Managementstatuut SKOM Het managementstatuut regelt de verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen enerzijds het bestuur en anderzijds de algemeen directeur en tussen de algemeen directeur en de schoolleiders. Het management statuut berust op art 31 in de WPO. De inhoud ervan is afgeleid van de statuten van de stichting. Deze regeling vormt de neerslag van de bestuurs- en managementfilosofie en de opzet en inrichting van het management binnen SKOM. Doel van het managementstatuut Met het managementstatuut wordt beoogd de volgende twee doelen te verwezenlijken: 1. Transparantie over de verdeling van taken en bevoegdheden binnen de gehele besturingskolom; 2. Het versterken van de invloed van het management op de verdeling van taken en bevoegdheden, binnen de kaders van de lumpsum bekostiging en de wetgeving daaromtrent. Begripsbepalingen Artikel 1. In dit statuut wordt verstaan onder: a. stichting : de Stichting Katholiek Onderwijs Maasdal te Maasgouw. b. statuten : de statuten van de stichting; c. bestuur : het bestuur, zoals bedoeld in de artikelen 1 en 6 van de statuten; d. de algemeen directeur : de algemeen directeur, zoals bedoeld in artikel 1, 12 en 13 van de statuten; e. schoolleider : de leidinggevende van een of meer van de scholen; g. schoolleidersberaad : het overleg van de algemeen directeur met de schoolleiders; h. gemeenschappelijke medezeggenschapsraad i.medezeggenschapsraad : de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad zoals bedoeld in de Wet op de Medezeggenschap in Scholen; : de medezeggenschapsraad van het een onder het het bevoegd gezag van de stichting staande school, zoals bedoeld in de Wet op de Medezeggenschap in Scholen; j. mandatering : machtiging door het bestuur aan de algemeen directeur, en van de algemeen directeur aan de schoolleiders tot het in naam en onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever uitoefenen 1 managementstatuten SKOM 08 2011
van taken en bevoegdheden; k. vaststellen : het nemen van een beslissing door een daartoe bevoegd orgaan betreffende de inhoud van een regeling, een plan of een ander besluit, al dan niet na aanbrengen van wijzigingen in daartoe gedane voorstellen; l. Instemmen : Het zonder aanbrengen van wijzigingen akkoord gaan door een hoger orgaan met een vastgesteld besluit. In gevallen waarin instemming vereist is, krijgt een besluit pas interne en externe werking na de verkregen instemming; m. Strategisch beleidsplan : Het strategisch kaderstellend beleidsplan op stichtingsniveau, dat richtinggevend en tevens toetsingskader is voor de (uitvoerings-)plannen binnen de stichting en per school of activiteit; n. Schoolplan : het plan dat iedere school opstelt als de schooleigen uitwerking van het strategisch beleidsplan conform artikel 12 van de Wet op het Primair Onderwijs. Bestuur Artikel 2 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. Aan het bestuur komen in de stichting alle taken en bevoegdheden toe, die niet door de wet of de statuten aan andere organen zijn opgedragen. 2. Bij de vervulling van hun taak richt het bestuur zich naar het doel en het belang van de stichting en de door haar in stand gehouden scholen. Dit met inachtneming van de statuten en de op basis daarvan vastgestelde of vast te stellen regelingen, alsmede met inachtneming van de op de stichting en de onder de stichting ressorterende scholen van toepassing zijnde wettelijke voorschriften en op basis daarvan vastgestelde regelingen. 3. Het bestuur functioneert als toezichthoudend bestuur zoals bedoeld in artikel 17b van de WPO. 4. Het bestuur mandateert de uitvoerende bestuurlijke taken aan de algemeen directeur, met inachtneming van de artikelen 10 lid 5 en 8 van de statuten van de stichting. 5. Het bestuur houdt toezicht op de uitvoering van de taken en de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheden door de algemeen directeur. 6. Het bestuur staat de algemeen directeur met raad en daad ter zijde. 7. Het bestuur stelt de algemeen directeur ten minste in de gelegenheid advies uit te brengen over: a) de vaststelling en wijziging van de (meerjaren) begroting van de stichting; b) de vaststelling van de jaarrekening. De algemeen directeur wordt door het bestuur in de gelegenheid gesteld voordat het advies wordt uitgebracht met het bestuur overleg te voeren. Het bestuur stelt de algemeen directeur zo spoedig mogelijk schriftelijk en met redenen omkleed op de hoogte of het aan het uitgebrachte advies gevolg wil geven. Indien het bestuur het advies niet of niet geheel wil volgen, stelt het de algemeen directeur in de gelegenheid met hem of haar overleg te voeren, alvorens definitief over het advies te besluiten. Het bestuur brengt het definitieve besluit zo spoedig mogelijk ter kennis aan de algemeen directeur. 2 managementstatuten SKOM 08 2011
