ACHTERGROND DOCUMENT BIJ KAART KADE ANALYSE INLEIDING Tijdens de natte zomer in 1995 en het uitzonderlijk natte najaar van 1998 werd duidelijk dat het belangrijk is om kaden in het watersysteem van waterschap Noorderzijlvest op voldoende hoogte te hebben. Een juiste hoogte en een stabiele kade zijn noodzakelijk voor een veilig en goed functionerend watersysteem. De hoogte van de kaden in de toenmalige leggers waren gebaseerd op ervaringen uit het verleden. Uit een analyse in 1993 van de opgetreden hoogwaterstanden binnen het beheergebied van het voormalige waterschap Westerkwartier bleek dat de leggerhoogte een waterstand konden keren met een herhalingsfrequentie van 1 keer per 30 à 40 jaren. Naar aanleiding van de gezamenlijk door de provincies Groningen en Drenthe en de waterschappen Hunze & Aa s en Noorderzijlvest uitgevoerde onderzoek HOWA (I) hebben Gedeputeerde Staten van Groningen en Drenthe besloten dat alle regionale keringen tenminste een waterstand moeten kunnen weerstaan met een herhalingsfrequentie van 1 keer per 100 jaren. Deze waterstand wordt de Maatgevende HoogWaterstand (MHW) genoemd. Het gevolg hiervan zou zijn dat de regionale keringen fors verhoogd zouden moeten worden. Door het uitvoeren van maatregelen (vergroten van de oppervlakte boezemwater of het vergroten van de afvoercapaciteit van de watergangen en de boezemgemalen) kan de MHW verlaagd worden. Door het bestuur van het waterschap Noorderzijlvest is na een aantal onderzoeken besloten de berging van de Electraboezem te vergroten door het (gedeeltelijk) ontpolderen van de polders Peizer- en Eeldermaden. BELEIDSPLAN RECONSTRUCTIE KADEN Om een goed inzicht te krijgen in de (hoogte)toestand van de kaden is door het bestuur besloten om de regionale keringen in te meten en na te gaan of deze hoogten voldoen aan de (voorlopige) MHW. In 2003/2004 is de kruinhoogte van alle regionale keringen binnen het beheergebied van Noorderzijlvest ingemeten. De ingemeten kadehoogten zijn daarna getoetst aan de maatgevende waterstanden in de Electra- en Fivelingoboezem. Deze maatgevende waterstanden zijn berekend in het kader van HOWA II. Wanneer het gaat om water buiten het beheergebied van het waterschap (bijvoorbeeld het Eemskanaal) dan is getoetst aan de maatgevende waterstand zoals gehanteerd door de betreffende beheerder. Op het moment van de toetsing was begonnen met de realisatie van (meebewegende) berging in de Peizer- en Eeldermaden. Op grond van een berekening met het boezemmodel HOWA II werd verwacht dat hierdoor de hoogte van de maatgevende (1:100) hoogwaterstand in de Electraboezem 20 tot 30 cm lager kunnen worden. Het gevolg hiervan zou zijn dat er minder kadeverhoging hoeft plaats te vinden. Omdat toen nog onzekerheid bestond over de uiteindelijke oppervlakte dat aan meebewegende berging te realiseren is, kon ook de maatgevende hoogwaterstand nog niet definitief berekend worden. In het reconstructieplan boezemkaden zijn daarom alleen de kadetrajecten opgenomen die lager zijn dan de in 2005 berekende maatgevende hoogwaterstand. De kaden zijn in 2005 alleen getoetst op het onderdeel kruinhoogte (het risicoaspect overlopen en overslag). De stabiliteit van de kaden is in deze toetsing niet meegenomen. Het Beleidsplan Reconstructie kaden is op 12 juli 2006 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Als projectmatig te verbeteren kaden zijn in dit beleidsplan alleen de kaden benoemd waarvan is geconstateerd dat de kade over tenminste 250 meter lager is dan de maatgevende