Brussel, 11 januari 2006. 011103_advies_besluit_WKK. Advies. Besluit warmtekrachtkoppeling



Vergelijkbare documenten
Typ hier de naam van hedrijf

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 29 mei 2007

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 24 april

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 17 juli 2007

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 5 december 2007

van 17 februari 2009

Mededeling van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 22 juli 2008

In het Belgisch Staatsblad van 31 december 2012 werd op bladzijde e.v. bovengenoemd besluit gepubliceerd.

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 26 juni 2007

Advies. Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen

Groenestroomcertificaten en subsidies voor het BHG toegepast op warmtekrachtkoppeling

van 18 september 2012

Brussel, 23 maart _Advies_HEbesluit. Advies. Wijzigingsbesluit hernieuwbare energie Inzake groenestroomcertificaten voor biomassa

Geïnstalleerd vermogen en aantal warmtekrachtinstallaties per provincie

ADVIES OVER HET WIJZIGINGSBESLUIT GROENE STROOM

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 30 maart 2005

Aantal uitgereikte warmtekrachtcertificaten en garanties van oorsprong

Advies van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt

Advies. Omzetting EU-richtlijn hernieuwbare energie. Brussel, SERV, 26 januari 2011 Brussel, Minaraad, 3 februari 2011

van 20 november 2007

VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE

Advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 3 augustus 2010

Ontwerpregeling mep-subsidiebedragen voor afvalverbrandingsinstallaties

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 19 juni 2007

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 31 juli 2007

Beslissing van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 10/12/2013

Aantal uitgereikte warmtekrachtcertificaten en garanties van oorsprong

Aantal uitgereikte warmtekrachtcertificaten en garanties van oorsprong

Aantal uitgereikte warmtekrachtcertificaten en garanties van oorsprong

van 11 december 2007

van 24 november 2004

van 22 december 2009 gewijzigd op (23 maart 2010)

WKK-regelgeving. Ingrijpende wijziging Beschikbare warmte Biomethaan Kleinschalige biogas-wkk. Mieke Van Houtte 30 maart 2018

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 20 juli gewijzigd op 24 januari 2007

Aantal uitgereikte warmtekrachtcertificaten en garanties van oorsprong

Aantal uitgereikte warmtekrachtcertificaten en garanties van oorsprong

Aantal uitgereikte warmtekrachtcertificaten en garanties van oorsprong

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 24 januari 2007

Aantal uitgereikte warmtekrachtcertificaten en garanties van oorsprong

Aantal uitgereikte warmtekrachtcertificaten en garanties van oorsprong

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 15 april 2008

COGEN Vlaanderen vzw. Doelstelling: actief meewerken aan de ontwikkeling van kwaliteitsvolle WKK Expertisecentrum Expertiseverstrekking naar leden

van 25 september 2009

DE BEREKENING VAN DE GROENESTROOMCERTIFICATEN

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 17 maart gewijzigd op 2 maart 2010

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 8 juli gewijzigd op 16 september 2009

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 31 mei 2005

VR DOC.0455/2QUATER

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 24 januari 2006

VR DOC.0551/1BIS

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 17 maart 2009

van 23 februari 2010

Brussel, 24 juni _Advies uniek loket bouw- en milieuvergunning. Advies. Uniek loket bouw- en milieuvergunning

Belgisch Staatsblad dd

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 30 januari 2007

Voorstel van decreet. houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de milieuvriendelijke energieproductie.

van 23 februari 2010

van 14 augustus 2007

Advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 22 april 2003

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 29 april 2008

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt

van 23 februari 2010

van 19 december 2005

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 26 juli 2005

Commissie Benchmarking Vlaanderen

WKK-inventaris Vlaanderen Stand van zaken 2005 (2)

Brussel, 9 juli _advies_ontwerpbesluit_hernieuwbare_energiebronnen. Advies. Ontwerpbesluit Hernieuwbare Energiebronnen

