7 782 Vlambewaker LFS1... Vlambewaker met vergunning voor permanent bedrijf voor de bewaking van olieen gasvlammen bij gebruik met ionisatievlamopnemer en fotocelopnemer RAR9. Vlambewaker voor intermitterend bedrijf met uv-vlamopnemers QRA2/QRA4/QRA10. De LFS1 en dit apparatenblad zijn bestemd voor OEM's die LFS1 inzetten in of aan hun producten. Toepassing, kenmerken Toepassing LFS1 zorgen voor de bewaking van olie- en gasbranders in combinatie met de stuurautomaat LEC1 of met geheugenprogrammeerbare besturingen. Typische toepassingsgebieden omvatten industriebranders tot aan de hoogste veiligheidsniveaus SIL3, maar ook scheepsbranders. De vlambewaking - gebeurt bij LFS1.1 met fotocelopnemer RAR9 met vergunning voor permanent bedrijf, - gebeurt bij LFS1.2 met ionisatievlamopnemer met vergunning voor permanent bedrijf of met uv-vlamopnemer QRA2/QRA4/QRA10 in intermitterend bedrijf. Uitgesloten zijn de types QRA2M en QRA10M. De vlambewakers worden in combinatie met de stuurautomaat LEC1 of met vrij te programmeren besturingen als volgt ingezet: - dubbele bewaking van branders/bewaking van de hoofdvlam of van de ontstekings- en hoofdvlam door 2 vlambewakers met dezelfde of verschillende vlamopnemers; - bewaking van meerdere vlammen/in installaties met meerdere branders waarvan de vlammen afzonderlijk moeten worden gecontroleerd door één of meerdere vlamopnemers, wier inbedrijfstelling en bewaking echter centraal en gelijktijdig door slechts één stuurapparaat gebeurt. - De vlambewakers worden voorts gebruikt als apparaat voor vlamweergave in branderinrichtingen waarvan de inbedrijfstelling handmatig gebeurt. Kenmerken - Vlamsignaalindicatie door meerkleurige LED-signaallampjes - Vlamsignaalindicatie door 0...10V-uitgangssignaal - Parametreerbaar met BCI-communicatie-interface - Potentiaalvrije, geïsoleerde meldcontacten - Detectie van onderspanning
Aanvullende documentatie ASN Titel Documentatienummer Documenttype LEC1 Stuurautomaat CC1N7761 Apparatenblad AGK11.7 Aansluittechniek kleine schakelaars CC1N7201 Apparatenblad AZL21/AZL23 Weergave- en bedieningseenheden CC1N7542 Apparatenblad LFS1 Vlambewaker CC1A7782 Gebruikersdocumentatie ACS410 OCI410 Pc-software voor door microprocessor gestuurde branderautomaat en vlambewaker BCI-interface tussen vlambewaker en pc CC1J7352 CC1N7616 Installatie- en bedieningshandleiding Apparatenblad QRA4 Uv-vlamopnemer CC1N7711 Apparatenblad QRA2 QRA10 Uv-vlamopnemer CC1N7712 Apparatenblad RAR9 Fotocelopnemer CC1N7713 Apparatenblad 2/39
Waarschuwingen Het naleven van de volgende waarschuwingen helpt bij het voorkomen van lichamelijk letsel, materiële schade en schade aan het milieu! Niet toelaatbaar zijn: het openen, aanpassen of veranderen van het apparaat! Alle werkzaamheden (montage, installatie, service enz.) moeten door gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd. Alvorens enige wijziging in het aansluitgebied uit te voeren, schakelt u de netvoeding van de installatie volledig uit (onderbreking van alle polen). Beveilig deze tegen onopzettelijk opnieuw inschakelen en controleer of er geen stroom op de installatie staat. Als de installatie niet is uitgeschakeld, bestaat er gevaar op een elektrische schok. Voorkom d.m.v. geschikte maatregelen contact met de elektrische aansluitingen. Het niet naleven hiervan verhoogt het risico op een elektrische schok. Bedien de ontgrendelingsknop/bedieningsknop van de LFS1 of de aangebrachte verlenging van de ontgrendelingsknop AGK20 uitsluitend met de hand (bedieningskracht10 N), zonder gebruik te maken van werktuigen of scherpe voorwerpen. Het niet naleven hiervan beïnvloedt de veiligheidsfuncties en verhoogt het risico op een elektrische schok. Na vallen of stoten mogen deze apparaten niet meer in gebruik worden genomen, aangezien de veiligheidsfuncties, ook zonder uiterlijk zichtbare beschadigingen, beschadigd kunnen zijn. Het niet naleven hiervan beïnvloedt de veiligheidsfuncties en verhoogt het risico op een elektrische schok. Controleer na alle werkzaamheden (montage, installatie, service enz.) of de bedrading zich in de voorgeschreven toestand bevindt. Het niet naleven hiervan beïnvloedt de veiligheidsfuncties en verhoogt het risico op een elektrische schok. De ionisatie-elektrode is niet aanrakingsveilig. De door het net gevoede ionisatievlamopnemer moet tegen aanraking worden beveiligd. Het niet naleven hiervan verhoogt het risico op een elektrische schok. Een aangestoken uv-lamp is ook een uv-straler! Indien de vlambewaking met optische vlamopnemers gebeurt, moeten beide opnemers steeds zo geplaatst worden dat ze niet tegenover elkaar staan. Het niet naleven hiervan beïnvloedt de veiligheidsfuncties Aansluiting van de types QRA2M en QRA10 is niet toegelaten De datalijn voor AZL2 of overige toebehoren, zoals OCI410 (aangesloten op de BCI-interface), mag alleen in spanningsloze toestand van het apparaat (alle polen ontkoppeld) ingestoken of uitgetrokken worden omdat de BCI-interface niet over een veilige scheiding van de netspanning beschikt. Het niet naleven hiervan verhoogt het risico op een elektrische schok. Intermitterend bedrijf: om veiligheidstechnische redenen, zelftest van het vlambewakingscircuit enz., moet bij toepassingen met LFS1.2 en uv-vlamopnemers QRA2/QRA4/QRA10 minstens één regeluitschakeling per 24 uur ingesteld zijn. Het niet naleven hiervan beïnvloedt de veiligheidsfuncties. Om de isolatie bij de aansluitklemmen 9, 10, 11, 12 met de overige klemmen 1...7 uit te voeren, kan het meegeleverde scheidingselement gemonteerd worden, zie hoofdstuk Aanwijzingen voor de installatie. Let bij de klemmen in het bijzonder op een correcte en reglementaire verwerking en montage van de bedrading. Het niet naleven hiervan beïnvloedt de veiligheidsfuncties en verhoogt het risico op een elektrische schok. De 0...10V-spanningsuitgang van klem 7 is niet tegen netspanning geïsoleerd. Hiermee moet rekening gehouden worden bij de keuze van een meetinstrument (minstens cat. III). Het niet naleven hiervan verhoogt het risico op een elektrische schok. 3/39
Normen en certificaten Alleen in combinatie met de vlamopnemers Toegepaste richtlijnen Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EU Gastoestelrichtlijn 2009/142/EG Richtlijn voor drukinrichtingen 97/23/EG en 2014/68/EU (2016-07-16) Elektromagnetische compatibiliteit EMC (immuniteit) *) 2014/30/EU *) Nadat de vlambewaker in de installatie werd ingebouwd, dient er een EMC-controle plaats te vinden. De overeenstemming met de voorschriften van de toegepaste richtlijnen wordt gewaarborgd door de naleving van de volgende normen/voorschriften: Branderautomaten voor met gas gestookte atmosferische DIN EN 298 branders en ventilatorbranders Veiligheids- en regelinrichtingen voor gasbranders en DIN EN 13611 gasverbruikstoestellen of vloeibare brandstoffen - Algemene eisen Automatische elektrische regelaars voor huishoudelijk en soortgelijk gebruik DIN EN 60730-2-5 De geldige uitgave van de normen vindt men telkens op de conformiteitsverklaring! Opmerking bij DIN EN 60335-2-102 Huishoudelijke en soortgelijke elektrische toestellen - Veiligheid deel 2-102: Bijzondere eisen voor branders met elektrische connectoren op gas, olie en vaste brandstoffen. De elektrische aansluitingen van de LFS1 en de AGK11.7 voldoen aan de vereisten van EN 60335-2-102. EAC-conformiteit (Euraziatische conformiteit) ISO 9001:2008 ISO 14001:2004 OHSAS 18001:2007 Goedkeuringen voor schepen (in voorbereiding): met LEC1 LFS1.11Ax --- --- LFS1.21Ax Det Norske Veritas: Germanischer Lloyd: Klasse A A A A Klasse A SIL3-klasse volgens EN 13611:2014: geschikt voor toepassingen in veiligheidstechnische, industriële toepassingen tot veiligheidsniveau SIL3 (veiligheids-integriteitsniveau 3). 4/39
