Waterspitsmuizen in de gemeente Utrecht Verslag van een inventarisatie in oktober 2011 D.E.H. Wansink
Waterspitsmuizen in de gemeente Utrecht Verslag van een inventarisatie in oktober 2011 D.E.H. Wansink Datum: 16 december 2011 Opdrachtgever: Stadsontwikkeling, Gemeente Utrecht Dit rapport kan worden geciteerd als: Wansink, D.E.H., 2011. Waterspitsmuizen in de gemeente Utrecht. Verslag van een inventarisatie in oktober 2011. Green Space Services, Huissen. Green Space Services is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van Green Space Services; opdrachtgever vrijwaart Green Space Services voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Green Space Services / Gemeente Utrecht Dit rapport is vervaardigd op verzoek van opdrachtgever hierboven aangegeven en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven en Green Space Services, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.
2
INHOUD 1 Inleiding... 5 2 Werkwijze en selectie van de terreinen... 7 2.1 Werkwijze... 7 2.2 Selectie van de terreinen... 7 3 Resultaten... 11 3.1 Deelnemende vrijwilligers... 11 3.2 Vangsten per gebied... 11 3.2.1 Polder de Gagel... 11 3.2.2 Strijkviertel... 12 4 Discussie... 13 4.1 Volledigheid van de inventarisatie... 13 4.2 Betekenis van de gebieden voor waterspitsmuizen... 14 5 Aanbevelingen... 15 6 Literatuur... 17 Bijlage 1. Vangsten per controle.... 19 3
4
1 Inleiding De Gemeente Utrecht werkt momenteel aan de productie van een Ecologische Atlas. In dat kader wordt door de gemeente regelmatig onderzoek gedaan naar het voorkomen van (beschermde) flora en fauna, met als doel een accuraat beeld te krijgen van de binnen de gemeente voorkomende soorten. Van sommige soorten is de verspreiding momenteel nog onvoldoende bekend. Dit geldt bijvoorbeeld voor de waterspitsmuis (Neomys fodiens). Vanwege de strikte bescherming, de zeldzaamheid en de indicatorwaarde van deze soort, heeft de gemeente Utrecht behoefte aan een accuraat en actueel beeld van de verspreiding van deze soort. In 2010 heeft de Zoogdiervereniging voor vier gebieden binnen de gemeentegrenzen uitgezocht in welke terreinen waterspitsmuizen zijn te verwachten (Koelman, 2011). Figuur 1.1 geeft de ligging van de vier onderzochte gebieden. De gemeente heeft vervolgens Green Space Services gevraagd enkele van deze terreinen met de inzet van vrijwilligers te inventariseren. Dit rapport doet verslag van die inventarisatie. Figuur 1.1 Ligging van de vier gebieden waar zich potentiële leefgebieden van waterspitsmuizen bevinden (bron: Koelman, 2010). 5
6
2 Werkwijze en selectie van de terreinen 2.1 Werkwijze Er is gewerkt met Longworth inloopvallen. Hiermee kunnen alle kleine zoogdieren tot het formaat van een hermelijn levend worden gevangen. De vallen zijn in raaien van 20 vallen uitgezet. Vallen stonden in paren. De afstand tussen de paren was ongeveer 10 m. In totaal werd zo per raai een oeverlengte van ca. 90 m bemonsterd. In de vallen zat hooi en lokvoer (wortel, kippengraan en meelwormen). De vallen zijn uitgezet op maandag 17 oktober 2011. Pre-baiten vond plaats tot donderdagochtend 20 oktober 2011. Bij het