Advies. Rapportage afname- en productiegegevens energiesector

Voorstel van decreet. houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de milieuvriendelijke energieproductie

van 23 februari 2010

Advies. Besluit micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 27 januari 2009

Ministerieel besluit houdende de organisatie van een call voor het indienen van steunaanvragen voor nuttigegroenewarmte-installaties

Advies. Besluit energieprestatiecertificaat bij verkoop en verhuur van niet-residentiële gebouwen

Stand van zaken: WKK in Vlaanderen

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 24 juni 2008

Rapport van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 8 augustus 2006

A D V I E S Nr Zitting van donderdag 31 mei

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

Aantal verhandelde groenestroomcertificaten en gemiddelde prijs

Aantal warmtekrachtcertificaten verkocht aan minimumsteun

Steunmechanismen voor WKK. 16 oktober 2018

WKK in Vlaanderen: feiten en cijfers

2 de uitwerking en uitvoering van de in artikel 8 bedoelde openbare dienstverplichtingen

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 27 april 2006

624 ( ) Nr. 1 7 juli 2010 ( ) stuk ingediend op. Voorstel van decreet

Advies van de Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt

VLAAMSE OVERHEID 13 JULI Decreet houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft de milieuvriendelijke energieproductie

Advies. Voorontwerp van decreet houdende wijziging van decretale bepalingen inzake wonen als gevolg van het bestuurlijk beleid

Ontwerpregeling subsidiebedragen WKK 2006

VR DOC.0394/1

van 13 november 2007

NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning

Alternatieve energieopwekking voor de glastuinbouw: Warmtekrachtkoppeling (WKK)

Advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 7 oktober 2003

VR DOC.0365/1BIS

Beslissing van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 29 januari 2008

Bio-WKK en WKK in de glastuinbouw: meer met minder

RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving

Transcriptie:

Brussel, 11 januari 2006 011103_advies_besluit_WKK Advies Besluit warmtekrachtkoppeling

Inhoud 1. Krachtlijnen van het advies... 3 2. Situering van de adviesvraag... 4 3. Codificatie in één WKK-besluit is positief... 4 4. Definitie Kwalitatieve WKK: referentierendementen creëren complexe situatie... 5 5. WKK s op biobrandstoffen: ondersteuning is positief... 6 6. Garanties van oorsprong: regeling zorgt voor complexe situatie... 7 7. Certificatensteun: een eenmalige overgangsregeling is wenselijk... 8 8. Aanvraagprocedure: kan nog worden verbeterd... 9 9. Verduidelijking begrippen... 10 10. Artikelsgewijze opmerking... 10 2