Normen en certificaten (vervolg) De volgende parameters zijn van toepassing: ASN LFS1.11A1 LFS1.11A2 LFS1.21A1 LFS1.21A2 LFS1.21A1 LFS1.21A2 LFS1.21A1 LFS1.21A2 Vlamopnemer Bedrijfsmodu s Veiligheidsi ntegriteitsni veau tot PFH [1/h] MTTFd [y] RAR9 Continu bedrijf SIL3 3,1E-08 3700 99% Ionisatievlamopnemer Continu bedrijf SIL3 3,1E-08 3700 99% QRA2, QRA4, QRA10 Intermitterend SIL2 2,4E-07 490 99% Ionisatievlamopnemer + QRA2, QRA4, QRA10 SFF Intermitterend SIL2 2,4E-07 490 99% Levensduur De vlambewaker heeft een ontworpen levensduur* van 250.000 branderstartcycli, wat bij normaal verwarmingsbedrijf en een nominale schakelbelasting een gebruiksduur van ca. 10 jaar inhoudt (vanaf de op het typeplaatje gespecificeerde productiedatum). Voor industriële toepassingen met verminderde schakelbelasting van maximaal 0,1 A heeft de vlambewaker een langere ontworpen levensduur* van max. 1.000.000 branderstartcycli. De basis hiervoor zijn de in de normen EN 13611 en EN 298 vastgelegde duurzaamheidstests. Het Europese verbond van regelapparatuurfabrikanten (Afecor) heeft een overzicht van de voorwaarden gepubliceerd (www.afecor.org). * De ontworpen levensduur geldt bij gebruik van de vlambewaker volgens de gegevens in het apparatenblad. In dat geval is een veiligheidstest of een vervanging van het apparaat aanbevolen. De ontworpen duur is niet de garantietijd die in de leveringsvoorwaarden beschreven is. Planningsinstructies Inzake aansluitschema 7782a06, aansluitvoorbeeld van twee handmatig gestuurde branders: let erop dat de afvalvertraging van de externe relais d niet groter dan 50 ms is. 5/39
Montage-instructies Let op de van kracht zijnde nationale veiligheidsvoorschriften. De vlambewakers kunnen in een willekeurige positie op de brander, in de schakelkast of op schakelpanelen gemonteerd worden. Voor de montage is de aansluitvoet AGK11.7 beschikbaar, ontworpen voor kabelinvoer langs de voor-, zij- of onderkant. 4 aardingsklemmen zorgen voor de aansluitingen van de aardleiding van apparaten van de branderinrichting, bijv. van de ontstekingstransformator. De vlambewakers zelf zijn geïsoleerd, zie hoofdstuk Aanwijzingen voor de installatie. De scheidingswand moet vlak/plat op de aansluitvoet geplaatst zijn, zie rood gearceerd deel. De scheidingswand mag enkel op klem 8 geplaatst worden. 6/39
Aanwijzingen voor de installatie Leg de hoogspanning-ontstekingskabel altijd apart van de basisunit en houd een zo groot mogelijke afstand tussen de andere kabels aan. Houd bij de bekabeling rekening moet voldoende vrije ruimte voor de BCIaansluiting. Fasedraden en nuldraden resp. nulleiders mogen bij het aansluiten niet verwisseld worden. Belangrijk! Voor het gebruik in netwerken met niet-geaarde nulleider! De schema's en schakelschema's van de LFS1 in dit apparatenblad gaan uit van netwerken met geaarde nulleider. In netwerken met een niet-geaarde nulleider moet bij ionisatiestroombewaking klem 2 van de LFS1 via een RC-keten type ARC 4 668 9066 0 worden aangesloten op de aardleiding. Daarbij moet ervoor worden gezorgd dat aan de ter plaatse geldende voorschriften wordt voldaan (bijv. met betrekking tot bescherming tegen het gevaar van elektrische schokken) aangezien de voedingsspanning van AC 120 V (50/60 Hz) en AC 230 V (50/60 Hz) stroom van 2,7 ma produceert. Belangrijk! Isolatie! Tussen de klembereiken 1 7 en 9 12 zijn de vlambewakers LFS1 en de aansluitvoeten AGK11.7, inclusief de scheidingswand, geïsoleerd; d.w.z. dat ze extra isolatie hebben zie ook hoofdstuk Technische gegevens. Als de isolatie tot de aangesloten componenten werkzaam moet zijn, monteert u de scheidingswand uit de leveringsomvang van de AGK11.7 (in onderstaande afbeelding aangegeven). Alternatief zijn ook andere geschikte maatregelen mogelijk. Een veilige scheiding is enkel mogelijk als alle aangesloten componenten ook van een veilige scheiding zijn voorzien en de bedrading van de componenten volgens de voorschriften is uitgevoerd. Houd in het bijzonder rekening met de desbetreffende waarschuwingen. Scheidingswand 7782z04nl/0216 7/39
Elektrische aansluiting van de vlamopnemer Het is belangrijk om een zo storingsvrij en verliesvrij mogelijke signaaloverdracht tot stand te brengen: leg de opnemerleiding niet samen met andere leidingen leidingcapaciteiten beïnvloeden het vlamsignaal gebruik een aparte kabel Ionisatievlamopnemer is niet aanrakingsveilig. Plaats de ontstekingselektrode en ionisatievlamopnemers zo dat de ontstekingsvonk niet kan overslaan op de ionisatievlamopnemers (risico op elektrische overbelasting). Neem de toelaatbare lengte van de opnemerleidingen in acht, zie Technische gegevens. Monteer en plaats de vlamopnemer zo dat enkel de te bewaken vlam wordt gedetecteerd. Aansluiting van de types QRA2M en QRA10 is niet toegelaten Bescherm de uv-cel voldoende tegen de volgende uv-bronnen: halogeenlampen, lasapparatuur, speciale lampen, ontstekingsbronnen, evenals tegen hoge röntgenstralen en gammastralen. Een verkeerde aansluiting van de polen of kortsluiting op de aansluitklemmen van de RAR9 veroorzaakt geen vlammelding. Over het algemeen mag klem 5 van de LFS1 niet geaard worden! Bij vervanging van een LFE10 door LFS1.2 moet er vooral rekening mee worden gehouden dat de aardverbinding aan klem 10 in de LFE10-aansluitvoet verwijderd moet worden. De aardverbinding van de QRA10 blijft tot aan de waarborging van veiligheidsklasse 1 onveranderd behouden Bij een kortsluiting van de ionisatie-elektrode naar de brandermassa is er geen vlammelding Aanwijzingen voor afvoer De vlambewaker bevat elektrische en elektronische componenten en mag niet als huishoudelijk afval worden afgevoerd. De plaatselijke en actueel geldende wetgeving moet beslist in acht worden genomen. 8/39
