Code van goede praktijk Schrappen van risicogrond

Vergelijkbare documenten
Code van goede praktijk Gemotiveerde verklaring

Gemeentelijke inventaris

RISICOGRONDEN ONDERZOEKEN

OVERDRACHT DELEN VAN KADASTRALE PERCELEN VOORBEELDFIGUREN

OVERDRACHT DELEN VAN KADASTRALE PERCELEN

Richtlijnen: overdracht delen van kadastrale percelen

Hoe weet u of uw onderneming een. periodieke onderzoeksplicht

Eenmalige onderzoeksplicht bij gedwongen mede-eigendommen op risicogrond

Schadegeval met bodemverontreiniging bij bedrijven klasse 2/3

Schadegeval met bodemverontreiniging bij particulieren

Schadegeval met bodemverontreiniging bij bedrijven klasse 1

Schadegeval met bodemverontreiniging. Wat zijn de taken van steden en gemeenten?

Wat zijn de algemene verplichtingen

OVAM een siteonderzoek uitvoert; dat het siteonderzoek wordt uitgevoerd binnen de termijn die in het besluit is bepaald;

9.1. Inschakelen van een erkend bodemsaneringsdeskundige SO Basis X Uitvoering 2012 SO

Deel I. Wetgevend kader bodemsanering Bodemdecreet en het VLAREBO... 13

Waarom onze bodem de beste bescherming verdient. Samen maken we morgen mooier.

DE OVAM, Site 'particuliere gronden met historische activiteiten in Heuvelland' 1/6

Richtlijnen opbouw en beheer gemeentelijke inventaris (GI)

Nieuwe instrumenten in het bodembeleid

DE OVAM, Site 'particuliere gronden met historische activiteiten in Gavere' 1/6

De impact van het Bodemdecreet. op scholen

Waarom onze bodem de beste bescherming verdient. OVAM, uw beleidspartner in afval en bodem

Sitebesluit Woonzone verkaveling Dennenlaan-Kalmthout 2/6

Aanmelden in het webloket deskundigen opvragen digitale informatie

Site 'particuliere gronden met historische activiteiten in Roosdaal' 1/6

Overwegende dat de geselecteerde gronden vastgesteld worden als site 'Woonzone voormalige stortplaats Baron Moyersoen Park' in Aalst.

Richtlijnen opbouw en beheer GI

Site 'particuliere gronden met historische activiteiten in Nijlen' 1/7

SAMEN MAKEN WE MORGEN MOOIER

Overwegende dat de andere percelen van de voormalige textielfabriek nog niet werden opgenomen in een bodemonderzoek en bewoond zijn;

Draaiboek Hoe gebruik maken van het raamcontract Bodemonderzoeken voor Vlaamse Overheid en lokale besturen?

VLAAMSE OVERHEID. Omgeving

1.1. Notaris Vastgoedkantoren en makelaars Overdrager Verwerver OVAM Bodemsaneringsdeskundige 12

BESLUIT: Artikel1. De site 'Voormalige stortplaats, Beekstraat te Lokeren' wordt vastgesteld. De gronden zijn opgenomen in de lijst van bijlage 1.

Communicatie bij bodemonderzoeken en -saneringen. Een leidraad

Oppervlakte P/W Klassering Kl/ ha A3055/02 HOOILAND 01 A 1 1 CA T F 0. Oppervlakte P/W Klassering KV ha. Oppervlakte P/W Klassering KU ha

AFWIJKING UITLOGING BOUWKUNDIG BODEMGEBRUIK VORMVAST PRODUCT CODE VAN GOEDE PRAKTIJK REGELING VOOR GEBRUIK VAN BODEMMATERIALEN

