TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN FACULTEITSREGLEMENT Werktuigbouwkunde Na verkregen instemming van de faculteitsraad vastgesteld door het bestuur van de faculteit in zijn vergadering van 4 juni 2014 en goedgekeurd door het college van bestuur op 19 juni 2014 versie mei 2014
INHOUD Hoofdstuk I Algemene bepalingen 3 Hoofdstuk II De organisatie van de faculteit 4 Paragraaf 1 Het bestuur van de faculteit 4 Paragraaf 2 De opleidingsdirecteur 6 Paragraaf 3 De opleidingscommissie 7 Paragraaf 3a De toelatingscommissie 8 Paragraaf 3b De examencommissie 9 Paragraaf 4 Faculteitsbureau 10 Paragraaf 5 Secties 11 Paragraaf 6 Onderzoekinstituten 13 Hoofdstuk III Medezeggenschap 14 Paragraaf 1 De faculteitsraad 14 Paragraaf 2 Bevoegdheden faculteitsraad 14 Hoofdstuk IV Slotbepalingen 17 Pagina 2
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen Artikel 1.1. In dit reglement wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW); b. de universiteit: de Technische Universiteit Eindhoven; c. de faculteit: de faculteit Werktuigbouwkunde van de universiteit; d. het college van bestuur: het college van bestuur van de universiteit; e. de faculteitsraad: de raad van de faculteit; f. de decaan: de voorzitter van het bestuur van de faculteit; g. kiesreglement: het door het college van bestuur vastgestelde reglement voor de verkiezing van de leden van de universiteitsraad, faculteitsraden en dienstraden; h. bestuurs- en beheersreglement: het reglement van de universiteit als bedoeld in artikel 9.4 van de wet; i. student: degene die is ingeschreven bij de universiteit als student of als extraneus voor een door de faculteit verzorgde opleiding; j. personeelslid: degene die een dienstverband heeft met de universiteit en binnen de faculteit werkzaam is, daaronder begrepen personen in dienst van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) of daarmee vergelijkbare door de minister aangewezen organisaties en tewerkgesteld bij de universiteit 1 ; k. wetenschappelijk personeel: hoogleraren, universitaire hoofddocenten, universitaire docenten, promovendi, technologisch ontwerpers in opleiding en het overig wetenschappelijk personeel (personen belast met het geven van onderwijs of het verrichten van onderzoek in functies waarvoor in beginsel een voltooide universitaire opleiding is vereist in de faculteit); l. mandaat: een opdracht van het college van bestuur tot het in zijn naam en onder zijn verantwoordelijkheid voeren van het beheer met betrekking tot een beheerseenheid; m. submandaat: een opdracht van een door het college van bestuur gemandateerde functionaris tot het in zijn naam en onder zijn verantwoordelijkheid voeren van het beheer met betrekking tot een beheerseenheid. 2. De overige in dit reglement voorkomende begrippen hebben, indien zij ook voorkomen in de wet, de betekenis die de wet daaraan geeft. Artikel 1.2 Opleidingen (art. 2.2 BBR) In de faculteit zijn de volgende opleidingen ingesteld: a. Bacheloropleidingen (art. 9.11 WHW) Werktuigbouwkunde b. Masteropleidingen (art. 9.11 WHW) Mechanical Engineering (ME) Automotive Technology (AT) Sustainable Energy Technology (SET) Systems & Control (S&C) Artikel 1.3 Gemeenschappelijke regelingen (art. 9.15 lid sub i WHW) In aanvulling op de binnen de TU/e door de betrokken faculteiten gesloten 1 Als zodanig zijn bij besluit d.d. 22 januari 1988 de volgende organisaties door de minister aangewezen: de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) de Stichting voor Fundamenteel Onderzoek der Materie (FOM) het Centrum Wiskunde & Informatica (CWI) de Stichting voor de Technische Wetenschappen (STW) 3
gemeenschappelijkregelingen voor AT, SET en S&C, is de Gemeenschappelijke Regeling 3TU Masters, zoals ingevolge art. 8.1 WHW ten behoeve van de 3TU-masteropleidingen is aangegaan tussen TUD, UT en TU/e, van toepassing op SET en S&C. HOOFDSTUK II DE ORGANISATIE VAN DE FACULTEIT Paragraaf 1 Het bestuur van de faculteit Artikel 2.1 Omvang; benoeming (art. 9.12 en 9.13 WHW) 1. Het bestuur van de faculteit bestaat uit 3 leden, te weten de decaan, die voorzitter van het bestuur is, een directeur bedrijfsvoering en een derde lid afkomstig uit het wetenschappelijk personeel. In uitzonderingsgevallen kan het faculteitsbestuur het college van bestuur gemotiveerd verzoeken een vierde lid te benoemen afkomstig uit het wetenschappelijk personeel. 2. De decaan heeft de beslissende stem bij verschil van inzicht binnen het faculteitsbestuur. 3. Het college van bestuur benoemt, schorst en ontslaat de decaan en de andere leden van het bestuur van de faculteit, met inachtneming van het bestuurs- en beheersreglement. 