Uitvoering Kenmerken LFS1 Met microprocessor gestuurde vlambewakers LFS1 zijn uitgevoerd als insteekapparaten bestaande uit een netdeel, vlamsignaalversterker en vlamrelais met potentiaalvrije contacten. Bovendien is er een bedieningsknop met geïntegreerd LED-signaallampje onder een venster. De LED dient voor de meerkleurige weergave van storings- en bedrijfsmeldingen, bijv. van de vlamsignaalsterkte. De vlamsignaalsterkte kan ook op klem 7 met een gewone voltmeter (minstens cat. III) als DC 0...10V-signaal worden gemeten. Communicatie met BCI-interface Om parameters te wijzigen of het vlamsignaal numeriek weer te geven, heeft de LFS1 aan de onderkant in de sokkel een communicatie-interface (BCI-interface). Bij aansluiting van de weergave- en bedieningseenheid AZL2 kunnen parameters worden gewijzigd, bijv. aan- en afmeldtijden van het vlamsignaal. Voorts kan tijdens de branderwerking ook de vlamsignaalsterkte permanent weergegeven worden. Gebruik met de stuurautomaat LEC1 De schakeling van de LFS1 is zelfbewakend en wordt in combinatie met de stuurautomaat LEC1 bij elke branderstart op een correcte werking getest. Automatische vreemdlichttest door een hogere activeringsgevoeligheid van de versterker tijdens bedrijfspauzes en de ventilatietijd van de stuurautomaat LEC1. Automatische test van de vlambewaker door een hogere bedrijfsspanning voor de uvlampen tijdens bedrijfspauzes en de ventilatietijd van de stuurautomaat LEC1. Bij toepassingen met andere stuurapparatuur, bijv. met geheugenprogrammeerbare besturingen, kan de vreemdlichttest via de stuuringang op klem 6 worden geactiveerd. Bij ionisatiebewaking is dat niet vereist. Onderspanning Overspanning Vlam UIT-melding: Vanuit bedrijfsstand bij een daling van de netspanning lager dan ca. AC 80 V (bij U N = AC 120 V) Vlam AAN-melding: Nieuwe start bij stijging van de netspanning boven ca. AC 85 V (bij U N = AC 120 V) Vlam UIT-melding: Vanuit bedrijfsstand bij een daling van de netspanning lager dan ca. AC 165 V (bij U N = AC 230 V) Vlam AAN-melding: Nieuwe start bij stijging van de netspanning boven ca. AC 170 V (bij U N = AC 230 V) Geen uitschakeling bij het overschrijden van de spanningsgrens U N +10%. 9/39
Uitvoering (vervolg) Vlambewaking Met ionisatievlamopnemer Met ionisatievlamopnemer en uv-vlamopnemer QRA Vlamopnemer QRA2, QRA10 (behalve QRA2Mx / QRA10Mx) QRA4 RAR9 Apparatenblad N7712 N7711 N7713 Ionisatievlamopnemer (te voorzien door installateur) --- De vlambewaking door benutting van het elektrische geleidingsvermogen van de vlam in combinatie met een gelijkrichtereffect is enkel mogelijk bij gas- en blauwevlambranders. Aangezien de vlamsignaalversterker uitsluitend reageert op de gelijkstroomcomponenten van het vlamsignaal (ionisatiestroom), kan een kortsluiting tussen de vlamopnemer en de functionele aarding geen vlamsignaal uitlokken. Werking met één elektrode, d.w.z. ontsteken en bewaken met één enkele elektrode, is niet mogelijk. De omschakeling naar testmodus met klem 6 moet bij vlambewaking met ionisatievlamopnemer niet geactiveerd worden. Hierbij moet klem 6 direct met de fasedraad op klem 1 worden verbonden. Op LFS1.2 kunnen tegelijk een ionisatievlamopnemer en een uv-vlamopnemer QRA worden aangesloten. De vlambepaling verloopt als volgt: Ionisatievlamopnemer Uv-vlamopnemer QRA Vlambepaling LFS1.2 UIT UIT UIT AAN UIT AAN UIT AAN AAN AAN AAN AAN 10/39
Overzicht van types en bestelinformatie De onderstaande types hebben betrekking op LFS1 zonder aansluitvoet en zonder vlamopnemer. Voor bestelinformatie over aansluitvoeten en ander toebehoren, zie Toebehoren. Artikelnr. Type Nominale spanning Toepassing Vlamopnemer BCIaansluiting Uitgang 0...10 V tw max. 1) tan min. Tijdstippen 1) taf max. Vergelijkbare types 2) BPZ:LFS1.11A2 LFS1.11A2 AC 230 V Olie RAR9... 5 s 0,3 s 1 s LAE10 BPZ:LFS1.21A2 LFS1.21A2 AC 230 V Gas/olie ION QRA2... *) QRA4... QRA10... *) 5 s 0,3 s 1 s LFE10 BPZ:LFS1.11A1 LFS1.11A1 AC 120 V Olie RAR9... 5 s 0,3 s 1 s LAE10-110V BPZ:LFS1.21A1 LFS1.21A1 AC 120 V Gas/olie ION QRA2... *) QRA4... QRA10... *) 5 s 0,3 s 1 s LFE10-110V Instelbereik van de tijdstippen (Worden bij de hierboven vermelde tijden opgeteld) Van (Parameter 217.00) 0 s tot (Parameter 217.00) 11,907 s (Parameter 217.01) 0 s (Parameter 217.01) 11,907 s Frequentie --- 0,147 s 0,147 s Fabrieksinstelling --- 0 s 0 s Legenda tw Wachttijd tan Vlamsignaal-aanmeldtijd tab Vlamsignaal-afmeldtijd Komt overeen met de detectietijd bij vlamuitval (FFDT) volgens EN 298 ¹) Fabrieksinstelling: zie opmerking inzake de parametrering ²) Vlambewakers LFS1 zijn bedoeld ter vervanging van de vergelijkbare types *) Aansluiting van de types QRA2M en QRA10 is niet toegelaten 11/39
Overzicht van types en bestelinformatie (vervolg) Opmerking inzake de parametrering: Met de weergave- en bedieningseenheid (display) AZL2 wordt steeds de exacte waarde van het gewenste tijdstip als veelvoud van de frequentie van 0,147 seconden ingesteld. Bij de parametrering van een minimaal of maximaal tijdstip moet rekening worden gehouden met een mogelijke tolerantie van ± 7 %. Voor een minimumwaarde geldt: er moet minstens een 7 % grotere waarde geparametreerd worden. Voor een maximumwaarde geldt: er moet minstens een 7 % kleinere waarde geparametreerd worden. Voorbeeld 1: Berekening: De vlamsignaal-afmeldtijd (taf) moet op max. 5 seconden worden ingesteld. (5 seconden 1 seconde) 7% = 3,65 seconden Te parametreren waarde (parameter 217.01): moet gelijk of kleiner zijn dan de berekende waarde (bijv. 3,528 seconden) Voorbeeld 2: Berekening: De vlamsignaal-aanmeldtijd (tan) moet op min. 5 seconden worden ingesteld. (5 seconden 0,3 seconde) + 7% = 5,05 seconden Te parametreren waarde (parameter 217.00): moet gelijk of groter zijn dan de berekende waarde (bijv. 5,145 seconden) 12/39
Toebehoren Afzonderlijk te bestellen: Vlamopnemer Uv-vlamopnemer QRA2 (behalve QRA2Mx) Zie apparatenblad N7712 Uv-vlamopnemer QRA4 Zie apparatenblad N7711 Uv-vlamopnemer QRA10 (behalve QRA10Mx) Zie apparatenblad N7712 Fotocelopnemer RAR9 Zie apparatenblad N7713 Ionisatievlamopnemer Door installateur aan te kopen Aansluittechniek kleine schakelaars Aansluitvoet AGK11.7 Voor de aansluiting van de vlambewaker LFS1 aan de branderinstallatie 11-polige schroefklemmen Met bijgevoegde kunststof scheidingswand voor de veilige scheiding tussen de klemmen 9...12 en klemmen 1...7 Kleur kunststof: zwart Zie apparatenblad N7201 Wartelhouder AGK65 Voor max. 5 stuks Pg11 kabelschroefverbindingen Zie apparatenblad N7201 Wartelhouder AGK65.1 Voor max. 5 stuks M16 x 1,5 kabelschroefverbindingen Zie apparatenblad N7201 13/39
Toebehoren (vervolg) Afzonderlijk te bestellen: Weergave- en bedieningseenheid Weergave- en bedieningseenheid AZL21.00A9 Weergave- en bedieningseenheid, externe eenheid voor verschillende inbouwwijzen met lcd, 8 karakters, 5 toetsen, BCI-interface voor LFS1, beschermingsgraad IP40 Zie apparatenblad N7542 Weergave- en bedieningseenheid AZL23.00A9 Weergave- en bedieningseenheid, externe eenheid voor verschillende inbouwwijzen met lcd, 8 karakters, 5 toetsen, BCI-interface voor LFS1, beschermingsgraad IP54 Zie apparatenblad N7542 Overige RC-keten ARC 4 668 9066 0 Voor de bewaking van de ionisatiestroom in netten met nietgeaarde nulleider Montageclip voor draagrail (Of het geschikt is voor de betreffende toepassing, moet door de gebruiker worden gewaarborgd) Bestelnr. 2309.000 Rittal GmbH & Co. KG Auf dem Stützelberg 35745 Herborn Tel: 02772 / 505-0 Fax: 02772 / 505-2319 www.rittal.de Verlenging ontgrendelingsknop AGK20 Met aangebrachte bevestigingsring 74 171 0007 0 Adapter KF8896 Adapter voor de vervanging van LAE10 en LFE10 door LFS1 Garandeert mechanische instelling van de hoogte en correcte klemplaatsing Zie maatschetsen Signaalkabel AGV50.100 Signaalkabel voor AZL2, met RJ11-stekker, kabellengte 1 m, per 10 verpakt Signaalkabel AGV50.300 Signaalkabel voor AZL2, met RJ11-stekker, kabellengte 3 m, per 10 verpakt 14/39
