Rotterdamse Risicogroepen 2013 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicojongeren J. de Boom A. Weltevrede Y. Seidler M. van San P. Hermus P. van Wensveen
Rotterdamse Risicogroepen 2013 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicojongeren Concept (v05092013) J. de Boom A. Weltevrede Y. Seidler M. van San P. Hermus P. van Wensveen
Rotterdamse Risicogroepen 2013 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicojongeren J. de Boom, A. Weltevrede, Y. Seidler, M. van San, P. Hermus, P. van Wensveen Rotterdam: Risbo / Erasmus Universiteit. September 2013 Erasmus Universiteit Rotterdam Postbus 1738 3000 DR Rotterdam tel.: 010-4082124 fax: 010-4081141 Copyright RISBO Contractresearch BV. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de Directie van het Instituut.
Inhoudsopgave Inhoudsopgave... iii Hoofdstuk 1 Inleiding... 4 Hoofdstuk 2 Demografie... 5 Hoofdstuk 3 Onderwijs... 21 Hoofdstuk 4 Arbeid en uitkeringen... 35 Hoofdstuk 5 Criminaliteit... 47 Bijlagen... 65 Begrippenlijst... 101 iii
Hoofdstuk 1 Inleiding In dit rapport wordt de maatschappelijke positie geschetst van Rotterdammers van Antilliaanse 1 en Marokkaanse afkomst op basis van bestaande registraties. Van alle Nederlandse gemeenten heeft Rotterdam in absolute zin veruit de grootste populatie Nederlanders van Antilliaanse afkomst en de op één na grootste populatie (na Amsterdam) Nederlanders van Marokkaanse afkomst. Met een groot deel van deze groepen gaat het goed maar met een klein deel doen zich sinds jaren ernstige problemen voor op het gebied van criminaliteit en overlast. De Directie Veiligheid van de gemeente laat daarom jaarlijks de maatschappelijke positie van Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst in een samenhangend geheel in kaart brengen. In deze rapportage is meer dan in voorgaande jaren nadruk gelegd op jongeren tot en met 23 jaar. Om de resultaten in perspectief te kunnen plaatsen wordt er ook gerapporteerd over andere grote bevolkingsgroepen zoals Rotterdammers van Surinaamse, Turkse en Kaapverdische afkomst, alsmede autochtonen. 2 Cijfers over deze afzonderlijke groepen worden in de grafieken en tabellen in de hoofdstukken en bijlagen gepresenteerd, echter niet in de tekst beschreven en toegelicht. In deze monitor wordt, evenals in voorgaande rapportages, informatie gepresenteerd over migratie en demografische kenmerken (hoofdstuk 2), onderwijspositie, schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (hoofdstuk 3), arbeid en uitkeringen (hoofdstuk 4) en criminaliteit (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 5 wordt ook ingegaan op de vraag of en in welke mate factoren, zoals bijvoorbeeld schoolverzuim en uitkeringsafhankelijkheid, samenhangen met criminaliteit. Deze monitor gaat in op de situatie in 2012. Daar waar mogelijk zal worden teruggeblikt op de situatie in 2005-2012. 1 2 Onder Rotterdammers van Antiliaanse afkomst worden personen verstaan waarvan een van de ouders is geboren op één van de eilanden die tot het grondgebied van de Nederlandse Antillen en Aruba van vóór 10 oktober 2010 behoorden. Het gaat om de eilanden Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius,Sint-Maarten en Aruba. Om praktische redenen worden deze groepen in de tabellen en grafieken kortweg Antillianen, Marokkanen, Surinamers, Turken en Kaapverdianen genoemd. 4
Hoofdstuk 2 Demografie Inleiding Om inzicht te krijgen in de omvang en samenstelling van Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst zetten we in dit hoofdstuk eerst hun demografische kenmerken uiteen. Achtereenvolgens gaan we in op de stand, de ontwikkeling en de prognose van het aandeel Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. Vervolgens kijken we naar de ruimtelijke spreiding, de buitenlandse en binnenlandse migratie, de generatie- en leeftijdsopbouw, de huishoudensamenstelling, tot slot kijken we naar het aandeel jonge moeders. Demografie Per 31 december 2012 wonen er in Rotterdam 22.973 personen van Antilliaanse afkomst. Zij vormen daarmee 3,7 procent van de totale Rotterdamse bevolking en zijn daarmee de op drie na grootste etnische minderheid in Rotterdam (zie figuur 2.1). Het aantal Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is aanzienlijk groter. Per 31 december 2012 wonen er in Rotterdam 41.124 personen van Marokkaanse afkomst. Zij vormen daarmee 6,7 procent van de totale Rotterdamse bevolking en zijn na de Rotterdammers van Surinaamse en Turkse afkomst de grootste etnische minderheid in Rotterdam. Onder jongeren zien we dat de percentages bij de herkomstgroepen allemaal hoger liggen. Onder de jongeren van 0 tot en met 23 jaar vormen de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst met 11,0 procent de grootste etnische minderheid, gevolgd door de jongeren van Turkse (10,5 procent), Surinaamse (8,9 procent) en Antilliaanse afkomst (5,6 procent). 5
Hoofdstuk 2 Totale bevolking Jongeren van 0 t/m 23 jaar Figuur 2.1: Rotterdammers naar afkomst 31-12-2012 (bron: RSO-OBI/GBA) Ontwikkeling van de bevolking In figuur 2.2 is de ontwikkeling van de bevolking van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst vanaf 1999 weergegeven. De lijnen geven aan hoe hoog het percentage is ten opzichte van de totale bevolking. Net als in figuur 2.1 geven we het beeld voor de hele bevolking en voor de jongeren van 0 tot en met 23 jaar. Het percentage Rotterdammers van Antilliaanse afkomst stijgt van 2,7 procent eind 1999 naar 3,7 procent eind 2012. De relatieve omvang van 0-23-jarige jongeren van Antilliaanse afkomst neemt met name in de periode 1999-2002 toe. Eind 1999 is 4,5 procent van de 0-23-jarigen van Antilliaanse afkomst, eind 2002 is dit opgelopen naar 5,5 procent. In de jaren daarna is het aandeel jongeren van Antilliaanse afkomst relatief stabiel. In figuur 2.1 zagen we dat 6,7 procent van de totale Rotterdamse bevolking van Marokkaanse afkomst is. In 1999 was dit 5,1 procent en sindsdien is het langzaam gestegen. De laatste jaren vlakt de stijging af. Bij de jongeren van Marokkaanse afkomst zien we een vergelijkbaar beeld. Het percentage stijgt van 9,8 per 31 december 1999 tot 11,0 per 31 december 2012. 6
Demografie Figuur 2.2: Ontwikkeling van het aandeel Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse herkomst, alle leeftijden en 0 t/m 23 jaar, per 31 december 1999-2012 (bron: RSO-OBI/GBA) Prognose Volgens een prognose van het COS uit 2012 groeit het aandeel Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst in de toekomst. 3 De bevolking van Antilliaanse herkomst zal toenemen naar ongerveer 29.500 in 2020 en verder naar 38.200 in 2030. Daarmee neemt het aandeel personen van Antilliaanse afkomst in de bevolking toe tot 5,8 procent in 2030. Ook de bevolking van Marokkaanse afkomst zal volgens verwachting blijven groeien. Volgens de prognose van het COS groeit de bevolking van Marokkaanse afkomst naar ruim 44.200 in 2020 en verder naar 49.800 in 2030. Daarmee neemt het aandeel personen van Marokkaanse afkomst in de bevolking toe tot 7,6 procent in 2030. 3 Bevolkingsprognose Rotterdam 2013-2030. Centrum voor Onderzoek en Statistiek 2012. 7
Hoofdstuk 2 Ruimtelijke spreiding van de bevolking van Antilliaanse afkomst In figuur 2.3a is per buurt de bevolking van Antilliaanse afkomst als aandeel van de totale Rotterdamse bevolking in de betreffende buurt gepresenteerd. Zoals al eerder gezegd is 3,7 procent van de totale Rotterdamse bevolking van Antilliaanse afkomst. Bekijken we dit gegeven per deelgemeente, dan zien we dat in Charlois, IJsselmonde, Hoogvliet en Feijenoord het aandeel Rotterdammers van Antilliaanse afkomst bovengemiddeld is. In Charlois is het aandeel personen van Antilliaanse afkomst ten opzichte van de totale bevolking met 6,8 procent het grootst. Binnen de deelgemeenten is de bevolking van Antilliaanse afkomst geconcentreerd in bepaalde buurten (zie figuur 2.3a). In de deelgemeente Charlois is er een relatief hoge concentratie personen van Antilliaanse afkomst in de Tarwewijk (8,6 procent), in Pendrecht (8,6 procent) en op de Heijplaat (7,2 procent). Andere buurten waar hoge concentraties voorkomen zijn Delfshaven (9,4 procent) in de gelijknamige deelgemeente Delfshaven, Beverwaard (9,9 procent) in de deelgemeente IJsselmonde, Hoogvliet-Noord (7,4 procent van de bevolking) in de deelgemeente Hoogvliet en Katendrecht (6,7 procent ) in de deelgemeente Feijenoord (zie ook tabel b2.2 en b2.3 in de bijlage bij dit hoofdstuk). <1% 1-2% 2-3,7% 3,7-4% 4-5% 5-6% 6-7% 7-8% >8% Figuur 2.3a: Ruimtelijke concentratie van Antillianen naar buurt (bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo) 8
Demografie Ruimtelijke spreiding van de bevolking van Marokkaanse afkomst In figuur 2.3b is per buurt de bevolking van Marokkaanse afkomst als aandeel van de totale Rotterdamse bevolking in de betreffende buurt gepresenteerd. Zoals al eerder gezegd is 6,7 procent van de totale Rotterdamse bevolking van Marokkaanse afkomst. Bekijken we dit gegeven per deelgemeente, dan zien we dat in Delfshaven (13,2 procent), Feijenoord (10,6 procent), Noord (9,8 procent), Kralingen-Crooswijk (9,7 procent) en Charlois (6,9 procent) een bovengemiddeld deel van de bevolking van Marokkaanse afkomst is. Binnen deze deelgemeenten zijn personen van Marokkaanse afkomst geconcentreerd in bepaalde buurten (zie figuur 2.3b). In de deelgemeente Delfshaven wonen relatief veel Rotterdammers van Marokkaanse afkomst in Spangen. In deze buurt is 19,2 procent van de bevolking van Marokkaanse afkomst. Andere buurten met hoge concentraties inwoners van Marokkaanse afkomst zijn Tussendijken (17,5 procent), Bospolder (17,4 procent), het Nieuwe Westen (15,2 procent), het Oude Noorden (16,7 procent), Nieuw- en Oud- Crooswijk (15,8 procent respectievelijk 18,9 procent) en Feijenoord (16,4 procent) (zie ook tabel b2.2 en b2.3 in de bijlage bij dit hoofdstuk). <2,4% 2,4-4,4% 4,4-6,6% 6,6-8,4% 8,4-10,4% 10,4-12,4% 12,4-14,4% 14,4-16,4% >16,4% Figuur 2.3b: Ruimtelijke concentratie van personen van Marokkaanse afkomst naar buurt (bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo) 9
Hoofdstuk 2 Buitenlandse migratie De afgelopen twintig jaar fluctueert het aantal immigranten van Antilliaanse afkomst dat vanuit het buitenland naar Rotterdam migreert sterk. In de periode 1988-1991 komen jaarlijks gemiddeld zo n duizend Antillianen vanuit het buitenland naar Rotterdam. In de eerste helft van de jaren negentig is de immigratie met gemiddeld ongeveer zeshonderd immigranten per jaar aanzienlijk lager. Na 1996 neemt de immigratie sterk toe met als hoogtepunt het jaar 2000. In dat jaar komen er bijna tweeduizend Antillianen naar Rotterdam. De sterke toename van het aantal immigranten wordt gevolgd door een al even scherpe afname in de jaren daarna. In 2005 komen er nog slechts 370 Antillianen naar Rotterdam. In datzelfde jaar vertrekken er bijna 1.100 vanuit Rotterdam naar het buitenland (zie figuur 2.4a). Sinds 2005 neemt de immigratie weer toe en de emigratie af. In 2007 houden de immigratie en emigratie elkaar daardoor nagenoeg in evenwicht. Van 2008 tot 2011 is er weer sprake van een vestigingsoverschot; de immigratie in 2011 betreft 941 personen en de emigratie 562 personen. In 2012 is de immigratie weer sterk gedaald naar 661 personen, waarmee deze weer in de buurt is komen te liggen van de emigratie. De emigratie ligt in 2012 namelijk op 602 personen (zie ook tabel b2.4a in de bijlage). Figuur 2.4a: Buitenlandse migratie van Antillianen 1988-2012 (bron: CBS, statline) 10
Demografie Ook het aantal immigranten van Marokkaanse afkomst dat vanuit het buitenland naar Rotterdam migreert, fluctueert in de afgelopen twintig jaar. De immigratie is het hoogst in 1989, er komen dan 1.200 Marokkanen vanuit het buitenland naar Rotterdam. De immigratie neemt vervolgens tot het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw sterk af tot ruim 400 in 1995. Vanaf 1996 neemt de immigratie vervolgens weer toe tot boven de 800 in 1998. Deze toename van het aantal immigranten uit Marokko wordt gevolgd door een geleidelijke afname in de jaren daarna. In 2008 is de immigratie bijna gelijk aan de emigratie. Vanaf 2009 daalt de emigratie enigszins waardoor er sinds dat jaar sprake is van een klein vestigingsoverschot (zie ook tabel b2.4b in de bijlage). In 2012 betreft de immigratie 208 personen. In hetzelfde jaar vertrekken er 122 personen vanuit Rotterdam naar het buitenland (zie figuur 2.4b). Figuur 2.4b: Buitenlandse migratie van Marokkanen 1988-2012 (bron: CBS, statline) 11
Hoofdstuk 2 Binnenlandse migratie De binnenlandse migratie, dat wil zeggen de personen die zich in Rotterdam vestigen vanuit een andere gemeente in Nederland of vanuit Rotterdam vertrekken naar een andere Nederlandse gemeente, fluctueert minder sterk dan de buitenlandse migratie. Dit geldt zowel voor de bevolking van Antilliaanse afkomst als voor de bevolking van Marokkaanse afkomst. Gegevens in figuur 2.5a laten zien dat zowel vestiging als vertrek van Rotterdammers van Antilliaanse afkomst van 2002 tot 2007 is afgenomen. Van ongeveer 1.400 in 2002 tot rond de 1.000 in 2007. Het aantal vestigers is na 2007 elk jaar gestegen, Het aantal vetrekkers stijgt na 2008. Figuur 2.5a maakt ook duidelijk dat vestiging en vertrek elkaar gemiddeld genomen redelijk in evenwicht hielden. Sinds 2008 is het verschil tussen het aantal vestigers en vertrekkers relatief groot, en is er sprake van een vestigingsoverschot. In 2012 vestigen zich 1.393 Nederlanders van Antilliaanse afkomst vanuit een andere gemeente in Nederland zich in Rotterdam en vertrekken er 1.180 naar een andere gemeente. Figuur 2.5a: Binnenlandse migratie van Antilliaanse Nederlanders 2000-2012 (bron: RSO- OBI) 12
Demografie Onder de bevolking van Marokkaanse afkomst ligt het aantal vestigers en vertrekkers lager dan onder de bevolking van Antilliaanse afkomst. Onder de bevolking van Marokkaanse afkomst zien we vanaf 2001 een klein vertrekoverschot. Dat wil zeggen dat er meer Nederlanders van Marokkaanse afkomst vanuit Rotterdam vertrekken naar andere gemeenten dan dat Nederlanders van Marokkaanse afkomst uit andere gemeenten naar Rotterdam verhuizen. Sinds 2008 liggen het aantal vestigers en vertrekkers dicht bij elkaar. In 2012 vestigen zich 821 Nederlanders van Marokkaanse afkomst en vertrekken er 903. Figuur 2.5b: Binnenlandse migratie van Marokkaanse Nederlanders 2000-2010 (bron: RSO-OBI) 13
Hoofdstuk 2 Generatie Van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst is ruim een derde (35,7 procent) in Nederland geboren (zie figuur 2.6). Figuur 2.6: Rotterdammers naar generatie en afkomst 31-12-2012 (bron: RSO-OBI/GBA) De tweede generatie Rotterdammers van Antilliaanse afkomst is in relatieve zin veel kleiner dan de tweede generatie Rotterdammers van Marokkaanse afkomst. Van de Antilliaanse bevolking is iets meer dan een derde (35,7 procent) van de tweede generatie (in Nederland geboren personen met één of twee in het herkomstland geboren ouders). Van de bevolking van Marokkaanse afkomst is meer dan de helft (54,5 procent) van de tweede generatie. De tweede generatie onder Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is daarmee in relatieve zin de grootste van alle onderscheiden bevolkingsgroepen. 14
Demografie Leeftijd In figuur 2.7 wordt de leeftijdsopbouw van Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst vergeleken met andere minderheden in Rotterdam. Van de bevolking van Antilliaanse afkomst is 27,9 procent jonger dan 17 jaar. De bevolking van Marokkaanse afkomst heeft met 36,6 procent het grootste aandeel minderjarigen (0-17 jaar). In vergelijking tot de andere onderscheiden groepen is het aandeel jongeren onder Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst groot. Ongeveer een vijfde (18,8 procent) van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst en bijna een kwart (24,9 procent) van de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is jonger dan twaalf jaar. Van de Rotterdamse bevolking is gemiddeld 13,4 procent jonger dan twaalf jaar. Figuur 2.7: Rotterdammers naar leeftijd en afkomst 31-12-2012 (bron: RSO-OBI/GBA) 15
Hoofdstuk 2 Figuur 2.8a laat zien dat er een sterke samenhang is tussen leeftijd en generatie. Het grootste deel van de Rotterdamse kinderen van Antilliaanse afkomst is in Rotterdam geboren (2 e generatie). In de leeftijdsgroep 15 t/m 19 jaar is de eerste generatie van Antilliaanse afkomst al ongeveer even groot als de tweede generatie. Vanaf de leeftijdsgroep 45 jaar en ouder zijn er nauwelijks nog tweede generatie Rotterdammers van Antilliaanse afkomst. Figuur 2.8a: Bevolking van Antilliaanse afkomst naar leeftijd en generatie 31-12-2012 (bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo) 16
Demografie Voor de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst geldt nog sterker dat het grootste deel van de jongeren in Nederland is geboren (2 e generatie) (figuur 2.8b). Vanaf de leeftijdsgroep 25 t/m 29 jaar is het aantal eerste generatie Rotterdammers van Marokkaanse afkomst groter dan de tweede generatie. Vanaf de leeftijdsgroep 35 t/m 39 jaar zijn er nauwelijks nog tweede generatie Rotterdammers van Marokkaanse afkomst. Figuur 2.8b: Bevolking van Marokkaanse afkomst naar leeftijd en generatie 31-12-2012 (bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo) 17
Hoofdstuk 2 Personen in huishoudens Van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst is 40,7 procent alleenstaand. Dit is iets hoger dan het gemiddelde in Rotterdam (30,6 procent). Het aandeel eenouderhuishoudens onder de Rotterdamse bevolking van Antilliaanse afkomst is veel groter dan gemiddeld. Van de kinderen van Antilliaanse afkomst woont het merendeel in een gezin met één ouder. Onder de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is het aandeel eenouderhuishoudens juist relatief klein. De grote meerderheid van de Rotterdamse kinderen van Marokkaanse afkomst woont dan ook in een gezin met twee ouders. Meer dan een kwart van de personen van Marokkaanse afkomst woont samen met een partner en kinderen (zie figuur 2.9, tabel b2.5). Figuur 2.9: Personen naar gezinssituatie en afkomst 31-12-2012 (bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo) 18
