Caesar, Cicero en Petrarca

Vergelijkbare documenten
Gaius Julius Caesar politicus, generaal en schrijver

Eindexamen latijn vwo 2004-I

Julius Caesar de bello Gallico I 2-29

1 Belangrijk in deze periode

LESPAKKET ROMEINSE INVAL IN DE LAGE LANDEN

Examen VWO. Latijn. tijdvak 2 woensdag 17 juni uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Latijn. tevens oud programma Latijn. tijdvak 1 woensdag 17 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Latijn Latijn. tijdvak 2 woensdag 23 juni uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 5 De Romeinen

Eindexamen latijn vwo 2001-II

Examen VWO. Latijn. tevens oud programma Latijn. tijdvak 2 dinsdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

- Buste van Gaius Julius Caesar, - midden 1 e eeuw v.chr. 100 n.c. - Groen Egyptisch steen. - 41cm hoog. - Staatliche Museen (museum), East Berlin.

Peristylium. leesboek

Examen VWO. Latijn. Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 1 juni uur. Vragenboekje

Deze tekst begint niet meteen met de lotgevallen van Romulus en Remus.

Examen VWO. Latijn. tijdvak 1 vrijdag 25 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

1p 1 Leg uit om welke reden Seneca dit zo stellig kan beweren. Baseer je antwoord op het voorafgaande (Hodierno t/m avocavit regel 1-2).

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 2 tijd van grieken en romeinen, paragraaf 3 Imperium Romanum

HET VOORNAAMWOORD. 1. Persoonlijk voornaamwoord. a) Het persoonlijk voornaamwoord van de 1ste en 2de persoon. 1 persoon. 2 persoon

Examen VWO. Latijn. tijdvak 1 vrijdag 22 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

LES 13 EEN NIEUWE FAMILIE

Vier Uomo Universalis uit de Renaissance

Biografie Latijn Cicero, Biografie en werken

Examen VWO. Latijn Latijn. tijdvak 2 woensdag 22 juni uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Latijn. tijdvak 1 vrijdag 17 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

AFDELINGSHOOFD DEPARTEMENT KANSELARIJ & BESTUUR ZOEKT EEN STRAFFE MEDEWERKER

Relatieve aansluiting.

Examen VWO. Latijn. tijdvak 1 donderdag 24 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

waarmee de dichter naar zijn eigen activiteit verwijst.

Examen VWO. Latijn. tijdvak 1 vrijdag 23 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

LES 13 EEN NIEUWE FAMILIE deel I. de zelfstandige naamwoorden van de derde declinatie

Resultaten & conclusies onderzoek:

Samenvatting Geschiedenis Romeinen, Het Romeinse Rijk

Examen VWO. Latijn. tijdvak 2 woensdag 18 juni uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Lesbrief bij Romeo is op Julia en Layla op Majnun

a. Leerlingen kiezen de brieftypen en talige verschijnselen uit lijsten

Vertel eens - aanpak van Aidan Chambers

Situering in tijd en ruimte

DIE VIJF DAGEN IN MEI

Examen VWO. Grieks. tijdvak 1 dinsdag 24 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

BEELDANALYSE IN DE AARDRIJKSKUNDE. Toon Steenssens. Graffiti in Berlijn

Verslag Geschiedenis Tijdvakkendossier tijdvak 2: tijd van Grieken en Romeinen

Extra: Limes hv123. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Inhoud Jan Brams - Wendy Geerts - Eliane Lammens Wim Moreau - Philippe Moury

Gaius Julius Caesar in allis locis

Doelen: - De leerlingen weten dat talent, hard werken en een goede voorbereiding belangrijk zijn als je beroemd wilt worden;

Examen VWO. Latijn. tijdvak 2 woensdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 2

Latijnse taal en cultuur

Samenvatting Geschiedenis De Romeinen

De Romeinen. Wie waren de Romeinen?

1 e Pinksterdag 2017 Feest van de Geest. Lezing: Handelingen 2 : 1 13

Examen VWO. Latijn. tijdvak 2 woensdag 22 juni uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk Romeinen par 1,2,3,4,5,6,7 + begrippen

Analyseschema Tacitus Het leven van Agricola

Examen VWO. Latijn. tijdvak 1 donderdag 19 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen VWO. Latijn Latijn. tijdvak 1 vrijdag 27 mei uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Limburg tussen staf en troon 1000 jaar graafschap Loon. les 1: Wie waren de graven van Loon

Analyseschema Tacitus Jaarboeken. Bron: Tacitus, P.C., Jaarboeken, vert. J.W. Meijer (Baarn 1990)

Eindexamen vwo Latijn 2013-I

Correctievoorschrift VWO 2015

y02 Marcus 15.2 Rinze IJbema - Marcus 15, 2-5. Gemeente van Jezus Christus,

Ik heb dit boek gekozen, omdat ik hem kreeg bij de Grote Lijsters vorig jaar. Toen ik de achterkant had gelezen, wilde ik weten hoe het zou aflopen.

TALEN EN CULTUREN VAN GRIEKENLAND EN ROME

Thema: Gezonden worden gaat en verkondigt 40 dagen 5

Antonia minor: 31 januari 36 v.chr., Rome 1 mei 37 n. Chr., Rome

6.2.1 Dealen met afleiding onderweg

Eindexamen vwo Latijn II

De evangeliën en hun betrouwbaarheid

TERRACOTTALEGER HET. & De erfenis van de eeuwige Keizer van China EXPO > PEDAGOGISCH DOSSIER JAAR LUIK GUILLEMINS TGV STATION

6,3. Boekverslag door M woorden 9 maart keer beoordeeld

De renaissance!! Waarschijnlijk heb je al eens van deze term gehoord bij het bezoeken van museums of tijdens lessen geschiedenis.!

Filippenzen 1. Begin van de brief

Het geheim van Cleopatra

Bijlage VWO. Latijn. tijdvak 2. Tekstboekje

Examen VMBO-GL en TL 2006

4. Controleer na het lezen van de tekst jullie voorspelling. Klopte de voorspelling met de inhoud van de tekst?

Boekverslag Nederlands Spinder door Simon van der Geest

Samenvatting Geschiedenis Hoofdstuk 5

Samenvatting geschiedenistoets hoofdstuk 6: Een tijd van revoluties

Barbaars of beschaafd?

ONLINE BIJBELSTUDIE VOOR JONGEREN

Voor Felix. Handelingen 24. Beschuldiging en verdediging. Beschuldiging en verdediging. Politieke problemen.

? Hier heb ik een vraag bij.?? Dit snap ik niet.! Dit valt me op! N Dit is nieuw voor me.