Toebehoren (vervolg) Afzonderlijk te bestellen: Servicetools Optische interface OCI400 Optische interface tussen vlambewaker en pc De ACS410-software maakt de weergave en registratie van de instellingsparameters ter plaatse mogelijk. Zie apparatenblad N7614 OCI410 BCI-interfacemodule tussen vlambewaker en pc De ACS410 pc-software maakt de weergave, bewerking en registratie van de instellingsparameters ter plaatse mogelijk. Zie apparatenblad CC1N7616 Modbus- of BCI-interfaceomvormer OCI412.11 Het apparaat dient als interfaceomvormer tussen de vlambewaker LFS1 in het propriëtaire BCIcommunicatieprotocol en gebouwautomatiseringssystemen (GAS) of SPS-systemen. De interface aan de uitgangszijde is gebaseerd op de RS- 485-standaard. Pc-software ACS410 Voor de parametrering en de visualisering voor de vlambewaker Zie softwaredocumentatie J7352 15/39
Technische gegevens Algemene apparaatgegevens Netspanning (nominale spanning) LFSx.xxA1 AC 120 V (ook geschikt voor AC 100V-netwerken) LFSx.xxA2 AC 230 V Netwerkfrequentie 50...60 Hz Bepaling stootspanning Overspanningscategorie III: 4 kv voor LFS1 -volledig apparaat 2,5 kv voor de kruip- of luchttrajecten door spanningsbeperkende maatregelen Berekeningsbasis van lucht- en kruiptrajecten Overspanningscategorie III vervuilingsgraad 2 voor AC 230 V volgens DIN EN 60730-1: - versterkte isolatie tussen de klembereiken 1 7 en 9...12 - basisisolatie tussen de klembereiken 9 10 en 11 12 Voorzekering, extern (optioneel) Max. T6,3H250V volgens IEC 60127-2 Zekering, toestelintern voor de klemmen T1,6L250V volgens IEC 60127-4 11/12 (zekering kan niet vervangen worden) Externe stroombegrenzing voor de Voorbeeld: Externe zekering T1,6A klemmen 9/10 Toegestane inbouwpositie Willekeurig Gewicht LFS1.11A1 115 g LFS1.11A2 115 g LFS1.21A1 148 g LFS1.21A2 144 g Veiligheidsklasse Volgens DIN EN 60730-1: Veiligheidsklasse I Voor toepassingen zonder veilige scheiding. Dubbele of extra isolatie zorgt voor bescherming tegen elektrische schokken. De aansluiting van de aardleiding is voorzien in de aansluitvoet AGK11.7. Bij vervanging van LAE10/LFE10 door KF8896 en LFS1 is maximaal veiligheidsklasse I mogelijk. Veiligheidsklasse II Voor toepassingen met veilige scheiding. Dubbele of extra isolatie zorgt voor bescherming tegen elektrische schokken. Beschermingstype IP40, door inbouw te garanderen Vervuilingsgraad Vervuilingsgraad 2 volgens DIN EN 60730-1 Softwareklasse Klasse C volgens DIN EN 60730-2-5 2-kanalige structuur Minimale frequentie van de zelftest van de vlambewaker 2x per seconde voor continu bedrijf met ionisatievlamopnemer of RAR9 Detectietijd bij vlamuitval Reactietijd bij vlamuitval Max. 1 s voor LFS1 (inclusief vlamopnemer) Max. 1 s, voor LFS1 met LEC1 Spanningsingang 0...10 V aan klem 7 Instelstap 40 mv 16/39
Technische gegevens (vervolg) Toelaatbare leidinglengten ¹) Bij 100 pf/m leidingcapaciteit, niet afgeschermd Klemmen 3 tot 5 Max. 20 m ²) Klemmen 6 Max. 20 m Klemmen 7 Max. 3 m Klemmen 9 tot 12 Max. 20 m Max. 300 m ¹) Bij gereduceerde stroombelasting van max. 0,01 A, DC 24 V / AC 24 V en cosφ = 1. Goed geschikt is het kabeltype Ölflex Smart 108 / 4 x 0,75 mm² BCI-aansluiting Max. 3 m Aansluitbare kabeldoorsnede AGK11.7 Klemmen 1...7 en 9 12 Min. 0,5 mm² en max. 1,5 mm² Draad of lus met draadeindhuls Steunpuntklemmen N, PE, 31 Min. 0,50 mm² en max. 1,5 mm² Draad of lus met draadeindhuls (bij 2 draden of lussen per klem mag per klem enkel dezelfde doorsnede gebruikt worden) Informatie volgens DIN EN 60730-1: Wijze van uitschakeling of onderbreking voor ieder circuit Micro-uitschakeling 1-polig Werkwijze type 2 B Toegelaten stroombelasting Klemmen 3 en 5 (vlamopnemer) Klem 6 (omschakeling testmodus) Klem 7 (spanningsuitgang 0...10 V) Zie hoofdstuk Vlamopnemer Max. 1 ma Max. 0,1 ma Klemmen 11 en 12 (schakeluitgang NO) Max. 1 A, cos 0,6 Bij maximaal 250.000 branderstartcycli Max. 0,1 A, cos = 1 Bij maximaal 1.000.000 branderstartcycli Klemmen 9 en 10 (schakeluitgang NC) Max. 0,1 A, cos 0,6 Bij maximaal 250.000 branderstartcycli Max. 0,1 A, cos = 1 Bij maximaal 1.000.000 branderstartcycli ¹) Bij grotere afstanden capaciteitsarme kabels gebruiken, maximaal 2 nf in totaal, niet afgeschermd ²) Opnemerkabels minstens 5 cm van andere kabels leggen 17/39
Technische gegevens (vervolg) Milieuvoorwaarden Opslag DIN EN 60721-3-1 Klimatologische voorwaarden Klasse 1K3 Mechanische voorwaarden Klasse 1M2 Temperatuurbereik -20...+60 C Vochtigheid <95 % r.v. Transport DIN EN 60721-3-2 Klimatologische voorwaarden Klasse 2K2 Mechanische voorwaarden Klasse 2M2 Temperatuurbereik -20...+60 C Vochtigheid <95 % r.v. Werking DIN EN 60721-3-3 Klimatologische voorwaarden Klasse 3K5 Mechanische voorwaarden Klasse 3M2 Temperatuurbereik -20...+60 C Vochtigheid <95 % r.v. Opstellingshoogte Max. 2000 m boven normaal nulpunt Opgelet! Condensatie, ijsvorming en waterinwerking zijn niet toelaatbaar! Bij het niet naleven hiervan verdwijnen de veiligheidsfuncties en verhoogt het risico op een elektrische schok. Signaalkabel AGV50 Display BCI Meetschakelingen voor de van de opnemerstroom Signaalkabel Kabellengte AGV50.100 Kabellengte AGV50.300 Plaats van gebruik van de signaalkabel met stekker Voor de aansluiting van de weergave- en bedieningseenheid AZL2 Kabelkleur wit, kabel niet afgeschermd Binnendraad 4 x 0,141 mm² Kabel met telkens 2 RJ11-stekkers 1 m 3 m Onder de branderkap (extra maatregelen voor veiligheidsklasse II volgens EN 60730-1) Ionisatievlamopnemer Uv-vlamopnemer QRA2/QRA4/QRA10 Fotocelopnemer RAR9 ION QRA... RAR9... Legenda A C ION M QRA RAR9 Lichtinval van de vlam Elektrolytcondensator 100 µf, DC 10 V Ionisatievlamopnemer Microampèremeter Uv-vlamopnemer Fotocelopnemer Opgelet! De hoogspanningsontsteking kan de ionisatiestroom beïnvloeden! Mogelijkheid: primaire aansluitingen van de ontstekingstransformator verwisselen. 18/39
