ROOKVRIJE SCHOOLPLEINEN. achtergrond notitie



Vergelijkbare documenten
Jongeren en de sociale druk om (niet) te roken


INFOKAART OUDEREN EN ROKEN

Houding van ouders ten aanzien van het rookgedrag van jongeren van jaar

Kerncijfers roken in Nederland

KERNCIJFERS ROKEN IN NEDERLAND

KERNCIJFERS ROKEN IN NEDERLAND

Meeste mensen blij met rookverbod

Meting stoppers-met-roken juli 2008

Waarschuwende teksten op sigarettenpakjes

Rookverbod in de horeca dringt meeroken flink terug

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

De Tabakswet. Rapport. Onderzoek naar hinder en schadelijkheid van passief roken, houding t.a.v. en steun voor rookverboden Cyrille Koolhaas

Monitor naleving rookvrije werkplek 2006

Tabak, cannabis en harddrugs

Roken onder volwassenen De harde feiten 2010

FotografieTamara Reijers. Het is tijd. voor een. rookvrij. schoolterrein

FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013

Rookvrij Opgroeien. Roken? Houd kinderen er buiten. Het bespreken van (mee)roken binnen de JGZ 4-19 jaar jaar

GENOTMIDDELEN. Jongerenmonitor % ooit alcohol gedronken. Klas 2. Klas 4. 5% ooit wiet gebruikt. 24% weleens gerookt.

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Gezonde leefstijl wint langzaam terrein. Licht dalende trend van zware drinkers

PERSBERICHT Stichting tegen Kanker Leuvensesteenweg Brussel 02/ (communicatie)

Genotmiddelen. Genotmiddelen. Bron: 1

Roken onder volwassenen De harde feiten 2012

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Rookenquête 2018 Een rapport voor Stichting tegen Kanker, uitgevoerd door GfK Belgium

Fact sheet Amsterdamse horeca: opmars restaurants Groei van de oppervlakte, vestigingen en werkzame personen in de horeca in Amsterdam,

Wij hebben dit onderwerp gekozen omdat het slecht is voor de gezondheid en wij willen vertellen waarom dit slecht is.

tot 24 jaar Monitor jongeren 12

Rookt u? En denkt u erover om te stoppen? De rook-stop-polikliniek kan u hierbij helpen.

ROOKGEDRAG IN BELGIË. Een rapport aan Stichting Tegen Kanker. GfK Significant 2013 Rookgedrag in België 14 August

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

TABAK ALCOHOL GAMEN. algemene sociale vaardigheden

Stappenplan voor een rookvrij schoolterrein

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl II

Factsheet alcohol. Think Before You Drink

Leerlijnen per drug : ALCOHOL Onderwijsvorm: KLEUTER EN LAGER

Jongeren en Gezondheid 2006: Roken

Rookenquête 2019 Een rapport voor Stichting tegen Kanker, uitgevoerd door Ipsos Belgium

LESBRIEF OVER ROKEN UITGAVE: STICHTING VOORKOM! POSTBUS DB HOUTEN TELEFOON

Rookgedrag in België

WAT HOUDT U NOG TEGEN?

Samen sta je sterk. Adviesrapport. Project: Communicatieplan

ROOKTRENDS: VOLWASSENEN, JONGEREN EN (ANDERE) RISICOGROEPEN

Onderzoek Inwonerspanel Jongerenonderzoek: alcohol

Alcohol FACT. Twee op de drie jongeren heeft weleens gedronken. Helft 4 e -klassers heeft recent gedronken SHEET. Gelderland-Zuid E-MOVO

Op weg naar een generatie Nix? Vandaag: HBSC-landen in de studie. Trends in middelengebruik onder scholieren. Tom ter Bogt Wilma Vollebergh

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Rookt u en denkt u erover om te stoppen? De rook-stop-polikliniek

Leef rookvrij Geef kanker minder kans

Rookenquête Een onderzoek voor Stichting tegen Kanker, uitgevoerd door GfK Belgium. Rapport 1

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Roken en een orthopedische ingreep

Hoe denken Zeeuwse jongeren en ouders over alcoholgebruik door jongeren? Onderzoek GGD Zeeland maart 2011

Leerlijn drugs. 1 ste graad. tabak alcohol Illegale drugs Kennis aanbrengen Basiskennis aanbrengen Herkomst alcohol Verslavende stof

Een klein onderzoekje vooraf: rook je? Ondervraag enkele vrienden of klasgenoten. Wat denk je? Rook de meerderheid van de jongeren wel of niet?