Samenvatting Latijn Grammatica t/m les 19

Transcriptie:

Caesar, Cicero en Petrarca Drie auteurs geven een beeld van zichzelf klas 4 Latijn 2016-17 Periode 2 Quod si omnino videri volumus, ostendamus nos in libris, in epystolis colloquamur. Als wij met alle geweld willen laten zien wat we waard zijn, moeten we dat laten zien in boeken. In brieven kunnen we maar beter gewoon praten. (Petrarca)

Caesar, Cicero en Petrarca Caesar is een energieke, intelligente en vooral succesvolle bevelhebber. Hij verslaat de Galliërs en voegt een groot stuk land toe aan het Romeinse Rijk: van de Alpen tot aan Brittanië. Hij is een held. Dat blijkt uit zijn boek De Bello Gallico. Cicero: een redenaar en politicus. Hij zit als het ware gevangen zit tussen de geweldadige gebeurtenissen van zijn tijd, waarin Caesar een grote rol speelt. Cicero maakt zich grote zorgen om zijn vrouw Terentia en zijn dochter Tullia. Hij is een liefdevolle en bezorgde echtgenoot en vader. Dat blijkt uit zijn brieven Ad familiares. Petrarca, een humanist die in het jaar 1333 een bezoek had gebracht aan de stad Keulen en daar enthousiast verslag van doet aan zijn beschermheer in Rome. In zijn verslag verwijst hij vaak naar Cicero, maar ook naar Ovidius en Vergilius. Hij houdt van de Oudheid en volgt Cicero graag na, maar heeft ook een heel goed oog voor de leuke dingen van zijn eigen tijd. Hij is een enthousiast en belezen waarnemer. Dat blijkt uit zijn brief I 5 uit de Rerum Familiarium Libri. We krijgen uit deze geschriften een goed beeld van deze drie mensen. Althans, dat denken we. Hoe weten we of ze oprecht zijn? Hebben ze niet een bepaalde bedoeling met de manier waarop ze zichzelf presenteren? Staat die bedoeling niet tussen het beeld dat zij schetsen van zichzelf en hoe ze echt zijn? Is het überhaupt mogelijk om iemand echt te leren kennen uit hun geschriften? Daarnaast gaan we kijken hoe moderne mensen, bijvoorbeeld politici in verkiezingstijd, zichzelf presenteren. Waarin verschilt dit van de manier warop Caesar, Cicero of Petrarca dit doen, waarin komt het overeen? We oefenen ook met manieren waarop je jezelf kunt of wilt presenteren. Spreken we dan van manipuleren, of pas je je gewoon aan aan wat de omstandigheden vragen? We leren over de situatie in de eerste eeuw voor Christus, waarbij Rome in een grote crisis verkeerde: het systeem van de Republiek (Senaat, volksvergadering, volkstribunen en twee consuls) staat op instorten, Pompeius, Caesar en in mindere mate Cicero doen hun zetten in een levensgevaarlijk machtsspel We leren over de briefcultuur in de Oudheid. Hoe kan het dat mensen zo veel schreven? Hoe werkte het systeem van kopiïsten, waarom gingen zoveel werken uit de Oudheid verloren, wat was de rol van Petrarca bij het terugvinden van talloze van die manuscripten? Wat deed hij er mee? Wat is een palimpsest? Wat zijn de notae Tironianae? 1

Schema Periode II 2016-17 weeknr. en eerste dag vd lesweek week 47 di 21 nov week 48 ma 27 nov week 49 ma 4 dec week 50 ma 11 dec week 51 ma 18 dec. vakantie week 02 ma 9 jan week 03 ma 16 jan week 04 ma 23 jan. week 05 ma 30 jan. week 06 ma 6 feb week 07 ma 13 feb week 08 ma 20 feb vakantie week 10 ma 6 mrt week 11 ma 13 mrt bijzonderheden teruggave toetsen do/vr verkort rooster hele week verkort rooster toneel; do/vr geen les do 23 en vr 24 feb. lesvrij woe 8 mrt lesvrij; do 9 mrt TW TW lesstof opstarten nieuwe periode Caesar Caesar Caesar Caesar Cicero Cicero SO Grammatica (zelfst./bijv. naamwoorden) Cicero Essay over Caesar en Cicero+cultuur, feedback, verbetering Essay Petrarca Petrarca Petrarca Buffer Vertaling Petrarca met vragen over de cultuur Caesar, Cicero, Petrarca Periodecijfer: SO grammatica: Procescijfer (testjes, essay, feedback): Samen SO-cijfer Toets: 1x 1x 1x 2x 2

tekst De'Bello'Gallico'I.1 1 persoonsvorm verbindingswoord(en) 3 2 $overigewerkwoordsvormen onderwerp 4 NV$+$FUNCTIE$ overigenaamvallen De$indeling$van$Gallia$ (1) Gallia est omnis divisa in partes tres, quarum unam incolunt Belgae, aliam Aquitani, tertiam qui ipsorum lingua Celtae, nostra Galli appellantur. Hi omnes lingua, institutis, legibus inter se differunt. Gallos ab Aquitanis Garumna flumen, a Belgis Matrona et Sequana dividit. 1 Gallia Gallië 2 Gallus Galliër Belgam' Belg onderling Aquitanus Aquitaniër 3 Garumna nu'de'garonne' 2 qui =ii,qui Matrona nu'de'marne,'zijrivier'van'de'seine' Celtam' Kelt Sequana nu'de'seine' interse ' ' ' ' ' ' ' ' Gallia'est'omnis'divisa'in'partes'tres HéélGallië?Nee,éénkleinenederzettingbleefmoedigweerstandbieden. 13

(2) Horum omnium fortissimi sunt Belgae, propterea quod a cultu atque humanitate provinciae longissime absunt, minimeque ad eos mercatores saepe commeant atque ea, quae ad effeminandos animos pertinent, important, proximique sunt Germanis, qui trans Rhenum incolunt, quibuscum continenter bellum gerunt. (Qua de causa Helvetii quoque reliquos Gallos virtute praecedunt, quod fere cotidianis proeliis cum Germanis contendunt, cum aut suis finibus eos prohibent aut ipsi in eorum finibus bellum gerunt.) 1 proptereaquod vanwegehetfeitdat 3 Rhenus nu'de'rijn' a'+'abl. bij'absunt'betrekken:van 4 quibuscum =cumquibus humanitas,xtatisv menswaardigheid,beschaving continenter voortdurend,ononderbroken 2 minime hoort'bij'saepe bellumgerere oorlogvoeren commeare heenxenxweergaan,langskomen quadecausa omdiereden,daarom 3 effeminare vrouwelijk/verwijfdmaken Helvetius Helvetiër importare importeren,invoeren 5 praecedere+'abl. overtreffenin proximus+'dat. hetdichtstbij cotidianus dagelijks Germanus Germaan fines,xiumm gebied,land trans+'acc.' aandeoverkantvan 6 prohibere+'abl. afhouden/afwerenvan ' Horum'omnium'fortissimi'sunt'Belgae 14

