PROFESSIONEEL STATUUT Onderdeel professionaliseringstraject jeugdhulpverlening Auteur: Fried Burgman Projectleiders: Fried Burgman, Johan Weevers Meelezers: Werkgroep professionalisering en team Leren en Ontwikkelen datum: 19-10-2016
I N H O U D 1 INLEIDING... 1 1.1 Aanleiding...1 1.2 Overwegingen...2 1.3 Definities...2 2 PROFESSIONEEL STATUU T... 3 2.1 Algemeen...3 2.2 Jeugdprofessionals...3 2.3 Organisatieverantwoordelijkheid...4 2.4 Voorwaarden...4 2.5 Overzicht verantwoordelijkheden Oosterpoort en professional...5 2.6 Dialoog...6 3 DOORONTWIKKELEN IN DIALOOG TUSSEN PROFESSIONAL EN ORGANISATIE... 7 3.1 Algemeen...7 3.2 Spanning tussen professionele autonomie en organisatie / moreel beraad...7 3.3 Spanning tussen organisatiebelang en professionele autonomie...7 3.4 Borging...7
1 I N L E I D I N G Oosterpoort sluit aan bij de landelijke visie op professionalisering met de volgende uitgangspunten: 1. Professionals zijn bekwaam om de aan hen toebedeelde taken uit te voeren en beschikken over de juiste deskundigheid om jeugdigen adequaat te kunnen ondersteunen en helpen. Beroepsregistratie wordt gebruikt als een middel om hun vakbekwaamheid aan te tonen. Cliënten zijn er daardoor van verzekerd dat ze geholpen worden door vakbekwame én geregistreerde professionals. Zie ook de beleidsnotitie en implementatieplan inzake verantwoorde werktoedeling 2. Ook verbinden de professionals zich aan een beroepscode en het tuchtrecht. Beroepsmatig handelen kan daarmee door de eigen beroepsgroep worden getoetst. Cliënten worden met tuchtrechtspraak beter beschermd tegen onprofessioneel handelen. 3. Oosterpoort verbindt zich aan verantwoorde werktoedeling. Daarmee wordt bedoeld dat zij waar dat nodig is, geregistreerde professionals inzetten. Het kwaliteitskader jeugdzorg is de basis voor de operationalisering van de norm van verantwoorde werktoedeling. 4. Oosterpoort werkt conform de landelijke richtlijnen 5. Oosterpoort legt de verantwoordelijkheden van de professional en de wijze waarop de organisatie dit faciliteert vast in een professioneel statuut. Vanwege het belang van professionalisering en registratie is het nodig dat instellingen regelen, hoe zij met de professionele verantwoordelijkheid van hun medewerkers omgaan. Hoe zij enerzijds de professionele normen respecteren en anderzijds hun verantwoordelijkheid voor verantwoorde jeugdhulp als goed werkgever invullen. Met dat doel voor ogen hebben Jeugdzorg Nederland en de beroepsverenigingen een Model Professioneel Statuut opgesteld. In de geest daarvan heeft Oosterpoort een eigen professioneel statuut ontwikkeld. Het professioneel statuut is door de bestuurder van Oosterpoort vastgesteld, uiteraard na goed overleg met haar jeugdprofessionals. Het professioneel statuut maakt onderdeel uit van het professionaliseringstraject binnen de jeugdhulpverlening. Oosterpoort verbindt zich aan het landelijke professionaliseringstraject Jeugdhulp door in 2015 en 2016 zorgvuldig de stappen te zetten die nodig zijn om te komen tot een goede borging. 1.1 Aanleiding Op grond van de Jeugdwet kunnen jeugdigen en ouders voor jeugdhulp terecht bij gemeenten en jeugdhulpaanbieders, die verantwoordelijk zijn voor verantwoorde zorg. Het van de Jeugdwet afgeleide Besluit Jeugdwet (5-11-2014) stelt daartoe nadere regels over professionalisering en registratie van jeugdprofessionals. Kort gezegd komen die er op neer, dat jeugdhulp door of onder toezicht van geregistreerde jeugdprofessionals dient te worden uitgevoerd. Het Besluit Jeugdwet legt de verantwoordelijkheid voor registratie van jeugdprofessionals bij de beroepsverenigingen. Maar de verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt bij de jeugdhulpaanbieder (wat zowel een zelfstandige aanbieder als een instelling