Beleidsnotitie Mantelzorgwonen

Vergelijkbare documenten
Beleidsregels wonen met mantelzorg Gemeente Emmen 2013

Mantelzorg en ruimtelijk ontwikkelingen. 26 juli 2006, gewijzigd 17 november 2009, vastgesteld 1 december 2009

Beleidsnotitie Mantelzorgwonen

Vergunningvrij bouwen en mantelzorg. Henry de Roo

BELEIDSNOTA AFHANKELIJK WONEN (mantelzorg) gemeente Boxtel

Hoofdstuk 1. Inleiding

Beleidsregels voor het plaatsen van een tijdelijke woonvoorziening

1 Inleiding. 1.1 Aanleiding. 1.2 Doel

Notitie Mantelzorgwonen. Gemeente Grootegast

Beleidsregels. Mantelzorgwoningen

Notitie beleidsregels mantelzorgwoningen 2016

BELEIDSREGEL "PRÉ-MANTELZORGWONINGEN"

Namens cliënte, familie Van Kessel, woonachtig aan de Kwadestaartweg 10 te (5752 PV) Deurne, richt ik mij tot u met het volgende.

Afwijkingenbeleid Kruimelgevallen

Beleidsregels planologische afwijkingsmogelijkheden 2017

BIJLAGE 2. Van toepassing zijnde regels na wijziging in de bestemming

BESTEMMINGSBEPALINGEN

Beleidsregel Mantelzorg beoordelingscriteria bij vrijstelling van functie bijgebouwen

Artikel 4: Woondoeleinden 2

Verklaring mantelzorgwoning

Onderwerp Huisvesting t.b.v. mantelzorg ruimtelijk mogelijk en gemakkelijker maken door binnenplanse ontheffing.

Uitvoeringsbesluit kamerverhuurpanden Voorne Putten 2014

Toelichting bij de beleidsnotitie voor bijbehorende bouwwerken Gemeente Pekela

NOTITIE MOGELIJKHEDEN REALISEREN MANTELZORGWONINGEN GEMEENTE CRANENDONCK 2016

Verordening Tegenprestatie Participatiewet 2015

Beleidsregel voor het tijdelijk plaatsen van vervangende woonruimte (artikel 2.12, lid 2 en artikel 2.23 Wabo)

BELEIDSREGEL NIET-ZELFSTANDIGE WOONRUIMTEN (KAMERVERHUUR)

Wonen. 1.2 Bouwregels

Dubbele (be)woning in het buitengebied

Beleidsregels mantelzorgwoningen 2016

Van het raadslid de heer M. Lathouwers (SP) over mantelzorg aan Huis

Beleidsregels Mantelzorgwoningen 2015 gemeente Landerd

Planregels uitwerking Schoenmakershoek Oost fase 3 (20 oktober 2015)

Beleid Woningsplitsing en meergeneratiewoningen

Notitie oppervlakteregeling aan- en uitbouwen en bijgebouwen Buitengebied Steenwijkerland

Aan- en uitbouw Een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw.

Het nieuwe vergunningvrije bouwen

Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

Wijzigingsplan It West 2a Augustinusga

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Collegebesluit Aanpassing beleidsregels kleine buitenplanse afwijkingen o.g.v. de Wabo (planologische kruimelgevallen)

Beleidskader Huisvesting mantelzorg

Artikel 22: Wonen Bestemmingsomschrijving

Inleiding. 1.1 Wat is de omgevingsvergunning?

waarbij, ter plaatse van de aanduiding karakteristiek, de instandhouding van de bestaande karakteristieke hoofdvorm wordt nagestreefd;

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen;

Beleidsregels binnenplans afwijken van het bestemmingsplan (artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1 Wabo)

Het college van burgemeester & wethouders stelt de raad voor het volgende te besluiten:

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015

Beleidsnotitie mantelzorgwoningen Bergen (NH) Karin de Vré IJisberg Alwin Hietbrink

Bestemmingsplan. Buitengebied West, 1 e herziening. Ontwerp

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET GEMEENTE ASSEN 2015

INFORMATIENOTITIE MANTELZORGWONINGEN

GEMEENTE OUDE IJSSELSTREEK Plan van wijziging Buitengebied 2000, herziening 2002 Locatie Marmelhorstweg 2a

Ruimtelijke onderbouwing

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015

Gemeente. Schijndel. Beleidsnotitie indieningsvereisten. Voor aanvragen omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, lid 1, onder a.

P l a n r e g e l s vrs

Verordening tegenprestatie Regionale Sociale Dienst Hoeksche Waard 2015

Ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor de activiteiten handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening en bouwen

Beleidsregels ruimtelijk omgevingsrecht

Onderwerp Afwijken van het planologisch regime onder de Wabo (voorheen projectbesluit)

Besluit college van Burgemeester en Wethouders

Beleidsnota Afhankelijk Wonen. Gemeente Veldhoven

Concept Nadere regels Tijdelijk Wonen

Nadere regel maatschappelijke ondersteuning Ede 2017

Kaart 1: Wmo = meedoen Achtergrondinformatie voor patiënten

* * Opinienota Zaakdossier: D

Artikel 6 Beslistermijn Het college beslist binnen 6 weken na 31 december 2015 op de aanvraag.