(3) Eorum una pars, quam Gallos obtinere dictum est, initium capit a flumine Rhodano, continetur Garumna flumine, Oceano, finibus Belgarum, attingit etiam ab Sequanis et Helvetiis flumen Rhenum, vergit ad septentriones. Belgae ab extremis Galliae finibus oriuntur, pertinent ad inferiorem partem fluminis Rheni, spectant in septentrionem et orientem solem. Aquitania a Garumna flumine ad Pyrenaeos montes et eam partem Oceani quae est ad Hispaniam, pertinet; spectat inter occasum solis et septentriones. 1 quamt/mdictum'est vertaal:waarvangezegdwordtdatgallos' septentriones,xiumm Zevengesternte=hetNoorden eam'obtinere extremifines (uit)eindevanhetgebied initiumcapere oorsprongnemen,beginnen oriri opkomen,beginnen(deponens) Rhodanus nu'de'rhône' 4 inferior lagergelegen,beneden 2 continere begrenzen,omringen spectare hier:gekeerdzijnnaar,liggen fines,xiumm gebied,land oriens,xntis,sol,xis opkomendezon=hetoosten attingere aanraken,grenzenaan Aquitania Aquitanië ab+'abl. hier:aandekantvan 5 Pyrenaeus Pyreneïsch Sequani,Xorum' een'volksstam' Hispania Spanje 3 vergere gerichtzijn/zichuitstrekkennaar 6 occasus,xus,solis ondergangvandezon=hetwesten $ Belgae'ab'extremis'Galliae'finibus'oriuntur 15

opdrachtde'bello'gallico'i.1' ' A. Noteerhieronderinwelkedriedelen/volkerenGalliaisopgedeeld.Verzamelvervolgensuit(1)t/m(3) gegevensoverhoedezedelen/volkerenbegrensdworden. $ Naam$Gallisch$deel$/$volk$ Grenzen$ 1. 2. 3. B. TekennuindekaarthieronderdegrenzenvandedrieGallischedelen/volkeren: $ Seine Marne Rijn Garonne Rhône $ $ 16

Caesar, de spindoctor van Caesar Uit programma s als De Wereld Draait Door zijn spindoctors niet meer weg te denken. Bijna wekelijks schuiven Jack de Vries en Felix Rottenberg aan om hun draai te geven aan de werkelijkheid. Opvallend is dat zij ook expliciet als spindoctor geïntroduceerd worden en dat hun technieken openlijk besproken worden. Soms beschuldigen zij elkaar zelfs midden in een discussie van trucs. Blijkbaar is er interesse bij het Nederlandse publiek in de listen en lagen van beroepsmanipulatoren. Een bekende Nederlandse spindoctor, Kay van de Linde, schrijft in het voorwoord van een boek over Nederlandse spindoctors: Alle mythevorming ten spijt, het is gewoon een vak. Een spindoctor is een public relations professional die doelbewust bepaalde aspecten van zijn cliënt naar voren probeert te brengen in de media.... Spindoctors vertellen per definitie één kant van het verhaal; het verhaal dat het beste aansluit bij de doelstelling van hun cliënt. Net zoals een reclameman één kant van een product belicht en een advocaat één kant van zijn cliënt belicht. En daar is helemaal niets mis mee. OPDRACHT 1 Kay van de Linde kan ook in het fragment hierboven het spinnen niet laten. a. Welk vooroordeel over spindoctors probeert hij te weerleggen (vink aan)? o Spindoctors zijn leugenaars o Spindoctors zijn geen professionals b. Hij probeert dit vooroordeel weg te nemen door een vergelijking met andere beroepen. Vat in eigen woorden samen wat deze beroepen volgens Van der Linde gemeen hebben.... c. Kay van de Linde suggereert dat het vooroordeel (antwoord op vraag a) en de taak van reclamemensen, advocaten en spindoctors (antwoord op vraag b) elkaar uitsluiten. Maar is dat ook zo (vink aan)? o Ja, de antwoorden op vraag a en b kunnen niet allebei waar zijn o Nee, de antwoorden op vraag a en b kunnen allebei tegelijk waar zijn Ook in de Oudheid zette men spindoctors aan het werk om op een zo gunstig mogelijke manier in de publiciteit te komen. De schrijver Gaius Julius Caesar zorgde er bijvoorbeeld voor dat de hoofdpersoon van zijn werk De Bello Gallico in dat verhaal overkwam als een zeer bekwaam generaal. De naam van die zeer bekwame generaal? Gaius Julius Caesar. 2

In deze lessenserie zullen jullie zien hoe de verteller van De Bello Gallico als een ware spindoctor te werk gaat. Ten opzichte van hedendaagse spindoctors heeft deze spindoctor een groot voordeel. Kay van de Linde schrijft namelijk ook nog: Uiteindelijk ontstaat dé waarheid uit de concurrentie van ideeën. En daar kan zelfs een spindoctor niet omheen. d. Leg uit dat wat dit punt betreft de spindoctor van Caesar het, in elk geval wat betreft zijn lezers in de 21ste eeuw, best gemakkelijk heeft....... Omdat die spindoctor van Caesar het dus eigenlijk best gemakkelijk heeft, moeten we zijn verhalen zeer kritisch lezen. De waarheid kunnen we misschien niet precies achterhalen, maar we kunnen soms wel zien waar hij zijn best doet om zijn waarheid zo gunstig mogelijk presenteren. In deze lessenserie doen we dat in een verhaal over Caesars belevenissen bij Gergovia en in een verhaal over interne problemen bij een Gallische stam, de Haedui. We bekijken welk beeld er van Caesar wordt geschetst door de slimme combinatie van controleerbare en oncontroleerbare feiten in deze verhalen te analyseren. Ook zullen we zien dat er handig gebruik wordt gemaakt van een bepaald frame (zie opdracht 3) om een nederlaag van Caesar wat positiever over het voetlicht te brengen. 3

Gergovia In 52 v.chr. vond bij Gergovia, in de buurt van het huidige Clermont Ferrand in Frankrijk, een gevecht plaats tussen de inwoners van Gergovia en Caesar en zijn troepen. Een animatie van het verloop van dit gevecht is te vinden op http://www.gergovie.fr/htmfr/gergovie.html. Het gevecht werd verloren door Caesar en iedereen in Rome wist dat op het moment dat De Bello Gallico verscheen. Ook andere feiten zullen, via overlevenden van het gevecht, in Rome bekend zijn geworden. Om deze episode een positieve spin te geven, moest de verteller van De Bello Gallico de voor de Romeinen controleerbare feiten op zo n manier presenteren dat de imagoschade voor het Romeinse leger, en dan voornamelijk imagoschade voor Caesar, beperkt bleef. Hij doet dat door deze controleerbare feiten te combineren met niet controleerbare feiten (opdracht 2) en door gebruik van een bekende spindoctortechniek, framing (opdracht 4). OPDRACHT 2 De passages op de volgende bladzijden zijn vertalingen (schuingedrukt) en samenvattingen van delen van Caesars verhaal over het gevecht bij Gergovia. a. Geef bij elke passage in de tabel aan of de passage voor tijdgenoten van Caesar, bijvoorbeeld door ooggetuigen te ondervragen, volledig controleerbaar (+), slechts in grote lijnen controleerbaar (±) of oncontroleerbaar ( ) was. b. Bekijk de oncontroleerbare passages nog eens. Geef aan waarom deze passages oncontroleerbaar zijn.... c. Geef door middel van de cijfers 1 t/m 5 aan welk personage het positiefst (1) en welke het negatiefst (5) gepresenteerd wordt in deze episode. Bediscussieer je ranking met een klasgenoot. Caesar Caesars onderbevelhebbers De Romeinse soldaten Lucius Fabius Marcus Petronius d. Omschrijf hoe de verteller de volgorde van deze ranking bepaalt door middel van zijn presentatie (of misschien wel manipulatie) van het verhaal. Betrek daarbij de controleerbaarheid van de passages.......... 4