4. Bij de benoeming van het bestuur van de faculteit wijst het college van bestuur de decaan als voorzitter aan. 5. De benoeming tot lid van het bestuur van de faculteit geschiedt voor een door het college van bestuur te bepalen termijn die als regel vier jaar bedraagt. 6. Alvorens tot benoeming of ontslag van een van de leden van het bestuur van de faculteit over te gaan hoort het college van bestuur vertrouwelijk de faculteitsraad en de overige leden van het bestuur van de faculteit over het voorgenomen besluit tot benoeming of ontslag. Het horen geschiedt op een zodanig tijdstip dat het overleg van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming. 7. Een lid van het bestuur van de faculteit kan om gewichtige redenen worden geschorst of tussentijds worden ontslagen. 8. Zij die de functie vervullen van opleidingsdirecteur kunnen niet tevens lid zijn van het bestuur van de faculteit. Artikel 2.2 Adviseurs, waaronder de studentadviseur (art. 9.12 lid 2 WHW) 1. De opleidingsdirecteur van elk van de in de faculteit gevestigde bacheloropleidingen alsmede de directeur graduate program van elk van de in de faculteit gevestigde domeinen fungeert als adviseur van het faculteitsbestuur en wordt in die hoedanigheid in de gelegenheid gesteld de vergaderingen van het bestuur van de faculteit bij te wonen, in welke vergaderingen hij een adviserende stem heeft. 2. Een student van de faculteit wordt in de gelegenheid gesteld de vergaderingen van het bestuur van de faculteit bij te wonen, in welke vergaderingen deze student een adviserende stem heeft (studentadviseur). 3. Het bestuur van de faculteit nodigt de studentleden van de faculteitsraad uit om een voordracht in te dienen voor de functie van studentadviseur. Deze voordracht bevat de namen van een of meer studenten, die zelf geen lid van de faculteitsraad zijn. De studentadviseur wordt op voordracht van het bestuur van de faculteit door het college van bestuur aangewezen voor een periode van 1 jaar. Artikel 2.3 Taken (art. 9.14 en 9.15 WHW) 1. Het bestuur van de faculteit is belast met de algemene leiding van de faculteit. Het bestuur is voorts belast met het bestuur en de inrichting van de faculteit voor het onderwijs en de 4
wetenschapsbeoefening, waaronder het instellen van secties. Het neemt daarbij de wet, het bestuurs- en beheersreglement en dit reglement in acht. 2. Het bestuur van de faculteit stelt ter nadere regeling van het bestuur en de inrichting van de faculteit het faculteitsreglement vast met inachtneming van de richtlijnen die het college van bestuur terzake heeft vastgesteld. Het faculteitsreglement behoeft de instemming van de faculteitsraad en de goedkeuring van het college van bestuur. De goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 3. Het bestuur van de faculteit is voorts belast met: a. het vaststellen van de onderwijs- en examenregeling bedoeld in artikel 7.13 van de wet voor elke opleiding alsmede de regelmatige beoordeling daarvan; b. het vaststellen van algemene richtlijnen voor de wetenschapsbeoefening; c. het vaststellen van het jaarlijks onderzoekprogramma van de faculteit; d. het houden van toezicht op de uitvoering van de onderwijs- en examenregeling en op het jaarlijks onderzoekprogramma, alsmede het uitbrengen van regelmatig verslag hieromtrent aan het college van bestuur; e. het instellen van de examencommissie en de commissie, bedoeld in artikel 7.29 eerste lid van de wet, alsmede van de (inter)facultaire toelatingscommissie bedoeld in de Regeling Toelating Masteropleidingen TU/e en de benoeming van de leden van die commissies; f. de uitvoering van de artikelen 7.8b en 7.9 van de wet, met uitzondering van de aanwijzing van opleidingen, bedoeld in de artikelen 7.8b, derde lid, en 7.9, eerste lid, van de wet; g. het vaststellen van nadere regels omtrent de wijze waarop vrijstelling, bedoeld in de artikelen 7.25 vierde lid, 7.28 tweede tot en met vierde lid en 7.29 eerste lid van de wet, kan worden verkregen; h. het verstrekken van een bewijs van toelating als bedoeld in artikel 7.30a. derde lid, de toepassing van artikel 7.30a, vijfde lid, en de uitvoering van artikel 7.30c van de wet; i. het sluiten van een gemeenschappelijke regeling ten behoeve van een of meer opleidingen met een of meer besturen van andere faculteiten; j. het vaststellen van de procedures en criteria met betrekking tot erkenning van verworven competenties; k. het uitoefenen van het recht van voordracht tot het verlenen van het doctoraat honoris causa; l. het benoemen van een opleidingsdirecteur voor elke opleiding; m. de regeling van het bestuur en de inrichting van onderzoekinstituten; n. het doen van voorstellen aan het college van bestuur voor de benoeming van hoogleraren en UHD's; o vaststellen van het facultaire leerstoelen- en UHD-plan; het plan en de wijzigingen daarin worden ter goedkeuring aangeboden aan het college van bestuur; p. het vaststellen van de inrichting van de faculteit. 