HANDLEIDING AB ONTVANGER Handleiding AB ontvanger Versie: 2.2 Revisie: 17-10-2011
Inhoud 1. Inleiding...3 2. Leveringsomvang...4 3. Toepassingsvoorwaarden...5 3.1 Ondersteunde controllers... 5 3.2 Voeding... 5 3.3 Bekabeling... 5 3.4 Locatie... 5 4. Opbouw AB Ontvanger...7 4.1 De AB Ontvanger PCB... 7 4.1.1 Connector K5 (RS485 & voeding)... 7 4.1.2 DIP-Switches... 8 4.1.3 Led... 8 4.1.4 Antenne... 8 5. Werking...9 6. Installatie...10 6.1 Invloed van de omgeving op werking van de communicatie... 10 6.2 Behuizing... 10 6.3 Montage... 11 7. Instellingen...12 7.1.1 CDIP-switch instellingen... 12 7.1.2 Instellen van RS485 adres... 12 8. Beveiliging...13 9. Firmware upgrade...14 10. Reset...15 11. Bedrading tussen Ab ontvanger en controller...16 11.1 NE35/36/38/39 controller... 16 11.2 SICOM2plus/SICOM4plus/RCU2plus/RCU4plus... 16 12. Technische specificaties...17 De producten van Nemef zijn onderhevig aan veranderingen welke zonder voorafgaande aankondiging kunnen worden doorgevoerd. Aan deze handleiding of de inhoud daarvan kan geen enkel recht worden ontleend. 2
1. Inleiding De Radaris Evolution productlijn bestaat uit een aantal volledig op elkaar afgestemde toegangscontrole producten. De opzet van deze productlijn is zodanig dat deze in vrijwel elk marktsegment inzetbaar is en daarbij naast comfort ook de noodzakelijke veiligheid en betrouwbaarheid biedt. De Radaris Evolution AB ontvanger maakt onderdeel uit van de Radaris Evolution productlijn en is bedoeld voor het ontvangen van afstandsbedieningssignalen van de Radaris Evolution afstandsbediening(en). De AB ontvanger kan worden aangesloten als leeseenheid op één van de volgende controllers: Radaris Evolution NE38 controller Radaris Evolution NE39 controller NE35 controller NE36 controller TiSM controllers: SICOM2plus, SICOM4plus, RCU2plus en RCU4plus Deze handleiding is bedoeld als volledig naslagwerk voor de AB ontvanger. Dit is gerealiseerd aan de hand van specificaties, aansluitgegevens en aansluitvoorbeelden.
2. Leveringsomvang De AB ontvanger bestaat uit een speciale UV bestendige OBO T60 kabeldoos met daarin gemonteerd de AB ontvanger PCB. Het geheel is verpakt in een kunststof folie/zak.
3. Toepassingsvoorwaarden 3.1 Ondersteunde controllers De AB ontvanger is primair bedoeld om te werken in combinatie met de volgende controllers: Als 2 e leeseenheid op een Radaris Evolution NE38 controller. Als 2 e leeseenheid op een Radaris Evolution NE39 controller. Daarbij functioneert de AB ontvanger als een externe AB ontvanger en moet de ontvanger van de NE39 worden uitgeschakeld. Als 2 e leeseenheid op een NE35 controller. Als 2 e leeseenheid op een NE36 controller. Daarbij functioneert de AB ontvanger als een externe AB ontvanger en moet de ontvanger van de NE36 worden uitgeschakeld. Als leeseenheid op de volgende TiSM controllers: SICOM2plus, SICOM4plus, RCU2plus en RCU4plus. Daarbij is het adres van de leeseenheid instelbaar op adres 1..7. LET OP Bij gebruik in combinatie met een NE36 of NE39 controller, dienen deze controllers minimaal te zijn voorzien van firmware versie 2.2.4. In eerdere firmware versies is de eigen ontvanger van de NE36 of NE39 niet uitschakelbaar. 3.2 Voeding De AB ontvanger dient voor de juiste werking te worden gevoed via de controller waarop deze is aangesloten. Alle in paragraaf 3.1. genoemde controllers zijn instaat om de AB ontvanger te voeden. Een vierdraads verbinding tussen AB ontvanger en controller is voldoende voor voeding en datasignalen. 3.3 Bekabeling Voor de bekabeling van/naar de AB ontvanger dient voor het doel geschikte zwakstroomkabels te worden gebruikt. Daarbij wordt geadviseerd om getwiste aderparen te gebruiken voor: De voedingsspanning (een aderpaar voor +12VDC en GND) De RS485 communicatielijnen (een aderpaar voor D+ en D ) In de meeste gevallen zal standaard UTP bekabeling goed voldoen. 3.4 Locatie De AB ontvanger is ondergebracht in een speciale UV bestendige OBO kabeldoos. Deze behuizing voldoet tevens aan beschermingsklasse IP66 en is daarom geschikt voor montage aan een buitengevel.
