Gebruikershandleiding 1
Index 1 Algemeen 4 1.1 Gebruiker 5 1.2 Aansprakelijkheid 5 1.3 Garantiebepaling 6 1.4 Toebehoren 6 1.5 Technische gegevens van de 7 2 Veiligheid 8 2.1 Veiligheidssymbolen 8 2.2 Veiligheidsaspecten 10 2.3 Veiligheidsvoorziening 10 2.4 Noodsituatie 10 2.5 Ontraden gebruik 11 5 Accessoires 26 5.1 Opvangbak 26 5.1.2 Aankoppelen opvangbak 26 5.2 Overige optionele Accessoires 28 Onderhouddata 31 Controle- en Servicebeurten 32 E.E.G. verklaring 34 3 Veegproces 12 3.1 Aanbevolen gebruik 12 3.2 Motor 13 3.2.1 Starten van de motor 13 3.2.2 Stoppen van de motor 15 3.2.3 Bijvullen van de brandstof 15 3.2.4 Controleren en bijvullen van motor- en hydrauliek-olie 16 3.3 Veger 17 3.3.1 Aan- en uitzetten van de veger 17 3.3.2 Instellingen 18 3.3.3 Hoogteverstelling van de borstel 18 3.3.4 Schuinstellen van de borstel 18 3.3.5 Heffen van de borstel 19 3.3.6 Aankoppelen van de borstel 19 3.3.7 Aankoppelen van de hydrauliekslangen 20 3.4 Rijden 20 4 Onderhoud en controle 22 4.1 Controle voor het vegen 22 4.2 Onderhoud na het vegen 22 4.3 Controle borstel 22 4.4 Onderhoud en reparatie 22 4.4.1 Hydrauliek systeem 23 4.4.2 Motor 23 4.4.3 Onderhoudsbeurt 23 4.4.4 Bandenspanning 24 4.4.5 Spannen van kettingen 24 4.4.5.1 Stuurinrichting 24 4.4.5.2 Aandrijving 25 2
Fabrikant: Tel: 0031 (0)486-415370 Fax: 0031 (0)486-411325 E-mail: info@gsengineering.nl Machine: 3
1.Algemeen In deze gebruikershandleiding wordt het juiste gebruik van behandeld In deze gebruikershandleiding worden alle aspecten behandeld die van belang zijn voor de bediening en het dagelijks onderhoud van de. Tevens worden aspecten die van belang zijn voor het technische onderhoud behandeld. Voor een optimaal en een veilig gebruik van de machine moet de gebruiker de gebruikershandleiding zorgvuldig doornemen. De tekst in deze gebruikershandleiding kan op de volgende manieren zijn weergegeven. Normaal gedrukte tekst duidt op normale tekst Vetgedrukte tekst duidt op belangrijke informatie De volgende pictogrammen worden in de tekst gebruikt om te wijzen op zaken die speciale aandacht verdienen en/of gevaar opleveren voor de mens, machine en/of veegproces Speciale aandacht Tekst voorafgegaan door dit teken verdient extra aandacht Waarschuwing Instructies voorafgegaan door dit teken waarschuwen voor het risico van schade aan de machine of storingen indien de instructies niet nauwkeurig worden opgevolgd Lichamelijk letsel Tekst voorafgegaan door dit teken waarschuwt voor lichamelijk letsel indien de instructies niet nauwkeurig worden opgevolgd 4
1.1 Gebruiker In deze gebruikershandleiding wordt onder de gebruiker verstaan: Iedereen die onder gebruiksomstandigheden met de of onderdelen daarvan in aanraking komt. Een onderneming of gebruiker dient er zelf op toe te zien dat elke gebruiker voldoende gekwalificeerd is om met dit soort machines om te gaan en de betrokken bepalingen en veiligheidsaspecten in acht kan nemen. Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen twee groepen: De gebruiker is de persoon die de machine daadwerkelijk bedient ter voorbereiding of bij de uitvoering van het productieproces De technicus is de persoon die reparaties of onderhoudswerkzaamheden aan de machine uitvoert De technicus moet gekwalificeerd opgeleid zijn voor het verrichten van de technische handelingen. Het is een voorwaarde dat de technicus beschikt over een degelijk inzicht en dat hij technische tekeningen kan lezen. Voordat de machine wordt bediend of onderhouden door de operator of de technicus moeten zij voldoende zijn geïnstrueerd. De eerste instructie vindt plaats door specialisten van GS. Een uitzondering doet zich voor als reeds meerdere machines van hetzelfde type bij de zelfde onderneming in gebruik zijn of voldoende kennis aanwezig is. GS kan geen enkele verantwoording dragen over de werkzaamheden die zijn verricht door een niet of niet voldoende geïnstrueerde of gekwalificeerde bediener. 1.2 Aansprakelijkheid Deze gebruikershandleiding en de daarin opgenomen gegevens zijn met de uiterste zorgvuldigheid samengesteld. GS en/of uw leverancier zijn niet aansprakelijk voor onduidelijkheden, vergissingen en/of schade aan de. Tevens zijn boven genoemden niet aansprakelijk voor persoonlijke ongelukken veroorzaakt door onjuist gebruik of pogingen tot onderhoud van de door anderen dan hiervoor opgeleide technici 5