1. Krachtlijnen van het advies De SERV werd op 28 november 2005 om advies gevraagd over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering ter bevordering van elektriciteitsopwekking in kwalitatieve warmtekrachtinstallaties. Het ontwerpbesluit wijzigt de bestaande regelgeving op specifieke onderdelen, deels om tegemoet te komen aan een Europese Richtlijn, deels om in te spelen op de ervaringen met de bestaande regeling. In deze krachtlijnen beperkt de SERV zich tot de twee belangrijkste opmerkingen van het advies. Ten eerste gaat de SERV akkoord met de doelstellingen van het ontwerpbesluit. Maar de raad meent dat er een complexe situatie dreigt te ontstaan door de manier waarop het ontwerpbesluit is uitgewerkt. Met name wordt er een zeer verwarrende regeling gecreëerd als gevolg van de uiteenlopende referentierendementen voor enerzijds de definitie van kwalitatieve WKK en anderzijds de berekening van het aantal WKK-certificaten. Daarenboven ontstaat een complexe regeling doordat de garantie van oorsprong geldt als een bijkomende functie van het WKK-certificaat en er in Vlaanderen verschillende criteria zouden gelden voor enerzijds de installaties en elektriciteitsproductie die recht geven op certificaten en anderzijds de installaties en elektriciteitsproductie die een garantie van oorsprong krijgen. Die complexiteit dreigt helemaal problematisch te worden door het onderscheid tussen de voorlopige referentierendementen die in het ontwerpbesluit zouden worden vastgelegd en de exacte referentierendementen die pas zullen worden vastgelegd nadat op Europees niveau referentierendementen zijn bepaald. Dat betekent immers dat een het besluit kort na haar publicatie mogelijks alweer moet worden gewijzigd. Dat komt de voorspelbaarheid en rechtszekerheid niet ten goede. De SERV vindt het dan ook aangewezen om de Europese referentierendementen af te wachten, en adviseert om een meer eenvoudige regeling uit te werken. Ten tweede wijst de SERV in zijn advies op de problematiek van het certificatenquotum. Uit voorlopige cijfers van de VREG blijkt dat moet worden verwacht dat de doelstelling voor 2005 (in te leveren certificaten in 2006) voor slechts de helft kan worden gehaald. De reden is echter van tijdelijke aard: het heeft het lang geduurd tot 5 maart 2004 vooraleer de regels inzake warmtekrachtcertificaten duidelijk waren en een aantal initiatieven hebben vertraging opgelopen omwille van vergunningsprocedures. Daarom vraagt de SERV om een eenmalige overgangsregeling te voorzien, en de doelstelling voor 2005 te verlagen. Dat zal de vraag naar WKK niet meer beïnvloeden, maar zal wel juridische procedures vermijden. De SERV benadrukt dat het gaat om eenmalige operatie, die verantwoord wordt door een tijdelijke overgangssituatie, en dat dat ook zo moet worden gecommuniceerd. 3

2. Situering van de adviesvraag De SERV werd op 28 november 2005 om advies gevraagd over het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering ter bevordering van elektriciteitsopwekking in kwalitatieve warmtekrachtinstallaties. Het ontwerpbesluit beoogt de omzetting van de Europese richtlijn 2004/8/EG van 11 februari 2004. Die richtlijn bepaalt onder andere dat alle lidstaten een systeem van garanties van oorsprong moeten invoeren en voert een definitie van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling in. Ze moet omgezet zijn voor 21 februari 2006. Het ontwerpbesluit voert daarnaast ook enkele aanpassingen door aan het bestaande WKK-certificatensysteem, ingegeven door de eerste ervaringen met dit systeem. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de bestaande regelgeving betreffen de definitie van kwalitatieve WKK, WKK s op biobrandstoffen, de referentierendementen voor certificatensteun, garanties van oorsprong, de meetprocedures, de aanvraagprocedure en de verduidelijking van enkele begrippen. Hierna formuleert de SERV zijn opmerkingen bij deze onderdelen van het ontwerpbesluit. 3. Codificatie in één WKK-besluit is positief Het voorliggende ontwerpbesluit vervangt het besluit van de Vlaamse regering van 7 september 2001 tot bepaling van de voorwaarden waaraan een kwalitatieve warmtekrachtinstallatie moet voldoen (zoals gewijzigd op 5 maart 2004) alsook het besluit van de Vlaamse Regering van 5 maart 2004 houdende de openbaredienstverplichting ter bevordering van de elektriciteitsopwekking in kwalitatieve warmtekrachtinstallaties. Het ontwerpbesluit wijzigt tevens het besluit van de Vlaamse Regering van 29 maart 2002 inzake de openbaredienstverplichtingen ter bevordering van het rationeel energiegebruik (zoals gewijzigd op 26 september 2003, 14 juli 2004 en 8 juli 2005). De SERV waardeert dat daardoor alle bepalingen inzake WKK nu worden gegroepeerd in één uitvoeringsbesluit. Dat komt de overzichtelijkheid, toegankelijkheid en samenhang van de regelgeving ten goede. De SERV moedigt de Vlaamse regering aan om ook voor andere onderdelen van de energiewetgeving, zoals vroeger al herhaaldelijk geadviseerd, te komen tot een codificatie in één energiedecreet en één of slechts enkele uitvoeringsbesluiten. 4