Middelengebruik: Tabaksgebruik

ROOKGEDRAG IN BELGIË 2014

Rookgedrag in België

Transcriptie:

ROOKVRIJE SCHOOLPLEINEN achtergrond notitie

september 2009

Voorwoord Jong geleerd, oud gedaan! In Nederland zijn er bijna 4 miljoen rokers. De helft zal overlijden ten gevolge van het roken, een kwart zal de pensioengerechtigde leeftijd niet halen. Rokers overlijden gemiddeld 13 jaar eerder dan niet rokers aan o.a. hartinfarcten, beroertes, longkanker, COPD en blaaskanker. De ziektelast is nog vele malen groter. Wij zijn zo n 20 jaar longarts, dagelijks worden wij in de spreekkamer geconfronteerd met de gevolgen van het roken. Vrijwel iedereen is voor zijn achttiende begonnen, op het schoolplein. Dit horen wij dagelijks, en deze cijfers komen terug in weten schappelijk onderzoek. Adolescenten beginnen met roken om erbij te horen, om stoer te doen of gewoon omdat iedereen om hen heen het doet. Niemand vindt zijn eerste sigaret lekker, maar door de toevoegingen door de tabaksindustrie van zoetstoffen en hoestdempers is het vol te houden als je eenmaal hebt besloten dat je wilt beginnen. Als je begint met roken is dat in het begin niet direct een pakje per dag. Een verslaving bouwt zich langzaam op, je hebt steeds meer nodig om het zelfde effect te bereiken (Handboek van psychiatrie DSM IV criterium van afhanke lijkheid van stoffen). Hierdoor zie je niet wat voor vormen die verslaving over een paar jaar gaat aannemen. Uit onderzoek van de laatste jaren blijkt meer en meer dat de leeftijd van 15-16 jaar het meest ongunstig is om te beginnen met een verslavende stof: nicotine bezet de dopamine receptoren, het stofje dat voor beloning staat. En juist adolescenten zijn maximaal beloningsgevoelig. Daarbij komt dat hun prefontale cortex op deze leeftijd niet goed functioneert. Zij zijn niet goed in staat weloverwogen beslissingen te nemen voor de lange termijn, zij leven in het nu. Het blijkt dat hoe jonger iemand begint met roken hoe dieper de verslaving er inhakt en hoe groter het risico is op ziekten in de toekomst. Jonge vrouwen zijn verminderd vruchtbaar, zij roken als het ware hun eigen eicelvoorraad op. Het risico op het krijgen van kanker in de toekomst is meer dan drie keer verhoogd. 2 Rookvrije schoolpleinen, achtergrond notitie

Als leraar heb je al zoveel taken. Houdt het dan nooit op? Op het schoolplein mag je ook geen andere verslavende stoffen gebruiken zoals alcohol, weed en heroïne. Waarom dan wel de veel verslavender stof nicotine? Als je één lijn trekt met andere verslavende stoffen, is het heel duidelijk waar het over gaat. Het heeft niets met verbieden of betutteling te maken, op school zijn nu eenmaal regels. Verslaving is geen vrijheid en de leerlingen moeten wel meer zaken zoals op tijd komen, geen messen bij zich dragen etc. De adolescenten die nooit gerookt hebben, míssen het ook niet. Er komt niet iets anders voor in de plaats. Als leraar leer je je leerlingen zaken waar ze nu niets aan hebben, maar om hen een kans te geven op een betere toekomst, op een betere opleiding, op een betere baan. Waarom dan ook niet een toekomst zonder sigaret? Als een leerling niet op school kan roken en niet in de kroeg is de kans dat zij het toch nog gaan doen vele malen kleiner! Hadewych Veys Wanda de Kanter en Pauline Dekker, longartsen Rode Kruis Ziekenhuis en auteurs van het boek: Nederland stopt! Met roken (www.nederlandstopt.nu) en Barbara van den Broeke (klinisch psycholoog/psychotherapeut, spec. kinder-en jeugd) Voorwoord 3

Inhoudsopgave Voorwoord 2 Inleiding 7 1. Sociale norm en rookvrije 9 schoolpleinen 2. Maatregelen om te voorkomen 15 dat jongeren gaan roken 3. Trend roken en jongeren 21 4. De realisatie 25 Literatuurlijst 31