pre-baiten staat de deur van de val vast, waardoor kleine zoogdieren de val in en uit kunnen lopen, zonder dat het vangmechanisme wordt geactiveerd. De dieren krijgen zo de tijd om aan het nieuwe object in hun leefgebied te wennen. Op donderdagochtend zijn de vallen op scherp gezet en donderdagavond vond de eerste controle plaats. Vervolgens werden de vallen elke ochtend en avond gecontroleerd. De laatste controle vond plaats op zondagochtend 23 oktober 2011. In totaal zijn 180 vallen in 9 raaien uitgezet. 2.2 Selectie van de terreinen Het was niet mogelijk om in één week alle mogelijk geschikte wateren in de vier gebieden (zie figuur 1.1) te onderzoeken. Er moest een selectie worden gemaakt. Daarom zijn, voorafgaand aan het uitzetten van de vallen, de vier gebieden bezocht. Daarbij bleek dat de wateren in het gebied Haarzuilens recent waren geschoond, waardoor alle water- en oevervegetatie was verdwenen. Het aangrenzende land bestond uit kort gemaaid of begraasd grasland, waardoor schuilplaatsen voor gevluchte waterspitsmuizen en andere oeverbewoners ontbraken. Het schonen gebeurt elk jaar. Jaarlijkse vernietiging van waterspitsmuisbiotoop, zonder de aanwezigheid van refugia waar dieren zich tijdelijk kunnen terugtrekken, is zeer ongunstig voor het in stand houden van een levensvatbare populatie waterspitsmuizen. Om deze reden en het feit dat ingenieursbureau Tauw in september 2011 in dit gebied had geïnventariseerd, is besloten in het gebied Haarzuilens geen vallen uit te zetten. In het gebied Rijnenburg bevinden zich volgens Koelman (2011) verscheidene sloten die in potentie geschikt zijn. Echter, ook hier worden de sloten jaarlijks geschoond en bevinden zich in het aangrenzende land geen refugia. Vlak voor de inventarisatie in oktober 2011 waren de sloten in dit gebied nog niet geschoond. De grondeigenaren meldden echter dat dit zeer waarschijnlijk in de Herfstvakantie (de week waarin de vallen werden geplaatst) zou gebeuren. Dit was een argument om hier geen vallen uit te zetten. Een tweede argument was dat veel sloten qua vegetatie wel geschikt leken, maar qua waterkwaliteit niet. Het water was erg troebel. Mogelijk vanwege de aangrenzende maïsakkers. Het feit dat in het afgelopen decennium in braakballen van uilen die in het zuidwesten van Rijnenburg foerageren, geen waterspitsmuizen zijn aangetroffen, stemde ook niet echt hoopvol. In Rijnenburg zijn daarom geen vallen uitgezet. In het derde gebied, Strijkviertel, waren de sloten eveneens recent geschoond. Bovendien was een deel van het gebied inmiddels ingericht als sportcomplex. In het noordelijke deel van Strijkviertel waren echter een paar sloten die niet waren geschoond 7
en die bovendien grensden aan ruige graslanden. Hoewel Koelman (2011) de geschiktheid van dit gebied niet al te hoog inschatte, zijn hier toch vallen uitgezet. In totaal drie raaien met elk 20 vallen (figuur 2.1) Figuur 2.1 Ligging van de raaien in Strijkviertel in het zuidwesten van Utrecht. Het vierde en laatste gebied, Polder de Gagel, is het enige gebied waar in het verleden daadwerkelijk waterspitsmuizen zijn gevangen. De wateren hier zijn schoon, sommige begroeid met krabbenscheer (Stratiotes aloides), en hebben rijk begroeide oevers met riet en/of lisdodde. Aangrenzend liggen ruige graslanden, rietvelden of bos. Het laatste is overigens minder gunstig voor waterspitsmuizen in verband met concurrentie met woelen ware muizen. Op zes locaties in dit gebied hebben we raaien uitgezet (figuur 2.2.). 8
