Model III Stedenbouwkundig attest GEMEEN l'e LILLE Wat is de functie van dit attest? Dit attest is louter informatief, het Geeft niet de waarde van een stedenbouwkundige ve,girnning of een verkavelingsvergunning. Het beslissende onderrtoek vindt pas plaats als u een aanvraag tot stedenbouwkundige vergaring of een verkavelingsaanuraag indient. Met attest loopt op geen enkele manier vooruit op de beslissing die dan genomen zal worden. In een aantal gevallen zal de aanvraag ook nog onderwapen waden aan een openbaar onderzoek. Hoelang is het attest geldig? Dit stedenbamwkundeg attest blijft gedurende twee jaa-geldig vanaf het moment van de uitreiking. Onder welke voorwaarden is het attest geldig? De gegevens in dit attest zijn geldig onder voorbehoud van w jaging van het geldende rninrtel k uitvoeringsplan of van de regelgeving in deze periode. De voorschriften van goedgekeurde plannen van aanleg, rmimtelijke uitvoeringsplannen, toegestane verkavelingen, rooip/annen en stedenbouwkundige verordeningen zijn ge/dig zolang de verordenende bepalingen waaruit ze vaarvloeien bun bindende kracht behouden. Doordat de gegevens snel kannen *gm, is het raadzaam regelmatig een niernv stedenboruvkundag attest aan te vragen. Gegevens van de aanvrager Koenraad Wouters Poederleese weg 80 2275 Lille Gegevens van het perceel Kauwenberg 8 (afd. 1) sectie C 212 en (afd. 1) sectie C 213A Ingewonnen adviezen Er werden geen externe adviezen ingewonnen.
Advies van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar Het advies van de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar d.d. 04/03/2015 is deels voorwaardelijk gunstig deels ongunstig en luidt als volgt: "Na onderzoek van de aanvraag kan ik u mijn advies meedelen: Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Het ingediende dossier is volledig en de procedure tot behandeling van deze aanvraag is correct verlopen. Ik sluit mij, gelet op de gegevens verstrekt door de gemeente aangaande voormeld dossier, aan bij de planologische en ruimtelijke motivering opgebouwd door het college van burgemeester en schepenen. Het gunstige advies van het college, voor het herbouwen van een vrijstaande eengezinswoning zoals voorgesteld, kan worden bijgetreden. Eveneens kan het ongunstig advies voor het verbouwen en/of herbouwen van de bijgebouwen worden bijgetreden. Ik wens bijkomend op te merken dat in de uiteindelijke vergunning wel rekening dient te worden gehouden met de principes van de watertoets. Het behoort, zoals vermeld in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het algemeen waterbeleid (Belgisch Staatsblad 14 november 2003) in hoofdstuk III, afdeling I, artikel 8, tot de bevoegdheid van de vergunningsverlenende overheid om de resultaten van de watertoets te vermelden, zelfs als manifest duidelijk is dat de vergunde werken geen enkele invloed op de waterhuishouding hebben en hiermee rekening te houden in haar uiteindelijke beslissing." Standpunt van het college van burgemeester en schepenen Het college van burgemeester en schepenen gaf reeds in zitting van volgende advies: "Gelet op de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO), gecoördineerd bij besluit van de Vlaamse regering van 15 mei 2009 (BS 20 augustus 2009 (ed. 2)), met ingang van 1 september 2009, en latere wijzigingen; Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 en latere wijzigingen, betreffende de adviesverlening op het gebied van aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen; Besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 tot bepaling van de werken en handelingen die vrijgesteld zijn van het eensluidend advies van de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar. Gelet op het Besluit van de Vlaamse regering betreffende de openbare onderzoeken over aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en verkavelingsaanvragen van 5 mei 2000 en latere wijzigingen; Gelet op de ligging van het perceel in agrarisch gebied, volgens het geldende gewestplan Turnhout, dd 30/09/1977; De begrenzing van het betrokken gewestplan is gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 14 oktober 1992. De agrarische gebieden zijn bestemd voor de landbouw in de ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, de woning van de exploitanten, benevens
verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden. Gelet op het besluit van de Vlaamse regering van 1 oktober 2004 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie-voorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater. Gelet op de energieprestatieregelgeving; Gelet op het decreet houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders, dd 08/05/2009; Gelet op de verplichtingen en lasten die rusten op boordeigenaars of aangelanden ingevolge de reglementering op onbevaarbare geklasseerde waterlopen (waterlopen 2e en 3e categorie). Gelet op het Besluit van de Vlaamse Regering inzake de nadere regels van de projectm.e.r.-screening van 1 maart 2013. Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot aanwijzing van de instanties die over een vergunningsaanvraag advies verlenen, gewijzigd door het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013. Gelet op het feit dat het perceel niet gelegen is binnen de grenzen van een goedgekeurd plan van aanleg/rup. Gelet op het feit dat het perceel niet gelegen is binnen de grenzen van een door het college van burgemeester en schepenen behoorlijk vergunde en niet vervallen verkaveling; Het blijft de bevoegdheid van de overheid de aanvraag te toetsen aan de gebruikelijke inzichten en noden betreffende een goede aanleg der plaats, gebaseerd op de eerder geciteerde voorschriften van het van kracht zijnde gewestplan. Overwegende dat er geen openbaar onderzoek werd georganiseerd. De resultaten, vermeld in dit stedenbouwkundig attest zijn dan ook onder voorbehoud van eventuele gegronde bezwaren die zouden worden ingediend tijdens het openbaar onderzoek in het kader van de vergunningsprocedure. Gelet op het feit dat het perceel gelegen is langs een bestaande, voldoende uitgeruste weg; Overwegende dat de bestaande woning geacht wordt vergund te zijn, gezien dat deze aangeduid wordt dmv code 0001 in de kadastrale legger. De woning dateert uit de periode voor 1850. Verleent het college van burgemeester en schepenen voorwaardelijk gunstig advies voor het herbouwen van een zonevreemde woning en ongunstig advies voor het herbouwen op een gewijzigde plaats, van een bijgebouw. Deze beoordeling - als uitvoering van artikel 1.1.4. van de VCRO gericht op een duurzame ruimtelijke ontwikkeling en met oog voor de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen - houdt rekening met de volgende criteria als uitvoering van artikel 4.3.1. van de VCRO: - functionele inpasbaarheid De aanvraag betreft het herbouwen van een bestaande zonevreemde woning, en het herbouwen op een gewijzigde plaats, van een zonevreemde bijgebouw.
De Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening bepaalt onder afdeling 2 de basisrechten voor zonevreemde constructies. Deze afdeling is van toepassing op vergunningsaanvragen die betrekking hebben op hoofdzakelijk vergunde en niet verkrotte zonevreemde constructies, met uitzondering van publiciteitsinrichtingen of uithangborden. Het voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt beoordeeld op het ogenblik van de eerste vergunningsaanvraag tot verbouwen, herbouwen of uitbreiden. De basisrechten van deze afdeling zijn van toepassing in gebieden, geordend door een ruimtelijk uitvoeringsplan of een plan van aanleg. In alle bestemmingsgebieden geldt dat de vigerende bestemmingsvoorschriften op zichzelf geen weigeringsgrond vormen bij de beoordeling van een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning voor het verbouwen van een bestaande zonevreemde woning, op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal. De vigerende bestemmingsvoorschriften vormen op zichzelf ook geen weigeringsgrond bij de beoordeling van een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning voor het herbouwen van een bestaande zonevreemde woning op dezelfde plaats, op