Gerrit Rietveld College

Vergelijkbare documenten
Gageldijk. GAG: Archeologische begeleiding rond de aanleg van een fietsviaduct aan de Gageldijk, gemeente Utrecht. Basisrapportage Archeologie 109

Lucasbolwerk. LUC04: Archeologische begeleiding op het terrein van de Stadsschouwburg van Utrecht Basisrapportage Archeologie 137. Utrecht.

Beulakerweg 127 te Giethoorn, gem. Steenwijkerland (Ov.)

Archeologie Deventer Briefrapport 27. November Controleboringen Cellarius - De Hullu (project 494)

Adviesdocument 768. Oranjerie landgoed Mattemburgh, gemeente Woensdrecht. Project: Projectcode: HOOM2. Opdrachtgever: Brabants Landschap

8 QUICKSCAN 2017 ARCHEOLOGIE KLAVER Gemeente Horst aan de Maas

Archeologisch booronderzoek voor het plangebied Utrechtseweg 82 te Zeist. K oen Hebinck

Transect-rapport 608. N348 Raalte-Ommen, Fase 1 en 2. Gemeente Raalte/Ommen (Ov.) Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek (IVO; karterende fase)

Verkennend archeologisch onderzoek IVO Vorstenbosch-Bergakkers fase 2. R. Jansen, L.G.L. van Hoof

Een leidingsleuf in Katwijk Klei-Oost Zuid. Een archeologische begeleiding aan de Trappenberglaan te Rijnsburg. A. Porreij-Lyklema. Archol.

Plangebied Amanietlaan-Varenlaan- Drieerweg Gemeente Ermelo Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek

ADVIES ARCHEOLOGIE 16 dec 2013

Quick scan archeologie, gemeente Loon op Zand, Kaatsheuvel Van Heeswijkstraat / Horst

Gemeente Haarlem. Archeologisch onderzoek en waardestellend rapport

Archeologische Quickscan

4 Archeologisch onderzoek

Quickscan Archeologie. Forellenvisvijvers De Huif Aan de Uilenweg 2 Lelystad, gemeente Lelystad

RAAP België - Rapport 027 Rupelmonde Kleine Gaanweg, aanleg visvijver (gemeente Kruibeke)

Poperinge - Afkoppeling Vleterbeek HB Programma van Maatregelen

Selectiebesluit archeologie Breda, Molengracht JEKA

RAAP-NOTITIE Plangebied Burloseweg Gemeente Winterswijk Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek

Plan van Aanpak. Archeologisch vooronderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek. gemeente Nieuwkoop

Dordrecht Ondergronds Waarneming 6 VEST 124, GEMEENTE DORDRECHT

RAAP-NOTITIE Plangebied Weideveld. Gemeente Bodegraven Een archeologische begeleiding

Bureau voor Archeologie. Plan van Aanpak booronderzoek Achterdijk 2-1, Arkel, gemeente Giessenlanden

Gemeente Rucphen Plangebied Koekoekstraat ong. te Sprundel

Kamerstraat te Hechtel (gem. Hechtel- Eksel) Programma van Maatregelen

Plangebied kapschuur aan de Holte 17 te Onstwedde

Plangebied Visvijvers te Gendt

Ede, Roekelse Bos (gem. Ede)

Bureauonderzoek Archeologie

V&L. Selectiebesluit archeologie Breda, Klokkenberg. Bijlage 5 bij besluit 2017/2000-V1

Ranst Vaartstraat, Pomuni Trade (gemeente Ranst)

Archeologische MonumentenZorg

MEMO. Projectgegevens

Dordrecht Ondergronds Waarneming 2 DORDRECHT, SPUIBOULEVARD

: Archeologische begeleiding in Katwijk, Tweede Mientlaan

Herstructurerings- en ontwikkelingsplan Burdaard Gemeente Ferwerderadiel Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek

Archeologisch bureau-en booronderzoek Zuiderzeestraatweg te Hattemerbroek, gemeente Oldebroek

Quick scan archeologie Vaartstraat Loonsevaert (perceel 2954), Kaatsheuvel gemeente Loon op Zand

Quick scan archeologie De Horst Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand

s-hertogenbosch Empel zuid; industrieterrein

Archeologische Begeleiding Tracébesluit N18 Varsseveld - Enschede definitief

Nieuw Delft veld 3 en 8 (westelijk deel)