Zonder extra bescherming van de AB ontvanger dient rekening te worden gehouden met extreem hoge of extreem lage temperaturen welke kunnen ontstaan door bijvoorbeeld de volle zon in de zomer of een straffe oostenwind in de winter.
4. Opbouw AB ontvanger De AB ontvanger bestaat uit een PCB welke is ondergebracht in een kunststof behuizing. De PCB bevat de volgende belangrijke onderdelen: Een microcontroller welke verantwoordelijk is voor de communicatie en sturing via de RS485 interface, tranceiver, enz. Een tranceiver voor ontvangst van de Radaris Evolution afstandsbedieningen. Aansluitklemmen voeding en RS485 interface. DIP-switches voor instellingen. Een LED voor terugkoppeling naar de installateur. 4.1 De AB Ontvanger PCB Onderstaand is de PCB van de AB ontvanger weergegeven. Daarbij zijn alle relevante onderdelen aangegeven en benoemd. Antenne Niet aansluiten!! Aansluitingen mogelijk voor toekomstig gebruik. DIP Switches Status LED 1 2 3 4 Connector K1: RS485 interface en voeding figuur 1: AB Ontvanger PCB 4.1.1 Connector K5 (RS485 & voeding) Op K1 zijn alle aansluitingen voor de AB ontvanger aanwezig. De tweedraad RS485 interface is beschikbaar op pen 1 en 2 en de voedingsspanning wordt via pen 3 en 4 aangesloten. De functie van de aansluitpennen van K1 is weergegeven in onderstaande tabel. Connector K1 Nr. Naam Functie 1 D+ RS485 data + 2 D RS485 data 3 GND Massa 4 +12V 12VDC voeding voor RF Module
LET OP Gebruik voor de connectoren een geschikte schroevendraaier met een platte kop: maat 0,4 x 2,5mm. 4.1.2 DIP-Switches Op de PCB zijn 8 DIP-switches aanwezig. Met deze DIP-switches wordt het RS485 adres van de AB ontvanger ingesteld en kunnen onderhoudswerkzaamheden als firmware upgrade en een reset worden uitgevoerd. De instellingen voor de DIP-switches staan beschreven op de plaatsen waar ze relevant zijn. 4.1.3 LED Op de PCB van de AB ontvanger is een LED aanwezig welke de volgende functies heeft: De LED licht gedurende ongeveer 1 seconde op indien een afstandsbedieningsignaal wordt ontvangen. De LED geeft periodiek korte flitsen ten teken dat de software in de AB ontvanger nog actief is (heartbeat). Terugkoppeling bij onderhoudswerkzaamheden als firmware upgrade en reset. Omdat de LED door de behuizing zichtbaar kan zijn, is deze met behulp van een DIP switch 3 uit te schakelen. 4.1.4 Antenne De antenne van de AB ontvanger is uitgevoerd als een blauwe gebogen draad. Behandel deze antenne voorzichtig en voorkom dat deze wordt verbogen.
5. Werking De AB ontvanger wordt door de controller waarop deze is aangesloten gezien als een standaard leeseenheid. Daarbij is het adres van de leeseenheid via de DIP-switches van de AB Ontvanger instelbaar. Een door de AB ontvanger ontvangen afstandsbedieningssignaal komt op de controller binnen als een boeking met het ID van de afstandsbediening op de leeseenheid met ingestelde adres. LET OP Indien de AB ontvanger op een NE36 of NE39 controller wordt aangesloten, moet de interne afstandsbedieningontvanger van deze controllers worden uitgeschakeld. LET OP Indien de AB ontvanger op een NE39 controller in stand-alone modus wordt aangesloten, dient met het inleren van afstandsbedieningen rekening te worden gehouden met het feit dat bij het inleren (en wissen) het afstandsbedieningsignaal slechts één keer geactiveerd hoeft te worden. Dit wordt veroorzaakt doordat de AB ontvanger als 2 e leeseenheid en de afstandsbedieningen daardoor als toegangskaart worden gezien.
