2.11 Acetyleen- en zuurstofflessen Acetyleen en zuurstof worden in de bouw veel gebruikt voor las- en snijwerkzaamheden. Beide gassen worden in gasflessen verpakt. Bij de verbranding van het brandgas acetyleen met zuivere zuurstof ontstaat een vlam met een hoge temperatuur, boven de 3000ºC. Het is het enige gasmengsel dat een verbrandingstemperatuur heeft hoog genoeg om staal te doen smelten en een aanvaardbare laskwaliteit te verkrijgen. Acetyleen en zuurstofmengsels zijn in bijna alle verhoudingen explosief. Lekkage van gas en contact met ontstekingsbronnen moeten daarom worden voorkomen. Bovendien moet er gewezen worden op het gevaar van geconcentreerde zuurstof in de lucht. De brandbaarheid van omgeving en materialen kan hierdoor snel oplopen. Normen en regels Arbowet Het werken met gevaarlijke stoffen zoals acetyleen met zuurstof is geregeld in Arbobesluit artikel 4.1 t/m 4.7. PGS 15 Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen De opslag van gasflessen of -cilinders moet voldoen aan de richtlijnen van PGS 15 (hoofdstuk 6 Opslag van gasflessen). Dit geldt bij een totale hoeveelheid van 125 liter of meer, uitgezonderd de werkvoorraad of de flessen op de laskar. Enkele voorschriften hieruit zijn: - Gas- en zuurstofflessen moeten zijn voorzien van de vereiste gevaarsetiketten of inslagen (conform ADR/CLP). Ook moet een keurmerk ingeslagen zijn met de datum van het eerste onderzoek en de eventuele 10 jaarlijkse herkeuringen (houd zelf de herkeurtermijn op het keurmerk in de gaten). - De opslagruimte van gas- en zuurstofflessen bevindt zich bij voorkeur in de buitenlucht en moet aan de volgende voorschriften voldoen: Sla de flessen op in een afgesloten, goed geventileerde droge plaats. Houd daarbij rekening met de volgende veiligheidsafstanden (zie tabel). Totale waterinhoud van de opgeslagen gasflessen < 2500 l Totale waterinhoud van de opgeslagen gasflessen > 2500 l Brandwerendheid 60 min 30 min 0 min 60 min 30 min 0 min Afstand tot de inrichtingsgrens (in m) 0 1 3 0 3 5 Afstand tot bouwwerk of brandbaar object (in m) 0 3 5 0 5 10 In de opslagruimte mogen geen andere goederen aanwezig zijn, die niet nodig zijn voor het beheer van de gasflessen. De vloer moet vlak en onbrandbaar zijn en bij een open opslagruimte voorzien van goede afwatering. De vloer mag niet lager liggen dan de omliggende vloer. Gasflessen moeten worden beschermd tegen warmtestraling van buitenaf. Een beschermend afdak is niet verplicht. Er wordt wel aangegeven dat een eventueel dak van onbrandbaar materiaal moet zijn gemaakt. Voor een ander doel is wel mogelijk dat er een dak wordt vereist, wanneer de gasflessenopslag tegen een gevel aanstaat. - Een inpandige brandveiligheidsopslagkast voor gasflessen moet voldoen aan NEN-EN 14470-2 en bevindt zich maximaal 5 m van een buitendeur, zodat bij een eventuele brand de brandweer de flessen van buitenaf kan koelen. De kast moet een brandwerendheid van minimaal 60 minuten geven. - De flessen moeten verticaal worden opgeslagen, deugdelijk vastgezet en gegroepeerd per soort om omwisselen van gassen te voorkomen. Acetyleen- en zuurstofflessen mogen naast elkaar worden opgeslagen. Het achterliggende idee is dat de kans dat twee gasflessen tegelijkertijd zullen falen, de gassen Blad 1 van 6 Abomafoon 2.11
met elkaar vermengen en worden ontstoken, verwaarloosbaar is. - Voor lege gasflessen gelden dezelfde voorschriften als voor volle flessen. Ze mogen eventueel wel apart worden opgeslagen. - In de directe nabijheid moet geschikte brandblusapparatuur (ABC-poederblusser of CO2-blustoestel 6 kg) aanwezig zijn. - Gevaarsymbolen en tekst Brandbare gassen, roken en open vuur verboden moeten aan de buitenzijde van de opslag geplaatst worden. - Gasflessen niet opslaan nabij liften, looppaden, trappenhuizen of andere plaatsen waar zij omver gestoten of beschadigd kunnen worden. - Zuurstofflessen niet opslaan in de nabijheid van kelders, souterrains, putten, rioleringen en andere ruimten beneden het maaiveld. - Afsluiters mogen niet in de opslagruimte worden geopend (opschrift aan buitenzijde