Gebruikersdocumentatie

Vergelijkbare documenten
Gebruikersdocumentatie

Gebruikersdocumentatie

Bedieningshandleiding Christiaens Group Stapelaar en Ontstapelaar

gebruikersdocumentatie

DRAAITAFEL DT-1000.INOX/ALU DT-1200.INOX/ALU DT-1500.INOX/ALU HANDLEIDING

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding en Veiligheidsvoorschriften

MACHINEVEILIGHEID ALGEMEEN

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

Professional Supplies EIERKOOKAPPARAAT. Modelnr.: *

Handleiding. Bij het installeren en / of samenbouwen van de apparatuur moet voor de ingebruikname alle veiligheidscomponenten zijn aangebracht.

GEBRUIKERS HANDLEIDING INBOUWSTAPELAARS

Handleiding Electro - visapparaat

Gebruikershandleiding.

OMGEKEERDE OSMOSE: LK 160

JALOUZIËN. Bedienings- en montagehandleiding

Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies

Bestnr Toerentalregelaar voor ventilator

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding

Installatie & Onderhouds Instructies WARNER-LT 03/11

Gebruikershandleiding.

Gebruikershandleiding

Gebruikershandleiding 3 fase test adapter

INLEIDING VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN SYMBOLEN. De symbolen in deze gebruiksaanwijzing. Symbolen op het apparaat

Mod:FABY-2. Production code: FABY-2

Nr 4146 Revisie

ALVORENS DE KOOKPLAAT TE GEBRUIKEN Blz. 19. ADVIEZEN VOOR MILIEUBESCHERMING Blz. 19. WAARSCHUWINGEN EN ALGEMENE WENKEN Blz. 19

Professional Supplies BORDENWARMKAST. Modelnr.: * * * CaterChef 60

ilmo 50 WT Ref B

installatiehandleiding CO2 SENSOR MCOHome MH9-CO2-WD MH9-CO2-WA

OW 60 V SENSOR VOLTAGE OW 60 V SENSOR VOLTAGE XR

TECHNISCHE HANDLEIDING

Installatie instructies

Overstapbordes. t.b.v. Sky-Light hangbruginstallatie. Gebruikershandleiding VEILIG WERKEN OP HOOG

Handleiding. Type: TopsealDirect.nl - Standard Plus

BREEDBAND SCHUURMACHINE

Gebruikershandleiding SPIRIT Oliebollenmachine

Technische Handleiding Versie 07/05. CompTrol Signal 1. Signaalkabel

PAC-LBK-KIT. Installatie beschrijving Gebruikers beschrijving Technische beschrijving

DROOGPLATEAU. Handleiding

COMPACTE DRAADLOZE SCHAKELAAR

Weegschaaltruck EL20W-1150-TAZPN. Capaciteit: 2t

Gebruikershandleiding.

Gebruiksaanwijzing Teller serie DC50 Versie 2.0 ISO 9001

Heteluchtkanon HP18 / HP 30 / HP 45 RVS BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN

Gebruiksaanwijzing BullDuster

Magic Box-II AL20 Series Introductie

START SET DRAADLOOS SCHAKELEN

MONTAGEHANDLEIDING WINDBEVEILIGING EOLIS 2

NEXHO-PS Zonweringmodule Instructies voor assemblage en bediening

RLB-1000.INOX/ALU USER MANUAL

GEBRUIKSAANWIJZING. Europese Modellen MD 60/100/120 3/4/5 Amerikaanse Modellen MD 24/40/48 3/4/5

ELVA Security

* /1 * /1 * x40

Block Cutters On the cutting edge for customers satisfaction

Handleiding Kabelhaspel RGK serie

Handleiding Gebruiker Aandrijving Quattrocycle

1. Naam van het product Bubbelpaneel. 2. Product code Kleur Zwart of wit

Veilig werken met apparaten en machines

Arbocatalogus Tuinbouwprojecten

CONFIGURATIEHANDLEIDING (NEDERLANDS) (ORIGINELE VERSIE) SBGuidance. WiFi Manager NL Rev. A

De elektrische laadlift

Technische Handleiding Versie 08/06. CompTrol Signal 3. Signaalkabel

Gebruiksaanwijzing RTW100

Voor de gebruiker. Gebruiksaanwijzing. allstor. Bufferboiler

MEERSPILLIGE BOORMACHINE

Gebruiksaanwijzing Loophulp

TOSTI APPARAAT GEBRUIKSAANWIJZING

Keystone OM13 - EPI-2 driedraads module Handleiding voor installatie en onderhoud

D-LUX. Veiligheid. Onderbreek de stroomtoevoer alvorens dit product te installeren of onderhouden!

GEBRUIKSAANWIJZING (NL)

ISO Ventilationbox

Gebruikershandleiding WebIQ controller. Type: THQ1406. ThermIQ Schiedam (NL)

Woonhuisventilator type: Compact-10P

ROBUUST BASIC. Elektrische Convector W

Installatie- en gebruikershandleiding Effemme Wizard UP30

GEBRUIKSAANWIJZING. Europese Modellen HI 120 Amerikaanse Modellen HI 48. WAARSCHUWING Lees deze handleiding voordat u de machine gebruikt.

Technische handleiding Versie 11/11. PLC-INTERFACE (slave)

Installatie- en gebruikershandleiding Effemme Aladdin UP35

Gebruiksaanwijzing XKM RS232. nl-nl. M.-Nr

Handleiding Digitale Thermostaat elektrische Handdoekradiatoren

Tuincontactdoos met piket

Technische handleiding Versie 01/11 SERVER-CONTROL

STAKA. Handleiding elektrische bediening. Dakluiken Flachdachausstiege Roof access hatches Trappes de toit

AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE

Gebruikershandleiding

Afstandsbediening Telis 16 RTS

Elektrische kippengrills

Transcriptie:

LEAF DRIAM RM_PH/50-1102 - 003 Robotics & Material handling B.V. - 2012 Robotics & Material handling B.V. Rilland Nederland

OVER DEZE DOCUMENTATIE Deze documentatie is opgesteld in het Nederlands door Robotics & Material handling B.V.. Versieaanduiding: RM_PH/50-1102-003 Versiedatum: 01-10-2012 Copyright: Robotics & Material handling B.V., Rilland Niets uit deze documentatie mag worden gereproduceerd in welke vorm dan ook zonder toestemming van Robotics & Material handling B.V.. Uitgezonderd delen die zijn bedoeld om te reproduceren ten behoeve van het gebruik van deze documentatie, zoals verkorte instructies en aanduidingen op de machine. MACHINE-IDENTIFICATIE Deze gebruikersdocumentatie behoort bij de volgende machine: Benaming: Driam Type: RM_PH/50-1102-003 Voor nadere identificatie: zie de gegevens op het typeplaatje van de machine en/of "EG-verklaring van overeenstemming" punt 6 op pagina 3231. DE FABRIKANT De machine is geproduceerd door: Robotics & Material handling B.V. De Poort 73A 4411 PB Rilland Nederland Tel: +31 (0)113560366 Fax: +31 (0)113552157 Internet: www.rmbv.nl E-mail: info@rmbv.nl Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 2 van 43

SERVICE ADRESSEN Robotics & Material handling B.V. De Poort 73A 4411 PB Rilland Tel: 0113-560366 Fax : 0113-552157 OMRON Wegalaan 61 2132 JD Hoofddorp Tel.: 023-5681100 Fax: 023-5681188 SMC Nieuwe Hemweg 7R 1013 BG Amsterdam Tel.: 020 6828215 Fax: 020 6840643 Pilz Havenweg 22 4131 NM Vianen Tel.: 0347-320477 Fax: 0347-320485 Solar Nederland B.V. Veldsteen 54 4815 PK Breda Tel.: 076 5483150 Fax: 076 5483188 Installatie Touchpanel, PLC, Vision controller, camera Servo drives, pneumatic Veiligheid Voeding, schakelmateriaal, sensoren Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 3 van 43