kan zijn). Dat leidt tot een belangrijk verschil: een zelfstandige jeugdhulpaanbieder is individueel verantwoordelijk voor de geboden jeugdhulp, maar bij een jeugdprofessional in loondienst is de instelling verantwoordelijk. Vanuit het tuchtrecht is ook een professional in loondienst verantwoordelijk voor eigen handelen. Dat verschil heeft doorgaans in de praktijk weinig gevolgen, omdat de registratie-eisen dezelfde zijn. Maar er kan wel een verschil optreden ingeval van klachten en incidenten/calamiteiten. Dan stelt de Jeugdwet de instelling als eerste verantwoordelijk en niet de jeugdprofessional. Oosterpoort wil en moet die verantwoordelijkheid ten volle op zich nemen, zowel jegens cliënten als naar medewerkers, natuurlijk wel op basis van de regels van professionalisering en registratie. Het toezicht op het handelen van Oosterpoort in deze berust bij de Integrale Inspectie Jeugd. Hoewel beroepsverenigingen in zekere zin wel een toezichtrol hebben op zelfstandige jeugdprofessionals, hebben ze dat niet op instellingen. Wanneer het gaat om klachten en incidenten/calamiteiten is er nog een belangrijk verschil. Klachten en incidenten bij instellingen behelzen bijna nooit één enkele jeugdprofessional, maar kan ook gaan over complexe problemen of over ketenproblematiek. Oosterpoort participeert bijvoorbeeld in een integraal zorgoverleg met collega- zorgaanbieders uit de regio om te komen tot een gezamenlijk arrangement op maat van de vraag van de cliënt. Voorop staat echter dat eventuele nalatigheid in de keten door de individuele professional wordt opgepakt door te melden en op te schalen. 1
1.2 Overwegingen - Het professioneel statuut is bedoeld om de professionele autonomie van jeugdzorgwerkers en gedragswetenschappers, die werkzaam zijn bij Oosterpoort, te beschrijven. - Om als jeugdzorgwerker en gedragswetenschapper tot zorgvuldig en verantwoord beroepsmatig handelen te komen, is het nodig om verantwoordelijkheden, bevoegdheden en onderlinge verhoudingen binnen Oosterpoort transparant te regelen. - Daarmee wordt de basis gelegd voor het respecteren en garanderen van de professionele autonomie van de jeugdprofessionals, zoals in dit professioneel statuut omschreven. - Daar waar het gaat om kwaliteit van jeugdhulp, deskundigheidsbevordering en omgaan met klachten zijn de regels van Oosterpoort leidend, al zal Oosterpoort die zoveel mogelijk afstemmen op de beroepscode en de registratie-eisen van de beroepsverenigingen. - Dit professioneel statuut is verbonden met het kwaliteitsstelsel van beroepsregistratie in het Besluit Jeugdwet, het Kwaliteitskader Jeugd en de geldende beroeps(ethische) normen. 1.3 Definities Autonomie: de, binnen de geldende beroeps(ethische) normen, aanwezige professionele bewegingsruimte om naar eigen oordeel maatwerk te leveren binnen het kader van de daarvoor binnen Oosterpoort geldende regels. Beroeps(ethische) normen: het collectieve kader van een beroepsgroep dat wordt gevormd door gedeelde morele regels en richtlijnen, werkzame waarden en idealen. Gedragswetenschapper: een in het kwaliteitsregister Jeugdhulp opgenomen pedagoog of psycholoog. Jeugdzorgwerker: een in het kwaliteitsregister Jeugd opgenomen jeugdzorgwerker. Jeugdprofessional: een bij het primair proces van jeugdhulp betrokken jeugdhulpwerker of gedragswetenschapper die beroepsmatig jeugdhulp verleent binnen, of namens, een jeugdhulporganisatie. Kwaliteitsregister Jeugd: het onder de onafhankelijke Stichting Kwaliteitsregister Jeugd vallende beroepsregister voor jeugdhulpwerkers en gedragswetenschappers. 2