Het verhaal over Gergovia De vertaalde passages zijn overgenomen uit: Vincent Hunink Gaius Julius Caesar, Oorlog in Gallië & Aulus Hirtius, Aanvulling op Caesars 'Oorlog in Gallië'. 1997, Athenaeum Polak & Van Gennep, Amsterdam Controleerbaar 1 Caesar komt aan bij Gergovia + ± 2 Caesar nam de ligging van de stad in zich op: ze lag op een heel hoge berg + ± en was aan alle zijden moeilijk toegankelijk. 3 Bestorming ervan leek hem een hopeloze zaak. + ± 4 Caesar bouwt een kamp aan de voet van de heuvels + ± 5 Caesar neemt een heuvel in en bouwt daar een klein, extra kamp + ± 6 Omdat het elders onrustig is, verlaat Caesar het kamp met vier legioenen + ± 7 Het Romeinse kamp wordt tijdens Caesars afwezigheid aangevallen + ± 8 Caesar komt terug + ± 9 In feite verwachtte Caesar een grote opstand in Gallië. Om te voorkomen dat hij door alle stammen omsingeld zou worden maakte hij plannen op welke manier hij van Gergovia weg kon gaan en zijn leger weer helemaal samen kon trekken. Hij wilde niet dat zijn vertrek, ingegeven door de angst dat de Galliërs afvallig werden, de schijn zou hebben van een vlucht. Terwijl hij hierover aan het denken was, leek zich een gelegenheid voor te doen om een succes te behalen. + ± 10 De Galliërs verlaten een gunstig gelegen heuveltop + ± 11 Aan de onderbevelhebbers die Caesar aan het hoofd van de afzonderlijke legioenen had gesteld, maakte hij duidelijk wat hij wilde dat er gebeurde. Vooral drukte hij ze op het hart de soldaten bij elkaar te houden en te voorkomen dat ze uit vechtlust of hoop op buit te ver naar voren zouden gaan. Ook hield hij hun voor wat hun lagere positie voor nadeel met zich meebracht: dit kon uitsluitend vermeden worden door snel optreden. Het was een kwestie van kansen grijpen, niet van slag leveren. Zodra hij dit alles uiteengezet had, gaf hij het teken. Over de rechterkant stuurde hij tegelijkertijd de Haedui via een andere weg omhoog. + ± 12 Caesar valt aan, de Galliërs reageren + ± 13 Caesar valt ook de eerste/ buitenste muur van Gergovia aan + ± 14 Nu Caesar bereikt had wat hij zich had voorgenomen, + ± 15 liet hij het signaal blazen voor de terugtocht. + ± 16 Het signaal wordt niet overal gehoord en niet alle soldaten trekken zich terug. 17 De soldaten waren in een opgewonden stemming door hun hoop op een snelle overwinning, door de vlucht van de vijanden en de gunstig verlopen slagen van daarvoor. Ze dachten dat er niets zo lastig was of zij konden het met hun militaire kwaliteiten wel aan. Ze wilden dan ook geen eind maken aan de achtervolging voordat ze de muur en poorten van de stad waren genaderd. + ± + ± 5

Controleerbaar 18 Lucius Fabius, centurio van het achtste legioen, had die dag verklaard, zo was bekend, dat hij de beloningen van Bourges als een uitdaging zag en het niet zover zou laten komen dat iemand anders vóór hem op de muur zou + ± klimmen. 19 De Romeinse soldaten die zich niet teruggetrokken hadden, komen in t nauw + ± 20 Tegelijkertijd werden centurio Lucius Fabius en de mensen die samen met hem de muur op waren geklommen, omsingeld, gedood en van de muur + ± gegooid. 21 Marcus Petronius... zag al geen hoop meer voor zichzelf en had al veel wonden opgelopen, toen hij als volgt sprak tegen zijn soldaten...: Ik kan mezelf niet tegelijk met jullie redden. Maar nu wil ik in ieder geval denken + ± om júllie leven, want door míjn eerzucht heb ik jullie in gevaar gebracht. Redde wie zich redden kan Ik zal jullie de gelegenheid ervoor geven. 22 Andere Romeinen komen de Romeinen in het nauw te hulp, er wordt een slag geleverd op open veld + ± 23 De Romeinen lijden hevige verliezen en trekken zich uiteindelijk volledig terug. + ± 24 Daags daarna riep Caesar de troepen bijeen. Hij bekritiseerde de soldaten om hun onbezonnen gedrag en hun al te gretige houding: dat ze zelf hadden uitgemaakt waar ze heen gingen en wat er moest gebeuren, zonder halt te houden na het teken voor de terugtocht en zonder zich te laten stoppen door de krijgstribunen en onderbevelhebbers. Hij legde uit waar vechten op een ongelijke positie toe kon leiden, en wat hijzelf bij Bourges gedacht had toen hij vijanden zonder generaal of ruiterij had aangetroffen: op dat moment was de overwinning zo goed als behaald, maar hij had die toch laten schieten. Hij wilde namelijk bij die krachtmeting zelfs geen gering verlies lijden als gevolg van zijn ongelijke positie. Groot was zijn bewondering voor hun heldenmoed: geen versterkte + ± kampen, geen hoge berg, geen muur had hen kunnen tegenhouden. Maar even groot was zijn kritiek op hun gebrek aan discipline en hun aanmatigende houding. Dachten ze nu echt dat zij beter wisten dan hun generaal hoe je de overwinning behaalt en hoe acties aflopen? Van een soldaat eiste hij evengoed bescheidenheid en tucht als vechtlust en heldenmoed Na deze woorden sprak hij aan het eind van zijn toespraak de soldaten nog moed in: dit hoefde voor hen nog geen reden te zijn om zich grote zorgen te maken en ze moesten het effect van ongelijke posities niet toeschrijven aan militaire kwaliteit van de vijand. 25 Caesar vond weggaan bij de stad nog steeds het beste. + ± 6

Framing We hebben nu gezien dat de verteller in zijn verhaal over Gergovia controleerbare feiten mixt met oncontroleerbare feiten. Zo presenteert hij de militaire actie consequent op een bepaalde manier. Je zou kunnen zeggen dat hij een bepaald frame, een kader, schetst waarbinnen de gebeurtenissen nog redelijk gunstig voor hem lijken. Voordat we gaan kijken welk frame de verteller gebruikt, eerst iets meer over de spindoctortechniek framing. Een spindoctor kan ervoor kiezen een gebeurtenis in een goedgekozen algemeen kader (frame) te presenteren en die gebeurtenis zo een bepaalde betekenis geven. Hierdoor kan de spindoctor de gewenste interpretaties oproepen en ongewenste interpretaties juist voorkomen of wegnemen. OPDRACHT 3 a. Het jongetje Casper in de strip hieronder gebruikt een frame om zijn val te maskeren. Omschrijf het frame dat Casper gebruikt.... b. Tweede Kamerlid Ronald van Raak (SP) gebruikte na de verkiezingen van 2012 ook een frame om de verkiezingsuitslag van de SP in te kaderen. De SP stond voor de verkiezingen hoog in de peilingen, maar leek op het moment dat Van Raak zijn uitspraak deed met vijftien zetels toch maar de derde partij van Nederland te worden. Van Raak gebruikt het frame van een sportwedstrijd in zijn uitspraak we hebben brons gehaald. Leg uit wat hij met dit frame probeert over te brengen...................... 7

