5040XXXXXX MONTAGEHANDLEIDING TVM110 TT INCERT Code: MetaTRAK NL SAMENSTELLING CENTRALE EENHEID ELEKTRISCHE BUNDEL GPS ANTENNE GSM ANTENNE ACCELEROMETER ACCESSOIREZAKJE DE BATTERIJ LOSKOPPELEN TECHNISCHE KENMERKEN Afmetingen...104 x 75 x 27 mm Voedingsspanning...van 9 tot 15V Temperatuurschaal...van -15 C tot +85 C Verbruik (sleep)...<2 ma ALGEMEEN SCHEMA GPS ANTENNE GSM ANTENNE Zie Fig. 4a 4b POSITIEF NA CONTACT (+15) ZEKERING 5A POSITIEF 12V (+30) SAT PROGRAMMER MASSA (-31) BEDIENING ANTI-START RELAIS (-) INGANG EXTERN ALARM (-) UITGANG BUZZER (+) VOOR TT4 ENKEL VOOR TT4 DRUKKNOP VOOR TT4 * Verplicht. Gebruik een zekering van 5A, 32V, T125 C, H 1 BELANGRIJKE INFORMATIE Controleren of de voedingslijn 12V (+30) waarop het systeem aangesloten is wel van het permanente type is. Sommige voertuigen gaan na enkele minuten of enkele uren automatisch in eco-modus en de voedingen kunnen verdwijnen. Dit zou een vals alarm kunnen veroorzaken. Verzeker u ervan dat het servicecontract wel degelijk gecodeerd werd alvorens aan de installatie te beginnen, op gevaar af uw systeem niet te kunnen activeren. DE ACTIVERING MOET VERPLICHT VIA DE SAT-PROGRAMMER GEBEUREN
WAARSCHUWING Voer alleen de handelingen uit die in deze gebruiksaanwijzing beschreven worden. Installeer dit niet op een ADRvoertuig! Het personeel dat deze installatie moet uitvoeren mag in geen geval de garantie zegels verwijderen of toegang krijgen tot de binnenkant van het product en de accessoires op straffe van verlies van de garantie. De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid in geval van schade aan personen en / of zaken veroorzaakt naar aanleiding van een onjuiste installatie van het product. AANSLUITING VAN DE STEKKER OP HET TOESTEL 1 ste ETAPPE Verzeker u van de positie van de vergrendelingshendel alvorens de stekker in te steken. Duwen om te deblokkeren 2a 2 de ETAPPE 3 de ETAPPE 2b OPGELET: Om de connector in de centrale eenheid te vergrendelen, moet u de vergrendelingshendel verplaatsen tot hij tegengehouden wordt door de stop klem. 2c PLAATSEN VAN DE CENTRALE EENHEID De centrale eenheid in de cabine plaatsen en ervoor zorgen dat ze niet kan worden beschadigd door het binnendringen van water. Om gemakkelijk de controle en activering te kunnen uitvoeren, ervoor zorgen dat de connector voor de Sat- Programmer gemakkelijk bereikbaar is. De centrale eenheid NIET onder een tapijt of op een plek plaatsen waar ze een zware last zou kunnen ondergaan. Wij raden u aan om de centrale eenheid correct te bevestigen. PLAATSINGSZONE WAARSCHUWING: VERZEKER U ERVAN DAT U DE CENTRALE EENHEID OP AFSTAND PLAATST VAN GEVOELIGE ONDERDELEN ZOALS AIRBAGS, RA- DIO, ENZ... 2 3
AANSLUITING VAN DE ACCELEROMETER De accelerometer is uitgerust met een waterdichte connector. Verzeker er u van dat alle pijlen op een lijn staan. WAARSCHUWING! VERZEKER U VAN EEN CORRECTE AANSLUITING 4a 4b BEVESTIGING VAN DE ACCELEROMETER Bevestig de accelerometer op een metalen onderdeel van het voertuig (dashboard of op het zijpaneel). Bevestig hem nooit op een stuk in plastiek! Let op de montagerichting (pijlen naar voren en omhoog). De kalibratie gebeurt automatisch. WAARSCHUWING! DEZE ACCELEROMETER IS EEN ON- GEVALSDETECTOR LET EROP HEM CORRECT TE INSTALLEREN WANT HIJ KAN EEN LEVEN REDDEN!!! 5 3
