UROLOGIE Nierverwijderingsoperatie (Nefrectomie) BEHANDELING
Nierverwijderingsoperatie Binnenkort wordt u opgenomen in het om uw nier te laten verwijderen. De medische term voor een nierverwijderingsoperatie is nefrectomie. De uroloog heeft u het een en ander verteld over de ingreep. In deze folder kunt u alles nog eens rustig nalezen. Ook leest u hoe uw verblijf in het ziekenhuis globaal zal verlopen. Afhankelijk van uw specifieke situatie, kan de opname bij u anders verlopen dan hier staat beschreven. De nieren Een mens heeft twee nieren. Het zijn boonvormige organen die zich elk aan een kant van het lichaam bevinden, in de flanken, aan de achterzijde in de buikwand (zie afbeelding hiernaast). De nieren worden gedeeltelijk door de onderste paar ribben bedekt. Ze zorgen ervoor dat afvalstoffen en water uit ons lichaam worden afgevoerd in de vorm van urine. De plaats van de nieren 1
Nierafwijkingen Mogelijke complicaties Het kan nodig zijn om een nier te verwijderen als er sprake is van een van de volgende afwijkingen: een niet-functionerende nier die klachten veroorzaakt: een pusnier of schrompelnier. een tumor. Symptomen Een niet-functionerende nier hoeft geen klachten te geven, maar kan pijn of infectie veroorzaken. Niertumoren geven in het beginstadium meestal geen klachten. In een later stadium kunnen klachten optreden als bloed in de urine of pijn in de nierstreek. Meer algemene klachten die voorkomen, zijn moeheid, koorts, gewichtsverlies en lusteloosheid. De behandeling Er zijn drie methoden om de nier te verwijderen: 1. via een snede in de zij/flank 2. via een snede in de buik 3. soms via een kijkoperatie (laparoscopisch). Hiervan is een aparte folder beschikbaar. De uroloog zal met u bespreken welke methode in uw geval het beste is. Na iedere operatie kunnen complicaties optreden, zoals een nabloeding, darmverstoppingen, longontsteking, trombose of een wondinfectie. Deze complicaties komen zelden voor. Ze kunnen vrijwel altijd goed behandeld worden, al zult u daarvoor misschien enkele dagen langer in het ziekenhuis moeten verblijven. Opname in het ziekenhuis In dit hoofdstuk kunt u lezen hoe de opname globaal verloopt. Voor meer informatie verwijzen wij u ook naar de folder Informatie rond uw operatie, die u van de anesthesist (verdovingsarts) heeft gekregen. De dag van de operatie Op de dag van uw opname meldt u zich op de afgesproken tijd en plaats in het ziekenhuis. Daar hebt u een opnamegesprek met een afdelingsverpleegkundige. Hij/zij vertelt u over de operatie en uw verblijf op de afdeling. Als de arts extra bloedonderzoek heeft aangevraagd, nemen we ook nog wat bloed af. Kort voor de operatie krijgt u een operatiepak aan. Daarnaast krijgt een paracetamolzetpil. Draagt u een kunstgebit, gehoorapparaat, bril of contactlenzen? Doe deze dan uit of af voordat u naar de operatiekamer gaat. U mag tijdens de operatie ook geen sieraden, make-up of piercings dragen. Zodra u aan de beurt bent, brengt een medewerker u in uw bed naar de operatieafdeling. Daar plaatst de anesthesist een infuus waardoor u de narcose en eventuele medi- 2
catie krijgt toegediend. Na de operatie U wordt na de operatie wakker op de uitslaapkamer van de operatieafdeling. Wanneer u voldoende wakker bent en uw toestand stabiel is, halen afdelingsverpleegkundigen u op en brengen ze u weer terug naar uw kamer. Uw contactpersoon wordt dan opgebeld en deze hoort hoe het op dat moment met u gaat. De verpleegkundige komt regelmatig bij u kijken. Mocht u pijn hebben of misselijk zijn, vraag daar dan gerust iets tegen. In de avond krijgt u een injectie om trombose (stolling van het bloed) te voorkomen. De dag na de operatie komt u met de hulp van de verpleegkundige alweer uit bed. Slangetjes, eten en drinken Na de operatie krijgt u een aantal slangetjes in uw lichaam. Ook mag u nog niet meteen alles eten. U krijgt een blaaskatheter. Dit is een hol, flexibel slangetje waardoor de urine uit de blaas loopt. De katheter wordt na een paar dagen verwijderd. U krijgt een infuus: een slangetje in uw ader waardoor voedingsstoffen en medicijnen kunnen worden toegediend. Dit wordt na een paar dagen verwijderd als u zelf voldoende eet en drinkt. Mocht dat nodig zijn, dan krijgt u zuurstof toegediend via een zuurstofslangetje in uw neus (dit komt af en toe voor na een operatie via de buik). Naar huis (met ontslag) Normaal kunt u ongeveer 3-5 dagen na de operatie weer naar huis toe. Er kunnen echter uitzonderingen zijn. Voor uw ontslag zullen de verpleegkundige en de uroloog u vertellen wat u de komende tijd kunt verwachten en wat u wel en niet mag doen. Als u nog vragen heeft, kunt u ze op dat moment stellen aan de uroloog. Wellicht is het handig om uw vragen van tevoren op te schrijven. Afhankelijk van de ontslagdatum worden de hechtingen van de wond ofwel door de verpleegkundige verwijderd, ofwel door de huisarts. Weer thuis Vermoeidheid Eenmaal thuis kan het zijn dat u vermoeider bent dan u verwacht had. Probeer het dan ook rustig aan te doen; u zult stapje voor stapje steeds meer aankunnen. Wondgenezing Met alle bewegingen en activiteiten die pijnlijk zijn, moet u de eerste tijd na het ontslag voorzichtig zijn. U mag de eerste 6 weken na uw operatie niet tillen, sporten en fietsen. Wanneer de wond genezen is, mag u alle normale activiteiten weer oppakken. De wond heeft geen speciale verzorging nodig. U kunt gewoon douchen. 3
Meestal kunt u drie weken na ontslag weer werken. Maar met zwaar lichamelijk werk mag u pas na zes weken weer beginnen. Uitslag weefselonderzoek De verwijderde nier wordt altijd naar het laboratorium gestuurd om te onderzoeken of de afwijking goedaardig of kwaadaardig is. Dit onderzoek duurt ruim een week. Vervolgens krijgt u de uitslag van de uroloog. Nog vragen? Hebt u nog vragen? Neemt u dan gerust contact op met de poli Urologie. Wij zijn bereikbaar tijdens kantooruren van maandag tot en met vrijdag. s Avonds of in het weekend kunt u in dringende gevallen contact opnemen met de Spoedeisende Hulp. U vindt de telefoonnummers in het grijze adreskader achterin in deze folder. Wij wensen u een spoedig herstel toe. 4
T 088-320 30 00 E patienteninformatie@antoniusziekenhuis.nl www.antoniusziekenhuis.nl Spoedeisende Hulp 088-320 33 00 Urologie 088-320 25 00 Locaties en bezoekadressen Ziekenhuizen Utrecht Soestwetering 1, Utrecht (Leidsche Rijn) Nieuwegein Koekoekslaan 1, Nieuwegein Poliklinieken St. Antonius Polikliniek Utrecht Overvecht Neckardreef 6, Utrecht St. Antonius Polikliniek Houten Hofspoor 2, Houten St. Antonius Spatadercentrum Utrecht-De Meern Van Lawick van Pabstlaan 12, De Meern 5
Meer weten? Ga naar www.antoniusziekenhuis.nl Dit is een uitgave van URO 18/11-16