30 sept OU

Briefrapport IVO Eibergen 1. Inventariserend Veldonderzoek, waarderende fase (proefsleuven) aan de Huenderstraat te Eibergen

Almelose kanaal Michael Klomp

PLAN VAN AANPAK. Pagina 1 van 7 LOCATIE. Knegsel, gemeente Eersel PROJECT

Plangebied H.W. Iordensweg te Twello

Quickscan Archeologie Maasbree-Maasbreeseweg (gem. Peel en Maas) Quickscan en Advies Archeologie Maasbree-Maasbreeseweg gemeente Peel en Maas

Archeologisch booronderzoek Eefselerweg 13a te Lievelde, gemeente Oost Gelre (GLD)

Adviesdocument ten behoeve van selectiebesluit archeologie Oosterdalfsen, gemeente Dalfsen. Notitie TML520

CHECKLIST. 1. Het IVO-verkennend (voorzover booronderzoek) dient te zijn uitgevoerd door een instelling die beschikt over een opgravingsvergunning

Amandinestraat (Oostende, West-Vlaanderen)

Plangebied Kloosterveen III

Dordrecht Ondergronds / Briefrapport 1. Dordrecht - Meidoornlaan

4 Conclusies en aanbevelingen

Bijlage 4 Bepaling archeologische verwachtingswaarden

OMnummer: Datum: Archeologische Quickscan Klaprozenweg (QSnr ) Opdrachtgever (LS01)

PLAN VAN AANPAK ARCHEOLOGISCH INVENTARISEREND ONDERZOEK H023 OOST, HAARLEM

Uitbreiding Gemeentelijke begraafplaats Sint-Bernardusstraat (Fase 4) Hechtel-Eksel

Archeologisch onderzoek VVV-kiosk op het terrein van De Donderberg te Leersum

INFORMATIERAPPORT EN SELECTIEADVIES

Baarschot, Baarschotsestraat 64 (gem. Hilvarenbeek) rapport 972

Archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen bij Groot Bronswijk, Wagenborgen, gemeente Delfzijl (Gr.)

Ruimtelijke onderbouwing archeologie Vijf Akkers-Noord, Moordrecht (gemeente Zuidplas). Notitie TML554

De Lusthoven 96, Kruisberghoeve, Arendonk

Heerenveen, Bloemenbuurt Gem. Heerenveen (Frl.) Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek. Steekproefrapport /07

Papendrecht, Westeind 25, gemeente Papendrecht (ZH). Archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek. Transect-rapport 528 (concept 1.

Extern Advies. Gemeentelijke archeologische kaart

Dordrecht Ondergronds 33

Proefsleuven op het Oranje Nassauplein te Eerbeek

Archeologienota Baron Descampslaan 44 te Wijgmaal (Vlaams-Brabant).

Plan van Aanpak. Archeologisch vooronderzoek, bureau- en inventariserend veldonderzoek. Honderdland Ontwikkelingscombinatie cv Honderdland, fase2

Programma van maatregelen: Londerzeel - Bloemstraat

Transcriptie:

Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling Gerrit Rietveld College GRC: Archeologische begeleiding op het terrein van het Gerrit Rietveld College, Utrecht Basisrapportage Archeologie 110 www.utrecht.nl

Basisrapportage Archeologie 110 Gerrit Rietveld College GRC: Archeologische begeleiding op het terrein van het Gerrit Rietveld College, Utrecht L. Dielemans Afdeling Erfgoed gemeente Utrecht Zwaansteeg 11 3511 VG Utrecht Juli 2015 1

Administratieve gegevens van het project Projectcode en -naam: GRC Gerrit Rietveld College Locatie: Utrecht, Winklerlaan OM-nummer: 55705 Centrumcoördinaten: 137870/458110 Opdrachtgever: Afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling gemeente Utrecht Uitvoerder: Afdeling Erfgoed gemeente Utrecht Bevoegde overheid: Gemeente Utrecht Coördinator vanuit de gemeente: H.L. Wynia Dagelijkse leiding opgraving L. Dielemans Uitvoering project: Veldwerk: februari 2013 Uitwerking resultaten: november 2014 Beheer en plaats van documentatie: Afdeling Erfgoed gemeente Utrecht Zwaansteeg 11 3511VG Utrecht Beeld omslag: Google Maps ISBN: 978-90-73448-83-4 2 Gerrit Rietveld College Basisrapportage Archeologie 110