4. Definitie Kwalitatieve WKK: referentierendementen creëren complexe situatie De definitie van een kwalitatieve warmtekrachtinstallatie is vastgelegd in bijlage III van het ontwerpbesluit. Onder kwalitatieve warmtekrachtkoppeling wordt verstaan (1) warmtekrachtkoppelingsproductie, afkomstig van warmtekrachtkoppelingseenheden, die een besparing van primaire energie oplevert van ten minste 10 %, berekend overeenkomstig een vastgelegde berekeningsformule, ten opzichte van de referenties voor de gescheiden productie van warmte en elektriciteit; alsook (2) de productie, afkomstig van kleinschalige en microwarmtekrachtkoppelingseenheden die een besparing van primaire energie opleveren. De definitie van kwalitatieve WKK wordt daardoor in overeenstemming gebracht met de richtlijn 2004/8. De definitie opgenomen in het besluit van 7/9/2001 vereiste een relatieve primaire energiebesparing van 5%. De richtlijn vereist evenwel een relatieve primaire energiebesparing groter dan 10% voor WKK-installaties groter of gelijk aan 1 megawatt, en groter dan 0% voor installaties kleiner dan 1 MW. Het behouden van een Vlaamse naast een Europese definitie voor kwalitatieve WKK zou volgens de SERV een verwarrende situatie opleveren, en zou ook de verplichte inventarisatie en rapportering over het aandeel en potentieel aan kwalitatieve WKK sterk kunnen bemoeilijken. Er wordt immers een zeer verwarrende situatie gecreëerd als gevolg van de uiteenlopende referentierendementen voor enerzijds de definitie van kwalitatieve WKK en anderzijds de berekening van het aantal WKK-certificaten, en de voorlopige referentierendementen die in het ontwerpbesluit worden vastgelegd en de exacte referentierendementen die pas zullen worden vastgelegd nadat op Europees niveau referentierendementen zijn bepaald. Dat wordt hierna verder toegelicht. De SERV merkt op dat de berekening van de relatieve primaire energiebesparing sterk afhankelijk is van de referentierendementen voor gescheiden elektriciteits- en warmteproductie. Die referentierendementen moeten nog Europees vastgelegd worden. Volgens de richtlijn moet dit uiterlijk op 21/2/2006 gebeuren. In het ontwerpbesluit is daarom voorzien dat die referentierendementen later zullen worden vastgelegd en kunnen worden aangepast door de minister bevoegd voor het energiebeleid (art. 7). Het is onduidelijk of dit enkel geldt voor WKKcertificaten of ook voor garanties van oorsprong. Indien dit ook geldt voor garanties van oorsprong voorziet de richtlijn dat referentierendementen kunnen bepaald worden in functie van de brandstof. Het ontwerpbesluit voorziet deze mogelijkheid niet (art 10 9). De SERV vraagt of dit de bedoeling is en vraagt om deze mogelijkheid toch te onderzoeken. 5

