INSTALLATIE HANDLEIDING TRACENET ADVANCED 1 / 12
INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING... pag. 3 2. COMPONENTEN...... pag. 4 3. INVULLEN VAN HET INSTALLATIE CERTIFICAAT...pag. 5 4. INSTALLATIE VAN HET SYSTEEM... pag. 6 4.1 TRACENET Advanced Module... pag. 6 4.2 GSM Antenne... pag. 6 4.3 GPS Antenne... pag. 6 5. PLAATSEN VAN DE ANTENNES...pag. 6 SCHEMA S... pag.6 & 7 6. ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN... pag. 8 6.1 Voedingsdraden... pag. 8 6.2 Startblokkering... pag. 8 6.3 Geschakelde voeding... pag. 8 7. AANSLUITING STROOMTOEVOER... pag. 9 8. MECHANISCHE BEVESTIGING... pag. 9 9. CONFIGURATIE EN TEST PROCEDURE... pag. 10 10. TECHNISCHE KENMERKEN VAN HET SYSTEEM... pag. 10 11. GARANTIEBEPALINGEN... pag. 11 HET MIDDELSTE GEDEELTE MET DE ELEKTRISCHE BEDRADINGSSCHEMA S VERWIJDEREN 2 / 12
De CLIFFORD Helpdesk staat tot uw beschikking van maandag tot en met vrijdag van 8:30 tot 18:00 voor hulp bij de installatie, initialisatie en testen. CLIFFORD Helpdesk: +31 (0) 20 4040 919 1. INLEIDING DEZE HANDLEIDING BEVAT ALLE INFORMATIE DIE NODIG IS VOOR DE INSTALLATIE EN DE INITIALISATIE VAN DE TRACENET ADVANCED. DIT SYSTEEM KAN GEBRUIKT WORDEN VOOR DE BEVEILIGING VAN VOERTUIGEN MET EEN 12V EN 24V INSTALLATIE EN MASSA OP HET CHASSIS. De envelop die bij het systeem geleverd is, is bestemd voor de eindgebruiker. De envelop bevat de gebruikershandleiding en alle benodigde documenten om het systeem te activeren. De handelingen die, volgens de aangegeven volgorde, door de installateur moeten worden uitgevoerd, zijn: 1. Invullen en faxen van installatie certificaat naar de Helpdesk; 2. Installeren van het systeem; 3. Aansluiten op de stroomtoevoer; 4. Configureren en Testen in samenwerking met de Helpdesk; 5. Het installatie certificaat na het testen aftekenen en opnieuw faxen naar +31 (0) 20 4040 948; 6. Het installatie certificaat bewaren bij de overige papieren van de auto. De handelingen die de klant, zoals beschreven in de documenten in de envelop, volgens de aangegeven volgorde, moet uitvoeren zijn: 1. Invullen van het aanmeld formulier en de abonnement overeenkomst en deze doorfaxen naar de Helpdesk, +31 (0) 20 4040 948; 2. Doorlezen van de gebruikershandleiding; 3. Klantenkaart meenemen in uw portefeuille zodat u deze altijd bij u heeft; 4. Het telefoonnummer van de helpdesk +31 (0) 20 4040 919 opslaan in uw mobiele telefoon. Het is van fundamenteel belang dat de installatie goed wordt uitgevoerd. Er mag geen enkele aansluiting, die in deze handleiding vermeld wordt, achterwege worden gelaten. De verbindingen dienen te worden gesoldeerd en met krimpkous worden geïsoleerd. In het geval van een verkeerde installatie vervallen de verzekeringsvoordelen waarvan de klant gebruik kan maken. Uw bedrijfscode is verbonden met ieder geïnstalleerd systeem; eventuele storingen en/of toepassingsproblemen worden u geïnformeerd door de Helpdesk en/of door de Meldkamer. 3 / 12
2. COMPONENTEN De inhoud van de installatiekit: TraceNet Advanced installatiekit - TraceNet Advanced systeem met inbegrepen SIM kaart - Kabelboom - GPS Antenne - GSM Antenne - Diverse aansluitmaterialen - Documenthouder o Installatie procedure o Installatie certificaat o Installatie handleiding o Envelop voor de eindgebruiker Klantkaart Welkomstbrief Aanmeld formulier Abonnement overeenkomst Abonnement overzicht Overzicht meldkamer netwerk Algemene voorwaarden Gebruikshandleiding 4 / 12