BELGISCH STAATSBLAD MONITEUR BELGE VLAAMSE OVERHEID

Doel van het formulier

TIJDELIJKE OEVERDEPONIE BIJ NOODRUIMING CODE VAN GOEDE PRAKTIJK REGELING VOOR GEBRUIK VAN BODEMMATERIALEN

9.1. Inschakelen van een erkend bodemsaneringsdeskundige

Belgisch Staatsblad dd

De Vlarem I indelingslijst. De Punt, Gentbrugge

DE OVAM, Sitebesluit Woonzone Sint-Baafskeuter 1/5

VLAAMSE OVERHEID. Leefmilieu, Natuur en Energie

AFWIJKING UITLOGING BOUWKUNDIG BODEMGEBRUIK VORMVAST PRODUCT CODE VAN GOEDE PRAKTIJK REGELING VOOR GEBRUIK VAN BODEMMATERIALEN

uw bericht van uw kenmerk ons kenmerk afdrukdatum 07/11/2011 TP/ /11/2011

TIJDELIJKE OEVERDEPONIE VOOR ONTWATERING CODE VAN GOEDE PRAKTIJK REGELING VOOR GEBRUIK VAN BODEMMATERIALEN

AANVRAAG (1) TOT TUSSENKOMST VAN DE VZW BOFAS IN DE BODEMSANERING VAN:

3.3 Overgangsbepaling Verslag van oriënterend en beschrijvend bodemonderzoek Bodemsanering Algemeen Inhoud

1. Toelichting van de krachtlijnen van de Vlaamse bodemregelgeving: Bodemdecreet en VLAREBO 2. Toekomstige ontwikkelingen voor het Vlaamse

TOELICHTING BIJ HET INVULLEN VAN DE MELDING VAN DE OVERDRACHT VAN EEN INGEDEELDE INRICHTING OF ACTIVITEIT

Gebruikershandleiding Afvalstoffenfiche Toepassing

Gebruikershandleiding Afvalstoffenfiche Toepassing voor handhavers

Inventaris van de bodemtoestand

DE OPENBARE VLAAMSE AFVALSTOFFENMAATSCHAPPIJ,

Melding van de sluiting van een risico-inrichting

DE OVAM, Overwegende dat het siteonderzoek met als titel 'Site-onderzoek: Woonzone Heuvelland' van voormelde site is afgerond;

Besluit van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM) tot het vaststellen van gronden gelegen in Roeselare als site 'Woonzone Roeselare'.

Infonamiddag deel I Infovergaring / ELFM²databank. Tom Behets & Katleen De Turck

Briefadvies. een. wat betreft de. Datum

Het inrichtingsnummer

De milieuvergunnings- en meldingsplicht

Transcriptie:

Code van goede praktijk Schrappen van risicogrond

Code van goede praktijk - Schrappen Risicogrond

Documentbeschrijving 1. Titel publicatie Code van goede praktijk - Schrappen Risicogrond 2. Verantwoordelijke Uitgever Danny Wille, OVAM, Stationsstraat 110, 2800 Mechelen 3. Wettelijk Depot nummer 4. Aantal bladzijden 21 5. Aantal tabellen en figuren 6. Prijs* 7. Datum Publicatie 8. Trefwoorden code van goede praktijk, risicogrond, risicoperceel, gemeentelijke inventaris, grondeninformatieregister, GI, GIR 9. Samenvatting Deze Code van Goede Praktijk (CGP) biedt een leidraad voor de bodemsaneringsdeskundige (BSD) die een gemotiveerde verklaring voor het schrappen van een perceel als risicogrond wenst in te dienen bij de gemeente of de OVAM. 10. Begeleidingsgroep en/of auteur OVAM 11. Contactperso(o)n(en) Maarten De Groof, Annemie Maes, Nathalie Van Trier inventarisatie@ovam.be 015/284.137 12. Andere titels over dit onderwerp Inventaris van risicogronden Is uw grond mogelijk verontreinigd? Gegevens uit dit document mag u overnemen mits duidelijke bronvermelding. De meeste OVAM-publicaties kunt u raadplegen en/of downloaden op de OVAM-website: http://www.ovam.be