voorwaarde dat het aantal woongelegenheden beperkt blijft tot het bestaande aantal. Als het bestaande bouwvolume meer dan 1000m3 bedraagt, is het maximale volume van de herbouwde woning beperkt tot 1000m3 Er is sprake van herbouw op dezelfde plaats indien de nieuwe woning ten minste drie kwart van de bestaande woonoppervlakte overlapt. De bestaande woonoppervlakte sluit zowel de oppervlakte van het hoofdgebouw in als deze van de fysisch aansluitende aanhorigheden die in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of steun vinden bij het hoofdgebouw. De woning dateert van voor 1962 volgende de gegevens uit de kadastrale legger, en blijkens de luchtfoto's die wij ter beschikking hebben. De woning voldoet ook nog aan de elementaire eisen inzake stabiliteit. De aanvrager wenst de woning te herbouwen op dezelfde plaats. De nieuwe constructie overlapt volledig met de bestaande woning. De hoger beschreven voorwaarden moeten strikt worden nageleefd. Voor bestaande constructies, niet zijnde woningbouw geld dat in alle bestemmingsgebieden geldt dat de vigerende bestemmingsvoorschriften op zichzelf geen weigeringsgrond vormen bij de beoordeling van een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning voor het verbouwen van een bestaande zonevreemde constructie, niet zijnde woningbouw. Indien de verbouwingswerken betrekking hebben op milieuvergunningsplichtige inrichtingen, gelden de mogelijkheden, vermeld in het eerste lid, slechts indien voldaan is aan alle hiernavolgende voorwaarden: 1 de bouwheer beschikt op het ogenblik van de vergunningsaanvraag over de voor een normale bedrijfsvoering noodzakelijke milieuvergunning. 2 de constructie werd in het jaar voorafgaand aan de vergunningsaanvraag daadwerkelijk uitgebaat. Voor het herbouwen van zonevreemde constructies, niet zijnde woningbouw, op een gewijzigde plaats, bepaalt de Codex dat de vigerende bestemmingsvoorschriften op zichzelf geen weigeringsgrond vormen bij de beoordeling van een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning, op voorwaarde dat voldaan is aan alle hiernavolgende vereisten: 1 voor het herbouwen is ten minste één van volgende oorzaken aanwijsbaar: a) De constructie is getroffen door een rooilijn b) De constructie bevindt zich in een achteruitbouwzone c) De verplaatsing volgt uit redenen van een goede ruimtelijke ordening, en wordt door de aanvrager uitdrukkelijk gemotiveerd vanuit een betere integratie in de omgeving, een betere terreinbezetting of een kwalitatief concept. 2 ten minste één van volgende voorwaarden is vervuld:
a) De herbouwde constructie krijgt dezelfde voorbouwlijn als de dichtstbijzijnde constructie b) De nieuwe toestand levert een betere plaatselijke aanleg op, en richt zich op de omgevende bebouwing of plaatselijk courante inplantingswijzen. Indien de herbouwingswerken betrekking hebben op milieuvergunningsplichtige inrichtingen, gelden de mogelijkheden, vermeld in het eerste lid, slechts indien voldaan is aan beide hiernavolgende voorwaarden: 1 de bouwheer beschikt op het ogenblik van de vergunningsaanvraag over de voor een normale bedrijfsvoering noodzakelijke milieuvergunning; 2 de constructie werd in het jaar voorafgaand aan de vergunningsaanvraag daadwerkelijk uitgebaat. De bijgebouwen, zijn zodanig verkrot, en delen ervan zijn ingestort, waardoor geconcludeerd moet worden dat deze bijgebouwen niet meer voldoen aan de elementaire eisen inzake stabiliteit. De bijgebouwen kunnen niet worden herbouwd, en dienen te worden verwijderd op het terrein. De aanvrager kan evt na heropbouw van de woning, een bijgebouw plaatsen conform het vrijstellingenbesluit: "vrijgesteld van vergunning: van het hoofdgebouw vrijstaande niet voor verblijf bestemde bijgebouwen, met inbegrip van carports, in de zijtuin tot op 3 meter van de perceelsgrenzen of in de achtertuin tot op 1 meter van de perceelsgrenzen. De vrijstaande bijgebouwen kunnen in de achtertuin ook op of tegen de perceelsgrens geplaatst worden als ze tegen een bestaande scheidingsmuur opgericht worden en