1.3 Garantiebepalingen De garantievoorwaarden, vermeld in de algemene leveringsvoorwaarden, vervallen onmiddellijk en van rechtswegen, indien: 1. Onderhoudswerkzaamheden en/of reparaties niet strikt volgens de instructies zijn uitgevoerd. 2. Reparatiewerkzaamheden niet zijn uitgevoerd door servicetechnici van GS engineering of diens officiële dealer, of zijn uitgevoerd door technici van de klant zonder schriftelijke toestemming van GS. 3. Wijzigingen zijn aangebracht aan het geleverde zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van GS. 4. Ander dan originele GS. onderdelen worden gebruikt. 5. Andere dan de voorgeschreven smeermiddelen worden gebruikt. 6. Onoordeelkundig. onzorgvuldig, onjuist en/of nalatig wordt omgegaan met het geleverde. 7. De machine wordt gebruikt voor andere doeleinde dan waarvoor deze is ontworpen en gebouwd. Garantietermijnen: Bij professioneel gebruik: ½ jaar Particulieren: 1 jaar Bij constructiefouten: 2 jaar 1.4 Machinetoebehoren Bij elke machine wordt bijgeleverd: - de gebruikershandleiding van de - de gebruikershandleiding van de motor - garantiebewijs 6
1.5 Technische gegevens van de Afb. 1 Werkbreedte Motor Vermogen Transmissie Versnelling Hefinrichting Hydro-aansluiting Borstelbreedte afhankelijk van werktuig Honda GX200 4,8Kw (6,5Pk) handstart Hydro differentieel Vooruit 0 tot 6 Km/H Achteruit 0 tot 3 Km/H Standaard mechanisch 2x dmv snelkoppeling 85/90/101 cm 7
2. Veiligheid De is naar de huidig geldende voorschriften gebouwd, Desondanks kan deze machine gevaren voor mens en machine veroorzaken indien: - deze niet volgens de gebruiksvoorschriften wordt gebruikt - deze niet door daartoe opgeleid personeel wordt bediend - deze ondeskundig word veranderd of gebruikt - de veiligheidsvoorschriften niet in acht worden genomen Daarom moet iedere persoon die met de bediening, het onderhoud en/of de reparatie van de machine betroffen is, de veiligheidsvoorschriften lezen en opvolgen. Eventueel wordt dit door middel van een handtekening van de gebruiker bevestigd. Naast de in deze gebruikshandleiding genoemde eisen en voorschriften gelden: - algemene veiligheidsvoorschriften - landspecificatie bepalingen 2.1 Veiligheidssymbolen De veiligheidssymbolen op de machine moeten volledig en leesbaar worden gehouden. Beschadigde en onleesbare veiligheidssymbolen moeten worden vernieuwd. 1. Aangebracht op de behuizing van de machine,aan de zijkant, Gehoorbescherming dragen verplicht 2. Aangebracht op de behuizing van de machine, aan de zijkant, Oogbescherming dragen verplicht 8
3. Aangebracht op de behuizing van de machine, aan de zijkant, Lees handleiding voor gebruik 4. Aangebracht op de behuizing van de machine, bij de bedieningshendel van de veger. Borstel links- of rechtsom draaiend 5. Aangebracht achter op de behuizing van het chassis, betreft het CE keurmerk en het serienummer. 9