3. INVULLEN VAN HET INSTALLATIE CERTIFICAAT Voordat er met de installatie van het TraceNet Advanced systeem begonnen wordt, dient het installatie certificaat te worden ingevuld en doorgefaxt naar de Clifford helpdesk +31 (0) 20 4040 948. Zodra dit formulier is doorgefaxt, zal de helpdesk het systeem invoeren en klaarzetten voor de test. De installateur kan ondertussen beginnen met de installatie van het systeem. Vul dit formulier volledig, correct en leesbaar in zodat alle benodigde informatie ook daadwerkelijk beschikbaar is. N.B.: schrijf het cijfer nul met het symbool Ø zodat het onderscheiden wordt van de letter O en geef duidelijk het verschil aan tussen het nummer 1 en de letter I of L. Verder dient er te worden aangegeven of het systeem als een SCM klasse 4 of 5, en met welke extra componenten, wordt geïnstalleerd. Het chassis, ook wel VIN, nummer is op het kentekenbewijs terug te vinden. 5 / 12
4. INSTALLATIE VAN HET SYSTEEM 4.1 TraceNet Advanced module De module mag niet in de buurt van warmtebronnen of mechanische delen worden gemonteerd. Tevens dient de module verborgen geplaatst te worden, om sabotage pogingen te vermijden. 4.2 GSM antenne De GSM antenne moet, om sabotage pogingen te vermijden, zo ver als mogelijk van de module en op een verborgen plaats worden geïnstalleerd Er wordt aangeraden de positionering van de antenne in acht te nemen, met de basis naar beneden en de draad naar boven gericht. Zoals hieronder afgebeeld. 4.3 GPS antenne De GPS antenne moet, om sabotage pogingen te vermijden, zo ver als mogelijk van de module, mogelijkerwijs ver van de GSM antenne worden geïnstalleerd. Zoals hieronder afgebeeld. Alvorens de GPS antenne in het passagierscompartiment te plaatsen, moet er gecontroleerd worden of het voertuig niet van beveiligde en warmte-absorberende ruiten voorzien is. Bij voertuigen met beveiligde en warmte-absorberende ruiten moet de antenne buiten het passagierscompartiment geplaatst worden (ruimte van de ruitenwisser of bumper). Controleer bovendien of de bovenkant van de GPS antenne niet door metalen delen wordt afgeschermd. De antenne moet zo horizontaal mogelijk geplaatst worden met de basis naar beneden gericht. Zoals hieronder afgebeeld. 5. PLAATSEN VAN DE ANTENNES BEVESTIG DE MODULE EN DE ANTENNES OP EEN WEINIG TOEGANKELIJKE PLAATS VAN HET VOERTUIG, HOE LASTIGER HOE VEILIGER. PLAATS DE GPS EN GSM ANTENNES ZO VER MOGELIJK VAN ELKAAR AF. DE RICHTING EN DE POSITIE VAN DE MODULE ZIJN NIET VAN INVLOED OP DE WERKING VAN HET SYSTEEM. 6 / 12
7 / 12
6. ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN Koppel de min (-) pool van de accu los alvorens met de installatie te beginnen en sluit hem pas weer aan na de installatie voltooid te hebben. Er wordt aanbevolen de draden zo zorgvuldig mogelijk te verbinden. Het gebruik van snelverbindingen wordt afgeraden daar er daarmee geen elektrische verbindingen van goede kwaliteit kunnen worden gewaarborgd. Soldeer de verbindingen en isoleer deze met krimpkous. Bovendien wordt er aanbevolen de kabels van de module zodanig te plaatsen dat ze langs de oorspronkelijke bedrading van het voertuig lopen en ze te verbinden met de speciale klemmen. Plaats zekeringen op de draden van de stroomtoevoer. 6.1 Voedingsdraden De massa (-) moet aangesloten worden op een origineel massapunt in het voertuig, indien dit niet mogelijk is moet de massa (-) aangesloten worden op de min (-) pool van de accu. De constante voeding (+30) dient uit de zekeringenkast te worden gehaald. Alle voedingsdraden moeten apart worden gezekerd met de juiste waarde. 6.2 Startblokkering Om een maximale bescherming te waarborgen moet de startblokkering aangesloten worden op de startmotor. Alvorens de aansluiting te maken moet u de stroom meten op het verkozen punt en controleren of deze waarde het maximale toelaatbare (5 sec. 16A) voor het relais van de module niet overschrijdt. Zie hiervoor ook het schema met technische kenmerken op pagina 10. 6.3 Geschakelde voeding Het is van fundamenteel belang voor het juist functioneren van het systeem dat deze draad correct wordt aangesloten. Hierdoor wordt de correcte werking van de GPS en de automatische bepaling van de positie gewaarborgd. Wees er zeker van dat de goede draad wordt aangesloten anders zal het systeem niet functioneren. Op deze draad moet altijd spanning staan op het moment dat het contact aan staat; tijdens starten, stationair lopen en rijden. Controleer dit middels een multimeter. 8 / 12