INHOUDSOPGAVE OVER DEZE DOCUMENTATIE... 2 MACHINE-IDENTIFICATIE... 2 DE FABRIKANT... 2 SERVICE ADRESSEN... 3 VOORWOORD... 7 HET GEBRUIKEN VAN DEZE DOCUMENTATIE.... 7 TYPOGRAFISCHE CONVENTIES... 8 SERVICE EN INFORMATIE... 8 GARANTIE EN AANSPRAKELIJKHEID... 9 1 INLEIDING... 10 1.1 Doel en functie van de machine... 10 1.2 Verklaring van machine- en vaktermen... 10 1.3 Uitvoeringen en toebehoren... 11 1.3.1 Standaardmachine en toebehoren... 11 1.3.2 Machinegereedschappen... 11 1.3.3 Opties... 12 1.3.4 Niet tot de machine behorend... 12 1.4 Proces beschrijving... 12 2 VEILIGHEID... 13 2.1 Inleiding... 13 2.2 Veiligheidsvoorzieningen... 13 2.2.1 Noodstop... 14 2.2.2 Keuzeschakelaar.... 14 2.3 Veiligheidsregels... 15 2.3.1 Handelingen binnen het veiligheidshek... 15 2.3.2 De veilige volgorde van binnengaan... 16 2.4 Niet toegestaan gebruik... 16 2.5 Gebruikers... 16 2.5.1 Operators/Bedieners (niveau 1)... 16 2.5.2 Servicepersoneel (niveau 2)... 17 2.5.3 Gespecialiseerd service personeel (niveau 3)... 17 2.5.4 Schoonmaakpersoneel... 17 2.6 Werkplek... 17 2.7 Persoonlijke beschermingsmiddelen... 18 2.8 Noodstop... 18 2.9 Waarschuwingen op de machine... 19 2.10 Gevaarlijke stoffen voor mens en milieu... 19 2.10.1 Algemeen... 19 Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 4 van 43

2.10.2 Transport, opslag en afvoeren... 19 2.10.3 Hanteren... 19 2.10.4 Emissie tijdens bedrijf van de machine... 19 2.10.5 Afdanken van de machine... 19 2.11 Calamiteiten... 19 3 BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN... 20 3.1 Opbouw en bedieningsorganen... 20 3.2 Opstellen van de machine... 21 3.3 Machine bedrijfsklaar maken... 21 3.3.1 Alvorens te starten.... 21 3.4 Inschakelen van de machine... 22 3.5 Werken met de machine... 22 3.5.1 Starten van de machine.... 22 3.5.2 Stoppen van de machine... 22 3.6 Uitschakelen van de machine... 22 3.7 Omstellen/productwissel... 22 3.8 Verplaatsen van de machine... 22 3.9 Storingen... 23 3.10 Reinigen... 23 3.11 Verkorte instructies... 23 4 OVERIGE WERKZAAMHEDEN... 24 4.1 Algemeen... 24 4.2 Transport/opslag... 25 4.2.1 Algemeen... 25 4.2.2 Demontage... 25 4.2.3 Hijsen/heffen... 25 4.2.4 Opslag... 25 4.3 Installeren... 25 4.3.1 Algemeen... 25 4.3.2 Mechanisch... 25 4.3.3 Elektrisch... 25 4.4 In bedrijf stellen... 26 4.5 Reparatie en onderhoud... 26 4.5.1 Inleiding... 26 4.5.2 Afstellingen... 26 4.5.3 Onderhoudsvoorschriften... 26 4.5.4 IJking van het meetapparaat... 26 4.5.5 Periodieke keuring... 26 4.5.6 Reparaties / vervangen van onderdelen... 27 4.5.7 Storingzoeken... 27 4.6 Afdanken... 27 5 SPECIFICATIES... 28 5.1 Machinespecificaties... 28 5.1.1 Algemeen... 28 5.1.2 Te verwerken producten... 28 5.1.3 Machinegereedschappen... 28 5.1.4 Verbruiksartikelen... 28 5.1.5 Ingebouwde apparatuur... 28 Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 5 van 43

5.2 Aansluiteisen... 29 5.2.1 Elektrisch... 29 5.2.2 Perslucht... 30 5.2.3 Hydrauliek... 30 5.3 Fysische gebruiksomstandigheden... 30 5.4 Toegepaste richtlijnen en normen... 30 6 AANDUIDINGEN OP DE MACHINE... 31 6.1 Typeplaatje... 31 6.2 Waarschuwingen... 31 6.3 Overige aanduidingen... 31 EG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING... 32 7 INDEX... 33 BIJLAGEN... 34 Bijlage 1. Bedieningshandleiding... 35 Bijlage 2. Alarmmeldingen... 36 Bijlage 3. Onderhoudsschema... 37 Bijlage 4. Vervangingsonderdelen... 38 Bijlage 5. I/O lijst... 39 Bijlage 6. Elektrisch tekenpakket... 40 Bijlage 7. Documentatie mechanische tekeningen... 41 Bijlage 8. Documentatie ingebouwde apparatuur... 42 Bijlage 9. Aanvullingen... 43 Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 6 van 43

VOORWOORD Deze gebruikersdocumentatie is opgesteld voor het gebruik en bediening van het RM_PH/50 1102 003 - Driam systeem. Het bedieningsscherm biedt de mogelijkheid om de machine te bedienen en alarm- en storingsmeldingen weer te geven. Werkzaamheden die uitgevoerd dienen te worden door personeel van de fabrikant zijn niet in deze documentatie opgenomen. Deze documentatie is een onderdeel van de machine! Bewaar deze documentatie daarom zorgvuldig. Er staat informatie in, die ook later van pas komt of nodig is bijvoorbeeld voor reparatie en onderhoud. Aanbevolen wordt een exemplaar bij de machine te bewaren en een exemplaar op te bergen bijvoorbeeld in het archief van uw technische dienst. De fabrikant kan u eventueel een extra exemplaar leveren. Bij overdracht van de machine dient de documentatie meegeleverd te worden. HET GEBRUIKEN VAN DEZE DOCUMENTATIE. De instructies in deze documentatie zijn ingedeeld naar het soort gebruiker van de machine. In hoofdstuk 2 wordt zo nodig nader aangegeven welke eisen er aan de diverse gebruikers gesteld worden. De volgende benamingen worden gebruikt: Gebruiker: Bediener: Servicepersoneel: Veiligheidsfunctionaris: De verzamelnaam voor iedereen die aan of met de machine werkt. Dit is de dagelijkse gebruiker van de machine. Te raadplegen hoofdstukken: Inleiding, Veiligheid en Bedieningsvoorschriften. Personen met opleiding, ervaring en hulpmiddelen die vereist zijn voor de beschreven werkzaamheden. Te raadplegen hoofdstukken: Alle Diegene die verantwoordelijk is voor de arbeidsomstandigheden in het bedrijf van de gebruiker. Indien er niemand voor aangewezen is zal dit de werkgever zelf zijn. Te raadplegen hoofdstukken: Veiligheid en Specificaties Werkzaamheden die niet in deze documentatie zijn opgenomen, dienen uitgevoerd te worden door personeel van of in overleg met Robotics & Material handling B.V. Met de term "product" wordt in deze documentatie het door de machine te verwerken product bedoeld, niet de machine zelf. Met "rechts" en "links" in de tekst is bedoeld: gezien vanuit de positie van een bediener die aan het hoofdbedieningspaneel staat (tenzij bij de betreffende passage duidelijk anders blijkt of is aangegeven). Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 7 van 43