De nota aan de Vlaamse regering stelt verder dat kan worden verwacht dat Europees minder strenge referentierendementen zullen vastgelegd worden, zodat de relatieve primaire energiebesparing van 10% gemakkelijker kan bereikt worden, vooral voor WKK-installaties die niet op aardgas werken. Voor kleinschalige installaties (< 1 MW) betekent de Europese definitie in elk geval een versoepeling waarbij een relatieve primaire energiebesparing > 0% al voldoende is. De SERV waardeert dat, gelet op de belangrijke impact van de referentierendementen, die voortaan door de minister worden vastgelegd. Volgens de SERV zijn de mogelijke gevolgen van de versoepeling voor kleinschalige installaties op het certificatensysteem moeilijk in te schatten. De SERV vraagt waarom niet kan worden gewacht op die Europese referentierendementen. De Vlaamse regering voorziet immers dat ze, indien voor sommige installaties de Europese kwaliteitsdefinitie toch strengere voorwaarden zou opleveren, het voorontwerp van besluit zal aanpassen om voor recent gebouwde of in aanbouw zijnde WKK-installaties te garanderen dat die onder de huidige kwaliteitsdefinitie blijven ressorteren zodat ze kunnen (blijven) genieten van het warmtekrachtcertificatensysteem. Dat betekent dat het besluit wellicht kort na haar publicatie alweer moet worden gewijzigd. Dat komt de voorspelbaarheid en rechtszekerheid niet ten goede. De SERV vindt het dan ook aangewezen om de Europese referentierendementen af te wachten. Het voorontwerp van besluit voorziet dat de Europese referentierendementen enkel toegepast worden om te bepalen welke installaties als kwalitatief kunnen beschouwd worden en daardoor recht krijgen op garanties van oorsprong en ondersteuning via het warmtekrachtcertificatensysteem. Maar voor de berekening van het aantal WKK-certificaten blijven de huidige Vlaamse referentierendementen behouden (behalve voor bio-wkk s, zie verder). De SERV merkt op dat daardoor een erg complexe regeling dreigt te ontstaan. De SERV stelt vast dat installaties gebouwd vóór 1/1/2002 geen WKK-certificaten ontvangen. Mogelijks zijn deze installaties in het verleden op een andere manier ondersteund. Dit valt echter niet af te leiden uit het ontwerpbesluit. 5. WKK s op biobrandstoffen: ondersteuning is positief Het ontwerpbesluit voert voor de berekening van het aantal WKK-certificaten een aanpassing door van het elektrisch referentierendement voor WKK s die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen (art. 10 8). 6

Omwille van technische beperkingen bereiken dergelijke installaties vandaag dikwijls de huidige drempel van 5% primaire energiebesparing niet, zodat ze niet genieten van de certificatensteun. Met de voorgestelde aanpassing van het elektrisch referentierendement voor WKK s die gebruik maken van hernieuwbare energiebronnen, wil de Vlaamse regering ervoor zorgen dat de betrokken installaties bijkomende warmtekrachtcertificaten ontvangen in vergelijking met de huidige situatie. Die bijkomende inkomsten zouden in rekening worden gebracht bij de berekening van de onrendabele top van dergelijke WKK-projecten, zodat de gegarandeerde minimumwaarde van de groenestroomcertificaten kan worden verlaagd. Op die manier wil de regering overcompensatie vermijden. De SERV vindt de aanpassing van het referentierendement voor WKK s op hernieuwbare energiebronnen positief. De betrokken sector wacht immers al lang op een regeling die WKK s op biobrandstoffen ondersteunt en een aanpassing terzake was dringend nodig. Volgens de SERV is het ook verantwoord om verder te differentiëren op basis van de toegepaste technologie en zo de efficiëntere technologieën te bevorderen. De nota aan de Vlaamse regering vermeldt dat ook de nieuwe referentierendementen voor bio WKK s slechts tijdelijk zijn, omdat de exacte referentierendementen pas kunnen worden vastgelegd na definitieve bepaling van de referentierendementen door Europa. Dat betekent dat het besluit ook op dit punt wellicht kort na haar publicatie alweer moet worden gewijzigd. Dat komt de voorspelbaarheid en rechtszekerheid niet ten goede. 6. Garanties van oorsprong: regeling zorgt voor complexe situatie Het ontwerpbesluit voert garanties van oorsprong van elektriciteit uit warmtekrachtkoppeling in (art. 15 19). Garanties van oorsprong uit WKK dienen als bewijs van de verkoop van elektriciteit uit WKK. Ze moeten driemaandelijks ingeleverd worden in plaats van maandelijks, om de administratieve lasten te beperken. De garanties van oorsprong zullen ook gebruikt worden om de herkomstvermelding op de elektriciteitsfactuur te controleren, zodat een dubbele verkoop van elektriciteit uit WKK en hernieuwbare energiebronnen niet mogelijk is (art. 22). Voor deze garanties van oorsprong uit WKK werd een decretale basis uitgewerkt in het decreet houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en energie. In zijn advies van 16 december 2005 stelde de SERV dat de formulering in dat voorontwerp van decreet onvoldoende duidelijk is. Vooral de omschrijving van de koppeling met het bestaande certificaat kan voor verwarring zorgen. In elk geval dreigt een complexe situatie te ontstaan, doordat de garantie van oorsprong geldt als een bijkomende functie van het WKK-certificaat en er in Vlaanderen verschillende criteria zouden gelden voor enerzijds de installaties en elektriciteitsproductie die recht geven op certificaten en anderzijds de installaties en elektriciteitsproductie die een ga- 7

