Maagoperatie via kijktechniek Inleiding U wordt opgenomen in verband met een kijkoperatie waarbij een deel van de maag (subtotale maagresectie) of de gehele maag (totale maagresectie) wordt verwijderd. Een operatie bij maagkanker kan worden uitgevoerd wanneer uit onderzoek is gebleken dat de tumor niet is ingegroeid in omliggende organen of is uitgezaaid naar elders in het lichaam. U kunt deze folder lezen ter voorbereiding op de ingreep. Als u, na het lezen van de folder, nog vragen heeft, dan kunt u deze stellen aan de chirurg of aan de regieverpleegkundige van de polikliniek chirurgie. Voorbereiding op de operatie Preoperatieve screening Als u geopereerd gaat worden, krijgt u een afspraak voor een pre-operatieve screening. Hier krijgt u informatie over de gang van zaken rondom een operatie (o.a. over de narcose) en zal een specialist (de anesthesioloog) u onderzoeken. Meer informatie hierover kunt u vinden in de folders die u ontvangt tijdens uw bezoek aan de pre-operatieve poli. Afspraak fysiotherapie Behalve een afspraak voor de operatieve screening krijgt u een afspraak bij de fysiotherapie voor het meten van uw lichamelijke conditie. Op basis van de uitkomst van deze conditietest bespreekt de fysiotherapeut met u een eventueel trainingsschema voorafgaand aan de operatie. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat een goede lichamelijke conditie resulteert in een sneller herstel na de operatie. Verder krijgt u van de fysiotherapeut instructies met betrekking tot de ademhalingstechniek die u na de operatie kunt toepassen. Dit is van groot belang voor het goed op kunnen hoesten en doorademen om een longontsteking te voorkomen. Afspraak diëtist Uit onderzoek blijkt dat de genezing beter verloopt als uw voedingstoestand op het moment van de operatie zo optimaal mogelijk is. In een goede voedingstoestand kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder kans op complicaties zoals een infectie. De oncologie regieverpleegkundige neemt een korte vragenlijst met u af om uw voedingstoestand te beoordelen. Vervolgens wordt u doorverwezen naar de diëtist. De diëtist overlegt met u hoe u de voedingstoestand zo optimaal mogelijk kunt krijgen, rekening houdend met uw persoonlijke klachten. Het kan zijn dat u speciale bijvoeding nodig heeft. De diëtist zal u verder ook de na operatie en na ontslag uit het ziekenhuis poliklinisch begeleiden. Opname en operatie Zodra de operatiedatum bekend is, krijgt u hierover in de week voor de operatie telefonisch of schriftelijk bericht. U hoort dan wanneer en waar u in het ziekenhuis verwacht wordt voor opname. In het ZGT vindt sinds 2013 deze ingreep plaats via een kijkoperatietechniek. Door de toepassing van deze methode hoeft de chirurg slechts enkele miniscule incisies (sneetjes) te maken in uw buik Via deze incisies worden enkele buisjes in de buikholte 1/6
gebracht. Door één van de buisjes wordt een camera ingebracht zodat de chirurg op een televisiescherm het operatiegebied kan zien. Het doel van een operatie bij maagkanker is om de tumor te verwijderen, samen met een deel van omliggend weefsel en klieren. Als de tumor is uitgezaaid naar andere organen kan de chirurg besluiten om ook daar delen van te verwijderen. Voor maagkanker zijn er verschillende technieken die tijdens de operatie kunnen worden uitgevoerd. Afhankelijk van de plaats en de grootte van de tumor, kiest de chirurg voor een bepaalde operatietechniek. Operatie waarbij een deel van de maag wordt verwijderd 1. Subtotale maagresectie (maagverwijdering) en reconstructie volgens Billroth I: als de tumor in het onderste deel van de maag zit, vindt een gedeeltelijke verwijdering plaats van de maag en het eerste deel van de dunne darm (twaalfvingerige darm). Vervolgens wordt een nieuwe verbinding gemaakt tussen het resterende gedeelte van de maag en de twaalfvingerige darm (zie tekening links). 