Inleiding Deze notitie is geschreven om meer inzicht te geven in het belang van een rookverbod op schoolpleinen in het voortgezet onderwijs. Sinds 1 juli 2008 is het verboden te roken in horecagelegenheiden zoals cafes en restaurants. Voor schoolpleinen geldt geen wettelijke maatregel en kunnen scholen zelf bepalen hoe ze met roken op het schoolterrein omgaan. De meeste rokers zijn ooit begonnen op straat of op het schoolplein. Een rookverbod op het schoolplein kan er sterk aan bijdragen dat minder jongeren beginnen met roken. STIVORO, KWF Kankerbestrijding, de Nederlandse Hartstichting en het Astma Fonds pleiten dan ook samen met de longartsen Wanda de Kanter en Pauline Dekker voor de invoering van een totaal rookverbod op alle schoolpleinen. Deze notitie geeft achtergrond informatie voor allen die hun invloed kunnen en willen aanwenden bij de invoering van Rookvrije Schoolpleinen. In hoofdstuk 1 en 3 wordt beschreven wat de huidige stand van zaken is ten aanzien van het roken onder jongeren en roken op het schoolplein. Hoofdstuk 2 geeft weer welke maatregelen doeltreffend kunnen zijn bij het voorkomen van roken door jongeren. Hoofdstuk 4 beschrijft welke partijen invloed kunnen hebben op het roken op schoolpleinen. Inleiding 7

1. Sociale norm en rookvrije schoolpleinen Niet-roken is in Nederland steeds meer de sociale norm. Dit zal zich naar verwachting de komende jaren nog verder ontwikkelen. Het percentage rokers in Nederland was in 2000 nog 33% van de bevolking, in 2008 is dit gedaald naar 27%. Met de huidige maatregelen en campagnes wordt verwacht dat dit percentage de komende jaren verder zal dalen. Doordat steeds minder mensen roken, worden kinderen er steeds minder mee geconfronteerd.

Beginnend rookgedrag wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren die elkaar weder zijds beïnvloeden (Knol et al, Tabaksgebruik, 2005). De belangrijkste zijn kennis en individuele opvattingen, persoonlijkheidsfactoren, mogelijk erfelijke aanleg en attitudes en rookgedrag van ouders en vrienden. Daarnaast zijn omgevings factoren zoals de verkrijgbaarheid en het al dan niet toestaan van roken op school van grote invloed. Een strikt verbod van roken in en om school helpt het aantal leerlingen dat rookt terug te verlagen. Onderzoek toont aan dat 9,5% van de jongeren tussen 15 en 16 jaar dagelijks rookte op scholen met een strikt rookbeleid, tegen 30,1% van de jongeren op scholen waar geen strikt rookbeleid was (Moore et al, 2001). In Nieuw Zeeland nam het percentage rokende jongeren tussen 1999 en 2004 af met 15%, hetgeen vooral werd toegeschreven aan het rookverbod op scholen en schoolpleinen (Paul S, 2005 http://www.pha.org.nz/onlinenews/newsaugust2005.pdf). Is roken stoer? Het imago van niet-rokende jongeren wordt in 2009 ten opzichte van voorgaande jaren steeds positiever beoordeeld. Wel vinden de ondervraagde jongeren de niet-rokende jongeren ten opzichte van 2008 significant minder vaak aantrekkelijk en zelfverzekerd (TNS NIPO Roken Jeugd Monitor 2009). Ten opzichte van 2008 vinden ondervraagde jongeren de niet-rokende jongeren significant minder vaak leuk en zelfverzekerd. (TNS NIPO Roken Jeugd Monitor 2009). Het imago van niet-rokende jongeren is positiever onder jongeren die nooit hebben gerookt dan onder rokende jongeren en ex-rokers. Aan niet-rokers is tevens gevraagd of hun vrienden en vriendinnen het cool of stoer vinden dat ze niet roken. Iets minder dan de helft (45%) van de niet-rokers denkt dat hun vrienden en vriendinnen het zeker of een beetje cool/stoer vinden dat ze niet roken, 45% weet het nog niet. Slechts een kleine groep (7%) denkt dat hun vrienden en vriendinnen het (helemaal) niet cool/stoer vinden dat ze niet roken. Meisjes zijn hierover iets zelfverzekerder dan jongens. Meisjes denken vaker dat vrienden het cool/stoer vinden dat zij niet roken dan jongens dat van hun vrienden denken (49% van de niet-rokende meisjes en 42% van de niet-rokende jongens). 10 Rookvrije schoolpleinen, achtergrond notitie