2.2 Veiligheidsaspecten - De veiligheidsaspecten en pictogrammen in deze gebruikershandleiding evenals de veiligheidssymbolen op de machine moeten door de bediener altijd in acht worden genomen. - De voorgeschreven procedures moeten altijd in de juiste volgorde worden uitgevoerd. - Tijdens werkzaamheden met de machine moet de bestuurder altijd zorg dragen voor voldoende zicht op de omgeving en de machine. - Hij dient er voor te zorgen dat zijn aandacht niet van het de werkzaamheden wordt weggeleid en dient te alle tijde te handelen naar de omstandigheden. - Bij iedere beweging van de machine, moet de bediener ervan verzekerd zijn dat er zich geen personen in de omgeving van de machine bevinden. - Het is niet toegestaan dat de machine wordt gebruikt voor het vervoer van mensen. - Bij het gebruik van de machine moet er een veiligheidsbril worden gedragen. - Bij het gebruik van de machine moet gehoorbescherming worden gedragen. - De kleding van de bediener moet goed aansluiten, bij voorkeur geen losse kleding. Verder dient de bediener stevig schoeisel te dragen. - Alle onderhoud, reparaties, het opheffen van storingen en niet in deze gebruikershandleiding vermelde handelingen mogen uitsluitend door de technicus worden uitgevoerd. - Als de bestuurder een onvolkomenheid of defect aan de machine constateert, moet direct een technicus worden gewaarschuwd. 2.3 Veiligheidsvoorzieningen De machine is voorzien van een belastingsbeveiliging De bediening voor de voor- en achterwaartse beweging moet ingedrukt worden gehouden voor een beweging. Loslaten van de bediening zal ertoe leiden dat de machine automatisch stopt (zie ook 4.1) 2.4 Noodsituaties Er is sprake van noodsituatie wanneer er acuut gevaar voor de mens, dier en / of machine optreedt of dreigt op treden. Indien een noodsituatie zich voordoet moet de bediener de machine tot stilstand brengen en de motor uitschakelen. Bij beschadiging van de machine of andere situaties waarbij aantasting van delen van de machine kan zijn ontstaan is het noodzakelijk dat de machine uitgebreid wordt nagekeken. Alleen op deze manier is te garanderen dat ook na een 10
noodsituatie veilig met de machine kan worden gewerkt. 2.5 Ontraden gebruik Het wordt afgeraden de op hellingen met een hellingshoek van meer dan 5 te gebruiken. Het wordt afgeraden om met de te rijden zonder werktuigen. 11
3 Het veegproces 3.1 Aanbevolen gebruik De veegmachine wordt voornamelijk gebruikt voor het reinigen van rechte oppervlakken. Het te vegen materiaal zal hierbij vooral bestaan uit bladeren, afvalresten, sneeuw, zand, grind of een combinatie hiervan. Bij het vegen van bepaalde stoffen kan het voorkomen dat er (hevige) stofvorming ontstaat. Het is daarom verplicht om gebruik te maken van een stofbril. Door de manier van vegen kunnen deeltjes wegschieten. De bediener dient er zich van te verzekeren dat er zich geen personen of dieren in de directe nabijheid van de machine bevinden. De machine geeft onder normale omstandigheden een geluidsniveau van +/- 96 db (A) af. Langdurige blootstelling aan dit geluidsniveau kan leiden tot ernstige gehoorbeschadiging. Het gebruik van gehoorbescherming is daarom verplicht. 12
3.2 Motor De motor van de is een Honda GX-200 Dit is een viertakt motor met een inhoud van 200cc met bovenliggende kleppen En een vermogen van 4,8 Kw wat overeenkomt met 6,5 Pk Luchtfilter Benzinetank Choke Aan / Uit schakelaar Benzinekraan Afb.1 Startergreep 3.2.1 Starten van de motor Voordat de motor gestart wordt, dient men te controleren of de machine in een goede staat verkeert. Bij het starten moet de hydraulische bediening uitgeschakeld zijn. Schakel de hydraulische bediening eerst uit omdat anders onverwachte en gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. 13
De volgende stappen zijn nodig voor het starten van de motor 1. Controleer of de hydraulische bedieningen uitgeschakeld zijn (borstel in neutraal stand) afb. 1 Afb.1 Handel staat in de middenstand Stel de motorschakelaar op positie aan (On) afb. 2 Open de brandstofkraan (afb 5) afb. 3 afb. 4 Sluit de choke zodat U een rijk brandstof mengsel krijgt 14