2. Subtotale maagresectie en reconstructie volgens Billroth II Deze operatie is vergelijkbaar met Billroth I, maar nu wordt de restmaag niet aan de twaalfvingerige darm gezet maar aan het middelste deel van de dunne darm. De twaalfvingerige darm wordt hierbij gesloten (zie tekening rechts). 3. Subtotale maagresectie en reconstructie volgens Roux-Y-principe Bij een Roux-Y principe wordt het onderste deel van de maag, de maaguitgang en een stuk van de twaalfvingerige darm weggenomen. Ook worden een aantal lymfeklieren en het vetschort verwijderd. Het overgebleven bovenste deel van de maag wordt verbonden met de dunne darm. Figuur 2 Operatie waarbij de gehele maag wordt verwijderd Totale maagresectie (gastrectomie): Als de tumor zich in het middelste of in het bovenste deel van de maag bevindt, worden zowel de gehele maag als de omliggende vetschort en lymfeklieren verwijderd. Indien de milt tijdens de operatie wordt beschadigd of de tumor is doorgegroeid in de milt, wordt ook de milt verwijderd. Vervolgens wordt een verbinding gemaakt met behulp van een deel van de dunne darm. Maagrest Dunne darm Slokdarm Dunne darm Figuur 1 Figuur 3 2/6
Na de operatie wordt u naar de IC overgebracht. Hier verblijft u 1-2 nachten. De persoon die u bij opname als contactpersoon heeft opgegeven, wordt door de operateur ingelicht over het verloop van de operatie. Op de Intensive Care wordt u aangesloten op bewakingsapparatuur. Uw bloeddruk, zuurstofgehalte in het bloed en urineproductie worden regelmatig gemeten. Om tijdelijk het zuurstofgebrek aan te vullen dat na de operatie kan ontstaan, hebt u een zuurstofslangetje in de neus. Verder heeft u; een infuus in de arm voor toediening van vocht en medicatie; een dun slangetje in uw rug voor pijnbestrijding (epiduraal katheter); een slangetje (sonde) in uw neus, dat via de slokdarm in de (resterende) maag ligt en ervoor zorgt dat het overtollige maagsap af kan lopen; eventueel een drain voor afvoer van eventueel bloed en inwendig wondvocht; een slangetje via uw plasbuis in uw blaas (blaaskatheter) voor afloop van urine. wanneer de gehele maag is verwijderd na de operatie een dun, flexibel slangetje in de darm via de buik (jejunostomiekatheter) voor toediening van voeding. Al naar gelang uw herstel na de operatie worden al deze hulpmiddelen verwijderd. Wanneer de belangrijkste lichamelijke functies zonder ondersteuning stabiel zijn, gaat u na 24-48 uur terug naar de verpleegafdeling voor het verdere herstel. Wondverzorging De wondjes buik zijn na de operatie verbonden met een pleister die de verpleegkundige er na de operatie afhaalt. De wondjes worden dagelijks verbonden totdat deze droog zijn. Eten en drinken na subtotale maagresectie Wanneer er een deel van de maag is verwijderd spreekt de arts met u af wanneer u weer een slokje water mag drinken en op geleide van hoe het gaat wordt dit geleidelijk uitgebreid. Eten en drinken na totale maagresectie Wanneer de gehele maag is verwijderd mag u de eerste dagen na de operatie niet eten en drinken. U wordt gevoed met sondevoeding via de jejunostomiedrain. Na 5-7 dagen wordt er een zogenaamde slikfoto gemaakt (röntgenfoto s die worden gemaakt tijdens het slikken van een vloeistof) waarop te zien is of de naden goed aan elkaar vastgegroeid zijn, zodat er geen lekkage kan ontstaan. Als de naden goed zijn vastgegroeid, mag u weer voorzichtig beginnen met het drinken van helder vocht. Dit wordt, in overleg met de arts, langzaam opgebouwd naar vloeibaar en uiteindelijk naar normaal. De jejunostomiekatheter zit in de dunne darm (het jejunum) vastgehecht. Deze inwendige hechting lost na zes weken vanzelf op. Aan de buitenkant wordt de jejunostomiekatheter op de huid vastgezet met een huidplaatje. Dit is een siliconen plaatje dat met hechtingen aan de buik wordt vastgezet. Als u op gewicht blijft en dus voldoende voeding binnen krijgt worden deze hechtingen en de jejunostomiekatheter verwijderd op de polikliniek. U gaat dus met deze jejunostomiekatheter naar huis. Verzorging van de jejunostomiekatheter na totale maagresectie De insteekopening van de jejunostomiekatheter (daar waar de sonde de buik in gaat) moet goed worden verzorgd om infectie te voorkomen. Als zich viezigheid rond de insteekopening bevindt, moet dit worden verwijderd met een gaasje natgemaakt met kraanwater. 3/6