4. Het bestuur van de faculteit wordt met inachtneming van het bestuurs-en beheersreglement door het college van bestuur aangewezen als mandataris inzake het beheer van de faculteit. 5. Het bestuur van de faculteit kan commissies instellen. Artikel 2.4 Taakverdeling 1. Het bestuur van de faculteit kan, onverminderd de verantwoordelijkheid van het bestuur in zijn geheel voor zijn besluiten en handelingen, overgaan tot een onderlinge taakverdeling met inbegrip van de tekenbevoegdheid. 2. Het bestuur van de faculteit brengt deze taakverdeling ter kennis van het college van bestuur en van de faculteitsraad en geeft er binnen de faculteit bekendheid aan. Artikel 2.5 Verantwoording (art. 9.16 WHW) Het bestuur van de faculteit is verantwoording verschuldigd aan het college van bestuur. Het verstrekt het college van bestuur de gevraagde inlichtingen omtrent de faculteit. Artikel 2.6 Reglement van orde 5
1. Het bestuur van de faculteit kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen. Het brengt dat alsdan ter kennis van de faculteitsraad. 2. De vergaderingen en de vergaderstukken van het bestuur van de faculteit zijn niet openbaar, tenzij het bestuur anders besluit. Paragraaf 2 De opleidingsdirecteur Artikel 2.7 Benoeming (art. 9.17 WHW) 1. Het bestuur van de faculteit voorziet in het bestuur van elke opleiding, genoemd in artikel 2.2 lid 1en 2 van het geldend bestuurs- en beheersreglement, van de faculteit door de benoeming van een opleidingsdirecteur. Het bestuur benoemt de directeur graduate program tot opleidingsdirecteur van de masteropleidingen binnen zijn domein. 2. De benoemingstermijn bedraagt als regel 4 jaar. 3. De opleidingsdirecteur kan niet tevens lid dan wel voorzitter zijn van de opleidingscommissie van die opleiding. Artikel 2.8 Taken (art. 9.17 lid 3 WHW) 1. De opleidingsdirecteur draagt zorg voor de tot standkoming van de onderwijs- en examenregeling(en). De opleidingsdirecteur is namens het bestuur van de faculteit belast met de organisatie en coördinatie van de werkzaamheden die verband houden met de ontwikkeling en uitvoering van het onderwijs- en examenprogramma van de opleiding op basis van de vastgestelde onderwijs- en examenregeling. Hieronder wordt tevens begrepen het bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs, het (doen) verzorgen van het onderwijs, het ondersteunen van examen- en opleidingscommissies, en een jaarlijkse beoordeling van het onderwijs- en examenprogramma. 2. De opleidingsdirecteur bepaalt na overleg met de voorzitters van de betrokken secties, respectievelijk het bestuur van de faculteit, welke medewerkers belast zijn met werkzaamheden als bedoeld in lid 1 en geeft aan hen de nodige aanwijzingen. 3. De opleidingsdirecteur adviseert het bestuur van de faculteit over: a) ontwikkelingen in het onderwijs, gevolgen voor onderwijsvisie en samenhangen met onderzoeksontwikkelingen, 4. b) de inhoud van de onderwijs- en examenregeling van de opleiding, waaronder begrepen de samenstelling en programmering van het onderwijs en de examens. De opleidingsdirecteur overlegt regelmatig met de opleidingscommissie. Artikel 2.9 Verantwoording (art. 9.17 lid 3 WHW) 1. De opleidingsdirecteur is aan het bestuur van de faculteit verantwoording verschuldigd. Hij verschaft het bestuur van de faculteit de gevraagde inlichtingen. 2. De opleidingsdirecteur maakt jaarlijks een verslag van de opleidingen ten behoeve van het bestuur van de faculteit. Het verslag wordt tevens toegezonden aan de secties en de opleidingscommissie. 6
Paragraaf 3 De opleidingscommissie Artikel 2.10 Samenstelling (art. 9.18 lid 3 en 9.17 lid 4 WHW) Bachelor- & Masteropleidingen WTB 1. Het bestuur van de faculteit stelt voor elke door de faculteit verzorgde bacheloropleiding en de daarop aansluitende masteropleiding één opleidingscommissie in. 2. De opleidingscommissie van de facultaire opleidingen wordt als volgt samengesteld: a. 5 leden te benoemen door het bestuur van de faculteit, gehoord de voorzitters van de secties uit de stafleden van de secties die een substantieel aandeel leveren aan een of meer van de bovenbedoelde door de faculteit verzorgde opleidingen; b. 5 studentleden te benoemen door het bestuur van de faculteit uit de studenten die voor een van de bovenbedoelde door de faculteit verzorgde opleidingen zijn ingeschreven, met dien verstande dat van elke opleiding tenminste een studentlid afkomstig is. Interfacultaire Masters WTB 3. Het bestuur van de penvoerende faculteit stelt voor elk van de interfacultaire masteropleidingen Automotive Technology, Systems & Control en Sustainable Energy Technology een opleidingscommissie in. 4. De samenstelling, voordracht en de benoeming van de leden van de opleidingscommissie, alsmede de benoeming van de voorzitter van de opleidingscommissie worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling als bedoeld in art. 9.15 lid sub h WHW, die tussen de besturen van de participerende faculteiten wordt gesloten. 