aangebracht). - Beschadigde of lekkende gasflessen markeren en apart zetten. - Onbevoegden geen toegang tot de opslagruimte. - Verlichting en elektrische apparatuur explosieveilig uitvoeren (conform NEN 1010 en NEN 60079-14). Inrichting autogeen las- of snijbranderset - Gasflessen worden verticaal in een laswagen vastgezet. Als een laswagen niet mogelijk is, dan moeten de flessen op andere wijze verticaal worden vastgezet. De laswagen is bij voorkeur voorzien van rubber banden. - Op de laswagen worden de flessen gescheiden door een stalen brandschot. - De sleutel dient altijd op de fles aanwezig te zijn. - Er mogen alleen goedgekeurde branders en drukregelaars worden toegepast, aanbevolen wordt om de manometers ieder jaar te controleren en elke vijf jaar te vervangen. - Laat acetyleen niet in aanraking komen met koper (of legeringen > 63 % koper), kwik en zilver. - De kleurcode op de schouder van de fles is voor acetyleencilinders roodbruin en voor zuurstofcilinders wit met eventueel de letter N (= nieuw) erop; de kleur van oude zuurstofcilinders is blauw. - Acetyleenslangen zijn rood en zuurstofslangen zijn blauw uitgevoerd. - Acetyleenslangen dienen te zijn voorzien van een vlamdover (terugslagklep) direct na de drukregelaar om vlamterugslag te voorkomen. Ook voor de zuurstoffles is dit aan te raden. - Beschadigde manometers op drukregelaars mogen niet worden gebruikt. - Om verwisseling te voorkomen wordt voor acetyleen een linkse schroefdraad toegepast en voor zuurstof een rechtse schroefdraad. - Flessen en toebehoren dienen regelmatig op visuele beschadigingen te worden gecontroleerd door een deskundige (bijvoorbeeld de leverancier). Kritische beoordelingspunten hierbij zijn corrosie, kerven en bulten. Ook de stand en de staat van de voetringen moet worden beoordeeld. Flessen met brandschade of bulten moeten niet meer worden gebruikt. - Zet de laswagen niet in de rijroute van vorkheftrucks of andere transportmiddelen. - Ook mag de opstelling van de laswagen geen belemmering vormen in de vluchtroute. Praktische invulling Hanteren van gasflessen - Sluit de cilinderkranen voor het verplaatsen. Sluit ook de afsluiter van een lege fles, zodat er geen vocht in kan komen. - Verrol een gasfles over de onderrand, slepen is niet toegestaan. - Gebruik een acetyleencilinder rechtop of bij een helling van minimaal 30. - Hijs gasflessen in een daarvoor ingerichte flessenbak, hijskorf of laswagen. Hijsen aan beschermkappen of drukregelaars is niet toegestaan. - Voorkom dat gasflessen kunnen omvallen. Altijd borgen. - Plaats gasflessen zo dat men ze in geval van nood gemakkelijk kan bereiken en snel kan weghalen. - Voorkom verhitting van cilinders onder alle omstandigheden, ook onder invloed van direct zonlicht. - Gebruik nooit beschadigde gasflessen of flessen met beschadigde afsluiters. - Controleer of de aansluiting in goede staat verkeert. - Gebruik gasflessen nooit als ondersteuning en laat ze niet vallen of hard tegen elkaar stoten. Blad 2 van 6 Abomafoon 2.11
Aansluiten van gasflessen - Verwijder bij acetyleen nooit de vaste kap. - Controleer of het bereik van de drukregelaar overeenkomt met de vuldruk van de cilinder. Bijvoorbeeld bereik 0-315 bij vuldruk 200 bar of 0-250 bij vuldruk 150 bar. - Olie of vette substanties niet in aanraking laten komen met flessen, kranen, koppelingen, drukregelaars en slangen. - De slangen moeten met slangklemmen op de nippels zijn geborgd. Het is niet toegestaan de slangen over de koppen van de flessen of aan de reduceertoestellen op te rollen. - Laat cilinderuitlaten tijdens het aankoppelen altijd van elkaar af wijzen om in geval van lekken onjuiste mengsels te voorkomen. - Maak voor het aansluiten van drukregelaar op de cilinderkraan de uitlaat van de kraan schoon en open de kraan even om mogelijke vervuilingen door te blazen. Gebruik bij het aansluiten nieuwe sluitringen. - Open de afsluiter langzaam om drukstoten te voorkomen. - Controleer de aansluiting op lekken met zeepsop. Overige aanwijzingen bij gebruik - Geleid slangen zorgvuldig om beschadigingen te voorkomen, leg ze vrij