Trek aan de Startergreep tot de motor aanspringt (afb. 5, is de motor op toeren gekomen schuif dan langzaam de Choke weer naar de openstand. 3.2.2. Het stoppen van de motor Afb. 5 Als na gebruik de motor moet stoppen dient u volgende handelingen te verrichten. a.) Door het omzetten van de schakelaar op de motor in de OFF stand zal de motor stoppen (zie afb. 2 3.2.1) b.) Sluit de brandstofkraan (zie afb. 3 3.2.1) 3.2.3. Bijvullen van brandstof De motor loopt op normale loodvrije autobenzine: Euro loodvrij (gebruik verse benzine) Geen olie door benzine mengen De brandstoftank niet in afgesloten ruimte vullen De brandstoftank niet bijvullen als de motor draait. Laat de motor minstens twee minuten afkoelen voordat er bijgetankt wordt Als er brandstof is gemorst, de motor nooit aanzetten. De motor uit de buurt van de gemorste brandstof zetten en ontstekingsbronnen vermijden. wacht tot de brandstof is verdampt. 15
3.2.4 Controleren en bijvullen van motorolie en hydrauliek-olie Voor smering van de motor adviseren wij bij buitentemperaturen hoger dan 4 C motorolie SAE 30 te gebruiken. Onder de 4 C wordt adviseren wij motorolie 5W40 te gebruiken. Voor het controleren van het motoroliepeil moeten de volgende stappen worden gevolgd: 1. De oliepeilstok verwijderen en afvegen met een doek. 2. Draai de oliepeilstok weer vast en dan weer los en haal de peilstok er uit. 3. Onder aan de oliepeilstok is het niveau van de olie waar te nemen. 4. Vul olie bij indien het oliepeil zich onder de markering bevindt (op de peilstok aangegeven met ADD (= bijvullen) herhaal daarna stap 1 t/m 3 en kijk of het peil bij de markering FULL (vol) staat. 5. De oliepeilstok vervolgens stevig vastzetten voordat de machine wordt gestart. Het oliepeil controleren voor de motor gestart wordt. Indien de motor heeft gelopen, deze minstens 2 minuten afstellen voor de controle. VOORZICHTIG Het gebruik van nietoplosbare olie of 2-takt olie zou de levensduur van de motor kunnen verkorten. afb 1 Het oliepeil controleren. Dit geldt zowel voor de motorolie als ook voor de hydrauliek-olie Type Motorolie Type hydrauliek-olie SAE 5W40 HLP.46 16
afb. 2 Peilstok hydrauliek-olie Indien U onzeker bent over het de hoogte van het olieniveau, het type olie dat gebruikt moet worden, of de handelingen die of verricht moeten worden, laat het oliepeil dan controleren door een technicus vraag advies aan de leverancier. 3.3 Veger 3.3.1 Aan- en uitzetten van de veger Alleen als men op de machine zit is de borstel te bedienen Door het omhoog halen van de handel zal de borstel naar voren vegen Door het omlaag drukken zal de borstel naar achteren vegen In de neutraalstand (midden) staat de borstel stil. afb. 1 Borstel veegt naar voren (normaal) afb.2 Borstel veegt naar achteren 17
3.3.2 Instellingen heeft twee verschillende instellingsmogelijkheden. Door de juiste instelling kan een optimaal veegresultaat worden verkregen. Ten eerste kan de afstand tussen de borstel en het te vegen oppervlak worden ingesteld: de hoogte-instelling van de borstel. Ten tweede is het mogelijk de borstel schuin ten opzichte van de rijrichting te plaatsen. Wanneer er geen opvangbak wordt gebruikt kan er een grotere oppervlakte worden schoongemaakt. 3.3.3 Hoogte verstelling van de borstel Na verloop van tijd zal door de borstel in diameteromvang afnemen door slijtage. Hierdoor zal de veegdruk op de bodem en daarmee het schoonvegen van de bodem verslechteren. Men kan dit compenseren d.m.v. de borstel-hoogteverstelling. (Afb 1) Afb.1 3.3.4 Schuinstellen van de borstel Voor een betere veegcapaciteit kan de borstel versteld worden. Op de veegbak bevindt zich een hendel die u eerst omhoog moet trekken uit het blokkeergat waarna de veegbak door verdraaiing (wegduwen met de voet) rechts of links kan worden schuin gesteld. Zie toe dat de veegbak weer in een vergrendelingsgat valt. afb. 1 afb. 2 Hendel voor schuinstelling 18