Figuur 2.2 Ligging van de raaien in Polder de Gagel in het noorden van Utrecht. 9
10
3 Resultaten 3.1 Deelnemende vrijwilligers Voor de uitvoering van het veldwerk was de week van de Herfstvakantie uitgekozen. Hierdoor konden veel mensen in hun vrije tijd met de zoektocht naar waterspitsmuizen meehelpen. In totaal hebben vijftien mensen als vrijwilliger meegeholpen. De meesten hielpen meerdere dagen mee, een enkeling is zelfs elke dag meegegaan. Door het grote aantal deelnemers konden de vallen in groepen worden gecontroleerd. Dit brengt natuurlijk het gevaar met zich mee dat sommige mensen net de vallen controleren waar geen waterspitsmuizen in zitten. Gelukkig werden op zes van de negen locaties waterspitsmuizen gevangen en bovendien ook nog eens bij elke controle, zodat uiteindelijk iedereen deze soort heeft gezien. 3.2 Vangsten per gebied 3.2.1 Polder de Gagel De vangresultaten in Polder de Gagel waren spectaculair. In alle zes de raaien zijn waterspitsmuizen gevangen. In twee raaien met zekerheid zelfs twee individuen en in twee andere raaien mogelijk twee verschillende individuen. Samen acht tot tien individuen. In raai 4 werd een aardmuis gevangen die in eerste instantie op een noordse woelmuis (Microtus oeconomus) leek. Bij nadere beschouwing van de foto s, onder andere door enkele deskundigen van de Zoogdiervereniging, waren de kenmerken niet overtuigend genoeg en is het dier als aardmuis (Microtus agrestis) geregistreerd. Bij de vangsten van de bosspitsmuizen kon geen onderscheid worden gemaakt tussen de gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) en de tweekleurige bosspitsmuis (S. coronatus). Bosspitsmuizen zijn daarom geregistreerd als bosspitsmuis spec. Tabel 3.1 Minimum aantal gevangen individuen per soort en per raai in Polder de Gagel. Soort Raaien 1 2 3 4 5 6 Aardmuis 3 2 1 2 1 - Veldmuis - 1-2 3 2 Bosmuis - - - - - - Dwergmuis 3 - - - 2 4 Bosspitsmuis spec. 3 2 2 3 3 - Waterspitsmuis 1 2 2 1 1 à 2 1 à 2 Dwergspitsmuis - - 1-2 - 11
3.2.2 Strijkviertel De raaien in Strijkviertel leverden beduidend minder op. Hier zijn geen waterspitsmuizen gevangen. Ook bosspitsmuis en dwergspitsmuis ontbraken. In tegenstelling tot Polder de Gagel zijn hier wel bosmuizen gevangen. In raai 3 tijdens één controle zelfs acht exemplaren. Tabel 3.2 Minimum aantal gevangen individuen per soort en per raai in Strijkviertel. Soort Raaien 1 2 3 Aardmuis - 1 - Veldmuis - 2 - Bosmuis 1-8 Dwergmuis 2 3 4 Bosspitsmuis spec. - - - Waterspitsmuis - - - Dwergspitsmuis - - - 12
