Uitbreiding & verbreding De noodzakelijke aanpassingen van het borstvoedingsbeleid voor het ziekenhuis BABY FRIENDLY NEDERLAND April 1, 2016 Opgesteld door: Caroline Kruger
Uitbreiding & verbreding De noodzakelijke aanpassingen van het borstvoedingsbeleid voor het ziekenhuis Stappenplan In het stappen plan staan de drie principes bovenaan, die worden verduidelijkt door de nieuwe standaarden. De standaarden worden verder uitgewerkt in indicatoren. Sommige standaarden en indicatoren schrijven voor dat bepaalde zaken in het beleid moeten zijn geregeld. In dit document zijn alle onderwerpen die in het beleid moeten worden geregeld bij elkaar gezet. Zo kun je gericht kijken welke aanpassingen er nog noodzakelijk zijn. Inventariseer de volgende drie categorieën: dit hebben we al dit moeten we toevoegen dit moeten we wijzigen Overzicht beleidswijzigingen voor het ziekenhuis In dit document vind je het beleid voor ziekenhuizen. Onderdelen die niet van toepassing zijn, zijn lichtgrijs van kleur. Op de site www.zorgvoorborstvoeding.nl staan per discipline uittreksels. Principes De volgende principes zijn de uitgangspunten van de vernieuwde Baby Friendly criteria. 1 Elk kind heeft recht op een optimale start in het leven, in overeenstemming met zijn fysiologische blauwdruk. Ouders worden met respect behandeld met inachtneming van hun culturele achtergrond en ondersteund in hun eigen keuzes op grond van objectieve informatie zodat zij hun kinderen optimaal kunnen voeden in de eerste levensjaren. Goede voedingsgewoontes, en in het bijzonder het geven en krijgen van borstvoeding, zorgen voor optimale gezondheid van moeder en kind. Standaard 1 -Organisaties voor moeder- en kindzorg hebben beleid vastgelegd waarmee elk kind een optimale start kan maken, waarbij bijzondere aandacht wordt gegeven
aan voeding in de eerste twee levensjaren. Het beleid besteedt bijzondere aandacht aan het faciliteren van het geven en krijgen van borstvoeding en is conform de WHO Code. -Alle betrokken medewerkers zijn geschoold in de aspecten rond bevalling en voeding zodat een optimale start voor moeder en kind wordt gewaarborgd. -Alle zwangere vrouwen en hun partners krijgen voorlichting over keuzes rond de bevalling, de start van voeden en de zorg voor hun kind en kunnen hierover geïnformeerde beslissingen nemen. dat alle betrokken medewerkers hun werkzaamheden uitvoeren in overeenstemming met dit voedingsbeleid, hoe daarop wordt toegezien en hoe dit wordt gehandhaafd. hoe de cliënten van het beleid op de hoogte worden gesteld. welke prenatale informatie ouders nodig hebben voor een optimale start (waaronder voorlichting over pijnbestrijding bij de partus) en wie deze informatie met de aanstaande ouders bespreekt. wat voor opleiding of bijscholing welke medewerkers op dit gebied verplicht moeten volgen en hoe deze georganiseerd is. op welke wijze en hoe frequent organisaties hun beleid en de effecten van hun scholingen evalueren. hoe de JGZ moeder en kind begeleidt en welke informatie waar wordt vastgelegd. op welke wijze organisaties multidisciplinaire contacten onderhouden met ketenzorgpartners. hoe ouders uitleg krijgen over het belang van moeder-tot-moeder contact en hoe (aanstaande) ouders worden verwezen naar relevante organisaties. wat daarnaast de rol van interne of externe lactatiekundigen kan zijn en wanneer naar hen wordt verwezen. dat de instelling de WHO-code inclusief aanvullende resoluties naleeft WHOcode Nederlands Deze delen van het beleid verwijzen naar Vuistregel 1, 2, 3 en 10 en naar Stap 1, 2 en 7. Inhoudelijk moet er deels andere informatie aan zwangeren worden gegeven. Daarmee moet het beleid eveneens rekening houden. Standaard 2 Alle moeders krijgen hun baby direct na de geboorte in huidcontact bij zich. Het huidcontact duurt minimaal een uur. 2