6. Installatie 6.1 Invloed van de omgeving op werking van de communicatie De omgeving waarin de AB ontvanger wordt geïnstalleerd bepaald in sterke mate de juiste ontvangst van afstandsbedieningssignalen. Houdt bij de installatie rekening met de omgeving en vermijd plaatsen waar materialen zijn toegepast welke in een grote mate radiogolven absorberen of juist reflecteren. Verder wordt de ontvangst sterk nadelig beïnvloed door de aanwezigheid van stoorsignalen. Houd bij de installatie rekening met de omgeving en vermijd plaatsen waar stoorsignalen aanwezig kunnen zijn. Let daarbij in het bijzonder op signalen of harmonischen daarvan, welke in de buurt van de voor de afstandsbedieningen gebruikte frequentie van 868MHz komen. LET OP Op de PCB in de behuizing van de AB ontvanger is ook de antenne voor de tranceiver ondergebracht. Om deze reden mag de AB ontvanger of PCB niet in een metalen behuizing worden geplaatst. 6.2 Behuizing De AB ontvanger is ondergebracht in een speciale UV bestendige OBO T60 kabeldoos. Deze behuizing is aan alle zijden voorzien van kabeldoorvoeren. Er wordt geadviseerd gebruik te maken van de kabeldoorvoer aan de onderzijde van de behuizing. Hier is in het midden 1 doorvoer aangebracht. 114 mm Schroeven voor de kap van de behuizing Kabeldoorvoer 57 mm figuur 2: Behuizing AB Ontvanger
Het onderste deel van de behuizing is voorzien van 4 montage gaten ten behoeve van bolkopschroeven met een diameter van 4mm. In het onderste deel van de behuizing is de PCB gemonteerd op een glasvezelversterkte montageplaat. Gaten voor montage van de behuizing 6.3 Montage figuur 3: Onderste deel van behuizing met PCB Houdt bij de montage rekening met onderstaande aanwijzingen: Voer zo mogelijk voor montage van de AB ontvanger alle benodigde instellingen uit. Monteer de module met vier bolkop schroeven met een diameter van 4 mm op een vlakke ondergrond. LET OP Hoewel de constructie van de behuizing enige bescherming voor de PCB biedt, dient de montage van de behuizing met PCB met de nodige zorg te gebeuren. Door bijvoorbeeld een uitschietende schroevendraaier of schroefmachine kan de PCB onherstelbaar beschadigd raken. Maak een klein rond gaatje in de kabeldoorvoer, zodanig dat bij het doorsteken van de kabel de doorvoer strak om de kabel trekt. Monteer een vieraderige kabel op connector K1. Gebruik hiervoor een geschikte platte schroevendraaier (0,4x2,5mm). Maak gebruik van voor de toepassing geschikte zwakstroom met getwiste aderparen. In de meeste gevallen zal een standaard UTP kabel voldoen. LET OP Bescherm de kabel zo nodig buiten de behuizing tegen weersinvloeden en mechanische belasting. Sluit het ander einde van de kabel op de daarvoor bedoelde connector van de controller aan. Test de werking van de AB ontvanger. Monteer het deksel van de behuizing.
7. Instellingen Alle instellingen voor de AB ontvanger worden uitgevoerd met behulp van de DIPswitches. In dit hoofdstuk worden de instellingen van de DIP-switches voor normaal gebruik toegelicht. De instellingen welke nodig zijn voor bijvoorbeeld firmware upgrade of reset staan in de betreffende hoofdstukken. 7.1.1 DIP-switch instellingen De DIP-switches hebben voor normaal bedrijf de volgende functies: Functie van DIP switches voor normaal bedrijf Switch nr. Functie tijdens bedrijf 1 Moet altijd op OFF staan 2 Moet altijd op OFF staan 3 OFF (Default): LED functie aan. ON: LED functie uit 4 Moet altijd op ON staan 5 Adres RF Module (LSB) 6 Adres RF Module 7 Adres RF Module (MSB) 8 Moet altijd op OFF staan tabel 1: Functie van DIP-switches tijdens normaal gebruik 7.1.2 Instellen van RS485 adres Het RS485 adres van de AB ontvanger kan worden ingesteld op 1..7. Voor gebruik in combinatie met een NE35, NE36, NE38 of NE39 controller moet het adres op 2 worden ingesteld. In onderstaand overzicht staan de mogelijke instellingen. ON ON ON ON 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 3 4 5 6 7 8 Adres 1 Adres 2 Adres 3 Adres 4 ON ON ON 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 3 4 5 6 7 8 1 2 3 4 5 6 7 8 Adres 5 Adres 6 Adres 7 figuur 4: RS485 adres instellingen
8. Beveiliging Het signaal van de Radaris Evolution afstandsbedieningen is onder andere beveiligd met een zogenaamde Rolling Code. Deze Rolling Code zorgt er voor dat een eenmaal verstuurde boodschap niet nogmaals gebruikt kan worden. Daartoe wordt bij Radaris Evolution componenten met een geïntegreerde afstandsbedieningsontvanger een lijst bijgehouden van ingeleerde afstandsbedieningen en de laatst van hun ontvangen boodschap. Omdat de AB ontvanger ook moet werken met controllers welke geen mogelijkheid hebben om een lijst met afstandsbedieningen bij te houden, beschikt de AB ontvanger zelf over een lijst met afstandsbedieningen en de laatst van hun ontvangen boodschap. Deze lijst wordt automatisch door de AB ontvanger opgebouwd en biedt ruimte aan ruim 5.000 verschillende afstandsbedieningen. LET OP De lijst met afstandsbedieningen en de laatst van hun ontvangen boodschap wordt bij het resetten van de AB ontvanger gewist. Na een reset wordt de lijst weer automatisch opgebouwd.
