Het onderwaterschip beplanken Na het beplanken van het bovenwaterschip is het nu tijd de rondingen van het onderwaterschip te bekleden. U begint met vier huidgangen op het voorschip. Bouwhandleiding Tot nu toe hebt u de planken parallel aan elkaar kunnen aanbrengen, zelfs bij de boeg. Spleten konden gemakkelijk worden gesloten door planken richting de uiteinden een beetje toe te laten lopen en de kanten af te schuinen. Voor het onderwaterschip functioneren deze methoden niet, vanwege de uitgesproken rondingen. In plaats daarvan bewerkt u iedere plank afzonderlijk om hem zonder problemen aan te laten sluiten op naburige planken. Als u voor iedere lat de tijd neemt en de punten hieronder in acht neemt, zal het beplanken u niet veel moeite kosten. Algemeen u Houd er rekening mee, dat de beplanking van uw model mogelijk verschilt van de hier getoonde beplanking. Dat wordt veroorzaakt door de vele kleine verschillen die ieder model uniek maken. Probeer niet precies hetzelfde resultaat te behalen als op de foto s, maar concentreer u op de beplankingstechnieken. Boven: Door het verloop van de planken bij de spiegel is het nodig om de latten die omhoog lopen naar de spiegel extreem sterk te buigen. u Beide zijden afwisselend beplanken! Op de foto s is slechts één kant van het model te zien. Herhaal daarom iedere stap eerst aan de andere zijde. Door één zijde in een keer te beplanken kan de romp kromtrekken. u De latten voor de boeg en het achterschip moeten zeer sterk worden gebogen. Kies daarvoor latten met rechte nerven; deze zijn sterker. Breng de andere latten midscheeps aan, waar ze minder gebogen hoeven te worden. u Ook als u het model niet schildert, wilt u het onderwaterschip wellicht beitsen. Verwijder eerst alle lijmresten, omdat de beits anders niet in het hout kan trekken. Planken buigen Buig de latten uitsluitend in één richting. De latten kunnen wel enigszins worden verdraaid. De gebogen latten moeten zo dicht mogelijk tegen de spanten aanliggen. Probeer niet de planken van de vorige huidgang te buigen. Het is normaal als er tussen de gangen spleten ontstaan. Dit kunt u opvangen door de planken toe te laten lopen, en met droppers en stealers. En: laat de latten nooit onder druk tegen de spanten aansluiten; lijmverbindingen die constant onder spanning staan, laten gemakkelijk los. Planken laten toelopen Neem de tijd voor iedere afzonderlijke plank. De planken moeten goed aansluiten, zowel op de spanten als op elkaar. u Een van de meest gemaakte fouten is de latten niet voldoende te verjongen. De onderkant van de lat kan dan niet tegen het spant aanliggen, maar steekt een beetje uit. De romp ziet er dan geklinkerd uit. u Verwijder bij het verjongen steeds alleen materiaal van de bovenkant van de lat. Laat Onder: Het onderwaterschip heeft een complexe vorm. Daarom moet de latten hier sterker worden gebogen. de onderkant recht, zodat elke volgende lat beter aansluit. u Verjong de lat zo mogelijk voordat u hem op lengte snijdt. u Verjong een lat nooit meer dan tot de helft van de oorspronkelijke breedte. Spitse uiteinden mogen niet met spijkers worden bevestigd, ook omdat het er niet realistisch uitziet. Beplankingstechniek u Laat de latten afwisselend op verschillende spanten beginnen, zoals u gewend bent. Wij raden aan, de latten bij de boeg afwisselend op de spanten 18, 17 en 16 te laten beginnen bij het achterschip op de spanten 25, 24 en 23 en vervolgens weer van voren af aan. u Denk eraan de latten af te schuinen, zodat er zich zo min mogelijk spleten vormen tussen de gangen. u Breng zowel op de spanten als op de kanten van de latten houtlijm aan. u Verwijder lijmresten zolang ze nog nat zijn; achtergebleven lijm maakt het eindresultaat duidelijk minder mooi. Droppers Bij de boeg en de spiegel van de Victory zouden de planken elkaar overlappen, als ze niet spits toelopen, wat er niet realistisch uit zou zien. Met droppers wordt dit voorkomen. Twee naast elkaar liggende planken, die telkens niet verder dan tot de helft mogen toelopen, eindigen samen op een spant, van waaruit een enkele dropper verder loopt (zie pag. 12 13 voor de methode). Stealers Op de onderste helft van het achterschip vormen zich spleten tussen de huidgangen. Deze worden gesloten met stealers. In de handleidingen van het achterschip ziet u, hoe stealers worden ingevoegd. Boven: Voorbeelden van droppers : het verloop van twee toelopende huidgangen wordt voortgezet met een enkele dropper. 9
