GAS DETECTORS DAX 3F DAX 3F

Vergelijkbare documenten
DETECTOR VOOR TOXISCH GAS EN ZUURSTOF DAT 420

DETECTOR VOOR EXPLOSIEF GAS DAX 3F-C INSTALLATIE, GEBRUIKS- EN ONDERHOUDSHANDLEIDING. DAX3FC_MAN01_NL Ver. V1R2

NOODVOEDING VOOR MEET-EN-ALARMCENTRALE BAT KIT INSTALLATIEHANDLEIDING. BATKIT_MAN01_NL Ver. V1R1

Gasdetector GEBRUIKERSHANDLEIDING THE BELGIAN PIONEER IN GAS DETECTION

DAX 3F. Gasdetector GEBRUIKERSHANDLEIDING THE BELGIAN PIONEER IN GAS DETECTION

DAX 420. Gasdetector GEBRUIKERSHANDLEIDING THE BELGIAN PIONEER IN GAS DETECTION

DAT 420. Gas- of zuurstof-detector GEBRUIKERSHANDLEIDING THE BELGIAN PIONEER IN GAS DETECTION

Stappenplan voor het explosieveiligheidsdocument. In een onderzoek kunnen de volgende stappen genomen worden:

Detectie van explosieve gassen, toxische gassen en opvolging van zuurstofniveaus. Infrarood XP versie. SIL 2 hoge betrouwbaarheid IP 66

Meetapparatuur en interpretatie meetgegevens

GEBRUIKSAANWIJZING Thermometer PCE-IR 50

Installatie van Elektrische apparatuur in ATEX zones. IECEx 05 Ex

Gasdetector GEBRUIKERSHANDLEIDING THE BELGIAN PIONEER IN GAS DETECTION

Adapters en verloopmoeren van metaal

THR9 Ex. Veiligheidsinstructies

MEET-EN ALARMCENTRALE VOOR EXPLOSIEVE GASSEN. Model E INSTRUCTIEHANDLEIDING

Inhoud. 1. Veiligheidsinstructies

HANDLEIDING ATEX Explosionproof

GEBRUIKSAANWIJZING Multimeter PCE- DC 1

Beveiligen van uw stookruimte:

Gasdetectie systeem voor toxische- en brandbare gassen, zuurstof en vluchtige organische stoffen: Compur Statox SIL 2

Magneetveld-sensor magneetinductieve naderingssensor BIM-EG08-Y1X

Gebruiksaanwijzing Platformweegschaal

Katalytische sensoren juist kalibreren: een praktische gids

TECHNISCHE HANDLEIDING

PDM-8-MB POM (VOEDING OVER MODBUS) Montage & gebruiksvoorschriften

Technische handleiding Versie 11/11. PLC-INTERFACE (slave)

Handleiding. Explosieveilige SpotLED Type AR-040. II 3 G Ex na IIC T4 Gc II 3 D Ex tc IIIC T135ºC Dc

FACILA DP093. Buitenpost inbouw met camera. Montage- en gebruikershandleiding

SMTL1-30 AAN/UIT SCHAKELAAR MET LED INDICATIE. Montage & gebruiksvoorschriften

Gebruiks- en onderhoudsaanwijzing- NL

FACILA DP091, DP092. Buitenpost opbouw met camera. Montage- en gebruikershandleiding

Magneetveld-sensor voor pneumatische cilinders BIM-UNT-AY1X/S1139

Gumax Terrasverwarmer

GAS DETECTOR ST650 EX

Inductieve sensor BI2-EM12-Y1X-H1141

Magneetklep DN10, DN15 en DN20 Kenmerken

Dräger VarioGard 3300 IR Transmitter Detectie van ontvlambare gassen en dampen

MT ELEKTRONISCHE REGELAAR. Montage & gebruiksvoorschriften

Bestnr Toerentalregelaar voor ventilator

Ons Productgamma Sensepoint Vaste Gasdetectie Draagbare Gasdetectie Service en Ondersteuning Voor uitgebreide informatie ga naar

HANDLEIDING. Sesame. Thermoplastic Tank Technologies

Dräger VarioGard 2300 IR Detectie van ontvlambare gassen en dampen

GASDETECTOR ST400EC ART.NR

GEBRUIKSAANWIJZING Stralingsmeter PCE-EMF 823

Gebruiksaanwijzing Mini - Ampèretang PCE-DC3

GEVAAR: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: WAARSCHUWING: LET OP:

L N L N. Fig.3 L N L N. Fig.4

Handleiding Explosieveilig timerrelais Type AR-023. II 3 D Ex tc IIIC T80ºC Dc

Richtlijn leiding markering UT

SS / / / ATEX 94 / 9EG

Explosieveilige Ribbenbuiskachels Type ERB (RVS)

Jaloezieschakelmodule Bestelnr.: Bedienings- en montagehandleiding. 1. Veiligheidsinstructies. 2. Opbouw van het apparaat

ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR VERLICHTINGSARMATUREN

GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING

Handleiding. Explosieveilige schemerschakelaar Type AR-022. II 3 G Ex nr IIC T6 Gc II 3 D Ex tc IIIC T80ºC Dc

Xgard Vaste detectors voor explosieve gassen, toxische gassen of zuurstof

GA-1 Alarmtoestel vetafscheider Installatie- en bedieningsinstructies

DT 300 (v0.1) (CONCEPT) DT300 controle instrument voor Samon SC - gas detectoren

Technische handleiding Versie 01/11 SERVER-CONTROL

Precisie kalibratie gasflessen

GEBRUIKSAANWIJZING Mini-Hygro-Thermometer PCE-444

Gumax Terrasverwarmer

Handleiding Digitale Thermostaat elektrische Handdoekradiatoren

DTTH SCHAKELAAR VOOR TEMPERATUUR EN VOCHTIGHEID. Montage & gebruiksvoorschriften

Magneetklep DN15 t/m DN150

Universele Werklamp GT-AL-02

Keystone OM13 - EPI-2 driedraads module Handleiding voor installatie en onderhoud

Calortrans M55. Handleiding

Mobrey MCU900-serie 4 20 ma + HART-compatibele controller

POST1 : MULTIGAZDETECTOR X-AM 7000

Magneetveld-sensor magneetinductieve naderingssensor BIM-EM12E-Y1X

Installatie instructies

1. BESCHRIJVING spanningsindicator. voedingsschakelaar. AC uitgangs stopcontact krokodilleklemmen. ventilator 2. VERBINDINGEN

Het typenummer is te vinden op de identificatiesticker aan de onderzijde van het product.

Fig.1a Fig.1b

Installatie en gebruik

DIGITALE STROOMTANG - KEW SNAP MODEL 2017/2027RMS voor het meten van wisselstroom. Klauwen. Klauwopener. Bereikkeuzeschakelaar. Veiligheidsarmband

OFFICINE OROBICHE S.p.A. 1/5 GEBRUIKERSHANDLEIDING VOOR MAGNETISCHE sensoren voor serie 2000 instrumenten

PHONIRO MAIN ENTRANCE

INSTALLATIE INSTRUCTIES Alleen geschikt als permanente installatie, onderdelen genoemd in de handleiding kunnen niet buiten gemonteerd worden.

