Instructies invullen Lesmodel TPRS

Vergelijkbare documenten
We gaan het hebben over de woordvolgorde in Engelse zinnen.

11. De leerling leert verder vertrouwd te raken met de klank van het Frans door veel te luisteren naar gesproken en gezongen teksten.

Grammatica overzicht Theme 5+6

Dr. P.J. van der Voort BACKBONE GRAMMAR. Basisgrammatica Engels. Walvaboek

Benodigde voorkennis taal verkennen groep 5

Eigen vaardigheid Taal

Het liedje van Jessie J gaat over wat je kunt kopen. Lees het informatiebord van het winkelcentrum. Hoe heet dit winkelcentrum?

Beginners/A1 Het hele verhaal Verjaardag op blote voeten

MODULE 2: Onderzoek 3. Cirkels Ontdekken

Positionering en idee ontwikkeling. zondag 2 december 12

Loopt vader met moeder in het park?

Mannelijk Vrouwelijk Onzijdig de slaaf de meester het gevecht het land het beest enkelvoud nominativus genitivus accusativus

Bijwoorden: meer informatie geven over een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord een hele zin of een ander bijwoord - uitleg

De BRAINS methode. Nothing What it we do nothing, or wait a while before deciding? Wat gebeurt er als we niets doen of nog een tijdje (af)wachten?

Hoe te leren voor de UNIT toetsen

Beschrijving van een fantasiedier

Grammar Book 1KGT. Name: Class:

DOELGROEP Grammatica 3F is bedoeld voor leerlingen van havo/vwo en mbo 4. Het programma is geschikt voor zowel allochtone als autochtone leerlingen.

Online cursus spelling en grammatica

betrekkelijke voornaamwoorden

3 I always love to do the shopping. A Yes I do! B No! I hate supermarkets. C Sometimes. When my mother lets me buy chocolate.

Toetsen juni Wat moet ik leren voor. Frans. Toetsenplanning juni de leerjaar De eik Wellen

read beroepen in de toekomst. beroepen van vroeger.

Dagdeel 2 Werkwoordspelling: t ex-kofschip, vervoegen, werkwoordtijden

English is everywhere. hi morning mouse cool help desk hello computers mail school game. Lees de tekst. Omcirkel de Engelse woorden.

News: Tours this season!

Woordsoorten. De woorden in een zin kunnen in een bepaalde groep worden ingedeeld. De woordsoort geeft aan tot welke groep een woord behoort.

present perfect simple.

GRAMMAIRE DE BASE FRANS VOOR DE LAGERE SCHOOL

PV? tt of vt stam+t? of + niets. PV? tt of vt te/ten of de/den ( t ex kofschip) PV? VD? t of d ( t ex kofschip)

Wat is herdenken? Volledige lesmodule: 60 min

Anna en Noah starten met een opleiding in een avondschool. Ze doen een graduaat marketing. Tijdens de eerste pauze praten ze met elkaar.

INHOUD Hoe is de cursus opgebouwd? 4 Eerst dit lezen! 5 Vorderingstabel 6 Week 1: weekplanning 7 Week 2: weekplanning 19 Week 3: weekplanning 29

OPLEIDINGEN MAATSCHAPPELIJKE ZORG AVENTUS APELDOORN / DEVENTER STUDIEWIJZER

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Win a meet and greet with Adam Young from the band Owl City!

Samenvatting Nederlands Correct formuleren

Nieuwe woorden correct kunnen schrijven, kunnen vertalen van N-F en van F-N en kunnen gebruiken in mondelinge en schriftelijke zinnen.

Interactive Grammar leert de belangrijkste regels van de Engelste spelling en grammatica aan.

class book I am reading a book. close your books homework My teacher gave me a lot of homework. to read We are going to read that book.

Programma van Inhoud en Toetsing (PIT)

DOWNLOAD OR READ : OEFENEN MET DE SIMPLE PAST EN PRESENT PERFECT IN HET ENGELS PDF EBOOK EPUB MOBI

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8

Mooie Engelse zinnen vormen, hoe doe je dit?

Stars FILE 7 STARS BK 2

Grammatica Zinsontleding - Uitgebreid. Ondersteunend materiaal - Uitlegkaarten Geschikt voor de groepen 7 en 8

PROPEDEUSE MARKETING BLOK 2 LESWEEK 2, WERKGROEP 2!

Handleiding basiswoordenschat.