waterstand 1:100. Totaal is ca. 15 km kade aangewezen waarvoor een reconstructie noodzakelijk was. De kosten hiervoor werden geraamd op 3,2 mln. In het beleidsplan is opgemerkt dat een veel groter aantal kilometers kade niet voldoende hoog zou zijn wanneer getoetst zou zijn aan de maatgevende hoogwaterstand verhoogd met de waakhoogte. Vanwege de realisatie van meebewegende bergingsgebieden in Noord Drenthe was de verwachting echter dat een nieuwe toetsing eind 2007 een lagere maatgevende waterstand op zou leveren. Dit uitgangspunt is niet gehanteerd omdat daardoor wellicht overbodige kosten zouden worden gemaakt. Het beleidsplan is bij brief van 3 augustus 2006 met kenmerk 2779 (DECOS 2006-6090) naar de provincie Groningen gestuurd. In de brief is de volgende alinea opgenomen:
RESULTAAT VAN HET UITVOEREN VAN DE KADETRAJECTEN UIT BELEIDSPLAN RECONSTRUCTIE KADEN: Nadat het beleidsplan reconstructie kaden is vastgesteld, is begonnen met de voorbereiding en de uitvoering van de reconstructie werkzaamheden. Hierna is opgesomd wanneer de werkzaamheden zijn afgerond of waarom de werkzaamheden niet zijn uitgevoerd: 1. Kade Matsloot t.h.v. Traansterwijk & Pasop 2. Kade langs Westerwijtwerdermaar 3. Kade thv Dijkshorn (Westerw.maar / Damsterdiep) 4. Kaden langs Munnikesloot / De Gave 5. Kanaal door de Zuiderhorn 6. Kade langs Lettelberterdiep 7. Kade langs Hoerediep Deze is uitgevoerd en afgerond in 2008. 8. Kade langs De Groeve Deze is uitgevoerd en afgerond in 2011. 9. Kade langs Stille Diep 10. Kade langs OAF2929 (zijwatergang Matsloot) Deze is niet uitgevoerd. Op enige afstand van de watergang is het maaiveld namelijk aaneensluitend hoger dan de vereiste hoogte volgens het Beleidsplan. 11. Kade langs de Feithswijk / Gasloot 12. Kade langs Eendr. kanaal-hoendiep (Zz) Deze is niet uitgevoerd omdat bij de voorbereiding van het bestek bleek dat de hoogte van de naaste omgeving over het gehele traject voldeed aan de vereiste hoogte volgens het Beleidsplan. Gebleken is dat bij de meting van 2004 de hoogte van de beschoeiing is gemeten. 13. Overige kering langs OAF3520 (Fochteloërveen) Deze is uitgevoerd in het kader van de herinrichting Roden-Norg en afgerond in 2008. 14. Kade langs Eemskanaal Deze kade is in 2012 op enkele plaatsen al opgehoogd. Het resterende gedeelte van deze kade wordt in 2013 en 2014 opgehoogd. Bij deze ophoging is rekening gehouden met de voorlopige maatgevende hoogwaterprognose voor het Eemskanaal en een waakhoogte van 50 cm. 15. Kaden langs Reitdiep (w / o ), stad Groningen Dit kade traject is over de hele lengte op de vereiste hoogte volgens het Beleidsplan gebracht. Afgerond in 2011. 16. Kade langs Noord Willemskanaal Deze is niet uitgevoerd omdat bij de voorbereiding van het bestek bleek dat de hoogte van de naaste omgeving over het gehele traject voldeed aan de vereiste hoogte volgens het Beleidsplan. Ook hier is bij de meting van 2004 de hoogte van de beschoeiing gemeten. Bijna alle werkzaamheden genoemd in het Beleidsplan reconstructie kaden zijn ruim voor 2015 uitgevoerd. Alleen de kade langs het Eemskanaal voldoet (nog) niet aan de hoogte volgens het 2