Inhoudsopgave Samenvatting 5 1 Inleiding 7 1.1 Aanleiding voor het onderzoek 7 1.2 Landschappelijke context 7 1.3 Archeologische verwachting 7 1.4 Onderzoeksvragen 7 2 Resultaten 11 3 Conclusie 13 Noten 14 Literatuur 14 Colofon 15 3

4 Gerrit Rietveld College Basisrapportage Archeologie 110

1 Samenvatting In februari 2013 is de aanleg van een rioolcunet op het nieuwbouwterrein van het Gerrit Rietveld College te Utrecht archeologisch begeleid. In de ondergrond was tijdens vooronderzoek een kleine dekzandrug aangetroffen. Het kon niet worden uitgesloten dat hierop een of meerdere vindplaatsen uit de steentijd aanwezig waren. Deze zouden zich bevinden in de top van het dekzand. Tijdens de begeleiding werd duidelijk dat de graafwerkzaamheden de top van het dekzand niet raakten. Mogelijke oorzaken zijn een kleine verandering in de geplande locatie van het cunet, of een afwijking in het verwachte verloop van het dekzandreliëf. Verder onderzoek op andere, geomorfologisch vergelijkbare locaties zal in de toekomst meer licht moeten werpen op de omstandigheden waaronder prehistorische vindplaatsen binnen de gemeente Utrecht aangetroffen kunnen worden. 5

134000 135000 136000 137000 138000 139000 133000 134000 135000 136000 137000 138000 139000 459000 133000 458000 459000 457000 458000 456000 457000 455000 456000 454000 455000 453000 454000 453000 Afb. 1.1 De onderzoekslocatie op de topografische kaart. 6 Gerrit Rietveld College Basisrapportage Archeologie 110

