i --> Doelstellingen voor deze les De kinderen: > weten wat de Elfstedentocht is en wat de Elfstedentocht zo bijzonder maakt; > weten dat er verschillende soorten schaatsen zijn; > weten waarom je op ijs kunt schaatsen; > kunnen het begrip ijstransplantatie uitleggen. Werkvorm Videofragment, gesprek en individuele verwerking Materialen > Schaatsen van de kinderen (laat ze hun schaatsen meenemen!) > Videofragment: algemeen filmpje > Computers met internet www.elfstedensite.nl > Opdrachtkaart Elfstedentocht > Verhaal Elfstedentocht > (Kleur)potloden > Lege blikjes/houten blokjes of iets anders waar een ijsblokje op kan liggen > Nylondraad > IJsblokjes > Gekleurde A4-vellen voor de menukaart > Plastic bekers, cacao, suiker, melk, maatbeker, keukenweegschaal, waterkoker of fornuis Voorbereiding > Vraag de leerlingen die schaatsen hebben om deze mee te nemen. > Maak ijsklontjes in de vriezer. > Leg de materialen klaar voor opdracht 2 tot en met 5. les 1 Elfstedentocht --> inhoud van de les Inleiding (10 minuten) Haal kort de voorkennis van de kinderen over schaatsen op. Vragen die tijdens dit gesprek aan de orde kunnen komen zijn: Wie heeft er wel eens geschaatst? Waar? Wie weet wat Elfstedenkoorts is? Welke verschillende vormen van schaatsen zijn er? Hoe heten bekende schaatsers? Zorg dat in ieder geval de termen natuurijs en Elfstedentocht aan bod komen. Bekijk daarna het eerste deel van de dvd. ------------------------------------------------De Elfstedentocht De Elfstedentocht is een begrip, hij is bekend over de hele wereld. De schaatsers rijden langs elf steden door Friesland. De Elfstedentocht kan alleen doorgaan als het ijs overal dik genoeg is. De start en finish zijn in Leeuwarden. Alle schaatsers krijgen een stempelkaart. Bij elke stad halen de schaatsers een stempel. Als ze langs alle steden zijn geschaatst en dus elf stempels hebben gehaald verdienen ze een medaille: het Elfstedenkruisje. De Elfstedentocht wordt gereden op noren of toerschaatsen. De easyglider voor jonge kinderen lijkt op deze schaatsen. De easyglider is de opvolger van de vroegere houten noor en Friese doorloper. Het is een goede schaats om op te leren schaatsen. De toerschaats is geschikt voor natuurijs. Het is een soort langlaufschoen op lange schaatsijzers. Doordat de schaats laag is, is het schaatsen minder vermoeiend voor de enkels. Het ijzer is lang en loopt aan de voorkant langzaam schuin omhoog. Zodoende kom je niet zo snel in een scheur en als je in een scheur rijdt, glijdt de schaats er weer uit. Dit voorkomt valpartijen! -------------------------------------------------
Kern 1: opdrachtkaart Elfstedentocht en het verhaal (20 min) De kinderen lezen het verhaal en maken daarna zelfstandig (individueel of in tweetallen) de opdrachten. Kern 2: groepswerk (15 minuten) U verdeelt de klas in vier groepen. De groepjes gaan ieder met één van de vervolgopdrachten aan de slag: > computeropdracht > proefjes met ijs > tekenopdracht > chocolademelk maken Opmerking: het groepje dat chocolademelk maakt, zorgt ervoor dat alle andere leerlingen ook chocolademelk krijgen. Afsluiting (10 minuten) U kijkt samen met de kinderen terug op de les. Loop de antwoorden op de vragen bij het verhaal met hen door. De groepjes vertellen over de uitvoering van hun opdracht. Ga tijdens de bespreking ook in op het bestaan van marathons. Kijk vervolgens vast vooruit naar de volgende les. In de volgende les staat het langebaanschaatsen centraal. Wie weet namen van goede langebaanschaatsers? Welke afstanden rijden zij? -------------------------------------------------------------Marathonschaatsen De Elfstedentocht is het bekendste voorbeeld van een marathon op natuurijs. Meestal worden marathons gereden op