Quickscan Bilthoven Leijenseweg

Vergelijkbare documenten
Effectrapport I Ten behoeve van een Alternatievenstudie Deurne Geluidsmaatregelen

Inventarisatie Niet Gesprongen Conventionele Explosieven

Proces-verbaal van oplevering Opsporen Conventionele Explosieven Lunet aan de Snel

~ : Gemeente Barneveld : Explosive Clearance Group BV : Baron van Nagelstraat : : : ER-01 : Definitief

RAPPORTAGE CE ONDERZOEK OOSTELIJKE RONDWEG, SOESTERBERG

Proces verbaal van oplevering

MEMO. Inleiding. Datum : 21 december 2010 (definitief) Aan : Marcel van Hout. Van : Arjan Matser tel

rocetrr Op po en Conwntionele E Plo ienen Project: OCE Langeraar Oost Projec'tnummer: Kenmerk: PvO-001 Datum: 24 mei 2013

PROCESVERBAAL VAN OPLEVERING VERKLARING VRIJ VAN EXPLOSIEVEN

PROCES-VERBAAL VAN OPLEVERING Homoetstraat te Doornenburg

PLS-NGE. Aanwezigheid NGE binnen projectgebied Erftransformatie Zandvoort 31 Gendt. Inleiding

Eindrapportage Explosievenonderzoek OCE Nederweert Merenveld Gemeente Nederweert

Bijlage 2 Stroomschema processtappen omgaan met CE op hoofdlijnen

Plan van Aanpak. Explosievenonderzoek Stationsomgeving Winterswijk Deelproject Driemark

Projectgebonden Risicoanalyse (PRA)

Versie : 1 : J. Bellemans / W. Wisselink. : Dhr. F. Schreiner : Postbus 149 : 2215 ZJ Voorhout

Overzichtskaart onderzoeksgebied Overzicht EODD vondsten in de omgeving van het onderzoeksgebied. T&A Survey BV 0211GPR2431 1

Figuur 1. Projectgebied, kadastraal bekend als gemeente Elst, sectie K, nummers 1493, 1742, 6859, 6861 en 6863

A. Locatie/onderzoeksgegevens. Locatie (adres) :Klein Oord Kadastraal nummer :

Tracébesluit. N50 Ens-Emmeloord. Conventionele Explosieven (CE n) Datum 20 maart 2014

Opsporingsgebied: Gedeelte van het Coevorden Vechtkanaal

PROJECTLEIDERSSAMENVATTING NIET-GESPRONGEN EXPLOSIEVEN. Datum: 28 oktober dhr. J. Bongers. dhr. F.G.J. Barink. PLS-NGE Europaplein Zuid

Fazantenlaan!39!! Heemstede!

PROJECTLEIDERSSAMENVATTING NIET-GESPRONGEN EXPLOSIEVEN. Datum: 22 november dhr. H. de Baaij. dhr. F.G.J. Barink

Briefrapportage. 1. Inleiding. Saricon bv

Historisch onderzoek in het kader van modificatie 3 project "waterstof symbiose Zeeuws Vlaanderen" (S-917 en A-128 incl. HDD) Projectcode: 17F403HO

Ketenanalyse regionaal aanbesteden ingenieursdiensten door ProRail

Versie : 1 : J. Bellemans / J. van Voorst Vader. IDDS Explosieven : Dhr. ing. M. Botermans (bedrijfsleider) Datum :

WATERBODEMDETECTIE KORNWERDERZAND GEMEENTE SÚDWEST-FRYSLÂN

datum 22 oktober 2015 uw kenmerk ons kenmerk onderwerp Briefrapport historisch vooronderzoek Laan van Romen 25 te Berkel en Rodenrijs

Onderwerp Onderzoek, opsporing en ruiming explosieven bij gebiedsontwikkeling

CErrt. Project: Windpark Delfzijl Noord Projectnummer: TVO-00 I 16 april2014. Datum: Toetsing Vooronderzoek CE. Opdrachtgever: KWS lnfra bv

PLS Ceintuurbaan / Nieuwe Aamsestraat te Elst t.b.v. bouw appartementen

Inleiding. Termen en definities en reikwijdte van de PRA

PROJECTLEIDERSSAMENVATTING NIET-GESPRONGEN EXPLOSIEVEN. Datum: 28 juli dhr. T. Meulendijks. dhr. F.G.J. Barink. PLS-NGE Hegsestraat 11, Gendt

PROJECTLEIDERSSAMENVATTING NIET-GESPRONGEN EXPLOSIEVEN. Datum: 21 juli dhr. T. Meulendijks. dhr. F.G.J. Barink