Technische gegevens (vervolg) Vlambewaking met ionisatie-elektrode Opnemerspanning tussen ionisatievlamopnemer en massa (meettoestel wisselspanning Ri 10 M) Schakeldrempel (grenswaarden): inschakelen (vlam AAN) (gelijkstroommeter Ri 5 k) uitschakelen (vlam UIT) (gelijkstroommeter Ri 5 k) AC 120 V Ca. AC 270 V DC 4,5 µa DC 3,5 µa Bij netspanning AC 230 V Ca. AC 270 V DC 4,5 µa DC 3,5 µa Aanbevolen opnemerstroom voor een betrouwbare werking DC 8 µa DC 8 µa Schakeldrempel bij slechte vlam in werking (LED knippert groen) Ca. DC 6 µa Ca. DC 6 µa Mogelijke opnemerstroom met vlam (typisch) DC 20 µa DC 20 µa Vlambewaker met uv-vlamopnemer QRA2/QRA4/QRA10 Opnemerspanning op QRA2/QRA4/QRA10 (onbelast) AC 120 V Bij netspanning AC 230 V Klem 6 UIT (testmodus) Ca. AC 290 V Ca. AC 290 V Klem 6 AAN (testmodus) Ca. AC 250 V Ca. AC 250 V Schakeldrempel (grenswaarden): Inschakelen (vlam AAN) Uitschakelen (vlam UIT) DC 20 µa DC 5 µa DC 20 µa DC 5 µa Aanbevolen opnemerstroom voor een betrouwbare werking DC 24 µa DC 24 µa Schakeldrempel bij slechte vlam in werking (LED knippert groen) Ca. DC 24 µa Ca. DC 24 µa Mogelijke opnemerstroom met vlam (typisch): testmodus bedrijfsmodus Vlambewaking met fotocelopnemer RAR9 Schakeldrempel (grenswaarden): - inschakelen (vlammelding AAN) - uitschakelen (vlammelding UIT) 700 µa 550 µa AC 120 V DC 6,5 µa DC 3,5 µa Bij netspanning 700 µa 550 µa AC 230 V DC 6,5 µa DC 3,5 µa Aanbevolen opnemerstroom voor een betrouwbare werking DC 10 µa DC 10 µa Schakeldrempel bij slechte vlam in werking (LED knippert groen) Ca. DC 10 µa Ca. DC 10 µa Mogelijke opnemerstroom met vlam (typisch) DC 65 µa DC 65 µa Mogelijke opnemerstroom bij te grote straling, bijv. met kunstlucht (leidt tot uitschakeling door storing en foutmelding LOC10) DC 70 µa DC 70 µa Tabelwaarden opnemerstromen gelden voor fabrieksinstelling en in de volgende omstandigheden: - netspanning AC 120 V/60 Hz of AC 230 V/50 Hz, afhankelijk van type - omgevingstemperatuur 23 C - parameter 182 volgens de fabrieksinstelling uit de volgende tabel Instelbereik van de vlamgevoeligheid met parameter 182: Parameter 182 = 0 Parameter 182 = 1 Parameter 182 = 2 Parameter 182 = 3 ¹) Vet gedrukte waarden komen overeen met de fabrieksinstelling schakeldrempel inschakelen vlam AANmelding/schakeldrempel testniveau bij vlamopnemer ION 1 µa / 1 µa 2 µa / 2 µa 4 µa / 4 µa ¹) 8 µa / 8 µa QRA2/QRA4/Q RA10 12 µa/12 µa 12 µa/12 µa 12 µa/12 µa ¹) 12 µa/12 µa RAR9 5 µa / 5 µa ¹) 10 µa / 8 µa 20 µa / 18 µa 30 µa / 28 µa 19/39
Technische gegevens (vervolg) Spanningsuitgang LFS1.2 klem 7 bij vlambewaking met ionisatievlamopnemer Volt DC 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 0 10 20 30 7782d01nl/0216 Parameter 699.00 = 5 Parameter 699.00 = 13 *) Parameter 699.00 = 35 Opnemerstroom µa *) Fabrieksinstelling Spanningsuitgang LFS1.2 klem 7 bij vlambewaking met QRA2/QRA4/QRA10 Volt DC 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1 0 0 20 40 60 80 100 7782d02nl/0416 Parameter 699.01 = 5 Parameter 699.01 = 16 *) Parameter 699.01 = 35 Opnemerstroom µa *) Fabrieksinstelling Spanningsuitgang LFS1.1 klem 7 bij vlambewaking met RAR9 10 9 8 7 6 5 Volt DC 4 3 2 1 Parameter 699.01 = 5 Parameter 699.01 = 16 *) Parameter 699.01 = 35 0 0 20 40 60 Opnemerstroom µa *) Fabrieksinstelling Gegevens gelden in de volgende omstandigheden: - netspanning AC 230 V/50 Hz of AC 120 V/60 Hz, afhankelijk van type - omgevingstemperatuur 23 C 20/39
Aansluit- en binnenschema LFS1.1 L HS N T / B 12 10 6 1 L fr1 fr2 FR EK LFS1.1... 7782a07/0415 HR LED hr1 Si 11 9 7 0...10 V BCI 2 N 3 4 5 RAR9... Belangrijk! De omschakeling testwerking (T/B) is enkel vereist in combinatie met het besturingsapparaat LEC1. Anders moet klem 6 van de LFS1 met de fasedraad 'L' op klem 1 van de LFS1 worden verbonden. Legenda BCI Communicatie-interface HS Hoofdschakelaar alle polen (Burner-Communication-Interface) ION Ionisatievlamopnemer EK Ontgrendelingsknop intern LED Interne LED (driekleurig) FS Vlamsignaal QRA Uv-vlamopnemer FSV Vlamsignaalversterker RAR9 Fotocelopnemer FR Intern vlamrelais Si Interne zekering fr1 Vlamrelais maakcontact T/B Omschakeling testwerking vlamsignaalversterker fr2 Vlamrelais openercontact (QRA, RAR9: enkel bij vervanging met LEC1 vereist) HR Intern hulprelais (omschakeling testwerking) 0...10 V Spanningsuitgang voor uitgifte vlamsignaalsterkte hr1 Hulprelais maakcontact + Opschrift op klem aan QRA 21/39
Aansluit- en binnenschema LFS1.2 L HS N T / B 12 10 6 1 FR fr1 fr2 L EK LFS1.2... 7782a08/1215 HR LED hr1 Si 11 9 7 BCI 2 N 3 4 5 0...10 V ION QRA... Legenda BCI Communicatie-interface HS Hoofdschakelaar alle polen (Burner-Communication-Interface) ION Ionisatievlamopnemer EK Ontgrendelingsknop intern LED Interne LED (driekleurig) FS Vlamsignaal QRA Uv-vlamopnemer FSV Vlamsignaalversterker RAR9 Fotocelopnemer FR Intern vlamrelais Si Interne zekering fr1 Vlamrelais maakcontact T/B Omschakeling testwerking vlamsignaalversterker fr2 Vlamrelais openercontact (QRA, RAR9: enkel bij vervanging met LEC1 vereist) HR Intern hulprelais (omschakeling testwerking) 0...10 V Spanningsuitgang voor uitgifte vlamsignaalsterkte hr1 Hulprelais maakcontact + Opschrift op klem aan QRA 22/39
Programmaverloop LFS1 Wachten tot bedrijfsklaar Werking Test Programmatijd tw tan tab Fasenummer AZL2 op:p2 op:p1 op:p2 Parameternummer AZL2 217.00 217.01 LED permanent LED knippert Klem Functie/ingangen Nr. 1 Netspanning Nr. 6 * Nr. 3 Nr. 4 / 5 T / B FS hr1 Klem Functie/uitgangen T / B Nr. 11 / 12 hr1 fr1 Nr. 9 / 10 fr2 Nr. 7 0...10 V 7782d07nl/0416 Legenda FS Vlamsignaal tw Wachttijd fr1 Vlamrelais maakcontact tan Vlamsignaal-aanmeldtijd fr2 Vlamrelais openercontact taf Vlamsignaal-afmeldtijd hr1 Hulprelais maakcontact 0...10 V Spanningsuitgang voor uitgifte vlamsignaalsterkte LED Interne LED (driekleurig) op:p1 Vlamsignaal UIT T/B Omschakeling testwerking vlamsignaalversterker op:p2 Vlamsignaal AAN (QRA2/QRA4/QRA10) In-/uitgangssignaal 1 (AAN) * Vreemdlichttest voor vlamopnemer QRA In-/uitgangssignaal 0 (UIT) (bij RAR en vlambewaking ionisatiestroom niet vereist) Ingang toegestaan signaal 1 (AAN) of 0 (UIT) 23/39
Functie Principiële werking van de vlambewaker in combinatie met de stuurautomaat LEC1 Bij deze toepassing wordt het vlamsignaal door de vlambewaker in principe op dezelfde manier aan het stuurprogramma van de branderautomaat doorgegeven als wanneer de vlambewaker onderdeel van de automaat zelf zou zijn, zoals bij een branderautomaat op olie of gas. Het niet ontsteken of uitgaan van de vlam tijdens de werking en een foutief vlamsignaal tijdens de bedrijfspauzes of de ventilatietijd veroorzaakt daarom altijd een uitschakeling door storing met vergrendeling van de branderautomaat. De schakelfuncties, nodig voor de invoer van het vlamsignaal in de stuurschakeling van de automaat, gebeuren in de vlambewaker door het vlamrelais (FR), in de stuurautomaat LEC1 door 2 hulprelais (HR1/HR2), zie apparatenblad N7761. In combinatie met de vlambewaker LFS1 neemt de besturingsautomaat LEC1 de sturing van het verloop van de vlamsimulatietest over en de vlamopnemertest bij de LFS1. De sturing van de test gebeurt via de verbindingskabel tussen klem 15 van de stuurautomaat LEC1 en klem 6 van de vlambewaker LFS1. Beide tests beginnen ca. 7 seconden na een regeluitschakeling, gaan voort tijdens de bedrijfspauze, worden tijdens de daarop volgende voorspoeltijd voortgezet, eindigen 3 seconden voor het begin van de veiligheidstijd. De volgende vlamsignalen tijdens deze testtijd veroorzaken een uitschakeling door storing met een vergrendeling van de stuurautomaat LEC1 tot gevolg: vreemdlicht, slijtage van de vlamopnemer, andere defecten in de vlambewakingsinrichting. In de vlambewaker worden de voor de test vereiste schakelmaatregelen door het hulprelais (HR) geactiveerd. Aangezien bij de vlambewaking met de ionisatievlamopnemer geen test nodig is, is in dat geval geen verbindingskabel vereist tussen klem 15 van de stuurautomaat en klem 6 van de vlambewaker. Verbind in plaats daarvan klem 6 op de fase. Voorbeeld: door verbinding met klem 1 van de LEC1 Elk vlamsignaal normaal, tijdens de werking of foutief wordt door het signaallampje (driekleurige LED) in de behuizing van de vlambewaker weergegeven, zie hoofdstuk Weergave en diagnose. 24/39
