BELEIDSREGEL BR/CU-5060

Vergelijkbare documenten
BELEIDSREGEL BR/CU-5059

Voorschotten en rentevergoeding onderhanden DBC's GGZ

BELEIDSREGEL AL/BR Overheveling GGZ budget AWBZ-Zvw

Transitiemodel voor gebudgetteerde zorgaanbieders van gespecialiseerde curatieve GGZ Kenmerk

Transitiemodel voor gebudgetteerde zorgaanbieders van gespecialiseerde curatieve ggz Kenmerk

BELEIDSREGEL CI-1058a

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

BELEIDSREGEL BR/CU-5094

BELEIDSREGEL BR/CU Extramurale curatieve GGZ

BELEIDSREGEL BR/CU Extramurale zorg GGZ Zvw

BELEIDSREGEL AL/BR-0040

Beleidsregel Verpleging in de thuissituatie, noodzakelijk in verband met medisch specialistische zorg

BELEIDSREGEL AL/BR-0021

BELEIDSREGEL BR/CU-5119

Vergoeding van inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing

Intramurale curatieve GGZ: loon- en materiële kosten

BELEIDSREGEL CA-BR Prestatiebeschrijvingen en tarieven ZZPmeerzorg. Bijlage 11 bij circulaire Care/AWBZ/14/04c

Macrobeheersinstrument geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2015

Vergoeding van inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing

BELEIDSREGEL BR/CU 2148 EERSTELIJNSDIAGNOSTIEK

BELEIDSREGEL CA Nationaal Programma Ouderenzorg 2014

Invoering normatieve inventariscomponent (NIC) in de langdurende gespecialiseerde ggz

BELEIDSREGEL BR/CU Tarieven normatieve huisvestingscomponent (NHC) curatieve GGZ

3.3 Techniekkosten Techniekkosten zijn de kosten van door de Wlz-zorgaanbieder of door derden vervaardigde tandtechnische werkstukken.

Vergoeding van inrichtingskosten bij gedwongen verhuizing

3.3 Techniekkosten Techniekkosten zijn de kosten van door de Wlz-zorgaanbieder of door derden vervaardigde tandtechnische werkstukken.

Deze beleidsregel is van toepassing op Zintuiglijk gehandicaptenzorg als bedoeld in artikel 2.5a van het Besluit zorgverzekering

BELEIDSREGEL BR/CU Ketenzorg dementie Zvw

BELEIDSREGEL BR/REG Beschikbaarheidbijdrage ambtshalve

Invoering normatieve inventariscomponent (nic) in de forensische zorg

BELEIDSREGEL BR/CU-7073

Zolang de eindcalculatie voor jaar t nog niet bekend is wordt de door de

BELEIDSREGEL BR/CU Verrichtingenlijst ten behoeve van DBC s

De Beleidsregel nacalculatie bevat het beleid van de NZa met betrekking tot de beoordeling en afhandeling van de nacalculatie.

BELEIDSREGEL CA Volledig Pakket Thuis

BELEIDSREGEL BR/REG Aanvaardbare kosten Wlz Bijlage 12 bij circulaire Care/Wlz/16/11c

Kosten Rijksvaccinatieprogramma en Neonatale hielprikscreening

NADERE REGEL NR/CU-540

3.2 Prestatie extreme kosten van geneesmiddelen (NZa-code M002) Het leveren van geneesmiddelen noodzakelijk voor de zorg, onder

Regeling voorschotverlening op uitkeringen AWBZ en vaststelling kosten van verstrekkingen en vergoedingen 2013

Via deze circulaire informeert de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) u over het vaststellen van de volgende beleidsregels:

3. Definities Voor de omschrijvingen van de verschillende budgetparameters en doelgroepen wordt verwezen naar de Beleidsregel definities GGZ.

drempelbedrag van 700,. Bij het leveren van geneesmiddelen dient sprake te zijn van rationele farmacotherapie.