Demografie Jonge moeders Per 31 december 2012 wonen er in Rotterdam 2.181 vrouwen van Antilliaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar. Hiervan hebben er 335 één of meerdere kinderen. Van de Rotterdamse vrouwen van Antilliaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar is dus 15,4 procent moeder (zie ook tabel b2.6 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Per 31 december 2012 wonen er in Rotterdam 2.912 vrouwen van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar. Hiervan hebben er 149 één of meerdere kinderen. Dit betekent dat 5,1 procent van de vrouwen van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar moeder is (zie ook tabel b2.6 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Dit is iets lager dan gemiddeld in Rotterdam (6,2 procent) en veel lager dan het percentage onder jonge vrouwen van Antilliaanse, Kaapverdiaanse en Surinaamse afkomst. Figuur 2.10 geeft het percentage moeders weer onder de vrouwelijke bevolking van 16 t/m 23 jaar waarbij onderscheid is gemaakt in drie leeftijdsklassen. We zien dat 1,1 procent van de meisjes van Antilliaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 17 jaar moeder is. Het aantal tienermoeders onder meisjes van Antilliaanse afkomst is dus beperkt, maar wel groter dan gemiddeld (0,4 procent). Onder de jongvolwassen vrouwen van Antilliaanse afkomst van 18 t/m 20 jaar en 21 t/m 23 jaar is het percentage moeders respectievelijk 10,8 procent en 24,1 procent. Ook binnen deze leeftijdscategorieën is het aandeel moeders substantieel groter dan gemiddeld. We zien dat moederschap onder vrouwen van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 15 t/m 20 jaar niet of nauwelijks voorkomt. Van de vrouwen van Marokkaanse afkomst van 21 t/m 23 jaar is het percentage moeders met 11,8 procent veel lager dan onder vrouwen van Antilliaanse afkomst in dezelfde leeftijdscategorie. Van de jonge moeders van Marokkaanse afkomst heeft een relatief groot deel een partner (zie tabel b2.7), namelijk 67,8 procent. Van de jonge moeders van Antilliaanse afkomst heeft veruit het grootste deel juist geen partner. Van de 335 jonge moeders van Antilliaanse afkomst is 88,7 procent alleenstaand. 19
Hoofdstuk 2 Figuur 2.10: Aandeel moeders naar leeftijd en afkomst 31-12-2012 (bron: RSO-OBI, bewerking Risbo) Jonge moeders 2004-2012 Het aandeel jonge moeders is in vergelijking met situatie eind 2004 gedaald. Eind 2004 was 21,6 procent van de meisjes van Antilliaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar moeder, per eind 2012 is dit gedaald naar 15,4 procent. In de jongste leeftijdsgroep, van 16 t/m 17 jaar, zien we deze daling ook, van 4,4 procent eind 2004 naar 1,1 procent eind 2012 (zie tabel b2.8 in de bijlage). Het aandeel jonge moeders van Marokkaanse afkomst is ook sterk gedaald in de afgelopen jaren. Eind 2004 was 11,5 procent van de meisjes van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar moeder, eind 2012 is dit gedaald naar 5,1 procent. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2011 toen 4,7 procent van de jonge vrouwen van Marokkaanse afkomst moeder was. Voor de meeste andere bevolkingsgroepen zien we een soortgelijke trend (zie tabel b2.8 in de bijlage). 20
Hoofdstuk 3 Onderwijs Inleiding In dit hoofdstuk gaan we in op de onderwijssituatie van Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. Er wordt stilgestaan bij hun positie in het basis onderwijs, het voortgezet onderwijs en het mbo. Tevens wordt er gerapporteerd over (relatief) schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten. In onderstaande figuur is het Nederlandse onderwijsstelsel schematisch weergegeven. 4 e Figuur 3.0: Het Nederlandse onderwijsstelsel (bron: CBS) 4 Onderwijs wordt door de overheid dermate belangrijk geacht dat in 2007 de leerplichtige leeftijd is uitgebreid van zestien naar achttien jaar. Het doel hiervan is schoolverzuim en schooluitval onder zestienjarige tot achttienjarige jongeren terug te dringen. Per 1 augustus 2007 geldt de kwalificatieplicht. Alle leerlingen blijven volledig leerplichtig tot het einde van het schooljaar waarin ze zestien jaar worden. Na het laatste schooljaar van de leerplicht begint de kwalificatieplicht. Met de kwalificatieplicht wordt de leerplicht verlengd tot de dag dat de leerling een startkwalificatie heeft gehaald, of tot de dag dat de leerling 18 jaar wordt. Een startkwalificatie is een havo-, vwo- of mbo-niveau 2-, 3-, of 4- diploma. 21
Hoofdstuk 3 Leerlingen van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst in het basisonderwijs In Nederland is ieder kind vanaf vijf jaar verplicht om naar school te gaan. Leerlingen verlaten het basisonderwijs in elk geval aan het einde van het schooljaar waarin zij veertien jaar worden. Onderstaande analyse heeft betrekking op Rotterdamse kinderen in de leeftijd van vijf tot en met dertien jaar. Veruit het grootste deel van deze kinderen volgt het reguliere basisonderwijs. Daarnaast krijgt een deel les op een school voor speciaal basisonderwijs. Het speciaal basisonderwijs is bedoeld voor kinderen die meer hulp nodig hebben bij de opvoeding en het leren dan het reguliere basisonderwijs kan bieden. Vergeleken met scholen voor regulier basisonderwijs hebben scholen voor speciaal basisonderwijs kleinere groepen leerlingen en beschikken ze over meer afzonderlijke deskundigen om de leerlingen met leer- en gedragsproblemen te begeleiden (CBS 2008:31). Figuur 3.1 laat zien dat een aanzienlijk deel (6,6 procent) van de kinderen van Antilliaanse afkomst dit type onderwijs volgt. Het aandeel kinderen van Marokkaanse afkomst dat speciaal basisonderwijs volgt is met 3,1 procent vergelijkbaar met het gemiddelde in Rotterdam. Figuur 3.1: Kinderen in het speciaal (basis)onderwijs naar afkomst, schooljaar 2011/2012 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Daarnaast zijn er de speciale scholen. Speciale scholen zijn bedoeld voor basis- en voortgezet onderwijs aan leerlingen met een functiebeperking. Het gaat hier om kinderen met een visuele, auditieve of lichamelijke handicap. Daarnaast bieden deze scholen plaats aan zeer moeilijk lerende of moeilijk 22
Onderwijs opvoedbare kinderen en langdurig zieken. Van de kinderen van Antilliaanse afkomst zit 4,7 procent op zo n speciale school. Ook dit cijfer is aanzienlijk hoger dan gemiddeld. Van de kinderen van Marokkaanse afkomst zit 2,2 procent op zo n speciale school. Dit cijfer is relatief laag. Uitsplitsing naar geslacht laat zien dat jongens van Antilliaanse afkomst relatief vaker speciaal (basis) onderwijs volgen dan meisjes van Antilliaanse afkomst. Dit verschil tussen jongens en meisjes zien we ook bij de andere onderscheiden bevolkingsgroepen (zie tabel b3.1 in bijlage). Tussen de jongens en meisjes van Marokkaanse afkomst zien we weinig verschil. Leerlingen van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst in het voortgezet onderwijs De analyse in deze paragraaf heeft betrekking op Rotterdamse schoolgaande jongeren in de leeftijd van 12 t/m 22 in het voortgezet onderwijs. Het voortgezet onderwijs is onderverdeeld in het praktijkonderwijs, het vmbo, de havo en het vwo. Daarnaast is er het speciaal onderwijs voor leerlingen met een functiebeperking. Figuur 3.2: Jongeren (12 t/m 22 jaar) in het speciaal en praktijkonderwijs, schooljaar 2011/2012 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Uit figuur 3.2 wordt duidelijk dat een aanzienlijk deel van de Rotterdamse jongeren van Antilliaanse afkomst speciaal onderwijs of praktijkonderwijs volgt. Het aandeel van de jongeren van Marokkaanse afkomst dat speciaal 23
Hoofdstuk 3 onderwijs of praktijkonderwijs volgt is daarentegen nauwelijks hoger dan gemiddeld. Het praktijkonderwijs is ontstaan uit het speciaal voortgezet onderwijs en herbergt jongeren met leer- en opvoedmoeilijkheden. Uitsplitsing naar geslacht laat zien dat jongens van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst relatief vaker speciaal onderwijs of praktijkonderwijs volgen dan meisjes van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. Dit verschil tussen jongens en meisjes zien we bij nagenoeg alle onderscheiden bevolkingsgroepen (zie tabel b3.2 in de bijlage). Het aandeel meisjes van Antilliaanse afkomst in het praktijkonderwijs is ten opzichte van de meisjes en jongens van andere afkomst overigens groot. Figuur 3.3: Jongeren (12 t/m 22 jaar) in bovenbouw van het voortgezet onderwijs schooljaar 2011/2012 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Figuur 3.3 gaat specifiek in op de bovenbouw van het voortgezet onderwijs. Leerlingen in het speciaal onderwijs, het praktijkonderwijs en de onderbouw (de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs) zijn in deze figuur buiten beschouwing gelaten. Van de totale groep leerlingen in de bovenbouw zit bijna de helft op het vmbo (47,7 procent). Onder jongeren van Antilliaanse afkomst is dit aandeel met 73,7 procent veel hoger. Tevens zien we dat binnen het vmbo jongeren van Antilliaanse afkomst veel vaker dan gemiddeld de lagere leerwegen (de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg) van het vmbo volgen en daarbij ook relatief vaak een indicatie hebben voor het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo). Dit betekent dat zij meer 24
Onderwijs ondersteuning en individuele begeleiding nodig hebben bij het volgen van het vmbo. Ook onder jongeren van Marokkaanse afkomst is het aandeel vmbo-ers met 64,5 procent hoger dan het gemiddelde van 47,7 procent. Zij doen het daarmee wel beter dan jongeren van Antilliaanse afkomst. Ook van de jongeren van Marokkaanse afkomst volgt een bovengemiddeld aandeel de lagere leerwegen (de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg) van het vmbo. Uitsplitsing naar geslacht laat zien dat een groter aandeel van de meisjes van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst havo of vwo volgt dan van de jongens. Bij de totale Rotterdamse bevolking is dit verschil er niet (zie tabel b3.3 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Deelnemers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst in het mbo De analyse in deze paragraaf heeft betrekking op Rotterdamse schoolgaande jongeren in de leeftijd van 15 t/m 22 in het mbo. Het mbo kent met name in de beroepsbegeleidende leerweg een aanzienlijk aantal deelnemers dat ouder is dan 22 jaar. Deze deelnemers blijven hier noodgedwongen buiten beschouwing omdat er geen gegevens over beschikbaar zijn. Figuur 3.4: Jongeren (15 t/m 22 jaar) in het mbo schooljaar 2011/2012 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Figuur 3.4 laat zien dat van alle deelnemers van Antilliaanse afkomst aan het mbo 15,7 procent een assistent-opleiding, dat wil zeggen een opleiding op 25
Hoofdstuk 3 het laagste niveau binnen het middelbaar beroepsonderwijs, volgt. Dit percentage is veel hoger dan gemiddeld. Verder zien we dat 34,4 procent van de deelnemers van Antilliaanse afkomst de basisberoepsopleiding (niveau 2) en 25,1 procent de vakopleiding (niveau 3) volgt. Bijna een kwart van de bevolking van Antilliaanse afkomst in het mbo volgt een opleiding op het hoogste niveau, namelijk een middenkader- of specialistenopleiding (24,8 procent). Zij blijven daarmee achter bij het gemiddelde van de mbo studenten in Rotterdam. In vergelijking met de jongens volgen meer meisjes van Antilliaanse afkomst een opleiding op het mbo 3 niveau, en minder meisjes een opleiding op niveau 1 (zie tabel b3.4 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Het niveau waarop deelnemers van Marokkaanse afkomst mbo onderwijs volgen komt min of meer overeen met het niveau van alle Rotterdamse deelnemers aan het mbo. 7,9 procent doet een assistent-opleiding, dat wil zeggen een opleiding op het laagste niveau binnen het mbo. Bij een derde (31,9 procent) van de deelnemers van Marokkaanse afkomst volgt een mboopleiding op niveau 2. Bijna een kwart (23,2 procent) volgt de vakopleiding (niveau 3). Verder zien we dat ruim een derde van de deelnemers van Marokkaanse afkomst een mbo opleiding volgt op niveau 4 (37,0 procent). Dit percentage is iets lager dan het gemiddelde van 39,1 procent. Van de meisjes van Marokkaanse afkomst volgt een groter deel een opleiding op niveau 3 of niveau 4 dan van de jongens van Marokkaanse afkomst (zie tabel b3.4 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Absoluut schoolverzuim Als een leerplichtige leerling langer dan vier weken niet is ingeschreven op een school is er sprake van absoluut verzuim. Het totaal aantal gevallen van absoluut verzuim is beperkt. Uitsplitsing naar bevolkingsgroep laat zien dat in 2011/2012 0,9 procent van de jongeren van Antilliaanse afkomst in de leeftijd 5 t/m 17 jaar langer dan vier weken niet was ingeschreven op een school. Voor de jongeren van Marokkaanse afkomst geldt dit voor 0,5 procent (zie tabel b3.5 in bijlage). Het gemiddelde percentage absoluut verzuim ligt eveneens op 0,5 procent. 5 5 In totaal zijn er in 2011/2012 759 gevallen van (vermoedelijk) absoluut verzuim geregistreerd. Hiervan kan slechts een deel (418) worden gekoppeld aan de in de GBA ingeschreven bevolking per 1-1-2012. Mogelijk gaat het in de resterende 341 absoluut verzuimgevallen deels om personen die zich na 1 januari 2012 in de GBA hebben ingeschreven. Het gepresenteerde absoluut verzuimcijfer is dus per definitie een onderschatting. 26
Onderwijs Relatief schoolverzuim Als een leerling incidenteel of geregeld ongeoorloofd afwezig is, is er sprake van relatief verzuim. Relatief verzuim dat korter duurt dan drie dagen of dan een achtste van de lestijd binnen vier weken hoeft wettelijk niet te worden gemeld door de school. In de praktijk doen veel scholen dat echter wel, daarbij aangespoord door Leerplicht. Als het relatief verzuim langer duurt, is het volgens de Leerplichtwet 1969 zorgwekkend en is de school wel verplicht om het verzuim te melden (JOS 2007: 64). 6 In figuur 3.5 is het aandeel leerlingen in de leeftijd van 5 t/m 17 jaar opgenomen dat in Rotterdam woont en van wie in schooljaar 2011/2012 minimaal één verzuimincident is gemeld. Figuur 3.5: Relatief schoolverzuim in schooljaar 2011/2012 naar afkomst (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Van alle leerlingen in deze leeftijdscategorie heeft in het schooljaar 2011/2012 5,3 procent minimaal één keer verzuimd. Van de jongeren van Antilliaanse afkomst heeft een veel groter deel (10,8 procent) verzuimd. Onder jongeren van Marokkaanse afkomst is het verzuim met 6,4 procent iets hoger dan gemiddeld, maar veel lager dan onder jongeren van Antilliaanse afkomst. Het schoolverzuim onder leerlingen van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst is wel hoger dan onder de totale populatie Rotterdamse leerlingen waarvan 5,3 procent verzuimd. Uitsplitsing naar geslacht, generatie en leeftijd laat zien dat jongens vaker verzuimen dan meisjes. Dit geldt ook voor leerlingen van Antilliaanse en 6 JOS (2007). Jaarverslag Leerplicht, schooljaar 2005-2006. Rotterdam: JOS 27
Hoofdstuk 3 Marokkaanse afkomst. Het verzuim bij de eerste generatie jongeren van Antilliaanse afkomst (jongeren die geboren zijn in het afkomstland) is aanmerkelijk hoger dan in de tweede generatie (jongeren die in Nederland zijn geboren met een Antilliaanse vader en/of moeder). Dit geldt tevens voor leerlingen van Marokkaanse afkomst en voor de andere onderscheiden herkomstgroepen. Vanaf de leeftijd van 13 jaar is er een sterke toename van het relatieve schoolverzuim. Van de Rotterdamse leerlingen van Antilliaanse afkomst in de leeftijd van 5 t/m 8 jaar en van 9 t/m 12 jaar verzuimen respectievelijk 5,7 en 4,3 procent. Na de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs neemt het verzuim sterk toe naar 16,4 procent onder 13-14-jarige leerlingen van Antilliaanse afkomst (figuur 3.6a). Het verzuim is het hoogst onder 15, 16 en 17-jarigen. Hiervan komt in het schooljaar 2011/2012 respectievelijk 22,4, 21,0 en 22,0 procent in aanraking met leerplicht omdat zij één of meerdere keren ongeoorloofd van school afwezig waren. Figuur 3.6a: Relatief schoolverzuim Rotterdammers van Antilliaanse afkomst in schooljaar 2011/2012 naar achtergrondkenmerken (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Van de Rotterdamse leerlingen van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 5 t/m 12 jaar verzuimt ongeveer 2 procent. Na de overgang van het basisonderwijs naar het voortgezet onderwijs neemt ook bij deze groep het verzuim sterk toe naar 8,5 procent onder de 13-14-jarigen en 15,6 procent onder 15-jarigen. Onder Rotterdamse jongeren van Marokkaanse afkomst is het verzuim het hoogst onder 17-jarigen, 20,4 procent van deze groep is in 28
Onderwijs het schooljaar 2011/2012 één of meerdere keren ongeoorloofd van school afwezig geweest (zie figuur 3.6b en tabel b3.6 in bijlage). schoolverz (5-17) 6,4 1e generatie 8,5 2e generatie 6,3 Mannen Vrouwen 6,0 6,9 5-8 jaar 9-12 jaar 1,8 2,4 13-14 jaar 8,5 15 jaar 15,6 16 jaar 19,3 17 jaar 20,4 0,0 5,0 10,0 15,0 20,0 25,0 Figuur 3.6b: Relatief schoolverzuim Rotterdammers van Marokkaanse afkomst in schooljaar 2011/2012 naar achtergrondkenmerken (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Relatief schoolverzuim 2004/2005 tot en met 2011/2012 Figuur 3.7 toont het aandeel leerlingen in de leeftijd van 5 t/m 17 jaar dat in Rotterdam woont en van wie minimaal één verzuimincident is gemeld voor de periode 2004/2005 tot en met 2011/2012. Het verzuim onder alle Rotterdamse leerlingen neemt in deze periode toe van 3,0 procent in 2004/2005 naar 5,3 procent in 2011/2012. De stijging is vooral sinds 2008/2009 te zien. De scherpe stijging van de afgelopen jaren komt niet doordat er veel meer wordt verzuimd, maar wordt waarschijnlijk voornamelijk veroorzaakt doordat er meer en beter gemeld wordt. 7 Onder leerlingen van Antilliaanse afkomst is het verzuim ten opzichte van 2009/2010 in 2010/2011 gestegen van 9,8 procent naar 11,4 procent. In 2011/2012 is dit percentage enigszins gedaald naar 10,8 procent. Het verzuim onder leerlingen van Marokkaanse afkomst nam in de periode 7 Met name in het voortgezet onderwijs en op het mbo is er sterk stijgend aantal verzuimmeldingen. Dat het mbo meer is gaan melden, komt niet doordat er meer verzuimd wordt, maar doordat deze scholen mede door het project verzuimaanpak op het Jongerenloket, er steeds meer op gewezen worden dat ongeoorloofd verzuim gemeld moet worden. De stijging van het aantal verzuimmeldingen op in het voortgezet onderwijs heeft te maken met de steeds betere samenwerking tussen Leerplicht en school. Leerplicht heeft veel voorlichting gegeven op de scholen en verzocht het verzuim eerder te melden. Hierdoor kan het verzuim preventiever worden aangepakt (Jaarverslag Leerplicht 2009-2010, p14-15, Rotterdam: JOS). 29
