DOC. XI. HUWELIJK TUSSEN KATHOLIEK EN ONGEDOOPTE Datum van het huwelijk: In de parochiekerk: Te: (postnummer, deelgemeente en fusiegemeente) Bisdom: I. IDENTITEIT Katholieke partner Ongedoopte partner 1. Naam: 1. Naam: Voornamen: Voornamen: Zoon/dochter van Zoon/dochter van en en Geboren te Geboren te op op 2. Gedoopt: plaats 2. Belijdt U een godsdienst? datum adres en parochie van de ouders ten tijde van Welke? uw doopsel Gevormd: plaats datum 3. Huidig adres: 3. Huidig adres: Parochie: 4. Waar gaat gij wonen na het huwelijk?
II. STATUS LIBER VAN DE VERLOOFDEN 5. Noot: de vraag 5 is belangrijk om uit te maken of een der partners of beiden niet door een voorafgaande huwelijksband verhinderd zijn om te huwen. Ook een niet-kerkelijk huwelijk kan in bepaalde gevallen een geldige verbintenis zijn. De burgerlijke echtscheiding maakt nog niet kerkelijk vrij. Katholieke partner Ongedoopte partner Hebt u vroeger reeds een huwelijk aangegaan? Hebt u vroeger reeds een kerkelijk huwelijk aangegaan? Is uw vorige echtgenoot(ote) overleden? Behorend tot welk christelijk kerkgenootschap of niet-christelijke godsdienst? Hebt u vroeger reeds een burgerlijk huwelijk Was deze persoon gedoopt? In welk kerkgenootschap? aangegaan? Hoe werd dit huwelijk ontbonden? Hoe werd dit burgerlijk huwelijk ontbonden? 6. Bestaat er nog een ander huwelijksbeletsel? 6. Bestaat er nog een ander huwelijksbeletsel? 7. Stemt u vrij toe in het huwelijk? 7. Stemt u vrij toe in het huwelijk? 8. Wordt het burgerlijk huwelijk door iets verhinderd? Waar en wanneer zal dit gesloten worden?
III. DE WAARDE VAN HET CHRISTELIJK HUWELIJK De verloofden zullen onderricht worden over de doeleinden en de wezenlijke eigenschappen van het huwelijk: geen van beiden mag deze doeleinden of eigenschappen uitsluiten (cfr can. 1125, 3 e ). 9. Hier vraagt de priester naar hun godsdienstige en morele vorming en of zij een huwelijksvoorbereiding hebben gevolgd of denken te volgen. - Hij noteert: 10. Vervolgens houdt de priester hun de christelijke leer omtrent het huwelijk voor: in het huwelijk verbinden zich één man en één vrouw voor het leven, in volledige liefde en trouw. Het huwelijk is van nature uit gericht op kinderzegen. - Hier zal de priester duidelijk vermelden of de verloofden deze leer aanvaarden of reserves doen gelden; deze eventuele reserves zullen uitdrukkelijk genoteerd worden. IV. HET DOOPSEL EN DE CHRISTELIJKE OPVOEDING VAN DE KINDEREN De priester moet in dit gesprek de katholieke partner herinneren aan de ernstige verplichting om het katholiek geloof trouw te blijven, en ervoor te zorgen - voor zover dit van hem (haar) afhangt - dat de kinderen in de Katholieke Kerk worden gedoopt en opgevoed. Met alle eerbied voor de overtuiging van zijn (haar) partner zal de katholieke verloofde beloven in deze zin te handelen. De ongedoopte partner moet hiervan op de hoogte gebracht worden. Het kan gebeuren dat na een ernstige gedachtewisseling de katholieke partner moet vaststellen dat, ondanks zijn vurigste verlangen, de kinderen niet zullen kunnen worden opgevoed in de katholieke godsdienst. Ook in dit geval zal hij zich inspannen om door zijn geloof en door zijn liefde te getuigen van zijn christelijke overtuiging en met zijn (haar) echtgeno(o)t(e) zal hij (zij) in het gezin ijveren voor de geestelijke waarden die zij beiden waarderen (Pastorale nota, nr. 58; cfr can. 1125, 1 e -2 e ). 