De figuren opgenomen in de tekst van deze documentatie zijn slechts illustratief. Ze zijn alleen bedoeld als hulpmiddel bij de tekst, bijvoorbeeld om plaats en functie van bedieningsorganen of onderdelen aan te geven. De werkelijke uitvoering en afmetingen kunnen afwijken. Zonodig worden constructietekeningen afzonderlijk of als bijlage geleverd. TYPOGRAFISCHE CONVENTIES De tekstgedeelten die van belang zijn voor de veiligheid en gezondheid van personen zijn vetgedrukt, behalve in het hoofdstuk over veiligheid zelf. De volgende waarschuwingsteksten kunnen zijn gebruikt: TIP Na dit pictogram volgen specifieke instructies en/of informatie ter verduidelijking. Let op! Dit pictogram waarschuwt voor mogelijke schade aan het product of de machine. Waarschuwing! Dit pictogram waarschuwt voor mogelijk persoonlijk letsel. Levensgevaar! Dit pictogram waarschuwt voor direct dreigend levensgevaar. SERVICE EN INFORMATIE Voor nadere informatie over de machine kunt u contact opnemen met de fabrikant/de fabrikant (zie: "Over deze documentatie" op pagina 2). Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 8 van 43

GARANTIE EN AANSPRAKELIJKHEID Tenzij schriftelijk anders overeengekomen gelden de onderstaande garantiebepalingen. De fabrikant verstrekt garantie aan de eerste gebruiker tot 12 maanden na levering. Gebreken moeten voor het verstrijken van de garantietermijn bij de fabrikant worden gemeld. De garantie is van toepassing op gebreken die: optreden tijdens normaal gebruik van de machine/installatie, ontstaan door ondeugdelijke constructie of materialen, De garantie vervalt bij gebreken die optreden door: normale slijtage, ondeskundig of oneigenlijk gebruik, gebruik van andere dan voorgeschreven verbruiksartikelen. ontstaan door gebrekkig vakmanschap van de gebruiker. Bij optredende gebreken zal de fabrikant: de onderdelen vervangen; de fabrikant wordt eigenaar van de vervangen onderdelen. de gebreken herstellen, voor een andere vervangende oplossing kiezen, als herstel redelijkerwijs niet mogelijk is. De klant moet de fabrikant de gelegenheid geven om eventuele gebreken te verhelpen. Voor ingebouwde onderdelen van derden gelden de garantievoorwaarden van de betreffende fabrikant. Ook de garantietermijn kan verschillen van wat hierboven staat aangegeven. De fabrikant behoudt zich het recht voor om zijn machines/installaties zonder voorafgaande waarschuwing te wijzigen. Wij vestigen de aandacht op de volgende beperkingen van de aansprakelijkheid: De fabrikant is niet aansprakelijk voor onveilige situaties, ongevallen en schades die het gevolg zijn van het negeren van waarschuwingen of voorschriften zoals weergegeven op de machine/installatie of in deze documentatie, bijvoorbeeld: ondeskundig of onjuist gebruik of onderhoud; het gebruik voor andere toepassingen of onder andere omstandigheden dan aangegeven in deze documentatie; het gebruik van andere dan voorgeschreven onderdelen; reparaties zonder toestemming van de fabrikant; wijzigingen aan de machine/installatie, hieronder vallen onder andere: wijzigingen in de besturing; lassen, mechanische bewerkingen; uitbreidingen aan de machine/installatie of de besturing. De fabrikant is ook niet aansprakelijk: voor gevolgschade door storingen of gebreken aan de machine/installatie (bijvoorbeeld schade aan (te verwerken) producten, bedrijfsonderbreking, vertragingen etc.). Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 9 van 43

1 INLEIDING 1.1 DOEL EN FUNCTIE VAN DE MACHINE Het RM_PH/50-1102-003-Driam systeem is bedoeld om automatisch kratten met voorbewerkt product van een ingebrachte pallet te depalletiseren en leeg te storten in een trog. De RM_KD600400 kratten dispenser, maakt stapels van aangeboden lege kratten en plaatst lege kratten op de transportbaan als de robotcel daarom vraagt. Het systeem is opgebouwd rond een Fanuc robot type M-710IC/50-H-30A-B-PL. Voor een omschrijving van de producten die verwerkt kunnen en mogen worden, Zie "Te verwerken producten" punt 5.1.2 op pagina 2828. 1.2 VERKLARING VAN MACHINE- EN VAKTERMEN Voor uitleg van de bedieningsorganen zie: "Bedieningsvoorschriften" punt 3 op pagina 2020. Mandje Product Robot Aan- en afvoerbaan Vulbaan Overzetter Denester baan Denester Bufferbaan Vul unit Kunststof krat met de afm. 570x380x135 (LxBxH) Mandje Fanuc M-710IC/50-H-30A-B-PL Baan t.b.v. aan- en afvoeren product Baan waar product gevuld wordt en gewogen. Baan t.b.v. in de breedte overzetten van product Baan t.b.v. aan- en afvoer van en naar Denester Stapel en ontstapel installatie Baan t.b.v. bufferen product Installatie t.b.v. vullen mandjes of kuubkist Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 10 van 43

1.3 UITVOERINGEN EN TOEBEHOREN 1.3.1 STANDAARDMACHINE EN TOEBEHOREN De standaarduitvoering bestaat uit: Fanuc robot type M-710IC/50-H-30A-B-PL. Frame en sokkel t.b.v. de robot. Grijper t.b.v. het oppakken van producten. Pallet aanslag Aan- en afvoerbaan Vulbaan Vul unit Overzetter Denesterbaan Bufferbaan Denester (RM_KD600400) Omkasting robotcel. Bedieningskast met touchscreen. Besturingskast. 1.3.2 MACHINEGEREEDSCHAPPEN De machine wordt afgeleverd met de volgende gemonteerde gereedschappen: Grijper t.b.v. het oppakken van het product. Waarschuwing! Alleen gereedschappen die voldoen aan de specificaties van de fabrikant mogen toegepast worden. Zie punt 5 "Specificaties" op pagina 28. Gereedschappen waarvoor geen specificaties opgenomen zijn, kunnen alleen bij de fabrikant besteld worden. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 11 van 43

N.v.t.. 1.3.3 OPTIES 1.3.4 NIET TOT DE MACHINE BEHOREND Niet tot de machine behoren: De aansluiting op de benodigde energievoorzieningen: elektriciteit, perslucht Waarschuwing! Eventuele aanwijzingen over deze delen zijn slechts opgenomen ter informatie. De geldende voorschriften of de aanwijzingen van de fabrikant van de betreffende apparatuur kunnen anders luiden en hebben voorrang op onze aanwijzingen. 1.4 PROCES BESCHRIJVING Eén pallet met voorbewerkt product wordt in de RM_PH/50-1102-003, robot palletiser/depalletiser geplaatst. De robot depalletiseert de kratten met voorbewerkt product van de ingebrachte pallet en stort deze leeg in een trog. Vervolgens wordt de krat op een transportbaan geplaatst. De lege krat wordt daarna door middel van een krattendispenser RM_KD600400 gestapeld. Deze stapels worden gebufferd op de transportbaan die achter de dispenser is geplaatst. Zodra de Driam is gevuld, kan de robot de tijdelijk gestapelde lege kratten weer op de pallet stapelen door de kratten te ontstapelen en aan te bieden aan de robot. Kratten die genest kunnen worden, worden genest gestapeld. Bij het leegdraaien van de driam wordt het bewerkt product in de kratten gestort vanuit de bestaande vulinstallatie. De kratten worden door de dispenser aangeboden en gevuld. De gevulde kratten worden doorgevoerd naar de robotpalletiser en daar gepalletiseerd op een gereedstaande pallet. Deze pallet is handmatig ingebracht of is blijven staan na het vullen van de driam. In bijlage 1 vindt u de bedieningshandleiding van het RM_PH/50-1102-003-Driam systeem. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 12 van 43