Gergovia: zomaar een actie In opdracht 2 analyseerde je de episode uit het werk De Bello Gallico over Gergovia. In deze episode gebruikt de verteller een frame dat je zou kunnen omschrijven als zomaar een militaire actie bij Gergovia, terwijl ook het frame de slag om Gergovia gebruikt had kunnen worden. OPDRACHT 4 a. Wat is het verschil tussen het frame zomaar een militaire actie bij Gergovia en het frame de slag om Gergovia?...... b. Noem de delen van het verhaal waarin het frame zomaar een militaire actie bij Gergovia het duidelijkst geschetst wordt (gebruik daarbij de cijfers in de tabel bij opdracht 2).......... c. Hoe scoorden de delen die je onder (b.) genoemd hebt op de factor controleerbaarheid in opdracht 2?...... d. Weet je na je analyses wat Caesars bedoeling was bij Gergovia? Wilde hij inderdaad zomaar een militaire actie bij Gergovia uitvoeren of was het toch eigenlijk de slag om Gergovia?...... De episode over Gergovia wordt zorgvuldig gepresenteerd. Vooral de hoofdpersoon, Caesar, komt er in deze presentatie goed vanaf. Niet alleen lijkt hem geen blaam te treffen voor de nederlaag, hij zag alle mogelijke problemen al van tevoren aankomen. 8

Problemen bij de Haedui Net als in de episode over Gergovia, wordt Caesar ook in de tweede episode van deze lessenserie, over problemen bij de Haedui, behoorlijk gunstig geportretteerd. In opdracht 6 en tijdens de discussie in de klas zal aan de orde komen hoe de verteller dat voor elkaar gekregen heeft. Eerst gaan jullie je echter richten op de Latijnse tekst van deze episode. Je vertaalt hierbij de tekst niet, maar bestudeert hem aan de hand van de vragen in opdracht 5. OPDRACHT 5 Neem de Latijnse tekst van de gehele episode erbij (apart blad). De cijfers in de tabel met de Latijnse tekst corresponderen met de cijfers van de samenvattingen hieronder. 1. Caesar bevindt zich in het stadje Bourges (Avaricum). De winter is bijna afgelopen en het is de tijd van het jaar waarin oorlog gevoerd moet worden. Daarom besluit hij naar de vijand te vertrekken (constituisset). Wat hij hiermee wil bereiken staat in het vetgedrukte tekstelement in de Latijnse passage. a. Markeer in de Latijnse tekst de woorden die de gedachten van Caesar weergeven. b. Vertaal het vetgedrukte tekstelement. sive eum ex paludibus silvisque elicere sive obsidione premere posset obsidione premere in het nauw brengen...... 2. Dan komen er echter gezanten van de Haedui om hem om hulp te vragen (veniunt oratum): Caesar moet tussenbeide komen bij een ruzie over het leiderschap in deze stam. De Haedui vertellen Caesar dat hun staat in gevaar is omdat er twee mannen zijn die het leiderschap over de stam claimen, terwijl ze volgens hun wetten maar één leider mogen hebben. De omschrijving van het probleem krijgt extra nadruk door de twee vetgedrukte tekstelementen. c. Markeer in de Latijnse tekst van passage 2 de woorden die de speech van de Haedui weergeven. d. Vertaal de vetgedrukte tekstelementen. maxime necessario tempore... summo in periculo... 3. De Haedui lichten Caesar verder in over de twee jongemannen en vertellen dat hun hele staat bewapend rondloopt, alle bevolkingsgroepen zijn verdeeld. Als het nog langer zo doorgaat, komt er burgeroorlog. Passage 3 bestaat volledig uit speech van de Haedui (te zien aan de a.c.i. constructies). e. Zoek in de Latijnse tekst de namen van de twee jongemannen en noteer ze hieronder.... 9

4. De laatste zin van de Haedui bevat een smeekbede aan Caesar. f. Vertaal hun laatste zin: Id ne accidat, positum in eius diligentia atque auctoritate. positum Vul aan: esse...... g. Waarnaar verwijst id (antwoord mag ook in het Nederlands).... h. Kan Caesar het na deze speech maken om de Haedui niet te gaan helpen? Ja / Nee, want... i. Een verteller bepaalt de vorm en inhoud van speeches in zijn verhaal. De echte speech van de Haedui kunnen we dan ook niet achterhalen. We kunnen ons wel afvragen of de verteller, als Caesar uiteindelijk niet was gaan helpen, de speech op deze manier had gepresenteerd. Had de verteller in dat geval de tekstelementen van bovenstaande vragen ook opgenomen? Ja / Nee, want... 5. Caesar denkt lang na over zijn besluit om de Haedui te gaan helpen. j. Markeer in de Latijnse tekst van passage 5 de woorden die de gedachten van Caesar weergeven. Het lijkt Caesar enerzijds een heel slecht idee weg te gaan van de vijand, maar hij weet anderzijds ook dat er enorme onrust kan ontstaan uit een ruzie. Hij moet dus kiezen welke dringende kwestie hij gaat aanpakken. k. Citeer de twee Latijnse tekstelementen (nog steeds in passage (5)) die in de tekst signaleren dat er twee dringende kwesties zijn waar Caesar uit moet kiezen.... Caesar vindt dat hij moet voorkomen dat een tanta et tam coniuncta populo Romano civitas elkaar onderling met wapens te lijf gaat en misschien wel (deels) overloopt naar zijn grote vijand Vercingetorix. Hij besluit te gaan. l. Vertaal het Latijnse tekstelement tanta et tam coniuncta populo Romano civitas.... m. Wie wordt bedoeld met bovenstaand tekstelement? Geef in één woord antwoord.... n. In plaats van het tekstelement had dus ook één woord kunnen staan. Waarom gebruikt de verteller liever de omschrijving tanta et tam coniuncta populo Romano civitas?... 10

6. Bij de Haedui aangekomen wordt Caesar ingelicht over de procedure die Cotus gevolgd heeft bij zijn aanstelling tot leider. Er zijn drie dingen misgegaan: i. Cotus is op een andere plaats en tijd dan zou moeten benoemd ii. Zijn broer heeft hem als opvolger aangewezen iii. Volgens de wetten van de Haedui mag er maar één lid van een familie een hoog ambt bekleden o. Neem uit passage 6 de Latijnse tekstelementen over die fout i en ii beschrijven, fout iii is al voorgedaan. i.... ii.... iii. cum leges duo ex una familia vivo utroque non solum magistratus creari vetarent, sed etiam in senatu esse prohiberent 7. Caesar dwingt Cotus zijn functie op te geven en beveelt dat Convictolitavis de macht moet krijgen. Caesar geeft daarvoor drie redenen. p. Vertaal deze drie redenen en geef aan bij welke fout van Cotus ze aansluiten (i, ii of iii): Convictolitavem, qui per sacerdotes more civitatis intermissis magistratibus esset creatus, potestatem obtinere iussit. Reden Vertaling Fout i, ii of iii per sacerdotes more civitatis intermissis magistratibus q. Convictolitavis zal Caesar kort hierna verraden en overlopen naar Caesars grote vijand Vercingetorix. Het zou Caesar dus verweten kunnen worden dat hij met Convictolitavis dus eigenlijk een verkeerde keuze heeft gemaakt. Nu je dat weet zou je kunnen zeggen dat de verteller dit verwijt hier probeert te voorkomen. Leg uit....... 11