3.2 Prestatie extreme kosten van geneesmiddelen (NZa-code M002) Het leveren van geneesmiddelen noodzakelijk voor de zorg, onder

Verantwoordingsdocument Nacalculatie in de curatieve GGZ

De prestaties en tarieven zijn van toepassing voor cliënten geïndiceerd voor of aangewezen op verblijf.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft met inachtneming van Hoofdstuk 4, paragrafen 4.2 en 4.4, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg),

BELEIDSREGEL BR/CU

3.1 Zorgaanbieder De zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder c van de Wmg.

BELEIDSREGEL CA Volledig Pakket Thuis. Bijlage 12 bij circulaire AWBZ/Care/12/07c

BELEIDSREGEL CA Aanvaardbare kosten AWBZ 2012

3.1 Algemeen gegevensbeheer code (AGB-code) Unieke code die aan iedere zorgaanbieder wordt toegekend, waarmee deze kan worden geïdentificeerd.

BELEIDSREGEL BR/CU Tarieven normatieve huisvestingscomponent (NHC) curatieve GGZ

Invoering normatieve huisvestingscomponent (NHC) curatieve GGZ

4.1 Forensische zorg Zorg als bedoeld in artikel 2 van het Interimbesluit forensische zorg. 1

Transcriptie:

BELEIDSREGEL Rentevergoeding opbrengstverrekening GGZ Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beleidsregels vast met betrekking tot het uitoefenen van de bevoegdheid om tarieven en prestatiebeschrijvingen vast te stellen. Ingevolge artikel 52, aanhef en onder e, Wmg, worden tarieven en prestatiebeschrijvingen die uit de voorliggende beleidsregel voortvloeien ambtshalve door de NZa vastgesteld. 1. Reikwijdte Deze beleidsregel is van toepassing op curatieve geestelijke gezondheidszorg (GGZ) als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw) die wordt geleverd door gebudgetteerde instellingen zoals bedoeld in de beleidsregel Overgang curatieve GGZ naar de Zvw en invoering DBC s. 2. Doel van de beleidsregel Met deze beleidsregel wordt bepaald binnen welk kader door een gebudgetteerde instelling een tarief voor rente in rekening kan worden gebracht bij een zorgverzekeraar in het kader van de jaarlijkse, eenmalige opbrengstverrekening op het gebied van de curatieve geestelijke gezondheidszorg (GGZ) als bedoeld in de Zorgverzekeringswet (Zvw). 3. Begripsbepalingen 3.1 Zorgaanbieder De natuurlijke persoon of rechtspersoon die beroeps- of bedrijfsmatig zorg verleent, als bedoeld in artikel 1 aanhef en onder c van de Wmg. In het kader van deze beleidsregel vallen uitsluitend gebudgetteerde instellingen die curatieve geestelijke gezondheidszorg verlenen als bedoeld in de Zvw onder deze begripsbepaling. 3.2 DBC Diagnose behandeling combinatie: het geheel van prestaties van zorgaanbieders voortvloeiend uit de zorgvraag waarvoor een cliënt de zorgaanbieders consulteert. 3.3 Opbrengstverrekening In het jaar t+1 wordt op basis van het Verantwoordingsdocument DBC GGZ-omzet per instelling de definitieve DBC-omzet vastgesteld, inclusief de in dat kalenderjaar gehanteerde opslagen/afslagen volgens de toegepaste verrekenpercentages. Tegelijkertijd wordt op basis van het formulier Nacalculatie op geleverde productie het voor de gebudgetteerde instelling vast te stellen budget aanvaardbare kosten definitief vastgesteld. Het bedrag waarmee de DBC-opbrengst afwijkt van het voor de instelling vastgestelde budget wordt door de instelling met de verzekeraars eenmalig (in één bedrag) verrekend. Deze eenmalige verrekening wordt opbrengstverrekening genoemd.