Inhoudstafel 1 Inleiding 7 2 Definities 9 3 Achtergrond 11 4 Grond onterecht ingedeeld als risicogrond 13 5 De gemotiveerde verklaring 15 5.1 Wat als een grond 'onterecht' werd geïnventariseerd als risicogrond? 15 5.1.1 Eenvoudige gevallen 15 5.1.2 Complexe gevallen 15 5.2 Inhoud van de gemotiveerde verklaring 15 5.2.1 Administratieve gegevens 15 5.2.2 Motivatie 16 5.3 Wat wordt niet aanvaard als gemotiveerde verklaring? 17 6 Hoe de gemotiveerde verklaring indienen? 19 7 Beoordeling van de gemotiveerde verklaring 21 Code van goede praktijk - Schrappen Risicogrond 5/21

1 Inleiding Deze Code van Goede Praktijk (CGP) biedt een leidraad voor de bodemsaneringsdeskundige (BSD) die een gemotiveerde verklaring voor het schrappen van een perceel als risicogrond wenst in te dienen bij de gemeente of de OVAM. De CGP geeft een aantal richtlijnen. Elke situatie waarbij een perceel mogelijk foutief is ingedeeld als risicogrond is echter verschillend, waardoor niet al de in deze CGP vermelde instructies steeds van toepassing zijn. Het is de taak van de BSD om op basis van de CGP een volledig dossier, dat alle beschikbare en relevante informatie bevat, in te dienen bij de gemeente of de OVAM. De gemotiveerde verklaring dient in die mate volledig te zijn dat de gemeente of de OVAM geen bijkomend opzoek- of puzzelwerk dient te verrichten. De gemotiveerde verklaring mag geen onderdeel zijn van een OBO (van nabijgelegen percelen) maar moet een apart document zijn. Code van goede praktijk - Schrappen Risicogrond 7/21

2 Definities Gemeentelijke inventaris De gemeente stelt een Gemeentelijke Inventaris (GI) op van de risicogronden die op haar grondgebied zijn gelegen en wisselt deze uit met de OVAM. Daarnaast worden in de GI de gronden opgenomen waar activiteiten plaatsvonden tot 1946 en waarvoor een inventarisatie is voorzien. De inventaris vormt de basis voor het afleveren van correcte bodemattesten. Zo kent de OVAM de gronden waar er eventueel nog een bodemonderzoek moet gebeuren. Omgekeerd zorgt deze datauitwisseling ervoor dat de gemeenten zelf een beter overzicht verkrijgen van mogelijk verontreinigde gronden op hun grondgebied. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beheer en het actueel houden van hun GI. Grondeninformatieregister Het Grondeninformatieregister (GIR) wordt gedefinieerd in art. 5 1 van het Bodemdecreet. De OVAM beheert een grondeninformatieregister waarin ze gegevens over gronden opneemt die haar in het kader van dit decreet worden bezorgd. Het GIR bevat naast de informatie uit de GI ook andere relevante informatie over de bodemkwaliteit uit dossiers van bodemonderzoeken en saneringen en uit andere inventarisatiestudies. Risico-inrichting Risicogrond Risico-inrichtingen-tool Een risico-inrichting wordt gedefinieerd in art. 2 14 van het Bodemdecreet. Risico-inrichtingen zijn fabrieken, werkplaatsen, opslagplaatsen, machines, installaties, toestellen en handelingen die een verhoogd risico op bodemverontreiniging kunnen inhouden. Is de inrichting gestart voor 1 juni 2015, dan dient via bijlage 1 van het VLAREBO nagegaan te worden of de inrichting een risico-inrichting is. Is de activiteit gestart na 31 mei 2015, dan dient bijlage 1 van VLAREM I te worden geraadpleegd. Een risicogrond wordt gedefinieerd in art. 2 13 van het Bodemdecreet. Een risicogrond is een grond waarop een risicoinrichting gevestigd is of was. Een risicogrond kan op 1 of meerdere percelen gelegen zijn of op een deel van een perceel. Een grond die opgenomen is in de GI wordt altijd beschouwd als een risicogrond. Met de toepassing 'Risico-inrichtingen-tool' (RIT) kan u zelf nagaan of een bepaalde activiteit als risico-inrichting wordt beschouwd. Vanaf welke drijfkracht is er een onderzoeksplicht bij metaalbewerking? Onder welke rubriek valt de opslag van stookolie? Moet er een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd worden bij een carwash? Wat is een haarsnijderij? Om sneller een antwoord op deze vragen te vinden kan u terecht op www.ovam.be/rit. De RIT is specifiek ontwikkeld om na te gaan of een activiteit die gestart is voor 1 juni 2015 dient te worden beschouwd als een risico-inrichting en om deze te koppelen aan actuele VLAREBO-rubrieken. Code van goede praktijk - Schrappen Risicogrond 9/21