5. Het bestuur van de faculteit benoemt, gehoord de opleidingscommissie en de voorzitters van de desbetreffende secties, de voorzitter van elke opleidingscommissie. Indien de voorzitter van de opleidingscommissie niet tevens lid is van de opleidingscommissie heeft hij/zij een raadgevende stem. Artikel 2.11 Zittingstermijn De zittingstermijn van de leden van de opleidingscommissie bedraagt 2 jaren voor leden van het personeel en 1 jaar voor studenten. Artikel 2.12 Taken; overleg (art. 9.18 lid 1 en lid 2 WHW) 1. De opleidingscommissie heeft tot taak: a. advies uit te brengen over de vaststelling en wijziging van de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13 van de wet; b. het jaarlijks beoordelen van de wijze van uitvoeren van de onderwijs- en examenregeling; c. het desgevraagd of uit eigen beweging advies uitbrengen aan de opleidingsdirecteur en het bestuur van de faculteit over alle aangelegenheden betreffende het onderwijs in de desbetreffende opleiding. De commissie zendt de adviezen, bedoeld onder a. en c. ter kennisneming aan de faculteitsraad. 2. Het bestuur van de faculteit dan wel de opleidingsdirecteur zorgen er voorts voor dat indien een te nemen besluit op grond van de wet of dit reglement vooraf voor advies dient te worden voorgelegd aan de opleidingscommmissie: a. de opleidingscommissie in de gelegenheid wordt gesteld met hem/hen overleg te voeren voordat advies wordt uitgebracht; b. de opleidingscommissie zo spoedig mogelijk schriftelijk in kennis wordt gesteld van de wijze waarop aan het uitgebrachte advies gevolg wordt gegeven. 7
Paragraaf 3A De toelatingscommissie Artikel 2.10A: Samenstelling Masteropleidingen WTB 1. Het bestuur van de faculteit stelt met het oog op de toelating tot de masteropleiding Werktuigbouwkunde van de faculteit een toelatingscommissie in. 2. De toelatingscommissie van de faculteit bestaat uit 3 leden te benoemen door het bestuur van de faculteit, gehoord de voorzitters van de secties, uit de stafleden van de secties die een substantieel aandeel leveren aan bovenvermelde masteropleiding. 3. Het bestuur van de faculteit benoemt, gehoord de toelatingscommissie en de voorzitters van de desbetreffende secties, de voorzitter van de toelatingscommissie. Indien de voorzitter van de toelatingscommissie niet tevens lid is van de toelatingscommissie heeft hij een raadgevende stem. Interfacultaire Masters WTB 4. Het bestuur van de penvoerende faculteit stelt voor elk van de interfacultaire masteropleidingen Automotive Technology, Systems & Control en Sustainable Energy Technology een toelatingscommissie in. 5. De samenstelling, voordracht en de benoeming van de leden van de toelatingscommissie, alsmede de benoeming van de voorzitter van de toelatingscommissie worden geregeld in de gemeenschappelijke regeling als bedoeld in art. 9.15 lid sub h WHW, die tussen de besturen van de participerende faculteiten wordt gesloten. Artikel 2.11A Zittingstermijn De zittingstermijn van de leden van de toelatingscommissie bedraagt 2 jaren. Artikel 2.12A Taken De toelatingscommissie heeft tot taak: 1. indien het gaat om aansluitende masteropleidingen, de beoordeling of een door de aanvrager van een bewijs van toelating overgelegd getuigschrift tenminste gelijkwaardig is aan het getuigschrift van de voorlopende bacheloropleiding en/of de aanvrager anderszins blijk heeft gegeven van geschiktheid voor het volgen van de opleiding. 2. indien het gaat om overige masteropleidingen, de beoordeling of de aanvrager van een bewijs van toelating blijk heeft gegeven van geschiktheid in de zin van kennis, inzicht en vaardighedenvoor het volgen van de opleiding. Paragraaf 3 B De examencommissie Artikel 2.10B Samenstelling 1. Het faculteitsbestuur stelt voor de opleidingen van de faculteit examencommissies in. Bij de benoeming van de examencommissies draagt het faculteitsbestuur ervoor zorg dat de examencommissies deskundig en onafhankelijk kunnen functioneren. Tenminste een lid is als docent aan de opleiding verbonden en tenminste een lid is in het bezit van de basiskwalificatie onderwijs. 2. Het faculteitsbestuur stelt een profiel voor de (vice)voorzitter, de gewone leden en de secretaris van de examencommissie vast. 3. Bij de benoeming van nieuwe leden van de examencommissie worden de zittende leden door het faculteitsbestuur gehoord. 8