een binnenijsbaan met een lengte van 400 meter. De wedstrijden duren minimaal 25 ronden en maximaal 150 ronden. Het aantal rondjes hangt af van de leeftijd en het niveau van de deelnemers. Marathonschaatsen is sinds de jaren zeventig een serieuze sport. Omdat de schaatsers niet in alle winters zeker waren van natuurijs zochten zij naar alternatieven. Dit werden de marathons op kunstijsbanen. Tegenwoordig zijn er verschillende competities op regionaal en landelijk niveau en voor jong en oud. -------------------------------------------------------------- Tijd over? Tip: Houd een groepsgesprek over het broeikaseffect en de gevolgen voor het klimaat. Heeft dit invloed op de Elfstedentocht? Komt er nog een Elfstedentocht, nu de aarde opwarmt? -------------------------------------------------------------Het weer Deskundigen van het KNMI hebben berekend dat er in de eenentwintigste eeuw waarschijnlijk vier tot tien Elfstedentochten worden verreden. Afhankelijk van hoe ver het broeikaseffect verder doorzet. In de twintigste eeuw zijn er vijftien verreden, dus het broeikaseffect heeft zeker invloed! --------------------------------------------------------------
--> antwoorden bij de opdrachten vraag 1. a. Iedereen die de Elfstedentocht rijdt is een held. b. Een tweede muts, een extra lange broek, een extra korte broek en een skibril om zijn ogen tegen bevriezen te beschermen. c. De stempelkaart is de kaart waar je in elke stad een stempel op krijgt. Als de stempelkaart vol is, is de tocht volbracht. d. Eigen antwoord. vraag 2. a. De eerste Elfstedentocht werd gehouden op 2 januari 1909. b. De laatste tocht was in 1997, de winnaar was Henk Angenent. c. Het was een zeer barre tocht. Bij de start was het nog -12, er was een noordoosterstorm, op veel plekken was het ijs onbegaanbaar. Er waren veel uitvallers waaronder ook veel gewonden. d. Reinier Paping. e. 127 rijders, dat is slechts 1,3 procent van het aantal gestarte deelnemers. f. De alternatieve Elfstedentocht wordt gereden als er in Nederland geen goed ijs is voor een Elfstedentocht. Het is ook een tocht over 200 kilometer. De locatie is meestal in Finland of op de Weissensee in Oostenrijk. vraag 3. a. Door de kou in de ijsblokjes vriezen de blokjes aan elkaar vast. Om het effect te versterken, kunt u ze in de vriezer leggen. b. Het nylondraadje zaagt het blokje door. Boven het draadje vriest het blokje weer aan elkaar. -------------------------------------------------------------Er is nog geen algemeen aanvaarde theorie waarom je nou juist op ijs kunt schaatsen. Een verklaring is deze: Door het gewicht van de schaatser ontstaat er wrijving met het ijs. Door die wrijving ontstaat warmte. Hierdoor smelt het ijs plaatselijk onder de schaats. Het laagje water dat zo ontstaat is het smeermiddel, waardoor je glijdt over het ijs. Een andere verklaring is dat ijs dicht bij het vriespunt minder moleculen bevat dan ijs dat dieper gevroren is. Daardoor is er een soort waterig laagje op het ijs dat als smeermiddel dient. Hoe dan ook: er is een filmlaagje water dat als smeermiddel dient. Daarom kun je op ijs schaatsen (en op sneeuw skiën) en niet op materialen als steen of beton. -------------------------------------------------------------- vraag 4. De producten moeten warm zijn en veel energie geven. Bovendien moet je het staande op je schaatsen kunnen eten of drinken. Geschikte koek-en-zopie-recepten zijn bijvoorbeeld chocolademelk, erwtensoep, thee, warme limonade, mengsel van warme thee en energiedrank (zoals extran), gevulde koek, ontbijtkoek, energierepen en rozijnen.
F r a ne k e r Dok k um L e e uwa r de n
F r a ne k e r Dok k um L e e uwa r de n
Fr aneker Dokkum Leeuwarden
F r a ne k e r Dok k um L e e uwa r de n