3 Achtergrond Via het Grondeninformatieregister (GIR) brengt de OVAM samen met de bodemsaneringsdeskundigen en lokale besturen alle (mogelijke) bodemverontreinigingen in kaart. Het bodemattest is een uittreksel van deze gegevensbank. Bij elke verkoop van een grond in Vlaanderen moet de verkoper een bodemattest voorleggen. Als er op de grond activiteiten zijn of waren met een verhoogd risico op bodemverontreiniging, zoals bv. een tankstation of een oude stortplaats, moet de verkoper voor de verkoop eerst een oriënterend bodemonderzoek laten uitvoeren op deze risicogrond. Het bodemattest speelt zo een belangrijke rol in de bescherming van een gezonde en propere bodem. De gemeente stelt de Gemeentelijke Inventaris (GI) van risicogronden op en wisselt deze uit met het grondeninformatieregister (GIR) van de OVAM. De kwalificatie als risicogrond heeft een grote impact op een hele reeks betrokkenen. Het zijn de werkelijk uitgevoerde activiteiten die bepalen of een perceel een risicoperceel is of niet. Vaak beschikt men in eerste instantie enkel over de gegevens uit milieuvergunningen, meldingen van bevoegde instanties, gegevens uit inventarisatiestudies of oudere archiefgegevens. Het gebeurt ook dat de vergunde rubrieken niet (meer) overeenstemmen met de werkelijke exploitatie of dat de vergunde activiteiten nooit of slechts in beperkte mate hebben plaatsgevonden. De vergunde rubrieken zijn ook niet altijd van toepassing op alle vergunde percelen. Ook kadastrale mutaties kunnen voor verwarring zorgen. Code van goede praktijk - Schrappen Risicogrond 11/21