Beleidsregels buitenplanse afwijkingen opbouwen Oud-Beijerland

BELEIDSREGELS TWEEDE (BEDRIJFS)WONINGEN IN HET BUITENGEBIED

KORTE NOTITIE HUISVESTING TERUGTREDENDE BOER

Opdrachtgever: Gemeente Noordenveld Projectnummer:

Toelichting Beleidsnotie voor bedrijvigheid aan huis Pekela 2013

Beleidsregel bed & breakfast en/of gastenverblijf. Vastgesteld door burgemeester en wethouders op 26 augustus Bekendgemaakt op 3 september 2014

Gemeente Bergen Datum besluit Datum verzending: Nummer

Bijlage 2: Bestemming Wonen - 1

Notitie Wonen en Mantelzorg in Achtkarspelen. Kangoeroewonen

Ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor de activiteiten handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening en bouwen

Wijzigingsplan Baarsdorpermeer 4, Zuidermeer Bestemmingsplan Landelijk Gebied Koggenland, wijziging bedrijfswoning naar plattelandswoning

Opdrachtgever: Gemeente Putten projectnummer:

Beleidsnotitie. Inbreiding en mantelzorg

B&W Vergadering. B&W Vergadering 29 augustus 2017

Hoofdstuk 1 Inleidende regels 3 Artikel 1 Toepassingsregels 3 Artikel 2 Begrippen 3. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 5 Artikel 3 Wonen 5

Pagina 1 van 6 Versie Nr. 2 Definitief Registratienr.: 2012I02088

Transcriptie:

Beleidsnotitie Mantelzorgwonen Vastgesteld door het college op 26 maart 2013 Gepubliceerd op 15 april 2013 1

Inhoud Beleidsnotitie Mantelzorgwonen... 1 Samenvatting... 3 Kort toetsingskader... 3 Hoofdstuk 1. Aanleiding... 4 Leeswijzer... 4 Hoofdstuk 2. Beleidskader... 4 Rijksbeleid... 4 Provinciaal beleid... 5 Huidig beleid Langedijk... 5 Doel beleidsnotitie... 6 Hoofdstuk 3. Mantelzorg... 6 Wat is Mantelzorg?... 6 Mantelzorg en WMO... 7 Mantelzorgwoningen en woningaanpassingen... 8 Financiering mantelzorgwonen... 8 Voor wie is de mantelzorgwoning?... 8 Mantelzorgvragers tot 65 jaar... 8 Ouderen van 65 jaar en ouder... 8 Hoofdstuk 4. Ruimtelijke ordening & planologie... 8 Hoofdstuk 5. Handhaving... 10 Hoofdstuk 6. Overige punten... 10 Hoofdstuk 7. Evaluatie... 10 Hoofdstuk 8. Regels... 11 Beleidsregels voor mantelzorgwonen... 11 2

Samenvatting In 2007 heeft de gemeente Kangoeroebeleid vastgesteld. Vanwege de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het Kangoeroebeleid in 2010 opgegaan in de notitie Ontheffingenbeleid gemeente Langedijk. Deze ontwikkeling, maar ook de toenemende vergrijzing en de veranderingen in de zorgsector zijn aanleiding om het Kangoeroebeleid om te vormen tot nieuw beleid. De beleidsnotitie Mantelzorgwonen gaat uitgebreid in op het onderwerp. Ten opzichte van het oude beleid van de gemeente Langedijk zijn de belangrijkste wijzigingen dat mantelzorgwonen ook mogelijk is in een vrijstaand bijgebouw. Daarnaast is toegevoegd dat mensen van 65 jaar of ouder geen indicatie nodig hebben om een mantelzorgwoning te realiseren. Tot nu toe was het gebruikelijk om voor alle aanvragen een indicatie te vereisen. Met deze verruiming wordt het voor mensen aantrekkelijker gemaakt om al in een vroeg stadium voor mantelzorgwonen te kiezen en zo in te spelen op zorgmogelijkheden in de toekomst. Kort toetsingskader 1. Mantelzorgvrager ouder dan 65 jaar? Geen indicatie nodig. 2. Gebruik van bestaand aan-, uit- of bijgebouw of 3. nieuwbouw/verbouw van aan-, uit of bijgebouw tot (in de meeste gevallen) maximaal 60 m2. 4. Procedure (omgevingsvergunning) 5. Bij nieuwbouw of verbouw: rolstoeltoegankelijk 1. Mantelzorgvrager jonger dan 65 jaar? Indicatie nodig (Wmo of AWBZ). 2. Gebruik van bestaand aan-, uit- of bijgebouw of 3. nieuwbouw/verbouw van aan-, uit of bijgebouw tot (in de meeste gevallen) maximaal 60 m2. 4. Procedure (omgevingsvergunning) 5. Overleg met Wmo loket over nieuwbouw en/of aanpassingen en eventueel budget van de gemeente hiervoor. 3