4. Personen met een managementfunctie kunnen geen lid zijn van de examencommissie, meer in het bijzonder de (adjunct) opleidingsdirecteur, de (adjunct) directeur graduate program en de (adjunct) directeur bedrijfsvoering en de (vice)decaan. 5. Het faculteitsbestuur draagt ervoor zorg dat binnen de examencommissie deskundigheden op de volgende gebieden zijn vertegenwoordigd: inhoudelijke kennis van de opleiding, kennis van toetsing, kennis van kwaliteitsborging en juridische kennis met betrekking tot de OER, het examenreglement en relevante WHW-bepalingen. 6. De examencommissie bestaat uit een voorzitter, een vicevoorzitter en een aantal gewone leden. Bij voorkeur is een van de leden een extern lid. De examencommissie bestaat uit een oneven aantal met een minimum van drie in totaal of een even aantal, waarbij de voorzitter een doorslaggevende stem heeft. 7. De voorzitter is bij voorkeur een hoogleraar. De leden zijn hoogleraar, (universitair) (hoofd)docent, of andere experts op een van de deskundigheidsgebieden zoals bedoeld in het vijfde lid. 8. Het faculteitsbestuur benoemt een medewerker van de faculteit tot ambtelijk secretaris van de examencommissie. Artikel 2.11B Benoeming en herbenoeming 1. De zittingstermijn van de (vice)voorzitter en leden van de examencommissie bedraagt 2 jaar. 2. In het benoemingsbesluit wordt de portefeuilleverdeling aangegeven. 3. Zowel de (vice)voorzitter als de leden kunnen telkens voor de duur van 2 jaar herbenoemd worden. Voordat een (vice)voorzitter of lid kan worden herbenoemd, vindt er een evaluatiegesprek plaats met het faculteitsbestuur. 4. Het faculteitsbestuur streeft naar verschillende ingangsdata van de benoemingsperiodes van de leden. 5. De benoeming wordt schriftelijk bevestigd aan het betreffende lid. In deze schriftelijke bevestiging wordt de portefeuille waarvoor het lid verantwoordelijk is aangegeven. Artikel 2.12B Taken en bevoegdheden De examencommissie neemt in haar examenreglement de aan haar (wettelijk) toebedeelde taken en bevoegdheden op. Artikel 2.13B Jaarverslag 1. Het jaarverslag, zoals bedoeld in artikel 7.12b, vijfde lid, van de WHW, wordt over ieder studiejaar opgesteld. Dit verslag dient uiterlijk 1 december na afloop van het studiejaar bij het faculteitsbestuur en de secretaris van de Centrale Commissie Kwaliteitszorg Onderwijs te worden ingeleverd. 2. Het jaarverslag bevat een jaarplan van de examencommissie. In het jaarplan zijn de voornemens van de examencommissie voor het op de verslagperiode volgend jaar opgenomen om de kwaliteitsborging verder vorm te geven dan wel te verbeteren. 3. Op basis van het jaarverslag en jaarplan vindt tenminste twee maal per jaar overleg plaats met het faculteitsbestuur. Op verzoek van het faculteitsbestuur en/of de examencommissie wordt de opleidingsdirecteur en/of de directeur graduate program uitgenodigd voor dit overleg. 9
Paragraaf 4 Faculteitsbureau Artikel 2.13 De faculteit kent een faculteitsbureau, dat onder leiding van de directeur bedrijfsvoering valt. Hiertoe behoren o.a. de volgende taakgebieden: financiën, personeelszaken, ict en facilitaire zaken Paragraaf 5 Secties Artikel 2.14 Secties; taken 1. Het bestuur van de faculteit stelt secties in. 2. a. Met inachtneming van het aanstellingsbesluit bepaalt het bestuur van de faculteit voor elk personeelslid dat is aangesteld voor het verzorgen van onderwijs en/of het verrichten van onderzoek, behoudens eventuele uitzonderingen, in welke sectie hij/zij wordt ingedeeld. b. Met inachtneming van het aanstellingsbesluit bepaalt het bestuur van de faculteit voor elk personeelslid van de faculteit dat is aangesteld voor het verrichten van ondersteunende en beheerswerkzaamheden voor secties en in welke organisatorische eenheid van de faculteit hij/zij wordt ingedeeld. 3. De indeling van een personeelslid in een sectie geldt voor een periode van maximaal 4 jaren. Na afloop van deze termijn kan het personeelslid opnieuw in dezelfde sectie worden ingedeeld. 4. Secties hebben tot taak bijdragen te leveren aan de voorbereiding en uitvoering van de onderwijs- en examenprogramma's alsmede van de onderzoekprogramma's van de faculteit. Voorts hebben zij tot taak om bijdragen te leveren aan de voorbereiding en uitvoering van interfacultaire en interuniversitaire programma's voor onderwijs en onderzoek; 5. Het bestuur van de faculteit bepaalt in hoofdlijnen de aard en de omvang van de bijdragen van de secties als bedoeld in lid 4. Artikel 2.15 Voorzitter; taken 1. Secties worden geleid door een sectievoorzitter, zijnde een voltijdse hoogleraar in de sectie. Het bestuur van de faculteit benoemt, schorst en ontslaat de sectievoorzitter. De benoeming geschiedt voor een door het bestuur van de faculteit nader te bepalen termijn, die als regel 4 jaar bedraagt. 