2 VEILIGHEID 2.1 INLEIDING Deze machine is zodanig ontworpen en gebouwd, dat ze veilig gebruikt en onderhouden kan worden. Dit geldt voor de toepassing, de omstandigheden en de voorschriften zoals in deze documentatie beschreven. Het lezen van deze documentatie en het opvolgen van de instructies zijn dus noodzakelijk voor iedereen die met of aan deze machine werkt. Bij professioneel gebruik is het de verantwoordelijkheid van de werkgever dat deze instructies bekend zijn en nageleefd worden. Er kunnen extra veiligheidsmaatregelen voorgeschreven zijn door het bedrijf of het land waar de machine in gebruik is. Dit betreft met name de arbeidsomstandigheden in de gebruiksfase. Deze documentatie beschrijft niet hoe hier aan voldaan moet worden. Wel wordt de benodigde informatie over de machine gegeven. Raadpleeg bij twijfel uw overheid of veiligheidsfunctionaris. Er wordt in deze documentatie onderscheid gemaakt tussen normaal gebruik (zie "Bedieningsvoorschriften" op pagina 207) en overige werkzaamheden (zie "Overige werkzaamheden" op pagina 241) aan de machine. De reden hiervan is, dat er vooral ook met het oog op veiligheid, aan het servicepersoneel andere eisen gesteld worden, dan aan de bedieners. De eenvoudige onderhoudswerkzaamheden die vermeld zijn bij de bedieningsvoorschriften dienen door de bedieners uitgevoerd te worden. Werkzaamheden die niet in de bedieningsvoorschriften omschreven staan, mogen alleen uitgevoerd worden door terzake deskundig personeel. De middelen die zijn bijgeleverd om de toegang tot bepaalde gedeeltes of functies te beperken (zoals sleutels, wachtwoorden, Pincodes, enz.) mogen niet op of bij de machine bewaard worden. Alleen personen met de vereiste kennis mogen hierover beschikken. 2.2 VEILIGHEIDSVOORZIENINGEN Op de machine zijn de volgende drie stop-types van de robot aanwezig: Power-Off Stop (Categorie 0 volgens IEC 60204-1) De stroom naar de servo s wordt afgesloten en de robot stopt onmiddellijk. De stroom naar de servo s wordt afgesneden terwijl dat de robot beweegt, en het bewegingspad van de deceleratie is ongecontroleerd. De volgende procedure wordt uitgeoefend bij een Power-Off stop. Er wordt een alarm gegenereerd en de stroom naar de servo s is afgesneden. De beweging van de robot stopt onmiddellijk. De uitvoering van het programma wordt gepauzeerd. Gecontroleerde Stop (Categorie 1 volgens IEC 60204-1) De robot wordt afgeremd tot hij stopt en de stroom naar de servo s wordt afgesneden. De volgende procedure wordt uitgeoefend bij een gecontroleerde stop. Het alarm SRVO-199 Controlled stop wordt gegenereerd en de robot remt af tot hij stopt. De uitvoering van het programma wordt gepauzeerd. Er wordt een alarm gegenereerd en de stroom naar de servo s is afgesneden. Hold (Categorie 2 volgens IEC 60204-1) De robot wordt afgeremd tot hij stopt en de stroom naar de servo s blijft actief. De volgende procedure wordt uitgeoefend bij Hold. De robot wordt afgeremd tot deze stopt. De uitvoering van het programma wordt gepauzeerd. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 13 van 43

Waarschuwing! De remafstand- en tijd bij een gecontroleerde stop is groter dan bij een Power Off stop. Een risicobeoordeling die rekening houdt met de grotere remafstand- en tijd is nodig voor het hele robot systeem als er gebruik wordt gemaakt van de gecontroleerde stop. Wanneer de Noodstopknop wordt ingedrukt of wanneer het veiligheidshek open staat, wordt er een Power Off stop of een gecontroleerde stop gegenereerd. De configuratie voor elk type stop, voor elke situatie word teen stoppatroon genoemd. Het stoppatroon is verschillend al naar gelang het controller type of de specifieke configuratie van de opties. De verschillen tussen een gecontroleerde stop en een Power Off stop zijn de volgende: In een gecontroleerde stop, wordt de robot gestopt op het programma-pad. Deze functie is nuttig voor een systeem waarin de robot in aanraking kan komen met andere apparaten als deze afwijkt van het programma-pad. In een gecontroleerde stop is de fysische impact kleiner dan bij een Power Off stop. Deze functie is nuttig voor systemen waarbij de fysische impact tot de mechanische eenheid of de grijper tot een minimum beperkt moet worden. De remafstand- en tijd bij een gecontroleerde stop is groter dan bij een Power Off stop. Dit hangt af van het robot type en de controller. Raadpleeg de bedieningshandleiding van het specifiek robot model voor de data van de remafstand- en tijd. 2.2.1 NOODSTOP. De robot heeft de volgende noodstop voorzieningen: Noodstopknop op het operators paneel van de controller, in de besturingskast. Noodstopknop op het bedieningsscherm en het hekwerk.(zie punt 2.8 Noodstop). Wanneer de noodstopknop wordt ingedrukt stopt de robot onmiddellijk. Het externe noodstop signaal komt van perifere apparaten. De signaal terminal bevindt zich in de controller. 2.2.2 KEUZESCHAKELAAR. Waarschuwing! De keuzeschakelaar mag uitsluitend bedient worden door gekwalificeerd personeel, de programmeur of de fabrikant. De keuzeschakelaar is geplaatst op het operators paneel, op de controller in de besturingskast. Je kan een van de volgende werkmogelijkheden kiezen met deze schakelaar. De gekozen stand kan worden vergrendeld met een sleutel. Als de keuze wordt gewijzigd via deze schakelaar stopt het robotsysteem en een boodschap wordt getoond in de teach pendant. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 14 van 43