2 P R O F E S S I O N E E L S T A T U U T 2.1 Algemeen 1. Professionals in de jeugdhulp hebben een eigen professionele autonomie. Zij moeten de ruimte hebben om vanuit hun vakbekwaamheid en deskundigheid invulling te geven aan hun professionele verantwoordelijkheid voor hun beroepsmatig handelen in de hulp aan de cliënt binnen het kader van de daarvoor binnen Oosterpoort geldende regels. 2. In dit professioneel statuut wordt niet uitdrukkelijk op alle aspecten van de beroepsuitoefening van jeugdzorgwerkers en gedragswetenschappers ingegaan. Uitgangspunt zijn de voor Oosterpoort en haar jeugdprofessionals geldende normen, waaronder de Gedragscode en cliënt route met regels m.b.t. vaststelling van hulpverleningsplannen van Oosterpoort, en hetgeen voor het betreffende beroep is opgenomen in de beroepscode, zoals door de beroepsgroep bij hun beroepsvereniging is vastgelegd. 2.2 Jeugdprofession als 1. Professionals in de jeugdhulp bij Oosterpoort oefenen hun beroep bewust, verantwoord en met de benodigde vakbekwaamheid uit. Maatgevend daarbij zijn de leidende principes en regels van Oosterpoort en de registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd met de daarbij behorende algemene normen. Daarnaast gelden de beroepscodes van de betreffende beroepsgroep. 2. Jeugdprofessionals bij Oosterpoort ontlenen hun verantwoordelijkheid aan hun dienstverband bij Oosterpoort en aan het (beroeps)domein waarvoor zij zijn opgeleid/geregistreerd. Zij dienen professioneel autonoom te kunnen handelen binnen de regels van Oosterpoort en de voor hen geldende beroeps(ethische) normen. Binnen deze kaders komen jeugdprofessionals zelfstandig en in de bij Oosterpoort bestaande overlegvormen tot invulling van het beroepsmatig handelen. Daarbij geldt het vier ogen principe: raadpleeg bij twijfel altijd een collega van Oosterpoort en leg dat vast. Hierop zijn jeugdprofessionals aanspreekbaar. 3. Jeugdprofessionals handelen binnen het kader van hun functie(beschrijving). Jeugdprofessionals erkennen dat de eindverantwoordelijkheid voor hun handelen als werknemer bij Oosterpoort berust. Jeugdprofessionals leggen dan ook verantwoording af over alle taken, inclusief de beroepsinhoudelijke aspecten, die worden uitgevoerd ter vervulling van hun functie. 4. Jeugdprofessionals moeten continu kritisch blijven reflecteren op hun handelen. Daartoe ondersteunt Oosterpoort deelname aan intervisiegroepen, waaraan de deelname(conform de registratie- eisen, niet vrijblijvend is. Het belang van de cliënt/het cliëntsysteem staat daarbij voorop. De leidende principes en geldende regels, richtlijnen en protocollen van Oosterpoort, en de beroeps(ethische) normen bieden een handvat voor de professional, maar als de omstandigheden dat vragen, moet daarvan gemotiveerd kunnen worden afgeweken. Dit in het belang van de cliënt/het cliëntsysteem voor wie zij een professionele verantwoordelijkheid dragen. De normenkaders van Oosterpoort en van de beroepsgroep blijven echter van kracht. Zij zijn de inhoudelijke toetssteen van de uitgeoefende professionele autonomie. In dat kader dient een relevante afwijking van de normenkaders gemeld te worden aan een voor de betreffende cliënt (mede) verantwoordelijke collega en vastgelegd te worden in het dossier van de cliënt. Oosterpoort heeft als verantwoordelijke organisatie in overleg met de professionals de kaders aangegeven in het kwaliteitshandboek. Wanneer deze niet worden uitgevoerd, en de afwijking in handelen wordt niet gemeld dan kan dit consequenties hebben. Wanneer bij incidenten niet is gehandeld conform de voorschriften dan zal Oosterpoort dit nader onderzoeken en mogelijk beschouwen als nalatigheid van de professional, ook bij tuchtrechtzaken. De professional is hierop dan individueel aanspreekbaar. Dus bij duidelijke 3