De jejunostomiekatheter moet minstens zes keer daags worden doorgespoten met kraanwater. Dit is om verstopping van het slangetje te voorkomen. Het doorspuiten vindt bij voorkeur plaats op vaste tijden en in ieder geval: vóór en na de toediening van een pak sondevoeding; bij elke verwisseling van een pak sondevoeding; vóór en na afloop van toediening van medicijnen via de sonde; bij het afkoppelen van een pak sondevoeding. De verpleegkundige van de afdeling geeft u instructies omtrent de verzorging van deze katheter en het aansluiten van de sondevoeding. In overleg met u wordt na het ontslag uit het ziekenhuis een verpleegkundige ingeschakeld om u in de thuissituatie te ondersteunen. Mondverzorging In de periode na de operatie is een goede mondverzorging essentieel omdat vanwege een verminderde speekselproductie en een verminderende afweer ten gevolge van de ziekte en behandeling er kans bestaat op een ontsteking van het mondslijmvlies. Instructies hoe een mondslijmvliesontsteking te voorkomen krijgt u van de verpleegkundige. Mogelijke complicaties Geen enkele operatie is zonder risico. Zo is ook bij een maagoperatie de normale kans op complicaties aanwezig, zoals nabloeding, wondinfectie, trombose of longontsteking. Daarnaast bestaat het risico op complicaties die specifiek voor deze operatie gelden: Naadlekkage (zelden): een lekkage op de plaats waar de chirurg een nieuwe verbinding heeft gemaakt tussen de verschillende organen. Perforatie (doorboring) van nabijgelegen organen. Vernauwingen op de plaats van de nieuwe verbinding, als gevolg van ontstekingen of door vorming van littekenweefsel. PA-uitslag Na de operatie onderzoekt de patholoog het weggenomen weefsel. Na ongeveer 7-10 werkdagen is de uitslag bekend van dit weefselonderzoek, de zogenaamde PAuitslag. De patholoog bekijkt in het weggenomen weefsel of de tumor in zijn geheel is verwijderd (radicaal). Ook kijkt de patholoog naar de eigenschappen van de tumor, onder andere naar de grootte en de groeiwijze. Zodra de uitslag bekend is wordt u hierover geïnformeerd door de arts in aanwezigheid van de verpleegkundige tijdens uw opname op de verpleegafdeling. In sommige gevallen gebeurt dit op de polikliniek. De uitslag wordt altijd besproken in het multidisciplinair MaagTeam. Op grond van de PA-uitslag kan een goede uitspraak worden gedaan over de kans op genezing. Ontslag Als alles goed gaat kunt u in het algemeen 7-9 dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de poliklinische controle. Adviezen na een maagoperatie In het algemeen zult u thuis ruim voldoende tijd (zes weken tot drie maanden) moeten nemen om aan te sterken en weer te leren eten. Na de operatie hebben veel mensen wel wat last van klachten of problemen met eten door veranderingen in hun spijverteringskanaal. Welke klachten precies ontstaan verschilt per persoon en is afhankelijk van de soort operatie die u heeft ondergaan. In verreweg de meeste gevallen verminderen of verdwijnen de klachten na verloop van tijd. Dat komt omdat het lichaam zich aanpast aan 4/6