Er zijn drie keuze mogelijkheden: AUTO Automatisch werken Het operator paneel/box wordt actief. Het robotprogramma kan worden gestart vanaf het operator paneel/box startknop of I/O van buiten. De contacten van veiligheidshek zijn actief. De robot kan worden bestuurd op de gespecificeerde maximale snelheid. T1: Test Mode 1 Programma kan alleen vanaf de teach pendant worden geactiviteerd. De robot kan niet werken op snelheden hoger dan 250mm/sec. Het veiligheidshek staat uit. T2: Test Mode 2 (Optioneel) Programma kan alleen vanaf de teach pendant worden geactiviteerd. De robot kan worden bestuurd op de gespecificeerde maximale snelheid. Het veiligheidshek staat uit. 2.3 VEILIGHEIDSREGELS Zorg ervoor dat onbevoegden geen toegang krijgen tot de machine. Het is ten strengste verboden handelingen te verrichten in de besturingskast. Deze zijn alleen toegestaan door, daarvoor gekwalificeerd technische personeel en/of de fabrikant. Zorg ervoor dat de besturingskast ten alle tijden afgesloten is. Grijp niet in, in de machine terwijl deze werkt of aan staat. Ook als de machine niet werkt kan deze "aan" staan, dat wil zeggen: automatisch gaan werken. Veiligheidsvoorzieningen mogen niet verwijderd of buiten werking gesteld worden. Houd de werkplek schoon en vrij van obstakels. Zorg voor voldoende omgevingsverlichting. Door het gebruik kan de veiligheid op den duur achteruitgaan. Zorg voor voldoende onderhoud. Gebruik de machine niet indien veiligheidsvoorzieningen beschadigd zijn of niet goed werken. Zorg dat de machine gerepareerd wordt. 2.3.1 HANDELINGEN BINNEN HET VEILIGHEIDSHEK Wanneer bepaalde werknemers binnen het veiligheidshek moeten komen, moeten de volgdende voorschriften in acht genomen worden: Zorg ervoor dat de robot volledig stilstaat vooraleer binnen het veiligheidshek te komen. Kom nooit binnen het veiligheidshek tijdens de beweging van de robot. Wanneer de robot nog beweegt, stop hem dan via de Hold knop (of een input signaal); en na gecontroleerde stop (stroom naar de servo s afgesneden) kan de cel betreden worden. Zorg ervoor dat er een indicatorlamp brandt die de status aangeeft van de robot. Schakel het 'Safe Speed' signaal in. Wanneer er meer dan 1 werknemer is voor de operatie van de cel, moet de teach pendant aan een leidinggevende persoon gegeven worden, en andere werknemers moeten zijn bevelen opvolgen. Elke bewerking van de externe interface en het robot besturingspaneel is verboden zonder zijn toestemming. Alle werknemers binnen het veiligheidshek moeten altijd de ontsnappingszone vrijhouden om gevaar te vermijden van ongecontroleerde bewegingen van de robot. De werknemers moeten er op toezien dat ze de ontsnappingsroutes voor elkaar vrijhouden. Beweeg de robot,of elk ander apparaat, niet als je tegen de muur staat binnen het veiligheidshek, deze nemen de ontsnappingszone weg van de operator. Blijf kijken naar de robot tijdens de beweging er van bij joggen, programma verificatie, etc. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 15 van 43

Stop de robot onmiddellijk door middel van de noodstop knop als iemand een gevaarlijke situatie ziet. Wanneer mogelijk moet de operator die toegang heeft tot de noodstop knop de wacht houden buiten het veiligheidshek. Zorg ervoor dat de dodemansknoppen op de teach pendant maar door 1 hand ingedrukt zijn. Zorg er voor dat niemand zich meer binnen het veiligheidshek bevindt wanneer dit gesloten wordt. Laat geen gereedschappen enz binnen het bewegingsbereik van de robot of andere apparaten liggen nadat het werk binnen het veiligheidshek voltooid is. 2.3.2 DE VEILIGE VOLGORDE VAN BINNENGAAN Waarschuwing! Binnengaan van de veiligheidscel. Alleen een programmeur of onderhoudsmedewerker mag de veiligheidscel binnengaan. Andere mensen mogen NIET binnengaan. De robot beweegt automatisch (in AUTO mode). 1. Stop de robot door middel van de Hold knop of door een Hold input signaal 2. Wijzig naar T1 of T2 vanuit AUTO. 3. Verwijderen van sleutel. 4. Neem altijd de sleutel van de keuzeschakelaar mee binnen het veiligheidshek. 2.4 NIET TOEGESTAAN GEBRUIK De machine is niet geschikt voor: heffen van personen verplaatsen van personen 2.5 GEBRUIKERS 2.5.1 OPERATORS/BEDIENERS (NIVEAU 1) De machine mag alleen bediend worden door volwassen personen, die de inhoud van de hoofdstukken veiligheid en bedieningsvoorschriften uit deze documentatie kennen en opvolgen. Een speciale opleiding is niet vereist. Enige ervaring in het werken met dit soort apparatuur is vereist. De taken van de operator/bediener zullen in het algemeen zijn: Starten en stoppen van de machine Invoeren van procesgegevens om het proces te kunnen starten Dagelijks onderhoud Toezicht houden op het proces Schoonhouden van de machine Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 16 van 43

2.5.2 SERVICEPERSONEEL (NIVEAU 2) Servicepersoneel dient zich bewust te zijn van de extra risico's bij de door hen uit te voeren werkzaamheden. Naast de eisen genoemd in "Operators/Bedieners" op pagina 16 is daarom vereist: opleiding of kennis op het niveau van Middelbaar Technisch Onderwijs voor het betreffende vakgebied, ervaring met service aan machines, beschikbaarheid van de juiste hulpmiddelen (bijvoorbeeld gereedschappen en meetapparatuur). teacht de robot binnen het veiligheidshek 2.5.3 GESPECIALISEERD SERVICE PERSONEEL (NIVEAU 3) Personeel in dienst van de fabrikant: Als boven en: heeft uitgebreide ervaring met service aan deze machine v.w.b. onderhoud, (aanpassen, vervanging) Een operator/bediener kan niet werken binnen het veiligheidshek. De programmeur, teaching operator en onderhoudsmedewerker kunnen werken binnen het veiligheidshek. Het werk binnen het veiligheidshek zijn tillen, instellen, teachen, aanpassen, onderhoud, etc. Om te werken binnen het veiligheidshek dient het personeel getraind te zijn voor de robot. 2.5.4 SCHOONMAAKPERSONEEL Het gebruik van een hogedrukreiniger is niet toegestaan. 2.6 WERKPLEK Als werkplek is bedoeld en vereist een ruimte van 80 cm breed langs de hele machine. Van hieruit kunnen alle bedieningshandelingen verricht worden. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 17 van 43

2.7 PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN Tijdens het werken met de machine is het noodzakelijk om permanent de volgende persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen: de door het bedrijf voorgeschreven beschermingsmiddelen en kleding Overleg met uw veiligheidsfunctionaris of het gebruik van andere persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk is (in verband met het product, omgeving, enz.). 2.8 NOODSTOP Om in noodgevallen de machine zo snel mogelijk te stoppen is een noodstopschakelaar aangebracht op de machine. De noodstopschakelaar is duidelijk te herkennen aan zijn rode kleur op een gele ondergrond. Deze bevindt zich rechts op de bedieningskast. Als de schakelaar ingedrukt wordt stopt de machine onmiddellijk. De schakelaar blijft mechanisch geblokkeerd en de machine kan niet herstarten. Bij een persoonlijk ongeval kan nu direct hulp verleend worden. Ook andere spoedeisende acties dienen terstond uitgevoerd te worden. Nadat het gevaar opgeheven is kan de noodstopschakelaar gedeblokkeerd worden. De machine zal nog niet starten, maar kan nu op de normale manier gestart worden. Alvorens te starten moet de blauwe resetschakelaar tweemaal ingedrukt worden. De noodstop kan ook gebruikt worden bij een plotseling dreigend gevaar, bijvoorbeeld een verkeerde werking of het bekneld raken van materialen. Aanbevelingen. Laat nieuwe bedieners enkele malen oefenen met de noodstop. Test regelmatig de werking. Deblokkeer een noodstopschakelaar niet voordat u zich ervan overtuigd hebt dat de situatie weer veilig is. Achterhaal steeds door wie en waarom de noodstop bediend is. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 18 van 43