Werking van de vlambewaker bij de dubbele bewaking (gedetailleerd schema, bijv. voor oliebrander) Bij dit soort bewaking wordt één vlam door 2 onafhankelijk van elkaar werkende vlambewakers bewaakt. Hierdoor wordt een vlamuitval tijdens de werking bij het gelijktijdig uitvallen van beide vlambewakers erg onwaarschijnlijk. Bij de dubbele bewaking zijn de stuurcontacten van het vlamrelais van beide vlambewakers in serie geschakeld zodat het uitvallen van het vlamsignaal van één van beide vlambewakers volstaat om de brander door storing uit te schakelen. Ook tijdens de bedrijfspauzes of de ventilatietijd leidt een foutief vlamsignaal van slechts één van beide vlambewakers tot een uitschakeling door storing. Z Legenda FR fr1 fr2 HR hr1 BV1 BV2 RAR9 Si Z Intern vlamrelais Vlamrelais maakcontact Vlamrelais openercontact Intern hulprelais (omschakeling testwerking) Hulprelais maakcontact Eerste brandstofafsluiter Tweede brandstofafsluiter Fotocelopnemer Interne zekering Ontstekingstransformator 25/39
Werking van de vlambewaker bij de bewaking van twee handmatig gestuurde branders 0 6 L2 10 12 6 9 11 d 10 12 9 fr1 hr1 fr1 hr1 11 1 FR HR 2 1 FR HR 2 3 4 5 4 5 Brander A 7782a10nl/0416 Ook bij deze toepassing kan de brander enkel worden gestart bij een positieve test van de vlamopnemer resp. de vlamsimulatie, d.w.z. dat geen van beide vlambewakers tijdens de bedrijfspauzes een vlamsignaal mag registreren. Bij de start wordt de opnemertest automatisch onderbroken. Door een druk op de knop (I) wordt het relais (d) via het nog gesloten stroomcircuit 9...10 van het vlamrelais aangestuurd, waardoor bij beide branders de ontsteking wordt ingeschakeld. Tegelijk wordt de brandstof vrijgegeven. De duur van het contact met de knop (I) moet in de zin van een veiligheidstijd door een tijdrelais worden beperkt. Als bij beide branders een vlam tot stand komt weergegeven door de signaallampjes in de behuizing van de vlambewakers wordt het relais (d) nu via het stroomcircuit 11...12 van beide vlamrelais geschakeld. Bij het loslaten van de knop (I) wordt de ontsteking uitgeschakeld en zo de inbedrijfstelling afgesloten. Bij vlamuitval op één brander valt het desbetreffende vlamrelais uit en wordt bijgevolg de holdschakeling voor het relais (d) opgeheven. Hierdoor worden de brandstofafsluiters van beide branders onmiddellijk gesloten. De uitschakeling van de brander gebeurt handmatig door een druk op de knop (0) of automatisch door de temperatuurregelaar of drukregelaar/drukbewaker in de toevoerende fase. Bij vlambewaking met ionisatievlamopnemer moet klem 6 van de vlambewaker direct op de fase worden geplaatst omdat een opnemertest hier niet vereist is. Voorbeeld: door verbinding met klem 1! Belangrijk! Let erop dat de afvalvertraging van het externe relais d niet groter dan 50 ms is, zie aansluitvoorbeeld 7782a06. Legenda BV... FR fr1 fr2 HR hr1 L2 LP R... Si W Z Brandstofafsluiter Intern vlamrelais Vlamrelais maakcontact Vlamrelais openercontact Intern hulprelais (omschakeling testwerking) Hulprelais maakcontact Lamp voor storingsmelding, extern Luchtdrukbewaker Temperatuur- resp. drukregelaar Interne zekering Temperatuur- resp. drukbewaker Ontstekingstransformator 26/39
Werking van de vlambewakers bij meervoudige vlambewaking met LEC1 (gedetailleerd schema, bijv. voor gasbrander) Net als bij de dubbele bewaking moeten ook bij de meervoudige vlambewaking de stuurcontacten van het vlamrelais van alle vlambewakers in serie worden geschakeld. FR LFS1.2 Een brander activeert bij alle branders een uitschakeling door storing: - door het uitblijven van de vlam tijdens de veiligheidstijd of - door het uitvallen van de vlam tijdens de werking. FR FR LFS1.2 LFS1.2 7782a11/1115 Na de ontgrendeling van de automaat kan de correct werkende brander pas weer in gebruik worden genomen als de defecte brander werd uitgeschakeld. Daarbij moet de bedrijfsschakelaar niet alleen de stuurcontacten van de desbetreffende vlambewaker overbruggen en zo de regelkring weer sluiten, maar bovendien de toevoerende fase naar de ontstekingstransformator en de brandstofafsluiters onderbreken. Na het verhelpen van de storing kan de brander daardoor enkel weer worden gestart samen met de overige branders, d.w.z. nadat eerst alle branders werden uitgeschakeld. Opgelet! Een aangestoken uv-lamp is ook een uv-straler! Indien de vlambewaking via vlamopnemers gebeurt, moeten beide opnemers steeds zo geplaatst worden, dat ze niet tegenover elkaar staan. Het niet naleven hiervan beïnvloedt de veiligheidsfuncties. Opgelet! Bij het vervangen van een LFE10 door de LFS1.2 moet de aardverbinding bij klem 10 in de LFE10-aansluitvoet worden verwijderd, klem 5 van de LFS1.2 mag geen aardverbinding hebben! De aardverbinding van de QRA10 blijft tot aan de waarborging van veiligheidsklasse 1 onveranderd behouden. Legenda BS FR BV1/BV2 fr1 fr2 HR hr1 ION QRA Si Z Bedrijfsschakelaar UIT/AAN per brander Intern vlamrelais Brandstofafsluiters voor eerste en tweede niveau Vlamrelais maakcontact Vlamrelais openercontact Intern hulprelais (omschakeling testwerking) Hulprelais maakcontact Ionisatievlamopnemer Uv-vlamopnemer Interne zekering Ontstekingstransformator 27/39