4 Discussie 4.1 Volledigheid van de inventarisatie Vooraf is besloten waar vallen werden uitgezet. Twee gebieden, Haarzuilens en Rijnenburg, vielen hierbij af. De kans dat hier toch waterspitsmuizen zitten wordt zeer klein geacht. De omstandigheden in Rijnenburg zijn bepaald niet gunstig voor waterspitsmuizen. Het water is op veel plaatsen te vies en de sloten worden jaarlijks geschoond. Sommige van deze wateren hebben in voorjaar en zomer wel een voor waterspitsmuizen geschikte oevervegetatie. In de nabijheid hiervan bevinden zich echter geen optimale waterspitsmuisleefgebieden, van waaruit waterspitsmuizen deze wateren na het schonen kunnen (her)koloniseren. Op basis hiervan en het ontbreken van waterspitsmuizen in braakballen en op basis van de resultaten in de gebieden Haarzuilens (zie hieronder) en Strijkviertel is het zeer aannemelijk dat waterspitsmuizen in Rijnenburg niet voorkomen. Tauw B.V. heeft in het kader van drie projecten, waaronder één voor de gemeente Utrecht, in september 2011 op negen locaties rond Haarzuilens onderzoek naar waterspitsmuizen uitgevoerd (schrift. med. Harmen Venema, Tauw Afd. Water). Bijna alle locaties bevonden zich binnen het gebied dat in 2010 door de Zoogdiervereniging is beoordeeld. Eén raai lag langs een water met de beoordeling redelijk geschikt (waarde 3), drie langs wateren met de beoordeling beperkt tot zeer beperkt geschikt (waarde 2), twee langs wateren met de beoordeling ongeschikt (waarde 1) en twee raaien langs wateren die niet zijn beoordeeld. Gebieden die zeer geschikt voor waterspitsmuizen zijn (waarde 4), komen rond Haarzuilens niet voor (Koelman, 2011). De raaien langs de wateren met de waarden 2 en 3 bevonden zich nabij locaties waar na 2000 braakballen van kerkuilen met resten van waterspitsmuizen zijn verzameld. Op geen van de negen locaties zijn waterspitsmuizen gevangen. Omdat de raaien op binnen het gebied gunstige locaties stonden hadden waterspitsmuizen, bij aanwezigheid, zeker gevangen moeten zijn. Op basis van deze resultaten kan niet met zekerheid worden gesteld dat waterspitsmuizen rond Haarzuilens niet voorkomen, maar als ze nog voorkomen dan is hun dichtheid laag. Ook in Strijkviertel worden de sloten jaarlijks geschoond, wat voor waterspitsmuizen zeer ongunstig is. Hoewel een deel van het gebied de waarde 3 (redelijk geschikt) kreeg ontbreken ook hier refugia waar de waterspitsmuizen tijdens het schonen naartoe kunnen vluchten. Bovendien was een deel van dit gebied in oktober 2011 tot sportcomplex omgebouwd. In het noordelijke deel van Strijkviertel leek de situatie gunstiger. Echter bleek dat de sloten hier ook worden geschoond (direct nadat de inventarisatie was afgerond). Tevens wordt in een deel van het gebied een weg aangelegd. Hoewel hier wel refugia aanwezig zijn (in de vorm van ruige weilanden), zijn geen waterspitsmuizen gevangen. Dit maakt het zeer waarschijnlijk dat ook in het zuidelijke deel van Strijkviertel geen waterspitsmuizen voorkomen. Polder de Gagel is het enige gebied waar wateren met de waarde 4 (zeer geschikt) voorkomen. Langs deze wateren en langs andere wateren met waarde 3 en waarden 2-3 zijn raaien uitgezet. Overal zijn waterspitsmuizen aangetroffen. De resultaten geven aan dat de soort in dit gebied ruim verspreid voorkomt. Zelfs langs wateren die zo n 10 jaar geleden zijn ingericht en intensief door wandelaars met honden worden bezocht (raai 4 in figuur 2.2). 13