4 Grond onterecht ingedeeld als risicogrond Een perceel kan ten onrechte in de GI of het GIR zijn opgenomen als risicogrond omwille van de volgende redenen (niet-limitatieve lijst): Alle percelen die gekoppeld zijn aan een vergunning worden als risicogrond geïnventariseerd. In werkelijkheid vinden de risicohoudende activiteiten niet plaats op alle percelen verbonden aan de vergunning. Vaak gaat het hier om een woning, parking of braakliggend terrein gelegen naast een perceel waar risicoactiviteiten worden of werden uitgevoerd. De vergunde toestand stemt niet overeen met de feitelijke toestand: De activiteiten waarvoor het perceel vergund is, hebben nooit plaatsgevonden op het betrokken perceel; De vergunde drijfkracht/opslagvolume/vermogen... is nooit van toepassing geweest op het perceel. Bv. volgens de vergunning mazoutopslag van 30.000 liter, in werkelijkheid 15.000 liter geen risicoactiviteit. Een perceel kan als risicogrond zijn opgenomen in de zogenaamde POT-sites (potentieel verontreinigde sites) die eveneens zijn opgenomen in het GIR. Dit zijn oude stortplaatsen en fabrieksterreinen die in de jaren 1990 in opdracht van de OVAM werden geïnventariseerd. In een aantal gevallen was de precieze locatie niet gekend en werd 'worst case' een ruimer gebied als risicogrond beschouwd. De activiteit wordt niet langer aanzien als een risicoactiviteit. Bv. rubriek 12.2.1 wordt niet langer aanzien als een risico-inrichting. De grond wordt beschouwd als risicogrond ten gevolge van perceelswijzigingen: Bij een kadastrale mutatie kan een risicogrond worden samengevoegd met een ander perceel. Het volledige nieuwe perceel wordt vervolgens als risicogrond beschouwd. Wanneer achteraf dit nieuwe perceel op zijn beurt muteert in kleinere percelen, worden al deze nieuwe percelen op hun beurt als risicogrond ingedeeld. Bij kadastrale mutaties worden de conclusies 'worst case' doorgekoppeld naar alle nieuwe percelen. Het is mogelijk dat de risicoactiviteit(en) niet plaatsvinden op 1 of meerdere van de resulterende percelen. De risicoactiviteiten hebben in het verleden ook nooit plaatsgevonden op dit perceel. Bv. op één perceel zijn 2 mazouttanks van 15.000 liter elk gelegen. Dit is een risicoactiviteit. Als nadien het perceel wordt gesplitst en de tanks komen op 2 percelen te liggen: in dat geval zijn de nieuwe percelen geen risicogronden meer. Foutieve doorvertaling van de oude vergunning naar de actuele VLAREBO-indelingslijst. De grond is verontreinigd maar de activiteit is geen risico-inrichting: bv. lekke mazouttank van 5000 liter. Fouten in de perceelsnotatie.... De bovenstaande situaties kunnen ertoe leiden dat een perceel onterecht als risicoperceel wordt ingedeeld. Het is echter aan de deskundige om voldoende geargumenteerd aan te tonen dat één van deze situaties zich voordoet. Via een gemotiveerde verklaring kunnen deze gronden worden gecorrigeerd. Code van goede praktijk - Schrappen Risicogrond 13/21

5 De gemotiveerde verklaring 5.1 Wat als een grond 'onterecht' werd geïnventariseerd als risicogrond? 5.1.1 Eenvoudige gevallen Als een betrokkene (eigenaar, exploitant, notaris,...) van mening is dat een kadastraal perceel onterecht in het GIR is opgenomen als risicogrond, kan hij de nodige bewijsstukken bezorgen aan de gemeente of de OVAM om het tegendeel aan te tonen. Indien de gemeente of de OVAM akkoord gaat met de aangeleverde bewijzen kan ze op basis hiervan het perceel eenvoudig uit de GI verwijderen. Dit zal echter regelmatig niet volstaan om het perceel uit de GI te kunnen verwijderen. Voorbeelden: De activiteit wordt niet langer aanzien als een risicoactiviteit. Bv. rubriek 12.2.1 wordt niet langer aanzien als een risico-inrichting; Fouten in de perceelsnotatie. 5.1.2 Complexe gevallen In complexe gevallen waar de gemeente of de OVAM geen uitspraak kan doen op basis van de beschikbare informatie, kan de betrokkene een gemotiveerde verklaring door een bodemsaneringsdeskundige laten opstellen waarin de werkelijke situatie op het terrein verder wordt uitgeklaard. Een lijst met bodemsaneringsdeskundigen, erkend door de OVAM, is terug te vinden op de website: www.ovam.be/deskundigen. De deskundige bezorgt de gemotiveerde verklaring aan de gemeente of aan de OVAM. 5.2 Inhoud van de gemotiveerde verklaring Op basis van de gemotiveerde verklaring dient het voor de gemeente of de OVAM duidelijk te zijn dat op het betrokken perceel nooit risico-inrichtingen hebben plaatsgevonden. In de gemotiveerde verklaring moet op basis van technische elementen een nauwkeurig beeld worden geschetst van o.a. de historiek van de activiteiten op het perceel, waarmee kan worden aangetoond dat er nooit risico-inrichtingen hebben plaatsgevonden. Deze verklaring omvat minstens: 5.2.1 Administratieve gegevens De volgende administratieve gegevens dienen in de gemotiveerde verklaring duidelijk te worden vermeld: contactgegevens (e-mail en tel.) van de BSD die de verklaring heeft opgesteld; adresgegevens betrokken perceel; perce(e)l(en) waarvoor de schrapping als risicogrond wordt gevraagd meest recente kadastrale gegevens; kadastrale historiek (mutatiehistoriek); Code van goede praktijk - Schrappen Risicogrond 15/21

