Sector vmbo TOETSBELEID

Vergelijkbare documenten
Toetsbeleid en gemeenschappelijke afspraken

Toetsbeleid

TOETSBELEID Technisch College Velsen en Maritiem College IJmuiden

2.2 TOETSDOELEN Toetsen geven leerlingen en docenten inzicht in welke aspecten van het curriculum wel of niet beheerst worden.

De onderbouw: klas 1,2,3 havo/vwo en klas 1en 2 mavo

2.Aanleiding. 3.Soorten toetsen. 4. Aantal toetsen. Toetsbeleid Canisius College Inleiding

Toetsbeleid J.S.G. Maimonides voor de klassen 1 t/m 3, klas 4 h, klas 4 v, klas 5 v

Toetsbeleid Meander College

Inleiding Toetsen Toetsbespreking, correctie, normering, inzage Onregelmatigheden, bezwaar en beroep... 9

MAVO 3 en 4 cursus

Toetsprotocol VSO de Sprong Maarsbergen

TOETSPROTOCOL LYCEUM DE GRUNDEL ( ) 1. Toetsprotocol

PROTOCOL TOETSAFNAME

Protocol. Toetsing. 17 oktober versie def. na MR

Toelichting examenreglement

HAVO 4 en 5 Atheneum 4, 5 en 6 cursus

ALGEMEEN DEEL VAN HET PROGRAMMA VAN TOETSING EN AFSLUITING. HAVO 4 en 5 Atheneum 4, 5 en 6 cursus

De leerling maakt de toets op het opgegeven moment, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn

TOETSBELEID DE FONTEIN BUSSUM versie

Toetsbeleid Jan van Egmond Lyceum

Programma voor Toetsing & Afsluiting SG Newton, Hoorn

Programma voor Toetsing & Afsluiting SG Newton, Hoorn

TOETSPROTOCOL

Toets- en cijferbeleid Houtens

Protocol toets afname

Schoolexamenreglement

Toetsprotocol. Secr/Determ/Toetsnotitie HNE Pagina 1

Programma van toetsing en afsluiting Schooljaar vmbo bb

Toetsregeling Veluws College Walterbosch. Deze regeling bestaat uit vier onderdelen:

TOETSREGLEMENT JvO. Vanaf 1 augustus 2016

PTO voor VSBO leerjaar 1 en 2 PTA voor VSBO leerjaar 3 TKL, PKL, PBL

Voorstel Format PTA opleiding III d

TOETSBELEID. Kwaliteitsstandaard

Inhoud: 1. Algemeen 1.1 Inhoud en doel van het PTA pagina Het PTA en de wet pagina Bijzondere gevallen pagina Begrippen pagina 2

B. Het schoolexamen (SE) en het programma van toetsing en afsluiting (PTA)

TOETSREGLEMENT JvO. Vanaf 16 maart 2015

MAARTEN VAN ROSSEM. Programma van Toetsing en Afsluiting. Maarten van Rossem Groningensingel HZ Arnhem

SAENREDAM COLLEGE

Toetsbeleid. CSG Het Noordik Vestiging Vriezenveen

Bevorderingsnormen. Havo 4

Toetsprotocol. leerjaar 1, 2 en 3H/V

College voor Toetsen en Examens; waarborgt de kwaliteit en de organisatie van de examens.

Bevorderingsnormen Locatie De Joost Leerdam Heerenlanden College

Toetsreglement. Locatie Quintus

Toetsreglement Penta 2014/2015

Afspraken rapportcijfers en overgangscijfers per vak. Algemene uitgangspunten bij de overgangsnormen

INFOBOEKJE KLAS

Bevorderingsnormen. Tweede Fase

Examenreglement vestigingseigen deel onder voorbehoud instemming deelraad

Algemene regels schoolexamens & PTA d Oultremontcollege

Inleiding. Het doel van dit toetsprotocol is:

Bevorderingsnormen. Atheneum 4 en 5

Iedere deelnemer aan het schoolexamen wordt geacht kennis te nemen van het programma van toetsing en afsluiting.

B. Eindexamenreglement VMBO

PROGRAMMA VAN TOETSING EN OVERGANG Voor de leerlingen van mavo 3 en als kennisgeving aan de ouder(s)/verzorger(s) PTO.

