Zakelijk Professioneel (PROF) - B2

Vergelijkbare documenten
Educatief Startbekwaam (STRT) - B2

Educatief Professioneel (EDUP) - C1

Educatief Professioneel (EDUP) - C1

Maatschappelijk Formeel (FORM)- B1

Maatschappelijk Informeel (INFO) - A2

Profiel Professionele Taalvaardigheid

Profiel Academische Taalvaardigheid PAT

A1 A2 B1 B2 C1. betrekking op concrete betrekking op abstracte, complexe, onbekende vertrouwde

Profiel Academische Taalvaardigheid

Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo

Schrijven tekstkenmerken productief A1 A2 B1 B2 C1 C2. Bereik van de woordenschat

CONCEPT. Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo

A1 A2 B1 B2 C1. betrekking op concrete betrekking op abstracte, complexe, onbekende vertrouwde

NIVEAU TAALBEHEERSING MODERNE VREEMDE TALEN VWO/HAVO STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

Europees Referentiekader

Niveaus Europees Referentie Kader

Niveaus van het Europees Referentiekader (ERK)

Kan-beschrijvingen ERK A2

Gesprekjes voeren Waar sta ik nu?

Spreken tekstkenmerken A1 A2 B1 B2 C1 C2. Bereik van woordenschat

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo

Kan ik het wel of kan ik het niet?

Vaardigheid HAVO VWO Eindtermen Eindtermen

Profiel Maatschappelijke Taalvaardigheid

CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo

Ik beschik over voldoende woorden om me te redden in veel voorkomende dagelijkse situaties.

Doorlopende leerlijn vaardigheden Frans ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per vaardigheid

NIVEAU TAALBEHEERSING MODERNE VREEMDE TALEN HAVO EN VWO

3.4. De profielbeschrijvingen Profiel Toeristische en Informele Taalvaardigheid

Niveaubepaling Nederlandse taal

Toelichting M-nummers in relatie tot referentieniveaus Meijerink (4F)

Common European Framework of Reference (CEFR)

A1 A2 B1 B2 C1 C2. Ondubbelzinnige standaardtaal. Binnen eigen vaken/of. interessegebied wordt ook complexer taalgebruik begrepen

MODERNE VREEMDE TALEN - ASO DUITS Het voorliggende pakket eindtermen beantwoordt aan de decretale situatie waarbij in de basisvorming in de derde

Doorlopende leerlijn vaardigheden Duits ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per kernvaardigheid

Interuniversitaire Taaltest Nederlands voor Anderstaligen

Lees voor gebruik eerst de uitgebreide handleiding, deel 2: Werken met beoordelingsmodellen productieve vaardigheden.

CONCEPT. Tussendoelen Engels onderbouw vo vmbo

Beoordelingsmodel. Educatief Professioneel. Voorbeeldexamen. Educatief Professioneel 1 Voorbeeldexamen Beoordelingsmodel

Tussendoelen Engels onderbouw vo vmbo

Beoordelingsmodellen PAT Profiel Academische Taalvaardigheid Voorbeeldexamen 2

Hoe maak ik een instellingsexamen Nederlands? s-hertogenbosch, 27 november 2018 Charlotte Jacobs

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën

Beoordelingsmodel PROF Deel A Taak 1 - Bewegen op het werk

Doorlopende leerlijn vaardigheden Engels ERK (PO - havo/vwo) 2009 Streefniveaus en eindniveaus ERK per vaardigheid

Engels, vmbo gltl, Liesbeth Pennewaard kernen subkernen Context (inhoud) taalvaardigheidsniveau CE of SE Eindterm niveau GL/TL Exameneenh eid Lezen

SLO Leerdoelenkaart Engels: streefniveaus onderbouw voortgezet onderwijs voor gedifferentieerd onderwijs

Secundair volwassenenonderwijs STUDIEGEBIED NEDERLANDS TWEEDE TAAL

Wat stelt de doorlichting vast? Enkele voorbeelden:

Niveaubeschrijving Talige Startcompetenties Hoger Onderwijs Spreken op C1

FUNCTIONELE TAALVAARDIGHEID / TEKSTGELETTERDHEID IN PAV

a Luisteren Lezen Gesprekken voeren Spreken Schrijven

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën

Beoordelen we wat beoordeeld moet worden?