8. Caesar spoort de Haedui aan hun problemen te vergeten. Ook geeft hij hen opdracht extra hulptroepen te sturen. r. Caesar spreekt in passage 7 en 8 drie keer. Markeer deze delen in de Latijnse tekst van passage 7 en 8. s. Vergelijk de lengte van deze delen. Aan welk deel wordt de meeste aandacht besteed (vink aan)? o Het eerste deel waarin Caesar Cotus dwingt (coegit) afstand te doen van het leiderschap o Het tweede deel waarin Caesar beveelt (iussit) dat Convictolitavis de macht moet krijgen o Het derde deel waarin Caesar de Haedui aanspoort (cohortatus) hun problemen te vergeten en hen opdracht geeft extra hulptroepen te sturen. 9. Caesar is nu klaar bij de Haedui. Hij verdeelt zijn leger in twee delen, het ene deel gaat met Labienus mee en het andere voert hij aan en neemt hij mee naar Gergovie (Gergovia), gelegen aan de rivier de Allier (Elaver). In de laatste zin schakelt de verteller over naar Caesars vijand Vercingetorix. t. Vertaal de laatste zin: Qua re cognita, Vercingetorix, omnibus interruptis eius fluminis pontibus, ab altera fluminis parte iter facere coepit. eius fluminis over die rivier (bedoeld is de in de vorige zin genoemde rivier Allier) ab altera fluminis parte vanaf de andere oever...... u. Kijk nu terug naar je antwoord op vraag 1.a. over de aanvankelijke doelen van Caesar. Heeft hij deze doelen nu bereikt? Ja / Deels/ Nee OPDRACHT 6, Conclusies a. Hoe komt Caesar in deze episode over? Vink de meningen die je van toepassing vindt aan: o Caesar handelt weloverwogen o Caesar is efficiënt want hij handelt verschillende zaken in één keer af o Caesar is impulsief o Caesar neemt nutteloze omwegen o Caesar bereikt altijd zijn doel o Caesar neemt verkeerde beslissingen o Caesar neemt wetten van andere volkeren serieus o Caesar rommelt maar wat aan 12

b. Lees je antwoorden op alle vragen in opdracht 5 nog eens door. Noteer aan de hand van die antwoorden hoe de verteller elk van bovenstaande meningen heeft proberen te creëren of juist heeft willen bestrijden. Caesar handelt weloverwogen Caesar is efficiënt want hij handelt verschillende zaken in één keer af Caesar is impulsief Caesar neemt nutteloze omwegen Caesar bereikt altijd zijn doel Caesar neemt verkeerde beslissingen Caesar neemt wetten van andere volkeren serieus Caesar rommelt maar wat aan c. Bespreek in de klas welk controleerbaar feit de verteller in deze episode wil uitleggen en, dus, waarom de verteller deze episode opgenomen zal hebben in zijn verhaal. 13

Latijnse tekst Problemen bij de Haedui 1 Caesar Avarici complures dies commoratus summamque ibi copiam frumenti et reliqui commeatus nactus exercitum ex labore atque inopia refecit. Iam prope hieme confecta cum ipso anni tempore ad gerendum bellum vocaretur et ad hostem proficisci constituisset, sive eum ex paludibus silvisque elicere sive obsidione premere posset, 2 legati ad eum principes Aeduorum veniunt oratum ut maxime necessario tempore civitati subveniat: summo esse in periculo rem, quod, cum singuli magistratus antiquitus creari atque regiam potestatem annum obtinere consuessent, duo magistratum gerant et se uterque eorum legibus creatum esse dicat. 3 Horum esse alterum Convictolitavem, florentem et illustrem adulescentem, alterum Cotum, antiquissima familia natum atque ipsum hominem summae potentiae et magnae cognationis, cuius frater Valetiacus proximo anno eundem magistratum gesserit. Civitatem esse omnem in armis; divisum senatum, divisum populum, suas cuiusque eorum clientelas. Quod si diutius alatur controversia, fore uti pars cum parte civitatis confligat. 4 Id ne accidat, positum in eius diligentia atque auctoritate. 5 Caesar, etsi a bello atque hoste discedere detrimentosum esse existimabat, tamen non ignorans quanta ex dissensionibus incommoda oriri consuessent, ne tanta et tam coniuncta populo Romano civitas, quam ipse semper aluisset omnibusque rebus ornasset, ad vim atque arma descenderet, atque ea pars quae minus sibi confideret auxilia a Vercingetorige arcesseret, huic rei praevertendum existimavit et, quod legibus Aeduorum eis, qui summum magistra tum obtinerent, excedere ex finibus non liceret, ne quid de iure aut de legibus eorum deminuisse videretur, ipse in Aeduos proficisci statuit senatumque omnem et quos inter controversia esset ad se Decetiam evocavit. 6 Cum prope omnis civitas eo convenisset, docereturque paucis clam convocatis alio loco, alio tempore atque oportuerit fratrem a fratre renuntiatum, cum leges duo ex una familia vivo utroque non solum magistratus creari vetarent, sed etiam in senatu esse prohiberent, 7 Cotum imperium deponere coegit, Convictolitavem, qui per sacerdotes more civitatis intermissis magistratibus esset creatus, potestatem obtinere iussit. 8 Hoc decreto interposito cohortatus Aeduos, ut controversiarum ac dissensionis obliviscerentur atque omnibus omissis his rebus huic bello servirent eaque quae meruissent praemia ab se devicta Gallia exspectarent equitatumque omnem et peditum milia decem sibi celeriter mitterent, quae in praesidiis rei frumentariae causa disponeret, 9 exercitum in duas partes divisit: quattuor legiones in Senones Parisiosque Labieno ducendas dedit, sex ipse in Arvernos ad oppidum Gergoviam secundum flumen Elaver duxit; equitatus partem illi attribuit, partem sibi reliquit. Qua re cognita Vercingetorix omnibus interruptis eius fluminis pontibus ab altera fluminis parte iter facere coepit. 14

Tot slot: twitter & spin Als Caesar nu zou leven, zou hij zeker twitter gebruikt hebben om zijn daden goed over het voetlicht te brengen: Toch mooi tweede geworden vandaag #Gergovia Dit kan natuurlijk beter Stel hieronder een tweet op, of houd een wedstrijd met je klas op Twitter (hashtags #Caesar, #Gergovia, #Haedui). 15