als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt. De totale oppervlakte blijft beperkt tot maximaal 40 vierkante meter per goed, met inbegrip van alle bestaande vrijstaande bijgebouwen. [De maximale hoogte is beperkt tot 3,5 meter" Mits naleving van de voorwaarden, wordt geen afbreuk gedaan aan de kwaliteit van de omgeving. De aanvraag is qua karakter verenigbaar met de onmiddellijke omgeving en brengt de goede ruimtelijke ordening niet in het gedrang. - mobiliteitsimpact De aanvraag heeft geen significante impact op de mobiliteit. Enkel ten gevolge van de bouwwerken zou mogelijks hinder kunnen ontstaan. Onderstaande richtlijnen dienen ten allen tijden te worden nageleefd: "Het is, met het oog op het uitvoeren van bouwwerken, verboden de openbare weg te gebruiken voor de inrichting van een bouwwerf voor meer dan 24 uur, behoudens schriftelijke vergunning van de burgemeester. Er is een vergunning van de burgemeester vereist voor levering van allerlei materialen aan bouwwerven waarbij het laden en lossen op de openbare weg gebeurt en waarbij de vlotte doorgang van het rijdend verkeer gehinderd wordt. Deze vergunning dient ten minste 10 werkdagen voor de aanvang van de werken aangevraagd te worden. De bouwwerf moet ingericht worden volgens de voorwaarden die in de vergunning bepaald worden. De burgemeester kan de vergunning voor een bepaalde termijn verlenen. Indien de bouwwerken niet beëindigd zijn binnen de vastgelegde termijn, kan een nieuwe vergunning verleend worden, eventueel met gewijzigde voorwaarden. Deze nieuwe vergunning dient minimaal 5 werkdagen vooraf aangevraagd te worden. De vergunninghouder moet de politiepost van de gemeente uiterlijk 48 uur voor het in gebruik nemen van de openbare weg verwittigen. Na de inrichting van de bouwwerf moet de uitvoerder van de bouwwerken de werkzaamheden onmiddellijk starten en zonder onderbreking voortzetten. Onderbrekingen zijn enkel toegestaan bij slechte weersomstandigheden, verlof en feestdagen. Hij is verplicht de openbare weg terug vrij te maken van zodra de daarop ingerichte werf niet meer nodig is voor de normale uitvoering van de werken.
Ook bij onderbrekingen langer dan 2 werkdagen dient de openbare weg maximaal vrijgemaakt te worden. Werken die 's avonds en/of 's nachts moeten worden uitgevoerd (tussen 20u en 8u) moeten steeds afzonderlijk worden vergund door de burgemeester." - ruimtegebruik en bouwdichtheid Het volume van de herbouwde woning dient beperkt te blijven tot maximaal 1000m3. De bijgebouwen moeten worden verwijderd van het terrein, gezien deze niet meer voldoen aan de elementaire eisen inzake stabiliteit, en deels onvergund zijn. - visueel-vormelijke elementen De kroonlijsthoogte dient beperkt te blijven tot maximaal 6.5 meter. De voorgestelde bebouwingstypologie houdt rekening met de karakteristieken van de omgeving. De aanvraag is in overeenstemming met de omgeving. Er kan besloten worden dat de aanvraag zich op aanvaardbare wijze in de omgeving integreert. - cultuurhistorische aspecten De constructie werd niet opgenomen in de inventaris van het bouwkundig erfgoed, en betreft geen monument. - het bodemreliëf Het bodemreliëf wordt niet gewijzigd in deze aanvraag. - hinderaspecten, gezondheid, gebruiksgenot en veiligheid in het algemeen De aanvraag moet voldoen aan de voorwaarden vermeld in het besluit van de Vlaamse regering van 5 juli 2013 houdende vaststelling van een gewestelijke stedenbouwkundige verordening inzake hemelwaterputten, infiltratie-voorzieningen, buffervoorzieningen en gescheiden lozing van afvalwater en hemelwater. De stedenbouwkundige vergunning is enkel geldig als op de hemelwaterput een operationele pompinstallatie wordt aangesloten, die het gebruik (door grootverbruikers vb toiletten, wasmachine,...) van het opgevangen hemelwater mogelijk maakt. Een pompinstallatie is niet verplicht indien de aftappunten gravitair gevoed kunnen worden. Er dient een terugslagklep te worden voorzien op de overloop van de regenwaterput. De aanvraag dient te voldoen aan de energieprestatieregelgeving. De architect/aanvrager