GEBRUIKSAANWIJZING Kabeldetector PCE-180 CBN

STAKA. Handleiding elektrische bediening. Dakluiken Flachdachausstiege Roof access hatches Trappes de toit

Oximo WireFree Solar Panel

LED signaallamp. Reeks Bedieningshandleiding NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL NL

FACILA DP091, DP092. Buitenpost opbouw met camera. Montage- en gebruikershandleiding

GEBRUIKSAANWIJZING Bodemvochtmeter PCE-SMM 1

+31 (0) E:

nea smart-ruimtethermostaat Bedieningsinstructie en montagehandleiding

DRAAGBARE GASDETECTIE APPARATUUR DRÄGER PROEFBUISJES P.

Dräger VarioGard 3320 IR transmitter Detectie van toxische gassen en zuurstof

Transcriptie:

GAS DETECTORS IR HANDLEIDING VOOR HET IJKEN

VERANTWOORDELIJKHEID GARANTIE De installateur engageert zich voor het respecteren van de EG-normen en de installatievoorschriften De installatie dient geplaatst te worden door gekwalificeerd personeel. Het materiaal is getest en gecontroleerd in onze werkplaats voor zijn verzending. Deze handleiding dient aandachtig te worden gelezen door iedereen die verantwoordelijk is of zal zijn voor de installatie, het gebruik of het onderhoud van dit materiaal. De door Dalemans geboden garanties zijn nihil indien het product niet is geïnstalleerd, gebruikt of onderhouden wordt volgens de gedetailleerde instructies van deze handleiding. Indien deze voorschriften gerespecteerd worden garandeert U de goede werking van het apparaat. Bij twijfel kunt U Dalemans contacteren voor assistentie of aanvullende informatie betreffende het gebruik of onderhoud van dit product alvorens over te gaan tot plaatsing. Elk apparaat dient te worden geïnstalleerd, gebruikt en onderhouden volgens de richtlijnen, waarschuwingen, instructies en gebruiksbeperkingen beschreven in deze handleiding. Gebruik enkel originele Dalemans onderdelen voor het onderhoud beschreven in deze handleiding. Indien dit niet het geval is, kunt U de prestaties van het apparaat aanzienlijk veranderen. Elke reparatie of onderhoud zonder de beschreven voorschriften uit deze handleiding te respecteren of zonder de hulp van onze dienst na verkoop kan verhinderen dat het materiaal correct functioneert en kan bijgevolg de veiligheid van de bewoners van het gebouw en de installaties in gevaar brengen Installeer het materiaal op een droge en propere plaats. Plaats een scherm (behuizing) ter bescherming tegen eventueel spattend water of andere verontreinigingen. Aarzel niet om ons te contacteren voor inlichtingen over installatie of onderhoud van dit product. Dalemans is niet verantwoordelijk voor directe of indirecte beschadigingen of een schadevergoeding direct of indirect voorkomend uit het niet naleven van deze richtlijnen. De plannen, schema s en informatie van deze handleiding zijn eigendom van Dalemans en mogen niet gekopieerd of gebruikt worden zonder zijn uitdrukkelijke goedkeuring. MILIEU Het symbool van een doorkruiste verrijdbare afvalbak geeft aan dat U de vigerende reglementering dient te respecteren aangaande de gescheiden inzameling van elektrische of elektronische apparatuur. Deze voorzieningen dienen om de natuurlijke bronnen te beschermen die gediend hebben bij de productie van dit product en om de verspreiding te voorkomen van mogelijk schadelijke substanties voor het leefmilieu en de volksgezondheid. Op het einde van de levensduur van het product moet U het naar een erkend verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische apparatuur brengen. Voor meer informatie over deze verzamelpunten en recyclage in uw omgeving gelieve contact te nemen met het plaatselijk bestuur. i

Document : DAX3F_MAN02_NL Versie : V1R1 Datum : 10/07/2012 ii

INHOUDSTAFEL 1. WAARSCHUWINGEN... 1 2. SPECIFICATIES... 2 3. INLEIDING... 3 4. IJKING VAN DE DETECTOR... 4 4.1 Benodigt materiaal... 4 4.2 Regeling van de spanning van de cel... 5 4.3 Ijkkapje, debietregelaar/meter en gasfles... 6 4.4 Nulpuntsinstelling (ZERO)... 7 4.5 Regeling van de gevoeligheid (GAIN of SPAN)... 8 4.5.1 Katalytische detector... 9 4.5.2 Infrarood detector -IR... 10 5. VERHELPEN VAN STORINGEN... 11 6. OMZETTINGSTABEL GASSEN / DAMPEN... 12 6.1 Katalytische cel DAL17... 12 6.2 Katalytische cel DAL21 (methaan)... 13 6.3 katalytische cel DAL21 (propaan)... 14 6.4 Infrarood cel DIR-P (propaan)... 16 7. TOEBEHOREN EN RESERVEONDERDELEN... 17 iii

AFBEELDINGEN EN TABELLEN Figuur 1 : Detailtekening van de detector... 3 Figuur 2 : Ijkkapje... 4 Figuur 3 : Detectiekop FPH02... 5 Figuur 4 : Regeling van de bedrijfsspanning van de cel... 5 Figuur 5 : Injecteren van lucht of gas op de detector... 6 Figuur 6 : Nulpuntsinstelling van de detector... 7 Figuur 7 : Regeling van de gevoeligheid (GAIN of SPAN)... 8 Tabel 1 : Technische specificaties... 2 Tabel 2 : Bedrijfsspanning van de cellen... 5 Tabel 3 : Verhelpen van storingen... 11 Tabel 4 : Conversietabel voor DAL17... 12 Tabel 5 : Conversietabel voor DAL21 (methaan)... 13 Tabel 6 : Conversietabel voor DAL21 (propaan)... 15 Tabel 7 : Conversietabel voor DIR-P (propaan)... 16 Tabel 8 : Toebehoren en reserveonderdelen... 17 iv