rantie van oorsprong krijgen. Met name kan een installatie in zijn geheel gekwalificeerd zijn en recht hebben op certificaten, en wordt alle elektriciteitsproductie en productie van warmte meegerekend, terwijl eenzelfde installatie niet altijd garanties van oorsprong krijgt voor alle elektriciteit, maar misschien slechts voor een beperkt deel ervan. Er dient dus opgelet te worden met het vermengen van garanties van oorsprong en certificaten. 7. Certificatensteun: een eenmalige overgangsregeling is wenselijk Op de definitie van kwalitatieve WKK en de referentierendementen na, blijft het certificatensysteem ongewijzigd: aan de berekeningsmethode voor de warmtekrachtbesparing, het aantal toegekende certificaten, de aanvaardbaarheid van de certificaten, de certificatenquota en de boete voor het onvoldoende voorleggen van certificaten verandert het ontwerp besluit niets. De SERV wil hierbij wijzen op de problematiek die specifiek 2006 ontstaat m.b.t de voor te leggen certificaten voor het bereiken van het certificatenquotum van 2005. Iedere elektriciteitsleverancier is verplicht om een bepaalde hoeveelheid primaire energie te besparen door kwalitatieve warmtekrachtkoppeling in Vlaanderen. De hoeveelheid te besparen primaire energie komt overeen met een bepaald minimum aandeel van de elektriciteit die hij in totaal levert aan zijn eindafnemers. Dit minimum aandeel bedraagt 1,19% voor het jaar 2005; 2,16% voor 2006; 2,96% voor 2007 en zal verder toenemen tot 5,23% vanaf 2013. De warmtekrachtcertificaten gelden als bewijs van de naleving van die verplichting. Om te voldoen aan de verplichting voor 2005, kunnen leveranciers warmtekrachtcertificaten inleveren bij de VREG tot 31 maart 2006. Een leverancier kan warmtekrachtcertificaten bekomen door zelf primaire energie te besparen door gebruik te maken van kwalitatieve warmtekrachtinstallaties en daarvoor warmtekrachtcertificaten aan te vragen bij de VREG of door de warmtekrachtcertificaten aan te kopen op de markt. Uit voorlopige cijfers van de VREG blijkt dat de doelstelling voor 2005 (voor te leggen certificaten in 2006) voor slechts de helft kan worden gehaald. Er zijn immers onvoldoende warmtekrachtcertificaten uitgereikt. Volgens de wetgeving zou de leverancier een boete moeten betalen voor ieder ontbrekend warmtekrachtcertificaat. Die bedraagt 40 euro per ontbrekend certificaat op 31 maart 2006 en vanaf 31 maart 2007 45 euro per ontbrekend certificaat. De reden waarom de doelstelling voor 2005 niet kan worden gehaald is echter van tijdelijke aard. Ten eerste heeft het lang geduurd tot 5 maart 2004 vooraleer de regels inzake warmtekrachtcertificaten duidelijk waren. Ten tweede hebben enkele grote initiatieven vertraging opgelopen. Daarom vraagt de SERV om een eenmalige overgangsregeling te voorzien, en de doelstelling voor 2005 (voor te leggen certificaten in 2006) te verlagen. Dat zal de vraag naar WKK niet meer beïnvloeden, maar zal wel juridische procedures vermijden. De SERV bena- 8