4.2 Betekenis van de gebieden voor waterspitsmuizen De resultaten van deze inventarisatie en die van Tauw B.V. wijzen er op dat van de vier door de Zoogdiervereniging geselecteerde gebieden alleen Polder de Gagel een levensvatbare populatie waterspitsmuizen herbergt. En eigenlijk lag van de 6 raaien in dit gebied alleen raai 4 binnen de gemeentegrenzen en lag raai 6 tegen de gemeentegrens aan. De resultaten in Polder de Gagel wijzen er echter op dat waterspitsmuizen in dit gebied waarschijnlijk langs elk geschikt en zelfs matig geschikt water voorkomen. Het is daarom waarschijnlijk dat in dit gebied waterspitsmuizen ook langs andere wateren binnen de gemeentegrenzen voorkomen. Rijnenburg en Strijkviertel kunnen als leefgebied voor levensvatbare waterspitsmuispopulaties worden afgeschreven. Mede omdat voor beide gebieden bouwplannen bestaan, waarvan een deel in Strijkviertel al is uitgevoerd. Rond Haarzuilens zijn nog wel mogelijkheden voor waterspitsmuizen. In het afgelopen decennium zijn waterspitsmuizen in braakballen van kerkuilen bij Gieltjesdorp en Gerverscop aangetroffen. Onbekend is waar de kerkuilen deze dieren hebben gevangen. De resultaten van Tauw s onderzoek wijzen er in ieder geval op dat de dichtheid aan waterspitsmuizen rond Haarzuilens laag is. Nadelig voor het voortbestaan van een gezonde populatie waterspitsmuizen in het gebied is niet zo zeer het jaarlijks schonen van de sloten. Ook in Polder de Gagel worden de sloten, waar waterspitsmuizen zijn gevangen, geschoond. Het is eerder het ontbreken van refugia, waar dieren zich tijdelijk kunnen terugtrekken. Te denken valt aan rietvelden, moerasbosjes of delen van sloten die op een later tijdstip worden geschoond. Daarnaast dient het water in de sloten schoon te zijn en de oevers niet te steil. Met een aangepaste inrichting en beheer is het waarschijnlijk mogelijk om in dit gebied (weer) een levensvatbare populatie waterspitsmuizen te krijgen. 14
5 Aanbevelingen Het voorkomen van een goede populatie waterspitsmuizen in Polder de Gagel levert aanwijzingen voor de inrichting en beheer van andere gebieden waar de gemeente waterspitsmuizen wil behouden of terug wil laten komen. De kenmerken zijn: - schoon water; - goed ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers; - afwisselend flauwe en steile oevers (steile oevers voor nestholten); - op het land opgaande vegetatie, maar bij voorkeur zonder bomen; - meerdere met elkaar verbonden wateren, die verschillend worden beheerd; - grote moerasachtige gebieden bieden de beste omstandigheden, maar kleine gebiedjes van minimaal 1 ha kunnen ook, mits ze minder dan 1 km uit elkaar liggen. Tabel 5.1 geeft een overzicht van de habitateisen, de inrichting en het beheer van waterspitsmuisleefgebieden. Tabel 5.1. Habitat Habitateisen Overzicht van de habitateisen, de inrichting en het beheer van waterspitsmuisleefgebieden (bron: www.handleidingbiodiversiteitbrabant.nl). Schoon water, met meer dan 1 m brede oevers, die 80% van het jaar een vegetatie hoger dan 30 cm hebben. Schoon, voedselarm, vrij snel stromend tot stilstaand