2. De voorzitter van de sectie kan om gewichtige redenen tussentijds van deze functie worden ontheven. 3. De voorzitter van de sectie heeft tot taak: a. het geven van leiding aan degenen die werkzaam zijn in de sectie; b. het verdelen van de taken van de sectie over de leden van de sectie, waarbij wordt aangegeven met welke hoogleraar ieder van de leden een werkrelatie onderhoudt; c. het voeren van overleg met het bestuur van de faculteit, de opleidingsdirecteuren en de besturen respectievelijk wetenschappelijk directeuren van de onderzoekscholen/-instituten over de aangelegenheden met betrekking tot het onderwijs en onderzoek dat door medewerkers van de sectie wordt verzorgd c.q. verricht; d. het verrichten van de overige taken die het bestuur van de faculteit aan hem/haar opdraagt. 4. Met inachtneming van het bestuurs- en beheersreglement kan de voorzitter/het bestuur van de sectie door het bestuur van de faculteit worden gesubmandateerd ten aanzien van het beheer van de sectie. 5. Indien er in de sectie een vacature ontstaat beslist het bestuur van de faculteit over al of niet herbezetting. 10
Artikel 2.16 Advies en overleg 1. De voorzitters van de secties brengen desgevraagd of uit eigen beweging advies uit aan het bestuur van een faculteit, de besturen respectievelijk wetenschappelijk directeuren van onderzoekinstituten/-scholen, alsmede aan de opleidingsdirecteuren over alle aangelegenheden betreffende het onderwijs en het onderzoek van de faculteit, met inbegrip van het interfacultaire en interuniversitaire onderwijs. 2. De voorzitters van de secties plegen eenmaal per jaar overleg met de besturen respectievelijk wetenschappelijk directeuren van onderzoekinstituten/-scholen onderscheidenlijk de opleidingsdirecteuren en opleidingscommissies. Voorts plegen zij overleg wanneer de besturen respectievelijk wetenschappelijk directeuren van onderzoekinstituten/-scholen, de opleidingsdirecteuren of de opleidingscommissies daarom verzoeken. Artikel 2.17 Werkoverleg De voorzitter van de sectie voorziet in geregeld werkoverleg binnen de sectie. Paragraaf 6 Onderzoekinstituten Artikel 2.18 Onderzoekinstituten (art. 9.20 WHW) Het bestuur van de faculteit bepaalt welke onderzoekinstituten bij de faculteit zijn ingesteld. Deze worden op de website vermeld. Artikel 2.19 Wetenschappelijk directeur 1. Het bestuur van de faculteit benoemt een hoogleraar van de faculteit tot wetenschappelijk directeur voor een termijn van ten hoogste 5 jaren. 2. De wetenschappelijk directeur kan om gewichtige redenen tussentijds worden geschorst of van zijn functie ontheven door het bestuur van de faculteit. Artikel 2.20 Taken van de wetenschappelijk directeur; verantwoording 1. De wetenschappelijk directeur heeft met inachtneming van de door het bestuur van de faculteit bij dit reglement vastgestelde regels tot taak: a. het besturen van het onderzoekinstituut; b. opstelling van het meerjarig onderzoekprogramma van het onderzoekinstituut; c. de verdeling van de taken van het onderzoekinstituut over degenen die daarin werkzaam zijn. 2. De wetenschappelijk directeur is verantwoordelijk tegenover het bestuur van de faculteit. Hij geeft dat bestuur de gevraagde inlichtingen. 11
Artikel 2.21 Beheer Met inachtneming van het bestuurs-en beheersreglement kan het beheer van onderzoekinstituten door het bestuur van de faculteit worden gesubmandateerd aan de wetenschappelijk directeur van dat onderzoeksinstituut. Hierbij wordt in ieder geval ook geregeld de wijze waarop overeenkomsten met betrekking tot derde geldstroom-onderzoek van het instituut tot stand komen. 12
HOOFDSTUK III MEDEZEGGENSCHAP Paragraaf 1 De faculteitsraad (art. 9.37 WHW) Artikel 3.1 Omvang; wijze van samenstelling 1. De faculteitsraad bestaat uit 10 leden van wie 5 leden worden gekozen door en uit de personeelsleden van de faculteit en 5 leden worden gekozen door en uit de studenten van de faculteit. 2. De zittingstermijn van de leden van de faculteitsraad en de (plaatsvervangend) voorzitter bedraagt 2 jaar voor leden van het personeel en 1 jaar voor studenten. 3. Degene die een tussentijds opengevallen plaats vervult, treedt af op het tijdstip waarop zijn/haar voorganger zou hebben moeten aftreden. 4. Zij die lid zijn van de raad van toezicht, van het college van bestuur of van het bestuur van een faculteit, daarbij tevens inbegrepen de studentadviseur als bedoeld in artikel 2.2 van dit reglement, kunnen niet tevens lid zijn van de faculteitsraad. 