Hoofdstuk 3 2009/2010 tot 2010/2011 van 4,9 procent naar 6,2 procent in 2010/2011. Afgelopen schooljaar 2011/2012 is dit percentage nog iets verder gestegen tot 6,4 procent. Ook onder de leerlingen van de meeste andere onderscheiden bevolkingsgroepen zien we dat de stijging afgelopen schooljaar iets is afgevlakt. Figuur 3.7: Relatief schoolverzuim naar afkomst 2004/2005 tot en met 2011/2012 (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Nieuwe voortijdig schoolverlaters Een andere indicator voor de onderwijspositie is het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters (vsv-ers). Onder de nieuwe vsv-ers worden alle leerlingen van 12 tot 23 jaar verstaan, die in een schooljaar zonder startkwalificatie (diploma van havo, vwo of mbo met minimaal niveau 2) het onderwijs verlaten. Voor de berekening van het percentage nieuwe vsv-ers is het aantal nieuwe vsv-ers in het schooljaar 2011/2012 gedeeld door het totaal aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs in de leeftijd van 12 tot 23 jaar in Rotterdam en vermenigvuldigd met 100%. 8 In figuur 3.8 is het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters in schooljaar 2011/2012 gepresenteerd. Van alle Rotterdamse 12 tot 23-jarige onderwijsdeelnemers heeft in schooljaar 2011/2012 5,2 8 De hier gehanteerde definitie van nieuwe voortijdig schoolverlaters sluit aan bij de definitie van het Ministerie van OCW. Het betreft voorlopige cijfers die in maart beschikbaar komen. De definitieve cijfers komen in oktober beschikbaar. In voorgaande rapportages werd een andere definitie van voortijdig schoolverlaten gehanteerd. Voor de cijfers op basis van deze oude definitie wordt verwezen naar tabel b3.10 en b3.11 in de bijlage bij dit hoofdstuk. 30
Onderwijs procent de school voortijdig verlaten. Het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters onder Rotterdammers van Antilliaanse afkomst is met 8,9 procent aanzienlijk hoger dan dit gemiddelde. Het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters onder Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is met 5,6 procent iets hoger dan gemiddeld maar duidelijk lager dan het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters onder Rotterdammers van Antilliaanse afkomst. Figuur 3.8: Aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters (12 tot 23 jaar) in schooljaar 2011/2012 naar afkomst (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters onder de eerste generatie is groter dan onder de tweede generatie. Dit beeld zien we zowel bij jongeren van Antilliaanse afkomst als bij jongeren van Marokkaanse afkomst (zie figuur 3.9a/b en tabel b3.8 in bijlage). 9 Onder jongens is het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters groter dan onder meisjes. Ook dit beeld zien we zowel bij jongeren van Antilliaanse als bij jongeren van Marokkaanse afkomst (en de jongeren van andere afkomst). Onder Rotterdamse meisjes van Antilliaanse afkomst is het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters 6,8 procent, onder jongens van Antilliaanse afkomst 11,2 procent. Van de Rotterdamse meisjes van Marokkaanse afkomst heeft in schooljaar 2011/2012 3,3 procent de school voortijdig verlaten en van de jongens van 9 Het verschil tussen de eerste en tweede generatie is grotendeels het gevolg van het verschil in de leeftijdsopbouw. Onder de eerste generatie Marokkaanse Nederlanders is het aandeel 17-22- jarigen groter dan onder de tweede generatie en het aandeel vsv-ers onder 17- t/m 22-jarige jongeren is veel groter dan onder de 12 t/m 16-jarige jongeren. 31
Hoofdstuk 3 Marokkaanse afkomst 8,1 procent. Verder zien we dat voortijdig schoolverlaten vooral voorkomt onder jongeren vanaf 17 jaar. 10 Figuur 3.9a: Aandeel nieuwe vsv-ers (12 tot 23 jaar) van Antilliaanse afkomst in schooljaar 2011/2012 naar achtergrondkenmerken (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) Figuur 3.9b: Aandeel nieuwe vsv-ers (12 tot 23 jaar) van Marokkaanse afkomst in schooljaar 2011/2012 naar achtergrondkenmerken (bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, bewerking Risbo) 10 Dit is logisch omdat 12 t/m 16-jarige jongeren leerplichtig zijn. 32
Onderwijs Voortijdig schoolverlaten 2008/2009-2011/2012 Het aandeel nieuwe vsv-ers onder Rotterdamse 12 tot 23-jarige onderwijsdeelnemers is gedaald van 6,0 procent in schooljaar 2010/2011 naar 5,2 procent in schooljaar 2011/2012. 11 Onder jongeren van Antilliaanse afkomst is het aandeel nieuwe voortijdig schoolverlaters gedaald van 10,5 procent in schooljaar 2010/2011 naar 8,9 procent in schooljaar 2011/2012. Ook onder jongeren van Marokkaanse afkomst is het aandeel nieuwe vsv-ers gedaald. In schooljaar 2010/2011 verliet 6,7 procent van de jongeren van Marokkaanse afkomst de school voortijdig, in schooljaar 2011/2012 is dat 5,6 procent (zie figuur 3.10). Figuur 3.10: Aandeel voortijdig schoolverlaters naar afkomst, schooljaar 2008/2009 t/m schooljaar 2011/2012, voorlopige cijfers (bron: DUO, bewerking Risbo) 11 De gepresenteerde cijfers over nieuwe voortijdig schoolverlaters zijn vanwege de vergelijkbaarheid voor alle schooljaren steeds gebaseerd op voorlopige cijfers. De voorlopige cijfers kunnen afwijken van definitieve cijfers die steeds per oktober beschikbaar komen. 33
Hoofdstuk 4 Arbeid en uitkeringen Inleiding In dit hoofdstuk gaan we in op de arbeids- en uitkeringsituatie van de Rotterdamse bevolking van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. Er wordt gerapporteerd over: het aandeel en de achtergrondkenmerken van nietwerkende werkzoekenden en uitkeringsontvangers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. 12 Daarbij maken we onderscheid tussen de hele beroepsbevolking van 15 tot en met 64 jaar en zoomen we in op de jongeren van 16 tot en met 23 jaar. Werkzoekenden van 15 tot en met 64 jaar Eind 2012 is van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst van 15 tot en met 64 jaar 17,4 procent als niet-werkende werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf ingeschreven (zie figuur 4.1). Het aandeel werkzoekenden van Antilliaanse afkomst is daarmee bovengemiddeld, maar wel lager dan onder de bevolking van Marokkaanse afkomst waarvan per eind 2012 18,1 procent als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf is geregistreerd. Figuur 4.1: Werkzoekenden (15-64 jaar) als % van de bevolking, 31-12-2012 (bron: UWV WERKbedrijf, bewerking Risbo) 12 Het betreft uitkeringen in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB), de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) of de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers, respectievelijk Zelfstandigen (IOAW en IOAZ). 35
Hoofdstuk 4 Ontwikkeling werkzoekenden van 1999 tot en met 2012 Het percentage werkzoekenden onder Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst is aanzienlijk, maar is sinds eind 2003 wel sterk afgenomen. Per 31 december 2003 was 27,2 procent van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst werkzoekend. Per 31 december 2008 was dit met zestien procentpunten gedaald tot 11,3 procent. De afgelopen vier jaar is er een stijging te zien. Per 31 december 2012 is 17,4 procent van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst werkzoekend. Ook onder de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst neemt het aandeel werkzoekenden van 2003 tot 2008 sterk af. Eind 2003 was 26,2 procent van de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst werkzoekend. Sindsdien is dit met tien procentpunten gedaald tot 15,3 procent per 31 december 2010 (zie figuur 4.2). Sinds 2010 is het percentage werkzoekenden onder de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst, net als bij de andere onderscheiden groepen, weer aan het oplopen. In het afgelopen jaar is het percentage werkzoekenden van Marokkaanse afkomst met 2,3 procentpunt gestegen. Het percentage werkzoekenden van Antilliaanse afkomst met maar liefst 3,3 procentpunt. Overigens zien we ook onder de totale bevolking een forse stijging van het aandeel werkzoekenden in het afgelopen jaar. Figuur 4.2: Aandeel werkzoekenden (15-64 jaar) ultimo 1999-2012 (bron: UWV WERKbedrijf /RSO-OBI, bewerking Risbo) 36
Arbeid en uitkeringen Werkzoekende jongeren 16 tot en met 23 jaar Het aandeel werkzoekenden onder Rotterdamse jongeren is duidelijk lager dan onder de hele bevolking. Van de jongere Rotterdammers van Antilliaanse afkomst van 16 tot en met 23 jaar is 4,9 procent als niet-werkende werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf ingeschreven (zie figuur 4.3). Het aandeel werkzoekenden van Antilliaanse afkomst is daarmee groter dan gemiddeld. Van de jongeren van Marokkaanse afkomst was eind 2012 5,1 procent als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf geregistreerd. Figuur 4.3: Werkzoekende jongeren (16-23 jaar) als % van de bevolking, 31-12-2012 (bron: UWV WERKbedrijf, bewerking Risbo) Ontwikkeling werkzoekende jongeren van 1999 tot en met 2012 Het verloop van het aandeel jongere werkzoekenden laat een sterke daling zien van 2003 tot 2008 (zie figuur 4.4). Daarna neemt het aandeel werkzoekenden weer toe. De jeugdwerkloosheid onder jongeren van Antilliaanse afkomst is in de periode 2003 tot 2008 sterker gedaald dan gemiddeld. Eind 2003 was het aandeel werkzoekenden met 17,2 procent nog zeer hoog, deze daalde tot 3,4 procent eind 2008. Eind 2011 is de jeugdwerkloosheid onder Rotterdamse jongeren van Antilliaanse afkomst gestegen naar 6,3 procent. Per december 2012 is deze weer gedaald tot 4,9 procent. Het percentage werkzoekenden onder jongeren van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar daalde van 13,1 procent eind 2003 tot 2,5 procent in eind 2008. Ook onder deze groep is de werkloosheid daarna 37
Hoofdstuk 4 toegenomen tot 6,5 procent per eind 2011. Per 31 december 2012 is het percentage werkzoekenden onder jongeren van Marokkaanse afkomst weer gedaald tot 5,1 procent. Figuur 4.4: Aandeel werkzoekenden jongeren (16-23 jaar) ultimo 1999-2012 (bron: UWV WERKbedrijf /RSO-OBI, bewerking Risbo) Werkzoekenden van Antilliaanse afkomst naar achtergrondkenmerken Van alle Rotterdamse jongeren in de leeftijd van 15 t/m 24 jaar is 3,8 procent als werkzoekende ingeschreven bij UWV WERKbedrijf (zie tabel b4.1 in de bijlage). Het aandeel werkzoekenden onder jongeren van Antilliaanse afkomst in deze leeftijdsgroep is met 5,3 procent dus hoger dan gemiddeld. In de oudere leeftijdsgroepen ligt het percentage werkzoekenden aanzienlijk hoger. Onder de 45 t/m 54-jarigen van Antilliaanse afkomst zien we het hoogste percentage werkzoekenden. Een kwart (25,3 procent) van deze groep is werkzoekend. Het percentage werkzoekenden van Antilliaanse afkomst onder de eerste generatie is met 19,9 procent veel hoger dan onder de tweede generatie (8,2 procent). Dit is deels het gevolg van het verschil in leeftijdsopbouw tussen de eerste en tweede generatie. De tweede generatie is gemiddeld genomen veel jonger en het aandeel werkzoekenden onder jongeren is veel kleiner dan onder ouderen. Om te voorkomen dat het verschil in het aandeel werkzoekenden tussen generaties onterecht wordt toegeschreven aan een generatie-effect, terwijl er eigenlijk sprake is van een leeftijdseffect corrigeren we voor verschillen in leeftijdsopbouw van de generaties. In tabel 38
Arbeid en uitkeringen b4.1 is dit gedaan door de generaties te vergelijken binnen de onderscheiden leeftijdsgroepen. Ook na deze correctie is het percentage werkzoekenden onder de eerste generatie Rotterdammers van Antilliaanse afkomst (met uitzondering van de jongste leeftijdscategorie) aanzienlijk hoger dan onder de tweede generatie. Het aandeel werkzoekenden onder mannen van Antilliaanse afkomst is met 17,6 procent iets hoger dan het aandeel werkzoekenden onder vrouwen van Antilliaanse afkomst (17,2 procent). Figuur 4.5a: Werkzoekenden van Antilliaanse afkomst als % van de bevolking naar achtergrondkenmerken, 31-12-2012 (bron: UWV WERKbedrijf, bewerking Risbo) Werkzoekenden van Marokkaanse afkomst naar achtergrondkenmerken Het aandeel werkzoekenden onder jongeren van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 15 t/m 24 jaar is met 5,5 procent hoger dan het gemiddelde onder de Rotterdamse bevolking (3,8 procent) (zie ook tabel b4.1 in de bijlage). In de oudere leeftijdsgroepen van de bevolking van Marokkaanse afkomst ligt het percentage werkzoekenden aanzienlijk hoger. Onder de 45 t/m 54-jarigen van Marokkaanse afkomst zien we het hoogste percentage werkzoekenden. Ruim een kwart (28,1 procent) van deze groep is werkzoekend. Dit percentage ligt ver boven het gemiddelde van 13,0 procent van de Rotterdamse bevolking in deze leeftijdsgroep. Ook bij Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is het percentage werkzoekenden onder de eerste generatie veel hoger dan onder de tweede generatie. Zoals gezegd is dit 39
Hoofdstuk 4 deels het gevolg van het verschil in de leeftijdsopbouw tussen de eerste en tweede generatie. De tweede generatie is gemiddeld genomen veel jonger en het aandeel werkzoekenden onder jongeren is veel kleiner dan onder ouderen. Ook als we hiervoor corrigeren door generaties te vergelijken binnen de onderscheiden leeftijdsgroepen is het aandeel werkzoekenden onder de eerste generatie Rotterdammers van Marokkaanse afkomst aanzienlijk hoger dan onder de tweede generatie (zie ook tabel b4.1 in de bijlage bij dit hoofdstuk). Het percentage werkzoekenden onder mannen van Marokkaanse afkomst is hoger dan onder de vrouwen (respectievelijk 19,0 procent en 17,2 procent). Figuur 4.5b: Werkzoekenden van Marokkaanse afkomst als % van de bevolking naar achtergrondkenmerken, 31-12-2012 (bron: UWV WERKbedrijf, bewerking Risbo) 40
Arbeid en uitkeringen Uitkeringen van 15 tot en met 64 jaar Per 31 december 2012 ontvangt 18,0 procent van de 15 t/m 64-jarige Rotterdammers van Antilliaanse afkomst een uitkering in het kader van de Wet Werk en Bijstand (WWB), of de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers, respectievelijk Zelfstandigen (IOAW en IOAZ). Daarmee is de uitkeringsafhankelijkheid onder Rotterdammers van Antilliaanse afkomst veel groter dan gemiddeld (9,1 procent). Van de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is per 31 december 2012 21,0 procent afhankelijk van een uitkering in het kader van de WWB of IOA. 13 Figuur 4.6: Aandeel personen (15-64 jaar) met een WWB, WIJ of IOA uitkering, 31-12- 2012 (bron: RSO-OBI; SoZaWe, bewerking Risbo) Ontwikkeling uitkeringen van 1999 tot en met 2012 Er is een trendanalyse gemaakt waarin het aandeel personen met een uitkering naar herkomstgroep is bekeken voor de afgelopen dertien jaar. Deze analyse laat zien dat de uitkeringsafhankelijkheid van Rotterdammers van Antilliaanse afkomst in de periode 2004-2008 sterk is afgenomen. Eind 2004 was 25,3 procent van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst afhankelijk van een uitkering. Eind 2008 was dat 15,9 procent (zie figuur 13 In tabel b6.1 en b6.2 in de bijlage 6 is het aandeel uitkeringsontvangers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst naar deelgemeente en buurt gepresenteerd. 41
Hoofdstuk 4 4.7). Daarna zien we een toename van de uitkeringsafhankelijkheid naar 18,0 procent eind 2012. Ook de uitkeringsafhankelijkheid onder Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is afgenomen in de periode 2005-2008. Eind 2005 kreeg 17,1 procent van de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst een uitkering, eind 2008 was dit afgenomen tot 14,3 procent. De daling was hiermee minder sterk dan onder de bevolking van Antilliaanse afkomst en veel andere herkomstgroepen. Sinds 2008 is de uitkeringsafhankelijkheid onder Rotterdammers van Marokkaanse afkomst toegenomen naar 21,0 procent eind 2012. De scherpe stijging wordt grotendeels veroorzaakt doordat er vanaf ultimo 2009 door SoZaWe andere gegevens aan COS worden geleverd. 14 Figuur 4.7: Aandeel personen (15-64 jaar) met een uitkering, ultimo 1999-2012 (bron: RSO-OBI, SoZaWe, bewerking Risbo) 14 Tot en met 2008 werd in het algemeen alleen het gezinshoofd als uitkeringsontvanger geteld en werden gegevens geleverd van gezinshoofden die een uitkering ontvingen. Daarna zijn ook eventuele uitkeringsafhanklijke partners als uitkeringsontvanger geteld. Dit is mede ingegeven door het beleid van SoZaWe waarbij uitkeringen worden verdeeld over beide partners, met als achterliggende gedachte de emancipatie en activering positief te beïnvloeden. Een en ander geldt voor alle onderscheiden bevolkingsgroepen, maar is in de statistiek voor Rotterdammers van Antilliaanse (en Surinaamse) afkomst minder zichtbaar omdat het bij de uitkeringsontvangers in deze groepen vaak gaat om alleenstaanden of alleenstaande moeders. 42
Arbeid en uitkeringen Uitkeringen onder jongeren 16 tot en met 23 jaar Net als hiervoor bij het aandeel werkzoekenden is het aandeel uitkeringsontvangers onder jongeren veel lager dan onder de hele beroepsbevolking. Van alle jongeren Rotterdammers ontvangt 1,9 procent een uitkering. Het aandeel jongere Rotterdammers van Antilliaanse afkomst met een uitkering is met 3,0 procent duidelijk hoger. Ook de uitkeringsafhankelijkheid onder 16-23-jarige Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is groter dan gemiddeld (3,6 procent). Figuur 4.8: Aandeel jongeren (16-23 jaar) met een WWB, WIJ of IOA uitkering, 31-12- 2012 (bron: SoZaWe, bewerking Risbo) Ontwikkeling uitkeringen onder jongeren van 2000 tot en met 2012 In de trendanalyse voor de jongeren valt vooral de daling op van het aandeel jongeren van Antilliaanse afkomst met een uitkering. Met name in de periode van 2000 tot-2008 (zie figuur 4.9). Eind 2000 ontving 18,1 procent van de 16 t/m 23-jarige jongeren van Antilliaanse afkomst een uitkering. Eind 2008 was nog slechts 3,3 procent van deze jongeren afhankelijk van een uitkering. Na 2008 is het aandeel jongeren van Antilliaanse afkomst met een uitkering weer gestegen, eind 2010 heeft 5,6 procent van de jongeren van Antilliaanse afkomst een uitkering. In de afgelopen twee jaar zien we weer een afname naar 3,0 procent per 31-12-2012. Ook het aandeel jongeren van Marokkaanse afkomst met een uitkering is in de periode 1999-2008 gedaald. Eind 1999 ontving 7,1 procent van de 43
