STICHTING BEDRIJFSPENSIOENFONDS VOOR DE AGRARISCHE EN VOEDSELVOORZIENINGSHANDEL Prins Mauritsplein 29 2582 ND 's-gravenhage Telefoon: 070-3381020 Fax : 070-3503531 Website: www.bpfavh.nl Postbus 84330 2508 AH 's-gravenhage Postbanknummer 10525 Bankrekening 48.87.71.978 REGELING INVALIDITEITSPENSIOEN
Regeling Invaliditeitspensioen NADERE UITWERKING VAN DE REGELING VOOR INVALIDITEITSPENSIOEN ZOALS BEDOELD IN ARTIKEL 23 VAN HET PENSIOENREGLEMENT Begripsomschrijving Artikel 1 Voor zover hierna niet uitdrukkelijk anders geformuleerd gelden in deze uitwerking van de regeling voor invaliditeitspensioen de begripsomschrijvingen uit de statuten en het pensioenreglement van de stichting. Voorts wordt hierna verstaan onder: regeling: de nadere uitwerking van de regeling voor invaliditeitspensioen zoals bedoeld in artikel 23 van het pensioenreglement; WAO: de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering; werknemer: degene op wie de verzekeringsplicht ingevolge de WAO van toepassing is; loonstaat: de modelloonstaat als bedoeld in artikel 67 lid 1 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Deelnemers Artikel 2 Met uitzondering van de werknemers, die op grond van artikel 3 van deze regeling vrijstelling hebben verkregen, zijn deelnemer in de regeling voor invaliditeitspensioen alle bij de aangesloten onderneming in dienst zijnde werknemers, ongeacht hun leeftijd of de aard van hun dienstverband. Vrijstelling Artikel 3 1. Vrijstelling van deelneming in de regeling voor invaliditeitspensioen kan worden gegeven aan de werknemers, voor wie elders reeds een regeling voor invaliditeitspensioen is getroffen die ten minste gelijkwaardig is aan de regeling van de stichting. 30-03-2004 1
2. Tenzij artikel 23, lid 2 van het pensioenreglement van toepassing is, kan vrijstelling slechts worden verkregen als de regeling voor invaliditeitspensioen, op grond waarvan de vrijstelling wordt aangevraagd, uiterlijk op 1 juli 1993 is getroffen. 3. Als het bestuur van de stichting daarom verzoekt, dient de gelijkwaardigheid van de elders getroffen regeling voor invaliditeitspensioen aan de regeling van de stichting te worden aangetoond. Premie Artikel 4 1. Premie is verschuldigd voor de deelnemer die op 1 januari van enig jaar de leeftijd van 25 jaar heeft bereikt, doch niet ouder is dan 64 jaar. 2. De grondslag voor de premieheffing is het premieloon minus de franchise: - Het premieloon is het jaartotaal van het brutoloon volgens kolom 6 van de voor de desbetreffende deelnemer aangelegde loonstaat. Het premieloon bedraagt maximaal het totaalaantal dagen waarover in enig jaar loon is genoten volgens kolom 2 van de desbetreffende loonstaat, vermenigvuldigd met het voor dat jaar geldende maximumdagloon waarover premie ingevolge de WAO verschuldigd is. - De franchise is het totaal aantal dagen waarover in enig jaar loon is genoten volgens kolom 2 van de desbetreffende loonstaat, vermenigvuldigd met de voor dat jaar door het bestuur vastgestelde franchise per dag. De geldende franchise per dag zal jaarlijks op 1 januari na ingewonnen advies van de actuaris van de stichting worden herzien. Het herziene bedrag met de wijzigingsdatum wordt in bijlage 1 tot het pensioenreglement opgenomen. Leidraad voor het door de actuaris te geven advies zal zijn de herziening van de franchise zoveel mogelijk evenredig te laten zijn met de wijziging van de franchise als omschreven in artikel 9, lid 3, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering. 3. De in enig jaar verschuldigde premie bedraagt 1,5% procent van de volgens lid 2 vastgestelde grondslag voor de premieheffing. 4. Het bestuur zal van jaar tot jaar bezien of de in lid 3 bedoelde premie voor de uit deze regeling voortvloeiende verplichtingen dient te worden bijgesteld. 2 30-03-2004
Premieheffing Artikel 5 1. De onderneming is verplicht binnen een maand na afloop van enig jaar een daartoe door de stichting verstrekte verzamelloonstaat betreffende dat jaar bij de stichting in te dienen. Als de onderneming niet of niet tijdig aan deze verplichting voldoet, is de stichting bevoegd de verschuldigde premie naar beste weten vast te stellen. 2. Na ontvangst van de verzamelloonstaat wordt de definitief over het desbetreffende jaar verschuldigde premie vastgesteld en, verminderd met de reeds in rekening gebrachte voorschotpremie, aan de onderneming in rekening gebracht. 3. Op basis van de over enig jaar vastgestelde definitief verschuldigde premie wordt in het daarop volgende jaar aan het begin van elk kwartaal een voorschotnota opgelegd. 