2.9 WAARSCHUWINGEN OP DE MACHINE De op de machine aangebrachte waarschuwingen moeten duidelijk leesbaar blijven. Zo nodig vernieuwen. Zie voor de teksten: "Waarschuwingen" op pagina 3128. De betreffende gevaren worden nader beschreven bij de bedienings- en onderhoudsinstructies. 2.10 GEVAARLIJKE STOFFEN VOOR MENS EN MILIEU 2.10.1 ALGEMEEN De producent van gevaarlijke stoffen specificeert de gevaren en de te nemen maatregelen in Productveiligheidsbladen (Material Safety Data Sheets). Raadpleeg deze bladen voordat met betreffende producten wordt gewerkt. De veiligheidsfunctionaris en de milieucoördinator dienen zich op de hoogte te stellen van de inhoud van deze bladen. De gegevens uit deze bladen zijn ook van belang voor de interne arbo- en milieuzorg. N.v.t. N.v.t. 2.10.2 TRANSPORT, OPSLAG EN AFVOEREN 2.10.3 HANTEREN 2.10.4 EMISSIE TIJDENS BEDRIJF VAN DE MACHINE De machine zelf bevat geen stoffen die emissiegevaar opleveren. Zie "Installeren" op pagina 252 voor nadere aanwijzingen. Controleer of de afzuiging functioneert alvorens de machine in bedrijf te nemen. De goede werking van deze voorzieningen dient regelmatig gecontroleerd te worden! 2.10.5 AFDANKEN VAN DE MACHINE Indien de machine gesloopt wordt, dienen de voorschriften voor afvalverwerking in acht genomen te worden die op dat moment en op de betreffende locatie gelden. Verder zijn in de machine zelf alleen algemeen bekende materialen verwerkt. Ten tijde van de bouw bestonden hiervoor afvalverwerkingsmogelijkheden en er waren geen bijzondere risico's bekend voor de personen belast met het demonteren. Houd ook rekening met de eventuele risico's van resten van het verwerkte product en gebruikte hulpstoffen. 2.11 CALAMITEITEN Er zijn geen bijzondere voorschriften voor calamiteiten. De gebruikelijke blusmiddelen kunnen toegepast worden. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 19 van 43

3 BEDIENINGSVOORSCHRIFTEN Voordat tot bediening van de machine wordt overgegaan moet de informatie uit het hoofdstuk "Veiligheid" bekend zijn. Dit hoofdstuk is bestemd voor bedieners zoals aangegeven is in "Operators/Bedieners" op pagina 164. Werkzaamheden die niet in dit hoofdstuk vermeld staan, mogen alleen door servicepersoneel uitgevoerd worden (zie "Servicepersoneel" op pagina 174). Waarschuwing! Indien de machine voor de eerste maal gebruikt wordt dient deze eerst door servicepersoneel in bedrijf gesteld te worden. 3.1 OPBOUW EN BEDIENINGSORGANEN De machine is als volgt opgebouwd: (zie punt 1.3.1 en ook tekeningen in bijlage 7). De hoofdschakelaar bevindt zich op de rechterzijde van de besturingskast. De luchtaansluitingen bevinden zich De machine wordt bediend vanaf een bedieningspaneel d.m.v. een touchscreen Via het touchscreen kunnen de benodigde schermen worden geactiveerd om het proces te kunnen bedienen en beheren. Alarmmeldingen worden op dit scherm weergegeven. Voor het bedienen van de machine zie de verkorte bedieningshandleiding of de bedieningshandleiding in bijlage 1. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 20 van 43

3.2 OPSTELLEN VAN DE MACHINE De machine wordt opgesteld door de fabrikant. 3.3 MACHINE BEDRIJFSKLAAR MAKEN 3.3.1 ALVORENS TE STARTEN. Waarschuwing! Voordat u het Driam systeem op gaat starten dient u ten alle tijden de volgende punten in acht te nemen. Waarschuwing! Schakel de machine alleen in nadat u zich ervan overtuigd hebt dat er zich geen personen in gevaarlijke zones bevinden. Waarschuwing! Het is ten strengste verboden handelingen te verrichten in de besturingskast. Deze zijn alleen toegestaan door, daarvoor gekwalificeerd technische personeel en/of de fabrikant. Derhalve dient de besturingskast ten alle tijden afgesloten te zijn. Voor handelingen aan de machine zie Bijlage 1 Bedieningshandleiding van deze documentatie. Controleer de machine op onregelmatigheden. Controleer of er geen resten of vervuiling aanwezig zijn. Deze voor het starten van de machine verwijderen. Controleer of beide deuren gesloten zijn en noodstop niet actief. Controleer of de spanning op de machine in- of uitgeschakeld staat, indien op OFF, de machine inschakelen, door deze op ON te zetten. Deze schakelaar bevindt zich rechts op de besturingskast. Controleer of de persluchtschakelaar open staat. Deze bevindt zich Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 21 van 43

3.4 INSCHAKELEN VAN DE MACHINE Nadat de hoofdschakelaar op de besturingskast in stand "I" ON is gezet, wordt de besturing ingeschakeld en zal deze een aantal interne controles uitvoeren en vervolgens het beeldscherm activeren. Na deze acties verschijnt het overzichtscherm. De machine staat nu in de rustpositie en is gereed voor de visuele controle. ATTENTIE de machine nog NIET STARTEN. De machine is gereed voor ingebruikname. 3.5 WERKEN MET DE MACHINE Waarschuwing! De machine is volautomatisch. Tijdens de RUN is beperkt toezicht van een bedienaar noodzakelijk. 3.5.1 STARTEN VAN DE MACHINE. Druk op de productknop op het bedieningspaneel. Selecteer gewenst product. (Voor werkwijze product keuze zie Bedieningshandleiding pag. 11). 3.5.2 STOPPEN VAN DE MACHINE Druk op de stop knop om de machine stil te zetten aan het einde van de cyclus. 3.6 UITSCHAKELEN VAN DE MACHINE Stop de machine (zie "Stoppen van de machine" hierboven). Schakel de machine uit met de hoofdschakelaar. 3.7 OMSTELLEN/PRODUCTWISSEL N.v.t. 3.8 VERPLAATSEN VAN DE MACHINE De machine is niet ontworpen om te worden verplaatst. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 22 van 43

3.9 STORINGEN Waarschuwing! Indien de storingen herhaaldelijk terugkeren kan dit op een fout in de machine wijzen: informeer de verantwoordelijke voor service/onderhoud. Alleen de hierna volgende storingen kunnen op veilige wijze door de bedieners verholpen worden: Uitvoer vol. Druk perslucht laag. Uitstoot in collision. Lift bereikt positie niet. Stopper bereikt positie niet. Voor het oplossen van bovenstaande storingen zie Verkorte bedieningshandleiding Vision Foutmeldingen. Het opheffen van andere storingen moet door servicepersoneel uitgevoerd worden. 3.10 REINIGEN Waarschuwing! De machine dient uitgeschakeld te zijn tijdens de schoonmaakwerkzaamheden. Elektrische componenten mogen niet nat worden. Het gebruik van een hogedrukreiniger is niet toegestaan. Reinig de machine met perslucht; zo nodig met een vochtige doek en een zeepsopje. Gebruik geen chemische schoonmaakmiddelen. Gebruik geen hogedrukreiniger of stoomcleaner in de nabijheid van de besturingskast onder de robot. De afscherming reikt niet tot de bodem, omdat dan de luchtcirculatie wordt verstoord. Extra voorzichtigheid is hierdoor geboden. Indien de schoonmaakwerkzaamheden door anderen dan de bedieners van de machine uitgevoerd worden (bijvoorbeeld schoonmaakafdeling of een extern schoonmaakbedrijf) dient gezorgd te worden dat deze personen over de juiste aanwijzingen beschikken om het reinigen veilig te kunnen uitvoeren. 3.11 VERKORTE INSTRUCTIES Indien nodig kunnen verkorte instructies worden gemaakt voor gebruik aan of op de machine. Waarschuwing! Deze verkorte instructies kunnen niet in de plaats van de bedieningsinstructies gebruikt worden. Ze zijn alleen bedoeld als hulpmiddel voor bedieners die de machine en de gehele bedieningsvoorschriften reeds kennen. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 23 van 43