Bijlage 3. Quickscan bodemkwaliteit

GEMEENTE HOOGEVEEN. BESTEMMINGSPLAN Buitengebied Zuid Herziening 2007, deelplan Trambaan 5 te Nieuweroord

Bestemmingsplan de Bredius te Muiden

Quickscan Conventionele Explosieven. OWN A15 aansluiting Huissen Bemmel N839. Onderzoekslocatie anno 1944 (bron:

1. Door het gehele document zijn tekstuele en redactionele wijzigingen aangebracht.

BAGGERNETDAG VERDIEPING NIEUWE WATERWEG EN BOTLEK

Projectgebonden Risico Analyse Achterweg 3-5 in Ellecom Gemeente Rheden

Vraagspecificatie: Opdrachtomschrijving

1. Inleiding. 2. Aanleiding en vraagstelling

ADDENDUM Verkennend bodemonderzoek Kanaalweg (ong.) Griendtsveen AM

Proces Verbaal van oplevering

1 Inleiding. Ministerie van Defensie Dienst Vastgoed Defensie (vml. DGW&T) T.a.v. de heer J. van Heemskerk Postbus RA UTRECHT

Historisch bodemonderzoek. Verlegging 10/20 kv kabeltracé langs Roodwilligenstraat te Duiven

Aan: Rijn en Vecht Ontwikkeling t.a.v. de heer M.J. Rövekamp Rietland GZ Breukelen. Geachte heer Rövekamp,

PRESENTATIE RISICOKAART ALBLASSERDAM

Projectnummer: 1211GPR2855.1

Projectnummer: GPR Opsporingsgebied: Bestemmingsplan de Bredius te Muiden

Projectgebonden Risico Analyse. Arnhemseweg (Zevenaar)

KlokBouwOntwikkeling BV T.a.v. dhr D. Lemmers Postbus AA Nijmegen

Archeologische Quickscan

Risicobeoordeling overwegen Grubbenvorsterweg en Ulfterhoek

Proces-Verbaal van Oplevering OCE Vathorst

ACTUALISEREND HISTORISCH

Rapport bodeminformatie

Inventarisatie OCE dijk tracé Gameren

Memo. Aan Gemeente Dordrecht, de heer E. Hoff. Van Sander Jansen. Zaaknummer Z Datum 12 februari 2018

2. QUICKSCAN AANWEZIGHEID CE N Algemene informatie CE n in de bodem

Bodeminformatie. Otto'slaan 2 te Hilversum. Legenda. Wet milieubeheer bedrijven

Project Harselaarstunnel te Barneveld

Verslag Bodemkwaliteit

Verkennend bodemonderzoek plangebied t Spieghel, Grontmij, maart 2004

WIJZIGINGSPLAN Buitengebied Zuid Herziening 2007, deelplan 3 e Zandwijkje 8 te Hollandscheveld

HISTORISCH ONDERZOEK. conform de NEN 5725:2009 STEEG 13 TE SEVENUM

Inventarisatie Conventionele Explosieven Stroomlijn fase 3 Rijkswaterstaat

Projectgebonden risicoanalyse Conventionele Explosieven Gemeente Assen - project Blauwe As 2 e fase

Opsporingsgebied: Uiterwaarden te Rhenen: deelgebied Palmerswaard

Eindrapportage detectie- en benader- onderzoek Kitskensberg, gemeente Roermond.

Stappenplan nieuwe Dorpsschool

Quickscan externe veiligheid woningbouwlocatie Beekzone in Twello

Bodeminformatie. Elzenlaan 8 te Hilversum. Legenda. Wet milieubeheer bedrijven

BODEMINSPECTIE OP ASBEST aan de Harskamperweg 84 te Harskamp

Projectnummer: D Opgesteld door: Maurice Meuwissen. Ons kenmerk: :B. Kopieën aan:

Kader Conventionele Explosieven. Datum September 2013 Status Versie 1.0

Historisch bodemonderzoek

Sporen in Arnhem, actualiserend bodemonderzoek

Actualiserend historisch onderzoek Park Triangel Waddinxveen

Risico-inventarisatie Uitbreidingslocatie Golfbaan Wageningen

BIJLAGE BIJ BRIEF (MET ALS KENMERK: ) Opdrachtgever: Project: Gemeente Nijkerk Historisch onderzoek aan de Stoutenburgerlaan Amersfoort/

Bodemrapportage. Dynamisch Rapport Legenda. Bodemlocaties

Omgevingsvergunning. Besluit van Gedeputeerde Staten van Limburg. Rockwool B.V. te Roermond. Zaaknummer:

Informatie over bodemgesteldheid

Transcriptie:

Quickscan Bilthoven Leijenseweg Bodem en NGCE Datum: 12 april 2012 EDMS: 3081203 Status: definitief 1