Roken op school Iets minder dan een derde van de jongeren geeft aan dat er in de klas afgelopen jaar aandacht is besteed aan roken (30%). De 10 t/m 14 jarigen geven dit vaker aan dan de 15 t/m 19 jarigen (41% versus 17%) (TNS NIPO Roken Jeugd Monitor 2009). Het percentage schoolgaande jongeren dat zegt dat ze op school helemaal niet mogen roken, is ten opzichten van 2008 significant gestegen: van 39% naar 45%. Meer dan de helft van de school gaande jongeren (56%) mag op sommige plaatsen in of om de school roken. Dit is voornamelijk (een deel van) het schoolplein (86%). In 2008 was dit nog 89% (verschilt significant). De 10 t/m 14-jarigen zeggen vaker dan 15 t/m 19-jarigen dat er helemaal niet op school gerookt mag worden (63%). Van de 10 t/m 12-jarigen, die grotendeels nog op de basisschool zitten, zegt 81% dat er helemaal niet op school gerookt mag worden. Roken op het schoolplein varieert tussen scholen uit het basisonderwijs en scholen uit het voortgezet onderwijs. Als een basisschool het predicaat Rookvrije School krijgt, is het schoolplein volledig rookvrij. Voor het voortgezet onderwijs is deze eis nu nog dat er wel beleid moet zijn over roken op het schoolplein. Sociale norm en rookvrije schoolpleinen 11

* Gedeeltelijk verboden 17% Roken op het schoolplein in het basisonderwijs, 2008 (Meerdere Geheel antwoorden mogelijk) verboden 67% Overal toegestaan 11% * Gedeeltelijk verboden 17% Verboden voor bepaalde klassen 1% Geheel verboden 67% Overal toegestaan 11% * Verboden voor bepaalde klassen 1% Geheel verboden Roken op het schoolplein in het voortgezet onderwijs, 2008 (Meerdere antwoorden mogelijk) 27% Gedeeltelijk verboden 49% Overal toegestaan 14% Geheel verboden Verboden voor bepaalde klassen 24% Gedeeltelijk verboden 49% 27% Overal toegestaan 14% Bron: TNS NIPO, Rookvrije Scholen 2008 Verboden voor bepaalde klassen 12 Rookvrije schoolpleinen, achtergrond notitie 24%

Gedeeltelijk verboden 49% Overal toegestaan 14% Verboden voor Waar roken jongeren? bepaalde klassen Een op de vier jongeren geeft aan op school te 24% roken. De plaats waar op school gerookt mag worden is voornamelijk (een deel van) het schoolplein (86%). Sommige scholen hebben een rookhok voor leerlingen (13%) (TNS NIPO Roken Jeugd Monitor 2009). Andere plekken waar jongeren roken zijn: op straat (64%), bij vrienden (38%), thuis (34%), discotheek (21%), station of bushalte (7%) of café (6%) (dit is gemeten na invoering van de rookvrije horeca, in 2008 rookte 43% van de jongeren in café. Waar roken jongeren? (Meerdere antwoorden mogelijk) Discotheek * 7% Café 6% 21% Op school 33% Op straat 64% Thuis 34% Bij vrienden of vriendinnen 38% * Station of bushalte Jongeren tussen 10 en 14 jaar roken significant minder vaak dan de oudere leeftijdsgroepen het meest in café of kroeg (10%) of discotheek (24%), maar significant vaker ergens anders (20%). Bron: TNS NIPO, Roken Jeugd Monitor 2009 Sociale norm en rookvrije schoolpleinen 13

2. Maatregelen om te voorkomen dat jongeren gaan roken Beginnend rookgedrag wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren, zoals kennis en vooral persoonlijke factoren, maar ook de sociale norm in de omgeving.