4 OVERIGE WERKZAAMHEDEN De werkzaamheden die in dit hoofdstuk staan vermeld, mogen alleen door servicepersoneel uitgevoerd worden zoals staat beschreven in "Servicepersoneel" op pagina 177. 4.1 ALGEMEEN Waarschuwing! Tijdens werkzaamheden aan de machine dient de elektrische voeding uitgeschakeld te worden door middel van de hoofdschakelaar. Om onverwacht of onbedoeld inschakelen te voorkomen kan deze in de uitstand geblokkeerd worden door middel van een hangslot. De veiligheidsschakelaars op afschermingen en deuren zijn bedoeld als beveiliging tijdens normaal gebruik: bij andere werkzaamheden kan deze beveiliging onvoldoende zijn. Waarschuwing! Na uitschakelen kan er nog restenergie in de machine aanwezig zijn in de vorm van (condensatoren, veren, luchtdruk, drukvaten, geheven delen, enz.). De volgende maatregelen moeten worden genomen om de gevaren hiervan te voorkomen: Wacht minimaal 5 minuten voordat werkzaamheden verricht worden waarbij elektrische geleiders aangeraakt moeten worden. Zorg dat de luchtdruk afgelaten is voor werkzaamheden aan de pneumatiek. In afwijking van bovenstaande is het toegestaan de volgende eenvoudige werkzaamheden te verrichten zonder de voeding uit te schakelen: Het is niet toegestaan (en niet nodig) om de machine te laten proefdraaien met uitgeschakelde veiligheidsvoorzieningen of verwijderde afschermingen. Om de extra gevaren hierbij te beperken is een sleutelbediende schakelaar aangebracht. De bediener dient de sleutel uit het slot te nemen en tijdens werkzaamheden in de cel bij zich te houden. Wanneer deze in de stand "O" staat: kan de machine niet worden gereset of gestart Waarschuwing! Wees extra voorzichtig bij deze werkzaamheden. Er bestaat een verhoogd risico. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 24 van 43

4.2 TRANSPORT/OPSLAG N.v.t. 4.2.1 ALGEMEEN N.v.t. 4.2.2 DEMONTAGE N.v.t. 4.2.3 HIJSEN/HEFFEN N.v.t. 4.2.4 OPSLAG N.v.t. 4.3 INSTALLEREN 4.3.1 ALGEMEEN Houdt bij de opstelling rekening met de vereiste afmetingen voor bediening en werkzaamheden. Zie punt 2.6 "Werkplek". 4.3.2 MECHANISCH Mechanische werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door de fabrikant. 4.3.3 ELEKTRISCH De plaatselijke voorschriften dienen steeds in acht genomen te worden. Waarschuwing! Controleer of de aangeboden netspanning overeenkomt met de vereiste spanning op het typeplaatje. De machine wordt geleverd zonder voedingskabel. Zie voor de elektrische gegevens het schema en "Aansluiteisen" op pagina 299. Gebruik 5-aderige kabel met een aderdoorsnede geschikt voor de stroomwaarde van de machinezekeringen. Sluit de voedingskabel direct aan op de klemmen van de hoofdschakelaar van de machine. De netaarde wordt alleen via de PE-aansluiting met de machine verbonden. De voedingskabel dient beschermd te worden tegen de te verwachten mechanische belasting. De vereiste voorzekering is opgegeven bij de specificaties. Controleer de draairichting van de motoren vóór in bedrijf stellen. Verwissel zonodig twee fasen van de voedingskabel. Wijzig niet de interne bedrading van de machine: de machine heeft proefgedraaid en de bedrading komt met de elektrische schema's overeen: ofwel alle motoren draaien in de goede richting ofwel allemaal verkeerd. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 25 van 43

4.4 IN BEDRIJF STELLEN Waarschuwing! De kans op onjuist functioneren is tijdens inbedrijfstelling groter dan normaal. Neem zo nodig extra veiligheidsmaatregelen. De inbedrijfstelling gebeurt door de fabrikant. Vóór het eerste gebruik, na een belangrijke revisie of reparatie en na langdurige opslag dient de machine opnieuw in bedrijf gesteld te worden. Vóór het inschakelen zie punt 3.3 van deze gebruikersdocumentatie. 4.5 REPARATIE EN ONDERHOUD Waarschuwing! Reparatie en onderhoud dient te worden uitgevoerd bij een volledig uitgeschakelde machine. 4.5.1 INLEIDING Reparaties dienen uitgevoerd te worden door, daarvoor gekwalificeerd personeel of de fabrikant. Onderhoud dient uitgevoerd te worden volgens het onderhoudsschema in bijlage 4 van deze documentatie. 4.5.2 AFSTELLINGEN Afstellingen dienen uitgevoerd te worden door de fabrikant. 4.5.3 ONDERHOUDSVOORSCHRIFTEN Naast het voorgeschreven onderhoudsschema (zie bijlage 4), dient de machine tenminste 1 maal per jaar een onderhoudsbeurt te krijgen. Deze dient te worden uitgevoerd door de fabrikant. N.v.t. 4.5.4 IJKING VAN HET MEETAPPARAAT 4.5.5 PERIODIEKE KEURING De periodieke keuring wordt tijdens de jaarlijkse onderhoudsbeurt door de fabrikant uitgevoerd of naar behoefte, op verzoek van de gebruiker. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 26 van 43

4.5.6 REPARATIES / VERVANGEN VAN ONDERDELEN Tijdens de garantieperiode mogen alleen onder regie van de fabrikant reparaties worden uitgevoerd. Houd reparaties bij voorkeur bij in een machinelogboek. Alle onderdelen die vervangen worden dienen minimaal aan de specificaties van de oorspronkelijke onderdelen te voldoen. Alle onderdelen kunnen besteld worden bij de fabrikant. Indien het belangrijk is om de duur van eventuele bedrijfsonderbrekingen te minimaliseren kan een gedeelte als reserveonderdelen op voorraad genomen worden. De fabrikant kan u hierover adviseren. De machine bestaat uit standaardonderdelen (in de handel verkrijgbaar) en specifieke onderdelen (alleen voor deze machine geproduceerd). Standaardonderdelen: Gebruik bij voorkeur het originele fabrikaat. Indien twijfel bestaat over de specificaties: raadpleeg de fabrikant. Specifieke onderdelen: Alleen door de fabrikant geleverde vervangingsonderdelen mogen toegepast worden. Waarschuwing! Afwijken van bovenstaande voorschriften kan gevolgen hebben voor de veiligheid van de machine. De fabrikant kan hiervoor geen aansprakelijkheid aanvaarden. 4.5.7 STORINGZOEKEN Zie bijlage 2 alarmmeldingen en serviceadressen op pag. 3 van deze documentatie. 4.6 AFDANKEN Indien de machine gedemonteerd wordt, dienen de voorschriften voor afvalverwerking in acht genomen te worden die gelden op de plaats van en ten tijde van de sloop. In de machine zijn alleen algemeen bekende materialen verwerkt. Ten tijde van de bouw bestonden hiervoor afvalverwerkingsmogelijkheden en er waren geen bijzondere risico's bekend voor de personen belast met de demontagewerkzaamheden. Zie ook "Afdanken van de machine" op pagina 199. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 27 van 43