1. WAARSCHUWINGEN Alvorens in te grijpen op de gasdetectie-installatie, moet u de plaatselijke of nationale reglementering m.b.t. de bewaakte plaats of uitrusting raadplegen. De operator moet de vereiste kennis hebben van de plaatselijke veiligheidsprocedures. Volg de aanbevelingen van de fabrikant om een voortijdige veroudering van de detector te voorkomen en zijn optimale werking te garanderen. Deze aanbevelingen zijn algemene richtlijnen. Richt u altijd naar de voorschriften en normen die van kracht zijn zoals de Europese richtlijn 94/9/CE (Richtlijn ATEX - bijlage II art. 1.0.3) en bijvoorbeeld ook naar de normen IEC 60079-14 en IEC 60079-29-2. De vigerende voorschriften en normen hebben altijd voorrang op de aanbevelingen van de fabrikant. Over het algemeen zijn de detectors met een katalytische cel niet geschikt voor gebruik in een omgeving met meer dan 21 % zuurstof, met minder dan 15 % zuurstof of in omgevingen met een variabele concentratie aan zuurstof. Bijkomend kunnen de katalytische cellen op lagere termijn beschadigd worden door een concentratie aan gassen van meer den 100 % LEL. De katalytische meetcel kan ook onbruikbaar worden door langere blootstelling aan verontreinigingen zoals siliconen, halogenen, zware metalen, enz. Het gasdetectiemateriaal dient minstens één keer per jaar te worden geijkt, in sommige gevallen drie tot vier keer of meer, dit om het verlies aan gevoeligheid te compenseren. Deze ijking dient te gebeuren volgens de procedures bepaald door de fabrikant of zijn plaatselijke vertegenwoordiger en in elk geval door gekwalificeerd personeel opgeleid door Dalemans. De modificatie, demontage, totale of gedeeltelijke vernietiging van de detectiekop en zijn inhoud, van de behuizing en zijn inhoud of de installatie kunnen leiden tot een gebrek aan essentiële veiligheidseisen van de gehele installatie. Er mag geen enkele bijkomende doorboring van de behuizing uitgevoerd worden. De bestaande openingen mogen niet vergroot worden. De eventuele defecte onderdelen mogen enkel vervangen worden door originele Dalemans onderdelen. Geen enkel bijkomend contact mag aan de bestaande klem toegevoegd worden. De lengte van de draden van de detectiekop mag niet veranderd worden. Open nooit de detectiekop of de behuizing bij explosiegevaar. Wrijf of droog de oppervlakte van de detector enkel af met een VOCHTIGE doek om het risico op elektrostatische ontlading te verhinderen. De detector dient beschermd te worden tegen eender welke mechanische impact De filter in gesinterd metaal dient jaarlijks te worden gecontroleerd en gereinigd. Indien hij vervuild is door oplosmiddelen, gas of gasdampen dient de detectiekop te worden vervangen en het interval tussen twee inspecties te worden gereduceerd met een factor 2. Dit document moet gelezen worden samen met de handleiding of de technische instructies m.b.t. de installatie en het gebruik van het betrokken toestel. Ex Alvorens een interventie uit te voeren op een detector voor onderhoudswerk zaamheden, ijking of reparatie, gelieve eerst de gevaarlijke zone te declasseren en te controleren met behulp van een draagbaar apparaat of er geen gas aanwezig is in de lucht van de zone van de interventie. 1

2. SPECIFICATIES MODEL Materiaal Detectiekop Filter in gesinterd metaal Behuizing Afmetingen / Gewicht Roestvrij staal 1,4404 (AISI 316L) Roestvrij staal 1,4404 (AISI 316L) Aluminium 170 x 145 x 90 mm / 1400 g Meetprincipe Katalytische (Pellistor) Infrarood Uitgangssignaal Afregelen Gassen (1) Butaan (C 4 H 10 ) Methaan (CH 4 ) Propaan (C 3 H 8 ) Ethanol (C 2 H 6 O) Precisie Reactietijd (T90) 0-100 % LEL 0-100 % LEL 0-100 % LEL - ± 3 % meetbereik < 60 % LEL ± 5 % meetbereik > 60 % LEL Millivolt, 3 draads (Wheatstone brug) In de meetcentrale < 30 sec. 0-2 vol.-% 0-5 vol.-% 0-2 vol.-% 0-5 vol.-% ± 0,5 % meetbereik < 50 % LEL ± 1 % meetbereik > 50 % LEL Levensduur > 2 jaar > 5 jaar Karakteristieken cel Voedingspanning Stroomverbruik DAL17 2,00 V +0,025 / -0,075 V 175 ma ±20 ma DAL21 2,00 V ±0,10 V 300 ma DIR-x 3,2-5,0 V 75-85 ma Bewaartemperatuur -40 C tot +80 C -20 C tot +50 C Gebruiksconditie Bedrijfstemperatuur Luchtvochtigheid Occasionele vochtigheid Druk Sectie van de kabel Kabelingang Beschermingsgraad Keuring Toepassingszone Gasgroep Stofgroep -20 C tot +55 C (temperatuurklasse T6) -20 C tot +70 C (temperatuurklasse T5 en T4) 20-90 % HR 10-99 % HR 90-110 kpa 1,5-2,5 mm² (stugge geleiders) -20 C tot +50 C - 0-95 % HR - - 1 x M20 / 6,1-11,7 mm (andere maten op aanvraag) IP6X (stofdicht) Zone 1 of 2 (gas) - Zone 21 of 22 (stof) IIC (methaan, propaan, ethyleen, waterstof, acetyleen) IIIC (geleidend stof) Markering II 2G Ex db IIC T6 - T4 II 2D Ex tb Tx C Tamb = -20 C tot +55 C voor T6 en T85 C Omgevingstemperatuur Tamb = -20 C tot +75 C voor T5 en T100 C Tamb = -20 C tot +90 C voor T4 en T135 C Certificaten FTZU 09 ATEX 0313X + IECEx FTZU 10.0007 Normen EN 60079-0:2009, EN 60079-1:2007, EN 60079-31:2009 IEC 60079-0:2007, IEC 60079-1:2007, IEC 60079-31:2008 IR (1) Niet-uitputtende lijst. Andere gassen op aanvraag (raadpleeg Dalemans). Tabel 1 : Technische specificaties 2

3. INLEIDING De gasdetectors bestaan uit : De behuizing met de aansluitklemmen voor elektrische verbindingen; De detectiekop FPH02 die een KATALYTISCHE of IR-meetcel (met infrarood licht) bevat. Voor informatie over de installatie en het gebruik van de detectors, zie de technische instructie die samen met de detectors wordt geleverd of raadpleeg Dalemans. DRUKVASTE STOP "d" M20 PRE00000033 BOR00000090 AANSLUITKLEMMEN 3P + RAIL DIN DRUKVASTE WARTEL "d" M20 DRUKVASTE BEHUIZING "d" BOI00000188 PRE00000032 (6,1-11,7 mm) OF PRE00000036 (6,5-14 mm) SCHROEF M4 X 6 mm VISVIS00042 FPH02 KATALYTISCHE DETECTIEKOP BASIS - ROESTVRIJ STAAL FPH02 INFRAROOD DETECTIEKOP BASIS - ROESTVRIJ STAAL IR DET00000020 KATALYTISCHE CEL Zie pagina 16 Zie pagina 16 INFRAROOD CEL DET00000024 SENSORHOUDER (KATALYTISCHE) MEC00000028 MEC00000036 SENSORHOUDER (INFRAROOD) FILTER IN GESINTERD METAAL FPH02 KATALYTISCHE DETECTIEKOP DEKSEL - ROESTVRIJ STAAL MEC00000010 MEC00000010 FILTER IN GESINTERD METAAL FPH02 INFRAROOD DETECTIEKOP DEKSEL - ROESTVRIJ STAAL Figuur 1 : Detailtekening van de detector 3