Toetsbeleid. CSG Het Noordik Vestiging Vriezenveen

Het programma van toetsing en afsluiting (PTA) beroepsgerichte programma s in het vmbo

Toelichting op het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA) Schooljaar

Ouderavond bovenbouw PTA en Staatsexamen. vmbo-tl/havo/vwo

Toets protocol Het Lyceum Rotterdam

Koudum. Schooljaar 2014 / 2015 VMBO 3T. Programma van Toetsing en Afsluiting

Inhoudsopgave. 1. Voorwoord. 2. Overzicht indeling studie- en toetsperiodes. 3. Begrippenlijst. 4. Overgang. 5. Herkansing

INFORMATIEAVOND EINDEXAMEN 2017

Studiewijzer. 11havo5

Transcriptie:

Sector vmbo TOETSBELEID NOVEMBER 2012

TOETSBELEID Het Bonnefanten College sector vmbo werkt aan de kwaliteit en de borging van het schoolexamen en andere toetsinstrumenten. De basis daarvan is een uitgewerkt en gedragen toetsbeleid. Dit bevordert in school een gemeenschappelijke visie op het schoolexamen en toetsing in het algemeen. Gewenste situatie Het streven van een gebalanceerd toetsbeleid is gericht op het inzetten van kwalitatief hoogwaardige toetsen die aansluiten bij het niveau van de leerling en die de determinatie ondersteunen. Het is een voorbereiding op het CSE die vanaf de brugklas ingezet wordt. Het toetsbeleid stimuleert de prestatiegerichtheid van docenten en leerlingen en sluit aan bij het streven naar een optimale prestatie van de individuele leerling. Het belang van een goed schoolexamen voor de leerling De leerling is in staat zijn schoolperiode succesvol af te sluiten als: - De opbouw van de toetsen aansluit aan het juiste niveau - De inhoud en vorm van deze toetsen een goede voorbereiding is op het CSE en de praktijkexamens. De organisatie van een schoolexamen draagt bij aan de prestatiegerichtheid. Vanaf de brugklas worden de leerlingen, naast tussentijdse toetsen, geconfronteerd met toetsweken die gelijken op de schoolexamenweken en het CSE. In het eerste leerjaar betreft dit één toetsweek aan het eind van het brugjaar. In de tweede klas betreft dit naast de toetsweek aan het eind van het schooljaar eveneens een toetsweek in januari. De leerlingen van de onderbouw worden zodoende voorbereid en bekend gemaakt met de situatie waarin in de korte tijdspanne van een week lesstofeenheden van meer dan een hoofdstuk of tijdvak aan de orde komen en getoetst worden. Dit vergt planning en organisatie van zowel de leerling als de docent. In de bovenbouw wordt in SE-weken (3 SE-weken in leerjaar 3 en 2 in leerjaar 4) hetzelfde principe gehandhaafd van het toetsen van een grotere lesstofeenheid in een beperkte tijd. Hierbij wordt rekening gehouden met de stof die voor het CSE gevraagd wordt en die bij het SE aan de orde dient te komen. Informatie van het examenblad wordt als richtlijn gehanteerd. Voor de beroepsgerichte vakken geldt dat er gedurende het schooljaar zowel theorie als praktijk getoetst wordt. Bij de sector techniek Interieur & Wonen gebeurt dit aan de hand van projecten die een afgerond geheel vormen. Bij de sector Zorg en Welzijn wordt gewerkt met thematische katernen. Hier zijn praktijkopdrachten geïntegreerd in de lessen. Deze opdrachten kunnen niet klassikaal getoetst worden i.v.m. de beschikbare materialen. Tijdens de SE-week zijn de toetsen voor Z&W theoretisch. Daarnaast wordt er m.i.v. schooljaar 2012-2013 in de examenklassen van het 4 e leerjaar gestart met praktijktoetsen tijdens de PTA-weken. Hierbij worden leerlingen getoetst in CSPE-stijl: maximaal 8 leerlingen gelijktijdig met 2 toezichthouders. De beoordeling is conform de examenbeoordeling en maakt gebruik van vergelijkbare onderdelen. Als bovenstaand goed wordt vervuld en ingevuld kan de leerling met vertrouwen proefwerken en schoolexamen tegemoet treden. Het toetsbeleid van de school geeft een goede voorbereiding op het examen, vervolgopleidingen en stages. TOETSEN Het Bonnefanten College onderscheidt verschillende soorten toetsen en toetsmomenten. Proefwerken. Onder het begrip proefwerken verstaan we een toets die een grotere leerstofeenheid toetst dan een schriftelijke overhoring. Het zal in de meeste gevallen gaan over een hoofdstuktoets of een toets die de lesstof van meerdere hoofdstukken bestrijkt. Schriftelijke overhoring: Een S.O. is een toets met een beperkte omvang. Doorgaans gaat het om één of twee onderdelen uit de lesstof van een periode aan de orde. Mondelinge overhoring: Zie boven (S.O.), maar mondeling afgenomen. KPO: korte praktische opdracht of een werkstuk. Is vaker vakoverstijgend en niet methodegebonden (bijv. M&M en Nederlands). De leerling wordt hierbij uitgedaagd een onderzoekje uit te voeren en een verslag daarvan te maken.

