar/beleefbaar Het verdwijnen van oude toponiemen in het gebied Kansen/maatregelen Archeologische kwaliteit zichtbaar maken (project) Archeologie koppelen aan recreatieve routes Oude toponiemen in het veld terugbrengen (project) Informatieve borden plaatsen bij speciale archeologische/cultuurhistorische aspecten (project) Archeologische vindplaatsen en monumenten in het gebied 42
5.2.3 Hemelwaterproblematiek en erosiebestrijding Sterktes Zwaktes Bedreigingen Droogdalen aanwezig Wateroverlast Erosiegevaar Ver- thema s Klimaatsverandering Erosieproblematiek Kansen/maatregelen Regenwaterbuffers aanpassen aan nieuwe normen Maatregelen ten behoeve van erosie Maatregelen subdoelstelling 3: hemelwaterproblematiek en erosiebestrijding 43
5.2.4 Recreatiestructuur Sterktes Zwaktes Bedreigingen Reliëf Besloten ruimtes en vergezichten IJsboerderij Weinig mogelijkheden om een ommetje te maken Grote druk recreanten op paden Doodlopende recreatiepaden Verdwijnen van oude toponiemen Kansen/maatregelen Recreatiepaden aanleggen om de druk te verkleinen Archeologie en cultuurhistorie betrekken bij recreatiestructuur Wandelroutes aansluiten op Catsop Recreatiepaden verbinden om kleine ommetjes te kunnen maken Catsop als visitekaartje (vanaf A2) voor begin heuvellandschap Zuid- Limburg Toponiemen koppelen aan recreatiepaden Maatregelen subdoelstelling 4: recreatiestructuur 44
5.2.5 Toegankelijkheid Sterktes Zwaktes Bedreigingen Bereikbaarheid Catsop A2 en spoorweg belemmert Catsop Ontsluiting en toegankelijkheid van wegen Grote landbouwmachines op veldwegen Kansen/maatregelen Wegen toegankelijk maken door beheer Bredere wegbermen Aanleggen van verkeerspassages (holle wegen) Wegen toegankelijk maken voor bestemmingsverkeer Maatregelen subdoelstelling 5: toegankelijkheid 45
5.3 compleet Het totale landschapsplan is een integraal plan en kan onderverdeeld worden in de eerder beschreven hoofddoelstelling en subdoelstellingen. De onderstaande afbeelding betreft een visualisatie van het landschapsbeeld volgens het landschapsplan. In bijlage 2 is het landschapsplan opgenomen (A3 formaat). Legenda 46
5.3.1 Uitleg legenda eenheden: In deze paragraaf worden de legenda eenheden van het landschapsplan nader toegelicht en gevisualiseerd doormiddel van afbeeldingen uit het gebied. Bebouwing De bestaande bebouwing voor woon- en/of bedrijfsmatige doeleinden. Bij de totstandkoming van het landschapsplan wordt niet uitgegaan van uitbreiding. Bebouwing Agrarische percelen Weiden en akkerbouwpercelen in plangebied in IP Catsop handhaven in combinatie met natuur en kleinschalige landschapselementen. Agrarische percelen 47
Boomkwekerij Kwekerij waar voornamelijk gecultiveerde soorten worden geteeld zoals coniferen. Wij streven ernaar om deze kwekerijen uit het droogdal en uit de buurt van het Bunder-/Elsloërbos te verplaatsen naar bijvoorbeeld de achterzijde van het bedrijventerrein Schuttersstraat om dot terrein tegelijkertijd groen in te passen. Coniferenkwekerij Hoogstamfruitweide De huidige hoogstam fruitboomgaarden in het gebied IP Catsop zorgen voor een groene inpassing van de kern Catsop in het landschap. Het fruit is naast schoonheid en voedsel voor de mens ook nog eens erg interessant vanuit het ecologische oogpunt. Hoogstamfruitweide 48
Laagstamfruitweide De in het gebied bestaande laagstamfruitweiden zijn de moderne vervanging van de hoogstam fruitboomgaarden en zijn puur gericht op productie. Teeltondersteunende voorzieningen maken de laagstamfruitweides minder aantrekkelijk in het landschap. Laagstam fruitweide Bos en opgaande beplanting In het landschapsplan kunnen we onderscheid maken in nieuwe stapstenen voor het ree, bestaande bosbeplanting te gebruiken als stapsteen en het Bunder-/Elsloërbos als sleutelgebied. Er wordt gestreefd naar bosgebieden opgebouwd uit een zoom-mantel-kern beplanting. Bos 49
Laanbomen Vanuit het landschapsplan wordt voorgesteld om op verschillende plekken in het gebied de bestaande laanstructuren te versterken om structuren met elkaar te verbinden. Voornamelijk het belang van speciale verbindingen zoals het Sickendaal (EVZ) of waterlopen worden hiermee extra benadrukt. Laanbomen 50