8. De algemeen directeur is bevoegd uitgaven te doen met inachtneming van de door het bestuur vastgestelde begroting van de stichting. De algemeen directeur is niet gerechtigd uitgaven buiten de jaarbegroting te doen, verplichtingen aan te gaan of investeringen te doen, zonder voorafgaande instemming van het bestuur, conform artikel 13 lid 6 van de statuten. 9. De algemeen directeur dient uitgaven, hemzelf betreffende en voor zover gelegen buiten hetgeen hem volgens het afgesloten arbeidscontract toekomt, altijd voor te leggen aan het bestuur ter goedkeuring. 10. Het bestuur informeert zich persoonlijk omtrent de toestand op de scholen door middel van regelmatig schoolbezoek. Algemeen directeur Benoeming, schorsing en ontslag Artikel 3 1. Het bestuur benoemt, schorst en ontslaat de algemeen directeur. 2. Benoeming van de algemeen directeur vindt plaats op basis van een na overleg met de schoolleiders vast te stellen profiel. 3. Indien de functie van algemeen directeur vacant is, stelt het bestuur een commissie voor werving en selectie samen ter voorbereiding van een benoemingsbesluit. In deze commissie hebben ten minste zitting een of meer bestuurders, alsmede ten minste één van de schoolleiders (behoudens bijzondere omstandigheden, dit ter beoordeling van het bestuur). De commissie draagt zorg voor werving en selectie van een nieuwe algemeen directeur. De commissie brengt een niet bindend benoemingsadvies uit aan het bestuur. Mandatering, taken en bevoegdheden Artikel 4 1. Het bestuur verleent de algemeen directeur middels dit management statuut en op grond van de statuten het navolgende mandaat, waarbij geldt dat het bestuur schriftelijk kaders kan vaststellen waarbinnen de algemeen directeur zijn taken en bevoegdheden dient uit te oefenen: 2. De algemeen directeur voert namens het bestuur het algemeen management binnen de stichting en is daartoe, voor zover wettelijk vereist, door het bestuur gemachtigd middels de statuten van de stichting en de vaststelling van dit statuut. 3. De algemeen directeur is belast met de uitvoerende bestuurlijke taken, met de algemene leiding van de stichting en de dagelijkse gang van zaken, met inachtneming van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het toezichthoudend bestuur zoals verwoord in artikel 10 van de statuten. 4. Daarnaast is de algemeen directeur belast met de voorbereiding en uitvoering van de besluitvorming die krachtens artikel 10 lid 8 de instemming van het bestuur behoeven. 5. Daarnaast is de algemeen directeur belast met het (doen) opstellen van de jaarrekening en het jaarverslag. 6. De algemeen directeur waarborgt de identiteit van de door de stichting in stand gehouden scholen, dit onverminderd de verantwoordelijkheid van het bestuur in deze. 7. De algemeen directeur is bevoegd de stichting te vertegenwoordigen. 8. De algemeen directeur stelt de schoolplannen van de scholen vast. 9. De algemeen directeur bepaalt met inachtneming van artikel 2 lid 7 en 8 van dit management statuut de toedeling, bestemming en aanwending van middelen uit de bekostiging. De algemeen directeur stelt kaders voor de toedeling, bestemming en aanwending van middelen uit de bekostiging op school-.c.q. locatieniveau. 3 managementstatuten SKOM 08 2011
Daarbij stelt de algemeen directeur de schoolleider ten minste in de gelegenheid: - advies uit te brengen over de vaststelling en wijziging van de (meerjaren) begroting van de school of locatie; - voordat het advies wordt uitgebracht, met de algemeen directeur overleg te voeren: De algemeen directeur stelt de schoolleider zo spoedig mogelijk schriftelijk en met redenen omkleed op de hoogte of hij of zij aan het uitgebrachte advies gevolg wil geven: Indien de algemeen directeur het advies niet of niet geheel wil volgen, stelt hij of zij de schoolleider in de gelegenheid met hem of haar overleg te voeren, alvorens definitief over het advies te besluiten. De algemeen directeur brengt het definitieve besluit zo spoedig mogelijk ter kennis aan de schoolleider. 