BEVESTIGING VAN DE ACCELEROMETER DANKZIJ EEN VERBINDINGSSTUK Het gebruik van het meegeleverde verbindingsstuk voor de montage laat toe de accelerometer gemakkelijk te bevestigen in moeilijke omstandigheden. Hem altijd bevestigen op een hard gedeelte van het voertuig. De accelerometer nooit omdraaien. De richting van de pijlen respecteren. 6a VERWITTIGING BETREFFENDE DE GPS/GSM ANTENNE De GPS/GSM-antenne is geharst en kan daardoor binnen of buiten de cockpit (bijvoorbeeld bumpers) worden geplaatst. De GPS/GSM-antenne mag niet zichtbaar of toegankelijk zijn van buitenaf en mag nooit bedekt zijn met een metalen deel. CONTRÔLE VAN DE ONTVANGST VAN HET SIGNAAL Alvorens de GPS antenne permanent te bevestigen, is het noodzakelijk om zich te verzekeren van een goede signaalontvangst. 1. Plaats het voertuig op een locatie die een onbelemmerd zicht op de hemel biedt. 2. Sluit de Sat-Programmer aan en controleer de ontvangstkwaliteit. 6b 6c BEVESTIGING VAN DE GPS ANTENNE Bevestig de GPS-antenne op een metalen onderdeel met behulp van de geïntegreerde magneet. Voor kunststof oppervlakken, is het noodzakelijk om dubbelzijdige tape te gebruiken. Let op de montagerichting (magnetische kant naar beneden). Plaats de GPS-antenne in een metalen onderdeel of een warmtewerende voorruit. 7 BEVESTIGING VAN DE GSM ANTENNE 8 4 9
AANSLUITING VAN DE ANTI-STARTRELAIS BEDIEININGSSIGNAAL STARTER OF MODULE MOTORMANAGEMENT N.B.: Het is mogelijk om de startonderbrekersfunctie met behulp van de Sat- Programmer (functie Test # 1) te testen. 9 AANSLUITING EXTERN GELLUIDSALARM N.B.: De alarm ingang accepteert een continu positief of negatief signaal (niet discontinu). UITGANG KLAXON/ALARM SIRENE 10 5
VERIFICATIE EN ACTIVATERINGSPROCEDURE 1/ DE SAT-PROGRAMMER AANSLUITEN OP DE CONNECTOR DIE HIERVOOR SPECIAAL VOORZIEN IS. De display toont: MPX110 OK INSTALLER De functies mits behulp van de pijlen naar boven of naar beneden afrollen. 2/ DE PARAMETERS CONTROLEREN: Schakel het contact in en controleer of de auto zich in een open ruimte bevindt om GPS-ontvangst toe te laten. Controleer met de Status GSM Check functie de ontvangstkwaliteit van het GSM netwerk. De ontvangst moet minimaal 20% zijn en de letters ER moeten zichtbaar zijn. Controleer met de GPS Status Check functie de kwaliteit van de GPS-ontvangst en zorg ervoor dat de boodschap CURRENT FIX duidelijk zichtbaar is. Controleer met de GLONASS Status Check functie de ontvangstkwaliteit van de GLONASS GPS en zorg ervoor dat de boodschap CURRENT FIX duidelijk zichtbaar is. Controleer met de Display I / O de correcte werking van + 15. De letter K moet weergegeven worden. Het contact uitzetten en de letter K moet verdwijnen. Vervolgens het contact weer aanzetten Controleer met de Battery Check functie de voedingsspanning van de batterij van het voertuig (tussen 11V en 13.5V) en de hulp batterij inherent aan het product (tussen 7,5 V en 8,5 V). 3/ ACTIVERING: Ga naar de Activate service functie met het contact aan en bevestig met de knop OK. Het systeem vraagt u het contact uit te schakelen. Het systeem vraagt u om het contact terug aan te zetten. Het systeem vraagt u te wachten en bevestigt u vervolgens de juiste activering. Op het display verschijnt dan: TVM110 OK ACTIVE De eigenaar ontvangt een SMS waarin wordt bevestigd dat het systeem operationeel is. EG-CONFORMITEIT Meta System S.p.A. verklaart hierbij dat deze TVM110 TT INCERT conform is met de essentiële eisen en met alle andere ter zake doende voorschriften, bepaald door de richtlijn R&TTE (1999/5). De conformiteitsverklaring is beschikbaar op de website: http://docs.metasystem.it NORMEN DIE OP HET VOERTUIG VAN TOEPASSING ZIJN De instructies die in deze handleiding worden verstrekt, hebben geen betrekking op specifieke voertuigmodellen maar zijn van toepassing op alle voertuigen. Alle informatie die door Meta System betreffende een voertuigtype (model) wordt verstrekt, moet als louter indicatief worden beschouwd. De installatie, positionering, bevestiging van het product, de elektrische aansluitingen en de eventuele demontage moeten op elk voertuig volgens de regels van de kunst worden uitgevoerd. Het personeel, de gespecialiseerde technici moeten aandachtig en onder eigen verantwoordelijkheid het model van het voertuig controleren waarop ze werken. Indien de bovenvermelde indicaties niet in acht worden genomen, kan de garantie van de inrichting ongeldig worden verklaard. 6