drukt dat het gaat om eenmalige operatie, die verantwoord wordt door een tijdelijke overgangssituatie, en dat dat ook zo moet worden gecommuniceerd. Daarnaast merkt de SERV op dat de formulering van art. 10 5 onvoldoende duidelijk is. De paragraaf bevat een regeling voor sites waar al beschikbare warmte gebruikt wordt, en stelt dat de warmte als niet meer beschikbaar wordt beschouwd als de warmteproducent zijn warmteleveringen wil stopzetten. Dat moment definiëren in functie van een intentie ( wil ) is niet eenduidig. Volgens de SERV lijkt het meer aangewezen om te verwijzen naar het moment vanaf wanneer er geen contract meer is. 8. Aanvraagprocedure: kan nog worden verbeterd De huidige regeling bepaalt dat de VREG een beslissing neemt over de aanvraag tot toekenning van warmtekrachtcertificaten op het ogenblik dat een volledige aanvraag werd ingediend, dat wil zeggen na voorlegging van keuringsattesten over de meting van brandstofverbruik, elektriciteits- en warmteproductie. Die attesten kunnen enkel voorgelegd worden na de bouw van de installaties. De SERV bevestigt dat het voor initatiefnemers en financiers belangrijk is om in een veel vroeger stadium, bij de investeringsbeslissing, duidelijkheid te hebben over het te verwachten aantal WKK-certificaten. De SERV ondersteunt dan ook de wijziging in art. 4 dat de VREG bij de certificatenaanvraag binnen twee maand meedeelt welke gegevens ontbreken, en in elk geval duidelijkheid verschaft over het aantal toe te kennen certificaten op basis van de informatie in de aanvraag. De SERV merkt tot slot op dat conform art. 5 van het ontwerpbesluit de eerste warmtekrachtcertificaten worden toegekend op basis van de warmtekrachtbesparing die is gerealiseerd vanaf de eerste dag van de maand waarin het aanvraagdossier door de VREG werd goedgekeurd. Dat betekent dat er verschillende maanden kunnen verstrijken tussen het definitieve keuringsverslag van de geaccrediteerde keuringsinstantie, volgend op de effectieve ingebruikname van de WKK, en de toekenning van warmtekrachtcertificaten. De SERV meent dat ingeval de VREG na afloop van de goedkeuringsprocedure de warmtekrachtbesparing vermeld in het aanvraagdossier bevestigt, er warmtekrachtcertificaten moeten worden toegekend op basis van de warmtekrachtbesparing die is gerealiseerd vanaf de datum van het voormelde definitieve keuringsverslag. 9

9. Verduidelijking begrippen De begrippen ingrijpende wijziging (art. 1, 2) en reeds beschikbare warmte (art. 10, 5) worden in het besluit aangevuld en verduidelijkt. De SERV vraagt dat mechanische energie valt onder de definitie van WKK. Enerzijds is dat volgens de definitie van relatieve primaire energiebesparing het geval. Die luidt: verhouding tussen enerzijds de warmtekrachtbesparing en anderzijds het energieverbruik van de referentiecentrale, de best beschikbare aandrijftechnologie of referentieketel om dezelfde hoeveelheid elektriciteit, mechanische energie of nuttige warmte op te wekken. Anderzijds lijkt dat echter niet het geval in de definitie van ingrijpende wijziging. Die luidt immers: wijziging waarbij minstens voldaan is aan een van de volgende voorwaarden: ( ) c) het elektrisch vermogen neemt toe met minstens 25%, terwijl de relatieve primaire energiebesparing eveneens toeneemt. Hier is dus geen sprake van mechanisch vermogen. 10. Artikelsgewijze opmerking De verwijzing in art. 1 2 4 en in art. 12 2 13 naar art. 21 is foutief. Dat moet art. 11 zijn. 10