Bouwhandleiding De bouwonderdelen bij dit nummer Bij dit nummer worden verdere planken voor de rompbeplanking van uw Victory geleverd. Houten latten 20 houten latten 5 x 2 x 300 mm en messing spijkers De plaats van de onderdelen De beplanking van het onderwaterschip van de Victory begint direct onder de eerste huidgang langs het onderste batterijdek. Breng eerst vier planken bij de boeg aan, beginnend bij spant 18, 17, 16 en vervolgens weer 18. Zet drie van de vier gangen door tot de spanten 25, 24 en 23. Beplank afwisselend beide zijden, zodat de romp niet kromtrekt. Problematische plekken Voor u begint, controleert u met een paar voorgebogen latten, of u bij het stroken onbedoeld teveel of te weinig materiaal hebt verwijderd. Verhelp eventuele bobbels met schuurpapier. Als u teveel hebt afgeschuurd bij het stroken, moet u de spanten ophogen, zodat de planken weer voldoende ondersteuning krijgen. Knip daartoe een of meer stroken karton op maat en lijm deze met houtlijm op de kant van het spant. Doordrenk de stroken karton dan met secondelijm en laat ze uitharden. Strook de spant tenslotte zorgvuldig op de plek van de reparatie. Tip Als u aan de ondersteboven liggende romp werkt, kunt u de kanten en hoeken van de verschansingen tegen beschadigingen beschermen met twee of drie lagen afplakband of vastgehecht karton. 10
Boegbeplanking Breng de eerste vier huidgangen van de boeg aan. Drie daarvan laat u verder naar achteren doorlopen, waar ze later overgaan in de latten van het achterschip. Net als bij het bovenwaterschip beplankt u de romp afwisselend aan beide zijden, zodat deze niet kromtrekt. 1 2 Markeer de breedste plek van de spleet 1. De eerste lat moet van spant 18 tot spant 25 lopen. Ga daarbij op dezelfde wijze te werk als bij het beplanken van het bovenwaterschip. Bevestig de lat met houtlijm en spijkers. 2. Buig de boeglat voor. Houd het achterste uiteinde tegen de eerder aangebrachte lat; het voorste uiteinde raakt de boeg bij de eerste huidgang (aflevering 21). De lat moet goed tegen de spanten liggen. Tussen de nieuwe en de eerder aangebrachte plank zal zich een spleet vormen. Markeer de breedste plek met een potlood (hier: bij spant 13). 3 Vaktip Verjong de lat niet te sterk: als u meer dan 2,5 mm verwijdert (de helft van de breedte) wordt het moeilijk de lat aan het spant te bevestigen. Bovendien komt dit niet overeen met de gangbare scheepsbouwtechnieken. Het is beter een dropper aan te brengen (zie pagina 12 13). 4 3. Verjong de lat vanaf de markering tot aan de boeg (teken de gewenste lijn uit de losse hand op de gebogen lat). De breedte van de spleet geeft aan, hoeveel de lat moet toelopen. Bij een spleet van 2 mm moet de lat 2 mm worden verjongd. 4. Probeer tijdens het schuren telkens of de lat al goed past. 5 6 Boor de latten voor voordat u de spijkers bevestigt. Hiermee verkleint u het risico, dat de lat splijt. Als de spleet breder dan 2,5 mm is, voegt u een dropper in. 5. Bevestig de lat met houtlijm en spijkers. Pas de lat voorop het schip aan op de lengte van de eerder aangebrachte huidgang. 6. Na het proberen van de volgende plank komt u misschien tot de slotsom, dat er een spleet breder dan 2,5 mm ontstaat. Dan is het nodig om een dropper te gebruiken (zie pag. 12 13). Als de spleet bij uw model smaller is, is het voldoende om de lat te verjongen zoals uitgelegd in de stappen 2 t/m 5. 11
