Zondag 27 maart 2016 Pasen verkondiging Maartenskerk Johannes 20, 1-18 Teun Kruijswijk Jansen I Ze hadden zich er al helemaal bij neergelegd, ze hadden er vrede mee: met de dood van Jezus. Misschien was het zo ook nog wel het beste: het kon op die manier onmogelijk doorgaan. Wat Jezus voor ogen stond dat was niet vol te houden! Natuurlijk, zo lang hij leefde probeerden ze Hem trouw te blijven, ze hadden nu eenmaal voor hem gekozen. Maar eerlijk gezegd zagen ze het niet meer zo zitten met hem. De laatste maanden ging het steeds moeizamer. Hij ging veel te ver, en was voor hen niet meer te volgen. Het deed ontzettend zeer hoe het met hem gegaan was, ze schamen zich,maar diep in hun hart zijn ze ook opgelucht. Het leven van vóór Jezus kan weer beginnen. We kunnen achteraf beslist niet zeggen dat de opstanding van Jezus in de lijn van de verwachtingen lag. Laat staan dat het een verzinsel was van zijn volgelingen, die, hoe dan ook waar het Jezus om ging, dat wilden voortzetten. Juist niet! Juist omdat de opstanding zo dwars tegen alle verwachtingen in gaat, zou je kunnen zeggen: dat moet dan wel echt gebeurd zijn. De opstanding van Jezus is een complete verrassing! Eerst en vooral iets waar niemand op gerekend had, en die verwarring zaait. Het bericht van het lege graaf valt uitermate slecht. Dit klopt niet! Wat moeten we ermee? Een opgestane Jezus past niet in hun beeld, en ook niet in het wereldbeeld dat ze hadden.
Een wereld waar voor liefde te weinig plaats is, wel even, maar niet voor altijd. Een wereld waar nooit iets echt nieuws gebeurt: eerder herhaalt de geschiedenis zich, de wereld draait door! Een wereld dus waar de dood absoluut het laatste woord heeft, en houdt. II Wat is er toch gebeurd met die eerste volgelingen, dat de hoop dat het kruis niet het laatste was, levend werd? Alle evangelieverhalen over Paasmorgen komen, bij alle verschillen, op één punt opvallend overeen: het is een vrouw die de eerste getuige is van een verschijning van de Heer. Daar in die Paastuin is Maria van Magdala, een vrouw, ze was geestesziek, door Jezus bevrijdt van de duivelse krachten die haar van zichzelf vervreemdden. Zij is de eerste die opstaat en zegt: ik heb de Heer gezien. Let op: haar boodschap is niet: de Heer is verrezen, maar: ik heb de Heer gezien. Met andere woorden: ik ben tot in-zicht gekomen. Dat in-zicht is het verstaan van de woorden van Jezus. Voor hen die niet zien is Jezus zonder meer dood: dat leven is voorbij. Voor hen die wel zien begint er, ondanks die dood, iets nieuws. In de luwte van de tuin op Paasmorgen ziet deze vrouw in dat God ja zegt tegen het leven van Jezus: het was goed, heel goed, en daarom krijgt het een vervolg. De geschiedenis van dit leven kent geen einde. Wat Maria ziet is dat zo leven als deze Messias het gelijk van God aan zijn kant heeft. Dat het menselijkerwijs een mislukking mag lijken, maar dat het van Godswege wordt gekend als door geen dood te stuiten en dus als leven wordt herkend: Maria! Rabboeni, lieve meester.