dient zich, voordat de aanvraag wordt ingediend, in verbinding te stellen met de technische dienst van de gemeente Lille en Infrax, zodanig dat de rioolaansluiting kan worden gecontroleerd en de precieze locatie kan worden meegedeeld. De aanvrager moet, in samenspraak met Infrax, voorzien in de plaatsing van een IBA. De aanvrager en architect dienen ervoor te zorgen dat op de bestaande wachtaansluiting kan worden aangesloten. Er dient een septische put (minimum 7501/inw) te worden voorzien voor aansluiting van toiletten op de openbare riolering. Syphonputjes en disconnectieputjes moeten worden vermeden. De aanvrager wordt aangeraden om voldoende controleputjes te plaatsen. Door de invoering van het Algemeen Waterverkoopreglement is de keuring privériolering verplicht vanaf 1 juli 2011. De lijst met gecertificeerde keurders is terug te vinden op www.vlario.be. Indien gebruik gemaakt worden van een droogzuiging, dient de aanvrager dit steeds te melden bij de milieudienst van de gemeente Lille. Bovendien dient bij elke lozing verplicht een zand-opvanginstallatie te worden geplaatst op de uitlaat van de pomp, conform de richtlijnen van de Technische dienst van de gemeente Lille. Droogzuigingen mogen in geen geval op de riolering aangesloten worden. Als er een gescheiden stelsel aanwezig is, mag een droogzuiging wel op de regenwaterafvoer aangesloten worden. Indien er geen gescheiden stelsel aanwezig is, moet de droogzuiging op de gracht aangesloten worden, of laten infiltreren op eigen terrein (>10 m van de bouwput). Indien de aanvrager een droogzuiging wenst te installeren, dient dit in ieder geval te worden gemeld aan de Technische dienst van de gemeente Lille.
De aanvrager en architect worden ertoe gehouden de woning uit te rusten met een rookmeldingssysteem conform de bepalingen van het decreet houdende de beveiliging van woningen door optische rookmelders dd 08/05/2009. Overwelvingen van de baangrachten, alsook bermverhardingen, dienen afzonderlijk te worden aangevraagd bij de Technische dienst van de gemeente Lille. Deze werken/aanvragen zijn niet inbegrepen in deze vergunning. Indien het goed paalt aan een waterloop van 2e of 3e categorie, dient de aanvrager de verplichtingen en lasten die rusten op boordeigenaars of aangelanden ingevolge de reglementering op onbevaarbare geklasseerde waterfopen (waterlopen 2e en 3e categorie) strikt na te leven. Deze richtlijnen kunnen worden bekomen op de Technische dienst of de dienst stedenbouw van de gemeente Lille. De vergunning wordt afgeleverd onder voorbehoud van eventuele burgerrechtelijke aangelegenheden. De bouwpromotor of initiatiefnemer heeft de verplichting om de geldende reglementering, uitgevaardigd door de distributienetbeheerder IVEKA voor elektriciteit en voor aardgas strikt na te leven. Sinds 1 mei 2009 moet de houder van een stedenbouwkundige vergunning in Vlaanderen vóór de toewijzing van de werken een sloopinventaris afvalstoffen laten opmaken door een architect of een door de opdrachtgever aangestelde deskundige wanneer het te slopen of ontmantelen gebouw geheel of gedeeltelijk een andere functie dan het wonen had en een bouwvolume omvat van meer dan 1.000 m 3. Wanneer er een bestek uitgeschreven wordt moet deze sloopinventaris bijgevoegd worden. Waterparagraaf: Het voorliggende bouwproject heeft geen omvangrijke oppervlakte en ligt niet in een recent overstroomd gebied of een risicozone voor overstromingen, zodat in alle redelijkheid dient geoordeeld te worden dat het schadelijk effect beperkt is. Enkel wordt door de toename van de verharde oppervlakte de infiltratie van het hemelwater in de bodem plaatselijk beperkt. Voor het betrokken project werd de watertoets uitgevoerd volgens de richtlijnen van het uitvoeringsbesluit van 20 juli 2006. Daaruit volgt dat een positieve uitspraak mogelijk is indien de gewestelijke stedenbouwkundige verordening hemelwater wordt nageleefd." Ondertekening Namens het college van Burgemeester en Schepenen, in zitting van 2 april 2015 Davy Smeyers Secretaris Diels Diels Burgemeester
i 1