GPO: Grote praktische opdracht. Net als KPO maar met een omvangrijke opdracht die een grotere tijdsinvestering vraagt. Praktijk toets: Vakgerichte toets in een praktijksimulerende omgeving Leerlingen gaan in toenemende mate producten plaatsen in hun (elektronische) portfolio (Dapter) als bewijs van hun bekwaamheid. Dit is overdraagbaar naar het vervolgonderwijs. SECTIE AFSPRAKEN De verdeling van de lesstof over de leerjaren (of per leerjaar) wordt in de secties vastgelegd. De hoeveelheid en inhoud van proefwerken, schriftelijke overhoringen en andere toetsen wordt dan vastgelegd in een PTA voor de onderbouw en bovenbouw. Voor de onderbouw is dit nog niet bij alle vakken gerealiseerd. De doorlopende leerlijn van het betreffende vakgebied wordt door de sectie vastgesteld en bewaakt. De sectie kan besluiten om in deelsecties te werken voor de onderbouw en de tussentijdse toetsen van de bovenbouw. De schoolexamens worden door de gehele sectie vastgesteld en van beoordelingsnormering en cesuur voorzien. Na afname van het schoolexamen worden de behaalde resultaten geanalyseerd op resultaten en fouten categorieën. De directie legt samen met de sectie een prestatieafspraak vast voor de te behalen resultaten om de kwaliteit van het schoolexamen te borgen en een goede aansluiting te hebben op het centraal schriftelijk eindexamen en het praktijkexamen zodat het verschil tussen het eindcijfer van het SE en het CS(P)E kleiner is dan 0,5. GEMEENSCHAPPELIJKE AFSPRAKEN t.a.v. toetsen (borging kwaliteit) Voor de bovenbouw gelden de regels van het examenreglement. Voor de onderbouw geldt: Aantal toetsen (per week, per periode) In de onderbouw bestaat het schooljaar uit tijdvakken van ca 6 weken. Na iedere 6 weken volgt een cijferlijst of een rapport. Er zijn 3 cijferlijsten en 3 rapporten. Iedere 6 weken leveren de verschillende vakken tenminste 2 cijfers. De eerste periode is daarop een uitzondering. Vanwege het opstarten van het schooljaar is het niet altijd mogelijk om al twee cijfers te leveren en gaan we uit van tenminste één cijfer per vakgebied. Er mag per dag één toets of twee overhoringen gegeven worden. In toetsweken worden er wel twee toetsen ingeroosterd. De teamleider bewaakt dit proces. Weging Proefwerken kennen een dubbele weging (2) en schriftelijke overhoringen kennen een enkele weging (1). De weging van overige toetsen worden in sectieverband of in teamverband (bij vakoverstijgend werken) afgesproken. In de onderbouw is een dubbele weging het maximale. Cesuur De scheiding tussen voldoende en onvoldoende wordt vooraf vastgesteld door de (deel)sectie. Beoordelingsnorm De (deel)sectie spreekt samen af welke beoordelingsnorm gehanteerd wordt voor de toetsen. Beoordeling Bij de beoordeling wordt gebruik gemaakt van cijfers met één decimaal achter de komma. Uitzondering hierop is de bevorderingsnorm waarbij afgerond wordt om vast te stellen of er sprake is van verliespunten (zie bevorderingsnorm onderbouw). Er is geen bodemcijfer vastgesteld, met uitzondering van het eerste tijdvak in het eerste leerjaar. Dan wordt er niet lager dan een 4 gegeven. Er is sprake van een voortschrijdend gemiddelde van alle tot dan toe behaalde cijfers, waarbij de bijhorende wegingsfactoren zijn gehanteerd. Inhaaltoetsen Als een leerling absent is ten tijde van een toets haalt hij/zij deze in na terugkomst op school. De leerling is zelf verantwoordelijk voor de afspraak van het inhaalmoment en dient zich binnen vijf schooldagen bij de docent te melden. Na een proefwerkweek is er een centraal inhaalmoment. Een leerling van de onderbouw kan ook in gebreke blijven bij het inleveren van werk dat beoordeeld moet worden.