Beleidsplan omdat deze werkzaamheden gecombineerd zouden worden met de werkzaamheden van de provincie aan de beschoeiing van de Eemskanaalkade. VASTSTELLEN VAN DE NIEUWE MHW (Maatgevende HoogWaterstand) Na 2006 is de provincie samen met de waterschappen begonnen met het verder uitwerken van het instrumentarium voor het vaststellen van de maatgevende hoogwaterstanden. Tot op heden heeft dit niet geresulteerd in aangepaste waarden hiervoor. Het waterschap heeft ambtelijk steeds aangegeven dat het uitvoeren van een nieuwe toetsing van de regionale keringen alleen zinvol is als de provincie de nieuwe maatgevende hoogwaterstanden formeel heeft vastgesteld waarin de effecten van de definitieve omvang van de meebewegende berging van de Peizer- en Eeldermaden zijn meegenomen. Op basis van de HOWA I en II studies is een te rooskleurig beeld ontstaan van de robuustheid van het boezemsysteem van Noorderzijlvest. Op basis van de HOWA I en II studies werd verwacht dat met de realisatie van de waterberging Eelder- en Peizermaden de MHW dermate laag zou worden dat kadeverhoging op de meeste plekken niet meer nodig zou zijn. Zoals gebleken is in de Quick Scan HOWA III is de werkelijke MHW na realisatie van de waterberging een stuk hoger dan de gehanteerde MHW bij de toetsing in 2005. Dit zorgt er automatisch voor dat veel minder keringen aan de normen voldoen dan eerder werd verwacht. Op basis van deze conclusie is geconstateerd dat het nodig is om een volledige Droge Voetenstudie uit te voeren. De waterschappen en de provincies hebben afgesproken dat de nieuwe maatgevende hoogwaterstanden worden berekend in de studie Droge Voeten. De waterschappen leveren een belangrijke en actieve bijdrage aan deze studie. De resultaten van deze studie worden in april 2014 opgeleverd. HOOGWATER JANUARI 2012 Naar aanleiding van de evaluatie wateroverlast januari 2012 zijn in 2012 de volgende trajecten verhoogd: 1. Lauwersmeer: bij camping Lauwersoog tussen Lauwersoog en Zoutkamp 2. Eemskanaal: Bij Woltersum Bij Tuikwerd 3. Leekstermeer oostzijde 4. Leeksterhoofddiep oostzijde 5. Traansterwijk 6. Matsloot en 7. Vogelsloot Naar aanleiding van de hoge waterstanden in januari 2012 is door Provinciale Staten van de provincie Groningen gevraagd naar de toestand van de regionale keringen in de provincie. Gedeputeerde Staten hebben toegezegd voor medio 2013 te komen met een overzicht van de regionale keringen die nog niet voldoen aan de eisen onder de huidige omstandigheden. QUICK SCAN Naar aanleiding van de hoge waterstanden in januari 2012 hebben wij in overleg met de provincie Groningen een analyse uitgevoerd naar de aanwezige kruinhoogte van de regionale keringen in vergelijking met de gewenste hoogte. Op dit moment bestaan er geen formeel vastgestelde Maatgevende HoogWaterstanden (MHW s), omdat nog niet duidelijk is welke maatregelen genomen gaan worden op basis van de Droge Voeten studie om die MHW te verlagen. Daarom is in overleg met de provincie voor de beoordeling de Maatgevende HoogWaterstand (MHW) gebruikt, die is toegepast voor het vaststellen van de overstromingsrisicokaarten. Als vergelijkingsvlak 3
(de gewenste hoogte) voor de uitgevoerde analyse is deze waarde genomen. Deze waarde is verhoogd met 40 cm. Het resultaat van de door ons uitgevoerde analyse is weergegeven op de bijgevoegde kaart KADE ANALYSE. Het kan zijn dat het aantal kilometers keringen dat volgens deze kaart niet voldoet, afneemt als gevolg van de maatregelen uit de Droge Voetenstudie. Het kaartbeeld geeft dus een worstcasescenario weer. In de zomer van 2014 kunnen de besturen van waterschap en provincie zich uitspreken over het meest gewenste maatregelenpakket dat volgt uit de Droge Voetenstudie en de daarbij behorende MHW s. De Maatgevende HoogWaterstand is gedefinieerd als de waterstand die 1 keer per 100 jaren mag voorkomen. Op dit moment is het uitgangspunt dat deze MHW