uit looppaden en voorkom knikken bij deuren en hoeken. - Gebruik zuurstof nooit als vervanging voor perslucht om een oppervlak schoon te blazen, te koelen of te ventileren. - Pas geen cilinders toe in besloten ruimten. - Verwijder slangen en branders uit besloten ruimten wanneer de lassers de werkplek verlaten en sluit de cilinderkranen af. - Draag bij las- en brandwerkzaamheden verplicht een donkere lasbril en onbrandbare werkkleding. - Zorg voor brandblusmiddelen op de flessenwagen of in de onmiddellijke nabijheid van de laswerkplek. - Wordt een fles plaatselijk warm of is er sprake van een vlam, dan moet men (indien mogelijk) de afsluiter direct dichtdraaien, onmiddellijk de brandweer oproepen en de fles koelen met water. - In het bedrijfshulpverleningsplan moet zijn aangegeven waar zich brandgevaarlijke/explosieve producten bevinden en hoe er in noodsituaties moet worden gehandeld. Breng deze noodinstructies ook ter plekke aan. Verwijzing - Arbobesluit art. 4.4 en 4.6. - Arboregeling Hoofdstuk 8 en bijlage XVIII. - PGS 15 Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen (www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl). - NEN-EN 14470-2 Brandveiligheidsopslagkasten - Veiligheidsopslagkasten voor gasflessen onder druk. - NPR 7910-1 Gevarenzone-indeling met betrekking tot explosiegevaar, deel 1. Gasexplosiegevaar, gebaseerd op NEN-EN-IEC 60079-10-1. - Abomafoon: 2.10 Propaan- en butaanflessen. 8.01 Gevaarlijke stoffen. Datum: September 2015 Wijzigingen ten opzichte van vorige uitgave - Tabel met veiligheidsafstanden voor gasflessenopslag op het terrein toegevoegd. - Eisen aan inpandige opslag in een brandveiligheidskast toegevoegd. - Extra aandachtspunten bij het hanteren van gasflessen toegevoegd. Uitgave: Aboma bv Maxwellstraat 49 a Postbus 141 6710 BC Ede tel. 0318 69 19 20 www.aboma.nl Heeft u naar aanleiding van deze informatie vragen, opmerkingen of verbetersuggesties, geef het aan ons door via Abomafoon@aboma.nl Wij helpen u graag! Blad 3 van 6 Abomafoon 2.11
Controlelijst Acetyleen- en zuurstofflessen Project / locatie: Ingevuld door: Datum: Aandachtspunten Opmerkingen / maatregelen Actie gereed d.d. v = akkoord; x = tekortkoming; - = niet van toepassing 01 Opslag flessen niet blootgesteld aan warmtestraling; opslag afsluitbaar, droog en goed geventileerd; bebording Roken en open vuur verboden ; bebording Brandbaar gas ; brandblusmiddelen nabij opslag; flessen borgen tegen omvallen; flessen niet opslaan nabij kelders, ontgravingen en putten 02 Laswagen flessen geborgd; stalen brandschot tussen de flessen; brandschot tot boven de cilinderkoppen; sleutel altijd beschikbaar op de flessen; laswagen bij voorkeur voorzien van rubber banden; laswagen in goede staat van onderhoud; brandblusser aan de laswagen 03 Acetyleen- en zuurstofcilinder keuring flessen nog geldig (maximaal 10 jaar); flessen vrij van beschadigingen; vlamdover verplicht op acetyleencilinder; vaste kappen niet van acetyleencilinder verwijderen; drukregelaars afgestemd op de vuldruk van de flessen 04 Slangen vrij van scheuren; deugdelijke aansluiting van slangen op brander en drukregelaars; slangen niet langs scherpe delen leiden of in looppaden; alleen toepassing van geschikte slangen, blauw voor zuurstof en rood voor acetyleen 05 Overige hijsen van flessen met ingerichte hijskorf of flessenbak; gebruik lasbril en onbrandbare werkkleding; noodplan/instructiekaart aanwezig. Toelichting / nadere bijzonderheden: Blad 4 van 6 Abomafoon 2.11
Toolbox Acetyleen- en zuurstofflessen Overige aandachtspunten Gasflessen in opslag geborgd tegen omvallen. Flessen vrij van beschadigingen. Drukregelaars afgestemd op vuldruk flessen. Slangen deugdelijk aangesloten, vrij van scheuren en uit looproutes. Bij het verlaten van een besloten ruimte de slangen en brander verwijderen. Hijsen van flessen met ingerichte hijskorf of flessenbak. Blad 5 van 6 Abomafoon 2.11
Registratieformulier toolbox Project: Gehouden door: Datum: Functie: Onderwerp: Presentielijst Naam Bedrijfsnaam Handtekening Eventuele opmerkingen: Blad 6 van 6 Abomafoon 2.11