Werking van de vlambewakers bij meervoudige vlambewaking met een PLC, intermitterende modus QRA Bij de meervoudige vlambewaking neemt een faalveilige PLC de centrale stuurfunctie over (als voorbeeld weergegeven met een Simatic S7 1500F en in-/uitgangsmodules ET 200s F-I/O). Elke brander heeft een eigen ontstekingsinrichting, een eigen brandstofafsluiter en een eigen vlambewaking (bestaande uit een vlambewaker LFS1.2 en een vlamopnemer). De stuurcontacten van de vlamrelais van alle vlambewakers zijn parallel geschakeld. D.w.z. dat elke brander onafhankelijk van de andere brander in- en uitgeschakeld kan worden. De vlamsignaalbepaling in de PLC gebeurt volgens het bepalingsprincipe 1oo2 (1-UIT-2) exclusief. D.w.z. dat de afwisselende contacten aan de klemmen Dix en Diy worden gecontroleerd. Bij vlam-aan-melding sluit het fr1-(no-)contact en opent tegelijk het fr2-(nc-)contact. Bij vlam-uit-melding sluit het fr2-(nc-)contact en opent tegelijk het fr1-(no-)contact. Ro3 Klem Nr. 4 / 5 (LFS1) T /B Programmatijd Fasenummer AZL2 Parameternummer AZL2 Functie/ingangen FS Wachten tot bedrijfsklaar LED permanent LED knippert hr1 tw tan 217.00 Test bij vroegtijdig versleten uv-cel op:p2 De omschakeling naar testmodus van de vlambewaker voor brander 1 is inactief (klem 6 is vast met fasedraad L verbonden). De omschakeling naar testmodus van de vlambewaker voor brander 2 is actief. D.w.z. dat klem 6 door de PLC via een faalveilige relaisuitgang (Ro3) op bepaalde tijdstippen, ten laatste echter na 24 uur ononderbroken branderwerking, wordt uitgeschakeld; zie programmaverloop hiernaast. De PLC moet de verdere werking van de brander voorkomen tot de oorzaak van de storing is verholpen. Ro2 V2 Veiligheidsuitschakeling V2 = UIT Klem Functie/uitgangen T /B Bij verdwijnend fr2-signaal door vreemdlicht (bijv. door een versleten uv-cel) moet de start van de brander worden verhinderd. Dix (Brander 2) Diy (Brander 2) hr1 fr1 fr2 7782d05nl/0216 28/39
Werking van de vlambewakers bij meervoudige vlambewaking met pilootbrander en een PLC, intermitterende modus Klem Programmatijd Functie/ingangen Wachten tot bedrijfsklaar Fasenummer AZL2 Parameternummer AZL2 LED permanent LED knippert tw tan 217.00 Test bij vroegtijdig versleten uv-cel op:p2 Bij de meervoudige vlambewaking met pilootbrander neemt een faalveilige PLC de centrale stuurfunctie over, als voorbeeld weergegeven met een Simatic S7 1500F en in- /uitgangsmodules ET 200s F-I/O. De pilootbrander heeft een eigen ontstekingsinrichting (Z1), een eigen brandstofafsluiter (V1) en een eigen vlambewaking, bestaande uit een vlambewaker LFS1.2 en een ionisatievlamopnemer (ION). De hoofdbrander heeft een eigen brandstofafsluiter (V2) en een eigen vlambewaking, bestaande uit een vlambewaker LFS1 en een uv-vlamopnemer QRA. De hoofdbrander heeft geen eigen ontstekingsinrichting (Z1), aangezien de vlam ervan door de pilootbrander wordt ontstoken. De stuurcontacten van de vlamrelais van beide vlambewakers LFS1.2 zijn in serie geschakeld. D.w.z. dat beide branders enkel samen, de ene afhankelijk van de andere, in- en uitgeschakeld kunnen worden. De vlam-aanmelding bij de klemmen Dix/Diy van de digitale ingangsmodule F-DI kan enkel ontstaan als beide vlamsignalen correct aanwezig zijn. Het uitdoven van slechts één van beide vlammen en zeker van beide vlammen veroorzaakt een vlam-uit-melding. De vlamsignaalbepaling in de PLC gebeurt volgens het bepalingsprincipe 1oo2 (1-UIT-2) exclusief. D.w.z. dat de afwisselende contacten aan de klemmen Dix en Diy worden gecontroleerd. Bij vlam-aan-melding sluit het fr1-(no-)contact en opent tegelijk het fr2-(nc-)contact. Bij vlam-uit-melding sluit het fr2-(nc-)contact en opent tegelijk het fr1-(no-)contact. Ro3 Nr. 4 / 5 (LFS1...) Ro2 Klem Dix (Brander 2) Diy (Brander 2) hr1 T / B FS V2 Functie/uitgangen T / B fr1 fr2 hr1 Veiligheidsuitschakeling V2 = UIT Bij verdwijnend fr2-signaal door vreemdlicht (bijv. door een versleten uv-cel) moet de start van de brander worden verhinderd. 7782d06nl/0216 De omschakeling naar testmodus van de vlambewaker voor de pilootbrander is inactief (klem 6 is vast met fasedraad L verbonden). De omschakeling naar testmodus van de vlambewaker voor de hoofdbrander is actief. D.w.z. dat klem 6 door de PLC via een faalveilige relaisuitgang (Ro3) op bepaalde tijdstippen, ten laatste echter na 24 uur ononderbroken branderwerking, wordt uitgeschakeld; zie programmaverloop hiernaast. De PLC moet de verdere werking van de brander voorkomen tot de oorzaak van de storing is verholpen. 29/39
Werking van de vlambewakers bij meervoudige vlambewaking met pilootbrander en een PLC, intermitterende modus (vervolg) Opgelet! Er moet een faalveilige PLC worden gebruikt! Legenda F-DI Faalveilige digitale ingangsmodule van de PLC F-RO Faalveilige digitale relaisuitgangsmodule van de PLC ION Ionisatievlamopnemer L/N Fasedraad/nulleider FR/HR Vlamrelais/hulprelais V1/V2 Brandstofafsluiters voor brander 1/brander 2 QRA Uv-vlamopnemer PLC Geheugenprogrammeerbare besturing Z1 Ontstekingstransformator voor pilootbrander 30/39
Bediening, weergave, diagnose Bediening EK 7101z01/0804 De ontgrendelingsknop (EK) is het centrale bedieningselement voor de ontgrendeling, activering en deactivering van de diagnose. 7101z02nl/0307 Het meerkleurige signaallampje (LED) in de ontgrendelingsknop is het centrale weergave-element voor de visuele diagnose en interfacediagnose. Beide elementen (EK/LED) bevinden zich onder een venster van de ontgrendelingsknop. Er zijn 2 mogelijkheden voor de diagnose: 1. visuele diagnose: bedrijfsweergave of diagnose storingsoorzaak. 2. interfacediagnose: door interface-adapter OCI400 en pc-software ACS410 (in voorbereiding). Hierna wordt de visuele diagnose behandeld. Bedrijfsweergave Bij de normale werking worden de verschillende toestanden als kleurcodes volgens de volgende tabel weergegeven: Tabel met kleurcode van het meerkleurige signaallampje (LED) Status Kleurcode Kleur Wachttijd (tw) of geen... UIT voedingsspanning Wachten op vlammelding... Geel Testmodus actief, geen vreemdlichtsignaal voorhanden Testmodus actief, vreemdlichtsignaal voorhanden Geel knippert Geel-groen Werking, vlam in orde... Groen Werking, vlam slecht Onderspanning Groen knippert Geel-rood Storing, alarm... Rood Storingscode, zie Tabel storingscodes Interfacediagnose Waarschuwing: 1 miljoen schakelcycli overschreden (teller schakelcycli) Rood knippert Rood knippert snel x x x x x x Geel knippert bovenop actuele kleur 'x' Legenda Serviceteller... Permanent Rood UIT Geel Groen Door 10 seconden op de ontgrendelingsknop (EK) te drukken, kan een geel waarschuwingslampje gaan knipperen bij 1 miljoen schakelcycli. In dat geval is een veiligheidstest of een vervanging van het apparaat aanbevolen. Als 1 miljoen schakelcycli nog niet bereikt werden, knippert het gele lampje niet. Deze functie kan weer gedeactiveerd worden door nogmaals 10 seconden op de ontgrendelingsknop (EK) te drukken. 31/39