afwijking en twijfel over afwijking: Altijd delen met inhoudelijk leidinggevende gedragswetenschapper en vastleggen. 2.3 Or ganisatiever antwoor delijkheid 1. Oosterpoort is verantwoordelijk voor de totale hulpverlening die door haar wordt verleend. Oosterpoort heeft een financieel kader dat de grenzen aan de hulpverlening aangeeft. Dat kan leiden tot het maken van keuzes in zorg, bedrijfsvoering en cliëntregistratie, met gevolgen voor de uitvoering van hulpverlening en zorg. Wanneer dit gevolgen heeft voor de kwaliteit van de zorg of risico s oplevert voor veiligheid van cliënten zullen deze gevolgen worden gedeeld met de financiers. 2. Oosterpoort legt de werkprocessen, protocollen en richtlijnen vast in een voor de professionals beschikbaar kwaliteitshandboek. 3. Oosterpoort erkent de professionele autonomie en verantwoordelijkheid van de bij of voor Oosterpoort werkzame, jeugdprofessionals om invulling te geven aan de beroepsuitoefening. Deze invulling zelfstandig en in collegiale samenspraak geschiedt binnen het organisatorisch en kwaliteitskader van Oosterpoort en van wettelijke en professionele kaders. 4. Oosterpoort stimuleert de professionele groei van jeugdprofessionals en heeft een leer- en ontwikkelbeleid om hun professioneel handelen te verbeteren. De jeugdprofessional investeert in dit proces door het op peil houden van zijn vakbekwaamheid. 5. Oosterpoort kent voor jeugdprofessionals een heldere functie- en taakomschrijving. Daarin wordt aandacht besteed aan de verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor het vervullen van de werkzaamheden, inclusief het noodzakelijke vakbekwaamheidsniveau. Dit alles met inachtneming van de geldende cao-bepalingen, respectievelijk het Kwaliteitskader Jeugd en de Norm Verantwoorde Werktoedeling. 2.4 Voorwaarden 1. Oosterpoort en haar jeugdhulpprofessionals dragen een gedeelde verantwoordelijkheid om de noodzakelijke vakbekwaamheid op peil te houden. Jeugdprofessionals zorgen ervoor dat zij geregistreerd zijn en blijven in het voor hen geldende Kwaliteitsregister Jeugd. Oosterpoort zorgt ervoor dat er opleidings- en scholingsmogelijkheden zijn, waarbij inzet in tijd van Oosterpoort én van de medewerker wordt verwacht, en dat de Norm van de Verantwoorde Werktoedeling binnen de daarvoor geldende regels en termijnen toegepast wordt. Daarbij wordt de redelijkheid en billijkheid in acht genomen. 2. Jeugdprofessionalisering is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van Oosterpoort en haar werknemers op alle niveaus: bestuur/directie, management en werkvloer. Op al deze niveaus wordt geleerd en wordt een klimaat van blijvend leren uitgedragen. 3. Bij klachten en incidenten heeft Oosterpoort een beleid, waarin leren voorop staat. In zulke gevallen is veelal sprake van meerdere professionals binnen en soms ook buiten Oosterpoort, waarbij de complexiteit het veelal niet mogelijk en wenselijk maakt om een individuele jeugdprofessional verantwoordelijk te stellen. Oosterpoort stelt derhalve haar krachtens de Jeugdwet ingestelde klachten incidentenbeleid boven het tuchtrecht van een beroepsvereniging, al ontneemt dat een cliënt niet het recht om zich tot een van toepassing zijnde tuchtcollege te wenden. Individuele fouten, al dan niet zichtbaar geworden in klachtrecht of tuchtrecht, kunnen niettemin wel leiden tot arbeidsrechtelijke maatregelen, en eventueel zelfs strafrechtelijke maatregelen. Per situatie zal worden bekeken hoe de balans m.b.t. klacht en incidentenbeleid, tuchtrecht, arbeidsrecht en strafrecht moet worden gevoerd. 4