Chronologisch overzicht: 106 Cicero geboren in Arpinium 100 Caesar geboren 83-79 Sulla dictator; proscripties 70 Cicero wint zijn eerste proces tegen Verres, de hebzuchtige gouverneur van Sicilië 63 Cicero consul; samenzwering van Catilina verijdeld 60 eerste triumviraat: Caesar, Pompeius, Crassus 59 consulaat Caesar en Bibulus; Clodius volkstribuun 58-51 Caesar gouverneur van Gallië, dat hij tot aan de Rijn verovert. 58 Clodius veroorzaakt Cicero s ballingschap naar Griekenland 57 terugkeer uit ballingschap en eerherstel voor Cicero, oa dankzij de bemoeienis van Pompeius 56 nieuwe afspraken en hernieuwing triumviraat 55 tweede consulaat van Pompeius en Crassus; vijfjarige commando s voor Caesar in Gallië (verlenging) 54 Cicero dienstbaar aan triumvoiraat; zijn broer Quintus legaat van Caesar in Gallië. 53 Crassus gesneuveld in het Oosten. Verwijdering tussen Pompeius en Caesar; politieke chaos in Rome. 52 Clodius gedood/vermoord. Cicero verdedigt de moordenaar (Milo). Pompeius herstelt de orde als consul sine collega. 51 Tullia (dochter van Cicero) trouwt met Dolabella, fanatiek aanhanger van Caesar. 50 chaos neemt toe. 49 januari: Caesar trekt over de Rubicon. Pompeius verlaat Rome, net als de consuls en veel senatoren. Cicero naar zijn villa in Formiae. maart: Pompeius steekt over naar Griekenland. Caesar tot dictator gekozen. juni: Cicero volgt Pompeius naar Griekenland. 48 Caesar consul, hij steekt over naar Griekenland. augustus: Caesar overwint Pompeius bij Pharsalus in Noord Griekenland. Pompeius vlucht. september: Pompeius bij aankomst in Egypte vermoord. 47 september: verzoening Caesar en Cicero in Brundisium. 46 echtscheiding Cicero en Terentia juli: Caesar terug in Rome, dictator; begenadiging tegenstanders. 45 Caesar dictator perpetuus 44 Idus van maart (15 maart): moord op Caesar; Octavianus Caresar erfgenaam. 43 Cicero in conflict met Caesars voornaamste helper, Marcus Antonius. 7 december: moord op Cicero. 4

Cicero Cicero had de kant van Pompeius gekozen in het conlict tussen Caesar en Pompeius. Deze laatste had Rome verlaten, toen Caesar illegaal- met zijn troepen de rivier de Rubicon was overgestoken en was opgemarcheerd naar de hoofdstad. De situatie in Rome was nu zeer gespannen. Het feit dat Tullia, de geliefde dochter van Cicero, getrouwd was met een zekere Dolabella, een fanatiek aanhanger van Caesar, maakte dat de situatie voor Cicero s vrouw Terentia misschien draaglijk was. Toch is het misschien beter dat zijn vrouw en dochter naar Formiae, tussen Rome en Napels, komen. Cicero is daar zelf ook en het lijkt daar veiliger te zijn dan in Rome. 1. HET WORDT GEVAARLIJK IN ROME (Ad Familiares 14.18) Scr. Formiis IX Kal. Febr. an. 49 TULLIUS TERENTIAE SUAE ET PATER SUAVISSIMAE FILIAE, CICERO MATRI ET SORORI S. D. P. a. Denk steeds goed na of jullie wel of niet in Rome blijven (1) 1 Considerandum vobis etiam atque etiam, animae meae, diligenter puto, quid faciatis, Romaene sitis an mecum an aliquo tuto loco. Id non solum meum consilium est, sed etiam vestrum. Mihi veniunt in mentem haec: 5 Romae vos esse tuto posse per Dolabellam, eamque rem posse nobis adiumento esse, si quae vis aut si quae rapinae fieri coeperint; sed rursus illud me movet, quod 5

video omnis bonos abesse Roma et eos mulieres suas secum habere. Haec autem regio, in qua ego sum, 10 nostrorum est cum oppidorum, tum etiam praediorum, ut et multum esse mecum et, cum aberitis, commode in nostris esse possitis. b. Laat het huis wel beveiligen (2) 1 Mihi plane non satis constat adhuc, utrum sit melius. Vos videte, quid aliae faciant isto loco feminae, et ne, cum velitis, exire non liceat. Id velim diligenter etiam atque etiam vobiscum et cum amicis consideretis. 6

5 Domus ut propugnacula et prae<si>dium habeat, Philotimo dicetis. Et velim tabellarios instituatis certos, ut cottidie aliquas a vobis litteras accipiam. Maxime autem date operam, ut valeatis, si nos vultis valere. 7

2. Op weg naar Pompeius (Ad Familiares 14.7) Ondanks het verzoek van Caesar om zich aan zijn kant te scharen of in ieder geval neutraal te blijven, heeft Cicero besloten om zich bij Pompeius aan te sluiten. Deze was op 17 maart van het jaar 49 naar Griekenland overgestoken, waarna Caesars troepen Rome hadden ingenomen. Op 7 juni vertrok Cicero vanuit Caieta, een plaatsje in de buurt van Formia. De brief is gericht aan Terentia, die met Tullia in Cumae, bij Napels, verbleef. Scr. in portu Caietano nave conscensa VII. Id. Iun. an. 49 TULLIUS TERENTIAE SUAE S. P. a. Ik ben zonder zorgen (1) 1 Omnis molestias et sollicitudines, quibus et te miserrimam habui et, id quod mihi molestissimum est, et Tulliolam, quae nobis nostra vita dulcior est, deposui et eieci. Quid causae autem fuerit, postridie intellexi, 5 quam a vobis discessi. Χολὴν ἄκρατον noctu eieci. Statim ita sum levatus, ut mihi deus aliquis medicinam fecisse videatur. Cui quidem tu deo, quem ad modum soles, pie et caste satis facies [id est Apollini et Aesculapio]. 8

b. Houd goede moed (2-3) 1 Navem spero nos valde bonam habere. In eam simul atque conscendi, haec scripsi. Deinde conscribam ad nostros familiaris multas epistulas, quibus te et Tulliolam nostram diligentissime commendabo. 5 Cohortarer vos, quo animo fortiores essetis, nisi vos fortiores cognossem quam quemquam virum. Et tamen eius modi spero negotia esse, ut et vos istic commodissime sperem esse et me aliquando cum similibus nostri rem publicam defensuros. Tu primum 10 valetudinem tuam velim cures; deinde, si tibi videbitur, villis iis utere, quae longissime aberunt a militibus. 9

Fundo Arpinati bene poteris uti cum familia urbana, si annona carior fuerit. Cicero bellissimus tibi salutem plurimam dicit. Etiam atque etiam vale. D. VII Id. Iun. 10