Bediening, weergave, diagnose (vervolg) Diagnose storingsoorzaken Na een uitschakeling door storing gaat het rode signaallampje (LED) branden. In deze toestand activeert u de visuele diagnose van de storingsoorzaak (zie tabel storingscodes) door > 3 seconden op de ontgrendelingsknop te drukken. Door nogmaals > 3 seconden op de ontgrendelingsknop te drukken, wordt de interfacediagnose geactiveerd. De interfacediagnose functioneert enkel zonder aangebrachte verlenging van de ontgrendelingsknop AGK20. Als de interfacediagnose onopzettelijk werd geactiveerd (te herkennen aan het zachte knipperen van het rode signaallampje (LED)), kan deze weer worden uitgeschakeld door de ontgrendelingsknop > 3 seconden in te drukken. Het juiste omschakelmoment wordt met een gele lichtimpuls aangegeven. De diagnose van de storingsoorzaak wordt door de volgende sequentie geactiveerd: OCI400 Stoorstand Stoorstand Visuelle diagnose Stoorstand Interface diagnose PC / Analyse app. Ontstoren > 3 s > 3 s 7130z04nl/1008 < 3 s Signaallampje (LED) knippert rood 1...9 x knipperen Vrij Mogelijke oorzaak 10 x knipperen Fout in de bedrading of interne fout, fout bij uitgangscontacten, andere fout. Vlamopnemerstroom RAR9 buiten het toegelaten bereik (defecte vlamopnemer RAR9 of te grote straling) Kortsluiting aan de aansluitklemmen van de uv-vlamopnemer QRA in het bedrijfsniveau (klem 6 van de LFS1 actief) 15 x knipperen Handmatige vergrendeling actief (LOC167) Tijdens de diagnose van de storingsoorzaak zijn de toestelinterne relais FR en HR in ruststand. Met de ontgrendeling verlaat u de diagnose van de storingsoorzaken en schakelt u de vlambewaker weer in. Ontgrendelingsknop ca. 1 seconde (< 3 seconden) indrukken. 32/39
Communicatie, BCI-interface BCI-interface De aansluiting van de BCI-interface bevindt zich aan de onderkant van de sokkel van de LFS1, zie afbeelding. Met de weergave- en bedieningseenheid AZL2 en de signaalkabel AGV50 kunnen parameters volgens de onderstaande parameterlijst worden ingesteld. De aansluitklare signaalkabel AGV50 is uitgerust met een RJ11-stekker. Let bij de aansluiting op de juiste oriëntatie: de clip op de RJ11-stekker moet in de groef van de aansluiting geschoven worden. Een 'klik' wijst erop dat de clip correct zit. Om de verbinding los te maken, opent u de clip door een lichte kantelbeweging in de richting van de kabel met uw vinger vooraleer u de RJ11-stekker uittrekt. Aansluiting van de BCI-interface 7782z05nl/0216 De weergave- en bedieningseenheid AZL2 met lcd-scherm maakt een eenvoudige bediening, parametrering en doelgerichte diagnose door menugestuurde bedieningsbegeleiding mogelijk. Voor de diagnose worden bedrijfstoestanden, storingssoort en inbedrijfstellingsteller (IBZ) op het display weergegeven. De verschillende parameterniveaus voor OEM (brander-/ketelfabrikant) en servicetechnicus (HF) zijn door middel van wachtwoorden tegen ongeoorloofde toegang beveiligd. Eenvoudige instellingen die de gebruiker ter plaatse kan uitvoeren, zijn zonder wachtwoord mogelijk. Uitvoerige instructies voor de parametrering vindt u in de gebruikersdocumentatie A7782, hoofdstuk Bediening via AZL2. De parameters, hun basisinstelling en de instelbereiken in de verschillende toegangsniveaus vindt u in de onderstaande parameterlijst. 33/39
Parameterlijst LFS1 Parameternummer Parameter Bewerking Waardebereik Instelstap Basisinstelling Wachtwoordniveau Wachtwoordniveau Min. Max. Lezen vanaf niveau Schrijven vanaf niveau 0... Interne parameter 41 HF-wachtwoord (4 karakters) Instelbaar XXXX XXXX --- Op verzoek --- HF 42 OEM-wachtwoord (5 karakters) Instelbaar XXXXX XXXXX --- Op verzoek --- OEM 43 Siemens-wachtwoord (6 karakters) Instelbaar XXXXXX XXXXXX --- Op verzoek --- Siemens 60 Vrij --- --- --- --- --- --- --- 100... Algemeen 102 Identificatiedatum Enkel leesbaar --- --- --- --- Info --- 103 Identificatienummer Enkel leesbaar 0 9999 1 0 Info --- 113 Branderidentificatie AZL2: Leesbaar 0 99999999 1 --- Info HF ACS410: Instelbaar 164 Inbedrijfstellingen resetbaar Resetbaar 0 999999 1 0 Info Info 166 Totaal van de inbedrijfstellingen Enkel leesbaar 0 999999 1 0 Info --- 170.00 Schakelcycli vlamrelais (FR) Enkel leesbaar 0 999999 1 0 Info --- 170.01 Schakelcycli hulprelais (HR) Enkel leesbaar 0 999999 1 0 Info --- 170.02 Vrij --- --- --- --- --- --- --- 170.03 Vrij --- --- --- --- --- --- --- 171 Waarschuwingsdrempel 1 miljoen schakelcycli Enkel leesbaar 0 --- --- 1000000 Info --- 182 Vlamgevoeligheid Instelbaar 0 3 1 0 (LFS1.1...) 2 (LFS1.2...) OEM OEM 200... Vlambewaker 217.00 Aanmeldtijd vlamsignaal Instelbaar 0 s 11,907 s 0,147 s 0 s OEM OEM 217.01 Afmeldtijd vlamsignaal Instelbaar 0 s 11,907 s 0,147 s 0 s OEM OEM 600... Spanningsuitgang 699.00 Gradiënt vlamweergave vlam 1 (ionisatie) Instelbaar 5 35 1 13 HF HF 699.01 Gradiënt vlamweergave vlam 2 (QRA2/RAR9) Instelbaar 5 35 1 16 HF HF 34/39
Parameterlijst LFS1 (vervolg) Parameternummer Parameter Bewerking Waardebereik Instelstap Basisinstelling Wachtwoordniveau Wachtwoordniveau Min. Max. Lezen vanaf niveau Schrijven vanaf niveau 700... Foutengeschiedenis 701 Actuele fout: 00: Foutcode Instelbaar 2 255 1 --- Service --- 01: Stand inbedrijfstellingsteller Instelbaar 0 99999 1 --- Service --- 02: MMI-fase Instelbaar --- --- --- --- Service --- 03: Vrij Instelbaar 0% 100% 1 --- Service --- 702 Foutengeschiedenis vroeger 1: 00: Foutcode Instelbaar 2 255 1 --- Service --- 01: Stand inbedrijfstellingsteller Instelbaar 0 99999 1 --- Service --- 02: MMI-fase Instelbaar --- --- --- --- Service --- 03: Vrij Instelbaar 0% 100% 1 --- Service --- 900... Procesgegevens 920 Vlamintensiteit: Ionisatie Enkel leesbaar 0% 100% 1% --- Service --- QRA Enkel leesbaar 0% 100% 1% --- Service --- RAR Enkel leesbaar 0% 100% 1% --- Service --- 936 Bij LFS1 niet gebruikt --- --- --- --- --- --- --- 951 Netspanning Enkel leesbaar 0 V LFS1.xxA1: 155 V 1 V --- Service --- LFS1.xxA2: 290 V 954 Vlamintensiteit: (komt overeen met parameter 920) Ionisatie Enkel leesbaar 0% 100% 1% --- Service --- QRA Enkel leesbaar 0% 100% 1% --- Service --- RAR Enkel leesbaar 0% 100% 1% --- Service --- Opmerking bij parameter 954! Met parameter 954 kan de vlamintensiteit in het servicemenu van de weergave- en bedieningseenheid AZL2 als waarde in de eenheid procent (%) weergegeven worden. Er kan slechts één vlamsignaal worden weergegeven. D.w.z. dat bij gelijktijdige werking van een ionisatievlamopnemer en een QRA (bijv. pilootbranderbewaking met ionisatievlamopnemer en hoofdbranderbewaking met QRA) de vlamintensiteit wordt weergegeven die als eerste gedetecteerd werd. 35/39
Maatschetsen Afmetingen in mm LFS1... Ø22 9 63 59,1 53,9 5 Aansluitvoet AGK11.7 en AGK65.1 88 91 41,6 47,2 62,5 Aansluitvoet AGK11.7 met scheidingswand (groen weergegeven) 28,5 Ø 5,4 Ø 16,2 17 23,5 4 62,5 7782m02/0415 24 30 10,5 24 30 88 36/39
Maatschetsen (vervolg) Afmetingen in mm Adapter KF8896 62,7 7782m01/0416 LAE LFE 1 2 3 4 5 6 7 PE LFS1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 KF8896 48,5 88 Voor de vervanging van LAE10 en LFE10 door LFS1 wordt met adapter KF8896 de mechanische hoogte-instelling en de correcte klemplaatsing gegarandeerd. LFS1 met adapter KF8896 en LAE10- aansluitvoet / LFE10- aansluitvoet laag AGK410413450 47,2 62,5 26 63 13 89 5 37/39
Maatschetsen (vervolg) Afmetingen in mm LFS1 met adapter KF8896 en LAE10- aansluitvoet / LFE10- aansluitvoet hoog AGK410490250 47,2 62,5 13 63 109 5 46 38/39
Maatschetsen (vervolg) Afmetingen in mm LFS1 met verlenging ontgrendelingsknop AGK20 7101m03/1108 Naam Lengte (L) in mm AGK20.19 19 AGK20.43 43 AGK20.55 55 2016 Siemens AG, Berliner Ring 23, D-76437 Rastatt Wijzigingen onder voorbehoud! 39/39