2.5 Overzicht verantwoord elijkhed en Oosterpoort en professional Verantwoordelijkheid van Oosterpoort Verantwoordelijkheid van de professionals Professionalisering - Oosterpoort stimuleert de groei van professionals en faciliteert hen om hun professioneel handelen te verbeteren. Beleid is vastgelegd in de beleidsnota Leren en ontwikkelen en wordt ontwikkeld binnen de werkgroep Leren en ontwikkelen - Oosterpoort zorgt ervoor dat de norm van de verantwoorde werktoedeling goed nageleefd wordt. Daarbij wordt de redelijkheid en billijkheid in acht genomen. - Professionals (i.o.) die (nog) bezig zijn met het bereiken van het voor de norm van verantwoorde werktoedeling noodzakelijke registerniveau, moeten hun werkzaamheden op verantwoorde wijze kunnen verrichten. Dit gebeurt onder begeleiding van reeds op dat registerniveau werkzame professionals. - Professionals krijgen de kans om hun vakbekwaamheid op peil te houden: Professionals toetsen hun professioneel handelen regelmatig aan de stand van de wetenschap en de beroepspraktijk binnen hun beroepsgroep. Oosterpoort stimuleert en faciliteert waar nodig professionals om regelmatig met elkaar te overleggen over de vakinhoudelijke ontwikkeling. - Professionalisering is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers op alle niveaus: bestuur/directie, management en werkvloer. Op al deze niveaus wordt geleerd en wordt een klimaat van blijvend leren uitgedragen. Werken binnen de kaders van de organisatie - Oosterpoort stelt professionals een heldere functie- en taakomschrijving ter beschikking. Daarin wordt aandacht besteed aan de verantwoordelijkheden en bevoegdheden voor het vervullen van de werkzaamheden, inclusief het noodzakelijke vakbekwaamheidsniveau. Dit alles met inachtneming van de geldende cao-bepalingen, respectievelijk het Kwaliteitskader Verantwoorde Werktoedeling. - Oosterpoort verschaft de professionals, binnen de geldende cao of arbeidsvoorwaarden, de noodzakelijke materiële en personele voorzieningen. - Oosterpoort biedt organisatorische kaders en systemen, die nodig zijn voor een professionele beroepsuitoefening. - De organisatie heeft een financieel kader dat de grenzen aan de hulpverlening aangeeft. Dat kan de organisatie dwingen tot het maken van keuzes in de bedrijfsvoering, die gevolgen kunnen hebben voor de uitvoering van hulpverlening en zorg. - Om ethische dilemma s te hanteren wordt binnen Oosterpoort in 2016 het moreel beraad a.d.h.v. de uitkomst van de training beroepscode en tuchtrecht geïmplementeerd. Verantwoordelijkheid - Oosterpoort is verantwoordelijk voor de totale hulpverlening die binnen hun muren, of namens hen daar buiten, wordt verleend. Oosterpoort erkent de professionele autonomie en verantwoordelijkheid van, bij hen of voor hen werkzame, professionals om beslissingen te nemen over de beroepsuitoefening. Deze beslissingen worden zelfstandig en in collegiale samenspraak binnen wettelijke, organisatorische en professionele kaders genomen. - Oosterpoort betrekt professionals actief bij (zorginhoudelijke) Professionalisering - De professional investeert door het op peil houden van zijn vakbekwaamheid. - Professionals zorgen ervoor dat zij geregistreerd blijven in het voor hen geldende Kwaliteitsregister Jeugdzorg. - Professionals van Oosterpoort oefenen hun beroep bewust, verantwoord en met de benodigde vakbekwaamheid uit. - Zij dienen professioneel autonoom te kunnen handelen binnen de voor hen geldende beroeps(ethische) normen. - Binnen deze kaders komen professionals zelfstandig en in collegiale samenspraak tot besluitvorming over het beroepsmatig handelen. Hierop zijn zij aanspreekbaar. - Maatgevend voor de vakbekwaamheid is registratie in het Kwaliteitsregister Jeugdzorg - Professionals ontlenen hun verantwoordelijkheid aan het (beroeps)domein waarvoor zij zijn opgeleid/geregistreerd. - Professionals zijn mede verantwoordelijk voor de ontwikkeling van hun beroepsdomein en de daarbinnen geldende eisen van vakbekwaamheid en beroeps(ethische) normen. - Zij vertalen maatschappelijke ontwikkelingen naar de betekenis voor hun beroepspraktijk. Daarvoor werken