Hoofdstuk 4 jongeren van Marokkaanse afkomst in de leeftijd van 16 t/m 23 jaar een uitkering. Eind 2008 is dit gedaald naar 2,0 procent. Na 2008 is ook hier een stijging te zien. Eind 2010 is het aandeel jongeren van Marokkaanse afkomst met een uitkering 4,5 procent. Sinds 2010 neemt het aandeel jongeren van Marokkaanse afkomst met een uitkering weer af. Eind 2012 krijgt 3,6 procent van 16 t/m 23-jarige jongeren van Marokkaanse afkomst een uitkering. Figuur 4.9: Aandeel jongeren (16-23 jaar) met een uitkering, ultimo 1999-2012 (bron: SoZaWe, bewerking Risbo) Uitkeringsontvangers van Antilliaanse afkomst naar achtergrondkenmerken Vrouwen van Antilliaanse afkomst zijn vaker afhankelijk van een uitkering dan mannen van Antilliaanse afkomst en de uitkeringsafhankelijkheid van ouderen is veel groter dan die van jongeren. Verder blijkt dat de tweede generatie veel minder vaak afhankelijk is van een uitkering dan de eerste generatie (zie figuur 4.10a). Deels is dit het gevolg van het verschil in leeftijdsopbouw tussen de eerste en tweede generatie. De tweede generatie is gemiddeld genomen veel jonger en het aandeel uitkeringsontvangers onder jongeren is veel kleiner dan onder ouderen. Voor een valide vergelijking van het aandeel uitkeringsontvangers tussen generaties is gecorrigeerd voor verschillen in leeftijdsopbouw van de generaties. Dit is gedaan door het aandeel uitkeringsontvangers in de eerste en tweede generatie te vergelijken binnen de onderscheiden leeftijdsgroepen (zie tabel b4.4 in de bijlage). Ook na deze correctie is het percentage uitkeringsontvangers onder de eerste 44
Arbeid en uitkeringen generatie Rotterdammers van Antilliaanse afkomst aanzienlijk hoger dan onder de tweede generatie. Figuur 4.10a: Rotterdammers van Antilliaanse afkomst met een WWB of IOA uitkering als % van de bevolking naar achtergrondkenmerken, 31-12-2012 (bron: SoZaWe, bewerking Risbo) Uitkeringsontvangers van Marokkaanse afkomst naar achtergrondkenmerken Uit figuur 4.10b blijkt dat mannen van Marokkaanse afkomst iets minder vaak afhankelijk zijn van een uitkering dan vrouwen. Evenals bij alle andere bevolkingsgroepen is de uitkeringsafhankelijkheid van ouderen van Marokkaanse afkomst veel groter dan die van jongeren. De tweede generatie is veel minder vaak afhankelijk van een uitkering dan de eerste generatie (zie figuur 4.10b). Dit is deels het gevolg van het verschil in de leeftijdsopbouw tussen de eerste en tweede generatie. De tweede generatie is gemiddeld genomen veel jonger en het aandeel uitkeringsontvangers onder jongeren is veel kleiner dan onder ouderen. Ook na correctie, waarbij we generaties vergelijken binnen de onderscheiden leeftijdsgroepen (zie ook tabel b4.4 in de bijlage bij dit hoofdstuk), is het percentage uitkeringsontvangers onder de eerste generatie aanzienlijk hoger dan onder de tweede generatie. 45
Hoofdstuk 4 Figuur 4.10b: Rotterdammers van Marokkaanse afkomst met een WWB of IOA uitkering als % van de bevolking naar achtergrondkenmerken, 31-12-2012 (bron: SoZaWe, bewerking Risbo) 46
Hoofdstuk 5 Criminaliteit In dit hoofdstuk wordt stilgestaan bij de omvang en aard van criminaliteit onder Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met het aandeel verdachten onder andere grote herkomstgroepen en onder de totale bevolking van Rotterdam. We starten met een overzicht van de omvang van de criminaliteit onder de Rotterdamse bevolking van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. We kijken daarbij naar de situatie in 2012 en de ontwikkeling in de afgelopen jaren. Ook maken we het onderscheid naar geslacht en geven een overzicht van het aandeel verdachten naar leeftijd. Jongeren worden vaker verdacht dan ouderen, daarom zoomen we vervolgens in op de jongeren van 12 tot en met 23 jaar. Hierbij kijken we ook naar de criminaliteit onder schoolverzuimers en voortijdig schoolverlaters. Daarna kijken we naar het aandeel recidivisten in de periode 2000-2012. Tot slot besteden we aandacht aan de aard van de misdrijven en wordt er kort stilgestaan bij cijfers over de vervolging van jonge verdachten door het Openbaar Ministerie. 47
Hoofdstuk 5 Verdachten 2012 Uit registraties van verdachten door de politie blijkt dat in 2012 2,3 procent van de Rotterdammers van twaalf jaar en ouder geregistreerd staat als verdachte van een misdrijf. 15 Van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst is een groter deel, namelijk 7,3 procent verdacht van een misdrijf. Van de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst wordt 5,2 procent verdacht van een misdrijf. 16 Figuur 5.1: Percentage verdachten naar afkomst (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Van de bevolking van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst wordt een groter deel verdacht dan van de totale Rotterdamse bevolking. Ook indien we de cijfers corrigeren voor demografische kenmerken waarvan bekend is dat zij sterk samenhangen met criminaliteit zoals leeftijd en geslacht, blijft het beeld overeind. Met andere woorden, ook als Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst wat betreft leeftijd en geslacht zo verdeeld zouden zijn als de totale populatie Rotterdammers, komen zij vaker in aanraking met de politie op verdenking van een misdrijf (zie tabel b5.1 in de bijlage bij dit hoofdstuk). 15 16 De in dit hoofdstuk gepresenteerde cijfers zijn gebaseerd op registraties van verdachten van een misdrijf in het Herkenningsdienstsysteem (HKS) door de Politie Rotterdam-Rijnmond. Er is gebruik gemaakt van de door de Dienst IPOL, KLPD verrijkte versie van HKS. Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. Voor een verdere methodologische toelichting verwijzen we naar de bijlage bij dit hoofdstuk. In tabel b6.1 en b6.2 in de bijlage 6 is het aandeel verdachten van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst naar deelgemeente en buurt gepresenteerd. 48
Criminaliteit Verdachten 2000-2012 De trendanalyse in figuur 5.2 brengt het percentage verdachten naar herkomstgroep voor de afgelopen dertien jaar in beeld. We kijken allereerst naar de totale Rotterdamse bevolking. We zien een toename van het percentage verdachten in de periode 2000-2004 gevolgd door een stabilisatie van het verdachtenpercentage in de vier jaar daarna. Vanaf 2009 neemt het aandeel verdachten onder de Rotterdamse bevolking af. De afgelopen jaren ligt het percentage verdachten rond de 2,3 procent (figuur 5.2). Ook van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst zijn er in de periode 2000-2004 relatief steeds meer verdacht van criminaliteit. In 2000 wordt 8,2 procent van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst van twaalf jaar en ouder verdacht van betrokkenheid bij een misdrijf, in 2004 is dit gestegen naar 10,0 procent. Na 2004 zien we een dalende trend, eerst naar 8,7 procent in 2006, in 2007 is er nog wel een kleine toename, maar daarna zet de daling zich voort tot 8,8 procent in 2008. Vervolgens zien we een scherpe daling in 2009 naar 8,0 procent. Het percentage verdachten is de afgelopen jaren nog verder gedaald. In 2012 ligt het percentage verdachten op 7,3 procent. Van de Rotterdammers van Marokkaanse afkomst van twaalf jaar en ouder wordt in 2000 4,8 procent verdacht van betrokkenheid bij een misdrijf, in 2004 is dit gestegen naar 6,7 procent. Na 2004 stabiliseert het percentage rond de 6 procent. In 2009 zien we een scherpe daling naar 5,4 procent. In 2010 stijgt het percentage verdachten naar 6,0 procent om vervolgens in 2011 weer te dalen naar 5,3 procent en in 2012 naar 5,2 procent. 49
Hoofdstuk 5 16,0 14,0 12,0 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië autochtoon totaal 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 Figuur 5.2: Percentage verdachten naar afkomst (2000-2012) (bron: HKS, bewerking Risbo) Verdachten naar geslacht Mannen worden veel vaker verdacht dan vrouwen. Dit geldt voor elk van de onderscheiden herkomstgroepen (zie figuur 5.3). Van alle Rotterdamse vrouwen van 12 jaar en ouder wordt in 2012 0,8 procent verdacht van een misdrijf. We zien dat vrouwen van Antilliaanse afkomst relatief vaak worden verdacht. In 2012 wordt 3,3 procent van de vrouwen van Antilliaanse afkomst verdacht van een misdrijf. Van de vrouwen van Marokkaanse afkomst wordt in 2012 1,3 procent verdacht van een misdrijf. Van alle Rotterdamse mannen van 12 jaar en ouder is in 2012 3,8 procent verdacht van een misdrijf. Onder Rotterdamse mannen van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst ligt dit percentage een stuk hoger. Van de mannen van Antilliaanse afkomst is 11,5 procent verdacht, van de mannen van Marokkaanse afkomst 9,0 procent. 50
Criminaliteit Figuur 5.3: Percentage verdachten naar afkomst en geslacht (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Verdachten naar leeftijd Het algemene criminaliteitspatroon laat zien dat de criminaliteit sterk afneemt naarmate de leeftijd toeneemt (figuur 5.4). Dit patroon zien we ook bij Rotterdammers van Antilliaanse afkomst. Van de minderjarige Rotterdammers van Antilliaanse afkomst wordt 7,1 procent verdacht, van de jongvolwassenen 9,0 procent. Het percentage verdachten onder de 25 t/m 44-jarigen is met 8,2 procent in vergelijking met de andere groepen zeer hoog. Onder de 45 t/m 64-jarigen ligt dit percentage lager, namelijk op 4,8 procent. De criminaliteit onder de jongeren van Marokkaanse afkomst volgt het algemene criminaliteitspatroon. Van de minderjarigen Marokkaanse afkomst is 7,9 procent verdacht, van de jongvolwassenen is 10,8 procent verdacht. Daarna zien we een sterke daling optreden. Onder de groep 25 t/m 44- jarigen van Marokkaanse afkomst is het percentage verdachten meer dan gehalveerd, namelijk naar 4,4 procent. 51
Hoofdstuk 5 Figuur 5.4: Percentage verdachten naar afkomst en leeftijd (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Jongeren Jongere verdachten In het vervolg van dit hoofdstuk gaan we nader in op de jongere verdachten, waarbij we kijken naar jongeren 12 tot en met 23 jaar. In 2012 staat 4,5 procent van de Rotterdammers van 12 tot en met 23 jaar geregistreerd als verdachte van een misdrijf. Van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst is een groter deel, namelijk 8,4 procent verdacht van een misdrijf. Ook bij Rotterdammers van Marokkaanse afkomst is het percentage verdachten duidelijk hoger dan gemiddeld, namelijk op 9,5 procent. 52
Criminaliteit Figuur 5.5: Percentage jongere verdachten (12-23 jaar) naar afkomst (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Jonge verdachten 2000-2012 De trendanalyse in figuur 5.6 brengt het percentage jongere verdachten naar herkomstgroep voor de afgelopen twaalf jaar in beeld. Als we kijken naar de totale Rotterdamse bevolking zien we een toename van het percentage verdachten in de periode 2000-2007 gevolgd door een afname van het verdachtenpercentage in de jaren daarna. In 2007 is 6,4 procent van de jongeren in Rotterdam verdacht van een misdrijf, in 2012 is dit gedaald naar 4,5 procent (figuur 5.6). De ontwikkeling bij de jonge Rotterdammers van Antilliaanse afkomst heeft een ander verloop. Vanaf 2000 is er ook in deze groep een stijging te zien, maar van 2004 tot met 2008 is het aandeel verdachten redelijk stabiel. Na 2008 volgt er een scherpe daling, maar in het jaar daarna is er weer een kleine stijging. De afgelopen twee jaar is het percentage jonge verdachten weer gedaald tot 8,4 procent. Het verloop van het aandeel verdachte jonge Rotterdammers van Marokkaanse herkomst lijkt op dat van de jonge verdachten van Antilliaanse herkomst. Van 2000 tot 2003 is er eerst sprake van een stijging. Vervolgens is er een aantal jaar met bescheiden veranderingen tot er na 2008 een scherpe daling te zien is. Na 2009 zien we weer een stijging en in de afgelopen twee jaar een daling in het aandeel verdachten tot 9,5 procent. 53
Hoofdstuk 5 16,0 14,0 12,0 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië autochtoon totaal 10,0 8,0 6,0 4,0 2,0 0,0 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 Figuur 5.6: Percentage jongere verdachten (12-23 jaar) naar afkomst (2000-2012) (bron: HKS, bewerking Risbo) Jongeren verdachten naar geslacht Net als in de hele bevolking worden ook bij de jongeren mannen veel vaker verdacht dan vrouwen. Dit geldt voor elk van de onderscheiden herkomstgroepen (zie figuur 5.7). Van alle Rotterdamse vrouwen van 12 tot en met 23 jaar wordt in 2012 1,6 procent verdacht van een misdrijf. We zien dat jonge vrouwen van Antilliaanse afkomst relatief vaak worden verdacht (3,8 procent). Van de vrouwen van Marokkaanse afkomst wordt in 2012 2,2 procent verdacht van een misdrijf. Van alle Rotterdamse mannen van 12 tot en met 24 jaar is in 2012 7,4 procent verdacht van een misdrijf. Van de jonge mannen van Antilliaanse afkomst is 13,2 procent verdacht, van de jonge mannen van Marokkaanse afkomst is dit met 16,8 procent nog hoger. 54
Criminaliteit Figuur 5.7: Percentage verdachten onder jongeren (12-23 jaar) naar afkomst en geslacht (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Jongere verdachten naar generatie Uit figuur 5.8a blijkt dat het verdachtenpercentage onder jongeren van Antilliaanse afkomst van de eerste generatie iets hoger is dan onder de tweede generatie. Ook onder jongeren van Marokkaanse afkomst is het percentage verdachten onder de eerste generatie hoger dan onder jongeren van de tweede generatie (zie ook tabel b5.1 in de bijlage bij dit hoofdstuk). 55
Hoofdstuk 5 Figuur 5.8a: Percentage verdachten onder jongeren (12-23 jaar) naar afkomst en generatie (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) De trendanalyse in figuur 5.8b laat het percentage verdachten onder de eerste en tweede generatie jongeren van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst zien in de periode 2000-2012. Onder de eerste generatie jongeren van Antilliaanse afkomst is het verdachtenpercentage in het algemeen hoger dan onder de tweede generatie. Bij de jongeren van Marokkaanse afkomst is er geen eenduidig beeld te zien. Figuur 5.8b: Percentage verdachten onder jongeren (12-23 jaar) naar afkomst en generatie (2000-2012) (bron: HKS, bewerking Risbo) 56
Criminaliteit Jongere verdachten naar schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten Van de Rotterdamse minderjarigen (12 t/m 17 jaar) wordt 4,1 procent verdacht van een misdrijf (zie figuur 5.4). Bij de minderjarigen van Antilliaanse afkomst ligt dit percentage op 7,1 procent. Figuur 5.9 laat het percentage verdachten onder schoolverzuimers en voortijdig schoolverlaters zien. Van de minderjarigen van Antilliaanse afkomst die in 2012 niet van school hebben verzuimd wordt 4,9 procent verdacht en van de minderjarigen van Antilliaanse afkomst die één keer of meer verzuimd hebben van school wordt 17,5 procent verdacht. Schoolverzuimers van Antilliaanse afkomst komen ruim drie keer zo vaak in aanraking met de politie als minderjarigen van Antilliaanse afkomst die in 2012 niet hebben verzuimd. Van de minderjarigen van Marokkaanse afkomst (12 t/m 17 jaar) wordt 7,9 procent verdacht van criminaliteit. Van de minderjarigen van Marokkaanse afkomst die in 2012 niet van school hebben verzuimd wordt 5,8 procent verdacht, en van de minderjarigen van Marokkaanse afkomst die één keer of meer verzuimd hebben van school wordt 23,3 procent verdacht. Minderjarigen van Marokkaanse afkomst die in 2012 één keer of meer verzuimd hebben van school komen vier keer zo vaak in aanraking met de politie als minderjarigen van Marokkaanse afkomst die in 2012 niet hebben verzuimd. We zien deze relatie tussen schoolverzuim en criminaliteit bij elke onderscheiden herkomstgroep. Voor minderjarigen is schoolverzuim dus een indicator voor de betrokkenheid bij criminaliteit (figuur 5.9). Figuur 5.9: Percentage verdachten (12-17 jaar) naar afkomst en schoolverzuim (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) 57
Hoofdstuk 5 Naast de registraties van schoolverzuim zijn er ook gegevens beschikbaar over nieuwe voortijdig schoolverlaters. Dit zijn 12 t/m 23-jarige jongeren die in schooljaar 2011/2012 de school zonder startkwalificatie hebben verlaten (zie ook hoofdstuk 3). Nieuwe voortijdig schoolverlaters worden vaker verdacht dan niet voortijdig schoolverlaters. Deze samenhang tussen voortijdig schoolverlaten en criminaliteit zien we zowel bij de Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst als bij andere onderscheiden herkomstgroepen. Ook hier is de conclusie helder. Er is samenhang tussen voortijdig schoolverlaten en de betrokkenheid bij criminaliteit (figuur 5.10). Figuur 5.10: Percentage verdachten (12 tot 23 jaar) naar afkomst en nieuw vsv (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Jongere verdachten en recidive 2006-2012 Voorts is onderzocht in welke mate verdachten na een eerste keer te zijn geregistreerd op verdenking van een misdrijf in de jaren daarna opnieuw worden aangehouden en dus recidiveren. We spreken hier van recidive als iemand in 2005 wordt verdacht en op enig moment in de periode 2006-2012 opnieuw met de politie in aanraking komt op verdenking van een misdrijf. 17 We selecteren daarvoor jongeren die in 2005 12 t/m 23 jaar waren en dat jaar werden verdacht van een misdrijf. 18 We volgen deze groep jongeren in de tijd en bekijken welk deel gedurende de periode 2006-2012 nogmaals 17 18 Deze methodiek komt overeen met de door het CBS gehanteerde werkwijze in het jaarrapport integratie 2008 (CBS 2008). In 2012 bevinden deze personen zich dus in de leeftijdscategorie van 19 t/m 30 jaar. 58
Criminaliteit werd aangehouden. 19 In figuur 5.11 wordt een beeld gegeven van het percentage recidivisten onder verdachten van 12 t/m 23 jaar, uitgesplitst naar herkomstgroep. Het betreft cumulatieve percentages, dat wil zeggen dat voor ieder jaar het percentage recidivisten in de periode van 2006 tot en met het desbetreffende jaar wordt gegeven. Van alle 12 t/m 23-jarige verdachten in 2005 recidiveerde in de periode 2006 2012 69,3 procent. Het percentage recidivisten is het hoogst onder jongeren van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst. Van de 12 t/m 23-jarige verdachten van Antilliaanse afkomst in 2005 recidiveerden in de periode 2006 2012 77,5 procent en van de jonge verdachten van Marokkaanse afkomst 77,1 procent. Het percentage recidivisten is het laagst onder autochtone jongeren. Van de autochtone jongeren die in 2005 werden verdacht kwam in de periode 2006 2012 61,1 procent opnieuw in aanraking met de politie op verdenking van een misdrijf. Figuur 5.11: Cumulatief percentage recidivisten onder degenen (12 t/m 23 jaar) die in 2005 als verdachte geregistreerd werden (bron: HKS, bewerking Risbo) Aard van de criminaliteit Tot op heden is ingegaan op de vraag of en in welke mate personen worden verdacht van criminaliteit. In deze paragraaf komt aan de orde van welk soort misdrijven deze personen worden verdacht. Allereerst gaan we kort in op de gebruikte begrippen. We maken onderscheid tussen verdachten, antecedenten en misdrijven. In het voorgaande is gerapporteerd over (het 19 Alleen degenen die zowel in 2005 als in 2012 in Rotterdam woonden worden in de analyses betrokken. 59