Hoofdstuk 1. Aanleiding In 2007 heeft de gemeente Kangoeroebeleid vastgesteld. Aanleiding voor dit beleid was de inwerkingtreding van de Wet op de maatschappelijke ondersteuning (Wmo) op 1 januari 2007. Met de invoering van de Wmo werd mantelzorg de verantwoordelijkheid van de gemeenten. De gemeente Langedijk heeft vervolgens besloten om mantelzorg te stimuleren met de vaststelling van het Beleid Kangoeroewoningen. Door de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen (Wabo) in 2010 is het beleid onder mantelzorg opgegaan in de notitie Ontheffingenbeleid gemeente Langedijk. Ondertussen spreken we niet meer over Kangoeroebeleid maar over de meer gangbare term Mantelzorgwonen. Diverse ontwikkelingen hebben er voor gezorgd dat het huidige beleid ten aanzien van mantelzorgwonen herzien moet worden. Deze zijn zowel sociaal, ruimtelijk als financieel van aard. Dankzij mantelzorg zijn veel ouderen en mensen met beperkingen beter in staat zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Door de faciliteiten voor mantelzorg dichterbij huis te verbeteren zijn bijvoorbeeld kinderen beter in staat hun ouders mantelzorg te bieden. Gemeenten kunnen met beleid op het gebied van wonen de mantelzorger ondersteunen, zodat overbelasting of uitval kan worden voorkomen. Er is ook een maatschappelijk belang. De vergrijzing zal in Nederland de komende decennia nog verder toenemen. De daarmee samenhangende zorgbehoefte eveneens. De kosten lopen fors op en forse personeelstekorten dienen zich aan. Zonder mantelzorg zal dit probleem nog groter worden 1. De stijging van de zorgkosten en de financiële situatie dwingen de rijksoverheid tot het nemen van concrete maatregelen. Vanaf 2013 wordt stapsgewijs de lichte intramurale zorg (verzorgingshuiszorg) steeds meer geëxtramuraliseerd. Dit betekent dat meer mensen langer thuis blijven wonen. De zorg wordt dan thuis geleverd. Daarbij is het belangrijk dat de thuissituatie daarvoor geschikt is. Vooral voor kwetsbare ouderen (licht dementerend of iemand die bang is te vallen) is een veilige omgeving van belang. Een mantelzorgwoning kan hiervoor een oplossing bieden. Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden kort de beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente Langedijk beschreven. Hoofdstuk 3 gaat dieper in op het onderwerp Mantelzorg en Mantelzorgwonen. In hoofdstuk 4 wordt de relatie met de bestemmingsplanregels uitgewerkt; waar moet de mantelzorgwoning aan voldoen? In hoofdstuk 5 is opgenomen hoe de gemeente omgaat met toezicht en handhaving. Gevolgd door overige punten in hoofdstuk 6 en hoofdstuk 7 Evaluatie. Tot slot zijn de beleidsregels in hoofdstuk 8 opgenomen. Hoofdstuk 2. Beleidskader Rijksbeleid In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012) schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals verbetering van de bereikbaarheid. De Tweede Kamer heeft op 15 december 2009 unaniem de motie Pieters cs aangenomen. De motie beoogt de landelijke wetgeving aan te passen om de realisatie van mantelzorgwoningen te vereenvoudigen. De minister van VROM liet op 10 september 2010 weten groot belang te hechten aan het faciliteren van mantelzorg door gemeenten. Het ministerie ontwikkelt een voorstel om binnen het systeem van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) vereenvoudigingen door te voeren ten behoeve van mantelzorgwoningen. 1 Bron: Mantelzorg dichterbij huis. Handreiking mantelzorg en wonen, Primo, 2011 4

Op moment van schrijven is het afwachten hoe het kabinet Rutte II dit onderwerp verder oppakt en uitwerkt. Provinciaal beleid Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie Het vertrekpunt van de provincie is dat er geen verdere verstedelijking van het landelijk gebied ofwel het gebied buiten Bestaand Bebouwd Gebied (BBG) mag plaatsvinden 2. Binnen BBG heeft de gemeente juist meer beleidsvrijheid. Provinciale Woonvisie De provincie streeft in haar provinciale woonvisie 2010-2020 Goed wonen in Noord-Holland (vastgesteld op 27 september 2010 door GS) naar voldoende woningen in een aantrekkelijk woonmilieu en met een passende kwaliteit in het jaar 2020. De speerpunten van beleid zijn: 1. Verbeteren van de afstemming tussen vraag en aanbod voor alle consumenten, en specifiek voor doelgroepen die minder kansen hebben op het vinden van een geschikte woning. 2. Verbeteren van de mate waarin voorzieningen in de woonomgeving aansluiten bij de vraag van bewoners. 3. Verbeteren van de duurzaamheid van het woningaanbod en de woonomgeving. Deze speerpunten zijn verder geconcretiseerd in opgaven. Voor het 1 e speerpunt is als voorbeeld opgenomen het versoepelen van de regelgeving voor het plaatsen van mantelzorgwoningen op het erf. Huidig beleid Langedijk Vanwege de invoering van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in 2010 is er een notitie Ontheffingenbeleid gemeente Langedijk opgesteld waarin het onderwerp Mantelzorg is opgenomen. Hierdoor kwam het kangoeroebeleid uit 2007 te vervallen en dit is momenteel ook het huidige toetsingskader. In de notitie is aangegeven dat de gemeente Langedijk medewerking wil verlenen aan mantelzorg door van de regels van het geldende bestemmingsplan af te wijken. Daarbij is wel een aantal randvoorwaarden gesteld om te voorkomen dat de gebruikswijziging leidt tot een toekomstige woningsplitsing en/of de ter plaatse aanwezige bebouwingskarakteristiek wordt aangetast. De volgende voorwaarden zijn gesteld: - Maximaal 60m2 beschikbaar voor zorgfunctie - Mantelzorgwonen in het hoofdgebouw en/of bijbehorende aan, uit en/of aangebouwde bijgebouwen. - Vrijstaande bijgebouwen komen niet in aanmerking voor mantelzorg omdat dit kan leiden tot een volwaardige tweede woning. Daarnaast kan er sprake zijn van verhoogde hinder voor omwonenden en kan het bijgebouw moeilijk bereikbaar zijn voor hulpverlening. - Er is een AWBZ- of Wmo-indicatie nodig. Vanwege de al genoemde ontwikkelingen in hoofdstuk 1 is besloten om het kangoeroe- cq. mantelzorgwonenbeleid van de gemeente Langedijk te herzien. 2 Uitzondering hierop is de Ruimte voor Ruimte-regeling en huisvesting binnen het kader van verbrede landbouw. 5