Secundair volwassenenonderwijs STUDIEGEBIED NEDERLANDS TWEEDE TAAL

SLO Leerdoelenkaart Frans: streefniveaus onderbouw voortgezet onderwijs voor gedifferentieerd onderwijs

OVERZICHT TUSSENDOELEN GEVORDERDE GELETTERDHEID. 1. Lees- en schrijfmotivatie

Standaardrapportage (strikt vertrouwelijk)

Moderne vreemde talen havo/vwo Leerlijnen landelijke kaders

Lees voor gebruik eerst de uitgebreide handleiding, deel 2: Werken met beoordelingsmodellen productieve vaardigheden.

A1 A2 B1 B2 C1 C2. Het gaat om ondubbelzinnige standaardtaal. Binnen het eigen vak- en/ of interessegebied wordt complexer taalgebruik wel begrepen

$% & ' & , -., /.., 0 )+ # ""1 2 # ""! 3 & &&- $# 4$"4# ""! & /

3. De CNaVT-profielen

De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn Duitse woordenschat.

Nederlands en leren leren Matrix

SLO Leerdoelenkaart Duits: streefniveaus onderbouw voortgezet onderwijs voor gedifferentieerd onderwijs

Beoordelingsmodel. Educatief Startbekwaam. Voorbeeldexamen

Tussendoelen Gevorderde Geletterdheid. 1. Tussendoelen lees- en schrijfmotivatie. 2. Tussendoelen technisch lezen

Beoordelingsmodellen PMT. Profiel Maatschappelijke Taalvaardigheid. Voorbeeldexamen 2

SPAANSE TAAL EN LITERATUUR (ELEMENTAIR) HAVO

Nederlands ( 2F havo vwo )

Luisteren 1 hv 2 hv 3hv

Lees voor gebruik eerst de uitgebreide handleiding, deel 2: Werken met beoordelingsmodellen productieve vaardigheden.

ERK - Europees Referentiekader. luisteren. pers. prof. educ.

Toelichting M-nummers in relatie tot referentieniveaus Meijerink (3F)

Vaardigheden. 1. Q1000 Spelling- en grammatica 2. Q1000 Nauwkeurigheid 3. Q1000 Typevaardigheid 4. Q1000 Engels taalniveau

Beoordelingsmodellen PPT Profiel Professionele Taalvaardigheid Voorbeeldexamen 1

Instrumenten voor de beoordeling van taalvaardigheid voor het voortgezet onderwijs

Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën

Referentiekader Moderne Vreemde Talen in het mbo. 30 september 2010

Basisarrangement. Groep: AGL fase 1 Leerjaar 1 Vak: Nederlandse taal. 5x per week 45 minuten werken aan de basisdoelen

Syntheseproef kerst 2013 Theoretische richtingen

PORTFOLIO NEDERLANDS NAAM: OPLEIDING: KLAS: Portfolio Nederlandse taal, deel 1 Versie Pagina 1

Talenpaspoort Checklist

Secundair volwassenenonderwijs STUDIEGEBIED NEDERLANDS TWEEDE TAAL

COMMUNICATIE IN VREEMDE TALEN

ENGELS MBO-4 SYLLABUS PILOTEXAMENS VANAF

Nederlands ( 2F bb kb/gl/tl )

INTERNATIONAAL ERKENDE TAALNIVEAUS

Flitsbijeenkomst Steunpunt Taal en Rekenen (10 februari 2012) Handreiking Referentiekader mvt. Van Raamwerk tot Handreiking

Luisteren 1 gt/h 2 gt 3/4 vmbo

BESCHRIJVING. For more information, visit us online at

Nederlands - vwo: vakspecifieke informatie centraal examen 2019

SPAANSE TAAL EN LITERATUUR ELEMENTAIR HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2019 V

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Transcriptie:

Zakelijk Professioneel (PROF) - B2 Voor wie? Voor hogeropgeleiden die hun taalvaardigheid in het Nederlands zullen moeten bewijzen op de werkvloer in Vlaanderen, Nederland of in een buitenlands bedrijf waar (een deel van) het werk in het Nederlands gebeurt. Gezien de aard van het examen raden wij Zakelijk Professioneel aan voor volwassenen (18+). Hoe wordt er getoetst? Toetst vaardigheden geïntegreerd: luisteren in combinatie met schrijven, lezen in combinatie met schrijven, lezen in combinatie met spreken en gesprekken voeren. Wat is de inhoud van het examen? De kandidaten die dit examen succesvol afleggen, kunnen het Nederlands zowel formeel als informeel gebruiken in een professionele context. De kandidaten wordt gevraagd om taken te vervullen die in het professionele leven kunnen voorkomen in administratieve en dienstverlenende functies in verschillende sectoren. De context voor de taken kan daarom variëren van een klantendienst, onthaal of inkoopafdeling van een bedrijf tot een woon-zorgcentrum of ziekenhuis. Er is geen vakspecifieke (bijvoorbeeld boekhoudkundige) voorkennis of woordenschat vereist. De vaardigheid om met professionele (luister)teksten met onbekende woorden om te gaan (bijvoorbeeld door het gebruik van een woordenboek) is wel een vereiste.

Lezen wat complexere teksten globaal begrijpen; informatie, argumenten, standpunten en conclusies tot in detail begrijpen; specifieke informatie, argumenten, standpunten, conclusies en selecteren in geschreven teksten; informatie, argumenten, standpunten en conclusies uit wat complexere teksten vergelijken. Kan in hoge mate zelfstandig lezen, past zijn of haar leesstijl en snelheid aan verschillende teksten en doeleinden aan, en maakt selectief gebruik van toepasselijke naslagwerken. Leesteksten kunnen al wat langer en complexer zijn. Beschikt over een grote actieve leeswoordenschat, maar kan enige moeite hebben met weinig voorkomende idiomatische uitdrukkingen. De input Thema en context bronnen binnen een educatieve context naslagwerken correspondentie met betrekking tot interesses nieuwsberichten, artikelen en verslagen over uiteenlopende onderwerpen complexe aanwijzingen binnen een educatieve context artikelen over hedendaagse problemen onderwerpen binnen het interessegebied semi-authentiek Lengte en indeling leesteksten een of meerdere pagina s lang met een duidelijke structuur (zoals een syllabus) langere passages, van elkaar gescheiden door tussenkopjes (zoals een duidelijke syllabus of een lang krantenartikel) nauwelijks visueel ondersteund Structuur, samenhang en lengte occasioneel impliciet aangeboden informatie en impliciet aangeboden betekenisrelaties relatief lang, duidelijk gestructureerd impliciete structurering mogelijk Woordenschat en taalvariëteit ook minder frequente woorden en formuleringen af en toe vakspecifieke woordenschat toenemende mate van variatie complexe samengestelde zinnen

Luisteren wat complexere luisterteksten en gesprekken globaal begrijpen; informatie, argumenten, standpunten en conclusies tot in detail begrijpen; specifieke informatie, argumenten, standpunten, conclusies en selecteren in luisterteksten; informatie, argumenten, standpunten en conclusies uit wat complexere teksten vergelijken. Kan een uitgebreide, naar inhoud en vorm complexe gesproken tekst volgen en de hoofdgedachte begrijpen, als de tekst in een normaal tempo en in natuurlijk gearticuleerde standaardtaal wordt uitgesproken. Kan een uitgebreide, gesproken tekst volgen over vertrouwde en niet-vertrouwde onderwerpen die gewoonlijk worden aangetroffen in het professionele leven. Alleen extreem achtergrondgeluid, onvoldoende structuur en/of idiomatisch taalgebruik ondermijnen het begrip van het gesprokene. De input Thema en context (onderwerp) concrete en abstracte onderwerpen binnen en buiten eigen vakgebied vertrouwde en niet-vertrouwde onderwerpen uitgebreide betogen en complexe redeneringen over een vertrouwd onderwerp levendig gesprek tussen moedertaalsprekers semi-authentiek Tempo en articulatie luisterteksten normaal spreektempo uitgesproken in de standaardtaal natuurlijke articulatie Lengte en indeling leesteksten een of meerdere pagina s lang met een duidelijke structuur (zoals een syllabus) langere passages, van elkaar gescheiden door tussenkopjes (zoals een duidelijke syllabus of een lang krantenartikel) nauwelijks visueel ondersteund Structuur, samenhang en lengte occasioneel impliciet aangeboden informatie en impliciet aangeboden betekenisrelaties relatief lang, duidelijk gestructureerd impliciete structurering mogelijk Woordenschat en taalvariëteit ook minder frequente woorden en formuleringen af en toe vakspecifieke woordenschat toenemende mate van variatie complexe samengestelde zinnen