Hoofdstuk 5 percentage) verdachten. Een persoon staat als verdachte geregistreerd indien tegen hem proces-verbaal is opgemaakt ter zake van één of meer misdrijven/delicten. Zo n proces-verbaal wordt een antecedent genoemd. In een proces-verbaal of antecedent kunnen meerdere misdrijven worden geregistreerd. Men kan hierbij denken aan een winkeldiefstal waarbij ook mishandeling heeft plaatsgevonden. Indien van deze gebeurtenis procesverbaal wordt opgemaakt zullen hierin meerdere wetsartikelen worden vermeld. Uiteraard komt het ook voor dat in een bepaald jaar een persoon meer dan één keer met de politie in aanraking komt op verdenking van een misdrijf. Van een persoon die in een bepaald jaar drie keer is opgepakt door de politie voor een misdrijf en waartegen evenzoveel keer proces-verbaal is opgemaakt staan dan drie antecedenten geregistreerd. 20 Het totaal aantal geregistreerde antecedenten en misdrijven in een bepaalde periode is dus bijna per definitie groter dan het totaal aantal geregistreerde verdachten. Het gegeven dat van één verdachte meerdere misdrijven kunnen worden geregistreerd maakt de analyse en de interpretatie van de aard van de criminaliteit aanzienlijk complexer dan analyse van de omvang van de criminaliteit. Er zijn verschillende mogelijkheden om de aard van de criminaliteit in kaart te brengen. Vaak wordt dit gedaan op het niveau van het delict. Daarbij wordt per subgroep de omvang van een bepaald type delict gerelateerd aan het totaal aantal door deze subgroep verdachten gepleegde delicten. Tabel 5.1 geeft een overzicht van het aantal verdachten van 12 tot en met 23 jaar en de delicten waarvan zij verdacht zijn. In 2012 zijn 465 jonge Rotterdammers van Antilliaanse afkomst en 850 jonge Rotterdammers van Marokkaanse afkomst in aanraking gekomen met de politie op verdenking van een misdrijf. De 465 Rotterdammers van Antilliaanse afkomst worden verdacht van in totaal 762 misdrijven, de 850 Rotterdammers van Marokkaanse afkomst van 1.548 misdrijven. Deze misdrijven zijn ingedeeld in categorieën (zie tabel b5.4 voor nadere typering van de categorieën). Van alle misdrijven die door Rotterdamse jongeren worden gepleegd, is bijna een derde een vermogensdelict zonder geweld. Bij jonge Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst is dit percentage hoger. Bij vermogendelicten zonder geweld gaat het in het overgrote deel om diefstal al dan niet met verbreking en in minder mate om heling. 16,3 procent van de door personen van Antilliaanse afkomst gepleegde misdrijven betreft geweld tegen personen. Daarbij gaat het in het overgrote deel om bedreiging en 20 Deze personen worden maar 1 keer als verdachte geteld. 60
Criminaliteit mishandeling en voor een (zeer) klein deel om (poging tot) doodslag en moord. Het aandeel door jongeren van Marokkaanse afkomst gepleegde geweldsmisdrijven tegen personen is met 13,7 procent iets lager dan het gemiddelde van 16,5 procent. Tabel 5.1: Criminaliteit naar delicttype en afkomst 2012 (voor jongeren van 12 tot en met 23 jaar) Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig nietwesters westers autochtoon totaal verdachten 465 850 573 547 212 385 255 955 4.242 Misdrijven/delicten 762 1.548 954 891 350 671 403 1.486 7.065 Misdrijven per verdachte 1,6 1,8 1,7 1,6 1,7 1,7 1,6 1,6 1,7 Geweld gewelddadige seksuele misdrijven 0,8 0,7 0,5 0,2 0,9 0,7 0,5 0,8 0,7 geweld tegen personen 16,3 13,7 17,2 15,8 19,4 18,8 13,4 18,4 16,5 vermogen met geweld 12,3 8,2 9,4 10,3 10,0 13,9 8,4 6,1 9,3 Vermogen vermogen zonder geweld 38,1 37,9 32,7 28,1 28,3 29,1 26,8 26,9 31,7 Openbare orde vernieling openbare orde en gezag 10,1 11,4 14,3 17,8 14,9 14,5 18,9 19,0 15,0 overige seksuele misdrijven 0,4 0,4 0,6 0,2 1,4 0,0 0,0 0,5 0,4 Verkeer 7,9 9,2 13,7 14,7 10,6 12,2 19,1 13,7 12,2 Drugs 5,5 9,2 3,6 4,0 6,3 4,2 5,2 4,1 5,5 Overig 8,7 9,3 8,0 8,8 8,3 6,7 7,7 10,5 8,8 (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) De analyse op delictniveau gaat vooral in op de door de verdachten gepleegde delicten. Daarmee verdwijnt de relatie met de relatieve omvang van de criminaliteit (de criminaliteitsgraad) uit beeld. Zo wordt bij de analyse van de aard van de criminaliteit op delictniveau bijvoorbeeld geconcludeerd dat 38,1 procent van de door jonge verdachten van Antilliaanse afkomst gepleegde delicten vermogensdelichten zonder geweld betreft. Hiermee is nog niet duidelijk welk deel van de bevolking van Antilliaanse afkomst hiervan verdacht wordt. In figuur 5.12 is per delictvorm aangegeven welk deel van de 12 t/m 23-jarige bevolking verdacht is (zie ook tabel b5.5). Daarin is bijvoorbeeld te zien dat 3,9 procent van de jonge Rotterdammers van Antilliaanse afkomst in 2012 betrokken is bij een vermogensdelict en 3,2 procent bij een geweldsdelict. Uit figuur 5.12 blijkt dat jonge Rotterdammers van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst sterk oververtegenwoordigd zijn op het gebied van geweldsdelicten en vermogensdelicten. 61
Hoofdstuk 5 Figuur 5.12: Jongere verdachten (12 tot en met 23 jaar) als percentage van de bevolking naar afkomst en delicttype (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Vervolging Voorgaande analyses hebben betrekking op verdachten van delicten. Deze paragraaf gaat in op de fase van vervolging. Hierbij gaat het dan om verdachten die worden vervolgd door het Openbaar Ministerie (OM). De gegevens over vervolgingen zijn alleen beschikbaar voor verdachten in de leeftijd van 12 t/m 22 jaar. De gehanteerde onderzoeksmethodiek sluit aan bij die van de analyse van verdachten. 21 In 2012 zijn 2.207 Rotterdammers in de leeftijd van 12 t/m 22 jaar vervolgd (zie tabel b5.9). Gerelateerd aan alle 12 t/m 22-jarige Rotterdamse jongeren betekent dit cijfer dat 2,7 procent in 2012 is vervolgd (zie figuur 5.13). Uitgesplitst naar afkomst zien we grote verschillen. Relateren we de vervolgde jongeren van Antilliaanse afkomst aan alle 12 t/m 22-jarige jongeren van Antilliaanse afkomst dan komt dit percentage op 5,3 procent. Voor de jongeren van Marokkaanse afkomst ligt dit cijfer op 5,2 procent. 21 Personen die in 2012 zijn vervolgd en wiens zaak in 2012 is afgedaan worden op basis van een geanonimiseerd nummers gekoppeld aan het bevolkingsregister. Vervolgens wordt berekend welk deel van de 12 t/m 22-jarigen in het onderzoeksjaar is vervolgd. Doordat de gegevens over vervolgingen zijn gekoppeld aan het bevolkingsregister is het tevens mogelijk uit te splitsen naar achtergrondkenmerken zoals geslacht, leeftijd en etnische afkomst. 62
Criminaliteit Uitsplitsing naar geslacht laat zien dat het in het overgrote deel van de vervolgde verdachten gaat om mannen (zie tabel b5.9 in de bijlage). Figuur 5.13: Vervolgde jongeren (12 t/m 22 jaar) als percentage van de bevolking naar afkomst (2012) (bron: HKS, bewerking Risbo voorlopige cijfers) Vervolging 2007-2012 De trendanalyse in figuur 5.14 brengt het percentage verdachten naar herkomstgroep voor de afgelopen vijf jaar in beeld. We kijken allereerst naar de totale Rotterdamse bevolking. We zien een min of meer stabiel percentage vervolgde jongeren in de periode 2007-2009 gevolgd door een sterke afname van het percentage vervolgde jongeren in 2010, een lichte stijging in 2011 en weer een lichte daling in 2012. Bij de Rotterdamse jongeren van Antilliaanse afkomst zien we een soortgelijke trend. In 2007 werd 11,0 procent van de 12 t/m 22-jarige Rotterdammers van Antilliaanse afkomst vervolgd vanwege betrokkenheid bij een misdrijf, in 2010 is dit gedaald naar 6,3 procent, in 2011 weer iets gestegen naar 7,0 procent, om vervolgens in 2012 te dalen naar 5,3 procent. Van de 12 t/m 22-jarige Rotterdammers van Marokkaanse afkomst werd in 2007 9,1 procent vervolgd, in 2010 is dit gedaald naar 6,9 procent. Deze daling zet na 2010 door tot 6,7 procent in 2011 en 5,2 procent in 2012. Ook onder de andere onderscheiden herkomstgroepen zien we in 2012 een (lichte) daling van het percentage vervolgde jongeren ten opzichte van 2011. 63
Hoofdstuk 5 Figuur 5.14: Vervolgde jongeren (12 t/m 22 jaar) als percentage van de bevolking naar afkomst (2007-2012) (bron: OM, bewerking Risbo) 64
Bijlagen 65
Bijlage hoofdstuk 2 Tabel b2.1a: Demografische kerncijfers van de Rotterdamse bevolking, per 31 december 2012 Bevolkingsomvang Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal ultimo 2004 (N) 20.026 36.145 52.521 45.029 15.123 40.675 59.317 327.761 596.597 ultimo 2005 (N) 19.406 36.686 52.100 45.175 15.080 40.126 58.511 321.634 588.718 ultimo 2006 (N) 19.290 37.141 51.956 45.459 15.023 39.696 58.055 317.426 584.046 ultimo 2007 (N) 19.562 37.476 51.885 45.699 14.971 40.257 59.334 313.765 582.949 ultimo 2008 (N) 20.261 38.158 52.206 46.203 15.103 42.115 61.337 311.778 587.161 ultimo 2009 (N) 21.066 38.982 52.632 46.868 15.299 44.080 63.849 310.163 592.939 ultimo 2010 (N) 22.073 39.708 52.942 47.519 15.302 46.197 67.391 319.280 610.412 ultimo 2011 (N) 22.805 40.641 53.168 47.842 15.404 47.987 70.137 318.472 616.456 ultimo 2012 (N) 22.973 41.124 52.726 47.900 15.312 48.524 71.128 316.632 616.319 Aandeel in de bevolking (%) 3,7 6,7 8,6 7,8 2,5 7,9 11,5 51,4 100,0 1e generatie (%) 64,3 45,5 56,0 48,7 56,9 64,9 56,6 0,0 55,7 2e generatie (%) 35,7 54,5 44,0 51,3 43,1 35,1 43,4 0,0 44,3 mannen (%) 48,4 50,8 46,9 50,8 48,1 49,4 48,7 49,4 49,2 vrouwen (%) 51,6 49,2 53,1 49,2 51,9 50,6 51,3 50,6 50,8 0-11 jaar (%) 18,8 24,9 11,8 16,4 11,5 18,3 11,7 11,1 13,4 12-17 jaar (%) 9,1 11,7 7,9 10,8 8,4 7,2 4,5 4,4 6,2 18-24 jaar (%) 17,4 12,0 11,7 13,1 12,7 13,1 10,5 8,8 10,5 25-44 jaar (%) 33,8 31,8 33,8 36,2 30,9 39,1 38,2 25,9 30,7 45-64 jaar (%) 17,5 15,2 27,9 18,3 28,2 18,9 23,3 27,5 24,5 65 e.o. (%) 3,4 4,4 6,8 5,2 8,2 3,3 11,9 22,4 14,8 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo Tabel b2.1b: Demografische kerncijfers van de Rotterdamse jeugd 0 t/m 23 jaar, per 31 december 2012 Bevolkingsomvang Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal ultimo 2010 (N) 9.636 19.173 16.874 19.124 5.162 17.090 16.061 71.334 174.454 ultimo 2011 (N) 9.809 19.358 16.262 18.883 4.956 17.523 16.984 71.849 175.624 ultimo 2012 (N) 9.826 19.334 15.561 18.422 4.723 17.646 17.425 72.259 175.196 Aandeel in de bevolking (%) 5,6 11,0 8,9 10,5 2,7 10,1 9,9 41,2 100,0 1e generatie (%) 33,4 6,0 9,3 5,2 9,2 24,7 38,0 0,0 17,8 2e generatie (%) 66,6 94,0 90,7 94,8 90,8 75,3 62,0 0,0 82,2 mannen (%) 49,4 50,4 50,2 51,4 50,9 49,8 50,6 51,3 50,8 vrouwen (%) 50,6 49,6 49,8 48,6 49,1 50,2 49,4 48,7 49,2 0-15 jaar 57,9 70,3 57,5 61,5 55,3 63,5 60,1 61,4 61,8 16-17 jaar 7,4 7,7 9,3 9,2 9,3 6,7 6,0 6,4 7,2 18-23 jaar 34,7 22,0 33,2 29,3 35,4 29,8 33,9 32,3 31,0 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo 67
Bijlagen In de tabellen b2.2 en b2.3 is de totale bevolking en de bevolking van Antilliaanse afkomst per deelgemeente en buurt weergegeven. Per deelgemeente en buurt is het aandeel personen van Antilliaanse afkomst berekend. Voorbeeld: per 31 december 2012 wonen in totaal 616.319 personen daarvan zijn er 22.973 van Antilliaanse afkomst. Dit komt overeen met 3,7 procent. In bepaalde deelgemeenten is het aandeel personen van Antilliaanse afkomst aanzienlijk hoger (b.v. Charlois 6,8 procent). Als het percentage hoger is dan het Rotterdamse gemiddelde is het rood gekleurd. Als het percentage lager is dan het Rotterdamse gemiddelde is het groen gekleurd. Ten slotte is het percentage Rotterdammers van Antilliaanse afkomst berekend dat in een deelgemeente of buurt woont ten opzichte van de totale populatie Rotterdammers van Antilliaanse afkomst. We zien daar bijvoorbeeld dat 19,0 procent van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst in Charlois woont. Tabel b2.2: Ruimtelijk concentratie van personen van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst naar deelgemeente, 31-12-2012 Totaal Antillianen Marokkanen Bevolking aantal % in deelgemeente % van Antilliaanse aantal % in deelgemeente % van Marokkaanse. Rotterdam 616.319 22.973 3,7 100,0 41.124 6,7 100,0 Stadscentrum 30.495 865 2,8 3,8 1.869 6,1 4,5 DG Delfshaven 74.371 2.716 3,7 11,8 9.841 13,2 23,9 DG Overschie 16.200 357 2,2 1,6 1.009 6,2 2,5 DG Noord 50.857 1.317 2,6 5,7 4.982 9,8 12,1 DG Hillegersberg-Schiebroek 42.839 692 1,6 3,0 1.434 3,3 3,5 DG Kralingen-Crooswijk 50.724 1.102 2,2 4,8 4.926 9,7 12,0 DG Prins Alexander 93.918 1.907 2,0 8,3 1.976 2,1 4,8 DG Feijenoord 72.114 3.545 4,9 15,4 7.620 10,6 18,5 DG IJsselmonde 58.702 3.798 6,5 16,5 2.348 4,0 5,7 DG Charlois 64.656 4.375 6,8 19,0 4.473 6,9 10,9 Pernis 4.780 108 2,3 0,5 37 0,8 0,1 DG Hoogvliet 33.962 1.943 5,7 8,5 525 1,5 1,3 DG Hoek van Holland 10.069 56 0,6 0,2 49 0,5 0,1 DG Rozenburg 12.418 190 1,5 0,8 34 0,3 0,1 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo 47 68
Bijlagen Tabel b2.3: Ruimtelijk concentratie van personen van Antilliaanse en Marokkaanse afkomst naar buurt, 31-12-2012 Totaal Antillianen Marokkanen Bevolking aantal % in buurt % van Ant aantal % in buurt % van Mar. Rotterdam 616.319 22.973 3,7 100,0 41.124 6,7 100,0 Cool/Nieuwe Werk/Dijkzigt 6.401 269 4,2 1,2 279 4,4 0,7 Stadsdriehoek/C.S. Kwartier 14.598 345 2,4 1,5 291 2,0 0,7 Oude Westen 9.496 251 2,6 1,1 1.299 13,7 3,2 Delfshaven 6.625 625 9,4 2,7 526 7,9 1,3 Bospolder 7.255 181 2,5 0,8 1.260 17,4 3,1 Tussendijken 7.132 223 3,1 1,0 1.250 17,5 3,0 Spangen 10.313 301 2,9 1,3 1.984 19,2 4,8 Nieuwe Westen 18.996 545 2,9 2,4 2.894 15,2 7,0 Middelland 11.547 405 3,5 1,8 808 7,0 2,0 Oud-Mathenesse/Witte Dorp 7.567 220 2,9 1,0 451 6,0 1,1 Schiemond 4.936 216 4,4 0,9 668 13,5 1,6 Kleinpolder 7.433 200 2,7 0,9 799 10,7 1,9 Overschie/Noord- Kethel/Schieveen/Zestienhoven/Land 8.767 157 1,8 0,7 210 2,4 0,5 Agniesebuurt 4.053 160 3,9 0,7 552 13,6 1,3 Provenierswijk 4.603 221 4,8 1,0 332 7,2 0,8 Bergpolder 7.722 176 2,3 0,8 390 5,1 0,9 Blijdorp/Blijdorpse Polder 10.070 132 1,3 0,6 130 1,3 0,3 Liskwartier 7.500 165 2,2 0,7 751 10,0 1,8 Oude Noorden 16.909 463 2,7 2,0 2.827 16,7 6,9 Schiebroek 15.974 468 2,9 2,0 1.098 6,9 2,7 Hillegersberg-Zuid 7.796 71 0,9 0,3 49 0,6 0,1 Hillegersberg-Noord 7.839 94 1,2 0,4 202 2,6 0,5 Terbregge 3.443 14 0,4 0,1 62 1,8 0,2 Molenlaankwartier 7.787 45 0,6 0,2 23 0,3 0,1 Rubroek 8.125 207 2,5 0,9 808 9,9 2,0 Nieuw-Crooswijk 2.488 65 2,6 0,3 393 15,8 1,0 Oud-Crooswijk 8.131 239 2,9 1,0 1.533 18,9 3,7 Kralingen-West 15.357 281 1,8 1,2 1.812 11,8 4,4 Kralingen-Oost/Kralingse-Bos 7.333 83 1,1 0,4 75 1,0 0,2 De Esch 4.410 163 3,7 0,7 175 4,0 0,4 Struisenburg 4.880 64 1,3 0,3 130 2,7 0,3 s-gravenland 8.353 151 1,8 0,7 88 1,1 0,2 Kralingseveer 1.699 29 1,7 0,1 9 0,5 0,0 Prinsenland 9.964 179 1,8 0,8 227 2,3 0,6 Het Lage Land 10.350 256 2,5 1,1 211 2,0 0,5 Ommoord 24.789 374 1,5 1,6 485 2,0 1,2 Zevenkamp 16.305 527 3,2 2,3 476 2,9 1,2 Oosterflank 10.546 249 2,4 1,1 313 3,0 0,8 Nesselande 11.912 142 1,2 0,6 167 1,4 0,4 Kop van Zuid/(KvZ-Entrepot) 10.097 498 4,9 2,2 985 9,8 2,4 Vreewijk 13.400 591 4,4 2,6 671 5,0 1,6 Bloemhof 13.864 748 5,4 3,3 1.468 10,6 3,6 Hillesluis 11.430 544 4,8 2,4 1.532 13,4 3,7 Katendrecht 4.506 304 6,7 1,3 385 8,5 0,9 Afrikaanderwijk 8.316 378 4,5 1,6 1.218 14,6 3,0 Feijenoord 7.204 396 5,5 1,7 1.179 16,4 2,9 Noordereiland 3.297 86 2,6 0,4 182 5,5 0,4 Oud-IJsselmonde 5.955 182 3,1 0,8 104 1,7 0,3 Lombardijen 13.499 804 6,0 3,5 882 6,5 2,1 Groot-IJsselmonde 27.489 1.648 6,0 7,2 1.009 3,7 2,5 Beverwaard 11.759 1.164 9,9 5,1 353 3,0 0,9 Tarwewijk 12.172 1.051 8,6 4,6 989 8,1 2,4 Carnisse 10.836 576 5,3 2,5 552 5,1 1,3 Zuidwijk 12.003 802 6,7 3,5 839 7,0 2,0 Oud-Charlois 13.087 741 5,7 3,2 949 7,3 2,3 Wielewaal 907 27 3,0 0,1 19 2,1 0,0 Zuidplein/Zuiderpark/Zuidrand 2.607 79 3,0 0,3 65 2,5 0,2 Pendrecht 11.647 998 8,6 4,3 1.026 8,8 2,5 Heijplaat 1.397 101 7,2 0,4 34 2,4 0,1 Pernis 4.780 108 2,3 0,5 37 0,8 0,1 Hoogvliet-Noord 12.505 926 7,4 4,0 300 2,4 0,7 Hoogvliet-Zuid 21.457 1.017 4,7 4,4 225 1,0 0,5 Hoek van Holland 10.069 56 0,6 0,2 49 0,5 0,1 Rozenburg 12.418 190 1,5 0,8 34 0,3 0,1 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo 69
Bijlagen Tabel b2.4a: Buitenlandse en binnenlandse migratie van Antillianen Buitenlandse migratie Binnenlandse migratie Jaar Immigratie Emigratie Vestiging Vertrek 1988 1005 238 1989 959 350 1990 1018 442 1991 1147 379 1992 681 299 1993 650 496 1994 529 539 1995 528 698 1996 589 527 1997 787 493 1998 1420 331 1999 1663 488 2000 1975 454 1346 1311 2001 1508 352 1352 1374 2002 1173 648 1400 1363 2003 825 990 1322 1191 2004 531 1024 1267 1269 2005 370 1091 1130 1135 2006 403 845 1062 985 2007 555 619 1021 1002 2008 694 504 1103 934 2009 692 440 1251 1080 2010 877 521 1323 1123 2011 941 562 1369 1163 2012 661 602 1393 1180 Tabel b2.4b: Buitenlandse en binnenlandse migratie van Marokkanen Buitenlandse migratie Binnenlandse migratie Jaar Immigratie Emigratie Vestiging Vertrek 1988 811 197 1989 1204 181 1990 1078 241 1991 1041 200 1992 697 70 1993 772 240 1994 479 230 1995 418 433 1996 607 313 1997 707 209 1998 820 191 1999 540 157 2000 539 160 599 584 2001 673 60 656 680 2002 497 152 612 727 2003 683 251 649 711 2004 446 215 675 865 2005 296 339 670 803 2006 266 353 667 821 2007 200 336 710 861 2008 254 243 769 807 2009 230 156 806 811 2010 254 191 864 905 2011 288 130 921 867 2012 208 122 821 903 70