1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor het onderzoek In februari 2013 is door de Afdeling Erfgoed gemeente Utrecht een archeologische begeleiding uitgevoerd tijdens het graven van een rioolcunet ten behoeve van de geplande nieuwbouw op het terrein van het Gerrit Rietveld College te Utrecht. De voorafgaande karterende en verkennende booronderzoeken hadden uitgewezen dat zich in de ondergrond een kleine dekzandrug bevindt, waar in de oude bodem onder andere houtskool en gebroken kwarts werden aangetroffen. 1 Deze vondsten wezen op de mogelijke aanwezigheid van een vindplaats uit de steentijd binnen het plangebied. In eerste instantie was het onderzoek opgezet als proefsleuvenonderzoek. Door een fout in de Archeologische Waardenkaart van de gemeente Utrecht bleek dit niet mogelijk. In overleg met de opdrachtgever en de bevoegde overheid is vervolgens besloten tot een beperkter onderzoek in de vorm van een archeologische begeleiding. Omdat alleen het genoemde rioolcunet het oude oppervlak zou bereiken, gold de begeleiding alleen voor deze graafwerkzaamheden. 1.2 Landschappelijke context Het onderzoeksgebied ligt tegen de uitlopers van de Utrechtse Heuvelrug. Dit is een stuwwal die is gevormd gedurende de voorlaatste ijstijd, het Saalien (ca. 150.000 BP). Tegen de westelijke rand van de heuvelrug is in het Weichselien, de laatste ijstijd (116.000 10.500 BP), een brede zone van dekzand(ruggen) ontstaan. Deze zijn min of meer zuidwest - noordoost georiënteerd en kennen een gradiënt in zuidwestelijke richting. Verder van de heuvelrug af is het dekzand in de loop van het Holoceen (vanaf 10.500 BP) onder invloed van de stijgende zeespiegel, waardoor ook het grondwaterniveau steeg, overdekt geraakt met een laag veen. In de buurt van de Oude Rijn en Vecht is het veen later afgedekt met een laag rivierklei. dat materiaal uit de oorspronkelijke humeuze toplaag (A-horizont) door regenwater is uitgespoeld (E-horizont) en op een lager niveau weer is neergeslagen (B-horizont), wat resulteert in een kenmerkende, donker gekleurde laag (zie afb. 1.3). Dergelijke podzolvorming geeft aan dat het dekzand lange tijd onder relatief droge omstandigheden aan het oppervlak heeft gelegen. In de westelijke helft van het plangebied ligt de top van het dekzand aanzienlijk lager: vanaf 0,45 m-nap. Hier heeft geen bodemvorming plaatsgevonden, wat wijst op nattere omstandigheden. Over het hele plangebied werd het dekzand afgedekt met een pakket komklei op (bos) veen. 1.3 Archeologische verwachting De hoge, droge dekzandrug binnen het plangebied bood geschikte locaties voor bewoning en andere activiteiten vanaf het laat-paleolithicum tot in het neolithicum (oude tot en met nieuwe steentijd, ca. 12.500 2000 voor Chr.). Tijdens het eerste booronderzoek werd in het dekzand een fragment houtskool aangetroffen in een oude bodem (paleosol). 2 Het tweede booronderzoek leverde, verspreid over het plangebied (zie afb. 1.4), archeologische indicatoren op in de vorm van houtskool, gebroken kwarts en een klein fragment verbrand bot in de top van het dekzand. 3 Hoewel houtskool ook een natuurlijke oorsprong kan hebben, kon de aanwezigheid van een of meerdere steentijdvindplaatsen niet worden uitgesloten. Dergelijke vindplaatsen zouden naar verwachting klein van omvang (<1000 m 2 ) en vondstarm zijn. Hierbij zou het kunnen gaan om een seizoensmatig bewoond nederzettingsterrein, maar ook om tijdelijke of eenmalige activiteitsplaatsen (vaak <100 m 2 ). 1.4 Onderzoeksvragen Binnen het plangebied is de aanwezigheid van een kleine dekzandrug aangetoond (zie afb. 1.2). De hoogste delen bevinden zich in het noordoosten rond 0,00 m+nap, met een geleidelijke helling naar beneden richting het westen, verdeeld over enkele uitlopers. Een groot deel van dit hoger gelegen gebied vertoont (restanten van) bodemvorming in de vorm van een podzol. Dit betekent De onderzoeksvragen van de archeologische begeleiding waren vanwege de beperkte omvang van het onderzoek summier. Ze dienden in eerste instantie om de aanwezige archeologische resten, mogelijk de oudste binnen de gemeente Utrecht, zo goed mogelijk te documenteren en voor zover mogelijk te interpreteren. Een tweede, belangrijk doel was de mogelijkheid om met de gegevens 7

Afb. 1.2 Het dekzandreliëf binnen het plangebied ten opzichte van NAP. Met gekleurde stippen is aangegeven in welke boringen in meer of mindere mate intacte bodems zijn aangetroffen. (Naar Jansen 2012, Figuur 2.) 8 Gerrit Rietveld College Basisrapportage Archeologie 110

van de begeleiding voor vergelijkbare gebieden binnen de gemeente Utrecht de Archeologische Waardenkaart aan te kunnen scherpen. 1. Hoe is de geologische, gemorfologische en bodemkundige opbouw van het landschap in het plangebied en wat is de relatie met de eventuele archeologische resten? 2. Wat is de functie, omvang, datering en fasering van de aangetroffen vindplaats(en)? 3. Zijn er aanwijzingen voor ambachtelijke activiteiten? Zo ja, welke activiteiten hebben plaatsgevonden? 4. Wat is de (verticale en horizontale) gaafheid van de resten (vondststrooiingen, sporen), indien mogelijk per onderscheiden bewoningsfase? 5. Wat is de mate van conservering van het vondstmateriaal, organisch en anorganisch, per onderscheiden landschapseenheid? Afb. 1.3 Voorbeeld van een podzolbodem in profiel op een onderzoekslocatie bij De Uithof, gemeente Utrecht. De rode lijnen geven de podzol aan, met in de top de humeuze A-horizont, de grijze E-horizont in het midden en de donkere B-horizont onderop. 9