11. Na deze uiteenzetting en het gesprek dat daarop volgt, zal de priester noteren tot welk besluit de verloofden kwamen of nu komen in verband met het doopsel en de christelijke opvoeding van de kinderen; hoe zij dit motiveren en hoe de katholieke partner zijn (haar) verplichting zal nakomen. V. VIERING VAN HET HUWELIJK Het huwelijk van een katholiek gedoopte moet plaatsvinden in tegenwoordigheid van een gevolgmachtigd priester en van twee getuigen. Deze canonieke vorm is vereist voor de geldigheid van de huwelijkssluiting (can. 1108, can. 1117). De plaatselijke Ordinaris heeft de bevoegdheid om bij een huwelijk tussen een katholiek en een ongedoopte van de canonieke vorm te ontslaan wanneer ernstige moeilijkheden verhinderen dat deze vorm zou worden onderhouden (cc. 1127, 2 en 1129). In dit geval wordt ook voor de katholiek de burgerlijke huwelijkssluiting door de Katholieke Kerk als geldig erkend. Ook dit huwelijk moet in de parochieregisters ingeschreven worden. 12. Vragen de verloofden ontslagen te worden van de canonieke vorm en om welke reden?
13. In geval van dispensatie van de canonieke vorm: beloven de aanstaande gehuwden, binnen de maand na hun huwelijk, een officieel attest van hun burgerlijk huwelijk voor te leggen aan de pastoor van de katholieke partner? 14. Delegatie om voor te gaan in de huwelijksritus, te geven door de pastoor van de parochie waar het huwelijk plaats heeft. Ik, ondergetekende, pastoor van de parochie te, delegeer hiermede om, in mijn parochie, namens de Kerk, op geldige wijze, als getuige op te treden bij het geven van de wederzijdse huwelijkstoestemming van de hiervoor vermelde verloofden. Te, op (Handtekening van de pastoor) 15. Toelating om te huwen buiten de parochie(s) van de verloofden, te geven door de pastoor van de bruid of van de bruidegom. Ondergetekende verleent hiermede de toelating voor de viering van voormeld huwelijk in de parochie te Te, op (Handtekening van de pastoor) 16. Toelating om te huwen in het buitenland of met iemand die in het buitenland woont, te geven door de Ordinaris van de bruid of van de bruidegom. Visis documentis huic Curiae exhibitis, permittimus ut matrimonium, de quo in protocollo, contrahatur (servatis de jure servandis) in paroecia loci Datum, die (Subscriptio Ordinarii) VI. EINDADVIES VAN DE PRIESTER, SPECIAAL WAT IV EN V BETREFT (mee te delen aan de verloofden en door hen voor kennisname te ondertekenen) Plaats en datum: Handtekening van de pastoor of zijn afgevaardigde, en van de verloofden, NOOT. - Dit rapport zal samen met de aanvraag tot dispensatie naar het bisschoppelijk ordinariaat gezonden worden. De curia zal daarna het document terugbezorgen aan de pastoor van de katholieke partner die het in het archief zal bewaren.
Bijvoegsel bij DOC. XI. AANVRAAG VAN DISPENSATIE bij huwelijk tussen katholiek en ongedoopte Aan de Ordinaris van Vermits de hierna vermelde personen het huwelijk wensen aan te gaan, vraag ik de dispensatie aan van het huwelijksbeletsel dat bestaat tussen een katholiek en een niet-gedoopte (disparitas cultus) ten voordele van katholiek(e) en parochiaan(ane) van zodat deze op geldige en wettige wijze kan huwen met - niet gedoopt - behorend tot de joodse - islamitische godsdienst (*). De gesteltenissen van de verloofden in verband met het doopsel en de opvoeding van de kinderen zijn vermeld in bijgaand rapport en kunnen als volgt worden samengevat: De dispensatie van de canonieke huwelijksvorm wordt eveneens aangevraagd (*). De reden staat vermeld in het rapport, nl. Plaats, parochie Datum Handtekening van de pastoor of zijn afgevaardigde, (*) Het onnodige doorhalen.