Doel beleidsnotitie Deze notitie heeft als doel aan te geven wanneer en onder welke voorwaarden het gemeentebestuur planologische medewerking kan verlenen om woonvoorzieningen voor mantelzorg te realiseren. Deze notitie gaat niet over mogelijkheden van het toekennen van urgentie om mantelzorger en mantelzorgvrager dichter bij elkaar te brengen. Dit is een kwestie voor de huisvestingsverordening en deze mogelijkheid is nu (nog) niet opgenomen. De huisvestingsverordening is vooral van toepassing op (sociale) huurwoningen. Deze beleidsnotitie zal in de praktijk vooral van toepassing zijn op koopwoningen. Toepassing bij huurwoningen is uiteraard wel mogelijk maar zal met toestemming c.q. medewerking van de eigenaar verhuurder (corporatie) moeten worden uitgewerkt. Hoofdstuk 3. Mantelzorg Wat is Mantelzorg? Om te kunnen beoordelen of er sprake is van mantelzorg waarbij er kan worden overgegaan tot het realiseren van mantelzorgwonen is het belangrijk te weten wat mantelzorg precies is. Veel mensen verlenen mantelzorg zonder dat zelf te weten. Elke dag even langs je zieke ouders gaan om te kijken of er nog iets nodig is en tegelijkertijd even wat kleine klusjes doen is bijvoorbeeld een vorm van mantelzorg. Meegaan naar de artsen, financiële zaken regelen, boodschappen doen voor iemand die dat zelf niet meer kan zijn allemaal vormen van mantelzorg. Mantelzorg is onbetaalde intensieve en langdurige zorg voor een persoon, vanwege een persoonlijke relatie met die persoon. Mantelzorgers zijn mensen die onbetaald zorgen voor een chronisch zieke, gehandicapte of hulpbehoevende ouder, kind of ander familielid, vriend of buur. Zij geven die zorg omdat ze een persoonlijke band hebben met die persoon. De zorg die zij geven is langdurig, intensief en afhankelijk van de behoefte van de mantelzorgvrager. We spreken over mantelzorg als het gaat om zorg die de gewone zorg van mensen qua duur, intensiteit of zwaarte overstijgt. Mantelzorg is langdurige zorg (langer dan 3 maanden) die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de bestaande sociale relatie. Mantelzorg is onverplicht en wordt in de regel verricht vanuit een moreel besef dat die zorg verleend moet worden. Een mantelzorger kiest er niet voor om te gaan zorgen; het overkomt je, omdat je een emotionele band hebt met degene die zorg nodig heeft. Mantelzorgers zorgen soms 24 uur per dag, kunnen de zorg niet zomaar beëindigen en verrichten soms verpleegkundige handelingen. De praktijk wijst uit dat iemand die de zorg ontvangt, steeds afhankelijker wordt van de mantelzorger. Daardoor kan de mantelzorger overbelast raken. Definitie mantelzorg die in deze beleidsnotitie gebruikt wordt: Mantelzorg: langdurige zorg (langer dan 3 maanden) die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de bestaande sociale relatie. Met andere woorden, een mantelzorger is iemand die langdurig en niet vrijblijvend voor een ander zorgt. Definitie gebruikelijke zorg die in deze beleidsnotitie gebruikt wordt: Bij gebruikelijke zorg gaat het om activiteiten die partners, ouders van kinderen of huisgenoten normaal gesproken geacht worden voor elkaar te doen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de zorg voor het huishouden, kortdurende zorg door de partner en het benutten van de bestaande voorzieningen, zoals een boodschappendienst of een maaltijdendienst. Om te beoordelen wat gebruikelijk is, maakt het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) bij AWBZ indicaties gebruik van de Beleidsregels van VWS inzake Gebruikelijke Zorg. Het CIZ gaat uit van mantelzorg als iemand na drie maanden nog steeds voor de partner blijft zorgen. Of als iemand zorg krijgt van andere huisgenoten, familie, vrienden of buren. 6