9. Firmware upgrade De firmware van de AB ontvanger kan indien nodig worden geüpgrade met behulp van een Radaris Evolution Programmeerapparaat RE-01. Het upgraden van de firmware gaat op dezelfde manier als upgraden van een RF leeseenheid in stand-alone modus. Het uitvoeren van een firmware upgrade bij een Radaris Evolution AB ontvanger kan alleen via een programmeerapparaat. Om te voorkomen dat iedereen met een programmeerapparaat een firmware upgrade kan uitvoeren moet de RF Module eerst in bootmodus worden gebracht. Een RF Module kan op de volgende manier in bootmodus worden gebracht: 1. Schakel de voeding van de AB ontvanger uit (verwijder connector K1). 2. Zet DIP-switch 8 op ON 3. Schakel de voeding van de AB ontvanger weer in (plaats connector K1 terug) 4. De groene LED op de PCB gaan knipperen ten teken van een actieve bootmodus. 5. Zet DIP-switch 8 weer op OFF. 6. Indien een programmeerapparaat met een nieuwe firmware voor de AB ontvanger in de buurt is, zal automatisch een firmware upgrade worden uitgevoerd. Gedurende de firmware upgrade blijft de status LED op de PCB knipperen. Na een firmware upgrade dooft de LED en verlaat de AB ontvanger de bootmodus. 7. Indien geen nieuwe firmware voor de AB ontvanger bij een programmeerapparaat wordt aangetroffen zal de status LED na enkele seconden doven en verlaat de AB ontvanger de bootmodus.
10. Reset In situaties waarbij de Radaris Evolution AB ontvanger een ongedefinieerde status heeft, kan het nodig zijn dat deze wordt gereset. Tijdens het resetten worden alle bijgehouden afstandsbedieningen uit het geheugen van de RF Module gewist. Een reset wordt als volgt uitgevoerd: 1. Zet DIP-switch 1 en 2 op ON en alle overige DIP-switches op OFF. 2. Zet gedurende 3 seconden DIP-switch 8 op ON. 3. Zet DIP-switch 8 weer op OFF zodra de groene status LED op de PCB oplicht. figuur 5: Reset
11. Bedrading tussen AB ontvanger en controller 11.1 NE35/36/38/39 controller De bedrading tussen de vierpolige connector van een NE35/36/38 of NE39 controller en de vierpolige connector van de AB Ontvanger is één op één, zoals weergegeven in figuur 6: Bedrading AB Ontvanger - NE35/36/38/39figuur 6. NE35/36/38/39 controller AB Ontvanger figuur 6: Bedrading AB Ontvanger - NE35/36/38/39 Voor pen 1 en 2 (RS485) dient een getwist aderpaar te worden gebruikt en voor pen 3 en 4 (voeding) dient een getwist aderpaar te worden gebruikt. 11.2 SICOM2plus/SICOM4plus/RCU2plus/RCU4plus Iedere samengestelde TiSM controller op basis van een RCU2plus, RCU4plus, SICOM2plus of SICOM4plus is voorzien van 1 of twee 485POW PCB s waarop de leeseenheden aangesloten kunnen worden. Op deze 485 POW PCB s zijn daarvoor 4 stuks 6 polige connectoren aanwezig. In figuur 7 is een bedradingvoorbeeld gegeven voor het aansluiten van de AB ontvanger op een reader aansluiting van een samengestelde TiSM controller. 485POW reader connector AB Ontvanger figuur 7: Bedrading AB Ontvanger - 485POW
12. Technische specificaties Afmetingen PCB Afmetingen behuizing Materiaal Voeding Stroomverbruik Seriële interface Snelheid op seriële interface RF Communicatie interface Frequentie RF comm. interface Bedrijfstemperatuur Maximale luchtvochtigheid Maximale luchtvochtigheid Radaris Evolution AB ontvanger : 52mm x 52mm x 14mm (lengte x breedte x hoogte) : 114mm x 114mm x 57mm (lengte x breedte x hoogte) : Polypropeen (PP) : 9-13VDC / 150mA / gestabiliseerd (max. 50mV rimpel) : Typ. 80mA, max. 100mA : RS485 (tweedraads + voeding) : 9.600 Baud : Ten behoeve van ontvangst van Radaris Evolution afstandsbedieningen : 868MHz : -10 +70 C : +90%, niet condenserend : +90%, niet condenserend Maatvoering 57 mm 114 mm figuur 8: Maatvoering