zij samen met cliënten, collega's, vakgenoten, onderzoekers en opleiders. - Intern en extern dragen zij bij aan een heldere positionering en profilering van hun beroep. Werken binnen de kaders van de organisatie - De professionals handelen binnen het kader van hun functie(beschrijving) en respecteren de (on)mogelijkheden van de jeugdzorgorganisatie waar zij werken. - Professionals erkennen dat de eindverantwoordelijkheid voor hun handelen als werknemer, bij die jeugdzorgorganisatie berust. Professionals leggen dan ook verantwoording af over alle taken, inclusief de beroepsinhoudelijke aspecten, die worden uitgevoerd ter vervulling van hun functie. - Professionals werken mee aan: het bevorderen van de orde en de goede gang van zaken binnen de jeugdzorgorganisatie, (het verbeteren van) de kwaliteit van de hulpverlening en het tot stand komen en uitvoeren van kwaliteitsbeleid. Deze medewerking is nooit strijdig met wettelijke bepalingen en geldende beroeps(ethische) normen. - De professional is gehouden aan de beroepscode. - Daarnaast gelden de beroepscodes van de betreffende beroepsgroepen zelf. - Professionals moeten continu kritisch blijven reflecteren op hun handelen. Het belang van de cliënt/het cliëntsysteem staat daarbij voorop. Verantwoordelijkheid - Binnen Oosterpoort wordt gewerkt onder de lijnverantwoordelijkheid van een leidinggevende. Eindverantwoordelijkheid hangt samen met de interne organisatiestructuur en is van toepassing op de verantwoordelijkheid voor het proces en niet voor de inhoud. Het draait daarbij om het belangrijke onderscheid tussen het dat en het wat. - De managementverantwoordelijkheid is de verantwoordelijk dàt het gebeurt. De professional (die onder lijnverantwoordelijkheid werkt) zelf draagt te allen tijde de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor 5
beleidsontwikkeling en beleidsvoering op die terreinen waarop hun beroepsuitoefening gericht is. Ze betrekken professionals ook bij de randvoorwaarden waarbinnen dat gestalte moet krijgen. het eigen handelen (dus wat er gebeurt). In dit kader moet ook naar het opschalen m.b.t. inhoud worden gekeken. De lijnfunctionaris bewaakt dat het procesmatig goed verloopt, dus dat het verloopt conform de samenwerkingsafspraken. De professional is ervoor verantwoordelijk dat het inhoudelijk voor de cliënt goed verloopt Bij twijfel of onduidelijkheid wordt altijd een gedragswetenschapper of collega- gedragswetenschapper geconsulteerd. 2.6 Dialoog 1. Als het organisatiebelang en de invulling van de professionele autonomie tot spanning leidt, hebben zowel Oosterpoort als jeugdprofessionals de verantwoordelijkheid daar met elkaar over in gesprek te gaan. De dialoog over de ervaren dilemma s is in beginsel gericht op verdere professionalisering van de jeugdhulp en de beroepsgroepen. De dialoog moet bijdragen aan het verder vormgeven van verantwoorde jeugdhulp. Dit alles met behoud van ieders (wettelijke en beroepsmatige) verantwoordelijkheden en (professionele) belangen. 2. Als jeugdprofessionals spanning ervaren tussen organisatiebelang en professionele autonomie, nemen zij zelf verantwoordelijkheid voor het signaleren en verkennen van een eventueel spanningsveld en het bespreekbaar maken daarvan met Oosterpoort als werkgever. Voor het laatste nodigen zij, na een eigen verkenning, Oosterpoort uit om deel te nemen aan oplossingsgericht overleg. 3. Als Oosterpoort spanning ervaart tussen organisatiebelang en professionele autonomie, zal Oosterpoort daarover intern overleg initiëren op een passend organisatieniveau. Daartoe nodigen zij, na een eventuele eigen verkenning, jeugdprofessionals uit om deel te nemen aan oplossingsgericht overleg. 4. Als er spanning wordt ervaren tussen het organisatiebelang en het autonoom professioneel handelen is de daaruit voortvloeiende dialoog een uiting van gezamenlijke verantwoordelijkheid. De dialoog wordt georganiseerd via de werkgroep Professioneel statuut. Hiermee wordt een evenwichtige relatie onderhouden om kwaliteit van de jeugdhulp te optimaliseren. 6