4. IJKING VAN DE DETECTOR Om een correcte ijking uit te voeren, moeten de volgende stappen altijd in de opgegeven volgorde worden uitgevoerd : 1. Regeling van de bedrijfsspanning van de cel (U SENS ); 2. Regeling van de nul van de detector (ZERO); 3. Regeling van de gevoeligheid van de detector (GAIN of SPAN). Deze regelingen gebeuren op de meetcentrale. Vermijd tijdens de hele duur van de regelingen de elektronische onderdelen van de meetcentrale aan te raken. Als het signaal "STORING" actief is op de meetcentrale, zie dan in de sectie "Verhelpen van storingen" op pagina 11 van deze handleiding, vooraleer verder te gaan. Ex VOORALEER de behuizing van de detector of zijn detectiekop te openen: Zorg ervoor de gevarenzone te declasseren. Controleer met behulp van een draagbaar toestel of er geen gas aanwezig is in de atmosfeer van de interventiezone. Droog de behuizing en de detectiekop af met een VOCHTIGE doek om het risico op elektrostatische ontladingen te beperken. 4.1 BENODIGT MATERIAAL Zorg ervoor dat u beschikt over het volgende materiaal om de onderhoud- en ijkingsbewerkingen van de detector tot een goed einde te kunnen brengen. Aarzel niet contact op te nemen met Dalemans voor meer informatie. Een fles synthetische lucht (voor de nulpuntsinstelling); Een passende fles met ijkgas (bv.: methaan 2,2 vol.-%) Een reduceerklep met manometer en debietregelaar/meter; Een ijkkapje OUT00000111 (zie onderstaande afbeelding); Een soepele buis in teflon, polyurethaan of pvc, met een binnendiameter van +/- 4 mm (TUB00000009); Een digitale voltmeter; Een geïsoleerde precisieschroevendraaier; Een inbussleutel OUT00000115 van 1,5 mm voor het deksel van de behuizing; Een sleutel OUT00000113 voor het deksel van de detectiekop. AANSLUITMONDSTUK Ref. OUT00000111 Figuur 2 : Ijkkapje Om gas in te injecteren, mag u UITSLUITEND een soepele buis in teflon, polyurethaan of PVC gebruiken, dus geen soepele bus die silicone bevat! Controleer de vervaldatum van de fles met het ijkgas! 4

4.2 REGELING VAN DE SPANNING VAN DE CEL Vooraleer over te gaan tot de ijking van de detector, moet u er altijd voor zorgen dat de bedrijfsspanning van de meetcel afgeregeld is (U SENS ). De bedrijfsspanning hangt af van het type cel dat op de detectiekop is aangebracht. Het type cel is aangegeven op het etiket met de gegevens van de detectiekop FPH02 : Cel U SENS Min. Un Max. DAL17 1,925 2,00 2,025 DAL21 1,900 2,00 2,100 IR DIR-x 3,200-5,000 Figuur 3 : Detectiekop FPH02 Tabel 2 : Bedrijfsspanning van de cellen Om de bedrijfsspanning van de cel te regelen, moet de detector aangesloten worden aan de meetcentrale en moet deze onder spanning staan. Elke cel heeft een maximale bedrijfsspanning die niet overschreden mag worden, anders zal de cel snel defect raken. De bedrijfsspanning moet zo dicht mogelijk bij de waarde liggen die weergegeven is in de bovenstaande tabel (zwarte vakjes). 1. Draai met behulp van de inbussleutel van 1,5 mm (OUT00000115) de borgschroef van het deksel van de behuizing van de detector los. Schroef het deksel los en verwijder het. 2. Plaats TER HOOGTE VAN DE DETECTOR de voltmeter in de positie "V " en sluit hem aan tussen de aansluitklemmen A en P van de klemmenstrook die zich binnen in de behuizing bevindt (zie onderstaande afbeelding). 3. Regel in de meetcentrale de spanning van de cel tot u op de voltmeter de bedrijfsspanning afleest die in de bovenstaande tabel is aanbevolen. 4. Laat de detector minstens 15 minuten lang onder spanning staan vooraleer verder te gaan. MEETCENTRALE U SENS U SENS A EN P AANSLUITENKLEMMEN VOLTMETER V + - Figuur 4 : Regeling van de bedrijfsspanning van de cel 5

4.3 IJKKAPJE, DEBIETREGELAAR/METER EN GASFLES De ijking bestaat in het creëren van een ijkatmosfeer rond van de detectiekop door een referentiegas te injecteren. Om te vermijden dat omgevingslucht of tocht de ijkatmosfeer aantasten, moet u altijd de door Dalemans geleverd ijkkapje gebruiken om de stikstof of het ijkgas te injecteren (zie Figuur 2 - pagina 4). Om lucht of een ijkgas op de detector te injecteren : 1. Schroef de debietregelaar/meter op de gasfles en draai de koppeling vast. 2. Verbind een uiteinde van de soepele buis met de uitgang van de debietregelaar/meter. 3. Verbind het andere uiteinde van de soepele buis met een van de aansluitingen van het ijkkapje. 4. Voeg het ijkkapje volledig op de detectiekop van de detector. 5. Bevestig het ijkkapje met behulp van de borgschroef. 6. Vervolg de ijkingsprocedure zoals hierna beschreven. DEBIETMETER LUCHT OF IJKGAS BORGSCHROEF IJKKAPJE OUT00000111 SOEPELE BUIS Figuur 5 : Injecteren van lucht of gas op de detector 6

4.4 NULPUNTSINSTELLING (ZERO) Om te kunnen overgaan tot de nulpuntsinstelling en de ijking van de detector, moet de bedrijfsspanning van de meetcel ingesteld zijn en moet de detector al minstens 15 minuten onder spanning staan. De nulpuntsinstelling bestaat hier in het afregelen van de nul van de Wheatstone-brug aan de ingang van de meetcentrale waarop de detector is aangesloten. Voor meer informatie, zie de gebruiksaanwijzing van de centrale. Als het signaal "STORING" actief is op de meetcentrale, zie dan in de sectie "Verhelpen van storingen" op pagina 11 van deze handleiding, vooraleer verder te gaan. 1. Als de omgevingsvoorwaarden het eisen, gebruik dan een fles synthetische lucht om de meetcel in een zuivere atmosfeer te brengen. 2. Regel de debietregelaar/meter tussen 0,4 en 0,6 l/min en injecteer de synthetische lucht op de detector. 3. Voer op de centrale de NULPUNTSINSTELLING uit en volg hiervoor de passende procedure voor het toestel in kwestie (raadpleeg de handleiding van de centrale). 4. Vergewis u ervan dat het nulpunt van het display van de centrale correct werd ingesteld. IR Tijdens de nulpuntsinstelling van een IR-cel vertoont het uitgangssignaal van de cel een zekere inertie. Ga voor een efficiënte nulpuntsinstelling in stappen te werk en wacht tot het signaal stabiel is vooraleer het NULPUNT verder in te stellen. MEETCENTRALE ZERO % LEL SYNTHETISCHE LUCHT 0,4-0,6 L/MIN Figuur 6 : Nulpuntsinstelling van de detector 7

4.5 REGELING VAN DE GEVOELIGHEID (GAIN OF SPAN) Deze functie maakt het mogelijk een ingangskanaal te ijken zodat hij correct reageert op het signaal afkomstig van een gasdetector. Deze fase in de ijkprocedure vereist het gebruik van een ijkgas. Dalemans beveelt aan, indien mogelijk, de detector te ijken met een ijkgas identiek aan het te detecteren gas. In functie van het geïnstalleerd celtype op de detector zijn er correctietabellen ter beschikking in sectie 6 (pagina 12), die de correctiefactoren voor de verschillende gassen en dampen weergeven. Voor meer informatie raadpleeg Dalemans. Om over te gaan tot de ijking van de detector moeten de vorige punten (regeling van de bedrijfsspanning van de cel en nulpuntsinstelling van de detector) correct zijn uitgevoerd. Als het signaal "STORING" actief is op de meetcentrale, zie dan in de sectie "Verhelpen van storingen" op pagina 11 van deze handleiding, vooraleer verder te gaan. Om het ingangskanaal van de centrale met dewelke de detector verbonden is juist te kalibreren, raadpleeg de betreffende handleiding en volg de afregel procedure gegeven door de fabrikant. IR Tijdens de regeling van een IR-cel vertoont het uitgangssignaal van de cel een zekere inertie. Voor een doeltreffende ijking moet u in verschillende stappen werken en wacht tot het signaal stabiel is na een wijziging, alvorens tot de correctie van de GAIN (of SPAN) over te gaan. MEETCENTRALE GAIN % LEL IJKGAS 0,4-0,6 L/MIN Figuur 7 : Regeling van de gevoeligheid (GAIN of SPAN) 8