dat vrouwen direct na de bevalling ongestoord huidcontact met hun baby hebben, tenzij er een medische reden is die dit (tijdelijk) niet toelaat dat bij vrouwen bij wie direct ongestoord contact om medische redenen niet mogelijk was, ernaar gestreefd wordt dat dit contact in te halen, zodra de toestand van moeder en baby dit toelaten. hoe het eerste uur na de bevalling wordt georganiseerd welke medische redenen er zijn voor het niet hebben van huidcontact dat hulp wordt aangeboden bij het aanleggen/de eerste voeding, indien nodig. Dit deel van het beleid verwijst naar Vuistregel 4. Standaard 3 Ouders krijgen uitleg over voeden op verzoek en de normale groei en ontwikkeling van hun kind, ongeacht de voedingskeuze. dat voeden op verzoek het uitgangspunt is. dat ouders voorgelicht worden over de betekenis van voeden op verzoek (geen beperkingen in duur en frequentie) en over de regelmaat die op den duur meestal ontstaat. dat het gebruik van (fop)spenen voor borstkinderen de eerste tijd wordt vermeden wie wanneer welke uitleg geeft over aanleggen c.q. het veilig bereiden en responsief geven van voeding per fles. wie wanneer en welke (schriftelijke) informatie geeft over afkolven, bewaren en opwarmen van moedermelk en wie wanneer uitleg geeft over de mogelijkheden om borstvoeding en werken buitenshuis te combineren dat bij elk contact gevraagd wordt naar de (borst)voeding en uitleg wordt gegeven over het oplossen van problemen en de preventie daarvan. hoe samenwerking tussen kinder- en kraamafdeling is geregeld, hoe hulp bij kolven en aanleggen van de premature baby (indien van toepassing) is georganiseerd: door wie, wanneer. welke faciliteiten de eigen medewerkers krijgen aangeboden om hun kind borstvoeding c.q. moedermelk te blijven geven. Deze delen van het beleid verwijzen naar Vuistregel 5, 8 en 9 en Stap 4. Standaard 4 Vrouwen kunnen geïnformeerde beslissingen nemen met betrekking tot het starten van voeding anders dan borstvoeding en kunstvoeding. 3
welke indicaties voor het geven van bijvoeding zij hanteert (zie aanvaardbare medische redenen voor bijvoeding). hoe hypoglycaemie door middel van huidcontact tussen moeder en baby en frequente voedingen (aan de borst) kan worden voorkomen bij hanteren van het glucoseprotocol. hoe eigen medewerkers borstvoeding met werk kunnen combineren. Dit beleid is actief, uitnodigend en stimulerend. dat het kind tot de leeftijd van ongeveer zes maanden over het algemeen geen andere voeding nodig heeft dan moedermelk en dat de borstvoeding, gecombineerd met andere voedingsmiddelen, daarna kan doorgaan zolang moeder en kind dat wensen. dat de baby tot de leeftijd van ongeveer zes maanden over het algemeen geen andere voeding nodig heeft dan kunstvoeding. Vaste voeding wordt aangeboden volgens de in Nederland geldende richtlijnen. Deze delen van het beleid verwijzen naar Vuistregel 6 en Stap 5 en 6 Standaard 5 Ouders worden gesteund in het ontwikkelen van een hechte band met hun kind en het nemen van geïnformeerde beslissingen over de verzorging en behandeling van hun kind. dat de organisatie gezinsgerichte zorg levert. dat de organisatie de visie uitdraagt dat moeder en baby gedurende het eerste half jaar een eenheid vormen. dat rooming-in uitgangspunt is in het eerste halfjaar voor alle moeders en baby s ziekenhuis: beleid formuleren voor het geval een moeder met een kind jonger dan zes maanden wordt opgenomen, of voor de situatie dat een kind jonger dan zes maanden wordt opgenomen. Indien een organisatie een zilveren of gouden smiley heeft wordt die beoordeling gevolgd; in dat geval wordt dit aspect niet door BFN beoordeeld. Dit deel van het beleid verwijst naar Vuistregel 7 4