5. Aan het eind van hun zittingsperiode treden de geledingen in hun geheel af, tenzij om bijzondere redenen nog niet in hun opvolging is voorzien. 6. De verkiezingen van de faculteitsraad worden georganiseerd volgens het geldende kiesreglement. 7. De vergaderingen en vergaderstukken van de faculteitsraad zijn openbaar, tenzij het bestuur van de faculteit dan wel de faculteitsraad een vergaderstuk als vertrouwelijk aanmerkt in welk geval ook het gedeelte van de vergadering van de faculteitsraad dat betrekking heeft op dit vergaderstuk niet openbaar is. Artikel 3.2 Voorzitter De faculteitsraad kiest een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter al dan niet uit zijn midden. Indien de voorzitter van de faculteitsraad niet tevens lid is van de faculteitsraad heeft hij een raadgevende stem. Paragraaf 2 Bevoegdheden faculteitsraad Artikel 3.3 Algemene bevoegdheden en taken (art. 9.38a WHW) 1. Het bestuur van de faculteit stelt de faculteitsraad ten minste tweemaal per jaar in de gelegenheid de algemene gang van zaken in de faculteit met hem te bespreken. Het bestuur en de raad komen voorts met elkaar in vergadering bijeen, indien daarom onder opgave van redenen wordt verzocht door het bestuur van de faculteit, de raad, dan wel een geleding. De vergadering wordt gehouden binnen drie weken nadat daartoe een verzoek is ingediend bij het bestuur van de faculteit. 2. De raad is bevoegd over alle aangelegenheden de faculteit betreffende aan het bestuur van de faculteit voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. Het bestuur van de faculteit brengt op de voorstellen binnen drie maanden een schriftelijke, met redenen omklede reactie uit aan de raad in de vorm van een voorstel. Alvorens over te gaan tot het uitbrengen van de in de vorige volzin bedoelde reactie, stelt het bestuur van de faculteit de raad ten minste eenmaal in de gelegenheid met hem overleg te plegen. 3. De faculteitsraad oefent tegenover het bestuur van de faculteit het instemmingsrecht en het adviesrecht uit die toekomen aan de universiteitsraad voor zover het aangelegenheden betreft 13
die de faculteit in het bijzonder aangaan en de desbetreffende bevoegdheden tevens aan het bestuur zijn toegekend. 4. Het bestuur van de faculteit verstrekt de raad aan het begin van het studiejaar schriftelijk de basisgegevens met betrekking tot de samenstelling van het bestuur van de faculteit, de organisatie binnen de faculteit en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. Het bestuur van de faculteit stelt de raad ten minste eenmaal per jaar schriftelijk in kennis van het door hen in het afgelopen jaar gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens voor het komende jaar ten aanzien van de faculteit op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied. Het bestuur van de faculteit stelt de raad onverwijld in kennis van voornemens met betrekking tot de aangelegenheden beschreven in het faculteitsplan. Voorts verschaft het bestuur van de faculteit de raad, al dan niet gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft. 5. Indien bij een bepaalde vergadering of een onderdeel daarvan een bij uitstek persoonlijk belang van een van de leden van de raad in het geding is, kan de raad besluiten dat het betrokken lid aan die vergadering of dat onderdeel daarvan niet deelneemt. De raad besluit dan tevens dat de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in besloten vergadering plaats heeft. 6. De raad doet jaarlijks schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden en draagt er zorg voor dat alle bij de faculteit betrokkenen van het verslag kennis kunnen nemen. De raad draagt er zorg voor dat de agenda's en verslagen van de vergaderingen van de raad worden toegezonden aan het bestuur van de faculteit en aan de eventuele commissies en ter inzage worden gelegd op een algemeen toegankelijke plaats op de faculteit ten behoeve van belangstellenden. De raad stelt de in de vorige volzin bedoelde commissies ten minste eenmaal per jaar in de gelegenheid om over aangelegenheden die de desbetreffende commissie in het bijzonder aangaan, met haar overleg te voeren. Artikel 3.4 Instemmingsrecht faculteitsraad (art. 9.38 WHW) Het bestuur van de faculteit behoeft de voorafgaande instemming van de faculteitsraad voor elk door hem te nemen besluit met betrekking tot de vaststelling of wijziging van: a. het faculteitsreglement, zoals bedoeld in artikel 9.14 van de wet; b. de onderwijs- en examenregeling, zoals bedoeld in artikel 7.13 van de wet met uitzondering van onderwerpen genoemd in het tweede lid van artikel 7.13 van de wet, de onderdelen a t/m g, met uitzondering van de aanwijzing, bedoeld in het