3.3.5 Het heffen van de Borstel afb. 1 Borstel staat in werkstand afb.2 Borstel heffen 3.3.6 Aankoppelen van de borstel De borstel als apart werkstuk van de machine kan af- of aangekoppeld worden, dit wordt mogelijk gemaakt door een as die aan de kast van de borstel verbonden is. Schuif de as in het asgat en borg het geheel met de borgpen (afb. 2). Voor dat de as aangekoppeld wordt is het belangrijk dat het aankoppelmechanisme goed gesmeerd is (afb. 1) afb. 1 afb. 2 19
3.3.7 Aankoppelen van de Hydrauliekslangen Nadat dit gebeurd is koppelt u de hydrauliekslangen aan door het naar voren trekken van de buitenmantel van de snelkoppeling op de Twister, en het inschuiven van het tegenstuk op de borstelbak. (afb. 1 en 2) afb. 1 afb. 2 3.4 Rijden Door het voetpedaal in te drukken aan de bovenkant (afb. 1) gaat de Twister naar voren Door het voetpedaal in te drukken aan de onderkant gaat de Twister naar achteren (afb.2) Het loslaten van het pedaal bewerkt de neutraalstand en de zal tot stilstand komen Rijden Vooruit afb.1 afb.2 Rijden achteruit 20
U kunt uw snelheid beïnvloeden d.m.v. de gashendel rechts van uw zitplaats. afb.3 21
4 Onderhoud en controle 4.1 Controle voor het vegen Voor men begint te vegen dient men een aantal zaken te controleren - controleer of de machine in goede staat is, geen losgetrilde onderdelen - controleer de staat en de stelling van de borstel - controleer de staat en de bevestiging van de opvangbak; (indien aanwezig) - controleer de luchtdruk van de banden; (voor 0.8 bar en achter 1,5 bar) - controleer of er zich geen personen of dieren in de directe nabijheid of voor de veegmachine bevinden. Het is voldoende deze controle op het oog uit te voeren. Na langdurig gebruik of na langdurige stilstand (meer dan 30 dagen) of schade door onverwachte omstandigheden dient de veegmachine grondig nagekeken te worden. Bouten en moeren regelmatig op vastheid controleren 4.2 Onderhoud na het vegen Na het vegen kan men de machine schoonmaken met water, Het is toegestaan dat hier voor een hogedrukslang wordt gebruikt. Tijdens het reinigen dient de motor van de veegmachine te zijn afgesteld. 4.3 Controle van de borstel De haren van de borstel zijn afhankelijk van het gebruik, onderhevig aan slijtage. Het kan ook voorkomen dat haren door het veegproces losgetrokken worden. Hierdoor kan het nodig zijn dat de hoogte-instelling van de borstel aangepast moet worden Bij hevige slijtageverschijnsel, het ontbreken van grote stukken uit de borstel of een slecht veegresultaat. dient men de borstel te laten vervangen. Laat de reparatie uitvoeren door een technicus 4.4 Onderhoud en reparatie Onderhoud en reparatie van de machine dient uitgevoerd te worden door een Technicus. 22
4.4.1. Hydraulisch systeem Onderhoud en reparatie van of aan het hydraulisch systeem dient uitgevoerd te worden door een technicus. De hydraulische slangen die zich op de machine bevinden dienen om de 5 jaar vervangen worden. Bij beschadiging van de hydraulische leidingen, de machine niet gebruiken. De machine eerst gebruiken nadat een technicus de hydraulische leidingen heeft vervangen. Indien bij lekkende leiding toch verwondingen optreden, de machine niet gebruiken en direct een arts waarschuwen. Na iedere 25 uur gebruik het oliepeil van de hydrauliek controleren. Type olie Hydrauliekolie HLP.46 4.4.2 Motor Op de machine bevindt zich een motor die regelmatig onderhouden moet worden Laat de motor eens in het jaar of na een stilstand van meer dan 30 dagen controleren door een technicus Na iedere 25 uur gebruiken het oliepeil controleren Type motorolie SAE 5W40 4.4.3 Onderhoudsbeurt Geef bij normaal gebruik de een jaarlijkse onderhoudsbeurt en laat dit doen door een technicus die hiervoor opgeleid is. Het motoroliepeil wordt dan gecontroleerd en eventueel ververst Het hydrauliek-oliepeil wordt gecontroleerd en eventueel ververst De filters en bougie worden vervangen. De motor krijgt een onderhoudsbeurt en alle draaiende delen worden gecontroleerd. 23
