Optinet-MX-V2 Ethernet IO-modules Opticom Engineering B.V.
INSTALLATIE - 2 - januari 2012
TOEPASSING De Optinet-V2 kan worden uitgebreid met externe ethernet IO-modules. Deze modules kunnen worden aangesloten op zowel LAN 1 als LAN 2 van de Optinet-V2. Door gebruik te maken van een afzonderlijk netwerk via LAN 2 wordt onnodige netwerkbelasting voorkomen. De IO-modules hebben een ingebouwde netwerkswitch, zodat de modules eenvoudig aan elkaar gekoppeld kunnen worden, zonder dat een extra ethernet switch noodzakelijk is. De volgende IO-modules kunnen worden aangesloten: OTC-E1210-16 digitale ingangen Ook geschikt als pulsteller (32 bits) OTC-E1211-16 digitale uitgangen (max. 200 mamp) OTC-E1214-6 digitale ingangen, 6 digitale uitgangen (relais) Ingangen ook geschikt als pulsteller (32 bits) OTC-E1240-8 analoge ingangen (0-10Volt of 4-20 ma) OTC-E1241-4 analoge uitgangen (0-10Volt of 4-20 ma) OTC-E1260-6 analoge ingangen (PT100 of PT1000) januari 2012-3 - INSTALLATIE
INSTALLEREN De IO-modules zijn geschikt voor DIN-railmontage. De voedingspanning bedraagt 12 ~ 36 Volt DC. Afhankelijk van het aantal modules en het totaal opgenomen vermogen, kan gebruik worden gemaakt van de voeding van de Optinet-V2. Volgend module LAN 2 staat standaard ingesteld op IP adres 192.168.95.1 OTC-16-DI INSTALLATIE - 4 - januari 2012
Elke IO-module dient te worden ingesteld op een uniek IP-adres. Dit kan eenvoudig met behulp van de browser worden gewijzigd, mits het reeds ingestelde IP-adres bekend is. In dit voorbeeld wordt IP-adres 192.168.95.101 ingegeven (voor gebruik via LAN 2). 192.168.95.101 Het IP-adres kan ook worden ingesteld met het programma iosearch, welke van de meegeleverde CD kan worden geïnstalleerd. Hiermee kunnen IO-modules worden gezocht en worden ingesteld met het gewenste IP-adres. Indien bij de bestelling aangegeven, worden IO-modules door Opticom al met het opgegeven IP-adres ingesteld. januari 2012-5 - INSTALLATIE
CONFIGUREREN Om de IO-modules te kunnen gebruiken dient de Optinet op de gebruikelijke manier te worden geconfigureerd. Raadpleeg de handleiding van OtcNet voor meer informatie over het gebruik van de Optinet. Start het programma OtcNet en meldt aan met voldoende rechten. Ga naar Bestand Installaties en klik op Toevoegen. Voeg een nieuwe (hoofd-) installatie toe type NET-MX en vink model V2 aan. Voeg een subinstallatie toe voor de IO-modules van het type NET-MX-MOD. Voeg de eventuele andere MX-installaties toe. Vervolgens Opslaan. INSTALLATIE - 6 - januari 2012
Klik op de hoofdinstallatie en daarna op Configuratie. Selecteer uit de lijst de gewenste subinstallatie, het protocol Modbus-TCP en Device IPSPEC. Hiermee kan later elk module worden ingesteld op een uniek IP-adres per regelaar of IO-module. Opslaan en Afsluiten. Klik hier om subinstallaties te sorteren. januari 2012-7 - INSTALLATIE
Klik op de subinstallatie en vervolgens de knop Regelaars. INSTALLATIE - 8 - januari 2012
De IO-modules maken gebruik van de adrestabel, waarbij elk datapunt of item kan worden benaderd via een uniek regelaar- of IO-module-adres 001 t/m 999. Als protocol dient voor elk IO-module Modbus-TCP te worden ingesteld, het unieke IP-adres en de standaard poort 502. Hierna kunnen alle overige gewenste IO-modules in de lijst worden toegevoegd. Tenslotte Opslaan en Afsluiten. januari 2012-9 - INSTALLATIE