Bij overschrijding van de tijdslimiet voor het inhalen of het inleveren wordt een 0,1 genoteerd. Dit cijfer heeft invloed op het voortschrijdend gemiddelde maar door het noteren van een 0,1 is het herkenbaar als een nog niet gemaakte toets (of nog niet ingeleverd werk). In bijzondere gevallen beslist de teamleider. De tussentijdse toetsen worden zo snel mogelijk ingehaald. De leerling dient hiertoe zelf het initiatief te nemen zodra hij/zij weer aanwezig is. Voor onderbouw en bovenbouw geldt: Methodegetrouwheid Veel docenten werken met methodegebonden toetsen omdat deze naadloos aansluiten aan de behandelde stof. Het is belangrijk dat ook de methodegebonden toetsen goed geanalyseerd worden en passen bij de gemeenschappelijk visie van het Bonnefanten College en toetsing in het algemeen. Dit gebeurt binnen de sectie. Waar nodig passen de sectieleden de methodegebonden toetsen aan met eigen vragen en/of worden er vragen uit weggelaten. Aankondiging van toetsen Toetsen en schriftelijke overhoringen dienen minimaal vijf schooldagen van te voren opgegeven te worden aan de leerlingen, zodat zij ook voldoende tijd hebben om te leren en een planning te maken. De aankondiging wordt in het klassenboek geschreven (onderbouw) en waar mogelijk op TeleTop bekend gemaakt. De leerlingen noteren het in de agenda. In de bovenbouw worden schriftelijke en/of mondelinge overhoringen afgenomen die vooraf niet worden aangekondigd. Inzage en/of nabespreking Leerlingen krijgen de mogelijkheid om een gemaakte toets in te zien en na te bespreken met een docent waarbij een reactie op het resultaat mogelijk is (een reactie geven op het resultaat geldt niet voor idioom, luistertoetsen en reproductietoetsen, inzien echter wel). Herkansingen De onderbouw kent geen herkansingsregeling. In de bovenbouw is vastgelegd in het PTA welke toetsen herkanst mogen worden en hoeveel toetsen herkanst mogen worden in het jaar. Dit herkansen vindt plaats in de eerst volgende SE-week met uitzondering van PTA-5 waar de toetsen voor het CSE voldaan moeten zijn. Lay-out Een overzichtelijke lay-out is belangrijk voor de leesbaarheid van de toets. Het is belangrijk dat de layout van de verschillende toetsen een maximale herkenbaarheid voor de leerling heeft. Uniformiteit is belangrijk bij alle vakken. Bij eigen werk gebruiken we lettertype Arial punt 11. De regelafstand van een invulblad is tenminste anderhalf. In de proefwerkweken van de onderbouw en bij het schoolexamen van de bovenbouw wordt een voorblad gebruikt dat gelijkenis vertoont met de lay-out van het centraal schriftelijke examen. (voorbeeld: bijlage). Leerlingen worden op die wijze niet met een veelheid van typografie geconfronteerd maar zien een uniformiteit die verwarring tot een minimum beperkt. Deadlines Het nakijken van toetsen dient binnen vijf schooldagen rond te zijn. Het nakijken van toetsen met gesloten vragen of scoreformulier kost minder tijd dat toetsen met open vragen. Deze toetsen kunnen het noodzakelijk maken dat de docent meer tijd nodig heeft. Dit dient tot de uitzondering te horen. De gescoorde resultaten dienen na de afronding van de beoordeling op dezelfde dag ingevoerd te worden in Magister, zodat recente scores duidelijk zijn als een mentor deze nodig heeft bij een gesprek met een leerling/ ouders. In het leerling-statuut staat vermeld dat cijfers binnen 10 schooldagen bekend moeten zijn gemaakt. Dyslectische leerlingen Dyslectische leerlingen hebben recht op de hieronder genoemde faciliteiten als zij beschikken over een dyslxiepas, die door inschatting van de docent en/of in overleg met de leerling, gehanteerd kunnen worden: Vergroot lettertype en duidelijke lay-out van teksten. Bij eigen werk wordt Arial punt 14 gebruikt en bij methodegeboden toetsen, die niet aan te passen zijn, wordt afgesproken een vergroting te gebruiken als de leerling daar baat bij heeft. Waar mogelijk krijgt de leerling een toets met een geïntegreerd invulblad i.p.v. een toets en een toetsblaadje. Extra tijd bij opdrachten en toetsen conform het examenreglement