3 D O O R O N T W I K K E L E N I N D I A L O O G T U S S E N P R O F E S S I O N A L E N O R G A N I S A T I E 3.1 Algemeen Bovenstaande aspecten van de dialoog dragen bij aan de doorontwikkeling van de kwaliteit van jeugdzorg. Als er spanning wordt ervaren tussen het organisatiebelang en het autonoom professioneel handelen is de daaruit voortvloeiende dialoog een uiting van gezamenlijke verantwoordelijkheid. Hiermee wordt een evenwichtige relatie onderhouden om kwaliteit van de jeugdzorg te optimaliseren en formele wegen voor geschillenbemiddeling te voorkomen. 3.2 Spanning tussen professionele autonom ie en organisatie / mor eel ber aad Voor het door ontwikkelen en het zoeken van oplossingen bij spanningen organiseren de professionals daarvoor een moreel beraad op de werkvloer. In het moreel beraad, of in een op beroeps(ethische) normen gerichte vorm van intervisie, bespreken zij zaken waar zij tegen aanlopen. Zij wisselen ervaringen daaromtrent uit en verkennen oplossingsrichtingen vanuit de eigen verantwoordelijkheid en invloedsfeer. De werkgever kan worden uitgenodigd om deel te nemen aan de intervisie. De focus daarvan wordt in dat geval verruimd met de (on)mogelijkheden van Oosterpoort. Professionals en werkgevers streven ernaar om in enkele sessies tot een gezamenlijk gedragen oplossing te komen met respect en borging van ieders (professionele) verantwoordelijkheden. 3.3 Spanning tussen or ganisatieb elan g en professionele autonom ie Als werkgever spanning ervaart tussen organisatiebelang en professionele autonomie, organiseert zij daarover intern overleg op management- en/of bestuursniveau. In dit overleg bespreken zij zaken waar zij tegen aanlopen. Zij wisselen ervaringen daaromtrent uit en verkennen oplossingsrichtingen vanuit de eigen verantwoordelijkheid en invloedsfeer. Bestuur en management nemen zelf verantwoordelijkheid voor het signaleren en verkennen van een eventueel spanningsveld en het bespreekbaar maken daarvan met de professionals. Voor het laatste nodigen zij, na een eigen verkenning, professionals uit om deel te nemen aan het overleg. De focus daarvan wordt in dat geval verruimd met de beroeps(ethische) normen van de professionals. Professionals en werkgevers streven ernaar om in enkele sessies tot een gezamenlijk gedragen oplossing te komen met respect en borging van ieders (professionele) verantwoordelijkheden. 3.4 Borgin g Dit professioneel statuut is onderdeel van de gedragscode van Oosterpoort en opgenomen in het Kwaliteitshandboek van Oosterpoort. Oosterpoort draagt er zorg voor dat dit professioneel statuut kenbaar is bij het in dienst treden van jeugdzorgwerkers en/of gedragswetenschappers. Het statuut is steeds voor deze professionals beschikbaar ter raadpleging via het kwaliteitshandboek. Voorlopig regelen we de dialoog over doorontwikkeling van het professioneel statuut via het team L&O (Leren en ontwikkelen). Er zal een aparte werkgroep Professioneel statuut worden opgericht. Gesignaleerde knelpunten n.a.v. moreel beraad of overleg tussen management en professionals worden in dit overleg opgepakt om te leren en verbeteren. Er is een ontwikkelplan professionalisering 2015 en 2016 waarin alle onderdelen staan die onderdeel maken van de uitgangspunten, zoals genoemd in de inleiding. Het ontwikkelplan zorgt voor samenhang tussen de onderdelen, waaronder professioneel statuut, beroepscode & tuchtrecht, verantwoorde werktoedeling, kwaliteitskader, richtlijnen en (her)registratie. 7