Mantelzorg en WMO In januari 2007 is de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in werking getreden. Het doel van de Wmo is dat zoveel mogelijk mensen mee kunnen doen in de samenleving. Zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen is hiervan een belangrijk onderdeel. Ander uitgangspunt is dat mensen zoveel mogelijk voor zichzelf én voor anderen ( de naaste ) zorgen. Het leeuwendeel van de dagelijkse hulp in de thuissituatie (80%) ontvangen kwetsbare burgers van familieleden, vrienden en andere naasten, de mantelzorgers. Voor gemeenten is de mantelzorger een onmisbare partner in het lokale zorgbeleid. Hun inzet helpt het beroep op Wmo-voorzieningen te beperken of uit te stellen. Dit vraagt wel om ondersteuning van mantelzorgers, anders houden zij de zorg niet vol. Mantelzorg kan veel voldoening geven, maar het eigen leven dreigt soms in de knel te komen, vooral als de zorg lang gaat duren. Mantelzorgers lopen dan het risico om overbelast te raken, hun werknemerschap niet meer naar behoren te vervullen of geen tijd meer te hebben voor vrienden en (andere) familieleden. Het uitgangspunt van landelijk overheidsbeleid ten aanzien van mantelzorg is dat de zorg voor een naaste verenigbaar moet zijn met maatschappelijke participatie van de mantelzorger. Goede randvoorwaarden kunnen mantelzorgers stimuleren om hulp aan hun naaste te (blijven) geven. Gemeenten bepalen zelf de toegang, de vorm en inhoud van de voorzieningen binnen de Wmo. Tegelijkertijd zijn ze ook volledig verantwoordelijk voor de financiering ervan. Dat betekent, dat de gemeente er zowel financieel als zorginhoudelijk belang bij hebben dat mantelzorgers (een deel van) de verzorging van mantelzorgvragers op zich nemen. Op die manier kunnen mantelzorgvragers zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen met zo weinig mogelijk professionele ondersteuning 3. Van belang is dat de afstand tussen mantelzorger en mantelzorgvrager zodanig is dat de mantelzorger niet overbelast raakt. Deze afstand kan helemaal verkleind worden als mantelzorger en mantelzorgvrager op dezelfde plek wonen, m.a.w. mantelzorger komt bij mantelzorgvrager wonen of andersom. Echter, zowel voor de mantelzorgvrager als voor de mantelzorger dient, indien gewenst, voldoende woonruimte met dito voorzieningen en privacymogelijkheden voorhanden te zijn. De bestaande woonruimte blijkt hiertoe in de meeste gevallen niet voldoende. Om iemand met beperkingen langer zelfstandig thuis te laten wonen, heeft de wetgever de gemeenten opgedragen belemmeringen die daarbij worden ondervonden op te heffen of te verminderen. De gemeente moet als het ware belemmeringen die iemand ondervindt in het zelfstandig functioneren compenseren. In artikel 4 van de Wmo is de compensatieplicht beschreven. Art. 4 Wmo 1. Ter compensatie van de beperkingen die een persoon ondervindt in zijn zelfredzaamheid en zijn maatschappelijke participatie treft het college van burgemeester en wethouders voorzieningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning die hem in staat stellen: a. Een huishouden te voeren; b. Zich te verplaatsen in en om de woning; c. Zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel; d. Medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale contacten aan te gaan. 2. Bij het bepalen van de voorzieningen houdt het college van burgemeester en wethouders rekening met de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager van de voorzieningen, alsmede met de capaciteit van de aanvrager om uit een oogpunt van kosten zelf in maatregelen te voorzien. 3 Beleidsregels mantelzorg gemeente Leek, 2009 7

Mantelzorgwoningen en woningaanpassingen De vraag is wanneer er sprake is van een woningaanpassing in het kader van de Wmo en wanneer er sprake is van mantelzorgwonen. Er is sprake van een woningaanpassing in het kader van de Wmo wanneer één of meerdere bewoners van een woning woningaanpassingen nodig heeft om zo zelfstandig mogelijk in en om de eigen woning te kunnen functioneren. Dit soort voorzieningen vallen daarom ook geheel onder de Wmo. Van mantelzorgwonen is sprake wanneer de mantelzorger en de mantelzorgvrager op hetzelfde perceel bij elkaar willen wonen om zo de mantelzorg makkelijker te maken. Financiering mantelzorgwonen De cruciale vraag is: wie gaat het uitvoeren en wie gaat het betalen? De aanvragers zijn degenen die het uitvoeren, in overleg met de gemeente (Wmo-loket en team Vergunningen) en ook degenen die het betalen. Voor het realiseren van een mantelzorgwoning zijn de kosten geheel voor rekening van de aanvragers. Immers, door het bij elkaar wonen komen er ook een woning en de bijbehorende kosten te vervallen. Danwel een huurwoning waarvan de huur kan worden opgezegd, danwel een koopwoning die kan worden verkocht. Het kan niet zo zijn dat kort nadat mantelzorgwonen is gerealiseerd, opnieuw aanpassingen moeten worden gedaan omdat bijvoorbeeld een douche of een verkeersruimte niet groot genoeg is om rolstoel- of rollatorgebruik mogelijk te maken. Bij mantelzorgvragers die al een rolstoel en/of rollator gebruiken of waarvan de verwachting is dat binnen afzienbare tijd een rolstoel en/of rollator benodigd is, wordt dan ook alleen medewerking verleend aan de realisatie van mantelzorgwonen als deze rolstoel toe- en doorgankelijk is. Voor wie is de mantelzorgwoning? Mantelzorgvragers tot 65 jaar Het gebruik van woonruimte voor mantelzorgwonen is in veel gevallen strijdig met het bestemmingsplan. Met deze beleidsnotitie wijken wij af van de bestemmingsplanregels. Omdat het mantelzorgwonen directe gevolgen kan hebben voor de naaste omgeving (er gaat bijvoorbeeld gewoond worden in een bijgebouw tegen de erfgrens aan) moeten de aanvragen zorgvuldig behandeld worden en zoveel mogelijk de doelgroep dienen. Het is daarom gebruikelijk om hieraan de voorwaarde te verbinden dat er een indicatie (Wmo of AWBZ) moet worden overlegd. Ouderen van 65 jaar en ouder Vooruitlopend op een zorgbehoefte bestaat de mogelijkheid om mantelzorgwonen te realiseren voor 65+ ers. Dit is een uitzondering (en verruiming) op het gangbare beleid. Dit biedt mogelijkheid aan ouderen die bijvoorbeeld eenzaam zijn, al enige vorm van hulp of zorg nodig hebben of ouderen die juist op de kleinkinderen willen passen. Minimale eis aan de mantelzorgwoning is dat deze rolstoeltoegankelijk is en daarnaast moet aangetoond worden dat er een persoonlijke relatie is tussen de hoofdbewoner(s) en de 65+ er. Voor deze doelgroep is de leeftijd dus leidend en hoeft er geen indicatie te worden overlegd om een mantelzorgwoning te realiseren. Hoofdstuk 4. Ruimtelijke ordening & planologie In dit hoofdstuk wordt toegelicht op welke wijze het nieuwe beleid wordt vormgegeven met betrekking tot mantelzorgwonen. Uiteraard staat het een ieder vrij om een ander in zijn huis te verzorgen door het verlenen van mantelzorg. Dit past binnen het regulier gebruik dat ingevolge het bestemmingsplan van een 8