Klik vervolgens op de knop Adrestabel om de gewenste items toe te voegen en de eigenschappen in te stellen. Ga als volgt te werk om alle beschikbare items toe te voegen: 1. Klik op Nieuw. 2. Klik op de selectielijst achter Adres en kies een IO-module. 3. Klik op Zoeken in de itemlijst (het vergrootglas). 4. Selecter de gewenste items (gebruik Alle items en Multiselect). 5. Klik op OK en de items worden toegevoegd. 6. Herhaal dit zonodig voor alle overige IO-modules. Als laatste kunnen de omschrijvingen worden aangepast en de overige eigenschappen worden ingegeven voor het gebruik in de PLC, de menu's of grafische presentaties. INSTALLATIE - 10 - januari 2012
Tenslotte kan de configuratie naar de Optinet-MX worden weggeschreven. Meer informatie over het configureren en in bedrijfstellen van de Optinet-MX vindt u in de handleiding van het programma OtcNet. januari 2012-11 - INSTALLATIE
AANSLUITINGEN Aanvullende informatie over aansluitgegevens is bij elk module verpakt. INSTALLATIE - 12 - januari 2012
TECHNISCHE GEGEVENS LAN Ethernet 2 x 10/100 Mbps switch ports, RJ45 Protection 1.5 KV magnetic isolation Protocols Modbus/TCP, OPC Server, TCP/IP, UDP, DHCP, Bootp, HTTP Analog Input Type Differential input Resolution 16 bits Sampling Rate 12 samples per second (all channels) I/O Mode Voltage or Current Input Range 0 to 10 VDC, 4 to 20 ma Accuracy ±0.1% FSR @ 25 C; ±0.3% FSR @ -10 and 60 C Built-in Resistor for Current Input 120 ohms Input Impedance 10M ohms Analog Output Resolution 12 bits Output Range 0 to 10 VDC, 4 to 20 ma Voltage Output 10 ma (Max.) Accuracy ±0.1% FSR @ 25 C; ±0.3% FSR @ -10 and 60 C Load Resistor Internal power: 400 ohms; External 24V power: 1000 ohms RTD Input Type PT50, PT100, PT200, PT500, PT1000; Resistance of 10 ohms, 20 ohms, and 100 ohms Sampling Rate 12 samples per second (all channels) Resolution 16 bits Accuracy ±0.1% FSR @ 25 C; ±0.3% FSR @ -10 and 60 C Input Impedance 625K ohms Digital Input Sensor Type NPN, PNP, and Dry contact I/O Mode DI or Event Counter Dry Contact Logic 0: short to GND; Logic 1: open Wet Contact Logic 0: 0 to 3 VDC; Logic 1: 10 to 30 VDC (DI COM to DI) Isolation 3K VDC or 2K Vrms Counter/Frequency 250 Hz, power off storage Digital Output januari 2012-13 - INSTALLATIE
I/O Mode DO or Pulse Output (up to 500 Hz) Pulse Wave Width/Frequency 1 ms/500 Hz Over-voltage Protection 45 VDC Over-current Limit 600 ma per channel Over-temperature Shutdown 175 C (typical), 150 C (min.) Output Current Rating Max. 200 ma per channel Isolation 3K VDC or 2K Vrms Relay Output Type: Form A (N.O.) relay outputs, 5 A Contact Rating 5 A @ 30 VDC, 5 A @ 250 VAC, 5 A @ 110 VAC Inductance Load 2 A Resistance Load 5 A Breakdown Voltage 500 VAC Relay On/Off Time 10 ms (Max.) Initial Insulation Resistance 1G min. @ 500 VDC Expected Life 100,000 times (Typical) Initial Contact Resistance 100 milli-ohms (Max.) Pulse Output 0.3 Hz at rated load Environmental Limits Operating Temperature -10 to 60 C (14 to 140 F) Storage Temperature -40 to 85 C (-40 to 185 F) Ambient Relative Humidity 5 to 95% (non-condensing) Power Requirement Power Input 24 VDC nominal, 12 to 36 VDC Power Consumption 130 ma @ 24 VDC (typical) Mechanical Specifications Wiring I/O cable, 14 AWG Max. Dimensions 27 x 132 x 84 INSTALLATIE - 14 - januari 2012