7. AANSLUITING STROOMTOEVOER Na de antennes geplaatst en de elektrische aansluitingen gemaakt te hebben, kan de hoofdbekabeling via de primaire connector op de module worden aangesloten. Ga als volgt te werk. Controleer eerst of: - Het contact uit staat; - De GSM antenne aangesloten is; - De GPS antenne aangesloten is; - De bedrading juist is aangesloten; - De zekeringen geplaatst zijn. Dan kan de module gevoed worden door hem met de hoofdbekabeling te verbinden. Vervolgens wordt dan automatisch het initialisatiebericht naar de server verzonden en meldt dat het systeem is aangesloten. Het is verstanding de installatie nog niet af te ronden totdat alle tests succesvol zijn afgesloten. 8. MECHANISCHE BEVESTIGING De module moet mechanisch bevestigd worden met behulp van het aangeleverde dubbelzijdige plakband en de bijgeleverde schroeven om hem op de verkozen plaats te bevestigen. 9 / 12
9. CONFIGURATIE EN TEST PROCEDURE LET OP: zolang het systeem in test stand staat, zal iedere keer dat het contactslot wordt aangezet, het knipperlicht relais 10 keer schakelen. Voordat u contact met de helpdesk opneemt om de module te testen moet u zorgen dat het voertuig met contactslot AAN, minimaal 10 minuten, buiten staat. De configuratie en test procedure bestaat uit de volgende stappen: 1. CONTROLE VAN HET INITIALISATIEBERICHT. De helpdesk controleert of het initialisatiebericht dat de module automatisch verstuurd heeft, goed is ontvangen. 2. CONFIGURATIE VAN DE MODULE. De helpdesk programmeert de module afhankelijk van de geïnstalleerde componenten. 3. CONTROLE VAN GPS EN GSM SIGNAAL. De helpdesk controleert de status van de GSM en GPS antenne s en de signaalsterkte. 4. LOKALISATIE. De helpdesk verifieert de locatie van het voertuig. 5. CONTROLE STARTONDERBREKING. De helpdesk activeert de onderbreking en controleert of het voertuig niet kan starten. 6. SCM KLASSE 5 TEST (INDIEN VAN TOEPASSING) De helpdesk controleert de koppeling tussen de module en het geïnstalleerde alarmsysteem. 10. TECHNISCHE KENMERKEN VAN HET SYSTEEM 10 / 12
11. GARANTIEBEPALINGEN Op het product wordt een garantie verleend van 24 maanden, vanaf de aankoopdatum die op de kassabon of op de rekening vermeld is. De garantie is niet geldig als het product beschadigd blijkt door een onjuiste installatie, vanwege een externe beschadiging, door het transport, door nalatigheid en in ieder geval door redenen die niet aan fabricagefouten toegeschreven kunnen worden. In geval van een verkeerde installatie van het systeem erkent de fabrikant geen enkele schadevergoeding voor: - directe of indirecte schade of wat voor andere schade dan ook - schade aan dingen of letsel aan personen Om van de garantie gebruik te kunnen maken moet u zich met het aankoopbewijs, voorzien van aankoopdatum, tot de bevoegde verkoper wenden. 11 / 12
CLIFFORD ELECTRONICS BENELUX B.V. Airport Business Park Madridstraat 41-43 1175 RK Lijnden Nederland www.clifford.nl De Clifford helpdesk service staat tot uw beschikking van maandag tot en met vrijdag van 8:30 tot 18:00 voor hulp bij de installatie, initialisatie en testen. Clifford helpdesk: +31 (0) 20 4040 919 12 / 12