water met goed ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Ook kwelwater vormt een goed habitat, zelfs licht brak water is mogelijk. Aangetroffen in zeer uiteenlopende biotopen; meestal is een bodembedekkende vegetatie aanwezig en water binnen 500 m. Omdat leefgebieden in de nabijheid van water zijn gelegen zijn zij vaak langgerekt van vorm. Het territorium is dan ook vaak langgerekt. Vanuit de oever lopen er vaak gangen naar het water toe die soms onder de waterlijn uitkomen. Door de eis van het voorkomen in de directe nabijheid van water met ontwikkelde (oever)vegetaties wordt de waterspitsmuis over het algemeen aangetroffen in dichte, kruidachtige vegetaties met een zeer hoge waterstand. Inrichting Aanleggen van natuurvriendelijke oevers, met ruige grazige begroeiing (zie themasheet natuurvriendelijke oevers). Aanleg van doorlopende oevers. Ongedaan maken van drainage. Beekmeandering met extensief schoningsbeheer. Verbeteren van de waterkwaliteit. 15
Beheer en onderhoud Maaien dient gefaseerd te gebeuren, zodat er stukken met voldoende vegetatie blijven staan die als uitwijkplaats kunnen fungeren. Bijvoorbeeld door per maaibeurt 1/3 van de vegetatie niet te maaien. Tijdens de voortplantingsperiode (april-oktober) dienen er geen werkzaamheden in de oever uitgevoerd te worden. Geen bestrijdingsmiddelen gebruiken. 16
6 Literatuur Koelman, R.M., 2011. Waterspitsmuis Gemeente Utrecht. Beoordeling van vier gebieden in de Gemeente utrecht op de kwaliteit als leefgebied voor de waterspitsmuis (Neomys fodiens). Rapport 201.74. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Verbeylen, G. & G. Marien, 2009. Inventarisatie van en maatregelen voor de waterspitsmuis (Neomys fodiens) in Vlaams Brabant. Rapport Natuur.studie 2009/12. Natuurpunt Studie (Zoogdierenwerkgroep), Mechelen, België. 17
18
Bijlage 1. Vangsten per controle. Gagelpolder 1 (G1) BEGIN rds X: 136 967 BEGIN rds Y: 461 027 EIND rds X: 136 898 EIND rds Y: 460 932 Datum o = ochtend a = avond Soort 20/10 a 21/10 o 21/10 a 22/10 o 22/10 a 23/10 o Aardmuis - 2-2 3 2 Veldmuis - - - - - - Bosmuis - - - - - - Dwergmuis 1 2 1 2 1 3 Bosspitsmuis - 3-1 - 1 Waterspitsmuis - 1-1 1 1 Dwergspitsmuis - - - - - - Loos alarm - - - - - - Beschrijving: Meer met oever met afwisselend riet en lisdodde en een enkele struik; riet soms kragge vormend. Gagelpolder 2 (G2) BEGIN rds X: 136 754 BEGIN rds Y: 460 894 EIND rds X: 136 813 EIND rds Y: 460 986 Datum o = ochtend a = avond Soort 20/10 a 21/10 o 21/10 a 22/10 o 22/10 a 23/10 o Aardmuis - - 1 1 1 2 Veldmuis 1 - - - - - Bosmuis - - - - - - Dwergmuis - - - - - - Bosspitsmuis - - - - - 2 Waterspitsmuis - 1-1 - 2 Dwergspitsmuis - - - - - - Loos alarm 2-1 - - 1 Beschrijving: Sloot met pitrus en jonge wilgjes op de oever. In de sloot doorgroeid fonteinkruid, kroosvaren, moerasvergeetmijnietje, krabbenscheer en gele plomp. 19