voor alle regionale keringen geldt. In de studie Droge voeten zal dit uitgangspunt ter discussie worden gesteld evenals de noodzaak voor het hanteren van een standaardwaakhoogte voor alle keringen. In de onderstaande tabel zijn de waarden van de maatgevende waterstand opgenomen die gebruikt zijn bij de toetsing in 2005 (MHW 2005), de MHW die volgens de ambtelijke vertegenwoordigers van het waterschap het resultaat wordt van de studie Droge Voeten (gewenste MHW waterschappen) en de waarde die is gebruikt voor de quick scan MHW ROR (MHW die ook gebruikt is voor het maken van de risicokaarten die nodig zijn op grond van de EU Richtlijn Overstromings Risico s).. Boezemgebied MHW 2005 MHW ROR Gewenste MHW waterschappen Lauwersmeer Noord + 0.30 + 0.40 + 0.20 Lauwersmeer overig + 0.30 + 0.40 + 0.40 Fryslân - 0.10 0.00 0.00 3e schil - 0.10 0.00-0.20 2e schil - 0.24-0.20-0.40 Tilburg - 0.20-0.20-0.40 1e schil - 0.30-0.40-0.80 Fivelingo - 1.00-0.60-0.80 Eemskanaal + 1.30 + 1.30 + 1.30 Reitdiep + 1.50 + 1.50 + 1.50 Noord-Willemskanaal + 1.30 + 1.30 + 1.30 Hieruit blijkt dat ten opzichte van 2005 de nu door de provincie gehanteerde maatgevende waterstanden 10 cm hoger zijn dan 2005 (de oranje cellen) en zelfs 40 cm hoger in het Fivelingo gebied (donker oranje). Ook blijkt dat bij de presentatie aan Provinciale Staten een strengere norm wordt gebruikt dan volgens ons noodzakelijk is (de groene cellen geven een lagere maatgevende waterstand weer). Op grond van de MHW ROR is voor ons beheergebied de bijgevoegde kaart opgesteld. Bij het opstellen van deze kaart is de kruinhoogte van de keringen uit de vastgestelde legger gebruikt. Deze hoogte is bepaald door het tracé van de keringen te verdelen in stukken van 100 m. en van deze stukken de laagste hoogte over de tracélijn te nemen. Gebleken is dat de vastgestelde tracélijn niet overal op de juiste plek ligt waardoor een onjuiste hoogte bepaald kan zijn. Onlangs is begonnen met het controleren van de ligging van alle keringtracés. Voor het vaststellen van de kruinhoogte is gebruik gemaakt van het Algemeen Hoogtebestand Nederland 2. De opnamen hiervoor zijn in het voorjaar van 2009 uitgevoerd. Voor de kadetrajecten die na medio 2009 zijn opgehoogd is de kruinhoogte aangepast aan de gerealiseerde hoogte. Deze kaart communiceert een heldere boodschap: het grootste deel van de regionale keringen in het beheergebied van Noorderzijlvest voldoet op dit moment niet aan de hoogte van het gebruikte vergelijkingsvlak. 4
De reden waarom zo n groot deel van de regionale keringen op dit moment niet voldoet in vergelijking met de toetsing van 2005 wordt als volgt verklaard: 1. Bij de toetsing in 2005 is geen rekening gehouden met een waakhoogte. In het huidige kaartbeeld is wel rekening gehouden met een waakhoogte (40 cm). 2. De meeste gehanteerde MHW s nu 10 cm hoger liggen dan in 2005. Hierdoor voldoen nu uiteraard minder kaden aan het gehanteerde toetsingscriterium dan in 2005. Het huidige vergelijkingsvlak voor de Electraboezem ligt bijvoorbeeld (40 + 10 =) 50 cm hoger dan het vergelijkingsvlak dat in 2005 is gehanteerd. Voor de Fivelingoboezem ligt het vergelijkingsvlak zelfs 80 cm hoger. In onderstaande figuur is dit schematisch in beeld gebracht. Vergelijkingsvlak Verschil toetsing 2005 en huidige quick scan 0,40m 0,00m - 0,40m MHW ROR MHW 2005 3. Sinds 2005 zijn relatief weinig kaden aangepast. Het waterschap heeft alleen de kadetrajecten aangepast die in het Beleidsplan reconstructie kaden van 2006 zijn opgenomen. Deze