percelen die deel uitmaken van dezelfde vergunning. 5.2.2 Motivatie De deskundige dient te motiveren waarom de betrokken grond geen risicogrond is. Hij dient hiervoor de nodige bewijsstukken aan te dragen. De deskundige dient steeds bij de gemeente na te vragen of deze al dan niet over bijkomende of tegenstrijdige informatie beschikt (andere dan de stedenbouwkundige inlichtingenfiche, bv. PV's van niet-vergunde activiteiten,...). Deze informatie dient te worden opgenomen in de gemotiveerde verklaring. In de meeste gevallen zal zich één van de situaties omschreven in hoofdstuk 4 voordoen. 5.2.2.1 Bewijsstukken De deskundige dient zijn motivatie te staven aan de hand van de nodige bewijsstukken. De deskundige kan in zijn gemotiveerde verklaring vermelden dat bepaalde bewijsstukken niet van toepassing zijn. Het is echter de taak van de deskundige om de bestaande bewijsstukken zo volledig mogelijk aan te leveren aan de gemeente of de OVAM. De gemeente of de OVAM dient op basis van de gemotiveerde verklaring te kunnen oordelen of er al dan niet risico-inrichtingen gesitueerd zijn of waren op het betrokken perceel. De gemeente of de OVAM moet dit kunnen beoordelen zonder bijkomend opzoek- of puzzelwerk in bijvoorbeeld luchtfoto's, mutatiehistoriek... De volgende bewijsstukken dienen, indien van toepassing, te worden opgenomen in de gemotiveerde verklaring (niet-limitatieve lijst): (originele) kadasterplannen en/of situerings- of indelingsplannen met daarop de (werkelijke) ligging van de risico-activiteiten, in het heden en in het verleden; historisch onderzoek (zie ook 5.2.2.2), waarin wordt aangetoond dat er ook in het verleden geen risicoactiviteiten plaatsvonden mutatie-historiek adhv kadasterplannen; de evolutie van het terrein op basis van luchtfoto's, plannen...; vergunningen;... beschrijving van de actuele toestand van het perceel, op basis van een plaatsbezoek, inclusief foto's; beschrijving van de werkelijke opslagvolumes of drijfkracht t.o.v. de vergunde hoeveelheden, via bv. foto's, facturen, eigendomsakte, controlecertificaten...; vermelding dat er geen risico-inrichtingen plaatsvinden en -vonden in het OBO of BBO; extra info waarover de gemeente beschikt (bijkomende of tegenstrijdige informatie) (zie ook 5.2.2);... 5.2.2.2 Historisch onderzoek In het historisch onderzoek wordt onder meer informatie verzameld over het vroegere gebruik en de vroegere inrichting van de onderzoekslocatie, de vroegere vergunningen, enz. Het historisch onderzoek kan door de opdrachtgever zelf worden voorbereid. Informatie over de historiek van de onderzoekslocatie verkrijgt men bij de opdrachtgever, de huidige of vorige gebruikers, de gemeente- en provinciediensten, bij het Algemeen Rijksarchief (de archieven Oorlogsschade ) en via luchtfoto s. De gemeentediensten worden steeds geraadpleegd. Luchtfoto s worden geraadpleegd om meer duidelijkheid te scheppen in bepaalde historische periodes. 16/21 Code van goede praktijk - Schrappen Risicogrond