Projectnaam: Projectleider GJZ: Projectnummer: Bilthoven Leijenseweg Bart de Moor R-342000.20.10.01.04 Procesleiders GJZ: Bodem: Jeroen ter Meer NGCE: René Dijkmans Quickscan samengesteld door: Mathieu Hamelers 2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 3 1. Inleiding... 4 1.1 Achtergrond... 4 1.2 Projectgegevens... 4 2. Quickscan Bodem... 5 2.1 Bronnen... 5 2.2 Toelichting... 5 2.3 Conclusie en advies... 5 2.4 Informatie Bodemloket SBNS... 6 3. Quickscan Niet-Gesprongen Conventionele Explosieven... 7 3.1 Bronnen... 7 3.2 Toelichting... 7 3.3 Conclusie en advies... 7 3

1. Inleiding 1.1 Achtergrond Het doel van het project is het realiseren van een ongelijkvloerse kruising van het spoor voor alle wegverkeer ter vervanging van de bestaande overweg. Tevens komt er een aansluiting op de omliggende weginfrastructuur. Daarnaast zal het kunstwerk in beheer moeten worden genomen. Afspraken hierover worden vastgelegd in een projectovereenkomst tussen ProRail en de gemeente De Bilt. 1.2 Projectgegevens Gemeente Locatie Geocode KM Bilthoven Leijenseweg 093 8.05 Systeemgrenzen 4

2. Quickscan Bodem 2.1 Bronnen Voor deze quickscan is een aanvraag verricht bij het bodemloket van SBNS. 2.2 Toelichting Er zijn een paar boringen geplaatst in de omgeving van de overgang. Deze boringen zijn geplaatst voor het BALANS-onderzoek De Bilt (Verkennend bodemonderzoek NS Vastgoed terrein gemeente De Bilt, SBNS 359005, SGS kenmerk EZ 862.452 van 11 januari 2006). 2.3 Conclusie en advies Er is onvoldoende bodeminformatie beschikbaar van de spoorgronden om iets te kunnen zeggen over de bodemkwaliteit en eventuele bodemverontreinigingen die een belemmering kunnen vormen voor de uitvoering van dit project. Voor de gebieden die buiten de spoorgronden gesitueerd zijn, wordt door de milieudienst de bodeminformatie geinventariseerd. Deze inventarisatie wordt door de procesleider bodem van GJZ beoordeeld en in samenhang met de bodeminformatie van de spoorgronden getoetst op volledigheid en actualiteit. Op basis van deze beoordeling zal een advies gegeven worden over aanvullend onderzoek en eventuele saneringsmaatregelen. Specifieke aandacht gaat uit naar de eventuele aanwezigheid van mobiele grondwaterverontreinigingen die vanaf het nabijgelegen bedrijventerrein kunnen worden verplaatst naar de bouwkuip (indien grondwaterbemaling plaatsvindt). Tevens zal rekening moeten worden gehouden met ballastonderzoek indien er ballast vrijkomt en wordt afgevoerd. 5