Bijlagen Tabel b2.5: Personen in huishoudens, 31 december 2012 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal alleenstaand 40,7 18,0 34,8 17,8 29,9 36,1 44,2 39,4 36,0 lid paar zonder kind 2,9 6,0 6,4 11,2 6,2 7,2 13,1 20,1 14,5 lid paar met kind 8,6 27,0 15,7 29,9 17,6 17,9 18,0 16,6 18,2 alleenstaande ouder 14,1 4,7 13,0 5,2 14,3 7,4 5,0 3,6 5,7 kind in 2 ouder gezin 8,9 35,1 13,4 27,8 14,3 18,7 13,5 14,5 16,8 kind in 1 ouder gezin 24,9 9,2 16,8 8,1 17,7 12,7 6,2 5,8 8,8 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo Tabel b2.6: Jonge moeders als aandeel (%) van de vrouwelijke bevolking van 16 t/m 23 jaar, 31 december 2012 overig Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië niet-westers westers autochtoon totaal vrouwen 16-23 jaar (N) 2.181 2.912 3.339 3.443 1.023 3.337 3.478 13.742 33.455 moeders 16-23 jaar (N) 335 149 342 128 112 226 229 566 2.087 moeders 16-23 jaar (%) 15,4 5,1 10,2 3,7 10,9 6,8 6,6 4,1 6,2 16-17 jaar 1,1 0,0 0,7 0,1 0,4 0,5 0,2 0,3 0,4 18-20 jaar 10,8 2,1 5,5 1,3 5,4 4,3 4,4 2,3 3,6 21-23 jaar 24,1 11,8 18,9 8,1 21,4 10,7 9,7 6,7 10,6 1e generatie 15,5 11,9 13,4 9,8 13,7 9,2 8,7 10,9 2e generatie 15,2 4,1 9,6 3,0 10,4 4,4 3,8 6,2 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo 7 Tabel b2.7: Jonge moeders naar gezinsverhouding, 31 december 2012 overig Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië niet-westers westers autochtoon totaal 16-17 jaar (N) 4 0 5 1 1 3 1 7 22 partner (%) - - - - - - - alleenstaand (%) 100,0-100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 100,0 18-20 jaar (N) 89 24 66 17 20 48 53 114 431 partner (%) 14,6 33,3 13,6 41,2 5,0 25,0 35,8 29,8 23,9 alleenstaand (%) 85,4 66,7 86,4 58,8 95,0 75,0 64,2 70,2 76,1 21-23 jaar (N) 242 125 271 110 91 175 175 445 1634 partner (%) 10,3 74,4 10,3 79,1 9,9 26,9 50,3 49,0 36,4 alleenstaand (%) 89,7 25,6 89,7 20,9 90,1 73,1 49,7 51,0 63,6 16-23 jaar (N) 335 149 342 128 112 226 229 566 2087 partner (%) 11,3 67,8 10,8 73,4 8,9 26,1 46,7 44,5 33,4 alleenstaand (%) 88,7 32,2 89,2 26,6 91,1 73,9 53,3 55,5 66,6 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo 47 71
Bijlagen Tabel b2.8: Jonge moeders als aandeel (%) van de vrouwelijke bevolking van 16 t/m 23 jaar, 31 december 2004-2012 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal 16-17 jaar 2004 4,4 0,1 0,8 0,1 0,3 2,8 1,0 0,5 0,8 2005 4,6 0,3 0,7 0,1 0,3 1,6 0,4 0,4 0,7 2006 2,9 0,1 1,3 0,1 0,3 1,3 0,7 0,5 0,7 2007 1,4 0,1 0,9 0,0 0,7 0,7 0,7 0,5 0,5 2008 3,7 0,0 1,0 0,0 0,4 0,8 1,1 0,4 0,6 2009 3,0 0,1 1,3 0,0 0,4 1,5 0,4 0,4 0,7 2010 3,1 0,0 0,8 0,0 0,4 1,1 0,6 0,3 0,6 2011 0,8 0,0 1,0 0,1 0,8 0,4 0,9 0,2 0,4 2012 1,1 0,0 0,7 0,1 0,4 0,5 0,2 0,3 0,4 18-20 jaar 2004 16,0 4,2 8,6 5,9 9,0 16,4 4,6 2,8 6,5 2005 15,4 3,7 7,2 4,4 8,0 12,2 4,3 3,0 5,6 2006 12,2 2,4 6,9 2,1 6,9 9,4 3,4 2,4 4,3 2007 15,1 1,6 6,7 1,3 6,4 5,6 3,8 2,5 4,0 2008 13,5 1,8 7,2 1,4 6,9 4,5 3,0 2,7 4,0 2009 12,4 1,6 7,1 1,0 8,4 4,7 3,7 2,6 4,0 2010 14,0 1,7 8,5 1,3 8,8 4,6 4,0 2,7 4,3 2011 15,6 2,4 7,3 0,9 6,8 5,0 4,2 2,4 4,2 2012 10,8 2,1 5,5 1,3 5,4 4,3 4,4 2,3 3,6 21-23 jaar 2004 33,3 25,3 20,8 33,6 20,7 21,3 10,6 6,2 15,9 2005 30,1 22,2 20,3 27,9 23,4 21,9 10,2 6,5 15,3 2006 30,5 21,8 19,6 24,6 22,9 22,5 9,5 7,1 14,9 2007 28,7 17,1 18,8 20,5 22,4 21,2 9,6 6,5 13,3 2008 28,5 12,8 18,8 14,4 22,9 17,0 8,7 6,6 12,1 2009 28,0 11,8 18,5 10,0 21,1 14,0 9,7 6,6 11,3 2010 26,0 11,5 18,3 8,5 21,0 11,5 10,2 6,6 10,8 2011 22,1 10,5 17,8 9,4 21,5 10,6 10,1 6,8 10,5 2012 24,1 11,8 18,9 8,1 21,4 10,7 9,7 6,7 10,6 16-23 jaar 2004 21,6 11,5 11,6 16,0 10,9 16,5 7,1 3,9 9,5 2005 20,2 10,2 10,8 12,7 11,6 15,3 6,6 4,0 8,8 2006 18,7 9,2 10,7 10,5 11,0 14,4 6,0 4,1 8,1 2007 18,4 6,7 10,3 7,9 10,9 12,0 6,2 3,9 7,3 2008 18,5 5,2 10,6 5,6 11,9 9,7 5,6 4,1 6,9 2009 17,3 5,0 10,8 4,0 12,0 8,5 6,4 4,1 6,6 2010 17,3 4,8 11,1 3,7 12,0 7,3 6,8 4,1 6,5 2011 16,0 4,7 10,5 4,1 11,3 7,0 6,9 4,1 6,4 2012 15,4 5,1 10,2 3,7 10,9 6,8 6,6 4,1 6,2 Bron: RSO-OBI/GBA, bewerking Risbo 72
Bijlagen 73
Bijlage hoofdstuk 3 Tabel b3.1: Rotterdammers in het basisonderwijs naar geslacht en afkomst, schooljaar 2011-2012 Totaal Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal bao 88,7 94,7 94,1 94,1 90,1 94,2 96,1 94,9 94,3 sbao 6,6 3,1 3,4 3,3 5,5 2,6 2,1 2,4 3,0 so 4,7 2,2 2,5 2,6 4,4 3,2 1,8 2,7 2,7 Mannen bao 85,0 94,1 91,9 92,8 86,0 91,5 95,0 93,2 92,6 sbao 7,8 3,0 4,4 3,8 6,8 3,5 2,4 2,7 3,5 so 7,2 2,9 3,7 3,4 7,1 5,0 2,6 4,0 4,0 Vrouwen bao 92,4 95,3 96,4 95,4 94,2 97,1 97,2 96,7 96,1 sbao 5,3 3,3 2,4 2,7 4,2 1,7 1,8 2,0 2,5 so 2,2 1,4 1,3 1,9 1,6 1,3 1,0 1,3 1,4 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo Tabel b3.2: Rotterdammers in het speciaal voortgezet en praktijkonderwijs naar geslacht en afkomst, schooljaar 2011-2012 Totaal Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal speciaal onderwijs 8,0 4,1 3,8 3,6 4,8 4,3 2,8 4,2 4,2 praktijkonderwijs 12,1 5,4 5,4 6,9 8,7 4,8 3,0 2,4 4,7 Mannen speciaal onderwijs 11,8 5,5 5,6 4,3 7,4 5,2 3,9 5,6 5,6 praktijkonderwijs 13,2 6,3 5,7 7,7 9,3 5,7 3,3 2,8 5,2 Vrouwen speciaal onderwijs 3,8 2,8 1,9 2,9 2,3 3,4 1,6 2,8 2,7 praktijkonderwijs 11,0 4,6 5,0 5,9 8,1 3,9 2,5 2,1 4,1 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo Tabel b3.3: Rotterdammers in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs naar geslacht en afkomst, schooljaar 2011-2012 Totaal Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal vmbo bb/kb-lwoo (lj 3-4) 25,4 15,8 14,5 14,9 20,9 10,4 7,7 6,2 10,8 vmbo bb/kb (lj 3-4) 22,3 16,1 15,0 17,8 16,8 10,0 10,4 8,4 12,2 vmbo gtl (lj 3-4) 26,0 32,6 28,1 28,9 33,0 22,6 18,8 21,6 24,7 havo (lj 3-5) 14,7 22,0 25,3 23,0 21,5 27,6 28,1 27,8 25,6 vwo (lj 3-6) 11,7 13,5 17,1 15,4 7,8 29,5 35,0 36,1 26,7 Mannen vmbo bb/kb-lwoo (lj 3-4) 30,5 17,4 13,4 14,7 23,2 8,8 6,9 6,7 11,0 vmbo bb/kb (lj 3-4) 20,6 16,5 18,3 16,0 18,7 9,8 9,9 9,6 12,7 vmbo gtl (lj 3-4) 26,0 32,8 27,6 31,4 32,0 24,2 20,1 20,3 24,5 havo (lj 3-5) 13,0 20,4 26,2 23,2 19,9 29,0 31,2 27,4 25,7 vwo (lj 3-6) 9,8 12,9 14,4 14,7 6,2 28,2 31,9 36,1 26,0 Vrouwen vmbo bb/kb-lwoo (lj 3-4) 24,5 14,9 12,1 15,8 18,4 10,1 6,2 6,3 10,5 vmbo bb/kb (lj 3-4) 17,3 13,6 11,6 15,6 11,3 7,9 8,8 7,7 10,4 vmbo gtl (lj 3-4) 28,6 31,0 31,8 29,2 35,3 19,2 19,7 21,9 25,2 havo (lj 3-5) 16,2 25,1 24,3 23,5 24,8 30,2 28,5 27,8 26,2 vwo (lj 3-6) 13,5 15,4 20,2 16,0 10,2 32,6 36,8 36,3 27,6 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo 75
Bijlagen Tabel b3.4: Rotterdammers in het mbo naar geslacht en afkomst, schooljaar 2011-2012 Totaal Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal mbo, niveau 1 15,7 7,9 6,9 6,7 7,9 11,5 7,5 3,6 7,2 mbo, niveau 2 34,4 31,9 26,9 31,7 32,6 28,0 26,2 25,3 28,7 mbo, niveau 3 25,1 23,2 26,3 23,3 28,4 22,0 22,4 26,7 25,0 mbo, niveau 4 24,8 37,0 39,9 38,3 31,2 38,5 43,9 44,4 39,1 Mannen mbo, niveau 1 21,6 11,7 8,8 8,8 12,0 14,3 8,5 4,3 9,3 mbo, niveau 2 36,6 36,6 33,0 35,6 38,5 29,4 28,7 29,4 32,6 mbo, niveau 3 18,0 18,7 22,5 22,1 20,7 19,2 20,6 24,5 21,8 mbo, niveau 4 23,8 33,0 35,7 33,5 28,9 37,1 42,2 41,8 36,3 Vrouwen mbo, niveau 1 10,8 4,5 5,1 4,7 3,4 8,8 6,3 3,0 5,2 mbo, niveau 2 32,6 27,5 21,4 28,1 26,0 26,6 23,4 21,0 24,8 mbo, niveau 3 31,0 27,3 29,9 24,4 36,9 24,8 24,5 29,0 28,2 mbo, niveau 4 25,6 40,7 43,7 42,8 33,8 39,8 45,8 47,0 41,8 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo Tabel b3.5: Absoluut schoolverzuim (5-17 jaar) naar geslacht, leeftijd en afkomst, 2011-2012 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal bevolking 5-17 jaar (N) 4.483 10.847 8.479 10.360 2.522 8.133 7.167 31.681 83.672 schoolverzuim (N) 41 58 35 43 15 57 105 64 418 schoolverzuim (5-17 jr) 0,9 0,5 0,4 0,4 0,6 0,7 1,5 0,2 0,5 1e generatie 2,3 2,7 1,7 1,6 3,8 2,6 3,9-2,9 2e generatie 0,4 0,4 0,3 0,4 0,3 0,3 0,4-0,4 mannen 1,0 0,6 0,5 0,5 0,8 0,6 1,6 0,2 0,5 vrouwen 0,8 0,5 0,3 0,3 0,4 0,8 1,3 0,2 0,5 5 t/m 8 jaar 0,1 0,1 0,2 0,1 0,0 0,2 0,6 0,1 0,2 9 t/m 12 jaar 0,5 0,2 0,0 0,2 0,4 0,4 0,7 0,1 0,2 13 t/m 14 jaar 1,0 0,5 0,3 0,4 0,2 0,6 2,2 0,1 0,5 15 jaar 0,8 0,3 0,4 0,2 1,1 1,2 1,8 0,0 0,5 16 jaar 1,1 1,8 1,0 0,9 1,2 1,4 4,5 0,4 1,2 17 jaar 4,8 3,0 2,2 1,8 2,3 3,3 3,7 1,4 2,3 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo 76
Bijlagen Tabel b3.6: Relatief schoolverzuim (5-17 jaar) naar geslacht, leeftijd en afkomst, schooljaar 2011-2012 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal Bevolking 5-17 jaar (N) 4.483 10.847 8.479 10.360 2.522 8.133 7.167 31.681 83.672 schoolverzuim (N) 485 699 605 704 170 458 427 886 4.434 schoolverzuim (5-17 jr) 10,8 6,4 7,1 6,8 6,7 5,6 6,0 2,8 5,3 1e generatie 15,5 8,5 10,2 12,0 7,7 7,1 11,1-10,7 2e generatie 9,1 6,3 6,9 6,6 6,7 5,3 3,6-6,3 mannen 12,1 6,9 7,9 7,4 8,4 6,0 6,2 2,8 5,7 vrouwen 9,6 6,0 6,4 6,2 5,2 5,3 5,7 2,7 4,9 5 t/m 8 jaar 5,7 1,8 2,2 2,4 2,2 2,7 3,5 1,0 2,1 9 t/m 12 jaar 4,3 2,4 2,6 2,4 1,8 2,9 3,3 0,9 2,1 13 t/m 14 jaar 16,4 8,5 10,3 9,4 8,7 9,0 7,7 4,3 7,7 15 jaar 22,4 15,6 16,0 12,6 11,6 10,8 11,8 6,4 11,4 16 jaar 21,0 19,3 16,2 15,2 15,6 11,8 14,7 6,6 12,6 17 jaar 22,0 20,4 15,3 18,8 16,5 13,5 11,2 7,7 13,4 5-8 jaar 5,7 1,8 2,2 2,4 2,2 2,7 3,5 1,0 2,1 1e generatie 7,6 4,2 4,5 6,1 0,0 1,1 7,7-5,8 2e generatie 5,4 1,8 2,1 2,3 2,3 2,9 1,8-2,4 9-12 jaar 4,3 2,4 2,6 2,4 1,8 2,9 3,3 0,9 2,1 1e generatie 6,7 2,5 4,8 0,9 2,4 3,3 6,8-5,1 2e generatie 3,7 2,4 2,4 2,4 1,7 2,9 1,8-2,5 13-14 jaar 16,4 8,5 10,3 9,4 8,7 9,0 7,7 4,3 7,7 1e generatie 17,5 8,2 8,3 13,8 2,4 9,8 14,2-12,3 2e generatie 15,7 8,5 10,5 9,1 9,3 8,8 4,6-9,1 15 jaar 22,4 15,6 16,0 12,6 11,6 10,8 11,8 6,4 11,4 1e generatie 22,4 15,3 13,7 16,7 17,6 10,8 19,0-16,8 2e generatie 22,3 15,6 16,4 12,3 11,0 10,7 6,8-13,7 16 jaar 21,0 19,3 16,2 15,2 15,6 11,8 14,7 6,6 12,6 1e generatie 22,0 13,1 17,7 19,3 12,5 8,6 20,9-16,9 2e generatie 20,1 19,8 16,0 14,9 16,2 13,0 11,3-15,9 17 jaar 22,0 20,4 15,3 18,8 16,5 13,5 11,2 7,7 13,4 1e generatie 21,7 15,7 17,3 25,5 16,7 14,4 15,1-17,4 2e generatie 22,2 20,9 15,1 18,4 16,5 13,0 9,0-16,9 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo Tabel b3.7: Relatief schoolverzuim (5-17 jaar) naar afkomst, schooljaar 2004-2005 t/m schooljaar 2011-2012 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal 2004/2005 6,2 3,3 3,8 3,0 2,7 4,8 3,0 1,8 3,0 2005/2006 5,8 2,8 3,2 2,8 2,7 3,7 3,1 1,7 2,7 2006/2007 6,9 4,0 4,0 3,9 3,5 4,7 3,5 2,0 3,4 2007/2008 7,3 4,0 4,6 3,8 4,0 4,4 3,4 1,9 3,4 2008/2009 6,8 3,9 4,3 4,0 4,0 3,6 3,0 1,9 3,3 2009/2010 9,8 4,9 5,6 5,1 4,7 4,1 4,1 2,2 4,1 2010/2011 11,4 6,2 6,3 6,1 7,6 5,4 5,6 2,6 5,1 2011/2012 10,8 6,4 7,1 6,8 6,7 5,6 6,0 2,8 5,3 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo 77
Bijlagen Tabel b3.8: Nieuwe voortijdig schoolverlaters (12 tot 23 jaar) naar geslacht, leeftijd en afkomst, schooljaar 2011-2012 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal Leerlingen vo/mbo (N) 2.552 5.083 5.059 5.853 1.652 3.775 3.192 15.769 42.935 nieuw vsv (N) 227 285 291 323 124 227 142 630 2.249 nieuw vsv (%) 8,9 5,6 5,8 5,5 7,5 6,0 4,4 4,0 5,2 1e generatie 9,9 9,3 8,4 8,3 9,6 10,5 5,6. 8,8 2e generatie 8,0 5,2 5,4 5,3 7,2 4,1 3,9. 5,3 Mannen 11,2 8,1 7,3 7,2 9,9 7,3 4,9 4,4 6,4 Vrouwen 6,8 3,3 4,3 3,8 5,2 4,8 4,0 3,6 4,1 12-16 jaar 2,0 1,5 1,8 1,4 2,7 1,9 1,3 1,2 1,5 17-19 jaar 15,2 11,6 9,9 12,0 11,9 10,6 10,1 8,6 10,4 20-22 jaar 16,1 14,5 13,7 10,5 15,1 15,6 10,8 8,4 12,1 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, voorlopige cijfers, bewerking Risbo, Tabel b3.9: Nieuwe voortijdig schoolverlaters (12 tot 23 jaar), schooljaar 2008/2009 t/m 2011/2012 Antillen Marokko Suriname Turkije overig niet-westers westers autochtoon totaal 2008/2009 voorlopig 9,1 6,4 6,9 5,7 6,2 5,0 4,7 5,8 2008/2009 definitief 6,3 2009/2010 voorlopig 9,2 6,1 6,0 5,3 6,0 5,5 4,2 5,4 2009/2010 definitief - - - - - - - 6,0 2010/2011 voorlopig 10,5 6,7 6,8 6,6 7,1 5,4 4,2 6,0 2010/2011 definitief - - - - - - - 6,3 2011/2012 voorlopig 8,9 5,6 5,8 5,5 6,0 4,4 4,0 5,2 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, voorlopige cijfers, bewerking Risbo, de definitieve cijfers voor schooljaar 2008/2009 t/m 2010/2011 zijn overgenomen uit Aanval op de Uitval, voorjaarsrapportage 2013, p1 78
Bijlagen Tabel b3.10: Voortijdig schoolverlaters, (17-22 jaar) naar geslacht, leeftijd en afkomst, 1 januari 2012 (volgens de oude definitie) 22 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal Bevolking 17-22 jaar (N) 3.172 4.299 5.144 5.379 1.716 4.834 4.995 21.588 51.127 VSV-ers (N) 611 864 917 1.070 348 816 1.105 2.543 8.274 aandeel VSV (17-22 jr) 19,3 20,1 17,8 19,9 20,3 16,9 22,1 11,8 16,2 1e generatie 19,9 28,1 20,8 31,3 28,9 22,9 31,0-25,4 2e generatie 18,4 18,9 17,2 18,8 18,7 10,6 11,7-16,7 mannen 24,5 27,4 23,0 25,3 25,1 19,4 21,9 13,2 19,2 vrouwen 14,5 13,1 12,7 14,1 14,9 14,6 22,4 10,3 13,2 17-18 jaar 9,9 6,9 6,7 7,6 7,1 6,4 7,8 4,9 6,4 19-20 jaar 21,4 22,2 20,6 22,2 24,8 17,8 22,2 13,2 17,8 21-22 jaar 23,3 32,1 24,2 29,0 27,1 22,5 29,1 14,9 21,5 17-18 jaar 9,9 6,9 6,7 7,6 7,1 6,4 7,8 4,9 6,4 1e generatie 11,1 11,5 9,3 11,8 12,3 9,2 12,8-10,9 2e generatie 8,8 6,4 6,4 7,3 6,5 4,7 4,5-6,4 19-20 jaar 21,4 22,2 20,6 22,2 24,8 17,8 22,2 13,2 17,8 1e generatie 21,9 30,7 21,8 29,2 21,6 24,1 29,3-25,5 2e generatie 20,7 21,0 20,4 21,7 25,4 11,7 13,6-19,4 21-22 jaar 23,3 32,1 24,2 29,0 27,1 22,5 29,1 14,9 21,5 1e generatie 22,6 37,9 25,3 40,5 44,0 27,4 38,1-31,3 2e generatie 24,7 31,0 24,0 27,3 23,4 15,0 15,4-23,8 Bron: Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, GBA, bewerking Risbo Tabel b3.11: Voortijdig schoolverlaters (17-22 jaar), 1 januari 2007-2012 (volgens de oude definitie) Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal 2007 22,2 19,5 20,3 24,3 20,9 23,6 19,6 16,7 19,5 2008 18,9 18,5 17,6 20,5 18,9 21,7 22,3 15,2 17,8 2009 18,8 19,3 18,4 20,1 19,4 16,8 21,7 14,0 17,0 2010 18,6 21,2 18,7 20,0 19,6 18,1 24,8 13,7 17,5 2011 18,2 19,2 18,1 19,0 20,7 17,4 22,9 12,7 16,5 2012 19,3 20,1 17,8 19,9 20,3 16,9 22,1 11,8 16,2 22 Voortijdig schoolverlaters volgens de oude definitie. Voortijdig schoolverlaters zijn daarbij gedefinieerd als leerlingen die het (bekostigd) onderwijs hebben verlaten zonder dat zij een startkwalificatie hebben behaald. Een leerling heeft een startkwalificatie als hij of zij ten minste een havo- of vwo-opleiding, of een basisberoepsopleiding (mbo niveau 2) heeft afgerond. In deze paragraaf zijn specifieke leeftijdsgrenzen gehanteerd bij de definitie van een voortijdig schoolverlater. De categorie onvermijdelijk vsv is hierin meegenomen. Concreet is het aandeel voortijdig schoolverlaters bepaald voor jongeren in de leeftijd van 17 t/m 22 jaar. 79
Bijlage hoofdstuk 4 Tabel b4.1: Werkzoekenden als percentage van de potentiële beroepsbevolking (15-64 jaar), 31 december 2012 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon Bevolking 15-64 jaar (N) 16.837 26.501 40.871 34.955 11.677 36.277 52.732 203.569 423.419 werkzoekenden 15-64 (N) 2.925 4.798 5.513 5.195 1.376 5.728 4.424 12.776 42.735 totaal % werkzoekenden (15-64) 17,4 18,1 13,5 14,9 11,8 15,8 8,4 6,3 10,1 1e generatie 19,9 23,3 15,0 18,8 12,9 18,5 9,0-16,2 2e generatie 8,2 9,5 10,9 9,2 9,9 5,0 7,3-8,7 Mannen 17,6 19,0 13,4 14,7 12,2 16,0 8,2 6,2 10,0 Vrouwen 17,2 17,2 13,5 15,0 11,4 15,6 8,6 6,4 10,2 15-24 jaar 5,3 5,5 5,2 5,2 5,1 3,9 2,8 2,6 3,8 25-34 jaar 20,5 18,1 15,9 15,1 14,9 14,3 7,4 5,6 10,4 35-44 jaar 22,6 24,0 15,1 18,8 14,9 19,6 9,3 6,4 12,0 45-54 jaar 25,3 28,1 16,1 22,0 12,5 24,3 11,4 7,9 13,0 55-64 jaar 24,4 23,3 15,1 17,5 12,3 26,3 12,1 8,2 11,5 15-24 jaar 5,3 5,5 5,2 5,2 5,1 3,9 2,8 2,6 3,8 1e generatie 5,3 8,0 5,8 6,3 7,0 5,1 2,9-4,8 2e generatie 5,3 5,1 5,1 5,1 4,7 2,7 2,7-4,5 25-34 jaar 20,5 18,1 15,9 15,1 14,9 14,3 7,4 5,6 10,4 1e generatie 22,5 19,4 15,0 16,2 14,5 16,1 7,5-14,4 2e generatie 13,1 16,8 16,4 14,3 15,1 8,0 7,0-13,1 35-44 jaar 22,6 24,0 15,1 18,8 14,9 19,6 9,3 6,4 12,0 1e generatie 24,3 24,7 15,3 19,6 14,6 20,7 10,1-18,1 2e generatie 9,8 16,3 14,5 14,4 16,2 6,3 8,0-10,9 45-54 jaar 25,3 28,1 16,1 22,0 12,5 24,3 11,4 7,9 13,0 1e generatie 26,1 28,2 16,2 22,0 12,5 24,7 13,3-20,1 2e generatie * * * * * * 9,1-9,4 55-64 jaar 24,4 23,3 15,1 17,5 12,3 26,3 12,1 8,2 11,5 1e generatie 24,4 23,3 15,1 17,5 12,3 26,5 13,0-17,9 2e generatie * * * * * * 10,5-10,6 Jongeren 16 t/m 23 Werkzoekenden (%) 4,9 5,1 4,7 4,8 4,5 3,8 2,4 2,4 3,4 1e generatie 4,6 7,1 5,7 5,2 6,0 5,1 2,4-4,3 2e generatie 5,3 4,8 4,5 4,7 4,2 2,6 2,4-4,2 Mannen 5,3 5,7 4,9 5,2 5,3 4,0 1,8 2,1 3,5 Vrouwen 4,6 4,6 4,5 4,3 3,5 3,6 2,9 2,6 3,4 Bron: GBA, UWV WERKbedrijf, bewerking Risbo, * zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers. 81
Bijlagen Tabel b4.2: Werkzoekenden als percentage van de potentiële beroepsbevolking (15-64 jaar), 31 december Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië ov-nw westers autochtoon totaal 2004 23,2 23,0 15,9 22,7 12,0 19,7 10,2 7,6 12,2 2005 22,2 23,6 15,0 21,8 11,5 19,1 9,4 7,1 11,7 2006 16,8 19,1 11,6 16,7 8,8 15,5 7,3 5,8 9,3 2007 15,4 19,0 10,4 15,4 8,1 14,9 6,5 5,1 8,6 2008 11,3 15,9 8,5 12,5 7,0 13,7 5,5 4,1 7,2 2009 12,9 15,9 10,2 12,6 8,2 13,3 6,6 4,8 7,9 2010 13,5 15,3 10,9 12,6 9,4 12,7 6,5 4,9 8,0 2011 14,1 15,8 11,1 12,6 10,0 13,1 6,7 5,0 8,2 2012 17,4 18,1 13,5 14,9 11,8 15,8 8,4 6,3 10,1 Tabel b4.3: Aandeel Werkzoekenden jongeren (16-23 jaar) uitimo 1999-2012 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 Antillen 15,1 13,4 12,9 13,6 17,2 13,9 9,2 4,9 3,6 3,4 4,9 4,7 6,3 4,9 Marokko 11,0 9,6 10,2 10,5 13,1 10,3 7,2 3,7 3,3 2,5 4,4 5,1 6,5 5,1 Suriname 8,6 6,7 7,6 8,2 9,8 8,2 6,0 3,2 2,6 2,5 4,5 4,9 5,3 4,7 Turkije 13,0 10,8 11,7 11,8 13,9 10,5 7,1 3,1 2,4 1,9 3,3 4,6 5,6 4,8 Kaapverdië 7,3 6,3 7,1 7,0 9,0 7,2 5,7 1,8 1,6 2,4 3,6 5,0 6,1 4,5 overig niet-westers 9,2 8,9 10,2 12,7 14,0 10,2 7,1 3,8 3,4 2,4 2,9 3,2 3,7 3,8 overig westers 5,2 4,5 4,9 5,0 6,4 4,7 3,1 1,8 1,3 1,1 2,4 2,9 2,4 2,4 autochtoon 3,2 2,8 2,7 2,9 3,8 3,9 2,4 1,4 0,9 0,8 1,7 1,8 2,0 2,4 totaal 7,2 6,4 6,8 7,5 9,1 7,0 4,7 2,5 1,9 1,6 2,8 3,2 3,7 3,4 82
Bijlagen Tabel b4.4: Uitkeringsafhankelijkheid naar achtergrondkenmerken en afkomst, 31 december 2012 Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon Bevolking (15-64 jr) (N) 16.837 26.501 40.871 34.955 11.677 36.277 52.732 203.569 423.419 uitkeringen (N) 3.039 5.558 5.050 4.416 1.067 6.458 2.997 9.781 38.366 totaal % uitkering (15-64 jr) 18,0 21,0 12,4 12,6 9,1 17,8 5,7 4,8 9,1 1e generatie 21,3 28,1 14,8 17,5 10,0 21,6 5,8-16,4 2e generatie 6,0 9,1 8,2 5,7 7,7 3,1 5,6-6,5 Mannen 16,1 20,6 11,4 10,1 7,4 16,6 4,7 4,3 8,0 Vrouwen 19,9 21,4 13,2 15,2 10,7 18,9 6,6 5,4 10,1 15-24 jaar 3,7 4,0 3,3 2,0 3,6 3,7 1,1 1,1 2,1 25-34 jaar 17,5 20,3 12,0 10,5 11,1 14,8 3,3 2,7 7,8 35-44 jaar 26,6 27,8 13,2 16,6 11,7 22,3 5,8 4,5 10,8 45-54 jaar 30,0 34,3 16,1 21,1 9,6 28,9 8,9 6,9 12,8 55-64 jaar 30,8 34,4 18,9 22,5 10,7 33,0 11,9 8,0 12,7 15-24 jaar 3,7 4,0 3,3 2,0 3,6 3,7 1,1 1,1 2,1 1e generatie 4,3 7,0 4,0 2,3 3,6 5,5 0,9-3,5 2e generatie 2,9 3,5 3,2 2,0 3,6 1,9 1,3-2,6 25-34 jaar 17,5 20,3 12,0 10,5 11,1 14,8 3,3 2,7 7,8 1e generatie 19,4 21,8 11,4 11,7 10,3 17,9 2,9-12,5 2e generatie 10,6 18,7 12,4 9,7 11,7 4,0 4,3-10,0 35-44 jaar 26,6 27,8 13,2 16,6 11,7 22,3 5,8 4,5 10,8 1e generatie 28,8 28,8 13,4 17,3 11,2 23,6 5,9-17,8 2e generatie 10,1 16,7 12,3 13,0 13,7 5,1 5,5-9,0 45-54 jaar 30,0 34,3 16,1 21,1 9,6 28,9 8,9 6,9 12,8 1e generatie 31,1 34,4 16,2 21,2 9,6 29,4 9,4-21,1 2e generatie * * * * * * 8,4-8,7 55-64 jaar 30,8 34,4 18,9 22,5 10,7 33,0 11,9 8,0 12,7 1e generatie 30,9 34,4 18,9 22,5 10,7 33,5 13,4-21,9 2e generatie * * * * * * 9,4-9,7 Jongeren 16 t/m 23 Uitkeringsontvangers (%) 3,0 3,6 2,8 1,7 3,2 3,5 0,9 1,0 1,9 1e generatie 3,3 6,5 3,3 2,0 3,8 5,2 0,7-3,1 2e generatie 2,6 3,1 2,7 1,6 3,1 1,8 1,2-2,3 Mannen 3,5 4,4 2,5 1,6 3,7 3,5 0,7 0,8 1,8 Vrouwen 2,6 2,7 3,0 1,7 2,7 3,4 1,2 1,2 1,9 Bron: RSO-OBI, GBA, SoZaWe, bewerking Risbo, * zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers. 83