4.5.1 Katalytische detector Indien mogelijk ijk de detector met een ijkgas identiek aan het te detecteren gas. De correctie tabellen zijn beschikbaar in sectie 6 (pagina 12), waarin de correctiefactoren worden weergegeven voor de verschillende gassen en dampen. Voor meer informatie raadpleeg Dalemans. Als het signaal "STORING" actief is op de meetcentrale, zie dan in de sectie "Verhelpen van storingen" op pagina 11 van deze handleiding, vooraleer verder te gaan. Om over te gaan tot de ijking van de detector moeten de vorige punten (regeling van de bedrijfsspanning van de cel en nulpuntsinstelling van de detector) correct zijn uitgevoerd. 1. Stop met het injecteren van synthetische lucht op de detectiekop van de detector. 2. Vervang de fles synthetische lucht door een gasfles met het ijkgas. 3. Regel de debietregelaar/meter tussen 0,4 en 0,6 l/min en injecteer het gebruikte ijkgas in totdat de meetwaarde in de centrale stabiel geworden is (max. 1 minuut). 4. Voer op de centrale de regeling uit van de GAIN of SPAN (versterkingsfactor) en volg hiervoor de passende procedure voor het desbetreffende toestel (raadpleeg de handleiding van de centrale). De meting weergegeven in de centrale, in % LEL, moet overeenkomen met de verhouding tussen de concentratie van het ijkgas en de waarde van zijn Onderste Explosiegrens (Lower Explosive Limit - LEL). Bij deze waarde komt nog de eventuele correctiefactor naargelang van het gas in kwestie als dit een ander gas is dan methaan (zie de conversietabellen in sectie 6, pagina 12). Voorbeeld 1: voor methaan (CH 4 ) Ijkgas = 2,2 vol.-%. methaan Onderste ontploffingsgrens methaan = 4,4 vol.-% 2,2 Meet = 100 = 50 % LEL 4,4 Voorbeeld 2: met cel DAL17 voor butaan (C 4 H 10 ) Ijkgas = 2,2 vol.-% methaan Onderste ontploffingsgrens methaan = 4,4 vol.-% Correctiefactor DAL17 voor butaan = 1,67 (zie conversietabel op pagina 12) 2,2 Meet = 100 1,67 = 84 % LEL 4,4 5. Stop met ijkgas in te injecteren op de detector en neem het ijkkapje weg. 6. Controleer of op de centrale de weergegeven meetwaarde weer op nul staat (dit kan enkele minuten duren). 7. Draai het deksel van de behuizing weer op de detector. Draai het deksel een kwarttoer met de hand aan en draai de borgschroef van het deksel aan met de inbussleutel van 1,5 mm. 9

4.5.2 Infrarood detector -IR De detector -IR is ingesteld in het bedrijf voor het leveren van een signaal dat lineair en temperatuur gecompenseerd is voor de gasdoelgroep waarvoor de detector wordt voorzien. Dalemans raadt aan om de detector te kalibreren, waar mogelijk, met een standaard ijkgas identiek aan het doel gas. De conversietabellen beschikbaar in paragraaf 6.9 (pagina 16) geven de correctiefactoren voor de verschillende gassen en gasdampen weer. Voor meer informatie raadpleeg Dalemans. Als het signaal "STORING" actief is op de meetcentrale, zie dan in de sectie "Verhelpen van storingen" op pagina 11 van deze handleiding, vooraleer verder te gaan. Om over te gaan tot de ijking van de detector moeten de vorige punten (regeling van de bedrijfsspanning van de cel en nulpuntsinstelling van de detector) correct zijn uitgevoerd. 1. Stop met het injecteren van synthetische lucht op de detectiekop van de detector. 2. Vervang de fles synthetische lucht door een gasfles met het ijkgas. 3. Regel de debietregelaar/meter tussen 0,4 en 0,6 l/min en injecteer het gebruikte ijkgas in totdat de meetwaarde in de centrale stabiel geworden is (max. 1 minuut). 4. Voer op de centrale de regeling uit van de GAIN of SPAN (versterkingsfactor) en volg hiervoor de passende procedure voor het desbetreffende toestel (raadpleeg de handleiding van de centrale). De meting weergegeven in de centrale moet overeenkomen met de concentratie van het ijkgas in % LEL. (3) Infrarood (2) L.E.L. (1) Te detecteren gas cel HC vol.-% Ijkgas Correctifactor (4) Aflezing % LEL DIR-B Butaan (C 4H 10) 1,40 DIR-E Ethanol (C 2H 6O) 3,10 DIR-M Methaan (CH 4) 4,40 0,70 vol.-% Butaan 0,85 vol.-% Propaan 0,85 vol.-% Propaan 2,20 vol.-% Methaan 2,20 vol.-% Methaan 0,70-100 = 50 1,40 0,85 0,97 0,97 100 1,40 0,85 1,65 1,65 100 3,10 2,20 0,49 0,49 100 3,10 = 59 = 45 = 35 2,20-100 = 50 4,40 DIR-P 0,85 Propaan (C 3H 8) 1,70-100 = 50 0,85 vol.-% 1,70 Propaan 0,85 1,43 Isopropanol (C 3H 8O) 2,00 1,43 100 = 61 2,00 (1) HC : koolwaterstoffen (hydrocarbons). (2) Andere gassen op aanvraag (raadpleeg Dalemans). (3) Volgens de norm IEC 60079-20-1. (4) Raadpleeg in dit geval de omzettingstabel voor gas/dampen in de sectie 6.9, pagina 16. 5. Stop met ijkgas in te injecteren op de detector en neem het ijkkapje weg. 6. Controleer of op de centrale de weergegeven meetwaarde weer op nul staat (dit kan enkele minuten duren). 7. Draai het deksel van de behuizing weer op de detector. Draai het deksel een kwarttoer met de hand aan en draai de borgschroef van het deksel aan met de inbussleutel van 1,5 mm. 10

5. VERHELPEN VAN STORINGEN SYMPTOOM MOGELIJKE OORZAAK ACTIE Signaal "STORING" geactiveerd op de meetcentrale. Slechte aansluiting van de detectiekop. Meetcel ontkoppeld. Meetcel buiten dienst. Bedrijfsspanning van de cel te laag. De klemmenstrook APC (bovenstaande afbeelding) controleren. De cel weer in zijn steun(en) aanbrengen. De cel of de detectiekop vervangen. De spanning van de cel afregelen (zie pagina 4). Defecte IR-cel. Zie IR hieronder. De detector geeft een meetwaarde verschillend van nul bij afwezigheid van gas. De detector geeft een waarde nul bij aanwezigheid van gas. IR De detector geeft permanent een meting nul aan. Slijtage van de meetcel. Ijkfout. Bekabelingsfout. Gesinterde metalen filter is vuil of gecontamineerd. Gesinterde metalen filter is vervuild. Spanning op IR-cel (tussen A en P) < 3 VDC. Spanning op de IR-cel (tussen A en P) > 5 VDC. Optiek van de IR-cel vuil of vervuild. IR-cel buiten dienst. De detector volgens de bovenstaande procedure ijken. De bekabeling van de detector en de aansluiting van de detectiekop controleren. De filter schoonmaken of vervangen. De filter vervangen; De meetcel vervangen; De detector ijken. De spanning van de cel afregelen (zie pagina 4). De IR-cel of detectiekop vervangen. Tabel 3 : Verhelpen van storingen 11