Als je een setje van 4 kaarten hebt, roep je 'kwartet!' en leg je de vier bij elkaar horende kaarten voor je neer op tafel.

The secret key. Worksheet. flash info. Lees de tekst en kruis het juiste antwoord aan. Deze tekst hoort bij

vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is.

2 x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen, daarnaast verrijking en verdiepingswerk op Studiemeter.nl.

Lelie 63 m 2 Roos 87 m 2. 3 e verdieping nr. 120 t/m 130. Woningtype

should(n t) / should(n t) have to zouden moeten / hadden meestergijs.nl

Onderdeel: LEZEN Docent: RKW Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Workshop Breinvriendelijke grammatica

Z I N S O N T L E D I N G

Projecten in scratch!

THE LANGUAGE SURVIVAL GUIDE

De grammaticale tijden in het Engels: een overzicht

Ontleden. Er zijn twee manieren van ontleden: taalkundig ontleden en redekundig ontleden.

Aan het einde van de unit kennen de leerlingen woorden in de woordvelden: kleding uiterlijk emoties landen

NE/B/1 - NE/K/1 NE/B/2 - NE/K/2. Klas 3 P1. PTA Nederlands BLW/KLW methode: Ta!ent COHORT:

Aantekening Nederlands Grammatica: bedrijvende en de lijdende vorm

- De zin in een andere tijd zetten (tijdproef). - De zin vragend maken. - Van enkelvoud meervoud maken of andersom (getalproef).

De bovenkamer. Josée Coenen. een kleurrijke grammatica van het Nederlands. colofon

1 keer beoordeeld 4 maart 2018

Begrijpelijke Taal. doelgericht schrijven Workshop 25 november 2013

CLIL Toolkit voor het basisonderwijs

Samenvatting Nederlands formuleren

studeerkamer open haard bad douche garage car exchange / use of car study

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen

Zoals beloofd eerst nog een herhaling van de theorie van de lijdende en de bedrijvende vorm:

(Vak)teksten lezen in vmbo - mbo - Handleiding

Grammatica - Woordsoorten herhaling vmbo-kgt34

Onderdeel: Vakvaardigheden EBR Nieuwsbegrip: Leesvaardigheid en woordenschat Algemene informatie: Wat moet je kennen: Wat moet je kunnen: Toetsing:

Malala Ken je Malala? Wat weet je al van haar?

Feedbackrijke didactiek Lesideeën en opdrachten. Sergej Visser

EEN AFSPRAAK MAKEN VOOR EEN INTAKEGESPREK

possessive s,,..of.. bezitsvorm

Tekst lezen en vragen stellen over de tekst

WC Marketing blok 2 lesweek 2! Propedeuse 2011/12!

Het Engels kent vier woorden om personen/zaken aan te wijzen: this / that / these / those (zie hoofdstuk 9).

Extra opdrachten met het zinsbouwpakket. Bijlage bij het Basisboek syntaxis

- werkwoord + ed ( bij regelmatige werkwoorden ) - bij onregelmatige werkwoorden de 2 e rij ( deze moet je dus uit je hoofd leren )

1. Welkom, presentie Naamkaartjes uitdelen en iedereen welkom heten. Presentielijst invullen. Kort voorstellen van jezelf.

- werkwoord + ed ( bij regelmatige werkwoorden ) - bij onregelmatige werkwoorden de 2 e rij ( deze moet je dus uit je hoofd leren )

Tekst lezen en vragen stellen over de tekst

The Garden State Afghan

Stel je voor dat je de woorden bijvoorbeeld van het Engels naar het Nederlands moet leren.

Les 2 opdrachten 1F. 2. Lees de tekst met het stappenplan. Welke antwoorden op je vragen heb je gevonden? Strategie: ophelderen van onduidelijkheden

WEEK 47 (21 nov-25 nov)

Zonnevangers met een functie

OPLEIDINGEN MAATSCHAPPELIJKE ZORG AVENTUS APELDOORN / DEVENTER STUDIEWIJZER

Transcriptie:

Instructies invullen Lesmodel TPRS A) Op blad 1 zet je in het bovenste blok met Zinnen de drie zinnen, bv. uit je methode, die je wilt gebruiken voor je (mondelinge) verhaal met de klas. Onder het teken zet je de vertaling van die zin. Je neemt zinnen die in de verleden tijd staan of je zet ze zelf in de verleden tijd! Dit doen we omdat we de verhalen in de verleden tijd met de klas behandelen, omdat de verleden tijd minder gebruikt wordt dan de tegenwoordige tijd en om op deze manier deze tijd dan toch veel te horen. Het lezen doen we in de tegenwoordige tijd. Beide tijden worden dus meteen vanaf les 1 aangeboden! Voorbeeld voor blok 1 (onderstreepte woorden zijn variabelen, die veranderd kunnen worden) 1. There was a boy Er was een jongen 2. He wanted to have a BMX Hij wilde een BMX hebben 3. He went to China Hij ging naar China B) In het blok daaronder op blad 1 Grammaticale structuren / Vocabulaire Structuren zet je de grammaticale structuren die in deze zinnen staan. Bij bovenstaande voorbeeld: 1. there was il y avait er was 2. wanted to have voulait avoir wilde hebben 3. went to est alle à ging naar (Deze structuren zet je in de les ook zó (van tevoren) - in twee kleuren - op het bord/smartboard of op een flap of postertje) C) Op blad 2 t/m 4 zet je per blad een zin die je in het blok Zinnen hebt gezet. Je werkt de vragen uit volgens het cirkel-schema (zie bijlage): vraag met ja antwoord, vraag met of, vraag met neeantwoord en een vraag met een vraagwoord; je zou ook nog per onderdeel een detail toe kunnen voegen, dus steeds als punt 5.) Zie voor voorbeelden de bijlagen : TPRS_Hoe_13_vragen_uit_1_zin_Susan_Gross.pdf en TPRS_Cirkel_schema_Susan_Gross_NL.pdf D) Op blad 5 schrijf je per structuur de persoonlijke vragen die je aan de leerlingen gaat vragen, waarbij die structuur gebruikt wordt! Dit is dus de kans om de ik-vorm en jij-vorm te oefenen en ook de wij- en de jullie-vorm! Bv. Are you a man or are you a boy? What do you want to have? Do you have a BMX? Do you want to have a BMX? Did you ever go to China? Where did you go to? etc etc. E) Op blad 6 zet je aanvullende informatie om : een probleem bij het verhaal te hebben een paar dialogen bij het verhaal te maken leuke uitroepen aan te leren een leestekst(je) te hebben www.taalleermethoden.nl

Zinnen Zin met structuur Zin met structuur Zin met structuur Grammaticale structuren / Vocabulaire Structuren Structuur Structuur Structuur 1

Cirkelen Zin structuur 1: onderwerp v/d zin Wie...? 4. Zin structuur 1: werkwoord WAT...?4. (er macht, hace, il fait) Zin structuur 1: lijdend voorwerp / meewerkend voorwerp / bijwoordelijke bepaling W...? 4. 2

Cirkelen Zin structuur 2: onderwerp v/d zin Wie...? 4. Zin structuur 2: werkwoord WAT...?4. (er macht, hace, il fait) Zin structuur 2: lijdend voorwerp / meewerkend voorwerp / bijwoordelijke bepaling W...? 4. 3

Cirkelen Zin structuur 3: onderwerp v/d zin Wie...? 4. Zin structuur 3: werkwoord WAT...?4. (er macht, hace, il fait) Zin structuur 3: lijdend voorwerp / meewerkend voorwerp / bijwoordelijke bepaling W...? 4. 4

Per structuur persoonlijke vragen voor de leerlingen om informatie, details over de leerlingen te weten te komen Structuur 1: PQA 1) _ 2) _ 3) _ 4) _ 5) _ Structuur 2: PQA 1) _ 2) _ 3) _ 4) _ 5) _ Structuur 3: PQA 1) _ 2) _ 3) _ 4) _ 5) _ 5

Boeiend & Conflict Interessante, grappige en/of onverwachte wendingen van het verhaal. Conflict of probleem dat opgelost dient te worden. Gemakkelijk recept probleem en 3 pogingen/locaties/gebeurtenissen om het op te lossen. Uitdrukking, Zin of Uitroep van de Week Een 'leuke' en/of zinvolle uitdrukking, uitroep of zin om verhalen en klassendiscussies te verrijken. (Bv: Vet cool! Wauw! Geweldig!) Dialogen verhaal Per verhaal 2 regels met dialogen. (bv: Wil je...?, ik wil...; Heb je... gezien?, ik heb.../, ik heb... niet / WE hebben (niet) gezien ; Heb je...?, ik heb.../, ik heb (geen)...) Verdiepend lezen Paragraaf met 50 à 100 woorden. Bevat een herhaling van de Doeltaal Structuren. 6