Om te voorkomen dat jongeren beginnen met roken, is een combinatie aanpak nodig. Daarvoor moet worden ingezet op het veranderen van: Kennis: jongeren bekend (blijven) maken met de schadelijke effecten van (mee)roken; Houding: niet roken is stoer en meer en meer de sociale norm; G e d r a g : roken is niet iets om mee te experimenten, weerbaar zijn tegen druk om te proberen, het goede voorbeeld krijgen (media, school, thuis), verkrijgbaarheid beperken. Maatregelen die dit kunnen realiseren zijn: Leeftijdsgrens naar 18 jaar; Duidelijke handhaving van de leeftijdsgrens; Continue voorlichting; Verder inzetten op een rookvrije omgeving op school en thuis. Rookvrije sportkantines en horeca (uitgaansgelegenheden) zijn in 2008 gerealiseerd. In Nederland is in de Tabakswet van 1990 al vastgesteld dat roken in openbare gebouwen verboden is. Schoolgebouwen vallen hier ook onder. In een evaluatierapport van het ministerie van OCW uit 1996 kwam naar voren dat de indruk bestond dat nog niet alle scholen en alle ruimten in het gebouw rookvrij waren (ministerie OCW, 1996). Zo werd er in personeelsruimtes, administratieruimtes en kantines nog veel gerookt. Dit resulteerde in een vierjarige aanpak vanuit het ministerie van OCW uitgevoerd door STIVORO tot de campagne Rookvrije School. STIVORO heeft dit voort gezet met financiële middelen van het ministerie van VWS. 16 Rookvrije schoolpleinen, achtergrond notitie

Waarom rookvrije schoolpleinen? Roken minder het toonbeeld te laten zijn, leidt ertoe dat jongeren het rookgedrag niet overnemen en dat niet-roken de sociale norm is. Op basis van Amerikaans onderzoek berekende KWF Kankerbestrijding in 2008 dat een rookvrije horeca zal leiden tot 75.000 minder beginnende rokers onder de jeugd. Volgens de Amerikaanse onderzoekers worden jongeren door het rookverbod minder met roken geconfronteerd waardoor de perceptie verandert over het aantal mensen dat rookt en de illusie dat roken gewoon is. Inmiddels weten we dat het percentage jongeren dat de afgelopen vier weken heeft gerookt in 2009 is gedaald naar 21% ten opzichte van 24% in 2008. Een mogelijke verklaring voor deze daling kan zijn dat per 1 juli 2008 het rookverbod in de horeca is ingevoerd. Na het rookvrij maken van de werkplek, horeca en cultuur- en sportsector, is het dan ook vreemd dat roken op schoolpleinen nog mogelijk is. Een plek waar de jeugd dagelijks een groot deel van haar tijd doorbrengt. Basisscholen dienen, om het predicaat rookvrije school te krijgen, een rookvrij schoolplein te hebben. Scholen uit het voortgezet onderwijs moeten daarvoor minimaal een deel van het schoolplein rookvrij maken. Deze notitie richt zich alleen op het voortgezet onderwijs. Bijna 39% van de leraren uit het voortgezet onderwijs geeft overigens aan soms in het zicht van de leerlingen te roken, ook al is roken in de school bijna nergens meer toegestaan. Maatregelen om te voorkomen dat jongeren gaan roken 17

Door roken op het schoolplein toe te laten, voor leraren, scholieren uit bepaalde klassen, of zonder restricties, zendt de school het signaal uit dat roken normaal en geaccepteerd wordt. Door het schoolplein rookvrij te maken, laat de school zien dat ze het belangrijk vindt om een gezonde uitstraling te hebben en kinderen te stimuleren gezond op te groeien. De school vervult daarmee een goede voorbeeldfunctie. Het past daarom goed in de opvoedkundige taak van een school. De toename van gedeeltelijk rookvrije schoolpleinen in het voortgezet onderwijs is positief, maar het moet naar een significante toename van geheel rookvrije schoolpleinen in het voortgezet onderwijs. Op het basisonderwijs is het percentage rookvrije scholen sinds 1999 bijna verdubbeld naar 67% (TNS NIPO Rookvrije scholen 2008). Rookvrije schoolpleinen tussen 1999 en 2008 in het basis en voortgezet onderwijs 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% BO volledig rookvrij BO gedeeltelijk rookvrij VO volledig rookvrij VO gedeeltelijk rookvrij 1999 2001 2003 2006 2008 18 Rookvrije schoolpleinen, achtergrond notitie