woning kan worden gemaakt. Een nadere toets is dan niet nodig. Deze beleidsnotitie is dan ook niet van toepassing op deze gevallen. Er is echter wél een ruimtelijke relevantie zodra een bouwplan voor de uitbreiding of verbouw van een woning of bijgebouw voorziet in min of meer zelfstandige voorzieningen (keuken, badkamer, toilet). Op basis van de bestemmingsplanregels in de gemeente Langedijk is dit niet toegestaan 4. Hiervoor dient een procedure doorlopen te worden voor mantelzorgwonen, waarbij het gaat om de fysieke verschijningsvorm en het gebruik. Met betrekking tot mantelzorgwonen zijn er de volgende mogelijkheden. Deze worden in onderstaande volgorde doorgenomen met de aanvrager(s): 1. Betrekken van een bestaande aan- of uitbouw 5 die geschikt wordt gemaakt voor mantelzorg/eigen woning of realisatie van een nieuwe aan- of uitbouw binnen het ontheffingenbeleid die geschikt wordt gemaakt voor mantelzorg/eigen woning. Daarbij geldt dat daar waar maximaal 50 m2 is toegestaan er maximaal 60 m2 mag worden gerealiseerd voor mantelzorg; 2. Betrekken van een bestaand legaal bijgebouw die geschikt wordt gemaakt voor mantelzorg/eigen woning; 3. Realisatie nieuw bijgebouw of uitbreiding van bestaand bijgebouw binnen de bebouwingsregeling die geschikt wordt gemaakt voor mantelzorg/eigen woning. Daarbij geldt dat daar waar maximaal 50 m2 is toegestaan er maximaal 60 m2 mag worden gerealiseerd voor mantelzorg 6 ; 4. Tijdelijke oplossing d.m.v. het plaatsen van een flexibele zorgkamer. In de vorm van maatwerk kan onderzocht worden in hoeverre het ruimtelijk gezien mogelijk is om om sociaal-medische redenen af te wijken van de normale bebouwingsregels. De mogelijkheid daartoe is zoals voor de hand ligt afhankelijk van de a. Grootte van het perceel en/of achtererf; b. De aard van de bebouwing; c. De mate waarin belangen van derden worden geschaad; d. De mate van zekerheid dat na beëindiging van de zorgnoodzaak de bebouwing binnen de normale bebouwingsregels kan worden gebracht. 5. Tijdelijke oplossing d.m.v. het plaatsen van een mobiele mantelzorgwoning. In de vorm van maatwerk kan onderzocht worden in hoeverre het ruimtelijk gezien mogelijk is om om sociaal-medische redenen af te wijken van de normale bebouwingsregels. De mogelijkheid daartoe is zoals voor de hand ligt afhankelijk van onder 4 genoemde voorwaarden. Wat is een mobiele mantelzorgwoning? De mobiele mantelzorgwoning is een kant-en-klaar verplaatsbaar huis, dat tijdelijk in de tuin van een bestaande woning geplaatst kan worden. Het bevat een halletje, woonkamer met keuken, slaapkamer en badkamer. De woning is zo ontwikkeld dat zo nodig, eenvoudig een hoog niveau van voorzieningen en hulpmiddelen voor mensen met een zorgvraag gerealiseerd kan worden. De woning is van een hoge bouwkundige kwaliteit en heeft een levensduur van tientallen jaren. Dankzij de mantelzorgwoning kunnen bijvoorbeeld ouders bij hun kinderen in de tuin gaan wonen. Als kinderen het ouderlijk huis betrekken kan dat zelfs de eigen (voormalige) tuin van de ouders zijn. Ook voor andere doelgroepen, zoals zelfstandiger wordende gehandicapte kinderen kan de mantelzorgwoning een oplossing zijn. Wat is een flexibele zorgkamer? De zorgkamer wordt aan een bestaande woning gekoppeld al dan niet met behulp van een verbindingssluis. Op die manier wordt de begane grond van een woning groter gemaakt. De zorgkamer bevat een slaapkamer en een ruime sanitaire ruimte. De flexibele zorgkamer is verplaatsbaar en kan binnen enkele dagen zijn geplaatst en in gebruik worden genomen. 4 Uitzondering hierop zijn karakteristieke en beeldbepalende bijgebouwen zoals vastgesteld in de beleidsnotitie Wonen langs de Lange Dijk (3 april 2012). 5 De terminologie in de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) voor aanbouw, uitbouw en bijgebouw is bijbehorend bouwwerk. 6 Uitzondering hierop is het Oosterdelgebied. Hier geldt binnen het bestemmingsplan een afwijkend regime doordat er binnen het bouwblok veel mogelijkheden zijn. 9