3.4 Aanvullende rentevergoeding De vergoeding voor rentekosten die (uitsluitend) een gebudgetteerde instelling in rekening mag brengen bij een zorgverzekeraar naar aanleiding van de eenmalige opbrengstverrekening die heeft plaatsgevonden c.q. noodzakelijk was, omdat de behaalde opbrengsten uit in rekening gebrachte DBC s lager is gebleken dan het voor deze instelling vastgestelde budget. Deze vergoeding wordt aangemerkt als maximumtarief. 2 van 6 4. Opbrengstverrekening gebudgetteerde instellingen 4.1 Voor gebudgetteerde instellingen wordt per kalenderjaar het budget op basis van de nacalculatie vergeleken met de gerealiseerde omzet in DBC s. Met inachtneming van het gestelde in 4.2 tot en met 4.6 kunnen gebudgetteerde instellingen rente, verband houdend met de eenmalige opbrengstverrekening, in rekening brengen bij die zorgverzekeraars waaraan zij gedurende een kalenderjaar DBC s hebben gedeclareerd. 4.2 Gebudgetteerde instellingen kunnen in het kader van de eenmalige opbrengstverrekening slechts aanspraak maken op een aanvullende rentevergoeding bedoeld in 4.1, indien: a) de hoogte van de DBC-omzet lager is dan het voor deze instelling vastgestelde budget, en b) genoemde verzekeraars geen voorschot over het onderhanden werk hebben verstrekt als bedoeld in de Beleidsregel Voorschotten en rentevergoeding onderhanden DBC s GGZ. 4.3 De mogelijkheid voor gebudgetteerde instellingen om op grond van deze beleidsregel rente in het kader van de eenmalige opbrengstverrekening bij een zorgverzekeraar in rekening te brengen, geldt vanaf de opbrengstverrekening die betrekking heeft op het (budget)jaar 2008. 4.4 De opbrengsten van de rentevergoeding als bedoeld in 4.1 worden aangemerkt als aanvullende inkomsten. Deze inkomsten dienen derhalve niet ter dekking van het budget. 4.5 Wijze van vergoeding van rente bij de eenmalige opbrengstverrekening: a. Over het jaar waarop de opbrengstverrekening betrekking heeft (jaar t) is de periode waarover de rente wordt vergoed 6/12 e. Voor jaar t+1 telt elke maand of verstreken periode van een maand voor 1/12 e mee tot ten hoogste 8 maanden of zoveel (maanden) eerder als de maand waarin de NZa het bedrag inzake de opbrengstverrekening bekend maakt 1. b. De rentevergoeding wordt naar rato van de omzet per verzekeraar berekend. c. Over de opbrengstverrekening wordt rente vergoed na aftrek van een drempel. Deze drempel bedraagt 5% van de DBComzet over jaar t; derhalve inclusief de opbrengstverrekening en de onderhandenwerkposities per balansdata. 1 Ingevolge een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb 15-09- 2011, LJN: BT 1518, AWB 10/294) stelt de NZa sinds 15 september 2011 de opbrengstverrekening niet langer vast in een tariefbeschikking. Wel heeft de NZa besloten om gebudgetteerde zorgaanbieders en verzekeraars per brief te blijven informeren over het bedrag inzake de opbrengstverrekening. Die brief is geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb en heeft een louter informatief karakter.

d. Het rentepercentage bedraagt het jaargemiddelde van het gemiddelde één-maands-euribor, verhoogd met 1,5%. 6. Intrekking oude beleidsregel(s) Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de beleidsregel Rentevergoeding opbrengstverrekening GGZ, met kenmerk CU-5039, ingetrokken. 3 van 6 7. Overgangsbepaling De beleidsregel Rentevergoeding opbrengstverrekening GGZ', met kenmerk CU-5039, blijft van toepassing op besluiten en aangelegenheden die hun grondslag vinden in die beleidsregel en die betrekking hebben op de periode waarvoor die beleidsregel gold. 8. Inwerkingtreding en citeerregel Deze beleidsregel treedt in werking op 1 januari 2012 en vervalt met ingang van 1 januari 2013. Ingevolge artikel 20, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wmg zal van de vaststelling van deze beleidsregel mededeling worden gedaan in de Staatscourant. Deze beleidsregel kan worden aangehaald als: Beleidsregel Rentevergoeding opbrengstverrekening GGZ.