10. De algemeen directeur is gemachtigd om namens het bestuur de gelden en het vermogen van de stichting te beheren, met in acht name van de bepalingen van het door het bestuur vastgestelde treasury statuut. 11. De algemeen directeur fungeert als voorzitter van het schoolleidersberaad. Dit beraad is adviserend naar de algemeen directeur. 12. De algemeen directeur benoemt, schorst en ontslaat de personeelsleden binnen de stichting, met in achtneming van door het bestuur gestelde kaders en van het bepaalde in artikel 10 lid 2, 5c, 5f, 8mc, 8pn en artikel 12 lid 2 van de statuten. Bij de benoeming van het aan haar scholen te verbinden personeel zal de algemeen directeur zich ervan verzekeren dat het personeel de grondslag van de stichting onderschrijft en loyaal zal meewerken aan de doelstellingen van de school, zoals die in het schoolplan, mede ten aanzien van de katholieke identiteit, zijn omschreven. De algemeen directeur verzorgt en onderhoudt contacten met en berichtgeving aan betrokkenen en belanghebbenden in en buiten de stichting, voor zover het bestuur niet anders besluit. Hiertoe behoort onder meer het voeren van overleg met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. Informeren van het bestuur Artikel 5 1. De algemeen directeur informeert het bestuur tijdig en adequaat, gevraagd en ongevraagd, over al hetgeen dat voor een goed functioneren van het bestuur van belang is. 2. In ieder geval informeert de algemeen directeur het bestuur over: - relevante ontwikkelingen in de school of scholen waarvoor hij of zij verantwoordelijkheid draagt door middel van managementrapportages. Over de frequentie, aard en inhoud van deze rapportages maken bestuur en algemeen directeur nadere afspraken. - de realisatie van de beoogde resultaten en de gang van zaken binnen de stichting en haar scholen; - ontwikkelingen op het gebied van de positionering van de stichting; - de ontwikkeling van aangelegenheden, voor de formele besluitvorming waarvan hij of zij de goedkeuring van het bestuur behoeft; - problemen, calamiteiten en conflicten van substantiële betekenis voor de stichting, al dan niet in de relatie met derden, zoals overheden en samenwerkingspartners; 4 managementstatuten SKOM 08 2011
- op de onder de stichting ressorterende scholen betrekking hebbende klachten ingevolge de klachtenregeling alsmede de beslissing daarop; - uitkomsten van overleg tussen de algemeen directeur en de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad alsmede van decentraal georganiseerd overleg; - kwesties waarin de stichting in rechte betrokken kan worden of zelf gerechtelijke stappen wil/moet nemen (externe geschillen- en beroepsprocedures daaronder begrepen); - voornemens tot het aangaan of verbreken van duurzame samenwerkingsrelaties met andere rechtspersonen en/of instellingen; - het schoolplan en de schoolgids van de onder de stichting ressorterende scholen; - op de onder de stichting ressorterende scholen betrekking hebbende interne en externe kwaliteitsrapportages (waaronder begrepen inspectierapportages); - onderwijskundige projecten en/of experimenten waaraan wordt deelgenomen door onder de stichting ressorterende scholen; - de op het personeel van de stichting van toepassing zijnde CAO en andere primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden; - voornemen tot benoeming en ontslag van personen in leidinggevende functies; - voorgenomen ontslag van personeel anders dan wegens budgetvermindering of natuurlijk verloop; - managementletters en andere rapportages van externe accountants betreffende de stichting of onder de stichting ressorterende scholen; - omvangrijke (ver-)bouwactiviteiten betreffende de onder de stichting ressorterende scholen; - stand van zaken inzake financiële situatie binnen de stichting en de exploitatie; - het functioneren van het management van de scholen. Functioneren en beoordelen Artikel 6 1. Het bestuur houdt ten minste één maal per jaar een functioneringsgesprek met de algemeen directeur. 2. Het bestuur stelt een beoordelingsregeling op met daarin opgenomen een toetsingskader voor de beoordeling van het functioneren van de algemeen directeur. Beoordelingsgesprekken op basis van deze regeling met de algemeen directeur worden gevoerd door twee leden uit het bestuur gezamenlijk (waaronder de voorzitter). De beoordeling wordt vastgesteld door het bestuur. Schoolleiders beraad Artikel 7 1. De algemeen directeur en de schoolleiders van de onder de stichting ressorterende scholen komen op basis van een vooraf vastgestelde jaarplanning bijeen in een schoolleiders beraad. 