6. OMZETTINGSTABEL GASSEN / DAMPEN De onderstaande tabellen geven de waarden aan voor de omzetting van bepaalde gas/damp-mengsel ten opzichte van een bepaald referentiegas (methaan of propaan). De gegeven correctiefactor, afhankelijk van het gas/de damp in kwestie, is van toepassing op de regeling van het gevoeligheid van de detector tijdens zijn ijking: Dalemans beveelt zoveel mogelijk aan om de detectoren te ijken met hetzelfde gas als het doelgas van de detector. De waarden in onderstaande tabellen worden gegeven ter informatie en geven niet de absolute waarden weer. De waarden werden bepaald voor een omgevingstemperatuur van 25 C. De relatieve respons van een sensor varieert met de te temperatuur. Deze tabellen zijn alleen van toepassing op explosieve gassen/dampen. Elk tabel is eigen aan een welbepaald type cel. Raadpleeg Dalemans voor elk ander type cel. Het type gebruikt cel is aangegeven op het etiket voor het markeren van de detectiekop van de gasdetector (Figuur 3 - pagina 5). 6.1 KATALYTISCHE CEL DAL17 De volgende tabel geeft, afhankelijk van het gas/de damp in kwestie, de toe te passen correctiefactoren weer om een detector die uitgerust is met een katalytische cel DAL17 met methaan te ijken. Referentiegas: methaan (CH 4 ). Gas/damp Formule Dichtheid L.E.L. (1) Methaan 50 % LEL Relatieve Correctiefactor Aflezing Aflezing (lucht = 1) vol.-% respons % LEL 4..20 ma Aceton C 3H 6O 2,00 2,50 0,60 1,67 84 17,36 Ammoniak NH 3 0,59 15,00 0,55 1,82 91 18,56 Butaan C 4H 10 2,05 1,40 0,60 1,67 84 17,36 Cyclohexaan C 6H 12 2,83 1,00 0,50 2,00 100 20,00 Cyclopentaan C 5H 10 2,40 1,40 0,55 1,82 91 18,56 Dioxaan C 4H 8O 2 3,03 1,40 0,55 1,82 91 18,56 Ethaan C 2H 6 1,04 2,40 0,80 1,25 63 14,00 Ethanol C 2H 6O 1,59 3,10 0,75 1,33 67 14,64 Ethylacetaat C 4H 8O 2 3,04 2,00 0,55 1,82 91 18,56 Ethyleen C 2H 4 0,97 2,30 0,70 1,43 72 15,44 Hexaan C 6H 14 2,97 1,00 0,50 2,00 100 20,00 Isobutaan C 4H 10 2,00 1,30 0,60 1,67 84 17,36 Isopentaan C 5H 12 2,50 1,30 0,50 2,00 100 20,00 Isopropanol C 3H 8O 2,07 2,00 0,60 1,67 84 17,36 Methaan CH 4 0,55 4,40 1,00 1,00 50 12,00 Methanol CH 4O 1,11 6,00 1,00 1,00 50 12,00 Methylethylketon C 4H 8O 2,48 1,50 0,50 2,00 100 20,00 Pentaan C 5H 12 2,48 1,10 0,55 1,82 91 18,56 Propaan C 3H 8 1,56 1,70 0,70 1,43 72 15,44 Propanol C 3H 8O 2,07 2,10 0,55 1,82 91 18,56 Propyleen C 3H 6 1,50 2,00 0,75 1,33 67 14,64 Waterstof H 2 0,07 4,00 1,00 1,00 50 12,00 (1) Volgens de norm IEC 60079-20-1. Tabel 4 : Conversietabel voor DAL17 12

6.2 KATALYTISCHE CEL DAL21 (METHAAN) De volgende tabel geeft, afhankelijk van het gas/de damp in kwestie, de toe te passen correctiefactoren weer om een detector die uitgerust is met een katalytische cel DAL21 met methaan te ijken. Referentiegas: methaan (CH 4 ). Gas/damp Formule Dichtheid LEL (1) Methaan 50 % LEL Relatieve Correctiefactor Aflezing Aflezing (lucht = 1) vol.-% responsie % LEL 4..20 ma 1,3-Butadieen C 4H 6 1,87 1,40 0,77 1,30 65 14,40 Acetaldehyde C 2H 4O 1,52 4,00 0,63 1,60 80 16,80 Aceton C 4H 8O 2,00 2,50 0,63 1,60 80 16,80 Acetyleen C 2H 2 0,90 2,30 0,56 1,77 89 18,16 Acrylonitriel C 3H 3N 1,83 2,80 0,50 2,00 100 20,00 Alcohol C16-C18 - - - 0,53 1,90 95 19,20 Ammoniak NH 3 0,59 15,00 1,67 0,60 30 8,80 Azijnanhydride C 4H 6O 3 3,52 2,00 0,50 2,00 100 20,00 Azijnzuur C 2H 4O 2 2,07 4,00 0,63 1,60 80 16,80 Benzeen C 6H 6 2,70 1,20 0,53 1,90 95 19,20 Benzine - 3,00 1,40 0,53 1,90 95 19,20 Bromoethaan C 2H 5Br 3,75 6,70 1,00 1,00 50 12,00 Butaan C 4H 10 2,05 1,40 0,63 1,60 80 16,80 Buteen-1 C 4H 8 1,93 1,60 0,50 2,00 100 20,00 Carbonylsulfide COS 2,07 6,50 1,00 1,00 50 12,00 Chloorethaan C 2H 5Cl 2,22 3,60 0,63 1,60 80 16,80 Cyclohexaan C 6H 12 2,83 1,00 0,50 2,00 100 20,00 Cyclopropaan C 3H 6 1,45 2,40 0,63 1,60 80 16,80 Diethylamine C 4H 11N 2,53 1,70 0,56 1,80 90 18,40 Dimethylamine C 2H 7N 1,55 2,80 0,63 1,60 80 16,80 Dimethylether C 2H 6O 1,59 2,70 0,71 1,40 70 15,20 Dioxaan C 4H 8O 2 3,03 1,40 0,50 2,00 100 20,00 Ethaan C 2H 6 1,04 2,40 0,71 1,40 70 15,20 Ethanol C 2H 6O 1,59 3,10 0,54 1,85 93 18,80 Ethylacetaat C 4H 8O 2 3,04 2,00 0,56 1,80 90 18,40 Ethyleen C 2H 4 0,97 2,30 0,83 1,20 60 13,60 Ethyleenchloride C 2H 4Cl 2 3,42 6,20 0,71 1,40 70 15,20 Ethyleenoxide C 2H 4O 1,52 2,60 0,56 1,80 90 18,40 Hexaan C 6H 14 2,97 1,00 0,50 2,00 100 20,00 Isobutaan C 4H 10 2,00 1,30 0,56 1,80 90 18,40 Isobutanol C 4H 10O 2,55 1,40 0,53 1,90 95 19,20 Isopentaan C 5H 12 2,50 1,30 0,53 1,90 95 19,20 Isopropanol C 3H 8O 2,07 2,00 0,56 1,80 90 18,40 Isopropylether C 6H 14O 3,52 1,00 0,50 2,00 100 20,00 Koolstofmonoxide CO 0,97 10,90 0,83 1,20 60 13,60 Methaan CH 4 0,55 4,40 1,00 1,00 50 12,00 Methanol CH 4O 1,11 6,00 0,83 1,20 60 13,60 Methylchloride CH 2Cl 2 2,90-1,00 1,00 50 12,00 Methylcyclohexaan C 7H 14 3,38 1,00 0,50 2,00 100 20,00 Methylethylether C 3H 8O 2,10 2,00 0,50 2,00 100 20,00 Pentaan C 5H 12 2,48 1,10 0,53 1,90 95 19,20 Propaan C 3H 8 1,56 1,70 0,79 1,26 63 14,08 Propanol C 3H 8O 2,07 2,10 0,50 2,00 100 20,00 Propyleen C 3H 6 1,50 2,00 0,56 1,80 90 18,40 Propyleenoxide C 3H 6O 2,00 1,90 0,50 2,00 100 20,00 Tertiaire butylalcohol C 4H 10O 2,55-0,77 1,30 65 14,40 Tolueen C 7H 8 3,20 1,00 0,53 1,90 95 19,20 Waterstof H 2 0,07 4,00 0,83 1,20 60 13,60 (1) Volgens de norm IEC 60079-20-1. Tabel 5 : Conversietabel voor DAL21 (methaan) 13