Toelichting Aanleiding Sinds 1 januari 2008 hebben gebudgetteerde instellingen die geestelijke gezondheidszorg verlenen, alsmede niet-gebudgetteerde instellingen en zelfstandig gevestigde GGZ-zorgaanbieders, op grond van de Beleidsregel Voorschotten en rentevergoeding onderhanden DBC s GGZ de mogelijkheid (tussentijds) rente in rekening te brengen bij zorgverzekeraars met betrekking tot het uitstaande werk (onderhanden DBC s). Indien zorgverzekeraars weigeren om de onderhanden DBC s van deze zorgaanbieders te bevoorschotten, zijn deze zorgaanbieders genoodzaakt om de hiermee verband houdende kosten zelf voor te financieren middels het afsluiten van leningen. Om deze rentelasten te compenseren mogen gebudgetteerde, niet-gebudgetteerde en zelfstandig gevestigde zorgaanbieders op grond van de hiervoor genoemde Beleidsregel Voorschotten en rentevergoeding onderhanden DBC s GGZ bij de verzekeraars waaraan door deze zorgaanbieders wordt gedeclareerd, rente in rekening brengen. Deze rente is gekoppeld aan het in de betreffende periode geldende één-maands-euribor rentetarief, verhoogd met een procentuele opslag. 4 van 6 Bij de gebudgetteerde instellingen kan zich echter nog een tweede renteaspect voordoen, dat verband houdt met de jaarlijkse opbrengstverrekening. De voorliggende beleidsregel beoogt hiervoor een oplossing te bieden. Rentevergoeding n.a.v. de jaarlijkse opbrengstverrekening Nadat een budget- c.q. kalenderjaar is verstreken, vindt - zo lang de budgetsystematiek nog geldt - een eenmalige verrekening van de DBCopbrengst plaats aan de hand van het voor de betreffende instelling geldende budget. Ligt de behaalde DBC-omzet hoger dan het budget, dan vindt een afroming van de behaalde omzet plaats tot het niveau van het geldende budget. Indien echter de behaalde omzet uit DBC s lager ligt dan het budget, dan vindt een compensatie plaats tot het niveau van het door partijen overeengekomen en vervolgens door de NZa vastgestelde budget. Het hiervoor genoemde, tweede rente-aspect doet zich voor in deze laatstgenoemde gevallen (DBC-omzet is lager dan het overeengekomen, vastgestelde budget). Met de voorliggende beleidsregel wordt het mogelijk gemaakt dat gebudgetteerde instellingen, onder bepaalde voorwaarden, deze rentekosten kunnen verhalen op de zorgverzekeraar(s). Dit houdt onder meer in dat gebudgetteerde instellingen het één-maands-euribortarief, verhoogd met een procentuele opslag, in rekening mogen brengen bij de zorgverzekeraar(s) waaraan zij gedurende het budget- c.q. kalenderjaar hebben gedeclareerd. Mocht in de toekomst - naar aanleiding van de invoering van prestatiebekostiging in de curatieve GGZ - het systeem van budgetbekostiging komen te vervallen, dan zal uiteindelijk ook de opbrengstverrekening, zoals we die nu kennen, niet meer aan de orde zijn. In dat geval ligt het voor de hand dat de mogelijkheid van rentevergoeding in het kader van de opbrengstverrekening, zoals die in de voorliggende beleidsregel wordt gecreëerd, eveneens zal komen te vervallen. Artikelsgewijs Artikel 4 Deze beleidsregel voorziet, zoals gezegd, in een vergoeding van rente over de geleverde zorg die voortkomt uit de jaarlijkse, eenmalige opbrengstverrekening.