Het historisch onderzoek wordt opgedeeld in verschillende periodes op basis van de verschillende eigenaars of gebruikers en van de verschillende functies van de onderzoekslocatie in de tijd. Voor elke periode worden de volgende gegevens opgenomen: de persoonlijke gegevens van eigenaars of gebruikers; het gebruik van het terrein: een omschrijving van de huidige en voormalige activiteiten; de locatie en een beschrijving van de potentiële verontreinigingsbronnen (risicoinrichtingen, opslagtanks, ). Indien relevant worden ook de volgende gegevens in het rapport opgenomen: bestaande plattegronden; de aanwezigheid van afvalstoffen, waar ze zich bevonden/bevinden en wanneer; de ligging van de aan het productieproces gerelateerde lozingspunten, inclusief de lozingspunten en andere potentiële verontreinigingsbronnen die buiten de onderzoekslocatie zijn gelegen maar gerelateerd zijn aan de exploitatie. 5.3 Wat wordt niet aanvaard als gemotiveerde verklaring? De deskundige dient met grote zekerheid te kunnen beoordelen dat er nooit risico-inrichtingen zijn uitgevoerd op het betrokken perceel. Dit moet duidelijk naar voren komen uit de gemotiveerde verklaring. De gemeente of de OVAM controleert de gemotiveerde verklaring inhoudelijk, zonder bijkomend opzoek- of puzzelwerk. Het volgende voldoet bijgevolg niet als gemotiveerde verklaring: Een verklaring (op eer) van de eigenaar: dit kan toegevoegd worden aan de gemotiveerde verklaring bij de bewijsstukken, maar heeft op zich geen bewijskracht; Een vermelding in het OBO dat op het betrokken perceel geen risico-inrichtingen plaatsvinden of hebben plaatsgevonden, zonder dat dit gestaafd wordt aan de hand van verdere bewijsstukken; Een omschrijving door de deskundige dat er geen bewijs is dat er risico-inrichtingen hebben plaatsgevonden op het betrokken perceel. De bewijslast is immers omgekeerd: de deskundige dient te bewijzen dat dat er geen risico-inrichtingen hebben plaatsgevonden; Een plaatsbezoek dat niet gestaafd wordt aan de hand van foto's;... Code van goede praktijk - Schrappen Risicogrond 17/21

6 Hoe de gemotiveerde verklaring indienen? De deskundige, de notaris, de eigenaar of exploitant van een perceel dient de gemotiveerde verklaring digitaal te bezorgen aan de gemeente of de OVAM. Voor de OVAM gebeurt dit via het e-mailadres inventarisatie@ovam.be of per post (OVAM, Stationsstraat 110, 2800 Mechelen). De gemotiveerde verklaring mag geen onderdeel zijn van een OBO (van nabijgelegen percelen) maar moet een apart document zijn. Code van goede praktijk - Schrappen Risicogrond 19/21

7 Beoordeling van de gemotiveerde verklaring Als richttermijn behandelt en beantwoordt de gemeente of de OVAM de gemotiveerde verklaring binnen 30 kalenderdagen. Indien de verklaring gunstig wordt beoordeeld, schrapt de gemeente of de OVAM het perceel als risicogrond, en koppelt terug. Indien recent een bodemattest werd aangevraagd, levert de OVAM kosteloos een nieuw bodemattest af aan de laatste aanvrager. Dit nieuwe bodemattest is eveneens raadpleegbaar in het webloket voor gemeenten. Overeenkomstig art. 5 3 van het Bodemdecreet is de OVAM niet verantwoordelijk voor de juistheid van informatie die door derden aan haar werd verstrekt. Overeenkomstig art. 24 van het VLAREBO staat de gemeente niet in voor de juistheid van de gegevens die haar overeenkomstig dit besluit rechtstreeks of onrechtstreeks worden verstrekt. Code van goede praktijk - Schrappen Risicogrond 21/21