Petrarca De humanist Petrarca (1304-1374) is vermaard om: de prachtige sonnetten (een dichtvorm die hij zelf heeft uitgevonden ) voor zijn onbereikbare geliefde Laura zijn liefde voor de Oudheid zijn onvermoeibare speurtocht naar nieuwe handschriften van zijn geliefde schrijvers. In 1345 doet Petrarca in Verona een wonderbaarlijke ontdekking: een hele verzameling tot dan toe onbekende brieven van Cicero aan diens boezemvriend Atticus. Hij bewondert de volstrekt ongedwongen, natuurlijke stijl waarin Cicero als het ware met zijn vriend praat. Hij volgt hem in zijn eigen brieven graag na. Ook de brieven van Petrarca zijn bekend geworden, juist ook vanwege die natuurlijke toon. Geen van beide scjhrijvers lijkt zich te forceren. Tegelijkertijd spreekt uit de brieven van Petrarca een enorme belezenheid: Alles wat hij meemaakt ziet hij als het ware door de bril van zijn geliefde schrijvers. Wij lezen een aantal stukken uit een brief die Petraca schreef vanuit Lyon aan kardinaal Giovanni Colonna, zijn vriend en beschermheer in Rome. Hij beschrijft daarin zijn verblijf in Keulen, Colonia Agrippinensis, zoals hij het noemt. Hij denkt dat de stad gesticht is door Agrippa, de rechterhand van keizer Augustus (maar hij vergist zich daarin..) Fragmenten uit brief Familiares I 5 van Petrarca: Deel 1 Vix numquam clarius intellexi quod Ciceroni placet, et veteri proverbio dici solet: inter linguas incognitas omnes propemodum surdos ac mutos esse. Unum mihi solacium gratissimorum interpretum non deerat. Nam, et hoc inter cunta miraberis, caelum illud spiritus Pyerios alere. Itaque dum miratur Iuvenalis quod 5 Gallia causidicos docuit facunda Britannos, miretur itidem docta quod argutos aluit Germania vates. At, ne me auctore fallaris, scito ibi nullum Maronem esse, Nasones plurimos; ut dicas verum fuisse praesagium quod in fine libri Metamorphoseos multum vel posteritatis gratiae vel ingenio suo fidens ponit. Siquidem, qua Romana potentia, seu verius, qua Romanorum nomen 11

10 domito orbe se porrigit, plausibiliter nunc faventis populi ore perlegitur. His ego comitibus, ubi aliquid audiendum seu respondendum incidit, pro lingua et pro auribus usus sum. Unum igitur ex eo numero admirans, et ignarus rerum percontatus virgiliano illo versiculo: Quid vult concursus ad amnem? Quidve petunt animae? Aantekeningen r.1 clarus helder, duidelijk quod relativum met ingesloten antecedent; subject bij placet en solet placet + dat. het bevalt aan.. proverbium spreekwoord r.2 incognitus: onbekend omnes esse AcI propemodum zo ongeveer, bijna surdus: doof mutus stom (in de zin van niet kunnende spreken ) solacium: troost r.3 interpres, -pretis tolk mirror, mirari +acc.: zich verwonderen over caelum Petrarca bedoelt hier streek. Vertaal wel letterlijk spiritus, -us vertaal letterlijk. Petrarca bedoelt hier enthousiasme voor Pyerius Pierus was volgens sommigen de vader van de 9 Muzen; Pierius betekent dan zoiets als Muzisch alo, alere III voeden r.4 miror, mirari quod zich verwonderen over het feit dat r.5 causidicus advocaat, pleibezorger facundus welsprekend r.6 itidem evenzeer argutus expressief, levendig vates, is zanger, dichter auctor, -oris bron, zegsman me auctore ablativus absolutus r.7 scito imper.ev. van scire Maro, onis Vergilius Maro, dichter van de Aeneis Naso, onis Ovidius Naso, dichter van de Metamorphosen ut dicas coni.consecutivus praesagium voorspelling r.8 Metamorphoseos gen.mv. multum adv. bij fidens (r.9) posteritas, tatis nageslacht, latere generaties r.9 pono, ponere III stellen (in de zin van neerschrijven ) siquidem want inderdaad qua (2x) waar ook maar seu of r.10 domito, domitare onderwerpen orbis, is wereld plausibilis met instemming, gunstig perlego, perlegere van het begin tot einde doorlezen perlegitur subject (het werk van) Ovidius r.11 comes, itis metgezel (bedoeld worden de werken van Ovidius, Vergilius, Juvenalis, etc.) incido, incidere: zich voordoen pro + abl. in plaats van r.12 ex eo numero met numerus bedoelt hij het aantal dichters en hun werken admiror, admirari met verwondering uitkiezen ignarus + gen. onbekend met percontor, percontari + abl. ter hand nemen r.13 virgilianus van Vergilius versiculus versregeltje r.14 vult hier betekenen quidve quid ve (-ve = of ) 12

Deel 2: Proximis aliquot diebus a mane ad vesperam civitatem eisdem ducibus circumii, haud iniocundum exercitium non tam ob id quod ante oculos erat, quam recordatione nostrorum maiorum qui tam procul a patria monumenta Romanae virtutis tam illustria reliquissent. In primis autem occurrebat Marcus Agrippa coloniae illius auctor, qui, 5 licet multa domi et multa foris praeclara construxerit, illam tamen ex omnibus dignam censuit cui suum nomen imponeret, aedificator ac bellator egregius dignusque habitus quem Augustus in generum ex toto orbe deligeret, qualiscumque filiae virum sed dilectae, sed unicae, sed augustae.. Aantekeningen: r.1 aliquot een aantal manis, is ochtend circumeo, circumire rondlopen r.2 iniocundus onaangenaam non tam, quam niet zozeer, als wel recordation, onis herinnering r.4 in primis in de eerste plaats occurro, occurrere in gedachten komen r.5 licet (ut) + coni. ook al (aanvullen ut ) domi thuis (nl. in Rome) foris (daar)buiten (adv.) praeclarus beroemd illam vul aan coloniam r.6 cui lees ut ei aedificator, oris bouwer bellator krijgsman, soldaat r.7 habitus PPP van habere, beschouwen als quem lees ut eum deligo, deligere in uitverkiezen tot gener, generi schoonzoon (Agrippa mocht trouwen met Julia, de dochter van wie Augustus zielsveel hield, maar die later erg bekend zou staan om haar uitspattingen en wild gedrag. Toch schijnt zij heel lief en bijzonder geweest te zijn) virum vertaal praedicatief r.8 augustus verheven, hoogstaand Deel 3 Ne calamo parcerem nec brevitati vel ornatui studerem neve floridiora decerperem sed cunta complecterer; denique Tulliano verbo usus: Scribe, dixisti, quidquid in 13

buccam venerit. Promisi me facturum, promissum crebris ex itinere litterulis implevisse videor. Si iussisses loqui de altioribus, temptavissem: nunc epystolae 5 officium reor, non ut scribentem nobilitet, sed ut certificet legentem. Quodsi omnino videri volumus, ostendamus nos in libris, in epystolis colloquamur. Aantekeningen: r.1 calamus: (riet)pen parco, parcere: sparen (+dat.) brevitas, tatis beknoptheid ornatus, -us stilistische schoonheid studio, studere zijn best doen op (+dat.) neve ne-ve floridus mooi, opvallend decerpo, decerpere afplukken r.2 complecto, complectere vermelden, insluiten Tullianus van Tullius (= Cicero) utor, uti, usus sum gebruiken (+abl.) r.3 bucca mond facuturum vul aan esse promissum belofte creber, bra, brum frequent, veelvuldig litterula verkleinwoord van littera, brief r.4 altus hoog, verheven r.5 officium taak, plicht reor, reri beschouwen als nobilto, nobiltare aanzien verlenen certifico, certificare op de hoogte brengen quodsi maar als omnino met alle geweld, vast en zeker r.6 videor, videri verschijnen, zichtbaar worden colloquor, colloqui met elkaar praten 14