Andere landen, zoals België, gingen ons al voor Sinds 1 september 2008 moet de volledige campus van alle Vlaamse scholen en Centra voor Leerlingenbegeleiding rookvrij zijn. De wetgeving beschermt niet alleen kinderen en jongeren tegen de gevolgen van meeroken, maar houdt ook rekening met de opvoedende taak van de school bij het promoten van een rookvrije leefstijl bij de jongeren en volwassenen. In Vlaanderen rookt 3% van de 13-14 jarigen dagelijks, bij de 17-18 jarigen is dat al 22%. Gemiddeld begint een jongere te roken als hij 14 is. De school is één van de plaatsen waar jongeren voor het eerst in aanraking komen met sigaretten. Een rookbeleid op school kan voorkomen dat leerlingen gaan roken en ervoor zorgen dat niet-roken de norm is. De Belgische wet houdt het volgende in: In gesloten plaatsen is roken steeds verboden. In open plaatsen is roken verboden op werkdagen tussen 6.30u en 18.30u. Tijdens schoolactiviteiten buiten het schoolgebouw is roken ook verboden tussen 6.30u en 18.30u. De school kan zelf besluiten wat het beleid is in de avond, nacht en in weekenden. Een rookruimte voor leraren is niet mogelijk. Maatregelen om te voorkomen dat jongeren gaan roken 19

20 Rookvrije schoolpleinen, achtergrond notitie

3. Trend roken en jongeren Een overgrote meerderheid (89%) van de volwassen (ex)rokers steekt voor het 18e jaar de eerste sigaret op. Dit leidt ertoe dat 71% voor hun 18e al rookte. Het aantal mensen dat na hun 18e begint met roken is dus beperkt. Hoofdstuk titel 21

De grootste stijging van het percentage ooit rokers vindt plaats in de leeftijd tussen 11 en 16 jaar, van ongeveer 15% naar 64%. Beleid om instroom te beperken dient zich dan ook te richten op de jongeren en te bewerkstelligen dat zij het niet beginnen met roken of het beginnen/experimenteren van roken zo lang mogelijk uitstellen. In elk geval tot na het 18e jaar (Knol et al, Tabaksgebruik, 2004). Jeugdprevalentie in Nederland Het percentage rokende jongeren neemt met de leeftijd toe. Het sterkst neemt dit toe tussen 12 en 14 jaar. Op 10-jarige leeftijd heeft 5% wel eens gerookt, op 12-jarige leeftijd is dit al 17%, bij de 13-jarigen 25% en bij de 14-jarigen 45%. Dit loopt uiteindelijk op naar 68% van de 19-jarigen (TNS NIPO Roken Jeugd Monitor 2009). Rookprevalentie onder Nederlandse jeugd, 2009 TNS NIPO Roken Jeugd Monitor 2009) 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 17 t/m 19 jr 15 t/m 16 jr 13 t/m 14 jr 10 t/m 12 jr Iedere dag Ooit gerookt Afgelopen 4 weken gerookt Op langere termijn is te zien dat het aantal 10 t/m 12-jarigen dat wel eens heeft gerookt afneemt. In 1997 had 18% van de 10 t/m 12-jarigen wel eens gerookt, in 2009 is dit gedaald naar 10%. Er is nog geen stagnatie in deze dalende trend te zien. Het percentage 10 t/m 12-jarigen dat nooit heeft gerookt is toegenomen van 77% in 1997 naar 90% in 2009. De 10 t/m 12-jarigen zijn dus steeds minder vaak gaan roken. Ook het percentage 13- t/m 14-jarigen dat nooit heeft gerookt neemt langzaam toe, van 54% in 1997 naar 66% in 2009. Het aantal 13- t/m 14-jarigen dat wel eens heeft gerookt is, na een stijging begin jaren 2000, sinds 2007 aan het afnemen. 22 Rookvrije schoolpleinen, achtergrond notitie

Het percentage 15 t/m 16-jarigen dat wel eens heeft gerookt, is afgezien van een eenmalige stijging in 2002 wel gestaag afgenomen sinds 1997. Ook het percentage 15 t/m 19-jarigen dat nooit heeft gerookt is door de jaren heen toege nomen. Deze toename (van 33% in 1997 naar 39% in 2009) is echter veel kleiner dan bij de jongere leeftijdsgroepen. De 10 t/m 12-jarigen zijn minder gaan roken, maar bij 17 t/m 19-jarigen is deze daling niet echt meer te zien. Het lijkt er dus op dat jongeren steeds meer op latere leeftijd gaan roken. Jeugdprevalentie in internationaal perspectief Een internationale vergelijking in de prevalentie van rokende jeugd is lastig te maken. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de verschillen in definities en meetmethoden. In sommige landen worden dagelijkse rokers, of 'af en toe' rokers meegenomen en ook de leeftijdsklassen lopen enigszins uiteen. De Wereld Gezondheidsorganisatie onderzoekt met dezelfde maatstaf met enige regelmaat de Europese cijfers. De laatste vergelijking dateert uit 2007 en bevat prevalentie cijfers van het jaar 2001/2002 van 15 jarigen die minstens 1 sigaret per week roken (WHO European tobacco control report 2007 http://www.euro.who.int/document/e89842.pdf?). Nederland doet het in deze vergelijking niet slecht, maar er is nog veel winst te boeken. Rookprevalentie 15 jarigen in internationaal perspectief (minstens 1 sigaret per week, 2001/2002) 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% België Denemarken Finland Frankrijk Ierland Nederland Noorwegen Zweden Jongens Meisjes Trend roken en jongeren 23