6.3 KATALYTISCHE CEL DAL21 (PROPAAN) De onderstaande tabel geeft de toe te passen correctiefactoren weer volgens het gas/de damp in kwestie om een detector uitgerust met een katalytische cel DAL21 met propaan te ijken. Referentiegas: propaan (C 3 H 8 ). Gas/damp Formule Dichtheid (lucht = 1) LEL (1) vol.-% Relatieve respons Correctiefactor Propaan 50 % LEL Aflezing Aflezing % LEL 4..20 ma 1,3-Butadieen C 4H 6 1,87 1,40 1,05 0,96 48 11,65 2,2-Dimethylpentaan C 7H 16 3,46-0,77 1,30 65 14,43 2,2-Dimethylpropaan C 5H 12 2,48-0,77 1,30 65 14,43 Acetaldehyde C 2H 4O 1,52 4,00 1,05 0,96 48 11,65 Aceton C 3H 6O 2,00 2,50 0,94 1,07 53 12,52 Acetyleen C 2H 2 0,90 2,30 1,05 0,96 48 11,65 Acrylonitriel C 3H 3N 1,83 2,80 0,84 1,20 60 13,57 Alcohol C16-C18 - - - 0,84 1,20 60 13,57 Ammoniak NH 3 0,59 15,00 2,42 0,41 21 7,30 Aniline C 6H 7N 3,22 1,20 0,70 1,43 72 15,48 Azijnanhydride C 4H 6O 3 3,52 2,00 0,84 1,20 60 13,57 Azijnzuur C 2H 4O 2 2,07 4,00 1,05 0,96 48 11,65 Benzeen C 6H 6 2,70 1,20 0,77 1,30 65 14,43 Benzine - 3,00 1,40 0,84 1,20 60 13,57 Bromoethaan C 2H 5Br 3,75 6,70 1,70 0,59 29 8,70 Butaan C 4H 10 2,05 1,40 1,05 0,96 48 11,65 Buteen-1 C 4H 8 1,93 1,60 0,84 1,20 60 13,57 Butylacetaat C 6H 12O 2 4,01 1,20 0,55 1,80 90 18,43 Carbonylsulfide COS 2,07 6,50 1,70 0,59 29 8,70 Chloorethaan C 2H 5Cl 2,22 3,60 1,05 0,96 48 11,65 Cyclohexaan C 6H 12 2,83 1,00 0,84 1,20 60 13,57 Cyclopropaan C 3H 6 1,45 2,40 1,05 0,96 48 11,65 Decaan C 10H 22 4,90 0,70 0,60 1,67 84 17,39 Diethylamine C 4H 11N 2,53 1,70 0,84 1,20 60 13,57 Diëthylether C 4H 10O 2,55 1,20 0,84 1,20 60 13,57 Dimethylamine C 2H 7N 1,55 2,80 1,05 0,96 48 11,65 Dimethylether C 2H 6O 1,59 2,70 1,21 0,83 41 10,61 Dimethylsulfide C 2H 6S 2,10-0,77 1,30 65 14,43 Dioxaan C 4H 8O 2 3,03 1,40 0,84 1,20 60 13,57 Ethaan C 2H 6 1,04 2,40 1,21 0,83 41 10,61 Ethanol C 2H 6O 1,59 3,10 1,39 0,72 36 9,74 Ethylacetaat C 4H 8O 2 3,04 2,00 0,84 1,20 60 13,57 Ethylbenzeen C 8H 10 3,60 0,80 0,64 1,57 78 16,52 Ethylcyclopentaan C 7H 14 3,40 1,05 0,77 1,30 65 14,43 Ethyleen C 2H 4 0,97 2,30 1,21 0,83 41 10,61 Ethyleenchloride C 2H 4Cl 2 3,42 6,20 1,21 0,83 41 10,61 Ethyleenoxide C 2H 4O 1,52 2,60 0,84 1,20 60 13,57 Heptaan C 7H 16 3,46 0,85 0,64 1,57 78 16,52 Hexaan C 6H 14 2,97 1,00 0,64 1,57 78 16,52 Isobutaan C 4H 10 2,00 1,30 0,84 1,20 60 13,57 Isobutanol C 4H 10O 2,55 1,40 0,84 1,20 60 13,57 Isobutylbenzeen C 10H 14 4,63 0,80 0,60 1,67 84 17,39 Isopentaan C 5H 12 2,50 1,30 0,77 1,30 65 14,43 Isopropanol C 3H 8O 2,07 2,00 0,84 1,20 60 13,57 Isopropylether C 6H 14O 3,52 1,00 0,84 1,20 60 13,57 Kerosine - - 0,70 0,60 1,67 84 17,39 Koolstofmonoxide CO 0,97 10,90 1,39 0,72 36 9,74 LPG - 1,50-0,77 1,30 65 14,43 metaxyleen C 8H 10 3,66 1,00 0,77 1,30 65 14,43 Methaan CH 4 0,55 4,40 1,15 0,87 43 10,96 14