keringen zijn ook daadwerkelijk aangepakt en het waterschap heeft dus volledig voldaan aan de afspraken met de provincie hierover. Het beeld is hierdoor niet positiever gekleurd omdat de totale lengte hiervan ca. 15 km was terwijl op de kaart totaal 451 km keringen zijn aangegeven. De Droge Voetenstudie is er enerzijds op gericht om vast te stellen welke keringen nog niet op orde zijn, maar anderzijds om maatregelen te bedenken om de MHW verder te verlagen. Op dit moment bestaan er dus geen formeel vastgestelde MHW s, omdat nog niet duidelijk is welke maatregelen genomen gaan worden op basis van de Droge Voetenstudie om die MHW te verlagen. Het kan dus zijn dat het aantal kilometers keringen dat niet voldoet, afneemt als gevolg van de maatregelen uit de Droge Voetenstudie. Het kaartbeeld geeft dus een worstcasescenario weer. In de zomer van 2014 kunnen de besturen van waterschap en provincie zich uitspreken over het meest gewenste maatregelenpakket dat volgt uit de Droge Voetenstudie en de daarbij behorende MHW s. VERVOLGACTIES Op grond van de uitgevoerde analyse blijkt dat de opgave van het waterschap voor het laten voldoen van de regionale keringen aan de toekomstige veiligheidsnormen aanzienlijk is. Om de ambtelijke inzet efficiënt te benutten, verdient het aanbeveling de voorbereiding en uitvoering over zoveel mogelijk jaren te spreiden. Dat impliceert dat zo snel mogelijk begonnen moet worden aan de voorbereiding van de verbeteringswerken. Begonnen kan worden met de kadetrajecten waarvan de gehanteerde MHW in deze quick scan niet of nauwelijks ter discussie staat, de zogenaamde geen spijt maatregelen. Met de provincie is ambtelijk afgesproken dat het waterschap onderzoek gaat doen of en zo ja welke kaden vooruitlopend op de besluitvorming over de maatregelen uit de studie Droge Voeten als geen spijt maatregel verhoogd kunnen worden. Daarvoor zullen de volgende stappen worden doorlopen: Identificeren Voor het identificeren van deze geen spijt keringen en de volgorde van urgentie worden de keringen op vier kenmerken beoordeeld: 1. De mate van het geen spijt gehalte van het aanpakken van de kering. Keringen op plekken waar de MHW nog fors kan worden verlaagd met maatregelen uit Droge Voeten komen achteraan in de lijst. 2. De schade die in het achterland van de kering optreedt bij overstroming. 3. De mate waarin de kering te laag is. 4. Het percentage van de lengte van de betreffende kering waarover de kering te laag is. 5
Het resultaat van deze beoordeling wordt daarna getoetst aan het oordeel van de beheerder op basis van een opname in het veld. Prioritering Het resultaat van de beoordeling op urgentie wordt via het Dagelijks Bestuur ter vaststelling van de prioritering voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Planvorming en opstellen begroting Na vaststelling van de prioritering van de kaden wordt voor de meest urgente keringen een stabiliteitsonderzoek uitgevoerd en een begroting opgemaakt. Daarna volgen de stappen: Kredietaanvraag Voor de vastgestelde urgente kadetrajecten wordt het Algemeen Bestuur voorgesteld hiervoor een krediet beschikbaar te stellen. Besteksvoorbereiding en aanbesteding Nadat een krediet beschikbaar is gesteld, kan worden begonnen met de besteksvoorbereiding. Nadat een bestek is vastgesteld kan de aanbesteding hiervoor worden uitgevoerd. Uitvoering Na de aanbestedingsprocedure kan mogelijk nog in de zomer van 2014 worden begonnen met de uitvoering van het aanpassen van de meest urgente kadetrajecten. 6