Minder opgaven bij toetsen Beperking omvang verslagen Niet of minder zwaar meetellen van spellingfouten Naast schriftelijk toetsen, ook mondeling toetsen Tussentijds toetsen van delen van de leerstof Gebruik van hulpmiddelen zoals laptop, spellingcorrectie, readingpen, daisyrecorder etc. is toegestaan. De leerling zorgt er zelf voor de kaart steeds bij zich te hebben en te tonen aan de docent. PROCESSEN RONDOM HET SCHOOLEXAMEN Heldere afspraken en richtlijnen dragen bij tot betrouwbare schoolexamens van een goede kwaliteit. Jaarlijks wordt in september, middels checklists verspreid onder docenten van de klassen 3 en 4, nagegaan of de voorwaarden om te komen tot een goede voorbereiding en kwalitatief hoogwaardige schoolexamens vervuld zijn. Als de checklists zijn ingeleverd worden ze hoofdelijk besproken door de teamleiders van de bovenbouw. (bijlagen) Programma van toetsing en afsluiting (PTA) Om herkenbaarheid van de programma s van toetsing en afsluiting te vergroten is afgesproken te werken met een format. Het PTA wordt jaarlijks in mei geëvalueerd op juistheid en eventueel aangepast voor het aanstaande schooljaar. Het aanpassen van het PTA voor het nieuwe schooljaar is voor de zomervakantie gereed. De leerlingen en hun ouders worden jaarlijks in september geïnformeerd over het PTA en het examenreglement in de les en tijdens een algemene informatieavond. Beide uitgereikte documenten zijn ook terug te vinden op de website en worden zo voor iedereen toegankelijk gemaakt. Toetsrooster Het toetsrooster wordt verzorgd door de roostermaker in samenspraak met de examensecretaris. Het streven is om een evenwichtige verdeling in de week te maken en de leerling ruimte te bieden voor een goede voorbereiding. Het toetsrooster staat tenminste twee weken voor de SE-week op de website zodat voldoende tijd is voor het plannen en het leren van de lesstof. VOLGTOETSEN Vanaf de brugklas maken we gebruik van de volgtoetsen van Cito VAS. Dit gebeurt op 4 momenten tijdens de schoolloopbaan van de leerling. Met de toetsen krijgt we inzicht in de algemene beheersing van de kernvaardigheden en zien we wat de sterke en zwakke punten zijn van de leerlingen. -Toets 0, eerste klas: september, oktober -Toets 1, eerste klas: april, mei of juni -Toets 2, tweede klas: februari, maart -Toets 3, derde klas: april, mei In de Cito VAS zijn de volgende vaardigheden opgenomen: Nederlands leesvaardigheid Nederlandse woordenschat Taalverzorging Engels leesvaardigheid Engels woordenschat ( in toets 1 en toets 2) Rekenen/ wiskunde Via de Cito-portal is inzage in de diverse scoreformulieren mogelijk, waaronder de notitie van de functionele niveaus volgens Meijerink (referentieniveaus). EVALUATIE EN BORGING Er vindt jaarlijks evaluatie van de toetsen plaats door de leden van de secties. Dit is geagendeerd op de eerste sectievergadering van ieder schooljaar. De sectieleden bereiden dit voor door de toetsen met de beoordeling en hun analyse van de opbrengsten te evalueren en te delen met de sectieleden. De directie stuurt op de evaluatie van de schoolexamens en ziet er op toe dat gemaakte afspraken worden omgezet in concrete acties.

Het verslag van de sectievergadering wordt door de schoolleiding met een vertegenwoordiging van de sectie en het sectiehoofd besproken. Externe evaluatie schoolexamens In de toekomst evalueert de school minimaal elke vier jaar de schoolexamens met externe betrokkenen uit het vervolgonderwijs, van collega-scholen en het bedrijfsleven. Dit sluit niet uit dat er eerder externe expertise ingeschakeld wordt bij de evaluatie en borging.