2. Het schoolleiders beraad is adviserend naar de algemeen directeur. 3. De algemeen directeur is voorzitter van de bijeenkomsten van het schoolleiders beraad en is tevens belast met de voorbereiding en uitvoering daarvan. 4. Binnen het schoolleiders beraad: - raadpleegt de algemeen directeur de schoolleiders omtrent te ontwikkelen, voorgenomen of uit te voeren gezamenlijk beleid; - informeert de algemeen directeur de schoolleiders over het overleg met het bestuur en over de door het bestuur te nemen of genomen besluiten; 5 managementstatuten SKOM 08 2011
Verantwoording Artikel 8 - wordt de communicatie tussen de scholen en de algemeen directeur (en omgekeerd) gecoördineerd; - vindt afstemming en informatie-uitwisseling tussen de schoolleiders onderling en de algemene directeur plaats over aangelegenheden die de afzonderlijke dorpskernen en de rol van de scholen betreffende die voor anderen van belang kunnen zijn. 1. De algemeen directeur legt eigener beweging en desgevraagd verantwoording af aan het bestuur over de behaalde resultaten en de gang van zaken binnen de stichting. Het bestuur kan ter zake nadere regels stellen. Schoolleider Benoemen, schorsen en ontslaan Artikel 9 1. Voor elk van de onder de stichting ressorterende scholen of locaties wordt een schoolleider benoemd. Een schoolleider kan leidinggevende zijn van meer dan één school of locatie. 2. Het bestuur benoemt, schorst en ontslaat de schoolleider met inachtneming van de statutaire bepalingen. 3. Indien de functie van schoolleider vacant is, stelt de algemeen directeur een commissie voor werving en selectie samen ter voorbereiding van een benoemingsbesluit. In deze commissie hebben ten minste één van de leden van het bestuur en een van de schoolleiders zitting (behoudens bijzondere omstandigheden, dit ter beoordeling van het bestuur). De commissie draagt zorg voor werving en selectie van een nieuwe schoolleider. De commissie brengt een niet bindend benoemingsadvies uit aan het bestuur. Taken en bevoegdheden Artikel 10 1. De schoolleider is, onder verantwoordelijkheid van de algemeen directeur en binnen de in het strategisch beleidsplan bepaalde kaders, integraal belast met het schoolbeleid, de schoolontwikkeling en de dagelijkse leiding van de school/locatie. 2. De schoolleider is gemachtigd tot het uitoefenen van taken en bevoegdheden ten aanzien van de school met inachtneming van taken, bevoegdheden en beleid van het bestuur en de algemeen directeur, zoals verwoord in de statuten van de stichting en dit management statuut. 3. De schoolleider stelt het schoolplan op; 4. De schoolleider is in de dagelijkse praktijk belast met het verwezenlijken van de grondslag en doelstelling van de school of locatie, zoals verwoord in het schoolplan; 5. De schoolleider bepaalt de toedeling, bestemming en aanwending van middelen vanuit de bekostiging binnen school- of locatieniveau, handelend binnen de kaders die het bestuur en de algemene directeur hebben gesteld. 6. De schoolleider is gerechtigd, binnen de vastgestelde schoolbegroting, uitgaven te doen op school- of locatieniveau. 7. De schoolleider onderhoudt de externe en interne contacten ten behoeve van de eigen school/locatie. 8. De schoolleider neemt deel aan het schoolleidersberaad en levert een bijdrage aan het gezamenlijke beleid binnen de stichting. 6 managementstatuten SKOM 08 2011
9. De algemeen directeur kan de schoolleider met betrekking tot de aan haar/hem gemandateerde taken en bevoegdheden nadere schriftelijke aanwijzingen geven. 10. De schoolleider voert het overleg met de medezeggenschapsraad op schoolniveau. Functioneren en beoordelen Artikel 11 1. De algemeen directeur houdt ten minste één maal per jaar een functioneringsgesprek met de schoolleider. 