Correctie stand onderbeen
Inleiding Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten en de oorzaak van slijtage of artrose van het kniegewricht aan een kant en hoe die behandeld kan worden. Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening de situatie voor iedereen weer anders kan zijn. Het kniegewricht Het kniegewricht wordt gevormd door het onderste deel van het dijbeen, de bovenzijde van het scheenbeen en de knieschijf. De botuiteinden zijn bekleed met gewrichtskraakbeen, dat glad en soepel is. Daardoor kan de knie gemakkelijk gestrekt en gebogen worden. Het gewricht wordt op zijn plaats gehouden door banden en spieren, die samen het gewrichtskapsel vormen. Artrose Vooral onder invloed van het proces van ouder worden vindt slijtage plaats van het gewrichtskraakbeen, bij de een wat eerder dan bij de ander. Dit proces, waarbij het kraakbeen langzamerhand ruw wordt, afslijt en tenslotte verdwijnt noemt men artrose. In de knie bestaat de aandoening vaan aan één kant (binnenkant) van het kniegewricht. Door botverlies aan die kant ontstaat een O-knie. Vroeg of laat treden hierdoor klachten op: pijn in het gebied van de knie en/of bewegingsbeperkingen. Vaak kunnen de klachten lange tijd binnen redelijke grenzen gehouden worden door toepassing van fysiotherapie, pijnbestrijding en persoonlijke aanpassing aan de ontstane situatie. Als dit op den duur onvoldoende helpt, bestaat er de mogelijkheid tot operatieve standsverandering van het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen. Het blijkt dat in die gevallen waarbij de artrose min of meer beperkt is tot één zijde van het kniegewricht, een correctie van de afwijkende stand goede resultaten oplevert. Het inbrengen van een kunstknie kan hierdoor uitgesteld of zelfs vermeden worden. 1
Wat is een correctie stand onderbeen? Een standsverandering van het onderbeen ten opzichte van het bovenbeen kan door middel van plaatsen van schroeven en platen (osteosynthese materiaal) verkregen worden. Voorbereiding Via de afdeling Opname ontvangt u bericht wanneer de operatie zal plaatsvinden. Het is belangrijk dat u, behalve korte nachtkleding, een ochtendjas, pantoffels en toiletartikelen, vooral goede stevige schoenen meeneemt! Verder is een draagtasje (voor om de nek) heel handig voor u als u met krukken loopt en iets wilt meenemen. Wilt u alstublieft bij opname de eventuele medicijnen die u gebruikt meenemen? Bij gebruik van bloedverdunnende medicijnen (b.v. Ascal, Acenocoumarol, Marcoumar etc.) dient u de narcotiseur (anesthesist) bij uw bezoek aan de polikliniek hierover in te lichten. Voor meer informatie verwijzen wij u naar het Opname en verblijf boekje. Persoonlijke hygiëne Uit hygiënisch oogpunt is het van belang dat u de dag van de operatie thuis gaat douchen. U mag uw nagels niet lakken en u mag geen bodylotion aanbrengen op uw lichaam. De operatie Er wordt een snee gemaakt net onder de knie, aan de binnenzijde van het scheenbeen. Het scheenbeen wordt ingezaagd (osteotomie) waarna de standscorrectie gedaan kan worden. Om de stand te behouden wordt een plaat met schroeven geplaatst. De wond wordt hierna dichtgemaakt. De ingreep duurt ongeveer 1 uur. Complicaties Ondanks alle zorg die besteed wordt aan de operatie, kunnen er soms toch nog complicaties optreden zoals: - Infectie; hierbij bestaat de kans dat de genezing langer duurt. - De afstand van het been kan onvoldoende gecorrigeerd zijn waardoor u pijn kunt blijven houden. - Enige overcorrectie van de stand is goed, maar dit kan ook teveel zijn. 2
- De botstukken groeien niet aan elkaar, waardoor een tweede operatie nodig is. - Ondanks de antistollingstabletten kan er trombose ontstaan. - Een enkele keer ontstaat een uitval van een zenuw waardoor een zogenaamde klapvoet ontstaat. Door deze zenuwuitval is een aanpassing in de schoen noodzakelijk. De zenuwuitval kan tijdelijk of blijvend zijn. - Soms is het nodig de plaat en schroeven na minimaal 1 jaar te verwijderen. Na de operatie Nadat u enige tijd op de uitslaapkamer hebt gelegen komt u weer terug op de afdeling. Daar zullen regelmatig temperatuur, bloeddruk en polsslag gecontroleerd worden, evenals de verschillende slangetjes, te weten: - een infuus in de arm voor toevoer van vocht en antibiotica; - een katheter in de blaas voor urineafvoer; - enige wonddrains in het wondgebied voor de afvoer van oud bloed en wondvocht. Na de operatie krijgt u medicijnen voorgeschreven om trombosevorming te voorkomen. Deze medicijnen worden door middel van injecties gegeven. 3
Nabehandeling U zult enige dagen in het ziekenhuis moeten verblijven. In het begin moet u met krukken leren lopen en mag u het been alléén aantippend belasten. De fysiotherapeut leert u met krukken lopen, oefeningen voor uw been en indien nodig traplopen. U mag tot ± zes weken na de operatie niet uw volle gewicht op het geopereerde been zetten, alleen slechts aantippend lopen. Het is noodzakelijk om de vier schroeven die door de huid in het bot zijn vastgeschroefd, goed te laten reinigen om infectie te voorkomen. Met de verzorging van deze pengaten beginnen we 48 uur na de operatie nadat het eerste verband is verwijderd. Tijdens de verzorging van de pengaten, zal de verpleegkundige uitleggen wat zij precies doet, u gaat pas naar huis als het geregeld is rondom de verzorging van de pengaten. Mogelijkheden zijn: drie maal per week door een wijkverpleegkundige of drie maal per week dit op de gipskamer laten doen. Voor de benodigde materialen krijgt u een recept mee. Polikliniek De stand van het onderbeen wordt dus door een uitschuifbaar apparaat aan uw onderbeen gecorrigeerd. Door middel van het uitdraaien van een stelschroef zal het ingezaagde bot en daardoor het onderbeen in de gewenste stand komen. Wanneer u ± 14 dagen na de operatie op de polikliniek komt zal de orthopedisch chirurg uitleggen hoe dit uitdraaien in z n werk gaat zodat u dit zelf kunt doen. De stelschroef kunt u met een speciale sleutel twee maal per dag gedurende twee tot vier weken een halve slag draaien. De orthopedisch chirurg zal de stand van het been controleren d.m.v. röntgenfoto s. Als de gewenste stand is bereikt kan het uitdraaien van de stelschroef gestopt worden. Daarna zal het bot moeten groeien hetgeen twee à drie maanden duurt. De orthopedisch chirurg beslist wanneer u uw been weer mag belasten. Tot besluit Wij hopen u met deze informatie van dienst te zijn geweest. Heeft u na het lezen van de folder nog vragen, dan kunt u op werkdagen contact opnemen met de polikliniek Orthopedie tussen 08.30 11.00 uur op telefoon (0223) 69 65 23. 130209-PK200-05/13 4 Deze folder is een uitgave van het Gemini Ziekenhuis