III In ons verhaal is het Maria die de eerste getuige wordt van het lege graf, en in de tuinman de Levende Heer herkent. Maar er is meteen ongelijkheid en ongelijktijdigheid, zoals dat onder ons ook zo is: de een heeft ooit een stroomstoot gehad en kon toen geloven, een ander moet daar zijn leven lang op hopen. Daar moeten we het dan mee doen. Daarom is zo mooi dat er tussen het verhaal van Maria zich het verhaal van de twee leerlingen afspeelt, dat van Simon Petrus en de geliefde leerling. Dat laat iets zien van de opstanding waar we mogelijk mee verder kunnen, ook als we zo worstelen met de wereld van de dood, die het voor het zeggen lijkt te hebben. Ze hebben haast, na dat getuigenis van Maria. De beminde leerling liep nog sneller dan Petrus: De liefde is toch niet tegen te houden, zegt het evangelie zo! Zo komt de geliefde leerling (men zegt dat het Johannes, de evangelist, is) bij het graf en ziet wat er van de Heer is overgebleven: linnen windsels. Hij gaat nog niet naar binnen, dat laat hij aan Petrus over. De liefde is wel snel, maar niet brutaal; de liefde kan wachten, want ze is niet jaloers. Ze laat Petrus, de voornaamste, voorgaan. Na Petrus gaat ook hij het graf in. En dan staan daar die prachtige woorden: Hij zag en geloofde. De beminde leerling zag en geloofde, maar wat zag hij? Hij zag de witte windsels van zijn gestorven vriend. Hij zag de zwachtels van iemand die er niet meer was. Hij zag de zweetdoek die op z n gezicht gelegen had. Hij zag dat die precies opgerold was, zo netjes gedaan dat hier geen inbrekers te werk zijn gegaan, maar dat er wat anders aan de hand is.
Waar de ene leerling vooral de feiten zag, ontdekt de geliefde leerling wat dit betekent. Hij zag de stille getuigen van zijn afwezigheid. Zoals Jezus ooit in doeken gewikkeld aanwezig kwam, zo zijn nu weer de doeken over, als stille getuigen dat hij weg is. En hij geloofde Johannes vertrouwde zich toe aan deze afwezigheid! Geen verschijning, geen droom, geen tastbaar bewijs. Alleen zere ogen van het turen in het donker, van het uitzien. Alleen vertrouwen op zijn heengaan, zijn verdwijning. Een hart dat zeer doet van gemis. En daarin blijven. En daaraan je toevertrouwen. IV Al wat leeft, al wat van waarde is, is kwetsbaar en weerloos. We zijn daar deze week, door de rauwe beelden van Zaventem en uit de Brusselse metro, weer hardhandig bij stil gezet. We zullen er aan moeten wennen, werd er bij gezegd. Dat stemt niet vrolijk. Zoals onder ons ook zijn die in deze weken nadrukkelijk stil gezet bij de kwetsbaarheid van hun leven, of dat van een geliefde. Het verhaal van Goede Vrijdag en Pasen vertelt daarnaast nog iets anders: het geheim dat uit dood leven voortkomt. Het is de geliefde leerling die ziet en gelooft. De leerling van wie gehouden wordt: er is dus liefde in het spel. Ik geloof dat dit de enige weg is om iets van de verrijzenis te kunnen aanvoelen. Liefde is nodig om door de grens van de dood heen nieuw leven te ontdekken. Er is zonder liefde geen hoop. er is geen hoop zonder liefde, er is geen geloven zonder hoop en zonder liefde. Hoop is niet hetzelfde als optimisme.
Hoop is liefde voor het leven, voor de schepping, liefde voor God, en liefde voor het beeld van God in de mens. Wat die mens er ook van maakt. Hoop gaat zoveel dieper en staat los van wat er oppervlakkig gezien aan de hand lijkt, hoe verpletterend de negativiteit in de wereld ook is. Als we vandaag hopen is dat op de grond van de liefde van en voor het geheim van ons verhaal van vanmorgen, over toen die Paasdag: dat uit de kruisiging de opstandingsoverwinning kan voortvloeien. Of zoals eens gezegd werd. ik hoop, ik blijf hopen, omdat bij ons al eens iemand uit de dood is opgestaan Pas wanneer je in het groot of het klein met elkaar moeilijke tijden hebt doorgemaakt weet je wat een relatie waard is. Door lijden heen groeit duurzaamheid. In die zin is het feest van Pasen het feest van de liefde en de hoop: van toen maar net zo goed van vandaag. De eerste getuigen nemen ons in onze verwarring en ons nietzien in liefde bij de hand. Zonder Maria, zonder Petrus en de geliefde leerling hadden wij niets begrepen en was deze paasmorgen een morgen geweest als alle andere. Hij zag en geloofde.