Bij bebouwingsregels gaat het ofwel om de bebouwingsregels die opgenomen zijn in het betreffende bestemmingsplan danwel om de bebouwingsregels die opgenomen zijn in de notitie Ontheffingenbeleid gemeente Langedijk. Zodra een aanvraag niet binnen de bestemmingsplanregeling valt zal er een ruimtelijke procedure doorlopen moeten worden. Bij gebruik van bestaande (legale) aan-, uit- of bijgebouwen is het mantelzorgwonen niet aan een maximum oppervlakte gebonden. Bij nieuwbouw, of uitbreiding van bestaande bouw wordt aangesloten bij de bestemmingsplanregels met een minimum van 60 m2 voor mantelzorgwonen. In veel gevallen staat het bestemmingsplan maximaal 50 m2 aan bij-, uit- of aanbouwen toe, hier mag dus 10 m2 extra gerealiseerd worden. Vooropgesteld moet worden dat de gemeente Langedijk niet toestaat dat bij een hoofdwoning een extra zelfstandige woning ontstaat in het kader van mantelzorgwonen. Bij aan- en uitbouw is het mantelzorgwonen ondergeschikt aan de hoofdwoning en maakt het een functioneel onderdeel uit van de zelfstandige woning. Het gaat om zelfstandige bewoning in een afhankelijke woonruimte. Hoofdwoning en mantelzorgwonen moeten beide gelegen zijn op hetzelfde erf en gebruik maken van dezelfde erftoegang. Vanzelfsprekend is dat het bij het omzetten van het gebruik naar mantelzorgwonen bij bestaande aan- en uitbouwen en bijgebouwen dient te gaan om legale bouwwerken. Hoofdstuk 5. Handhaving Toezicht en handhaving op de voorwaarden van de omgevingsvergunning waarin de mantelzorgwoning wordt toegestaan, gebeurt door team VVH/Handhaving. Toezicht en handhaving vindt plaats volgens de uitgangspunten en de programmering van de Uitvoeringsnota- en het Uitvoeringsprogramma omgevingsrecht. Hierin worden ook de prioriteiten voor toezicht en handhaving vastgesteld. Toezicht op mantelzorgwoningen vindt plaats binnen de uitvoering van het gebiedstoezicht en eventueel naar aanleiding van klachten en meldingen. Indien het aantal mantelzorgwoningen sterk toeneemt kan controle op de naleving van de voorwaarden, bijvoorbeeld ter voorkoming van het gebruik als zelfstandige woning, thematisch worden opgepakt. Voor goede en actuele informatie is de uitwisseling van informatie tussen Publiekszaken (GBA), Wmo-loket en VVH/Vergunningen en VVH/Handhaving belangrijk. Hiervoor moeten daarom werkafspraken gemaakt worden over de uitwisseling van informatie. Hoofdstuk 6. Overige punten Zaken die te maken hebben met mantelzorgwonen en het op 1 adres wonen van mantelzorger en mantelzorgvrager zijn de volgende: - Gevolgen voor uitkeringen en toeslagen; - Gevolgen voor WOZ-aanslagen. Bij aanbouw, verbouw en nieuwbouw van een vrijstaand bijgebouw gaat de WOZ-waarde omhoog, waardoor het WOZ-aanslag hoger kan uitvallen; - Consequenties na het beëindigen van de mantelzorgperiode. Daarnaast dient er bij aanvragen in het kader van mantelzorgwonen gecommuniceerd te worden dat niet nadat een aanbouw/verbouw gerealiseerd is, een aanvraag voor woningaanpassingen om rolstoel- of rollatorgebruik mogelijk te maken ten koste van het Wmo-budget ingediend kan worden. Dit soort voorzieningen dient meteen bij de realisatie opgepakt te worden en kan niet naderhand aangevraagd worden. Daarnaast moet duidelijk vermeld worden hoeveel tijd de (planologische) procedure met zich mee kan brengen. Hoofdstuk 7. Evaluatie Dit beleid wordt geëvalueerd 2 jaar na vaststelling of tussentijds als veranderde wetgeving en/of een concrete aanvraag daar aanleiding toe geeft. 10