Bouwhandleiding Droppers inzetten Om ervoor te zorgen dat de latten niet te smal worden, verjongt u twee naburige planken beide tot de helft van hun breedte en zet u het verloop van de planken voort met een enkele dropper. Tip Neem het basisprincipe van een dropper in acht (goed te zien op de foto door de lichte en donkere latten). Twee naburige latten worden beide verjongd tot een halve plankbreedte. Het verloop van de planken wordt voortgezet met een enkele dropper. 1 2 1. Bepaal de benodigde plaats voor twee huidgangen. Breng hiervoor met spijkers twee korte restlatten aan. Deze dienen samen als tijdelijke referentie en lopen in ons voorbeeld van spant 17 tot spant 19. 2. Gebruik de plank van stap 6 (pag. 11) als referentiehulp. Bevestig het achterste uiteinde met een spijker direct boven de twee tijdelijke planken. Hecht het voorste uiteinde vast op 2,5 mm van de onderste lat. Niet vastlijmen! 3 Maak de referentielat vast waar de spleet precies één plank breed is. 4 Markeer de plek waar de spleet smaller wordt. 5 3. De dropper moet eindigen waar de spleet zo breed is als een huidgang. Meet met een resterend stuk lat bij ieder spant de breedte van de spleet. Maak de referentielat met een spijker vast aan het spant waar de spleet één plank breed is. De referentielat moet wellicht iets worden nagesteld. 6 8 4. Zoek vervolgens met een paar latten de plek, waar de spleet smaller begint te worden. Teken op deze plek een pijl met een potlood (zie foto). Vanaf hier moeten de latten toelopen. 6. Buig een lat, die op spant 17 begint en iets over het in stap drie gemarkeerde startpunt van de dropper uitsteekt. Breng de pijlmarkering van stap 4 over op de nieuwe lat. 9 5. Verwijder de onderste van de twee tijdelijke planken. 7 7. Trek een lijn van de pijlmarkering naar het voorste einde van de lat, waar de breedte 2,5 mm moet zijn. Laat de plank volgens de lijn toelopen. 8. Snijd het achterste einde van de lat op spant 17 af. Breng de lat aan met houtlijm en spijkers. Zorg dat hij ook hecht aan de onderliggende lat. 9. Verwijder vervolgens de tweede hulplat en zet de zojuist begonnen huidgang naar achteren voort met een aansluitende lat tot op spant 24. 12
10 10. Voeg een tweede lat in de spleet onder de referentielat in, zoals uitgelegd in de stappen 6 t/m 8. Het achterste uiteinde van deze nieuwe lat eindigt op spant 16. Extrabrede droppers Als u droppers van meer dan 5 mm breed nodig hebt bijvoorbeeld omdat u de latten die uitlopen op de dropper niet voldoende hebt verjongd snijdt u van een restlat twee stukken met de lengte van de dropper. Snijd van de stukken een dunne strook in de lengte en lijm deze met houtlijm aan het andere stuk, om zo de vereiste breedte van de dropper te verkrijgen. Houd de stukjes tegen elkaar met klemmen. De verbindingsnaad is niet zichtbaar, omdat beide stukken dezelfde kleur hebben. Maak de dropper niet nat om hem te buigen, anders wordt de houtlijm zacht. Gebruik in plaats daarvan een elektrische plankbuiger of een buigtang. De hitte van de elektrische plankbuiger maakt de lijmverbinding soepel. Houd de delen van de extrabrede dropper tegen elkaar geklemd wanneer het hout en de lijm weer afkoelen. Bescherm uw vingers tegen verbranden. 11 De referentielat wordt voor verdere droppers gebruikt. 12 13 11. Verwijder de referentielat en snijd de twee verjongde planken af op het spant. De snede moet haaks op de planken staan en loopt dus niet per se evenwijdig aan de spantenkant. 14 12. Verleng deze huidgang met een lijst naar achteren. De nieuwe lat moet op het midden van spant 23 eindigen. 15 13. Buig en verjong nog een lat, zoals de instructies in de stappen 2 t/m 5 op pagina 11. Deze lat vervangt de reeds verwijderde referentielat en loopt van spant 18 tot aan de boeg. 14. Bevestig de lat. Aan de voorkant moet een spleet van ten minste 2,5 mm overblijven voor de dropper. 16. Bevestig de dropper na het inpassen met houtlijm en spijkers. 16 15. U maakt een dropper van een licht gebogen restlat en snijd deze op maat voor de spleet. De eerste boegplanken zijn aangebracht. Vervolgens zet u de beplanking voort in de richting van de spiegel. 13