5 SPECIFICATIES 5.1 MACHINESPECIFICATIES 5.1.1 ALGEMEEN Depalletiseren Colli 4 mandjes p/min Palletiseren Colli 5 mandjes p/min 5.1.2 TE VERWERKEN PRODUCTEN De machine is gebouwd om te werken met de volgende producten: Naam afmetingen gewicht Mandjes standaard 597x399x124 (LxBxH) n.v.t. 5.1.3 MACHINEGEREEDSCHAPPEN N.v.t. 5.1.4 VERBRUIKSARTIKELEN Zie bijlage 4 van deze documentatie. 5.1.5 INGEBOUWDE APPARATUUR Merk Type Touchpanel Mitsubishi GT16-U(HW) (GOT1000) PLC Mitsubishi Q03UDECPU Q172DCPU Servo drives Mitsubishi MR-J3 Voeding Murr Evolution 20 Schakelmateriaal: Schneider, Moeller, Divers Phoenix Veiligheidscomponenten Fanuc Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 28 van 43

5.2 AANSLUITEISEN 5.2.1 ELEKTRISCH Vereiste voeding: Spanning: [V] 400 Voorzekering [A] 20 Type: C60N C20 Aantal geleiders 5 (3 fase, nul en aarde) Netaarding: vereist Frequentie: [Hz] 50 Overige eisen: volgens NEN-EN-IEC 60204-1:2001 par 4.3 De machine stelt geen bijzondere eisen aan het net. Gegevens machine: Totaal vermogen: [kw] 8 Maximale stroom: [A] 20 Stuurspanning intern: [V]/[A] 24/20 Smeltveiligheden (zekeringen) in de machine: Circuit: Waarde: Type: Ventilator [A] 6.3A 364532/1 X2 [A] 1A 366224/1 X4 [A] 1A 366224/1 X8 [A] 1A 366224/1 Ventilator Servo kast [A] 2A 361362/1 Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 29 van 43

5.2.2 PERSLUCHT Vereiste druk [bar] aanbevolen 6 bar Luchtverbruik [Nliter/min] 4.18 Type aansluitkoppeling op machine Festo insteek koppeling Type QSL-G3/8-8 5.2.3 HYDRAULIEK Vereiste druk [bar] n.v.t. Debiet [ltr/minuut] n.v.t. Type aansluitkoppeling op machine n.v.t. 5.3 FYSISCHE GEBRUIKSOMSTANDIGHEDEN Omgevingstemperatuur: werkend: [ C] 0 tot 40 tijdens transport/opslag: [ C] 0 tot 40 Rel. luchtvochtigheid (RH): [%] Tot 90 niet condenserend Verlichting: Normale omgevingsverlichting. Verlichting is niet op de machine geïnstalleerd *Hoogte: [m] n.v.t. *Maximale windsnelheid: [beaufort] n.v.t. De machine is niet bestemd voor gebruik in de open lucht. De machine is niet geschikt voor explosiegevaarlijke omgeving. 5.4 TOEGEPASTE RICHTLIJNEN EN NORMEN Deze machine is voorzien van CE-markering. Dit houdt in dat deze machine voldoet aan de van toepassing zijnde Europese richtlijnen betreffende veiligheid en gezondheid. In de "EG-verklaring van overeenstemming" op pagina 3232 is aangegeven welke richtlijnen dat zijn. De toegepaste normen staan ook op de "Verklaring van Overeenstemming" aangegeven. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 30 van 43

6 AANDUIDINGEN OP DE MACHINE 6.1 TYPEPLAATJE omschrijving: Type Driam Serienummer 1102-003 Datum 21-03-2012 Voltage 400V Amperage 20A Kilowatt 8Kw Typeplaatje Fanuc Robot Typeplaatje Fanuc Controller Het typeplaatje van de Fanuc robot bevindt zich aan de rechterzijde van de sokkel Het typeplaatje van de Fanuc controller bevindt zich linksonder op de voorzijde van de controller 6.2 WAARSCHUWINGEN Op de machine zijn onderstaande waarschuwingspictogrammen aangebracht. Pictogram betekenis locatie Bevat inwendig delen met gevaarlijke elektrische spanning Op de deur of het deksel van betreffende kasten. Knelgevaar voor vingers en handen Afvoerbanen 6.3 OVERIGE AANDUIDINGEN n.v.t. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 31 van 43

Wij EG-VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING Referentiecode: Gebruikersdocumentatie Leaf-Driam.doc Robotics & Material handling B.V. De Poort 73A 4411 PB Rilland Nederland Tel: +31 (0)113560366 Fax: +31 (0)113552157 verklaren geheel onder eigen verantwoordelijkheid: 1. Wij zijn de producent van de machine: Merk: Robotics & Material handling BV Type: Driam Serienr: 1102-003 waarop deze verklaring betrekking heeft. 2. De machine is ontworpen en gebouwd in overeenstemming met de eisen van de machinerichtlijn 2006/42/EG (zoals laatstelijk gewijzigd). 3. De machine voldoet aan de eisen van de volgende andere EG-richtlijnen: De EMC-richtlijn 89/336/EEG (zoals laatstelijk gewijzigd). 4. De machine is ontworpen en gebouwd volgens de (Europese) normen of normatieve documenten: NEN-EN 1037:1996 NEN-EN-ISO 12100 NEN-EN 1088:1996 NEN-EN-ISO 13857 NEN-EN-ISO 13850 NEN 5509:1998 NEN-EN-IEC 60204-1: 2001 NEN-EN 60447:1996 NEN-EN 953:1999 NEN-EN 954-1:1997 Voorkoming van onbedoeld starten Principes voor risicobeoordeling. Blokkeerinrichting gekoppeld aan afschermingen. Veiligheidsafstanden. Noodstopapparatuur. Gebruikershandleidingen Elektrische uitrusting van machines Mens- machine - raakvlak(mmi) Afschermingen. Onderdelen van besturingssystemen met veiligheidsfunctie. Getekend te Rilland Datum: 1 oktober 2012 Getekend door: Functie: M. van den Brink Technisch directeur Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 32 van 43

7 INDEX N.v.t. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 33 van 43

BIJLAGEN Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 34 van 43

Bijlage 1. BEDIENINGSHANDLEIDING Bijlage aangemaakt door: Robotics & Material handling B.V. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 35 van 43

Bijlage 2. ALARMMELDINGEN De besturing kan de volgende in deze bijlage genoemde meldingen genereren. Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 36 van 43

Bijlage 3. ONDERHOUDSSCHEMA Frequentie Onderhoudspunt Speciale aandacht voor Dagelijks - gehele machine - Stof en vuil verwijderen. Wekelijks - gehele machine - Stof en vuil verwijderen - Controleren op slijtage en lekkage Maandelijks - gehele machine - Stof en vuil verwijderen - Controleren op slijtage en lekkage Halfjaarlijks Jaarlijks - gehele machine - Luchtslangen - Bekabeling gehele machine - Algehele inspectie - gehele machine - Luchtslangen - Bekabeling gehele machine - Stof en vuil verwijderen - Controleren op slijtage en lekkage - Controleren op beschadigingen of breuken - zie punt 4.5.3 - Stof en vuil verwijderen - Controleren op slijtage en lekkage - Controleren op beschadigingen of breuken Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 37 van 43

Bijlage 4. VERVANGINGSONDERDELEN Benaming/omschrijving: Bestelnummer: Fabrikant: Aantal in Advies op machine: voorraad: Zekering 1 A 366224/1 R & M 2 4 Zekering 2A 361362/1 R & M 1 2 Zekering 6,3 A 364532/1 R & M 1 2 Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 38 van 43

BIJLAGE 5. I/O LIJST Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 39 van 43

BIJLAGE 6. ELEKTRISCH TEKENPAKKET Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 40 van 43

BIJLAGE 7. DOCUMENTATIE MECHANISCHE TEKENINGEN Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 41 van 43

BIJLAGE 8. DOCUMENTATIE INGEBOUWDE APPARATUUR Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 42 van 43

BIJLAGE 9. AANVULLINGEN Robotics & Material handling B.V., Rilland pagina 43 van 43