2. De algemeen directeur stelt een beoordelingsregeling op met daarin opgenomen een toetsingskader voor de beoordeling van het functioneren van de schoolleider. Beoordelingsgesprekken op basis van deze regeling met een schoolleider worden gevoerd door de algemeen directeur. De beoordeling wordt vastgesteld door de algemeen directeur. Informeren van de algemeen directeur Artikel 12 1. Teneinde de algemeen directeur in de gelegenheid te stellen zijn of haar taken naar behoren uit te voeren, draagt de schoolleider er zorg voor dat de algemeen directeur adequaat en tijdig wordt geïnformeerd over aangelegenheden welke voor de algemeen directeur van belang zijn. 2. In het kader van het in lid 1 van dit artikel gestelde draagt de schoolleider er zorg voor dat de algemeen directeur ten minste en tijdig wordt geïnformeerd over de volgende aangelegenheden: - de behaalde resultaten en de gang van zaken op de school of locatie; - de verwachte ontwikkeling van leerlingaantallen en de uitstroomgegevens van de leerlingen die de school verlaten; - de op de school voorkomende klachten alsmede de beslissing daarop; - kwesties waarin de school in rechte betrokken kan worden of zelf gerechtelijke stappen wil/moet nemen (externe geschillen- en beroepsprocedures daaronder begrepen); - voornemens tot het aangaan of verbreken van duurzame samenwerkingsrelaties met andere rechtspersonen en/of instellingen; - op de school betrekking hebbende interne en externe kwaliteitsrapportages (waaronder begrepen inspectierapportages); - onderwijskundige projecten en/of experimenten; - afspraken met personeel die afwijken van regulier beleid of CAO; - voorgenomen benoeming en ontslag van personeel; - voornemen van omvangrijke (ver-) of nieuwbouwactiviteiten betreffende de school; - stand van zaken inzake financiële situatie binnen school en de exploitatie; - het functioneren van het team van de school. Verantwoording Artikel 13 1. De schoolleiders leggen eigener beweging en desgevraagd verantwoording af aan de algemeen directeur over de inhoud, alsmede over de wijze waarop de gemandateerde taken en bevoegdheden worden uitgeoefend. De algemeen directeur kan ter zake nadere regels stellen. 2. De schoolleiders dragen er in het kader van hun verantwoordingsplicht zorg voor dat de besluiten voor zover relevant, binnen vier weken na vaststelling ter kennis van de 7 managementstatuten SKOM 08 2011
algemeen directeur worden gebracht. Datzelfde geldt voor andere besluiten welke voor de algemeen directeur van belang kunnen zijn. 3. De schoolleiders leggen verantwoording af over de resultaten die de school bereikt en over de gang van zaken. Ook leggen zij periodiek verantwoording af over de financiële exploitatie. Schorsing en vernietiging van besluiten Artikel 14 1. Besluiten van de algemeen directeur, schoolleiders kunnen wegens strijd met enig geldende regeling en/of wegens mogelijke schade aan de belangen van de stichting of de onder de stichting ressorterende scholen door het bestuur bij gemotiveerd besluit geheel of gedeeltelijk worden vernietigd. Alvorens het bestuur besluit over te gaan tot gehele of gedeeltelijke vernietiging van het besluit vindt hierover overleg plaats met de algemeen directeur en indien het een besluit van een schoolleider betreft binnen het schoolleiders beraad. 2. De algemeen directeur kan een besluit van een schoolleider dat naar zijn of haar oordeel voor vernietiging in aanmerking komt, geheel of gedeeltelijk schorsen voor de periode van zes weken. Alvorens de algemeen directeur besluit over te gaan tot gehele of gedeeltelijke schorsing van het besluit vindt hierover overleg plaats met betrokkene(n). 3. Het bestuur kan een besluit van de algemeen directeur dat naar haar oordeel voor vernietiging in aanmerking komt, geheel of gedeeltelijk schorsen voor de periode van zes weken. Alvorens het bestuur besluit over te gaan tot gehele of gedeeltelijke schorsing van het besluit vindt hierover overleg plaats met de algemeen directeur. Geschillenregeling Artikel 15 1. Het bestuur beslist over geschillen tussen scholen, tussen de algemeen directeur en schoolleiders, tussen organen, geledingen of individuele personen voor zover het schooloverstijgende of centrale aangelegenheden betreft. Vaststelling en wijziging Artikel 16 Het managementstatuut, alsmede wijzigingen daarin, wordt vastgesteld door het bestuur, na verkregen advies ter zake van de algemeen directeur en de schoolleiders en na verkregen advies van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad. Inwerkingtreding Artikel 17 Dit managementstatuut treedt in werking op 01082011 en geldt voor onbepaalde tijd, onverlet de bevoegdheid van de algemeen directeur tot wijziging van dit statuut, na verkregen instemming van het bestuur. Iedere vier jaar vindt, op initiatief van de algemeen directeur, een evaluatie van het statuut plaats. Slotbepaling Artikel 18 In de gevallen waarin dit statuut niet voorziet beslist het bestuur. 8 managementstatuten SKOM 08 2011