De rente wordt vergoed over zowel het jaar van verrekening, op basis van gemiddelde looptijd (12 maanden gedeeld door 2) openstaand bedrag gedurende 6 maanden, als de periode na 1 januari daaropvolgend. De periode na 1 januari wordt beperkt tot maximaal acht maanden, gelet op de voorgeschreven uiterlijke datum van inlevering van de formulieren m.b.t. de opbrengstverrekening bij de NZa, of zoveel (maanden) eerder als als de maand waarin de NZa het bedrag inzake de opbrengstverrekening bekend maakt. 5 van 6 Artikel 4.5, onderdeel a Voorheen, d.w.z. tot 15 september 2011, stelde de NZa de opbrengstverrekening vast in een tariefbeschikking. Als gevolg van een uitspraak 2 van 15 september 2011 van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) is de NZa daarmee gestopt. Het CBb heeft in die uitspraak bepaald dat het bedrag inzake de opbrengstverrekening niet kan worden beschouwd als een tarief (met bijbehorende prestatiebeschrijving) in de zin van de Wmg. Om die reden ontbrak naar het oordeel van het CBb een wettelijke grondslag c.q. bevoegdheid voor de NZa om het bedrag inzake de opbrengstverrekening als tarief in een daartoe bestemde tariefbeschikking vast te stellen. Met inachtneming van deze uitspraak heeft de NZa besloten om, zo lang nog sprake is van het bestaan van twee systemen (financiering in DBC s en bekostiging op basis van budgetten), het bedrag inzake de opbrengstverrekening te blijven uitrekenen. Dit bedrag wordt vervolgens middels een informatieve brief aan de betreffende gebudgetteerde zorgaanbieders en zorgverzekeraars kenbaar gemaakt. De bekendmaking van de opbrengstverrekening betreft dus niet langer een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) waartegen de mogelijkheid van bezwaar en beroep open staat. Het gaat, zoals gezegd, om een informatieve mededeling waar de betrokken partijen zich al dan niet aan kunnen conformeren. Eventuele geschillen over de hoogte van de opbrengstverrekening, dan wel de wijze van be- of verrekening ervan, zullen partijen derhalve aan de civiele rechter dienen voor te leggen. De hiervoor genoemde uitspraak van het CBb tornt niet aan de reeds bestaande mogelijkheid voor gebudgetteerde aanbieders van curatieve geestelijke gezondheidszorg om, onder de voorwaarden zoals in de voorliggende beleidsregel wordt beschreven, een tarief voor rente in het kader van de opbrengstverrekening bij een zorgverzekeraar in rekening te brengen. Om de administratieve lasten te beperken en ter stimulering van een deugdelijke administratie/registratie bij de gebudgetteerde instellingen, wordt een drempel gesteld van 5% van de DBC-omzet, inclusief de opbrengstverrekening. Als de opbrengstverrekening kleiner is dan deze drempel kan de gebudgetteerde instelling geen aanspraak maken op vergoeding van rente van de verzekeraar(s). De rente wordt vergoed op basis van het één-maands-euribortarief, inclusief een procentuele opslag, overeenkomstig de wijze van in rekening brengen van rente over het onderhanden werk. De mogelijkheid om - met inachtneming van deze beleidsregel - in het kader van de eenmalige opbrengstverrekening rente op de zorgverzekeraar(s) te verhalen, geldt vanaf het jaar 2008 tot en met het budget- c.q. kalenderjaar 2012. 2 CBb 15-09-2011; LJN: BT 1518; AWB 10/294

Voorbeeld renteberekening over opbrengstverrekening DBC GGZ 2009 budget 34.000.000 omzet DBC's 28.000.000 opbrengstverrekening 6.000.000 34.000.000 6 van 6 A B C D E F G 5% rente aantal*) rente omzet Opbrengst tot omzet drempel over maanden 3% verrekening A+B C*5% B-D 11 omzet verzekeraar 3.500.000 750.000 4.250.000 212.500 537.500 11 14.781 omzet verzekeraar 4.500.000 964.286 5.464.286 273.214 691.071 11 19.004 omzet verzekeraar 5.500.000 1.178.571 6.678.571 333.929 844.643 11 23.228 omzet verzekeraar 6.500.000 1.392.857 7.892.857 394.643 998.214 11 27.451 omzet verzekeraar 8.000.000 1.714.286 9.714.286 485.714 1.228.571 11 33.786 28.000.000 6.000.000 34.000.000 1.700.000 4.300.000 118.250 datum tariefbeschikking 7-5-2010 opbrengstverrekening 6.000.000 drempel 5% van 34.000.000 1.700.000 Te belasten met rente 4.300.000 *) Berekening aantal maanden gemiddelde looptijd 2009 periode 1-1-2010 7-5-2010 6 maanden 5 maanden 11