Hoofdstuk 8. Regels Beleidsregels voor mantelzorgwonen In verband met de beleidsvrijheid, die het college bij het verlenen van omgevingsvergunningen op grond van de Wabo heeft, en omdat het college het wenselijk acht eenduidig vast te leggen hoe zij met deze beleidsvrijheid omgaat bij het verlenen van genoemde omgevingsvergunningen in het kader van mantelzorgwonen, stelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Langedijk de volgende beleidsregels voor mantelzorgwonen vast: Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Mantelzorg: langdurige zorg (langer dan 3 maanden) die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de bestaande sociale relatie; 2. Mantelzorgvrager: een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak; 3. Mantelzorger: diegene die (deels) in een behoefte van een mantelzorgvrager voorziet; 4. Betrokkenen: mantelzorger(s), mantelzorgvrager en eigenaar van het perceel; 5. Hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw is aan te merken; 6. Aanbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 7. Bijgebouw: een op zichzelf staand, vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 8. Woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 9. Afhankelijke woonruimte: een aanbouw c.q. een vrijstaand bijgebouw waarin één of meerdere hulpbehoevenden vanuit het oogpunt van mantelzorg gehuisvest zijn en dat qua ligging een ruimtelijke relatie vormt met de woning. Artikel 2 Aanvragen omgevingsvergunning 1. De aanvraag moet geschieden door de eigenaar van het perceel, aan wie ook de omgevingsvergunning zal worden verleend; 2. Bij een aanvraag om een afwijking van het bestemmingsplan dienen de volgende gegevens overlegd te worden; a. Een duidelijk bouwplan en een situatietekening schaal 1:1000; b. Een goede ruimtelijke onderbouwing, waaruit blijkt dat het initiatief geen afbreuk doet aan de milieusituatie, het straat- en bebouwingsbeeld, de cultuurhistorische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; c. Bij mantelzorgvrager jonger dan 65 jaar dient een indicatieadvies (Wmo of AWBZ) te worden overlegd waaruit de noodzaak van mantelzorg blijkt. Artikel 3 Inhoudelijke toetsing aanvragen 1. Aan mantelzorgwonen (aan huis) wordt alleen medewerking verleend indien aan de volgende voorwaarden voldaan is: a. Mantelzorgwonen mag plaatsvinden in het hoofdgebouw, in uit-, aanbouwen of in bijgebouwen. b. De mantelzorgvrager is 65 jaar of ouder óf de zorgbehoefte moet aantoonbaar zijn gemaakt middels een indicatieadvies. 11

c. Bewoning kan slechts plaatsvinden binnen de oppervlakte die binnen het van toepassing zijnde bestemmingsplan of de ontheffingsregels is opgenomen voor aan-, uit-, en bijgebouwen. Uitzonderingen hierop zijn: i. Gebruik van legale bestaande aan-, uit-, of bijgebouwen met een grotere oppervlakte dan het bestemmingsplan c.q. de ontheffingsregels toelaten; ii. Realisatie (en gebruik) van maximaal 60m2 aan aan-, uit-, bijgebouwen voor mantelzorgwonen daar waar minder is toegestaan op basis van het bestemmingsplan m.u.v. het Oosterdelgebied (zie H4 onder punt 3). d. De bereikbaarheid van algemene voorzieningen, nutsvoorzieningen en voor hulpdiensten moet gewaarborgd blijven; e. Er mag geen sprake zijn van onevenredige aantasting van de belangen van omwonenden en van (agrarische) bedrijven; f. Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bebouwing; g. De realisering van de tijdelijke woonruimte in een bijgebouw of aanbouw moet mogelijk en aanvaardbaar zijn binnen milieuhygienische en brandveilige randvoorwaarden van genoemde besluiten. Hierbij gelden de eisen ten aanzien van logiesfuncties. 2. Vervallen zorgbehoefte a. De zorgbehoevende of de mantelzorger doet schriftelijk bericht aan de gemeente Langedijk van verhuizing, overlijden of verdwijnen van de zorgbehoefte; b. Na vervallen van de zorgbehoefte dient het bijgebouw conform de bestemming in het bestemmingsplan in gebruik te worden genomen en mag de voor mantelzorgwonen aangewende oppervlakte niet als zelfstandige woning in gebruik worden genomen; c. Op basis van het geldende ontheffingenbeleid kan een vergunning worden aangevraagd voor een ander gebruik van de mantelzorgwoning (bijv. voor het gebruik voor beroep aan huis). Artikel 4 Bouwbesluit Bij wijziging van het gebruik van een bestaande aan,- uit- of bijgebouw voor mantelzorgwonen moet voldaan worden aan de eisen van bestaande bouw. In beginsel wordt er voor onderdelen van het bouwbesluit geen ontheffing verleend. Artikel 5 Toepassing regeling Deze beleidsregels zijn van toepassing uitsluitend op bestemmingen van gronden op grond waarvan de bouw van een (bedrijfs)woning is toegestaan. Artikel 6 Hardheidsclausule Voor situaties waarin deze beleidsnotitie niet voorziet wordt verwezen naar de hardheidsclausule zoals opgenomen in art. 4.81 t/m 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 7 Intrekking Burgemeester en wethouders trekken een verleende omgevingsvergunning in, als: 1. de bij het verlenen van de omgevingsvergunning bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is, of 2. is geconstateerd dat de verleende omgevingsvergunning wordt benut ten behoeve van een doel, strijdig met de in artikel 3.1 bepaalde uitgangspunten, of 3. sprake is van strijdig gebruik. Artikel 8 Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag na die waarop zij bekend zijn gemaakt. Artikel 9 Citeertitel Deze notitie, inclusief de beleidsregels, kan aangehaald worden als Beleidsnotitie Mantelzorgwonen gemeente Langedijk 12

Aldus vastgesteld op 26 maart 2013 door het college van burgemeester en wethouders van Langedijk. drs. J.F.N. (Hans) Cornelisse burgemeester E. (Erik) Annaert gemeentesecretaris/directeur 13