4. De realisatie De afgelopen jaren zijn binnen het onderwijs forse beleidsmatige veranderingen door gevoerd. Kernwoorden hierbij zijn autonomie, professionalisering, privatisering, marktwerking en schaalvergroting.

Invloedsrelaties in en rond het onderwijs Het onderwijsveld kent hierbij de volgende bestuurlijke hoofdrolspelers, namelijk de Rijksoverheid, de gemeente en het schoolbestuur. De verantwoordelijkheden tussen hen zijn als volgt verdeeld: De Rijksoverheid (het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) is verantwoordelijk voor de kaders waarbinnen het systeem wordt uitgevoerd, voor het toezicht op de kwaliteit van het onderwijs en voor het grootste deel van de financiering van scholen. Ook signaleert en verhelpt de Rijksoverheid knelpunten die een goede taakuitvoering van het onderwijs in de weg staan. De gemeente heeft een aantal wettelijke taken op het gebied van onderwijs, inburgering, jeugdbeleid en welzijn en ook een coördinerende rol hierbinnen. In het onderwijsveld gaat het om onder meer het toezicht houden op de leerplicht en de onderwijshuisvesting voor scholen. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het onderwijsinhoudelijk beleid van scholen. Het is daarmee verantwoordelijk voor de schoolontwikkeling, de kwaliteitszorg, de professionaliteit van het personeel en de prestaties van de leerlingen. Daarnaast heeft het schoolbestuur beheersmatige taken. Naast bovenstaande factoren, spelen in het bijzonder de scholieren en hun ouders een belangrijke rol in het onderwijs. Op schoolniveau gebeurt dit via de mede zeggen schapsorganen en de ouderraden. De medezeggenschapsraad denkt, adviseert en beslist mee over schoolzaken en levert hiermee een bijdrage aan de kwaliteit op school. De positie van de medezeggen schaps raad is wettelijk verankerd. De ouderraad bestaat uit een door de ouders gekozen groep die activiteiten organiseert voor de leerlingen en hun ouders. Zij hebben geen expliciete juridische status en zijn hierdoor afhankelijk van de goodwill van het schoolbestuur. 26 Rookvrije schoolpleinen, achtergrond notitie

Betrokken partijen bij de realisatie van rookvrije schoolpleinen Bij het realiseren van rookvrije schoolpleinen zijn verschillende partijen betrokken. De belangrijkste hiervan zijn de schoolbesturen en de medezeggen schapsraden. Het schoolbestuur vanwege haar verantwoordelijkheid voor de aangelegenheden die de school betreffen, inclusief hun schoolgebouwen en buitenruimten. Uitgangspunt hierbij is dat alle 'schoolinterne' aange legen heden, zaken die zich binnen het domein van één bestuur afspelen, nadrukkelijk de verantwoordelijkheid van het bestuur zelf zijn. De medezeggenschapsraad is vanuit haar meedenkende en adviserende rol over algemene schoolzaken, waaronder het gezondheid- en welzijnsbeleid van de school, betrokken. Tot slot bestaat de coördinerende rol van de gemeente in de jeugdketen uit de sectoren onderwijs, welzijn, cultuur, sport, maatschappelijke opvang en jeugdgezondheidszorg. Gelet op de relatie tussen deze coördinerende rol en het belang van rookvrije schoolpleinen, ligt het voor de hand om ook de gemeente te betrekken bij de invoering van rookvrije schoolpleinen. Mogelijk kan een gemeente hierin ook een voortrekkersrol vervullen. De realisatie 27