Legenda: Riooltracé 137800 137900 Boring met iets houtskool Boring met veel houtskool EYKMANLAAN Boring met gebroken kwarts Boring met verbrand bot 458200 458200 0 50 m PROF. JORDANLAAN 458100 EYKMANLAAN 458100 PROF. JORDANLAAN 458000 458000 WINKLERLAAN 137800 137900 Afb. 2.1 Locatie van het rioolcunet in relatie tot het dekzandreliëf in de ondergrond. (Hoogtelijnen naar Jansen 2012, Figuur 2.) 10 Gerrit Rietveld College Basisrapportage Archeologie 110

2 Resultaten De begeleiding bestond uit het meekijken met de graafwerkzaamheden en het verzamelen en documenteren van het aanwezige archeologische vondstmateriaal. Bij het bereiken van de top van het dekzand zou steekproefsgewijs een vak van 1x1 m worden gezeefd over een maaswijdte van 2 mm om de aan- of afwezigheid van klein lithisch materiaal zoals vuursteenbewerkingsafval vast te stellen. Bij het aantreffen van een vindplaats zou het gehele vrijgekomen oppervlak in vakken worden onderverdeeld en gezeefd tot de vindplaats, voor zover mogelijk, begrensd was. Sporen moesten worden gedocumenteerd, gecoupeerd en afgewerkt. Ter hoogte van een vindplaats diende tenminste één profiel te worden aangelegd en gedocumenteerd om de relatie van de sporen of vondsten tot het landschap vast te leggen. Afb. 2.1 Locatie van het rioolcunet in relatie tot het dekzandreliëf in de ondergrond. (Hoogtelijnen naar Jansen 2012, Figuur 2.) Tijdens de graafwerkzaamheden werd duidelijk dat, ondanks de gegevens van de voorgaande booronderzoeken, de bodem van het rioolcunet de top van het dekzand niet zou bereiken. Alleen het bovenliggende veenpakket werd aangesneden. Een mogelijke verklaring is een iets afwijkende locatie van het cunet ten opzichte van de oorspronkelijke planning. Ook is de hoogtekaart van het dekzandreliëf voor een deel gebaseerd op interpolatie (het volgens bepaalde algoritmen berekenen van nieuwe waarden tussen twee of meer gegeven waarden). Hierdoor kan het gebeuren dat de berekende hoogtes tussen de boringen in niet representatief zijn voor de werkelijkheid. 11

12 Gerrit Rietveld College Basisrapportage Archeologie 110

3 Conclusie De top van het dekzand lag dieper dan verwacht op basis van de beschikbare boorgegevens. Hierdoor kunnen de onderzoeksvragen niet beantwoord worden. De aan- of afwezigheid van vindplaatsen uit de steentijd kon met het onderzoek niet worden aangetoond. Verder onderzoek op andere, geomorfologisch vergelijkbare locaties zal in de toekomst meer licht moeten werpen op de omstandigheden waaronder prehistorische vindplaatsen binnen de gemeente Utrecht aangetroffen kunnen worden. 13

Noten Literatuur 1 Jansen 2011, Jansen 2012. 2 Jansen 2012, 9. 3 Jansen 2012, 14-15. Jansen, B. 2011. Plangebied Gerrit Rietveld College, gemeente Utrecht; archeologisch vooronderzoek:een bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterende fase). RAAPnotitie 3946. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Jansen, B. 2012. Plangebied Gerrit Rietveld College te Utrecht, Gemeente Utrecht. Archeologisch vooronderzoek: een karterend en deels verkennend booronderzoek. RAAPnotitie 4076. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. Verhagen, J.W.H.P., E. Rensink, M. Bats & Ph. Crombe 2011. Optimale strategieën voor het opsporen van Steentijdvindplaatsen met behulp van booronderzoek. Een statistisch perspectief. RAM 197, Amersfoort. 14 Gerrit Rietveld College Basisrapportage Archeologie 110

Colofon Uitgave Afdeling Erfgoed Gemeente Utrecht Afdeling Erfgoed 2015 Redactie H.L. Wynia Eindredactie R. de Kam Vormgeving E. van Wieren Datum Juli 2015 Meer informatie Afdeling Erfgoed Gemeente Utrecht Telefoon 030 286 0000 E-mail erfgoedutrecht@utrecht.nl www.utrecht.nl/erfgoed 15

Meer informatie Afdeling Erfgoed Telefoon 030-286 0000 E-mail erfgoedutrecht@utrecht.nl www.utrecht.nl