4. De opgelegde premienota's dienen binnen een maand nadat deze zijn uitgebracht door de onderneming aan de stichting te worden voldaan. Als de premienota's niet of niet tijdig worden voldaan, is met betrekking tot de invordering het dienovereenkomstig bepaalde in het pensioenreglement van de stichting van toepassing. Aanspraak Artikel 6 1. De deelnemer heeft aanspraak op een invaliditeitspensioen. Het invaliditeitspensioen wordt toegekend aan degene die op de 1 e ziektedag als deelnemer in de onderhavige regeling kan worden aangemerkt en door het uitvoeringsorgaan van de WAO wordt ingedeeld in een klasse met een arbeidsongeschiktheidsgraad van 15% of meer. Het invaliditeitspensioen komt tot uitkering als de vervolguitkering ingaat. De hoogte van het invaliditeitspensioen is gelijk aan het verschil tussen de aanvullingsgrondslag en de vervolguitkering: - De aanvullingsgrondslag is de loondervingsuitkering als bedoeld in artikel 21 van de WAO, zoals deze voor de betrokken deelnemer gold direct voorafgaande aan het moment van het ontstaan van het recht op de vervolguitkering; Als de betrokken deelnemer niet voor een loondervingsuitkering in aanmerking komt, dan is de aanvullingsgrondslag gelijk aan de loondervingsuitkering die zou zijn vastgesteld, als de betrokken deelnemer wel voor een dergelijke uitkering in aanmerking zou komen. - De vervolguitkering is de desbetreffende uitkering als bedoeld in artikel 21b van de WAO. 2. Indien het deelnemerschap wordt beëindigd zonder dat de deelnemer door het 30-03-2004 3
uitvoeringsorgaan van de WAO is ingedeeld in een klasse met een arbeidsongeschiktheidsgraad van 15% of meer, vervalt de aanspraak op invaliditeitspensioen. Aanmelding en verstrekken van inlichtingen Artikel 7 1. Wanneer een deelnemer in aanmerking komt voor een uitkering ingevolge de WAO, dan dient daarvan binnen een maand na het ingaan van deze uitkering mededeling aan de stichting te worden gedaan, onder overlegging van de toekenningsbeslissing van de uitvoeringsinstelling die de WAO-uitkering betaalbaar stelt. 2. Zodra de deelnemer aanspraak maakt op een invaliditeitspensioen als bedoeld in artikel 6, respectievelijk bij wijziging of beëindiging van de WAO-uitkering, dient de deelnemer dit binnen een maand te melden bij de stichting, onder overlegging van de toekenningsbeslissing van de uitvoeringsinstelling die de WAO-uitkering betaalbaar stelt, respectievelijk de brief waaruit de wijziging of beëindiging van de WAO-uitkering blijkt. 3. Voorts is de deelnemer verplicht aan de stichting binnen een door de stichting gestelde termijn de inlichtingen te verstrekken, alsmede de bescheiden te overleggen die de stichting voor een goede uitvoering van de regeling nodig acht. 4. Wanneer de deelnemer niet voldoet aan het gestelde in dit artikel is de stichting bevoegd de aanspraak op uitkering van invaliditeitspensioen te weigeren, te verlagen of in te trekken. 5. Eventueel te veel betaalde of ten onrechte betaalde uitkeringen zullen worden teruggevorderd of verrekend. Uitkering Artikel 8 1. De uitkering van de aanspraak op invaliditeitspensioen geschiedt maandelijks aan het einde van de maand en gaat in per de eerste dag van de maand waarin daarop recht ontstaat. 2. De uitkering eindigt op de laatste dag van de maand waarin de vervolguitkering eindigt, dan wel op de laatste dag van de maand voorafgaande aan de maand waarin de deelnemer pensioneert of overlijdt. 3. Op de uitkering vinden de wettelijke inhoudingen plaats. Toeslag 4 30-03-2004
Artikel 9 1. Van jaar tot jaar zal het bestuur in het kader van het streven naar het waardevast houden van de pensioenen, indien het na ingewonnen en uitgebracht advies van de actuaris de overtuiging heeft gekregen dat de financiële middelen van de stichting zulks toelaten, bezien of aan degenen die vóór 1 januari van enig jaar aanspraak maakten op een uitkering van arbeidsongeschiktheidspensioen ingevolge deze regeling per 1 januari van dat jaar een verhoging van het arbeidsongeschiktheidspensioen kan worden toegekend. 2. De grootte van de in enig jaar toe te kennen verhoging wordt, onverminderd het bepaalde in lid 1, afgeleid van de stijging van het indexcijfer van de CAOlonen zoals bedoeld in artikel 15 lid 4 van het pensioenreglement en in bijlage 1 tot het pensioenreglement vastgelegd. Wettelijke bepalingen Artikel 10 Wanneer toekomstige wetswijzigingen met betrekking tot de hoogte en de duur van de arbeidsongeschiktheidsuitkering daartoe aanleiding geven, zal deze regeling dienovereenkomstig door het bestuur worden gewijzigd en zullen de ingegane uitkeringen aan de dan geldende criteria worden getoetst en zonodig worden aangepast. Bijzondere bepalingen Artikel 11 1. Indien toepassing van enige bepaling in deze regeling ten opzichte van een deelnemer tot onbillijkheid mocht leiden, is het bestuur bevoegd voor deze deelnemer een bijzondere voorziening te treffen. 2. In individuele gevallen, waarin deze regeling niet voorziet, zal het bestuur zoveel mogelijk in overeenstemming met de geest van de in deze regeling gestelde regelen handelen. 30-03-2004 5
Inwerkingtreding Artikel 12 Deze regeling is in werking getreden op 1 januari 1994 en laatstelijk gewijzigd op 30 maart 2004. 6 30-03-2004