Schrijven relevante informatie, argumenten, standpunten en conclusies weergeven (op basis van de input); informatie, argumenten, standpunten en conclusies zelf formuleren of beargumenteerd reageren op input; een helder en herkenbaar argumentatieschema hanteren of structuur aanbrengen in informatie en ervaringen; informatie, argumenten, standpunten en conclusies bij elkaar brengen en vergelijken (bv. vooren nadelen van verschillende opties bespreken). Kan heldere, gedetailleerde teksten schrijven over uiteenlopende onderwerpen die verband houden met het professionele domein en waarin informatie en argumenten (mogelijk uit verschillende bronnen) worden bijeengevoegd en beoordeeld. De output Woordenschat De lexicale variatie is groot genoeg om frequente letterlijke herhalingen te voorkomen. Lexicale hiaten en fouten komen hier en daar voor, maar verhinderen de begrijpelijkheid van de tekst niet. Af en toe wordt er een synoniem gekozen dat minder goed past binnen de context. Uitingen bevatten zowel eenvoudige als meer complexe grammaticale constructies en zinspatronen. Vaak voorkomende complexe constructies zijn meestal foutloos. Slechts zelden komt er een duidelijk aanwijsbare fout voor. Cohesie Structurerende elementen worden doorgaans correct gebruikt en ondersteunen de coherentie van de prestatie. Af en toe wordt er echter een structurerend element verkeerd gebruikt, vergeten (waardoor de prestatie inhoudelijke sprongen kan vertonen) of overgebruikt. Verwijswoorden worden meestal op juiste wijze gebruikt. Taaltechniek Het leestekengebruik voldoet aan de standaardconventies. Spelling en interpunctie zijn vrijwel correct en bevatten slechts hier en daar nog kleine fouten.

Spreken relevante informatie, argumenten, standpunten en conclusies weergeven (op basis van de input); informatie, argumenten, standpunten en conclusies zelf formuleren of beargumenteerd reageren op input; een helder en herkenbaar argumentatieschema hanteren of structuur aanbrengen in informatie en ervaringen; informatie, argumenten, standpunten en conclusies bij elkaar brengen en vergelijken (bv. vooren nadelen van verschillende opties bespreken). Kan duidelijke, stelselmatig ontwikkelde beschrijvingen en presentaties geven, met de juiste nadruk op belangrijke punten, over een breed scala van algemene en actuele onderwerpen die samenhangen met het professionele domein of beroepsonderwerpen. Kan de taal nauwkeurig en doeltreffend gebruiken en kiest daarbij een mate van formaliteit die in de omstandigheden (informele of formele context) gepast is. De output Woordenschat De lexicale variatie is groot genoeg om frequente letterlijke herhalingen te voorkomen. Lexicale hiaten en fouten komen hier en daar voor, maar verhinderen de begrijpelijkheid van de tekst niet. Af en toe wordt er een synoniem gekozen dat minder goed past binnen de context. Uitingen bevatten zowel eenvoudige als meer complexe grammaticale constructies en zinspatronen. Vaak voorkomende complexe constructies zijn meestal foutloos. Slechts zelden komt er een duidelijk aanwijsbare fout voor. Cohesie Structurerende elementen worden doorgaans correct gebruikt en ondersteunen de coherentie van de prestatie. Af en toe wordt er echter een structurerend element verkeerd gebruikt, vergeten (waardoor de prestatie inhoudelijke sprongen kan vertonen) of overgebruikt. Verwijswoorden worden meestal op juiste wijze gebruikt. Uitspraak De uitspraak en intonatie zijn helder en natuurlijk, maar met een hoorbaar accent. Vloeiendheid De vloeiendheid is goed, er zijn weinig merkbare of storende pauzes. Soms komen er aarzelingen voor bij het zoeken naar de juiste formuleringen. De taaluitingen, ook de langere, kennen een gelijkmatig tempo. Initiatief De kandidaat neemt een actieve houding aan en kan de prestatie beginnen, gaande houden en beëindigen. De informatie en de vragen worden zelfstandig gebracht/gesteld. Hulp van de examinator is niet nodig.

Gesprekken voeren Op dit niveau worden de vaardigheden spreken en gesprekken voeren geïntegreerd met lezen in Deel C getoetst. Het beoordelingsmodel met de vormelijke en inhoudelijke criteria voor alle vaardigheden vindt u in het voorbeeldexamen.