Gas/damp Formule Dichtheid (lucht = 1) LEL (1) vol.-% Relatieve respons Correctiefactor Propaan 50 % LEL Aflezing Aflezing % LEL 4..20 ma Methanol CH 4O 1,11 6,00 1,70 0,59 29 8,70 Methylacetyleen C 3H 4 1,38 1,70 0,77 1,30 65 14,43 Methylchloride CH 2Cl 2 2,90-1,70 0,59 29 8,70 Methylcyclohexaan C 7H 14 3,38 1,00 0,84 1,20 60 13,57 Methylethylether C 3H 8O 2,10 2,00 0,84 1,20 60 13,57 Methylethylketon C 4H 8O 2,48 1,50 0,77 1,30 65 14,43 Methylpropylceton C 5H 10O 3,00-0,52 1,91 96 19,30 Naftaleen C 10H 8 4,42 0,60 0,64 1,57 78 16,52 Nonaan C 9H 20 4,43 0,70 0,60 1,67 84 17,39 Normaal butylbenzeen C 10H 14 4,60-0,60 1,67 84 17,39 Normale amylalcohol C 5H 12O 3,03 1,06 0,60 1,67 84 17,39 Normale butylalcohol C 4H 10O 2,55 1,40 0,60 1,67 84 17,39 Octaan C 8H 18 3,93 0,80 0,64 1,57 78 16,52 orthoxyleen C 8H 10 3,66 1,00 0,70 1,43 72 15,48 Paraxyleen C 8H 10 3,66 0,90 0,77 1,30 65 14,43 Pentaan C 5H 12 2,48 1,10 0,77 1,30 65 14,43 Propaan C 3H 8 1,56 1,70 1,00 1,00 50 12,00 Propanol C 3H 8O 2,07 2,10 0,84 1,20 60 13,57 Propyleen C 3H 6 1,50 2,00 0,84 1,20 60 13,57 Propyleenoxide C 3H 6O 2,00 1,90 0,84 1,20 60 13,57 Tertiaire butylalcohol C 4H 10O 2,55-1,39 0,72 36 9,74 Tetrahydrofuraan C 4H 8O 2,49 1,50 0,84 1,20 60 13,57 Tolueen C 7H 8 3,20 1,00 0,77 1,30 65 14,43 Trimethylbenzeen C 9H 12 4,15 0,80 0,55 1,80 90 18,43 Waterstof H 2 0,07 4,00 1,39 0,72 36 9,74 White Spirit - 5,00-0,55 1,80 90 18,43 (1) Volgens de norm IEC 60079-20-1. Tabel 6 : Conversietabel voor DAL21 (propaan) 15

6.4 INFRAROOD CEL DIR-P (PROPAAN) De onderstaande tabel geeft de toe te passen correctiefactoren weer volgens het gas/de damp in kwestie om een detector uitgerust met een katalytische cel DIR-P (propaan) te ijken. Referentiegas: propaan (C 3 H 8 ). Gas/damp Formule Dichtheid (lucht = 1) LEL (1) vol.-% Relatieve responsie Correctiefactor (2) Methaan 50 % LEL Aflezing Aflezing % LEL 4..20 ma Aceton C 3H 6O 2,00 2,50-3,28 112 21,84 Butaan C 4H 10 2,05 1,40-0,97 59 13,42 Cyclopentaan C 5H 10 2,40 1,40-1,62 98 19,74 Ethaan C 2H 6 1,04 2,40-1,01 36 9,72 Ethanol C 2H 6O 1,59 3,10-1,65 45 11,24 Ethylacetaat C 4H 8O 2 3,04 2,00-1,69 72 15,49 Ethyleen C 2H 4 0,97 2,30-3,43 127 24,28 Ethyleenchloride C 2H 4Cl 2 3,42 6,20-8,57 117 22,80 Ethyleenoxide C 2H 4O 1,52 2,60-0,85 28 8,42 Hexaan C 6H 14 2,97 1,00-0,80 68 14,88 Isopropanol C 3H 8O 2,07 2,00-1,43 61 13,72 Methaanchloride CH 3Cl 1,78 7,60-4,97 56 12,89 Methanol CH 4O 1,11 6,00-2,22 31 9,03 Methylethylketon C 4H 8O 2,48 1,50-1,87 106 20,95 Pentaan C 5H 12 2,48 1,10-0,89 69 15,00 Propaan C 3H 8 1,56 1,70-1,00 50 12,00 Propyleen C 3H 6 1,50 2,00-1,69 72 15,49 Tolueen C 7H 8 3,20 1,00-1,18 100 20,05 Xyleen C 8H 10 3,66 1,00-1,51 128 24,54 (1) Volgens de norm IEC 60079-20-1. (2) De correctie waarden zijn alleen van toepassing op de gasconcentratie uitgedrukt in vol.-%. Tabel 7 : Conversietabel voor DIR-P (propaan) 16

7. TOEBEHOREN EN RESERVEONDERDELEN TOEBEHOREN Buis - Soepele buis PVC Ø 4 mm Ijkkapje voor FPH02 detectiekop Sleutel voor borgschroef (hexagonale 1,5 mm) Sleutel voor sensor deksel Aansluitklemmen Ex e 3P + rail DIN Cel DAL17 - Katalytische Cel DAL21 - Katalytische Detectiekop FPH02 (zonder cel) Detectiekop FPH02 + cel DAL17 Detectiekop FPH02 + cel DAL21 Drukvaste behuizing Ex d - Aluminium Drukvaste stop Ex d M20 x 1,5 mm - Messing Drukvaste wartel Ex d M20 - Kabel 6,1-11,7 mm Drukvaste wartel Ex d M20 - Kabel 6,5-14 mm Filter in gesinterd metaal Schroef - Borgschroef van het deksel van de behuizing Schroef - M4 x 6 mm Sensorhouder (katalytische) ARTIKELCODE TUB00000009 OUT00000111 OUT00000115 OUT00000113 ARTIKELCODE BOR00000090 BASDET00020 BASDET00033 DET00000020 DET00000021 DET00000022 BOI00000188 PRE00000033 PRE00000032 PRE00000036 MEC00000010 VISVIS00067 VISVIS00042 MEC00000028 IR ARTIKELCODE Aansluitklemmen Ex e 3P + rail DIN Cel DIR-M (methaan) - Infrarood Cel DIR-P (propaan) - Infrarood Cel DIR-B (butaan) - Infrarood Cel DIR-E (ethanol) - Infrarood Detectiekop FPH02 (zonder cel) Detectiekop FPH02 + cel DIR-M (methaan) Detectiekop FPH02 + cel DIR-P (propaan) Detectiekop FPH02 + cel DIR-B (butaan) Detectiekop FPH02 + cel DIR-E (ethanol) Drukvaste behuizing Ex d - Aluminium Drukvaste stop Ex d M20 x 1,5 mm - Messing Drukvaste wartel Ex d M20 - Kabel 6,1-11,7 mm Drukvaste wartel Ex d M20 - Kabel 6,5-14 mm Filter in gesinterd metaal Schroef - Borgschroef van het deksel van de behuizing Schroef - M4 x 6 mm Sensorhouder (infrarood) BOR00000090 SEN00000062 SEN00000063 SEN00000064 SEN00000065 DET00000020 DET00000025 DET00000026 DET00000027 DET00000035 BOI00000188 PRE00000033 PRE00000032 PRE00000036 MEC00000010 VISVIS00067 VISVIS00042 MEC00000036 Tabel 8 : Toebehoren en reserveonderdelen 17

DALEMANS s.a. Rue Jules Mélotte 27 B-4350 Remicourt Tel. +32 (0)19 54 52 36 Fax +32 (0)19 54 55 34 info@dalemans.com www.dalemans.com