derde lid, en met uitzondering van de eisen, bedoeld in de artikelen 7.30a, derde lid, derde volzin en 7.30b, eerste lid, derde volzin van de wet. c. het opleidingsspecifieke deel van het studentenstatuut, als bedoeld in art. 7.59 van de wet. Artikel 3.5 Bevoegdheden personeelsgeleding (art. 9.37 lid 5 WHW) 1. Het bestuur van de faculteit voorziet er in dat de personeelsgeleding van de faculteitsraad tijdig in de gelegenheid wordt gesteld advies aan het bestuur van de faculteit uit te brengen en overleg te voeren over voorgenomen maatregelen met betrekking tot: a. de wijze waarop de arbeidsvoorwaarden bij de faculteit worden toegepast; b. de wijze waarop het algemeen personeelsbeleid bij de faculteit wordt uitgevoerd; c. aangelegenheden op het gebied van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid in de faculteit; d. de organisatie en de werkwijze binnen de faculteit; e. de technische en economische dienstuitvoering bij de faculteit. 2. De in lid 1 bedoelde rechten van de personeelsgeleding kunnen worden uitgeoefend in de mate waarin het bestuur van de faculteit via mandaat van het college van bestuur over de desbetreffende bevoegdheden beschikt. Indien het bestuur van de faculteit niet over de bevoegdheden beschikt waarover geadviseerd wordt, wordt het advies zo spoedig mogelijk 14
doorgezonden naar het naast hogere bevoegd gezag. 3. De personeelsgeleding is bevoegd het bestuur van de faculteit voorstellen te doen met betrekking tot de in het eerste lid genoemde aangelegenheden. 4. Het bestuur van de faculteit behoeft de voorafgaande instemming van de personeelsgeleding voor elke maatregel die het bestuur bevoegd is te nemen en waarover de personeelsgeleding op grond van het eerste lid heeft geadviseerd. 5. Het bestuur van de faculteit stelt in overeenstemming met de personeelsgeleding, een reglement vast in verband met de uitoefening van de rechten, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid. Het reglement bevat in elk geval een geschillenregeling. Artikel 3.6 Personeelscommissie en studentencommissie De faculteitsraad kan een personeels- en/of een studentencommissie instellen, bestaande uit raadsleden, die advies uitbrengen aan de faculteitsraad over die aangelegenheden die de desbetreffende commissie in het bijzonder aangaan. Artikel 3.7 Reglement van orde De faculteitsraad stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen. Daarin worden ten minste regels gesteld met betrekking tot: a. het bijeenroepen der vergaderingen; b. de termijnen voor de toezending van vergaderstukken; c. de wijze van beraadslaging en besluitvorming, zowel met betrekking tot aangelegenheden waarover de raad voorstellen aan het bestuur van de faculteit wenst te doen of standpunten kenbaar wenst te maken alsook met betrekking tot aangelegenheden ten aanzien waarvan de raad tegenover het bestuur van de faculteit het instemmingsrecht of het adviesrecht uitoefent; d. de vaststelling van het aantal raadsleden dat voor de geldige beraadslaging en besluitvorming onder c. bedoeld aanwezig dient te zijn; e. de wijze waarop de faculteitsraad gebruik maakt van de door het college van bestuur geboden gelegenheid om vertrouwelijk te worden gehoord over de benoeming van het bestuur; f. de verslaglegging en de ondertekening van de besluiten; g. de openbaarheid der vergaderingen; h. de termijnen waarbinnen tot instemming of onthouding van instemming dient te worden besloten, en de termijnen binnen welke advies dient te worden uitgebracht; i. de regeling voor het geval dat bij een vergadering van de raad een bij uitstek persoonlijk belang van een van de leden van de raad in het geding is op grond van artikel 3.3 lid 5 van dit reglement; j. het onder a t/m i bedoelde wordt tevens geregeld ten behoeve van de taakuitoefening van de personeelsgeleding, de personeelscommissie, de studentencommissie en andere door de raad in te stellen commissies. Artikel 3.8 Het bestuur van de faculteit en de faculteitsraad kunnen andere commissies instellen. Bij de instelling regelt het bestuur, onderscheidenlijk de raad, in ieder geval de taak, bevoegdheid, omvang en samenstelling en duur van de commissie, alsmede de openbaarheid van de vergaderingen. 15
HOOFDSTUK IV SLOTBEPALINGEN Artikel 4.1 Bij verschil van mening over de interpretatie van een of meer artikelen van dit reglement beslist het bestuur van de faculteit. Artikel 4.2 Dit reglement treedt in werking met ingang van de dag waarop de goedkeuring door het college van bestuur, bedoeld in artikel 9.14 lid 4 van de wet, ter kennis van het bestuur van de faculteit is gebracht. Artikel 4.3 Dit reglement kan worden aangehaald als 'faculteitsreglement Werktuigbouwkunde'. 16