Bijlagen Tabel b4.5: Uitkeringsafhankelijkheid naar achtergrondkenmerken en afkomst, 31 december Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië ov-nw westers autochtoon totaal 2004 25,3 16,9 13,9 13,0 9,8 16,8 7,0 5,9 9,5 2005 24,8 17,1 13,9 12,5 9,3 16,3 6,8 5,7 9,3 2006 20,7 15,9 12,3 10,8 8,4 15,1 6,2 5,2 8,4 2007 18,6 15,3 10,9 9,9 7,3 14,5 5,7 4,7 7,7 2008 15,9 14,3 9,8 9,1 6,4 14,0 5,2 4,4 7,2 2009 16,9 20,2 10,9 12,3 7,3 15,6 5,5 4,8 8,4 2010 17,6 21,0 11,8 13,0 8,5 16,6 5,8 4,8 8,8 2011 17,5 20,6 12,0 12,5 8,6 17,4 5,6 4,7 8,8 2012 18,0 21,0 12,4 12,6 9,1 17,8 5,7 4,8 9,1 Tabel b4.6: Aandeel jongeren (16-23 jaar) met een WWB, WIJ of IOA-uitkering uitimo 1999-2012 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 Antillen 17,9 18,1 15,8 13,5 12,5 11,4 10,3 5,8 4,7 3,3 4,9 5,6 4,6 3,0 Marokko 7,1 6,7 6,0 6,1 6,5 6,2 5,9 3,3 3,0 2,0 3,7 4,5 4,3 3,6 Suriname 7,5 7,3 6,2 5,7 5,7 5,8 5,5 3,6 2,7 1,9 3,1 4,5 3,8 2,8 Turkije 6,5 5,9 5,2 4,8 4,4 4,5 3,7 1,7 1,5 0,8 1,8 3,0 2,1 1,7 Kaapverdië 7,1 7,0 5,2 4,6 4,6 4,6 4,3 2,4 1,6 1,6 2,5 4,2 4,2 3,2 overig niet westers 12,6 13,4 11,5 12,7 10,1 9,0 7,4 4,8 3,9 2,3 3,3 4,4 4,3 3,5 overig westers 3,3 3,0 2,8 2,7 2,6 2,5 2,7 1,6 1,3 0,8 1,2 1,8 1,4 0,9 autochtoon 1,9 2,0 1,4 1,4 1,4 1,9 1,8 1,1 0,9 0,5 0,9 1,2 1,2 1,0 totaal 5,3 5,5 5,2 5,3 4,9 4,4 4,0 2,4 1,9 1,2 2,0 2,7 2,4 1,9 84
Bijlage hoofdstuk 5 Onderzoeksmethode Een belangrijk doel van de monitor is het kunnen leggen van kruisverbanden tussen de mate waarin bepaalde groepen worden verdacht van criminaliteit en de opleidings- en sociaal-economische positie van deze groepen. Om dit mogelijk te maken is een koppeling gemaakt van gegevens over verdachten van de politie aan gegevens van de bevolking van de gemeente. De databestanden kunnen worden gekoppeld doordat in beide bestanden een unieke persoonlijke code is opgenomen. De in dit hoofdstuk gepresenteerde resultaten zijn gebaseerd op dit gekoppelde databestand. Dit heeft tot gevolg dat de resultaten uitsluitend betrekking hebben op geregistreerde verdachten die per 1-1-2012 stonden ingeschreven in de Basis Administratie van de gemeente Rotterdam. De gegevens over verdachten zijn gebaseerd op registraties in het zogenaamde Herkenningsdienst Systeem (HKS) van de KLPD. Berekening van de omvang van de criminaliteit In het rapport worden verdachtenpercentages gepresenteerd. Het verdachtenpercentage is berekend door het aantal verdachten in een bepaalde (bevolkings)groep uit te drukken als een percentage van het totaal aantal personen vanaf twaalf jaar in de desbetreffende bevolkingsgroep. Zo wordt de criminaliteitsgraad voor personen van Antilliaanse afkomst in 2012 bijvoorbeeld berekend door de verdachten van Antilliaanse afkomst te delen door alle Rotterdammers van Antilliaanse afkomst van twaalf jaar en ouder en de uitkomst vervolgens te percenteren. We kunnen criminaliteit ook over een langere periode bekijken. In de monitor is bijvoorbeeld onderzocht welk deel van de Rotterdammers op enig moment in de periode 2000-2012 in aanraking is gekomen met de politie op verdenking van een delict. Iemand die in 2012 in aanraking is gekomen met de politie op verdenking van een delict telt daarbij als een verdachte. Iemand die niet in 2012 maar bijvoorbeeld wel in 2005 werd verdacht telt in deze cijfers ook mee als verdachte. Deze gegevens geven dus een beeld van het aandeel Rotterdammer dat ooit (in de periode 2000-2012) in aanraking is gekomen met de politie op verdenking van een delict. Ook deze cijfers kunnen voor allerlei subgroepen (zoals mannen van Antilliaanse afkomst in de leeftijdscategorie 18-24 jaar) worden berekend en gepresenteerd. 85
Bijlagen Evenals bij de jaarcijfers gaat het ook hier om unieke personen. Een Rotterdammer die in bijvoorbeeld 2002, 2004, 2005 en 2006 werd verdacht telt slechts 1 keer mee als verdachte. Een Rotterdammer die alleen in 2000 werd verdacht telt ook 1 keer mee. Er wordt geen onderscheid gemaakt naar de zwaarte van een delict. Iemand die in 2000 werd verdacht van winkeldiefstal telt als 1 verdachte en iemand die bijvoorbeeld in 2000 werd verdacht van diefstal met geweld, in 2003 van heling, en in 2006 van moord telt ook als 1 verdachte. Toelichting bij het cijfer van 2012 Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. Het cijfer is gebaseerd op registratie van verdachten van een misdrijf in het Herkenningsdienstsysteem (HKS) door de Politie Rotterdam-Rijnmond. Er is gebruik gemaakt van de door de Dienst IPOL, KLPD verrijkte versie van HKS. 86
Bijlagen Tabel b5.1: Verdachten (12 jaar en ouder) in 2012 (in procenten van de betreffende deelpopulatie) a Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig nietwesters westers autochtoon totaal bevolking 12 jr eo (aantal) 18.534 30.236 46.556 39.659 13.551 39.230 62.236 284.093 534.095 verdachten 12 jr eo (aantal) 1.346 1.585 1.890 1.329 538 1.041 1.029 3.490 12.248 verdachten (%) 7,3 5,2 4,1 3,4 4,0 2,7 1,7 1,2 2,3 1e generatie 7,4 3,3 3,2 2,1 2,5 2,4 1,6-2,9 2e generatie 6,6 8,3 5,6 5,1 6,7 3,4 1,7-4,7 Mannen 11,5 9,0 7,0 5,9 7,1 4,4 2,6 2,0 3,8 Vrouwen 3,3 1,3 1,5 0,7 1,1 1,0 0,7 0,5 0,8 12-17 jaar 7,1 7,9 4,3 4,5 4,4 4,3 3,0 2,3 4,1 18-24 jaar 9,0 10,8 7,1 5,6 8,4 4,3 2,6 2,7 4,7 25-44 jaar 8,2 4,4 4,7 3,4 4,6 2,5 2,0 1,7 2,8 45-64 jaar 4,8 1,8 2,7 1,7 1,8 1,5 1,0 0,9 1,4 65 e.o. 0,9 0,4 0,4 0,3 1,0 0,3 0,3 0,2 0,3 1 e generatie 12-17 jaar 9,0 10,6 4,8 3,4 2,8 4,9 3,5-5,8 18-24 jaar 8,7 10,9 6,7 4,1 7,1 4,2 2,5-5,2 25-44 jaar 9,0 3,8 4,2 2,7 3,5 2,6 1,9-3,4 45-64 jaar 4,8 1,8 2,7 1,7 1,8 1,4 1,1-2,0 65 e.o. 0,9 0,4 0,4 0,3 1,0 0,3 0,3-0,4 2 e generatie 12-17 jaar 5,7 7,7 4,3 4,6 4,6 4,1 2,8-5,0 18-24 jaar 9,7 10,8 7,2 5,9 8,7 4,4 2,9-6,9 25-44 jaar 4,5 6,2 5,3 4,8 6,2 2,1 2,1-4,1 45-64 jaar 3,4 0,0 3,4 5,3 0,0 2,7 1,0-1,2 65 e.o. * * * * * * 0,5-0,5 Mannen 12-17 jaar 10,9 13,7 7,0 7,8 7,6 7,0 4,6 3,3 6,6 18-24 jaar 14,2 19,6 11,8 10,0 14,6 7,3 4,2 4,2 7,8 25-44 jaar 12,7 7,9 8,3 6,1 8,9 4,2 3,0 2,6 4,5 45-64 jaar 8,2 3,0 4,4 2,8 3,0 2,4 1,8 1,4 2,1 65 e.o. 1,8 0,6 0,8 0,4 1,4 0,6 0,6 0,4 0,5 Vrouwen 12-17 jaar 3,1 2,0 1,5 1,0 1,4 1,6 1,2 1,2 1,4 18-24 jaar 4,3 2,4 2,6 1,1 1,7 1,6 1,2 1,2 1,7 25-44 jaar 4,0 1,1 1,6 0,7 1,3 0,9 1,0 0,6 1,0 45-64 jaar 1,7 0,4 1,3 0,5 0,7 0,6 0,3 0,4 0,6 65 e.o. 0,2 0,2 0,2 0,2 0,6 0,0 0,1 0,1 0,1 Uitkering geen uitkering (% verdacht) 6,4 5,5 3,8 3,5 4,1 2,4 1,6 1,4 2,4 uitkering (% verdacht) 13,4 5,9 8,5 4,4 7,3 4,2 4,8 5,5 6,2 Werkzoekend niet werkzoekend (% verdacht) 6,8 5,6 4,0 3,4 4,1 2,6 1,7 1,5 2,5 werkzoekend (% verdacht) 12,7 5,7 7,7 4,9 7,5 3,7 3,4 3,6 5,3 a) Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. Het cijfer is gebaseerd op registratie van verdachten van een misdrijf in het Herkenningsdienstsysteem (HKS) door de Politie Rotterdam-Rijnmond. Er is gebruik gemaakt van de door de Dienst IPOL, KLPD verrijkte versie van HKS. * zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers. Bron: HKS, bewerking Risbo Tabel b5.1 (vervolg): Verdachten (12 jaar en ouder) 2005 t/m 2012 (in procenten van de betreffende deelpopulatie) 87
Bijlagen % verdachten in: Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig nietwesters westers autochtoon totaal 2005 9,3 6,2 5,3 3,4 4,6 3,5 2,0 1,6 2,7 2006 8,7 6,3 5,1 3,8 5,0 3,4 2,0 1,5 2,7 2007 9,1 6,3 5,3 3,9 5,2 3,6 2,1 1,7 2,9 2008 8,8 6,4 5,1 3,8 5,2 3,3 2,1 1,6 2,8 2009 8,0 5,4 4,3 3,4 3,8 2,5 1,7 1,3 2,3 2010 7,9 6,0 4,6 3,6 4,3 3,0 1,9 1,3 2,5 2011 7,4 5,3 4,2 3,1 4,2 2,9 1,6 1,2 2,3 2012 voorlopige cijfers 7,3 5,2 4,1 3,4 4,0 2,7 1,7 1,2 2,3 Tabel b5.1 (vervolg): Verdachte jongeren (12 t/m 23 jaar) in 2012 (in procenten van de betreffende deelpopulatie) a Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal Bevolking, 12 tm 23 (aantal) 5538 8953 9650 10700 3103 8768 9083 37470 93265 Verdachten 12 t/m 23 (aantal) 465 850 573 547 212 385 255 955 4.242 Verdachten, 12 t/m 23 (%) 8,4 9,5 5,9 5,1 6,8 4,4 2,8 2,5 4,5 1e generatie 8,8 11,3 6,0 3,9 5,0 4,5 2,7-5,4 2e generatie 8,0 9,2 5,9 5,2 7,2 4,3 2,9-6,1 Mannen 13,2 16,8 9,7 8,9 11,8 7,3 4,4 3,9 7,4 Vrouwen 3,8 2,2 2,1 1,1 1,7 1,6 1,2 1,2 1,6 12-15 jaar 6,4 6,1 4,2 3,6 2,9 3,6 2,7 1,8 3,4 16-23 jaar 9,1 11,4 6,7 5,9 8,3 4,7 2,8 2,8 5,0 12-17 jaar Niet verzuimers 4,9 5,8 3,4 3,4 3,3 3,2 2,3 1,7 3,0 schoolverzuimers 17,5 23,3 11,0 13,4 13,4 14,7 10,1 12,9 14,8 12-22 jaar geen nieuw vsv 8,0 8,9 5,4 4,8 4,7 2,8 2,5 4,3 nieuw vsv 15,9 26,7 18,6 12,1 15,1 12,7 8,6 14,7 15-23 jaar niet werkzoekend 7,8 8,9 5,6 4,8 6,4 4,2 2,7 2,5 4,3 werkzoekend 20,2 22,2 14,3 13,9 15,2 10,7 8,2 7,6 13,8 15-23 jaar geen uitkering 8,1 9,2 5,8 5,0 6,7 4,2 2,7 2,5 4,4 uitkering 17,6 21,2 12,5 13,5 11,7 10,2 9,3 11,2 13,6 a) Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. * zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers. Bron: HKS, bewerking Risbo Tabel b5.2: Verdachten van 12-23 jaar 2000-2012 naar etniciteit en generatie 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 Antillen 10,2 9,7 10,7 11,4 11,8 12,0 11,2 11,8 12,0 9,8 10,6 9,6 8,4 Marokko 7,8 9,3 9,8 11,3 11,2 10,4 11,3 11,6 11,8 9,8 10,8 10,4 9,5 Suriname 5,8 5,7 6,9 7,0 7,6 7,1 7,9 8,7 8,5 6,5 7,1 6,7 5,9 Turkije 3,3 3,6 3,8 4,9 5,1 5,0 5,6 6,0 5,9 5,3 5,9 5,3 5,1 Kaapverdië 5,9 6,1 6,6 7,5 8,0 7,5 7,9 9,0 8,8 6,7 7,7 7,2 6,8 ov. niet-westers 4,7 4,0 4,7 4,4 5,1 5,4 5,0 5,7 4,6 3,8 4,6 4,4 4,4 ov. westers 2,5 2,7 3,0 3,3 3,3 3,9 4,1 4,2 4,2 3,5 3,7 3,2 2,8 autochtonen 2,0 2,1 2,5 3,1 3,6 3,5 3,7 4,2 3,9 3,0 3,0 2,9 2,5 totaal 3,9 4,1 4,7 5,3 5,7 5,5 5,8 6,4 6,1 4,9 5,4 5,0 4,5 Antillen, 1e 11,2 10,9 11,9 12,5 13,1 12,9 11,8 11,8 12,8 10,3 11,1 10,4 8,8 Antillen, 2e 7,2 6,0 7,2 8,5 8,9 10,3 10,1 11,8 10,9 9,1 10,0 8,6 8,0 Marokko, ti 1e 7,7 8,5 10,0 11,2 10,9 10,8 10,0 10,7 10,7 10,2 9,2 11,6 11,3 Marokko, ti 2e 8,0 9,9 9,7 11,4 11,4 10,3 11,7 11,8 12,1 9,7 11,2 10,2 9,2 ti Bron: HKS, bewerking Risbo 88
Bijlagen Tabel b5.3: Percentage van bevolking van 12 jaar en ouder dat in de periode 2000-2012 minimaal een keer in aanraking is gekomen met de politie op verdenking van een delict en per 1 januari 2012 in Rotterdam woont Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal Bevolking (N) 18.534 30.236 46.556 39.659 13.551 39.230 62.236 284.093 534.095 Verdachten (N) 5.935 7.484 11.081 7.128 3.056 5.948 6.400 27.300 74.332 % verdachten 32,0 24,8 23,8 18,0 22,6 15,2 10,3 9,6 13,9 1e generatie 33,5 21,0 22,0 15,1 18,7 15,3 9,0-17,5 2e generatie 26,7 30,8 27,0 22,2 29,6 14,5 12,2-21,3 Mannen 44,5 38,4 37,3 29,9 35,2 22,9 15,4 15,0 21,5 Vrouwen 20,4 10,5 12,1 5,6 10,9 7,5 5,4 4,4 6,6 12-17 jaar 17,1 17,6 11,1 10,1 11,7 9,3 7,3 6,1 9,9 18-24 jaar 32,3 38,0 31,1 25,0 33,5 16,7 12,2 15,2 20,8 25-44 jaar 38,6 28,9 28,6 21,3 29,1 16,6 11,8 13,2 18,0 45-64 jaar 30,7 16,1 21,8 15,0 17,6 14,8 10,2 9,8 12,6 65 e.o. 10,7 5,9 8,4 3,4 8,4 5,4 4,7 3,6 4,0 1 e generatie 12-17 jaar 18,0 18,3 10,8 9,2 8,5 10,9 7,8-12,1 18-24 jaar 30,3 35,4 28,1 18,6 24,3 15,3 9,1-18,9 25-44 jaar 40,8 25,6 26,1 17,5 24,8 16,7 9,7-20,0 45-64 jaar 31,1 16,1 21,9 15,0 17,5 14,8 10,0-17,3 65 e.o. 10,8 5,9 8,4 3,4 8,4 5,6 5,0-6,1 2 e generatie 12-17 jaar 16,5 17,6 11,2 10,2 12,0 8,7 7,1-12,0 18-24 jaar 36,1 38,6 31,9 26,1 35,8 18,5 17,1-28,8 25-44 jaar 27,4 38,5 32,3 28,6 35,3 16,1 15,7-25,9 45-64 jaar 18,1 0,0 18,8 21,1 33,3 16,2 10,4-11,1 65 e.o. - - - - - - - - - Mannen 12-17 jaar 25,0 28,9 17,0 16,1 18,6 14,3 10,7 8,6 15,0 18-24 jaar 44,6 59,9 44,2 41,4 45,7 25,4 17,8 22,0 30,8 25-44 jaar 51,4 46,4 44,4 36,0 47,7 24,8 17,4 19,4 27,0 45-64 jaar 45,6 24,7 36,0 25,0 29,4 22,9 15,5 15,0 19,5 65 e.o. 20,0 8,5 16,3 5,5 13,4 7,8 8,2 6,6 7,4 Vrouwen 12-17 jaar 8,9 6,2 5,0 3,6 5,2 4,1 3,5 3,6 4,5 18-24 jaar 21,1 17,1 18,5 8,0 20,3 8,9 6,8 8,2 11,0 25-44 jaar 26,4 12,5 14,9 6,5 14,3 8,2 6,5 6,2 8,9 45-64 jaar 17,0 5,6 10,1 4,4 6,8 7,1 5,1 4,5 5,8 65 e.o. 4,4 1,4 3,0 1,1 2,2 2,9 1,8 1,4 1,6 Bron: HKS/BVH, bewerking Risbo. *zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers. 89
Bijlagen Tabel b5.4: Indeling delicten gewelddadige seksuele delicten overige seksuele delicten gewelddadige delicten overig vermogensdelicten met geweld vermogensdelicten overig vernieling en openbare orde verkeer misdrijven Drugsdelicten overige delicten Verkrachting (SR242) Aanranding (SR246) Schennis eerbaarheid (SR239) Overige seksuele misdrijven (SR243-245, SR247-249) Bedreiging (SR285) Moord en doodslag (poging) (SR287-SR292) Moord en doodslag (voltooid) (SR287-SR292) Mishandeling (SR300-SR306) Diefstal met geweld (SR312) Afpersing (SR317) Muntmisdrijven (SR208-SR211, SR213-SR214) Overige valsheid (SR216-SR232, SR234) Eenvoudige diefstal (SR310) Diefstal verbreking (SR311.) Overige gekwalificeerde diefstal (ov. SR311.) Verduistering (SR321-SR323) Bedrog (SR326-SR337, SR339) Heling (SR416, SR417) Tegen openbare orde (SR131-SR136, SR138-SR151A) Gemeengevaarlijke. misdrijven (SR157, SR158) Tegen openbaar gezag (SR177-SR206) Overige vernieling (SR350-SR354) rijden onder invloed (WVW26,WV8) Verlaten plaats ongeval (WVW30, WV7) Rijden na ontzegging (WVW32, WV9) Weigeren bloedproef (WV163, WVW) Dood/letsel door schuld (WVW36, WV6, WV175) Joyriding (WVW37, WV176.2, WV11) Overig misdrijven WVW Middelenlijst I (harddrugs) Middelenlijst II (softdrugs) Overige opiumwet Overige misdrijven SR Wet Wapens & munitie Misdrijven andere wetten Tabel b5.5: Kerncijfers aard criminaliteit, percentage verdachte naar type misdrijf en naar afkomst (12-23 jaar), 2012* Aard criminaliteit Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal verdachten 465 850 573 547 212 385 255 955 4.242 delicten 762 1.548 954 891 350 671 403 1.486 7.065 Antecedenten/ verdachte 1,6 1,8 1,7 1,6 1,7 1,7 1,6 1,6 1,7 Betrokken bij (%): Geweld 3,2 3,0 2,2 1,7 2,4 1,9 0,7 0,7 1,5 Vermogen 3,9 4,3 2,3 1,8 2,5 1,7 0,9 0,7 1,7 Openbare Orde 1,2 1,7 1,2 1,2 1,5 0,9 0,7 0,7 1,0 Verkeer 0,8 1,2 0,9 1,0 1,0 0,6 0,6 0,5 0,7 Drugs 0,6 1,2 0,3 0,3 0,6 0,3 0,2 0,2 0,3 Overig 1,1 1,4 0,7 0,7 0,9 0,5 0,3 0,3 0,6 * Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. Het cijfer is gebaseerd op registratie van verdachten van een misdrijf in het HKS van de KLPD. Bron: HKS, bewerking Risbo 90
Bijlagen Tabel b5.6: Criminaliteit naar delicttype en afkomst 2012 (voor verdachten van 12 jaar en ouder) Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig nietwesters westers autochtoon totaal verdachten 1.346 1.585 1.890 1.329 538 1.041 1.029 3.490 12.248 Misdrijven/delicten 2.219 2.832 2.964 2.066 825 1.620 1.499 5.262 19.287 Misdrijven per verdachte 1,6 1,8 1,6 1,6 1,5 1,6 1,5 1,5 1,6 Geweld gewelddadige seksuele misdrijven 0,8 0,6 0,9 0,3 0,6 0,7 0,4 0,5 0,6 geweld tegen personen 19,7 17,6 21,3 22,0 21,8 20,7 18,4 20,4 20,1 vermogen met geweld 7,3 5,5 4,2 5,3 6,1 6,9 3,5 2,3 4,6 Vermogen vermogen zonder geweld 33,0 33,5 27,4 21,2 25,3 26,5 26,7 26,0 27,7 Openbare orde vernieling openbare orde en gezag 8,2 10,8 9,8 13,6 11,9 10,9 11,8 13,0 11,4 overige seksuele misdrijven 0,3 0,4 0,4 0,4 1,2 0,2 0,4 1,1 0,6 Verkeer 15,0 12,3 21,9 20,8 20,0 21,0 24,8 22,4 19,8 Drugs 7,7 10,6 6,3 8,0 5,1 6,0 5,9 6,3 7,2 Overig 8,0 8,8 7,9 8,4 8,0 7,0 8,1 8,0 8,1 * Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. Bron: HKS, bewerking Risbo Tabel b5.7: Kerncijfers aard criminaliteit, percentage verdachte naar type misdrijf en naar afkomst (12 jaar en ouder), 2012* Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal Aard criminaliteit verdachten 1.346 1.585 1.890 1.329 538 1.041 1.029 3.490 12.248 delicten 2.219 2.832 2.964 2.066 825 1.620 1.499 5.262 19.287 Misdrijven per verdachte 1,6 1,8 1,6 1,6 1,5 1,6 1,5 1,5 1,6 Betrokken bij (%): Geweld 2,5 1,7 1,3 1,1 1,3 0,9 0,4 0,3 0,7 Vermogen 2,7 1,9 1,2 0,8 1,2 0,8 0,5 0,3 0,7 Openbare Orde 0,9 0,8 0,6 0,6 0,6 0,4 0,2 0,2 0,4 Verkeer 1,4 0,9 1,0 0,8 1,0 0,7 0,5 0,3 0,6 Drugs 0,7 0,8 0,3 0,4 0,2 0,2 0,1 0,1 0,2 Overig 0,9 0,7 0,4 0,4 0,4 0,3 0,2 0,1 0,3 * Het cijfer voor 2012 is een voorlopig cijfer. Bron: HKS, bewerking Risbo 91
Bijlagen Tabel b5.8: Criminaliteit naar delicttype, afkomst en leeftijdscategorie, 2012* 12-17 jaar Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig niet-westers westers autochtoon totaal gewelddadige seksuele misdrijven 1,6 1,2 1,0 0,5 1,9 1,7 1,3 0,6 1,1 overige seksuele misdrijven 15,1 12,3 15,1 14,7 21,5 15,9 13,2 20,6 15,6 geweld tegen personen 19,9 10,6 17,0 17,5 20,6 27,6 15,1 11,8 15,7 vermogen met geweld 37,8 48,8 43,9 34,4 33,6 29,7 38,2 28,5 38,2 vermogen zonder geweld 13,1 13,1 12,5 21,0 12,1 16,3 22,4 23,2 16,9 vernieling openbare orde en gezag 0,4 0,7 1,6 0,0 0,0 0,0 0,0 0,6 0,5 verkeersmisdrijven 1,6 1,9 1,3 2,3 0,9 2,1 2,0 4,0 2,2 drugsmisdrijven 1,6 4,6 1,3 1,0 1,9 2,1 1,3 2,6 2,5 overige misdrijven 8,8 6,8 6,2 8,6 7,5 4,6 6,6 8,2 7,3 18-24 jaar gewelddadige seksuele misdrijven 0,5 0,4 0,3 0,0 0,4 0,2 0,0 0,8 0,4 overige seksuele misdrijven 19,0 15,0 17,6 17,4 17,6 20,4 15,1 17,4 17,4 geweld tegen personen 8,7 6,1 5,2 4,4 5,5 5,7 3,9 2,8 5,1 vermogen met geweld 36,1 27,6 26,3 23,1 25,3 28,5 20,0 24,4 26,7 vermogen zonder geweld 9,5 10,2 15,0 14,7 15,8 13,4 15,7 16,6 13,7 vernieling openbare orde en gezag 0,3 0,1 0,1 0,5 2,2 0,0 0,0 0,5 0,4 verkeersmisdrijven 10,7 16,1 22,1 24,2 15,4 18,8 30,2 20,1 19,2 drugsmisdrijven 6,6 13,1 4,7 6,2 7,3 5,9 6,9 5,6 7,2 overige misdrijven 8,5 11,3 8,6 9,4 10,6 7,1 8,2 11,8 9,8 25-44 jaar gewelddadige seksuele misdrijven 1,1 0,4 1,2 0,4 0,3 0,9 0,4 0,3 0,6 overige seksuele misdrijven 21,6 21,3 23,3 26,6 24,1 21,3 21,3 22,3 22,6 geweld tegen personen 4,3 2,1 1,8 1,8 3,3 2,3 1,9 1,3 2,1 vermogen met geweld 27,8 28,9 23,0 14,0 20,8 23,3 25,7 25,8 24,3 vermogen zonder geweld 7,2 10,8 7,7 10,3 10,4 8,4 10,1 10,9 9,5 vernieling openbare orde en gezag 0,1 0,5 0,2 0,1 0,6 0,4 0,3 0,8 0,4 verkeersmisdrijven 21,4 15,4 27,1 26,5 26,2 28,5 26,6 23,8 24,0 drugsmisdrijven 8,4 12,2 7,6 12,4 6,0 7,0 5,4 7,3 8,4 overige misdrijven 8,3 8,3 8,1 7,8 8,3 8,1 8,4 7,6 8,0 45-64 jaar gewelddadige seksuele misdrijven 0,0 0,0 1,1 0,0 1,0 0,6 0,4 0,4 0,5 overige seksuele misdrijven 19,3 31,7 24,5 28,6 25,0 25,4 16,9 21,1 22,7 geweld tegen personen 4,6 1,8 1,6 0,0 2,1 1,1 0,9 0,2 1,2 vermogen met geweld 38,8 32,3 30,0 21,4 29,2 29,4 30,7 26,6 29,3 vermogen zonder geweld 5,5 4,8 6,5 10,2 6,3 6,8 7,4 10,6 8,2 vernieling openbare orde en gezag 0,6 0,0 0,7 2,6 2,1 0,6 0,9 1,6 1,2 verkeersmisdrijven 13,2 13,2 19,8 22,4 33,3 22,0 26,0 26,5 22,5 drugsmisdrijven 12,1 10,8 8,5 6,6 0,0 7,9 9,5 7,3 8,2 overige misdrijven 6,0 5,4 7,4 8,2 1,0 6,2 7,4 5,6 6,2 65 jaar eo gewelddadige seksuele misdrijven 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 1,5 1,0 overige seksuele misdrijven 0,0 12,5 26,7 28,6 30,8 20,0 16,7 12,1 14,5 geweld tegen personen 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 vermogen met geweld 50,0 37,5 33,3 42,9 46,2 20,0 30,6 27,1 29,8 vermogen zonder geweld 0,0 0,0 6,7 14,3 7,7 0,0 0,0 4,5 4,2 vernieling openbare orde en gezag 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 5,6 5,0 4,2 verkeersmisdrijven 50,0 37,5 33,3 0,0 15,4 60,0 30,6 43,2 39,1 drugsmisdrijven 0,0 0,0 0,0 14,3 0,0 0,0 2,8 3,0 2,8 overige misdrijven 0,0 12,5 0,0 0,0 0,0 0,0 13,9 3,5 4,5 * Het cijfer voor 2011 is een voorlopig cijfer. Bron: HKS, bewerking Risbo 92