Groene kwaliteitsverbetering Groene kwaliteitsverbetering is een verzamelterm die een zoekgebied aangeeft waar verbetering mogelijk is door middel van kleinschalige landschapselementen. In het landschapsplan is niet aangegeven welke maatregel van toepassing is. In samenspraak mat de agrariër wordt gezocht naar een geschikte maatregel waarbij maatwerk van toepassing is. De maatregelen die we voorstellen in deze zones zijn: Landschappelijke inpassing van bedrijven en woningen; Aanleg fruitweides; Landschappelijke hagen; Grasbermen; Inpassing; Onderhoud. Kleinschaligheid 51
Graften / holle wegen Typerend voor de omgeving van Catsop is de aanwezigheid van verschillende landschapselementen zoals graften en holle wegen. Om deze duurzaam in stand te houden adviseren wij het nemen van beheersmaatregelen en bescherming doormiddel van veerasters. Waterbuffer Deze zijn aangelegd en worden onderhouden door het Waterschap Roer en Overmaas. Naast de beschermende en waterbergende functies zijn deze ecologisch zeer waardevol. Waterfbuffer 52
Uitzichtpunt Op een aantal plekken in het gebied zijn schitterende vergezichten. Op een heldere dag is het mogelijk om vanuit Catsop de mijnsteenbergen in België te zien. Uitzichtpunt Archeologisch punt Deze plek in het landschap heeft een verhaal te vertellen, bijvoorbeeld door een belangrijke historische gebeurtenis, een bouwwerk of opgravingen. Middels een informatiebord willen we deze plekken weer beleefbaar maken zodat een wandeling een stuk interessanter wordt. Voorbeeld informatiebord in IP Catsop 53
54
6 Hoe gaan we verder Nu het landschapsplan definitief is worden de maatregelen vertaald naar een maatregelenplan op perceelsniveau. Het maatregelplan bestaat uit twee onderdelen, namelijk een visualisatie van de maatregelen op een kadastrale kaart en een bijbehorende financieringstabel. De financieringstabel moet inzicht geven hoeveel grondbeslag de te nemen maatregelen in totaal innemen, welke kosten ermee gemoeid zijn en wat de dekking door subsidie kan zijn. Ook worden de kosten voor beheer en de dekking hiervan integraal meegenomen. Op basis van deze inzichten kan een gesprek met de agrariër uitwijzen of een maatregel wel of niet haalbaar is en hoe deze er in detail gaat uitzien. Kanttekening: Wanneer het maatregelenplan en de bijbehorende tabel definitief zijn vormen zij onderdeel van deze rapportage in de vorm van een inlegnotitie welke in plaats van hoofdstuk 6 wordt ingevoegd. 55
56
Bijlagen 57
58
Bijlagen 1 Verbinding 5 Verbinding 5: Droge verbinding Centraal Plateau Verbinding tussen Roode Beek via de Kollenberg, Geleenbeekdal en Centraal Plateau naar Maasdal. Streefbeeld: Een kleinschalig agrarisch cultuurlandschap dat bestaat uit akkers, weilanden, bosjes, hagen, graften, houtwallen, boomgaarden, holle wegen en poelen. De in de zone gelegen hamsterkerngebieden behouden een meer open karakter. Doelsoorten: Steenuil Roodborsttapuit Patrijs Das Ree Hazelmuis Vroedmeesterpad Alpenwatersalamander Levendbarende hagedis Hazelworm Vliegend hert Geelsprietdikkopje Kleine parelmoervlinder Veldleeuwerik Natuurdoeltypen: Wintereiken-Beukenbos (A 1.1) Eiken-Haagbeukenbos (A 1.4) Doornstruweel (A 2.1) Bremstruweel (A 2.2) Matig voedselrijke graslanden (A 5.5) (Glanshaverhooiland; A 5.5.2) Droge ruigte (A 7.1) Vochtig kruidenrijk grasland (B 2) Droog kruidenrijk grasland (B 3) Kruidenrijke akker (B 4) Ecologisch waardevolle houtwallen en singels (B 6.1) Graften (B 6.2) Holle wegen (B 6.3) Ecologisch waardevolle watergangen en poelen (B 6.4) Ecologisch waardevolle bermen en greppels langs wegen (B 6.5) Ecologisch waardevolle perceelranden (B 6.6) Ecologisch waardevolle hagen en knotbomen (B 6.7) Ecologisch waardevolle boomgaarden (B 6.9) Belangrijkste infrastructurele knelpunten: De weg Geleen-Puth (Beekstraat/Kellenaer), de N276 (Middenweg), de N585 (Maastrichterlaan), de A2, het Julianakanaal en de A76. 59
60
Bijlagen 2