Gagelpolder 3 (G3) BEGIN rds X: 136 859 BEGIN rds Y: 461 009 EIND rds X: 136 803 EIND rds Y: 460 928 Datum o = ochtend a = avond Soort 20/10 a 21/10 o 21/10 a 22/10 o 22/10 a 23/10 o Aardmuis - - - 1-1 Veldmuis - - - - - - Bosmuis - - - - - - Dwergmuis - - - - - - Bosspitsmuis - 2 1 1 1 2 Waterspitsmuis - 2-1 - - Dwergspitsmuis - 1 - - - 1 Loos alarm - - 1 2 1 1 Beschrijving: Rand van een breed rietveld aan een sloot met zegge en moerasandoorn; in de sloot groeit gele plomp. Gagelpolder 4 (G4) BEGIN rds X: 135 821 BEGIN rds Y: 460 390 EIND rds X: 135 886 EIND rds Y: 460 507 Datum o = ochtend a = avond Soort 20/10 a 21/10 o 21/10 a 22/10 o 22/10 a 23/10 o Aardmuis - - - 2-2 Veldmuis - - - - 1 2 Bosmuis - - - - - - Dwergmuis - - - - - - Bosspitsmuis - 3-1 - - Waterspitsmuis - 1 - - - 1 Dwergspitsmuis - - - - - - Loos alarm - 1 - - - 1 Beschrijving: Ondiepe recreatieplas met brede rietkragen en slikkige zeer flauwe oevers. 20
Gagelpolder 5 (G5) BEGIN rds X: 137 349 Raai in hoefijzervorm BEGIN rds Y: 460 460 EIND rds X: 137 330 EIND rds Y: 460 471 Datum o = ochtend a = avond Soort 20/10 a 21/10 o 21/10 a 22/10 o 22/10 a 23/10 o Aardmuis - - - - 1 - Veldmuis - - - 1 1 3 Bosmuis - - - - - - Dwergmuis - 1-2 - 2 Bosspitsmuis - 1 1 3 1 2 Waterspitsmuis - 1-1 1 1 Dwergspitsmuis - - - - 1 2 Loos alarm - - - - - 3 Beschrijving: Geïsoleerd plasje met grote en kleine lisdodde, omgeven door aarde wal. Gagelpolder 6 (G6) BEGIN rds X: 137 209 BEGIN rds Y: 459 916 EIND rds X: 137 196 EIND rds Y: 459 940 Raai in tweeën gesplitst; op elke oever 10 vallen. Datum o = ochtend a = avond Soort 20/10 a 21/10 o 21/10 a 22/10 o 22/10 a 23/10 o Aardmuis - - - - - - Veldmuis 1 1 2 1 1 2 Bosmuis - - - - - - Dwergmuis - 3 1 3 1 4 Bosspitsmuis 1 - - - - - Waterspitsmuis - 1 1 1 1 1 Dwergspitsmuis - - - - - - Loos alarm 1 1-2 1 - Beschrijving: Waterplas met afwisselende vegetatie van lisdodde, pitrus, watermunt, moerasandoorn, zuring en waterkers. Op westelijke oever veel wilgopslag. 21
Strijkviertel 1 (S1) BEGIN rds X: 133 219 BEGIN rds Y: 454 446 EIND rds X: 133 190 EIND rds Y: 454 334 Datum o = ochtend a = avond Soort 20/10 a 21/10 o 21/10 a 22/10 o 22/10 a 23/10 o Aardmuis - - - - - - Veldmuis - - - - - - Bosmuis - - - 1-1 Dwergmuis - 1 1 1 1 2 Bosspitsmuis - - - - - - Waterspitsmuis - - - - - - Dwergspitsmuis - - - - - - Loos alarm - - - 1 - - Beschrijving: Smalle sloot met lisdodde, speerdistel en enkele oude wilgen. Strijkviertel 2 (S2) BEGIN rds X: 133 152 BEGIN rds Y: 454 458 EIND rds X: 133 123 EIND rds Y: 454 355 Datum o = ochtend a = avond Soort 20/10 a 21/10 o 21/10 a 22/10 o 22/10 a 23/10 o Aardmuis - - - - - 1 Veldmuis - - 1 1-2 Bosmuis - - - - - - Dwergmuis - 1 1 3 3 1 Bosspitsmuis - - - - - - Waterspitsmuis - - - - - - Dwergspitsmuis - - - - - - Loos alarm - - - - - - Beschrijving: Smalle sloot met lisdodde, pijlkruid, pijptorkruid, pitrus, moerasvergeetmijnietje, duizendknoop, akkerdistel en lidsteng. 22
Strijkviertel 3 (S3) BEGIN rds X: 133 324 BEGIN rds Y: 454 461 EIND rds X: 133 352 EIND rds Y: 454 566 Datum o = ochtend a = avond Soort 20/10 a 21/10 o 21/10 a 22/10 o 22/10 a 23/10 o Aardmuis - - - - - - Veldmuis - - - - - - Bosmuis - 7-8 - 6 Dwergmuis - 4-2 - 2 Bosspitsmuis - - - - - - Waterspitsmuis - - - - - - Dwergspitsmuis - - - - - - Loos alarm - - - 1 - - Beschrijving: Smalle sloot met brede rietkraag, moerasvergeetmijnietje, pitrus. 23