Bijlagen Tabel b5.9: Kerncijfers vervolgde jongeren (12 t/m 22 jaar) naar afkomst) Antillen Marokko Suriname Turkije Kaapverdië overig nietwesters westers autochtoon totaal % vervolgden in 2007 11,0 9,1 7,5 6,0 7,3 5,1 3,6 3,4 5,5 2008 11,4 9,9 7,0 5,9 8,0 4,6 4,0 3,5 5,5 2009 9,9 10,1 6,1 5,7 6,7 4,1 3,6 3,1 5,1 2010 6,3 6,9 3,7 3,7 4,0 2,7 2,3 1,9 3,3 2011 7,0 6,7 4,4 3,9 4,8 2,9 2,5 2,2 3,6 2012 5,3 5,2 3,5 3,0 3,8 2,2 1,6 1,6 2,7 Bevolking, 12-22 jaar 4.954 8.267 8.647 9.801 2.811 7.698 7.637 33.088 82.903 vervolgden 12-22 jaar 265 433 302 293 108 168 119 519 2.207 % vervolgden 2011 5,3 5,2 3,5 3,0 3,8 2,2 1,6 1,6 2,7 1e generatie 5,1 6,1 2,6 2,4 3,7 2,2 1,4-2,9 2e generatie 5,6 5,1 3,7 3,0 3,9 2,2 1,7-3,5 Mannen 8,4 9,2 5,7 4,9 6,3 3,6 2,3 2,4 4,3 Vrouwen 2,4 1,3 1,2 0,9 1,3 0,8 0,8 0,7 1,0 12-17 jaar 5,6 5,0 3,2 3,2 3,7 3,0 2,0 1,8 3,0 18-22 jaar 5,2 5,6 3,7 2,7 3,9 1,5 1,2 1,4 2,4 Bron: OM, bewerking Risbo 93
Bijlage 6 VSV-ers, uitkeringsontvangers en verdachten: aantallen en percentages naar deelgemeente en buurt In de tabellen b6.1 en b6.2 zijn VSV-ers 23, uitkeringsontvangers en verdachten per deelgemeente en buurt weergegeven. Voorbeeld: per 1 januari 2012 wonen 3.172 personen van Antilliaanse afkomst in de leeftijd van 17 t/m 22 jaar in Rotterdam. Daarvan staan er 611 geregistreerd als voortijdig schoolverlaters. Dit komt overeen met 19,3 procent van alle Rotterdammers van Antilliaanse afkomst in de leeftijd van 17 t/m 22 jaar. Vervolgens is voor elke deelgemeente en buurt een soortgelijke berekening gemaakt. We zien dan bijvoorbeeld dat er in IJsselmonde 439 personen van Antilliaanse afkomst wonen in de leeftijd van 17 t/m 22 jaar. Daarvan staan er 111 geregistreerd als voortijdig schoolverlater. Dit komt overeen met 25,3 procent. Het percentage VSV-ers onder personen van Antilliaanse afkomst in IJsselmonde is dus hoger dan het gemiddelde percentage VSV-ers onder Antillianen in heel Rotterdam. Soortgelijke berekening is gemaakt voor uitkeringsontvangers en verdachten. Totaalscore In de laatste kolom is een totaalscore berekend. Deze totaalscore is berekend door voor de drie indicatoren (vsv, uitkeringen, verdachten) per deelgemeente/buurt een verschilscore ten opzichte van het gemiddelde van alle Rotterdammers van Antilliaanse afkomst te bepalen en deze vervolgens te sommeren. In Rotterdam is het aandeel voortijdig schoolverlaters van Antilliaanse afkomst 19,3 procent. In IJsselmonde is het aandeel voortijdig schoolverlaters van Antilliaanse afkomst 25,3 procent. De in IJsselmonde wonende Rotterdammers van Antilliaanse afkomst scoren daarmee (25,3-19,3=6,0 procent) slechter dan het gemiddelde van de Rotterdamse bevolking van Antilliaanse afkomst; In IJsselmonde ontvangt 20,3 procent van de personen van Antilliaanse afkomst een uitkering. Van alle Rotterdammers van Antilliaanse afkomst ontvangt 18,1 procent een uitkering. De in IJsselmonde wonende 23 Deze analyse heeft betrekking op voortijdig schoolverlaters volgens de oude definitie. Voortijdig schoolverlaters zijn daarbij gedefinieerd als leerlingen die het (bekostigd) onderwijs hebben verlaten zonder dat zij een startkwalificatie hebben behaald. Een leerling heeft een startkwalificatie als hij of zij ten minste een havo- of vwo-opleiding, of een basisberoepsopleiding (mbo niveau 2) heeft afgerond. Concreet is het aandeel voortijdig schoolverlaters (inclusief onvermijdelijk vsv) bepaald voor jongeren in de leeftijd van 17 t/m 22 jaar. 95
Bijlagen personen van Antilliaanse afkomst scoren daarmee 2,2 procent (20,3-18,1) slechter dan gemiddeld; In IJsselmonde is het aandeel verdachten van Antilliaanse afkomst 8,0 procent. De in IJsselmonde wonende personen van Antilliaanse afkomst scoren daarmee 0,7 procent (8,0-7,3) slechter dan het gemiddelde van de Rotterdammers van Antilliaanse afkomst; In totaal scoort de bevolking van Antilliaanse afkomst in IJsselmonde 6,0+2,2+0,7=9 procent slechter dan het gemiddelde van de totale groep Rotterdammers van Antilliaanse afkomst. Opmerking: Als gevolg van kleine aantallen in een deelgemeente of buurt kunnen door toevalsfluctuaties grote verschilscores ontstaan. Voordat er conclusie over deelgemeenten kunnen worden getrokken is het daarom noodzakelijk om goed naar de aantallen te kijken. 96
Bijlagen Tabel b6.1a: Rotterdammers van Antilliaanse afkomst: voortijdig schoolverlaters, uitkeringsontvangers en verdachten naar deelgemeente, 2012 VSV (17 t/m 22 jaar) Uitkeringen (15 t/m 64 jaar) Verdachten (12 jaar en ouder) bevolking VSV(N) VSV(%) bevolking Uitkering(N) Uitkering(%) bevolking verdacht(n) verdacht(%) totaal* Rotterdam 3.172 611 19,3 16.837 3.039 18,1 18.534 1.346 7,3 0,0 Stadscentrum 155 9 5,8 737 71 9,6 762 31 4,1-25,1 Delfshaven 493 93 18,9 2.213 372 16,8 2.351 173 7,4-1,5 Overschie 39 7 17,9 241 56 23,2 262 31 11,8 8,3 Noord 189 31 16,4 1.073 164 15,3 1.143 81 7,1-5,9 Hillegersberg-Schiebroek 86 17 19,8 499 78 15,6 571 29 5,1-4,1 Kralingen-Crooswijk 200 29 14,5 883 149 16,9 921 61 6,6-6,7 Prins Alexander 216 36 16,7 1.387 191 13,8 1.574 101 6,4-7,8 Feijenoord 477 96 20,1 2.615 583 22,3 2.892 224 7,7 5,4 IJsselmonde 439 111 25,3 2.490 506 20,3 2.796 223 8,0 9,0 Charlois 573 127 22,2 3.151 612 19,4 3.451 274 7,9 4,9 Pernis 18 1 5,6 73 10 13,7 80 9 11,3-14,1 Hoogvliet 262 50 19,1 1.302 221 17,0 1.560 101 6,5-2,1 Hoek van Holland 2 0 0,0 35 5 14,3 35 0 0,0-30,4 Rozenburg 22 4 18,2 136 20 14,7 133 8 6,0-5,7 Bron: RSO-OBI, GBA, Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, SoZaWe, HKS/BVH, bewerking Risbo, Tabel b6.1b: Rotterdammers van Marokkaanse afkomst: voortijdig schoolverlaters, uitkeringsontvangers en verdachten naar deelgemeente, 2012 VSV (17 t/m 22 jaar) Uitkeringen (15 t/m 64 jaar) Verdachten (12 jaar en ouder) bevolking VSV(N) VSV(%) bevolking Uitkering(N) Uitkering(%) bevolking verdacht(n) verdacht(%) totaal* Rotterdam 4.299 864 20,1 26.501 5.558 21,0 30.236 1.585 3,4 0,0 Stadscentrum 184 38 20,7 1.183 256 21,6 1.456 74 3,3 1,2 Delfshaven 1.097 233 21,2 6.291 1.482 23,6 7.334 409 3,3 3,6 Overschie 126 27 21,4 693 100 14,4 785 37 2,6-6,0 Noord 549 120 21,9 3.215 702 21,8 3.799 198 2,6 1,9 Hillegersberg-Schiebroek 124 22 17,7 897 190 21,2 990 41 3,8-1,8 Kralingen-Crooswijk 544 106 19,5 3.174 698 22,0 3.554 205 3,6 0,6 Prins Alexander 175 29 16,6 1.311 220 16,8 1.346 92 4,0-7,1 Feijenoord 794 132 16,6 4.910 1.045 21,3 5.663 281 3,4-3,2 IJsselmonde 208 49 23,6 1.492 264 17,7 1.607 75 3,8 0,6 Charlois 441 98 22,2 2.910 523 18,0 3.230 149 3,6-0,7 Pernis 5 0 0,0 26 7 26,9 30 2 4,8-12,8 Hoogvliet 50 10 20,0 341 56 16,4 387 19 2,3-5,8 Hoek van Holland 1 0 0,0 31 10 32,3 29 1 4,8-7,4 Rozenburg 1 0 0,0 26 4 15,4 26 2 2,2-26,9 Bron: RSO-OBI, GBA, Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, SoZaWe, HKS/BVH, bewerking Risbo, * zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers 97
Bijlagen Tabel b6.2a: Rotterdammers van Antilliaanse afkomst: voortijdig schoolverlaters, uitkeringsontvangers en verdachten naar buurt, 2012 VSV (17 t/m 22 jaar) Uitkeringen (15 t/m 64 jaar) Verdachten (12 jaar en ouder) bevolking VSV(N) VSV(%) bevolking Uitkering(N) Uitkering(%) bevolking verdacht(n) verdacht(%) totaal* Rotterdam 3.172 611 19,3 16.837 3.039 18,1 18.534 1.346 7,3 0,0 Cool/Nieuwe Werk/Dijkzigt 64 1 1,6 252 15 6,0 248 10 4,0-33,1 Stadsdriehoek/C.S. Kwartier 64 4 6,3 310 11 3,5 297 6 2,0-32,8 Oude Westen 27 4 14,8 175 45 25,7 217 15 6,9 2,8 Delfshaven 171 21 12,3 568 79 13,9 554 38 6,9-11,5 Bospolder 21 3 14,3 140 38 27,1 169 12 7,1 3,9 Tussendijken 35 7 20,0 178 48 27,0 197 25 12,7 15,0 Spangen 43 9 20,9 241 41 17,0 237 13 5,5-1,2 Nieuwe Westen 76 15 19,7 418 90 21,5 452 34 7,5 4,1 Middelland 93 25 26,9 346 40 11,6 369 36 9,8 3,6 Oud-Mathenesse/Witte Dorp 33 6 18,2 177 15 8,5 202 8 4,0-14,0 Schiemond 21 7 33,3 145 21 14,5 171 7 4,1 7,2 Kleinpolder 26 4 15,4 144 34 23,6 157 14 8,9 3,3 Overschie/Noord- Kethel/Schieveen/Zestienhoven/La nd 13 3 23,1 97 22 22,7 105 17 16,2 17,3 Agniesebuurt 26 3 11,5 137 12 8,8 152 13 8,6-15,8 Provenierswijk 50 3 6,0 200 14 7,0 196 7 3,6-28,1 Bergpolder 26 3 11,5 140 26 18,6 161 8 5,0-9,6 Blijdorp/Blijdorpse Polder 20 6 30,0 114 5 4,4 115 7 6,1-4,2 Liskwartier 22 3 13,6 137 27 19,7 155 12 7,7-3,6 Oude Noorden 45 13 28,9 345 80 23,2 364 34 9,3 16,7 Schiebroek 57 9 15,8 341 63 18,5 390 25 6,4-4,0 Hillegersberg-Zuid 6 4 66,7 58 6 10,3 63 2 3,2 35,6 Hillegersberg-Noord 13 3 23,1 64 9 14,1 72 1 1,4-6,1 Terbregge 3 0 0,0 11 0 0,0 12 1 8,3-36,4 Molenlaankwartier 7 1 14,3 25 0 0,0 34 0 0,0-30,4 Rubroek 26 3 11,5 164 25 15,2 173 5 2,9-15,0 Nieuw-Crooswijk 8 2 25,0 47 9 19,1 53 6 11,3 10,8 Oud-Crooswijk 42 11 26,2 194 43 22,2 180 8 4,4 8,1 Kralingen-West 50 8 16,0 218 41 18,8 247 24 9,7-0,1 Kralingen-Oost/Kralingse-Bos 15 1 6,7 65 7 10,8 71 6 8,5-18,7 De Esch 31 2 6,5 134 20 14,9 130 10 7,7-15,5 Struisenburg 28 2 7,1 61 4 6,6 67 2 3,0-28,0 s-gravenland 21 0 0,0 122 3 2,5 141 4 2,8-39,4 Kralingseveer 6 1 16,7 21 3 14,3 23 0 0,0-13,7 Prinsenland 21 3 14,3 126 20 15,9 164 12 7,3-7,2 Het Lage Land 33 5 15,2 197 22 11,2 215 13 6,0-12,3 Ommoord 47 10 21,3 260 44 16,9 297 17 5,7-0,7 Zevenkamp 57 7 12,3 369 55 14,9 410 30 7,3-10,1 Oosterflank 22 8 36,4 203 35 17,2 228 16 7,0 16,0 Nesselande 9 2 22,2 89 9 10,1 96 9 9,4-2,9 Kop van Zuid/(KvZ-Entrepot) 73 7 9,6 397 31 7,8 408 11 2,7-24,5 Vreewijk 63 13 20,6 411 125 30,4 417 26 6,2 12,6 Bloemhof 118 27 22,9 556 120 21,6 621 65 10,5 10,3 Hillesluis 87 21 24,1 427 89 20,8 473 37 7,8 8,1 Katendrecht 31 5 16,1 203 49 24,1 240 20 8,3 3,9 Afrikaanderwijk 57 10 17,5 271 69 25,5 340 37 10,9 9,2 Feijenoord 40 11 27,5 290 84 29,0 325 22 6,8 18,6 Noordereiland 8 2 25,0 60 16 26,7 68 6 8,8 15,8 Oud-IJsselmonde 14 6 42,9 134 24 17,9 118 12 10,2 26,4 Lombardijen 65 13 20,0 521 118 22,6 582 43 7,4 5,4 Groot-IJsselmonde 216 61 28,2 1.089 224 20,6 1.243 107 8,6 12,7 Beverwaard 144 31 21,5 746 140 18,8 853 61 7,2 2,8 Tarwewijk 158 31 19,6 803 106 13,2 886 71 8,0-3,9 Carnisse 88 17 19,3 430 63 14,7 480 30 6,3-4,4 Zuidwijk 104 26 25,0 566 147 26,0 636 58 9,1 15,4 Oud-Charlois 86 21 24,4 542 99 18,3 575 54 9,4 7,4 Wielewaal 7 2 28,6 23 7 30,4 24 4 16,7 31,1 Zuidplein/Zuiderpark/Zuidrand 8 4 50,0 60 16 26,7 74 3 4,1 36,1 Pendrecht 107 24 22,4 661 161 24,4 686 47 6,9 9,0 Heijplaat 15 2 13,3 66 13 19,7 90 7 7,8-3,9 Pernis 18 1 5,6 73 10 13,7 80 9 11,3-14,1 Hoogvliet-Noord 122 25 20,5 639 103 16,1 765 47 6,1-1,9 Hoogvliet-Zuid 140 25 17,9 663 118 17,8 795 54 6,8-2,2 Hoek van Holland 2 0 0,0 35 5 14,3 35 0 0,0-30,4 Rozenburg 22 4 18,2 136 20 14,7 133 8 6,0-5,7 Bron: RSO-OBI, GBA, Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, SoZaWe, HKS/BVH, bewerking Risbo, * zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers 98
Bijlagen Tabel b6.2b: Rotterdammers van Marokkaanse afkomst: voortijdig schoolverlaters, uitkeringsontvangers en verdachten naar buurt, 2012 VSV (17 t/m 22 jaar) Uitkeringen (15 t/m 64 jaar) Verdachten (12 jaar en ouder) bevolking VSV(N) VSV(%) bevolking Uitkering(N) Uitkering(%) bevolking verdacht(n) verdacht(%) totaal* Rotterdam 4.299 864 20,1 26.501 5.558 21,0 30.236 1.585 3,4 0,0 Cool/Nieuwe Werk/Dijkzigt 31 10 32,3 189 28 14,8 214 14 3,8 6,4 Stadsdriehoek/C.S. Kwartier 28 2 7,1 216 42 19,4 224 9 3,3-14,6 Oude Westen 125 26 20,8 778 186 23,9 1.018 51 3,3 3,5 Delfshaven 49 11 22,4 350 96 27,4 420 35 4,4 9,8 Bospolder 121 27 22,3 796 227 28,5 909 58 2,8 9,1 Tussendijken 142 27 19,0 764 223 29,2 913 57 3,1 6,8 Spangen 223 39 17,5 1.268 260 20,5 1.429 62 3,0-3,5 Nieuwe Westen 302 64 21,2 1.797 409 22,8 2.186 117 3,0 2,5 Middelland 131 40 30,5 570 133 23,3 644 45 4,7 14,1 Oud-Mathenesse/Witte Dorp 66 13 19,7 319 41 12,9 375 22 4,0-7,9 Schiemond 63 12 19,0 427 93 21,8 458 13 3,4-0,3 Kleinpolder 101 20 19,8 547 76 13,9 638 26 2,3-8,5 Overschie/Noord- Kethel/Schieveen/Zestienhoven/La nd 25 7 28,0 146 24 16,4 147 11 4,1 4,1 Agniesebuurt 51 17 33,3 350 76 21,7 406 27 4,5 15,0 Provenierswijk 49 6 12,2 223 41 18,4 281 12 2,3-11,6 Bergpolder 35 8 22,9 278 56 20,1 283 20 1,9 0,5 Blijdorp/Blijdorpse Polder 21 10 47,6 95 14 14,7 102 3 3,5 21,4 Liskwartier 66 9 13,6 460 101 22,0 531 24 2,1-6,8 Oude Noorden 327 70 21,4 1.809 414 22,9 2.196 112 2,4 2,2 Schiebroek 96 19 19,8 683 148 21,7 743 34 4,1 1,1 Hillegersberg-Zuid 2 0 0,0 37 5 13,5 37 2 3,6-27,4 Hillegersberg-Noord 18 3 16,7 132 31 23,5 154 3 4,0-0,3 Terbregge 7 0 0,0 36 5 13,9 42 1 0,0-30,6 Molenlaankwartier 1 0-9 1 11,1 14 1 5,9 - Rubroek 94 23 24,5 527 123 23,3 570 36 4,2 7,6 Nieuw-Crooswijk 49 7 14,3 287 58 20,2 271 29 4,5-5,5 Oud-Crooswijk 138 26 18,8 951 241 25,3 1.044 55 3,9 3,6 Kralingen-West 221 41 18,6 1.145 227 19,8 1.376 70 2,9-3,1 Kralingen-Oost/Kralingse-Bos 13 5 38,5 52 14 26,9 60 6 4,1 25,1 De Esch 19 1 5,3 122 23 18,9 145 2 3,7-16,6 Struisenburg 10 3 30,0 90 12 13,3 88 7 3,2 2,1 s-gravenland 12 2 16,7 58 5 8,6 64 4 3,8-15,4 Kralingseveer 0 0 6 0 0,0 9 0 0,0-44,5 Prinsenland 22 2 9,1 159 22 13,8 156 2 4,0-17,5 Het Lage Land 16 1 6,3 139 17 12,2 140 4 3,4-22,5 Ommoord 55 6 10,9 320 61 19,1 332 30 6,2-8,3 Zevenkamp 42 12 28,6 318 52 16,4 340 31 4,5 5,0 Oosterflank 13 4 30,8 205 53 25,9 191 14 2,8 15,0 Nesselande 15 2 13,3 106 10 9,4 114 7 2,2-19,5 Kop van Zuid/(KvZ-Entrepot) 73 17 23,3 620 135 21,8 641 32 3,1 3,7 Vreewijk 56 7 12,5 429 92 21,4 468 17 5,3-5,2 Bloemhof 169 35 20,7 974 196 20,1 1.095 76 3,1-0,6 Hillesluis 171 24 14,0 1.001 181 18,1 1.204 62 3,4-9,0 Katendrecht 42 6 14,3 240 51 21,3 273 12 4,8-4,1 Afrikaanderwijk 138 23 16,7 780 185 23,7 950 46 3,3-0,8 Feijenoord 130 19 14,6 750 169 22,5 901 32 3,4-3,9 Noordereiland 15 1 6,7 116 36 31,0 131 4 1,5-5,2 Oud-IJsselmonde 6 0 0,0 81 11 13,6 78 1 4,1-26,8 Lombardijen 80 20 25,0 547 115 21,0 595 29 2,7 4,3 Groot-IJsselmonde 94 20 21,3 639 107 16,7 704 39 4,4-2,0 Beverwaard 28 9 32,1 225 31 13,8 230 6 4,9 6,3 Tarwewijk 103 24 23,3 663 102 15,4 748 39 4,3-1,5 Carnisse 72 12 16,7 389 61 15,7 444 24 6,3-5,8 Zuidwijk 71 14 19,7 520 104 20,0 558 27 2,3-2,5 Oud-Charlois 88 18 20,5 604 127 21,0 683 26 2,2-0,7 Wielewaal 1 0 0,0 14 3 21,4 8 0 20,0-3,0 Zuidplein/Zuiderpark/Zuidrand 8 3 37,5 48 7 14,6 49 3 3,0 10,6 Pendrecht 93 25 26,9 647 116 17,9 706 28 3,2 3,6 Heijplaat 5 2 40,0 25 3 12,0 34 2 5,9 13,4 Pernis 5 0 0,0 26 7 26,9 30 2 4,8-12,8 Hoogvliet-Noord 33 5 15,2 196 28 14,3 228 9 1,8-13,2 Hoogvliet-Zuid 17 5 29,4 145 28 19,3 159 10 3,2 7,4 Hoek van Holland 1 0 0,0 31 10 32,3 29 1 4,8-7,4 Rozenburg 1 0 0,0 26 4 15,4 26 2 2,2-26,9 Bron: RSO-OBI, GBA, Jeugd en Onderwijs gemeente Rotterdam, SoZaWe, HKS/BVH, bewerking Risbo, * zeer beperkte populatieomvang, geen betrouwbare cijfers 99
Begrippenlijst Autochtoon Persoon van wie de beide ouders in Nederland zijn geboren. Allochtoon Een allochtoon is daarbij gedefinieerd als een persoon van wie tenminste één van de ouders in het buitenland geboren is. Overig westers In de tabellen en grafieken wordt de groep overig westers onderscheiden. Hiermee wordt verwezen naar personen van wie tenminste één van de ouders geboren is in één van de landen in Europa (exclusief Turkije en de MOE-landen), Noord-Amerika, Oceanië, Indonesië of Japan. Overig niet-westers In de tabellen en grafieken wordt de groep overig niet-westers onderscheiden. Tot deze categorie worden personen gerekend van wie tenminste één ouder is geboren in een land in Azië (m.u.v. Japan en Indonesië), Afrika of Latijns Amerika. De apart onderscheiden groepen; Rotterdammers van Antilliaanse, Surinaamse, Turkse, Marokkaanse, Kaapverdiaanse, Dominicaanse en Somalische afkomst behoren niet tot de categorie overige niet-westerse allochtonen. Gegevens over deze zeven grote niet westerse allochtone groepen in Rotterdam worden namelijk al apart gepresenteerd in deze rapportage. 101
Begrippenlijst Eerste generatie allochtoon Allochtonen die in het buitenland zijn geboren, worden gerekend tot de eerste generatie. Tweede generatie allochtoon Allochtonen die in Nederland zijn geboren, worden gerekend tot de tweede generatie. Misdrijf Strafbaar feit van de zware soort, als zodanig aangeduid in de strafwetten. Indeling van strafbare feiten is van belang bij het procesrecht (absolute competentie en rechtsmiddelen) en de strafbaarstelling. Berechting in eerste aanleg gebeurt in de meeste gevallen door de rechtbank. Absoluut schoolverzuim Als een leerplichtige leerling langer dan vier weken niet is ingeschreven op een school is er sprake van absoluut verzuim Relatief schoolverzuim Als een leerling incidenteel of geregeld ongeoorloofd afwezig is, is er sprake van relatief verzuim. Voortijdig schoolverlaters Voortijdig schoolverlaters zijn hier gedefinieerd als leerlingen die het (bekostigd) onderwijs hebben verlaten zonder dat zij een startkwalificatie hebben behaald. 102
Rotterdamse Risicogroepen 2013 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicojongeren J. de Boom, A. Weltevrede, Y. Seidler, M. van San, P. Hermus, P. van Wensveen Rotterdam: Risbo / Erasmus Universiteit. Juli 2013 Erasmus Universiteit Rotterdam Postbus 1738 3000 DR Rotterdam tel.: 010-4082124 fax: 010-4081141 Copyright RISBO Contractresearch BV. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de Directie van het Instituut.