4.4.4 Bandenspanning Voor het goed functioneren van de is het van belang dat de bandenspanning in orde is. Op de voorwielen moet druk van 0,8 bar staan (afb.1) Achter moet de band een spanning van 1,5 bar hebben afb.1 4.4.4 Spannen van Kettingen Het kan zijn dat na verloop van tijd de kettingen van de stuurinrichting en van de aandrijving niet meer op spanning zijn. Deze kan men op de volgende manier spannen. 4.4.5.1 Stuurinrichting Door de spantandwielen naar binnen of naar buiten te verstellen veranderd de spanning op de ketting. Als u de ketting is doorgezakt tussen stuur en stuurinrichting dan staat de ketting te slap. De ketting moet strak staan en het stuurwiel moet dan soepel kunnen verdraaien. afb.1 24
4.4.5.2 Aandrijving Door verdraaiing van de spanstang wordt deze langer of korter en wordt de ketting van de aandrijving strakker of losser gesteld. De ketting staat strak genoeg als deze niet meer doorhangt. afb. 1 25
5 Accessoires De zo als U hem nu gekocht hebt is een werktuigdrager, dit heet dat er nog andere werktuigen als een veegborstel gemonteerd kunnen worden. De kan ook worden voorzien met een mestschuiver of voor in de winter een sneeuwschuiver 5.1 Opvangbak Voor het verzamelen van het opgeveegde vuil is er een opvangbak ontwikkeld die voor de vegerbak gemonteerd kan worden. Omdat dit een veel gevraagde accessoire is, wordt de montage instructie in deze handleiding mee opgenomen. De opvangbak is verkrijgbaar in 85 cm of 101 cm breed. 5.1.2 Aankoppelen van de opvangbak Rij de voor de opvangbak en schuif handmatig de opvangbak over de bak met de veegrol (afb.1 en afb. 2) Vergrendel de bak d.m.v. de beugel met de 2 handvatten. De lange beugel is voor het snel legen van de opvangbak Afb. 1 Afb. 2. De afstand van de onderste rand van de opvangbak tot het veegoppervlak (de bodemvrijheid) is in te stellen met behulp van de draaigrepen. Nadat de opvangbak is aangebracht, stelt u deze afstand in op +/- 20 mm. Afhankelijk van het te vegen materiaal kunt u de bak eventueel iets hoger stellen. 26
Wanneer de hoogte van de opvangbak bijgesteld wordt dient u automatisch ook de hoogte van de borstels te verstellen. Houd hierbij altijd de hoogte van +/- 20 mm aan. (gemeten vanaf het veegoppervlak tot de onderste rand van de opvangbak) Vrije ruimte ±20 mm afb.3 27
5.2 Overige optionele accessoires 1. GS hydraulische zijborstel (zie Afb. 1) (Afb. 1) 2. GS sneeuwblad 90 cm (zie Afb. 2) (Afb. 2) 3.GS mestschuif 85 cm of GS mestschuif 105 cm (zie Afb. 3) (Afb. 3) 28
4.GS sneeuwketting (zie Afb. 4) (Afb. 4) 5.GS radiaalborstel 90 cm(zie Afb. 5) (Afb. 5) 6.GS brede zwenkrollen (zie Afb. 6) (Afb. 6) 7.GS set brede wielen 16x6.50x8 of GS omruilset wielen 16x6.50x8 (zie Afb. 7) 29
(Afb. 7) 30
Onderhouddata 31
Controle- en Servicebeurten Naam: Straat + Nr: Postcode: Plaats: Land: Telefoonnummer: Faxnummer: E-mail: Aankoopdatum: Machine:, werktuigdrager Model: Honda Serienummer: Jaarlijkse onderhoudsbeurten aan de zijn tot 2 jaar na aankoopdatum verplicht. De garantie zal anderszins vervallen. Uitgevoerde reparaties Datum Handtekening Firmastempel 32
Uitgevoerde reparaties Datum Handtekening Firmastempel 33
EG-Verklaring van overeenstemming voor machines (Richtlijn 98/37/EG, Bijlage IIA) Hiermee verklaart, De Hammen 17, 5371 MK Ravenstein, dat de hierna genoemde machine overeenstemt met de eisen van de Machinerichtlijn en de andere hierna genoemde Richtlijnen en Normen. Type: Soort Machine: Werktuigdrager Gehanteerde EG-Richtlijnen: Machinerichtlijn 98/37/EG EMC-richtlijn 2004/108/EG Toegepaste Normen: EN 982:1996 EN 12100-1:2003 EN 12100-2:2003 EN ISO14121-1:2007 Ravenstein, 10-07-2008 Technisch directeur A.A.W. Giesbers 34