de nieuwe situatie. Sommige klachten zijn blijvend en ontstaan pas geruime tijd na de operatie Klachten die kort na de operatie kunnen optreden; Het syndroom van de kleine maag; doordat de maag veel kleiner is, kunt u snel een vol en misselijk gevoel hebben. Hierdoor gaat u minder eten en kan gewichtsverlies ontstaan. Raadzaam is om meerdere keren per dag kleine porties te eten. Brandend maagzuur (het terugstromen van maaginhoud in de slokdarm): de sluitspier tussen de slokdarm en de maag kan na de operatie minder goed werken. Daarbij heeft de maag een veel kleinere opslagruimte waardoor er sneller maaginhoud omhoog in de slokdarm wordt geduwd. De diëtist kan u voedingsadviezen en andere tips geven om uw klachten te verminderen. Dumpingsyndroom; deze klachten ontstaan doordat voedsel veel sneller dan normaal in de dunne darm terecht komt. Er bestaat een onderscheid tussen 2 soorten dumpingklachten: o Vroege dumpingklachten; die vrij snel (10-20 min) na de maaltijd optreden. De klachten ontstaan doordat voedsel in te grote brokken in de dunne darm terechtkomt. Deze geconcentreerde voeding trekt in de dunne darm veel vocht aan. Omdat er soms veel vocht aan het bloedvatenstelsel wordt onttrokken kunt u last krijgen van buikpijn en darmkrampen, diarree en dalende bloeddruk. Als gevolg van de bloedrukdaling kunnen hartkloppingen, transpireren, duizeligheid en sufheid ontstaan. o Late dumping; die ongeveer 1½ tot 2 uur na de maaltijd optreden. Normaal gesproken blijft het voedsel 2-3 uur in de maag waar het wordt fijngemalen en gekneed. Na een maagoperatie kan voedsel veel sneller in de dunne darm terechtkomen. Late dumping ontstaat omdat de dunne darm nog niet klaar is voor de voedselbrij. De productie van insuline door de alvleesklier en de stijging van de bloedsuikerspiegel door het eten zijn daardoor niet op elkaar afgestemd. Dit geeft klachten die lijken op een suikertekort bij mensen met diabetes; zweetaanvallen, trillen, duizeligheid, geeuwhonger en soms flauwvallen. Om dumpingklachten te verminderen, of te voorkomen adviseren we u rustig te eten en goed te kauwen. Verdeel de maaltijden zoveel mogelijk over de dag en drink niet of weinig tijdens de maaltijden. Wees daarnaast voorzichtig met het gebruik van snel opneembare suikers, zoals gewone suiker, vruchtensuiker en melksuiker. Meer informatie krijgt u van de diëtist. Klachten die enige tijd na de operatie op kunnen treden: Gewichtsverlies; ongeveer 10% gewichtsverlies na de operatie is normaal. Omdat de passage van voedsel door het maagdarmkanaal sneller verloopt kunnen gal-en alvleeskliersappen te laat in de dunne darm aankomen. Hierdoor wordt het voedsel minder goed verteerd. Voedingstoffen worden daardoor minder goed door het lichaam opgenomen. Probeer meerdere kleine maaltijden te eten in plaats van drie grote maaltijden. Neem daarnaast regelmatig een energierijk tussendoortje zoals een stukje kaas. De diëtist geeft u tips om op een gezonde manier meer calorieën binnen te krijgen. Tekort aan ijzer, vitamine B12 en foliumzuur: dit kan leiden tot verschillende vormen van bloedarmoede. 5/6
Na een maagoperatie hebben veel mensen injecties nodig om tekorten te voorkomen. Veel patiënten klagen over langdurige onbegrepen vermoeidheid. Als daar geen andere verklaring voor gevonden wordt, is dit niet verontrustend maar wel hinderlijk. In de meeste gevallen herstelt dit in het eerste jaar na de operatie en zijn alleen goede leefadviezen nodig. Als u daarvoor meer aandacht en hulp nodig heeft, kunt u dit aangeven bij de oncologie regieverpleegkundige die u informatie kan geven over speciale trainingsprogramma s 24-Uursbereikbaarheid U krijgt tijdens de opname informatie (en een informatiekaartje) over de 24-uursbereikbaarheid voor patiënten die geopereerd zijn in verband met maagkanker. Tot aan de 1e controle bij de chirurg kunt u ons 24 uur per dag bellen. Dit is voor een langere periode. Het is belangrijk om bij de volgende symptomen contact op te nemen met het ziekenhuis: Pijnklachten bij roodheid rondom de wond, zwelling of koorts hoger dan 38.5 C; bij ernstig gewichtsverlies. Tijdens kantooruren belt u met de regieverpleegkundige oncologie: Telefoonnummer: 088 708 42 08 Buiten kantooruren kunt u in acute gevallen eveneens contact opnemen met onderstaande nummer. Het toestel wordt dan doorgeschakeld naar de afdeling Chirurgie Telefoonnummer 088 708 42 08 6/6