De relaties samengevat De bestuurlijke verhoudingen tussen de verschillende partijen in het onderwijs zijn schematisch als volgt weer te geven: ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen gemeente schoolbestuur school Elke invloedslijn staat voor wet- of regelgeving, beleids- en of richtlijnen of andere kaders. Hieruit komen ook hun verantwoordelijkheden voort. Het gaat hierbij om regulering van verschillende onderwerpen, variërend van de inhoud van het lespakket, de kwaliteit van het binnenmilieu van klaslokalen tot en met afspraken of gedragsregels voor leerlingen en hun ouders. De juridische basis voor deze invloedslijnen is divers en verschilt per gemeente en per schooltype. Het is grotendeels publiekrechtelijk, maar zal deels ook privaatrechtelijk zijn. Bovendien zijn er verschillen tussen het openbaar onderwijs en het bijzonder onderwijs. Mogelijkheden bij de realisatie van rookvrije schoolpleinen Uit het bovenstaande blijkt dat de gemeente formeel-juridisch het bevoegd gezag is voor de huisvesting van scholen. Dit laat onverlet dat afhankelijk van de vraag hoe tussen de gemeenten en de schoolbesturen de verantwoordelijkheid precies is geregeld schoolbesturen hierin ook een expliciete rol hebben. Gelet op de grote autonomie van schoolbesturen, ligt een grote variëteit in de invulling van de afspraken voor de hand. Daarnaast zijn er voor de gemeenten aanknopingspunten te vinden in (de samenhang van) hun beleidsterreinen onderwijs, jeugdgezondheidszorg, jeugdzorg en het gebruik van de openbare ruimte. 28 Rookvrije schoolpleinen, achtergrond notitie

Wordt er gekozen voor een juridische regeling voor de invoering van de rookvrije schoolpleinen, dan zal er per gemeente apart moeten worden bekeken wat er precies is afgesproken. Dit is vanuit praktisch oogpunt een onwense lijke oplossing, dit nog los van het handhavingvraagstuk hierbij. Bovendien is de praktijk dat verreweg de meeste schoolpleinen in Nederland in eigendom van het schoolbestuur van de school zijn. Die gaan dan ook over het rookbeleid. Dit geldt ook voor de meeste openbare scholen in het voortgezet onderwijs omdat de meeste openbare scholen zijn verzelfstandigd. De gemeente kan op dit punt dus geen eisen stellen, zeker nu het schoolbestuur en de medezeggenschapsraad hierin ook expliciet een eigen verantwoordelijkheid hebben. Om deze reden, en omwille van het draagvlak bij betrokkenen, geniet het de voorkeur om op vrijwillige basis de rookvrije schoolpleinen te realiseren. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een convenant waarin afspraken op vrijwillige basis tussen de betrokken partijen worden vastgelegd. Meer informatie of advies Voor meer informatie, of advies en ondersteuning bij het invoeren van een geheel rookvrij schoolplein, kunt u contact opnemen met STIVORO via 0900-9390 ( 0,10 p/m) of via info@stivoro.nl. De realisatie 29

Literatuurlijst Knol K, Hilvering C, Wagener DJTH, Willemsen MC (red). Tabaksgebruik: gevolgen en bestrijding. Utrecht: Lemma, 2005. Ministerie OCW. Naar een rookvrije school. Beleidsnotitie voor scholen in de PO, VO- en BVE-sector. Den Haag, Ministerie van OCW, 1996. Moore L, Roberts C, Tudor-Smith C. School smoking policies and smoking prevalence. among adolescents: multilevel analysis of cross-sectional data from Wales. British Medical Journal, 2001, Tobacco Control 2001;10:117-123. Paul S. More teenagers say no to smoking, National Survey ASH. New Zealand: Public Health Association, www.pha.org.nz/onlinenews/newsaugust, 2005. Spruijt R, Willemsen M, Crone M, Trends in rookbeleid en voorlichting op scholen tussen 1999 en 2006, TSG 87, 2009 p. 69-73. STIVORO. TNS-NIPO Roken Jeugd 2009. Den Haag: STIVORO, 2009. STIVORO. TNS-NIPO Rookvrije scholen in 1999, 2001, 2003, 2006, 2008. Literatuurlijst 31

Colofon Correspondentieadres STIVORO Postbus 16070 2500 BB Den Haag 0900-9393 ( 0,10 p/m) info@stivoro.nl 32 Rookvrije schoolpleinen, achtergrond notitie

STI-JO172 2009 09