2.4 Informatie Bodemloket SBNS 6

3. Quickscan Niet-Gesprongen Conventionele Explosieven Binnen het projectgebied bestaat er aanleiding om een opsporingsonderzoek conform BRL-OCE naar niet-gesprongen conventionele explosieven uit te voeren. Hierdoor is het advies om te starten met uitvragen van PRA. 3.1 Bronnen De gegevens waarop het advies is gebaseerd komen uit conceptrapportage van het historisch vooronderzoek met kenmerk RNO-040. Deze rapportage maakt deel uit van het landelijk uitgevraagde historisch vooronderzoek Het projectgebied beslaat slechts een gedeelte van de genoemde rapportage. 3.2 Toelichting Voor het project/werkgebied behorende bij het project Ongelijkvloerse kruising Leijenseweg is verdacht gebied nr. 4 uit bovengenoemde rapportage van toepassing. Verdacht gebied nr. 4 is volgens de rapportage verdacht op mogelijk voorkomen van geallieerde afwerpmunitie: 250 lbs en 500 lbs. De maximale indringingsdiepte voor deze conventionele explosieven is gesteld op 3.5m-mv. De naoorlogse werkzaamheden zijn voor dit project nog onvoldoende belicht. Voor de duidelijkheid is achterin deze quickscan een uitsnede van de resultatenkaart behorende bij het landelijke vooronderzoek toegevoegd. In deze afbeelding is globaal aangegeven waar het project/werkgebied zich bevind. 3.3 Conclusie en advies Conclusie Het gehele projectgebied is verdacht op het mogelijk voorkomen van geallieerde afwerpmunitie van 250 en 500 lbs. Door de mogelijke aanwezigheid van de genoemde conventionele explosieven zal, alvorens er veilig grondroerende werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden, dit gebied eerst vrij moeten worden gegeven op vóórkomen van explosieven. Dit vrijgeven van het vóórkomen van explosieven is pas mogelijk nadat de bodem onderhavig is geweest aan een OCEopsporingsonderzoek. De naoorlogse grondroerende werkzaamheden binnen het projectgebied zijn nog niet goed in kaart gebracht. Hierdoor is de gehele bodem tot een diepte van 3.5m-mv verdacht op mogelijke aanwezigheid van afwerpmunitie. Het tijdstip van het opstarten van dit opsporingsonderzoek is afhankelijk van een aantal factoren. De belangrijkste hiervan is dat bekend moet zijn waar en op welke wijze men de werkzaamheden gaat uitvoeren. Alleen dan kan er maatwerk geleverd worden en op kosten worden bespaard. Hiervoor zou een projectgebonden risicoanalyse (PRA) uitgevoerd kunnen worden. Onderdeel van het PRA is het zoveel mogelijk in kaart brengen van relevante grondroerende werkzaamheden die plaats hebben gevonden na de Tweede Wereldoorlog. Of het wenselijk is om het opsporingsonderzoek door het project en voorafgaand aan de werkzaamheden uit te voeren is uiteindelijk de beslissing van de projectmanager. Dit kan bij sommige projecten voordeliger en bij andere projecten nadeliger zijn. Uiteraard kan hier de procesleider NGCE de projectmanager in samenspraak met overige projectteamleden adviseren. Advies Naoorlogse werkzaamheden De naoorlogse werkzaamheden zijn in de conceptrapportage onvoldoende onderzocht. Door dit goed in kaart te brengen is het mogelijk dat het verdachte gebied in horizontale, maar zeker in verticale zin 7

verder ingeperkt kan worden. Er geldt binnen de explosievenopsporingsbranche het algemene uitgangspunt dat naoorlogs geroerde grond geen explosieven meer bevat. Projectgebonden Risico analyse(pra) Een PRA is een projectgebonden risicoanalyse. Dit is een rapportage waarin aangeven wordt hoe het risico van de mogelijk aanwezige explosieven zich verhouden tot de geplande werkzaamheden. Wanneer blijkt dat de aanwezigheid van deze explosieven een ernstig risico opleveren voor openbare orde en het personeel op de projectlocatie, wordt op de meest pragmatische wijze aangegeven hoe men deze explosieven kan detecteren en zo mogelijk verwijderen. Aanvullende onderdelen van het PRA kunnen zijn het nader onderzoeken van de naoorlogse werkzaamheden, en het geven van een reële raming van tijd en kosten, van het gehele opsporingsonderzoek. Voordeel Omdat er voor het project voordeel te behalen is door het in kaart brengen van de naoorlogse werkzaamheden, en het verkrijgen van inzicht in de te verwachten opsporingsgerelateerde kosten en de tijd die het onderzoek met zich mee brengt, is het raadzaam om het PRA uit te vragen. Dit PRA moet dan deel uit gaan maken van het aanbestedingsdossier. Opsporingsonderzoek Gezien het feit dat er op dit moment nog geen DO+ is,en dat het gebied lastig vooraf aan explosievenonderzoek is te onderwerpen, is het advies om het vervolgonderzoek bij de opdrachtnemer onder te brengen. Bij de aanbesteding moet aangeven worden dat het projectgebied verdacht is op bovengenoemde munitie is en dat de opdrachtnemer daar maatregelen conform de BRL-OCE voor moet nemen. Het PRA is dan voor de genodigden van de opdracht een prima leidraad om het werk te beprijzen. Kwaliteitsborging en toekomst ProRail moet instemmen met het projectplan en moet een digitale versie van het proces-verbaal van oplevering (vrijwaring) conform BRL-OCE ontvangen wanneer het opsporingonderzoek gereed is. Teneinde deze rapportage goed in de landelijke risicokaart van ProRail in te passen moet(en) de bijbehorende tekening(en) in Shape (esri9.3) format aangeleverd worden. Noot; Indien er voor deze werkzaamheden TVP s of iets dergelijks worden aangevraagd, verdient het voorkeur om tijd voor het opsporingsonderzoek te reserveren. 8

Hierboven ziet u een uitsnede van de resultatenkaart behorende bij het landelijk historisch vooronderzoek. De rode vlakken geven aan dat het verdachtgebied betreft de groene vlakken zijn de gebieden welke als zijnde niet verdacht zijn aangemerkt. Het blauwe kader is de globale demarcatie van het project/werkgebied. 9